By gsorsnoi | February 14, 2017 - 11:57 pm - Posted in Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter dat weliswaar geen verslaggever is, maar door haar aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: America Calista

Functie: Forensisch Geneeskundige bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Geen
Oorsprong naam: Geen bijzonderheden ten aanzien van de herkomst van haar naam. Dat wil zeggen, haar naam is puur samengesteld uit een voor- en achternaam die ik mij op dat moment aanspraken.
Modelpersoon: Eva Mendes
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken:
“Deze man heeft [AANWIJZING] meer splinters in zijn donder zitten dan Dwight York interlands heeft gespeeld.”
Hieruit zou je kunnen afleiden dat America graag naar voetbal kijkt en kennelijk wel wat weet van een voetbalheld van haar land Trinidad.

Een sexy bitch met een hart van goud

Zo enthousiast als de lezers keer op keer weer meededen aan het Tycoon Newspaper-detectivespel ‘VZD’ zo groeide ook het aantal personages dat er in optraden. In voorgaande edities van ‘Een portret van…’ heb ik daar al menigmaal wat over losgelaten. America Calista was ook zo’n personage dat met die uitbreidingen op enig moment aan het clubje rechercheurs werd toegevoegd. Maar America is natuurlijk niet even zomaar een karaktertje dat er op het lijstje interessante inspecteurs bij kwam, zij moest echt opvallen. Dat wilde ik, omdat opvallende typetjes de samenstelling dynamisch en onverwacht maken. America moest daarom om te beginnen een arrogante vrouwspersoon zijn én ze moest behoorlijk wat pit hebben, zodat ze geen moeite zou hebben zich te bewegen in het duistere milieu waar de rechercheurs soms mee te maken hebben. Daarbij is het sowieso fijn dat ze van zich kan afbijten en dus ook onder de collega’s niet op haar bekkie is gevallen. Niet dat er in andere misdaad- of CSI-achtige series of verhalen geen gedegen hoeveelheid dames van dit kaliber zit verwerkt, maar het kon geen kwaad om ook aan de VZD een ruige, bijna ongenaakbare femme fatale toe te voegen.
Ik dacht toen, weet je wat, laat ik dit keer eens voor een ruig en sexy type gaan waar de mannen van het Gohes City Forensisch Instituut letterlijk dan wel figuurlijk hun handen vol zouden hebben. Het ’stijlvolle’ waar femme fatales vaak mee worden geassocieerd, komt daardoor niet echt zo terug in onze America. Maar dat is niet erg. Ik heb haar liever meer sleazy en bijna kinky, kauwgomkauwend en spuwend op de vloer, dan een brave studiebol die bijkans nog wel aantrekkelijk is, maar dat ook alleen is wanneer ze een bril draagt of toevallig iets interessants met haar garderobe rommelt. Toch wilde ik America ook wat onverwachte nettere/zachtaardige eigenschappen toedichten, zoals een groot empathisch vermogen en het dusdanig willen slijpen van conversaties opdat mensen die eerder nog lijnrecht tegenover elkaar stonden het door haar ingrijpen ineens weer wat beter met elkaar kunnen vinden. Een voorkeur voor rockmuziek en ‘harde’ platen zou wellicht ook iets zijn wat je bij haar zou verwachten. Toch blijken die stijlen niet helemaal haar ding. Geef America maar wat jaren ‘50 muziek, bossa nova en klassieke muziek, muziek waar ik niet geheel toevallig zelf ook graag naar luister.
Wat je waarschijnlijk wel bij haar zou verwachten zijn van die scenes waarbij je deze sexy bitch een val ziet zetten voor onderwereldfiguren, wat ze dan aanpakt door ze te verleiden om iets van ze gedaan te krijgen en dan net op het laatste moment de val laat dichtklappen en haar behabandjes weer ophijst. Toch gaat ze niet zo ver als ik mij Angelina Jolie voorstel in eenzelfde rol, die ter afsluiting de kop van een mafioso er ook nog af zal knallen zodra deze zijn broek heeft laten zakken en te laat doorkrijgt dat hij is beetgenomen. Nee, veel middelen zal America niet schuwen om in haar werk iets gedaan te krijgen, maar ze werkt wel nog steeds bij het GCFI en dan is het omleggen van criminelen toch niet echt een primair uitgangspunt.
America is meer een ‘dame’ die zich als eerst om een medemens ontfermt zoals het scoutingmeisje Liesbeth, die kort voor hun ontmoeting haar vriendinnetje dood had aangetroffen.
Verder is ze een type dat graag van boter bij de vis houdt en juist niet houdt van om de hete brij heen draaien. Kort nadat ze met Lesley in de dienstwagen na haar introductie aan het korps met hem naar haar eerste zaak rijdt, spreekt ze haar mentor al aan met:
“Pronto, wat hebben de hulpdiensten nou precies aangetroffen?” waaruit voldoende blijkt dat ze ook niet van treuzelkonten houdt. En terwijl ze haar eerste plaats delict (de bus vol moordwapens) aan het inspecteren is, genieten we natuurlijk van hoe zij naast de bus haar rondingen strekt voor een goed overzicht, alsook het moment dat ze samen met Lesley over de stuurkolom gebogen iets aan hem uitlegt en Lesley eerste rang boven haar boezem hangt. Het zijn maar wat details die deze uiterst gespecialiseerde en gedreven forensische geneeskundige extra ‘body’ geven.

De arrogantie druipt er vanaf.

Lesley en Koen merkten het, zoals je hiervoor al hebt kunnen lezen, helemaal aan het begin van De rotte appel meteen al op. Nadat America kort door Karel Riemelneel aan het team was voorgesteld, concludeerden de mannen al direct dat ze zojuist een bloedmooie collega rijker geworden waren. Beide heren waren direct door haar uiterlijk opgenomen en spraken er na haar introductie als mannen onder elkaar over: de latina met haar perfect rondingen, haar grote borsten en haar intrigerende sensualiteit. “Woh, heb je die borsten gezien man?” was het eerste wat Lesley sprak toen de twee nog maar net het GCFI waren uitgelopen, waarop Koen hem tot orde moest roepen, omdat hij al voorzag dat Lesley het anders moeilijk zou krijgen zijn focus erbij te houden daar hij door Karel als haar mentor was aangewezen. Koen had ook allang door dat Lesley nog een pittige kluif aan haar zou hebben, aangezien haar arrogante oogopslag verried dat het geen kat was die je zonder handschoenen moest aanpakken. En dat was iets waar hun collega’s die daarna met haar moesten samenwerken ook nog wel achter zouden komen. Want een kat heb je van haar zo te pakken, zodra je met seksistische opmerkingen begint of met andere vrouw-onvriendelijkheden komt aandraven. En dat is uiteraard nu net hoe ik America in het Tycoon Newspaper-wereldje wil presenteren: een rauwe griet die van zich afbijt en overloopt van arrogantie, al lijkt dat laatste soms gespeeld.
Je zou je, haar beschrijving zo lezende, wellicht al gaan afvragen of hier eigenschappen tussen zouden moeten zitten die van mijn eigen persoonlijkheid zijn afgeleid. De TN personages waar ik jullie middels de portretten al kennis mee heb laten maken zijn immers vaak een uitvergroting van mijn eigen karakteristieken. Wel, voor wie het nog niet van mij weet, ik kan soms ook best zelfingenomen zijn. Dus maak je over die overeenkomst maar geen zorgen. Maar dat is niet hetgeen waar je mij op het eerste oog in zou moeten herkennen. Sterker nog, America hoeft niet primair bedoeld echt veel weerspiegelingen van mijn eigen persoonlijkheid te zijn. In haar geval is het eerder zo dat zij een overdreven versie vormt van de vrouwen waar ik op val…
…Yep!
Zo is het. Je zal het misschien niet achter me hebben gezocht, maar typetjes zoals America Calista zijn nu echt de vrouwen waar ik in het bijzonder een zwak voor heb. Het mooiste meisje van de klas, die bloedmooie verkoopster bij de Starbucks waar iedere man dagelijks een praatje mee heeft, de sexy medepassagier die je elke dag tegenkomt in de trein en jou nog geen blik waardig gunt, kortom: de onbereikbare vrouw. Ik leg de lat graag erg hoog.
En mocht het nu zo zijn dat je hoogst verbaasd reageert nu ik je vertel dat (het modelpersoon van) America Calista kennelijk tot mijn idee van een droomvrouw behoort, wellicht dat je dan al minder geschokt bent wanneer je beseft dat de moeder van mijn kinderen van de andere kant van deze planeet komt, ook buitengewoon sexy is en vol zit met temperament. ‘Stille Willy’, het ‘buitenbeentje van de familie’, de ‘introverte schrijver’, geloof me, ik heb ze allemaal al een keer gehoord, maar wie bij dat beeld van mij had gedacht dat ik oud zou willen worden met een brave vriendelijke huismus, die persoon kent mij kennelijk dan toch nog niet goed genoeg. Ik vrees dat dat niet aan mij besteed zou zijn. Ik zoek graag de tegenstelling op, wordt het liefst uit mijn comfort zone getrokken en maak het mezelf graag zo moeilijk mogelijk. Verliefd worden op de vrouw die ik toch vast niet zou kunnen krijgen, wakkert bij mij juist alleen maar meer de wens aan om alles op alles te zetten om deze persoon het hof te maken.
Een vrouw heb ik het liefst met een sterk karakter, iemand die niet op haar bekkie is gevallen, iemand die net zo graag mij de beslissingen laat maken als zelf het roer in handen neemt, maar ook iemand die overloopt van sensualiteit en wanneer het haar uitkomt ook wat uit de hoogte mag zijn. Een gezonde dosis arrogantie, zolang het niet te overvloedig is, vind ik stiekem eigenlijk best aantrekkelijke eigenschap aan een vrouw.
Wanneer je dan op het punt uit komt om te bepalen wie dan het modelpersoon voor America Calista zou moeten zijn, dan zou je haast gaan denken dat ik daarmee dan op iemand als Keira Knightley zou zijn uitgekomen. Het is niet gezegd dat een vrouw zich ook echt verwaand hoeft te gedragen, maar ik denk dat velen het wel met me eens zouden zijn wanneer ik Keira aanwijs als één van de beroemdheden die om een dergelijk uiterlijk wel echt bekend staat. Zij hoeft haar gezicht niet eens in een plooi te vouwen om het uit te stralen, zij is er gewoon voor in de wieg gelegd om arrogant te kunnen zijn. Hou me ten goede, ik ben helemaal niet iemand die beroemdheden volgt in hun omgang met mensen buiten hun acteerwerk om, dus ik heb ook geen idee of ze zich buiten haar werk ook echt laatdunkend toont, maar wat ik er van op mijn televisie van kan zeggen, is dat ik vooral haar koppie buitengewoon aantrekkelijk vind en dat ze een super verleidelijke uitstraling heeft. Daar is wat Keira betreft voor mij ook alles mee gezegd. Want meer dan haar zelfingenomen uiterlijk vind ik er verder niet bijster veel aan. Niet alleen is ze graatmager, maar hoe ze zich verder gedraagt en hoe ze zich beweegt, is ze het voor mij dan weer net niet.
Nou en op welke bekende dames die zich hooghartig kunnen tonen, kun je dan uitkomen wanneer het op een geschikt modelpersoon voor America Calista aankomt? Er zijn er namelijk nogal wat! Je zou onder andere kunnen denken aan Eiza González, Catherina Zeta-Jones, Jessica Szhor, Sofía Vergara, Michelle Rodriguez, Angelina Jolie, Natalie Eva Marie, Zoe Saldana, of iemand als Ciara(!)
( ik gok dat ik de meeste mannelijke lezers onder ons nu kwijt ben, omdat ze zijn blijven hangen op de ‘Afbeeldingen’ van Google! ;-) )
Merk op dat ik in dit rijtje hoofdzakelijk vrouwelijke bekend- of beroemdheden heb genoemd die een getinte of donkere huid hebben. Anders zouden ze niet voldoen aan het criterium dat America uit Trinidad komt of een afkomst kent van dergelijke origine. Eenieder die in dat rijtje genoemd is die daar wat jou betreft niet aan voldoet mag je ook direct weer uit het lijstje van kandidaten schrappen. Keira Knightley – naast Eva Green wat mij betreft de belichaming van een natuurlijke arrogantie tronie – had dus nooit door deze selectie gekomen. Bovendien heeft America ook wel iets meer ‘bos hout’ om haar er überhaupt voor in aanmerking te laten komen. Een bos hout is bij Keira in het geheel ver te zoeken.
Met zo’n kandidatenlijst voor de missverkiezing ‘America Calista’ zijn er wel een aantal van deze bloedmooie bitches die hoge ogen zouden gooien naar een plaats als First Runner Up. Sofía Vergara, bijvoorbeeld, zou een goede kans maken op een tweede of derde plaats. Met haar imponerende oogopslag en gezonde dosis sensualiteit zou ze het menig deelnemer erg lastig kunnen maken. Waar het op een flinke voorgevel aankomt mept ze een Keira Knightley in ieder geval zonder pardon van het podium(!) Toch heb ik Sofía niet als modelpersoon voor onze America door laten gaan. Daar heb ik een aantal redenen voor: ten eerste is ze vaak te zachtaardig, haar arrogantie vind ik net even te geacteerd en bovendien vind ik haar te veel richting de vijftig neigen om echt goed door de casting te komen. America Calista is met 1974 als geboortejaar toch al een beetje een cougar wanneer je ziet hoe haar invloed op haar jongere collega’s is, maar ze hoeft niet het beeld neer te zetten dat ze ook bijna de moeder van de jongste collega’s had kunnen wezen. America Calista is dus inderdaad niet de jongste, maar ze heeft wel nog steeds die jeugdige uitstraling waardoor haar leeftijd lastiger te raden is. Met dit argument valt een suggestie die eerder werd gedaan dat Salma Hayek haar modelpersoon zou zijn dus ook af. Je zou het misschien niet zeggen, maar van alle hier genoemde exotische schoonheden is zij de enige die op het moment van schrijven van dit portret Sara al heeft gezien.
De hele reden waarom ik eerder Sofía een derde plaats zou toebedelen is omdat ik bijna Michelle Rodriguez voor America had gekozen in plaats van de modelpersoon die het uiteindelijk is geworden. Michelle Rodriguez vervult namelijk niet alleen een bijna even ruige als ongenuanceerde rol in films als Need for Speed zoals de werkelijke modelpersoon dat doet, in kampioen kauwgum kauwen is ze ook een ster in (zou ze ook kunnen dammen?). Evenals Michelle deinst onze America er niet voor terug om, met pech langs de weg of voor normaal onderhoud, Lesley opzij te schuiven en zelf onder de motorkap te kruipen. Met haar diep uitgesneden decolleté bungelend boven de ingewanden van hun bedrijfsbak veegt ze met een moersleutel vast en met de rug van haar hand het zweet van haar voorhoofd terwijl ze Lesley, die haar aan staat te gapen, een blik toewerpt van “had je wat?”
Snelheidsduivel Michelle Rodriguez is geknipt voor een rol als deze. Toch zijn er ook voor haar wat argumenten op te noemen waardoor het niet zij, maar… haar mede Need for Speed-chick Eva Mendes is geworden. Yep, hierboven heb je het natuurlijk allang kunnen zien en lezen, maar voor het geval je het echt hebt kunnen missen: het modelpersoon van America Calista is niemand minder dan Eva Mendes. Een lekker ruig mokkel dat de twee kreten ‘arrogantie’ en ‘ongenuanceerd’ zo ongeveer op haar voorhoofd getatoeëerd heeft staan. Zet Michelle en Eva naast elkaar, met in het achterhoofd de voorkeuren die ik hierboven zojuist beschreven heb en het zal je wellicht weinig verbazen waarom ik voor deze tante heb gekozen. Aangezien we toch al een beetje op de platte toer zijn: Eva heeft er net iets meer de tieten voor.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Echte verhaallijnen heb ik met America nog niet voor ogen. Behalve dat er op enig moment in de VZD-verhalen zal worden onthuld dat ze zwanger is van een van haar collega’s. En nee, dat is ze niet van Karel ;-)

VZD-afleveringen waar America Calista in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Even als met het voorgaande ‘Een portret van…’ trakteer ik jullie wederom op de mogelijkheid om jullie zelf over het volgende portret te laten beslissen.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen over wie ik een portret zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Christel Cleybroek
  2. Theo Nologie
  3. Abdel Dezertecon Kretonshos

Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (14-03-2017 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | July 15, 2016 - 8:52 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar door zijn aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Loek de Graaf

Functie: Forensisch Informaticus, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Loek de Hond, Hond, Loekie.
Oorsprong naam: Zowel zijn achternaam De Graaf als zijn schuilnaam ‘De Hond’ verwijzen naar speurwerk (resp. in de relatie met ‘graven’ en ’speurhond’). Beide verwijzingen kunnen in verband worden gebracht met zijn aanstelling als Forensisch Informaticus waarin speurwerk een groot deel van zijn werk bepaalt. Ook in zijn voornaam is het speuren in de vorm van ‘zoeken’ terug te vinden; Loek kun je ombuigen naar het Engelse werkwoord ‘to look’ wat kijken betekent. Het analyseren van Loeks naam is dus in feite al een hele zoektocht op zich!
Modelpersoon: Mark Zuckerberg.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken: “Het gasfornuis stond te ver weg?” en “Welcome in the House of Wax,” zijn twee uitspraken uit de VZD-aflevering ‘De rotte appel’. Met het gasfornuis grijpt hij terug op een eerdere suggestie van een voorwerp van hem waarmee Jericho zich zou hebben verdedigde. Met de ‘House of Wax’ verwijst hij naar de werkplaats van zijn collega Agatha Loon op Toom waar zij druk bezig is met ‘deathcasting’ door middel van het maken van een uit alginaat vervaardigd duplicaat van de schedel van één van de slachtoffers (Olivia) uit die VZD-editie. Mijn favoriete uitspraak van Loek is echter:
“De Tycoon Newspaper. Ik heb zo mijn bronnen.”
Dit zegt hij wanneer hij ten overstaan van zijn collega’s in de vergaderzaal de Sierra Madre niet zijn zoekmachine Nikita, maar de Tycoon Newspaper als bron opgeeft voor het vinden van historische nieuwsfeiten rondom het frotteurisme van Jericho.

Zonder nerd ben je nergens

Na negen afleveringen van de Vuurspuwende zonsverduistering detective, kortweg de VZD, begon ik het wel eens tijd te vinden om de lezers meer kennis te laten maken met de medewerkers van het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI). Zeker na de zaken VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ en VZD (7): Red mij! groeide ook mijn eigen behoefte om een beter beeld te krijgen van de personages die er achter al die onderzoeken in het veld zitten, maar ook van de figuren op het kantoor van het GCFI. Ik noem bewust de 5e en 7e aflevering, omdat juist in die edities er toch redelijk wat vertrouwde namen deelnamen aan de toen lopende onderzoeken, maar er ook een paar nieuwe geïntroduceerd werden. Agatha Loon op Toom bijvoorbeeld, maakten we kennis mee vanaf VZD (7): Red mij!. Hiermee voegde ik een pathaloog anatoom aan Karels mensen toe. Een bloedspatanalist hadden we natuurlijk met Lesley Spandabato en een inbraakspecialist middels Koen Voet, maar pas in die afleveringen komen ze voor het eerst goed uit de verf.
Met al die vaklui hadden we nog steeds slechts een handjevol leden bij de GCFI. En aangezien ik mij bij het GCFI een brede organisatie aan forensische figuren voorstel – gelijk aan hoe ik daar met het Nederlands Forensisch Instituut een beeld van heb – moesten hier echt nog wat poppetjes bij om mijn organisatie geloofwaardig te doen overkomen. Vandaar dat ik vanuit die behoefte uiteindelijk op een personage als Loek uitkwam.
Ik hou van variatie in de samenstelling van persoonlijkheden van mijn personages. Dus bedacht ik wat er al niet handig kan zijn om dan aan mensen in dienst te hebben, zodat je beslagen ten ijs komt wanneer er zich een omvangrijk onderzoek aandient, zoals in de zaak Roerling. Het hebben van een echte data-analist is dan welhaast een must.
Het kunnen spitten door grote hoeveelheden digitale opslagmedia en dan in recordtijd dat ene ontbrekende stukje van een puzzel kunnen vinden waardoor een zaak sneller of überhaupt kan worden opgelost, was een kwaliteit die één van de specialisten beslist móest bezitten. Natuurlijk kon ik de vertrouwde figuren die in het veld opereren gaandeweg van meer kennis, ervaring, nieuwe inzichten en aanwijzingen voorzien, zodat er altijd wel iemand is die de doorbraak vindt, waarmee we de dader en doodsoorzaak tijdens een onderzoek boven tafel weten te krijgen, maar dan ontbreekt het in je vertelling op enig punt toch een keer aan geloofwaardigheid en dynamiek. Het wisselen van plaats en focalisatie spreekt lezers over het algemeen erg aan, zodat dit er toe leidde dat ik een statisch toneel als het GCFI vaker bij een zaak wilde betrekken. Bovendien draagt het gedoseerd variëren van toneel bij aan een intensere beleving van hetgeen er verteld wordt. In schril contrast met de honkvaste patholoog anatoom Agatha Loon op Toom, wilde ik van Loek de Graaf juist eerder iemand maken, die ondanks zijn natuur als ICT-er toch vooral iemand blijkt te zijn die ook graag wil uitvliegen en het avontuur buiten de muren eens wil opsnuiven. Hiermee komen we onvermijdelijk uit op één van de eigenschappen die een personage van zijn schepper overerft. Als een in het vak gerolde ICT-er is het veld intrekken en de wereld om mij heen beleven namelijk exact wat ik zelf ook in mijn werk nastreef. De andere eigenschap waarmee Loek erg op mij lijkt, komen we verderop in een volgende alinea op terug.
We treffen Loek hoofdzakelijk op kantoor aan. Onder het vertrouwde ritselende geluid van het graaien in een zakken met taco’s of nacho’s en het gerammel van zijn vingers over zijn plakkerige toetsenborden, vinden we deze vierentwintig jarige student in dezelfde vleugel van het GCFI waar ook Agatha Loon op Toom haar lijkschouwingen verricht. Toch wordt hij niet gezien als de meest smerige onder de nerds. Natuurlijk treft de schoonmaker aan het einde van de dag wel de niet opgeruimde chipszakjes van hem aan, maar behoudens deze slordigheid en de chipsresten op en in zijn toetsenborden, verbleekt deze jonge hond naast een figuur als Kornelis Oflook. Uit zijn neus eten doet hij niet. Het is eerder een nette naar het brave neigende kerel. Zijn kleding is zelfs proper te noemen, alsof zijn moeder deze wast en strijkt. Eentonig is zijn kledingstijl wel.
Na vanuit een stage bij Karel Riemelneel te zijn binnengerold, ontpopte Loek zich al gauw als een heuse whizzkid en een goeroe op het gebied van feiten verzamelen. Karel had meteen door dat hij met Loek een talent in huis haalde. Loek viel vooral op door zijn hoge nerdgehalte en extreme speurderskwaliteiten. Hij wist altijd in recordtijd bewijsmateriaal te analyseren en kon aan de hand van foto’s en digitale bronnen met kinderlijke eenvoud die informatie boven tafel te krijgen waar Karel en zijn mensen op dat moment erg op zaten te wachten. Doordat hij ietwat gezet is (door het vele chips eten) en altijd goedlachs is, valt deze krullenbol erg op in het gezelschap van de andere medewerkers op de afdeling. Hij staat bekend om zijn opvallende zwarte humor en ook door zijn scherpe opmerkingen wordt hij graag als deelnemer bij vergaderingen of andere overleggen gezien. Hier komt opnieuw een eigenschap aan het licht waarbij Loek weer op mij lijkt. Of collega’s mij daarom liefhebben weet ik niet, maar ik houd ervan om zoveel mogelijk rake opmerkingen te maken en doe altijd erg m’n best om op het juiste moment met essentiële informatie aan te komen zetten.
En dat is precies waar Loek in extreme sterk in is; wanneer je meent dat het onderzoekt echt muurvast zit, dan kun je altijd bij Loek aankloppen en zorgt hij er met zijn computerprogramma’s wel voor dat hij nieuwe feiten boven tafel haalt waardoor er nieuwe inzichten ontstaan en de ‘nadering’ ineens begint te ‘ontknopen’(*). Al met al is Loek daarmee een onmisbare man op het GCFI. En zeg nou zelf? Waar zouden we zijn zonder een echte nerd?

(* = uitspraak van Karel Riemelneel, waarmee hij aangeeft dat er zoveel aanwijzingen bekend zijn dat we hiermee een onderzoek wel moeten kunnen oplossen)

De maniakele reseacher met flauwe (IT-)humor.

Je voelde hem misschien al aankomen; de overgebleven gemeenschappelijke eigenschap die Loek met mij deelt is zijn gedreven wil om achtergronden bij een verhaal te vinden, goed beslagen ten ijs willen komen en kunnen varen op de daarmee verkregen kennis. In het geval van Loek verwijst ‘verhaal’ natuurlijk hoofdzakelijk naar de zaak waar de mensen van het GCFI op dat moment druk mee zijn. En het is niet zomaar, dat ik deze eigenschap juist op hem overbreng. Graven naar data en het vinden van de juiste informatie die erbij een zeker onderwerp hoort, heb ik altijd hand-in-hand zien gaan met geloofwaardige vertellingen. Een verhaal waarin personen, locaties en objecten zijn opgenomen die niet met de realiteit te verenigen zijn of niet kloppend lijken ook als ze zijn verzonnen, leveren in mijn beleving boeken op die zo naar de prullenbak verdwijnen. Bovendien wil ik als lezer vermaakt worden en in een verhaal worden opgezogen, zodat ik alles echt voor mij kan zien wat de schrijver op papier heeft gezet. En ik vind dat iedere zichzelf respecterende auteur dat doel zou moeten nastreven. Met mijn Tycoon Newspaper-verhalen hoop ik daarom niet alleen dat je Rina letterlijk met thee zal zien tutten, of de klodders snot langs je wangen voelt glijden wanneer Kornelis zijn hand weer eens een niesbui heeft, ik wil dat het je ook moet lukken om zelf je weg te kunnen vinden in mijn redactiegebouw. Je zou in gedachten blindelings bij de receptie moeten kunnen binnen stappen en blindelings naar de bibliotheek of zelfs de Duimzuigerij kunnen lopen. Datzelfde geldt wat mij betreft nu nog niet voor het GCFI, maar naarmate ik ook die locatie meer ga beschrijven, moet je daar ook toe in staat zijn. En belangrijker nog: je moet kunnen geloven dat deze locaties ook werkelijk zouden kúnnen bestaan.
Het vinden van de juiste passende achtergronden bij al deze omgevingen beschouw ik dan ook als een groot goed. Struinen op Wikipedia naar encyclopedische beschrijvingen, googelen naar pagina’s en soms zelfs hele websites, veel gebruikte termen bij een specifiek onderwerp inventariseren… het is precies dat alles wat ik doe om een onderwerp geloofwaardig op papier te krijgen. Het is dat ik niet net zoals Tinus Icket te pas en te onpas in een vliegtuig kan stappen om over de wereld alle locaties te bezoeken die ik zou willen aandoen, omdat één van mijn monsterverhalen zich er afspeelt, anders had ik ook dát nog gedaan. In plaats daarvan is het Tinus Icket die deze rol van mij overneemt en in het TN-wereldje die achtergronden vergaart.
Dit hobbyisme heeft op den duur ook een eigen naam gekregen. Toen trouwe Tycoon Newspaper-fan Bob de Winter eenmaal het monsterverhaal ‘Een Stymfalische vlucht’ had uitgelezen, complimenteerde hij mij na afloop en meende hij dat ik wel erg ver ga om bepaalde details in mijn verhalen verwerkt te krijgen en omschreef deze drift als ‘maniakale research’. Het is een liefhebberij van mij waar ik graag met die specifieke omschrijving naar terug refereer, omdat ik vind dat het mijn terugkerende voorbereiding op mijn hoofdstukken het beste weergeeft.
Loek de Graaf doet met zijn werkzaamheden eigenlijk niets anders dan zijn taak op precies die wijze uit te voeren. Het is inherent aan zijn functieomschrijving dat hij voortdurend bezig is met het uitpluizen van achtergronden. Hij gebruikt daar alleen geen Wikipedia voor (de bron die ik graag toepas), maar heeft hier een wel erg eigenaardige zoekmachine voor. Afgekeken van de kunstmatige intelligentie ‘Max’ uit de Dirk Pitt-verhalen van mijn favoriete schrijver Clive Cussler, is Nikita de zoekrobot van Loek. Bedoeld als ver doorgeschoten afstudeeropdracht ontwikkelde Loek de Graaf een erg geavanceerd programma dat in staat is om de meest relevante zoekresultaten te laten genereren op basis van een of meer eenvoudige zoekopdrachten. Voor dit doel had hij aanvankelijk één afzonderlijke server ingericht en een werkstation gereed gemaakt om de server mee te kunnen aanspreken. Maar al gauw werd dit een veel verder uitgebouwde en meer vernuftige installatie met interessante functionaliteiten zoals stemzoekopdrachten, suggesties voor verbanden met andere lopende zaken, uitklaplijsten voor gerelateerde onderwerpen en voorwerpen, een drill down op stambomen en de mogelijkheid connecties te kunnen leggen met andere personen en nog heel veel meer. Maar wat deze machine vooral bijzonder maakt is dat ze op het scherm een eigen driedimensionaal gezicht heeft en Loek haar de mogelijkheid heeft gegeven om met haar te praten. En met praten bedoel ik dan niet een bijdehante vraag- en antwoordmiep zoals Siri van Apple, maar een heuse persoonlijkheid waar je hele conversaties mee kan voeren. Later wil ik hem dit laten uitbouwen naar een werkelijke driedimensionale zoekmachine door hem een 3D-printer aan haar te laten koppelen. De mogelijkheden die hij haar daarmee laat benutten gaan uiteindelijk zo ver dat hij Nikita zichzelf laat printen en er een robot ontstaat. De eerst nog bekabelde Nikita-robot kan in het begin nog niet zoveel, maar naarmate Loek haar meer intelligentie toevertrouwd bereiken ze op enig punt de situatie dat Nikita verder aan haarzelf kan bouwen door via het internet naar de vereiste technologie te laten zoeken. Het enige wat Loek vanaf dat punt nog hoeft te doen is bouwmaterialen aan te leveren, totdat zijn dit ook zelf kan bestellen en dit uiteindelijk niet meer hoeft.
Met dit concept kom ik dichtbij de eveneens vrouwelijke ‘zoekmachine’ Max uit Clive Cussler’s Dirk Pitt-verhalen. In zijn verhalen is Max het levenswerk van het personage Hiram Yeager, een hippie en tevens hoofd van het computerlab van het NUMA. De persoonlijkheid Max wordt als grafische weergave van Hiram’s vrouw beschreven. Zij wordt in een speciale kamer geprojecteerd en is eveneens een zelfdenkend computerprogramma met een eigen wil, grapt graag en flirt zelfs met het hoofdpersonage uit het verhaal: Dirk Pitt. Het belangrijkste verschil met Nikita is dat Max geprojecteerd is en Nikita zichzelf graag als robot laat printen. Wat dat voor verdere gevolgen heeft op het wereldje van Karel en het GCFI? Daar lees je verderop bij de ‘Verhaallijn(en)’ meer over.
Het idee om Nikita te verzinnen is deels op Cussler’s Max gebaseerd, maar werd vooral verder aangewakkerd door het concept uit een goed boek dat ik heb gelezen van John Saul. In dat boek, met de titel ‘Bezeten Brein’ gaan bijzonder intelligente kinderen naar een speciale school, de ‘Academie’, voor hoogbegaafde kinderen. De hoofdpersoon Josh MacCallum is één van deze kinderen en is in eerste instantie blij dat lessen er uitdagender zijn en hem niet meer vervelen, maar komt er al gauw achter dat er ineens klasgenootjes dood gaan. Dat het niet om een ongeluk gaat ontdekt hij ook en voordat hij het weet verandert zijn leven hij in een nachtmerrie wanneer het brein achter dit alles letterlijk op zijn hersenen uit is.
De reden dat juist dit plot mij zo heeft geïnspireerd, is omdat ik van Nikita een jaloerse computercreatie wil maken die uiteindelijk niets anders wil dan kennis en macht.

Oorspronkelijk een dikke vette vreetzak

Hoewel ik hiervoor nog beschrijf dat je Loek de Graaf niet als een tweede Kornelis Oflook moet zien, is dat wel wat ik ooit voor hem voor ogen had. Nu is zijn grootste smerige zonde tot nog toe een beetje graaien in een zak met taco’s en zijn toetsenborden met chipsresten bevuilen, maar oorspronkelijk stelde ik mij Loek voor als een stereotype dikke vette computerfreak, die buiten niet zo opgeruimd ook nog eens zo lui is als een hond. Toen ik hem nog aan het verzinnen was riep hij bij mij een beeld op van een ICT-er die je onderuitgezakt op een oude bureaustoel op een onordelijke werkplek aantreft en waarvan je je kan afvragen wanneer hij voor het laatst een schone onderbroek heeft aangetrokken. Dit zou het vinden van een modelpersoon voor hem stukken vergemakkelijkt hebben, want dan zou er wat mij betreft maar één persoon voldoende geschikt zijn geweest om hem in die glansrol te plaatsen. Ik zou dan uit zijn gekomen op Wayne Knight, beter bekend als Newman uit de televisieserie Seinfield. Wayne ken ik zelf echter vooral als Dennis Nedry uit Jurassic Park, de blockbuster waarin hij eveneens een computernerd speelt. Iedereen die hem daar ook van kent, zal het weinig moeite kosten om van hem eenzelfde beeld te krijgen als wat ik voorheen dus van mijn Loek de Graaf heb gehad.
Ik kwam al schrijvende aan De rotte appel echter al snel terug op dit modelpersoon, omdat ik een dergelijk type niet vond passen in een werkomgeving met specialisten die van rechercheren tot lijkschouwen met serieuze klussen bezig zijn. Loek transformeerde in mijn hoofd daardoor vanzelf steeds meer in een nettere kerel en werd daarmee de keurige schoolverlater zoals we hem nu kennen.
Dat betekende alleen wel dat ik mij opnieuw een voorstelling moest proberen te maken van wie zijn modelpersoon dan wel zou gaan worden. Want laten nu eerlijk zijn, wanneer je bijvoorbeeld in de filmwereld op zoek gaat naar typetjes die je goed in de categorie computernerd zou kunnen plaatsen, dan kom je hele waslijsten aan overwegend stereotype geeks en nerds tegen, waarvan Dennis Nedry er dus één is. Ik heb zitten ‘bladeren’ door figuren zoals Matt Smith (Doctor Who), Elijah Wood (LOTR), Daniel Radcliffe (Harry Potter), Josh Hutcherson (The Hunger Games), Thomas Lennon (17 Again), Rick Moranis (Honey I Shrunk the Kids) en natuurlijk Dane Carvey (Wayne’s World), maar stuk voor stuk vielen deze karakters voor mij om verschillende redenen af; Matt is meer een soort professor (en bovendien te oud), bij Elijah heb ik te veel die hobbit-associatie, Daniel idem dito maar dan één met een toverstok in z’n handen, Josh oogt me juist weer te jong, Thomas Lennon had ik erg geschikt gevonden maar viel af omdat hij te oud is, Josh is behalve te jong niet serieus genoeg, Rick is erg leuk maar valt vanwege zijn leeftijd af en is daarbij erg debiel en Dane… nou, als we het dan toch al over debielen hebben… laten we dan over Dane helemaal maar niet beginnen…
Je merkt wel dat ik mij breed op mijn modelpersoon georiënteerd heb, maar tot op dit punt bleef het steeds bij het bladeren. Er zijn heel wat beroemdheden die door de brede media als nerd bestempeld wordt. Dus er zou voldoende keuze moeten zijn, zou je zeggen. Toch valt het selecteren van een geschikt figuur niet echt mee. Neem bijvoorbeeld John Francis Daley. Deze acteur heeft meteen al een streepje voor, doordat zijn personage uit Bones uit hetzelfde vakgebied komt als de organisatie waar Loek werkt (daar speelt hij namelijk een forensische onderzoeker). Onder meer om die reden heeft hij lang hoog op mijn lijstje gestaan, maar viel uiteindelijk toch af, omdat ik hem te sullig vind. Ook Dane DeHaan, die je misschien wel kent als Harry Osborn uit Spider-Man, heeft even op het lijstje van kanshebbers gestaan als het om deze verfijnde selectie gaat. Maar om één of andere reden staat zijn tronie me niet aan en bovendien wil ik Loek liever niet op een acteur baseren die vooral de badguy moet spelen. Hij is daarmee wellicht mijn meest dubieuze overweging voor deze ICT-er geweest, maar toch heeft die DeHaan wel iets waar ik Loek erg in herken. En dan hebben we Michael Cera nog, uit Juno. Hij scoorde erg hoog doordat hij uiterlijk welhaast de perfecte Loek is. Hij heeft een krullenbol, een scheef lachje dat ik mij zo bij Loek kan voorstellen, lijkt me een gezellig nerd en verder komt hij met zijn geboortejaar 1988 ook aardig bij Loek’s leeftijd in de buurt. Je zou haast zeggen, waarom niet gewoon Michael Cera dan? Nu verwacht je vast dat ik met een tegenargument kom om aan te duiden waarom ik Michael niet als modelpersoon gekozen heb. Maar dan moet ik je teleurstellen; dat tegenargument heb ik niet. Michael Cera is gewoon een goede tweede. Soms is het puur een kwestie van gevoel wat ertoe leidt dat ik uiteindelijk toch voor een ander kies.
Wel nu dan, je hebt hierboven natuurlijk allang kunnen lezen wie het wel is, maar ik zou graag nog even aandacht besteden aan een grote voor de hand liggende naam die in dit lijstje ontbreekt en niet ongenoemd mag blijven. Want waar blijft Tobey Maguire, Mr. Spider-Man, die door mij middels Tinus Icket altijd wordt aangehaald als de man van de Peter Parker-onhandigheden? Zou hij niet dé perfecte Loek de Graaf kunnen zijn? Het antwoord is even eenvoudig als simpel: Peter Parker is een figuur apart en om die reden blijft hij gereserveerd voor Tinus Icket. Hetgeen expliciet niet wil zeggen dat hij het modelpersoon van Tinus Icket is! Laat daar geen misverstand over bestaan.
Je hebt het al gelezen: mijn keuze is uiteindelijk gevallen op Mark Zuckerberg, de man die we allemaal kennen van Facebook. Met minder overeenkomsten dan Michael Cera mogelijk niet de persoon die een ander voor Loek zou kiezen, maar als nerd doet hij het voor dit lid van het GCFI toch erg goed. Hij heeft een bescheiden krullenbol, wat betreft leeftijd valt hij in de juiste categorie en daarbij Mark is ook erg intelligent. Zou hij dat niet zijn geweest dan had hij het vast niet voor elkaar gekregen om jou dagelijks met notifications, friends requests en privé berichtjes lastig te vallen. Laten we het over zijn bankrekening al helemaal maar niet hebben.
Maar er is nog iets anders wat ik vind dat Mark Zückerberg erg voor heeft op de rest: hij heeft een goede uitstraling. En daarmee is hij erg toegankelijk voor de vrouw (of vrouwen) die ik om hem zal laten vallen…!

Andere eigenschappen en bijzonderheden

Houdt van koffie. Onbekend is hoe hij het drinkt. Verder eet hij graag kippenvleugeltjes, een passie die hij deelt met zijn lunchmaatje inspecteur Bob de Winter.
Uit De rotte appel blijkt dat hij een jonger broertje heeft, die automonteur is geworden (tijdens het eindeweekgesprek over het onderwerp ’sandwichkind’. Het onderwerp doet zelfs suggereren dat hij nog tenminste één ander broertje of zusje heeft). Onbekend is of hij de oudste is.
Hij werkt veel samen met Agatha Loon op Toom, met wie hij in dezelfde vleugel van het GCFI werkt en wie hij vaak benaderd alsof zij zijn leidinggevende is. Soms gaat dat met een houding gepaard wat haast naar onderdanigheid neigt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het leeftijdsverschil tussen de twee, maar wat zeker ook een rol speelt is dat Agatha nogal kil aan doet en een heel eigenaardige manier van doen heeft waardoor het niet heel gemakkelijk is een gesprek met haar te starten of vol te houden. Meestal weet Loek de kunstmatige omgangsvorm wel te doorbreken door met nieuwe inzichten en informatie te komen waar Agatha in geïnteresseerd is.
Anders dan Agatha heeft Loek de Graaf juist wel de voorkeur zoveel mogelijk bij het plaats delict betrokken te zijn. Hij belt daarom graag met zijn collega’s uit het veld om een graantje mee te kunnen pikken van de avonturen die ze er beleven. Zo kon hij zichzelf ook even losmaken van zijn IT-baantje waarbij hij toch veel uren achter pc’s moest besteden.
Heeft kennelijk de macht om op aangeven van zijn baas Karel Riemelneel middelen in te zetten zoals een arrestatieteam (AT). In De rotte appel wordt hiernaar verwezen.
Trivia: Loek’s modelpersoon Mark Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan hebben samen een dochtertje met dezelfde naam als de 3D projectie uit Clive Cussler’s verhalen waar Nikita deels op is gebaseerd: Max.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Als ik er ooit al aan toe zal komen om een dergelijk verhaal uit te werken, dan gaan Loek de Graaf en zijn creatie Nikita de hoofdrol spelen in een soort technothriller. Een voorlopige titel die ik daarvoor heb bedacht is ‘Kennis is Macht’. Het verhaal staat ver van het soort verhalen dat jullie van me gewend zijn, die zich vaak in een steampunksetting afspelen en waar elektriciteit in de kinderschoenen staat. In ‘Kennis is Macht’ is dit wel anders: Karel Riemelneel is hier nog werkzaam voor het GCFI (*) en de toegepaste technologieën wijken weinig af van hoe we de ontwikkelingen uit onze eigen tijd kennen. Ik vermeld nooit een jaar waarin mijn verhalen zich afspelen, maar je kunt er ongeveer vanuit gaan dat de avonturen die Karel en zijn kornuiten dan beleven, zich afgespeeld zouden kunnen hebben tussen 1990 en nu. Dat is een heel breed tijdvak, dat besef ik mij heel goed. Maar dat laat wel ruimte open voor bijvoorbeeld Loek om verschillende technologische ontwikkelingen met computers nog langzaam met ons te kunnen doormaken.
In dit verhaal wordt Loek de Graaf tijdens de lopende onderzoeken opeens verliefd. Op wie hij zijn oog laat vallen, hou ik nog even geheim. Degene die hij leuk vindt, ziet hem gelukkig ook wel zitten en er ontstaat een relatie. Dit gebeurt ongeveer in dezelfde periode wanneer de plannen voor Nikita concreter worden om haar naar de 3D-printer te sturen. Wat Loek de Graaf echter niet door heeft, is dat Nikita ook een zekere vorm van gevoelens ontwikkelt en langzaam maar zeker zelfs verliefd wordt op haar schepper. Wat meespeelt in het feit dat Nikita dit lang voor zich houdt, is het gegeven dat ze zich in de vorm die ze dan heeft, nog niet kan meten met een persoon van vlees en bloed. De vrouw in Loek’s leven ziet Nikita uiteraard als een bedreiging, maar ze is in haar vroegere vorm nog niet in staat daar goed mee om te gaan. Door deze belemmering en de jaloezie die ontstaat, is ze extra gemotiveerd om ’s werelds meest geavanceerde zoekmachine te worden, om zo Loek’s aandacht op haar gevestigd te houden. De vruchten hiervan zien we terug in haar bijdrage via Loek aan het team van het GCFI, maar dat Nikita hiermee een dubbele agenda heeft weet niemand.
Dit alles verandert wanneer Nikita in een later stadium een robot wordt die haast levensecht lijkt en zich begint te uiten en te bewegen alsof ze zelf een mens is. Ook in die fase is er nog niets van haar jaloezie merkbaar, maar dat verandert zodra er het GCFI het ineens erg druk krijgt. Het aantal meldingen van ongevallen of vermeende moorden neemt in hoog tempo toe en de Tycoon Newspaper staat bol van de zaken die hieruit voortvloeien en meldingen van vermissingen. De situatie wordt zo mogelijk nog grimmiger wanneer er ook mensen binnen het GCFI verdwijnen en de spoeling om op alle zaken specialisten te kunnen inzetten almaar dunner wordt. Als vanzelfsprekend voor het team wordt nu ook Nikita zelf ingezet. Het gegeven dat ze razendsnel verbanden kan leggen komt steeds meer van pas en Nikita wordt uit veiligheidsoverwegingen daardoor ook getraind als gevechtseenheid, mocht de situatie echt uit de hand lopen.
Hoe de vork daadwerkelijk in de steel steekt weet niemand. Dat is, totdat Nikki Nancy Werth van Slachtofferhulp ook verdwijnt en Nikita zich ineens heel erg defensief gevraagd richting de vriendin van Loek. Pas op het moment dat het te laat is, beseft Loek als eerste wat er aan de hand is. Maar zodra hij daar met Karel en zijn mensen wat aan wil doen is Nikita in geen velden of wegen meer te bekennen. Op datzelfde moment duikt Nikki ineens weer op. Groot is echter de ontzetting wanneer men ontdekt dat Nikki er ineens erg ongezond getraind uitziet, haar borsten groter zijn en zich veel bloter kleedt dan men van haar gewend is. En zodra ze begint te praten, is het niet de stem van Nikki die Loek daarin herkent, maar de stem van zijn Nikita…
Extra: ‘zoekmachine’ Nikita raakt door haar verliefdheid geobsedeerd door de menselijke eigenschappen die ze als robot nooit zal kunnen bezitten. Door deze beperkingen besluit ze als robot naar mens te willen overstappen, als een soort omgekeerde cyborg…

( * = Hoezo ‘nog’? hoor ik je denken? Heb je je wel eens afgevraagd waarom er in de vertellingen over het GCFI geen steampunk voorkomt, er auto’s rijden en internet een hele normale vorm van communicatie is? De Tycoon Newspaper wordt wel eens naar gerefereerd, maar toch is er iets bijzonders aan de wereld waarom we Karel Riemelneel als hoofd van het GCFI ken niet als misdaadverslaggever kennen. Hoe dat in elkaar steekt? Daar lees je eind 2016/begin 2017 meer over…)

VZD-afleveringen waar Loek de Graaf in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Voor een nieuwe ‘Een portret van…’ gooien we het dit keer eens over een geheel andere boeg. Na jullie alweer een portret of wat op VZD-giecheltjes getrakteerd te hebben, wil ik even de focus daar vanaf halen en de beslissing van het volgende portret aan de lezers zelf laten.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen waar ik een portret over zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Tinus Icket
  2. Ed Cetera
  3. America Calista

Je merkt het al, ik heb de keuze meteen maar eens lekker moeilijk gemaakt (of juist héél makkelijk!)
Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (15-08-2016 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!

By gsorsnoi | December 31, 2015 - 3:00 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: George Enverbrander

Functie: voormalig stamhoofd. Tegenwoordig magiër, helderziende, kwakzalver en kapper.
Andere namen: Benjamin Arbier, Stamhoofd Pauklos, de magiër George, de voorzienige helderziende
Oorsprong naam:
- Benjamin Arbier: zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot zijn functie ‘barbier’, een ander woord voor kapper.
- Stamhoofd Pauklos: deze naam is ooit door de Moraelridder aan mij toegekend als variatie op mijn eigen naam.
- George Enverbrander: zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot zijn functie ‘genverbander’, een ander woord voor kwakzalver.
Modelpersoon: Johnny Depp
Eerste oer-artikel: ‘Stamhoofd Pauklos heeft een bezoek gepleegd aan ons land’
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): ‘Een Snooi 2015′
Uitspraken: “Ik ben u ook dankbaar dat ik weer deel uitmaak van deze bijzondere fantasiewereld en dat ik niet vergeten ben.” Uit ‘De Duimzuigerij‘.

Ooit had George een neusbotje

Om te weten wie George Enverbander is, moet je eigenlijk vooral weten wie zijn alterego(*) Pauklos is en hoe zijn persoontje in het domein van de Tycoon Newspaper terecht is gekomen. Lang geleden, toen de Tycoon Newspaper nog in oprichting was, ging ik veel om met een vriend die zichzelf de Moraelridder noemt (**). Deze vriend kennen we ook uit de eerste periode dat de Tycoon Newspaper pas digitaal was gegaan en waarvan sommige mensen hem vast nog wel zullen herkennen als commentator. In de tijd, lang dáár nog voor, dat ik hem leerde kennen deed ik nog aan badminton, waarbij ik geregeld een shuttle met hem heb overgeslagen. In deze memorabele periode heb ik hem, die ook wel naar de naam Patrick luistert, vaak bewonderd om zijn badmintonskills en trok daarom graag naar hem toe om de kunst te kunnen afkijken. Daarvoor betaalde ik echter wel een prijs, want hij zag het helemaal niet zitten om mij bij mijn eigen naam te noemen, maar noemde mij liever Bertus. De reden? Zijn broer heeft dezelfde voornaam als ikzelf. Dus dat wekte kennelijk een zekere verwarring bij hem op. Het zal in elk geval niet zijn geweest omdat hij niet met zijn broer geassocieerd wilde worden; de broers konden het immers goed vinden met elkaar. Maar om nou Bertus genoemd te worden, dat zag ik eerlijk gezegd zelf niet helemaal zitten. Dus dat heb ik bij hem aangegeven, waarop hij mij voortaan met Pauklos ging begroeten. Een naam die me veel beter beviel.
Dit ging zo een tijdje door en op een leuke manier. Ik stoorde mij niet echt aan die nieuwe naam. Het prikkelde mij zelfs om vanaf dat moment zelf eigen andere namen te gaan verzinnen. En dat gaf precies de juiste voedingsbodem om mijn ideeën voor de Tycoon Newspaper langzaam handen en voeten te geven. Gsorsnoi ontstond en ook kleurrijke figuren als Karel Riemelneel, Achmed Liën, Rina Oddel en Tinus Icket werden voor het eerst leven in geblazen, alsook de geurrijke figuur Kornelis Oflook. Maar Pauklos, als we het chronologisch even goed beschouwen, was er eigenlijk als eerste.
Toch, als het bij die andere aanspreeknaam was gebleven, dan had er nog altijd geen echt apart karakter Pauklos geboren geworden. Pauklos, zoals we het stamhoofd met z’n neusbotje vooral kennen, kreeg pas echt een beetje een eigen identiteit doordat andere vrienden van mij invulling aan hem gingen geven. Zodra ik door de Moraelridder met Pauklos werd aangeschreven, riep dat bij deze andere vrienden een bepaald beeld op. Kennelijk zagen zij dan een soort bosjesmens voor zich met de bekende neusversiering als extra uiterlijk kenmerk. Het duurde nog zeker tot mijn eigen verjaardag rondom de eeuwwisseling dat Pauklos ook echt een gezicht kreeg. Mijn vrienden Willem en Esther destijds lieten zich van hun meest creatieve kant zien, door een complete bloemlezing te schrijven met allemaal schertsende artikelen, gelijk aan hoe we de Tycoon Newspaper nu ook nog kennen, bedoeld als verjaardagscadeau. Een aantal exemplaren van die krant liggen nog steeds ergens opgeslagen in de Archieven van de Tycoon Newspaper (in de TN-wereld is dit op de bovenste verdieping van het redactiegebouw in de bibliotheek; bij mij thuis is dat gewoon op zolder tussen de folders ‘SVB’ en ‘Univé’). Pauklos werd daarin voor het eerst in opgenomen in een artikel met de titel ‘Stamhoofd Pauklos heeft een bezoek gepleegd aan ons land’. In 2016 zal ik deze wel een keer online zetten. Mijn ‘eerste’ alterego – die ik dus niet eens zelf verzonnen heb – liet zich voor het eerst in zijn berenvel echt aan ons zien en bracht dus, zoals de titel van het stuk al aangeeft, een kort bezoekje aan Nederland. In dit portret zal ik niet te veel over de inhoud van dat verhaal verklappen, aangezien ik het later toch nog zal plaatsen, maar dat er hier vooral wordt ingespeeld op het cultuurverschil tussen de in Ouagadougou verblijvende bosjesmens en de nuchtere Nederlandse vastgoedmagnaten W.Kwak en R.Raat dat komt er duidelijk uit naar voren.
Na deze prachtige publicatie is het snel stilgevallen voor wat betreft de avonturen van stamhoofd Pauklos. Alles wat er vanaf dat moment werd geschreven en in de Tycoon Newspaper terecht kwam concentreerde zich vooral rondom de andere TN-personages. Pauklos verdween naar de achtergrond en met hem Victor Anished, waarbij de laatste toch echt uit mijn eigen hoge hoed is voortgekomen. Hoe dat qua verwikkelingen precies in elkaar zit, daar zal onder andere bepaalde passages van de ‘Gekalibreerde gedrochten’ jullie meer over duidelijk maken. Ik zal jullie dan ook verklappen of er überhaupt een connectie bestaat tussen Victors miraculeuze verdwijning en de plotselinge afwezigheid van Pauklos. Maar dat die twee samen in ongeveer dezelfde periode het toneel hebben verlaten, dat mag wel opvallend worden genoemd.
Het was ook om die reden dat het me wel aardig leek om een keer een artikeltje op te vissen uit de Tycoon Newspaper Archieven dat ooit door Victor geschreven werd: Victor Anished (1): Krabbeltje over koning Pauklos Al vertelt hij daarin eigenlijk alleen maar dat stamhoofd Pauklos na zijn bezoek aan Nederland verder reist door Europa en later ook Noorwegen zal aandoen. Dat hier specifiek Noorwegen wordt genoemd, komt niet helemaal uit de lucht vallen; ik koester al langer een wens om dat land te bezoeken.
Daarna is er niets meer over deze twee kornuiten verschenen (behoudens een verwijzing naar het stamhoofd vanuit het anagrammenspel in de editie ‘Aardbei Prikt Tong‘).

( * = of het al niet erg genoeg is dat ik zelf vrachtladingen alterego’s heb. Misschien kan ik beter zeggen: zijn vorige persoonlijkheid)
( ** = beter bekend als Patrick Paulszoon Goodefroot van Berghesteyn Swaevelhooffen Koschter, moraelridder van Velschen tot Bloemendael, curator van de thermo-nucleaire, semi-biologisch getransmuteerde klonen van troetelbeertjes in diens lab in Capelle a/d IJssel)

Graaf Schaurig blies Pauklos nieuw leven in

Aangezien het vrijwel ondenkbaar is dat TN-personages gewoonweg uit het rijk der verbeelding verdwijnen, had ik eind 2014 ineens het idee opgevat om Pauklos weer eens onder het stof vandaan te trekken. Ik was immers hetzelfde van plan met Victor Anished. Maar voor Victor had ik al heel veel langer ideeën op de plank liggen en ben voor hem echt een grote ‘comeback’ (***) aan het voorbereiden. Je zult de twee boeken van de Gekalibreerde gedrochten in z’n geheel moeten uitlezen wil je alles over hem te weten komen. Voor Pauklos was dit plan veel minder concreet. Pauklos was wat dat betreft een beetje een speciaaltje. Natuurlijk dacht ik tijdens het verzinnen van de verschillende TN-verhaallijnen al wel eens vaker aan hem, maar ik had eigenlijk nooit een goed omlijnd beeld van hoe ik hem in mijn wereldje terug op het toneel zou krijgen. Natuurlijk kon ik altijd Tinus een keer op reis sturen en hem wilde avonturen laten beleven in Afrika, zodat hij stamhoofd Pauklos kon ontmoeten, maar dat ging me toch ergens wel wat erg ver. De kans dat dit onnodig veel nieuwe verhaallijnen zou opleveren die ver van de vertrouwde TN-wereld zouden komen te staan, was daarmee ook best reëel. Dus worstelde ik daar wat mee. Ik had zelfs al een paar keer voor mezelf besloten, begraaf die Pauklos nu gewoon maar, met dat karakter valt toch niet veel te doen.
Dat was totdat ik op een decembernacht ineens in mijn slaap werd overvallen door één van mijn vele inspiratiedromen. Daarin droomde ik dat ik mij in mijn eigen hersenkamer bevond, alwaar ik oog in oog stond met de door mijzelf gecreëerde graaf Schaurig. Dit was niet heel verwonderlijk, want voor het slapen gaan zat ik voor de voltooing van het Navelpad Mysterie nog te mijmeren over zijn ontstaansgeschiedenis, zodat hij zich via die gedachte in mijn droom heeft kunnen manifesteren. Het meest gehate karakter uit mijn TN-wereld was er middels een list in geslaagd om het redactiegebouw binnen te dringen en had daarbij wat hulp gekregen van een vrouwelijk personage die ik als actrice uit een zekere televisieserie ken (een week ervoor had ik haar eens gegoogled omdat ze in een nieuwe film zal spelen). Nu is het met dromen al niet erg ongewoon dat er verschillende realiteiten met elkaar vermengd raken en dat ze samen een gemixt beeld op het netvlies kunnen opleveren, maar deze bijzondere samenstelling van gedachten bracht mij na het ontwaken toch ineens op een lumineus idee: niet Ignatz en zijn vrouwelijk compagnon, maar stamhoofd Pauklos krijgt de uitzonderlijke kans om zijn schepper te ontmoeten.
Zo kwam het dus dat ik daarmee ook een spontane invulling kon geven aan het begrip ‘De Duimzuigerij‘. Ik heb mij de Duimzuigerij altijd al een beetje voorgesteld als mijn eigen hersenkamer, maar vooral ook als een soort groot geheim vertrek in het redactiegebouw van de Tycoon Newspaper waar je niet zomaar kunt binnentreden. Het is een ruimte zonder vaste elementen en waarin het volume en de indeling sterk kan variëren. Mijn inspiratie en eigen wensen bepalen hoe dit vertrek van moment tot moment zijn invulling krijgt. Ik zal later wel eens meer over deze speciale afdeling vertellen.
Voor de gelegenheid van de terugkeer van Pauklos bedacht ik dat het wel leuk zo zijn om hem in ‘mijn eigen kantoor’ te ontvangen. Zodoende creëerde ik een speciale entree voor dit vergeten figuur en plande ik een ontmoeting met hem in mijn bovenkamer. Alleen receptioniste Stefanie Gotch was geïnformeerd over deze afspraak, terwijl andere TN-personages juiste helemaal van niets mochten weten. Voor mijn bezoeker, die toen al naar zijn nieuwe naam George luisterde, was alleen al de komst naar mijn kantoor voor hem een spannende belevenis. Hij beschouwde het als een enorme eer en had er bovendien vrees voor dat Rina Oddel in het bijzonder zijn aanwezigheid zou opmerken. Want ondertussen had hij al begrepen dat Rina, na haar bezoek aan zijn ‘glazen bol’-praktijken (zie ‘Een Snooi 2015‘ ), ondertussen al begon aan te voelen dat er iets niet in de haak was. Gelukkig had ik er daarom voor gezorgd dat hij onze roddeltante onderweg niet zou tegenkomen en had ik ook voor de andere reporters iets bedacht waardoor George ongezien kon binnensluipen.
Het schiet z’n doel een beetje voorbij om het hele plot van het Duimzuigerij-artikel hier nu meteen in dit portret mee te nemen, maar er zijn toch een aantal elementen in die vertelling die ik even moet benoemen om meer over Pauklos/George (en verderop Benjamin) duidelijk te maken. Zoals de transformatie van stamhoofd Pauklos naar George Enverbrander. Gaandeweg in de vertelling komen steeds meer te weten over de ‘hebbelijkheden’ van George Enverbrander en we leren ook steeds meer over zijn uiterlijk. Het onvoorzichtig omspringen met de Wisseljaarbeker van de Quiz van de Maand is één voorbeeld van zijn gekunsteldheden. Een oplettend lezer die een beetje bekend is met de acteurs uit de filmwereld moet op dit punt al heel gauw de acteur Johnny Depp hebben herkend, de modelpersoon waar George en Pauklos dus op gebaseerd zijn. En net zoals je tijdens het selecteren van een aardig bioscoopflimpje al moeilijk om Johnny Depp heen kunt – of je hem nu leuk vindt of niet – geldt datzelfde een beetje voor onze George. Je merkt dit aan zijn typische manier van bewegen en reageren op bepaalde situaties, alsook zijn gespeelde ongemakkelijke gedrag. Pas veel later in het verhaal volgt de grote onthulling dat de bezoeker in wie we inmiddels George Enverbrander hebben herkend al die tijd ons stamhoofd Pauklos blijkt te zijn.
Nu is ‘De Duimzuigerij‘ al een verhaal op zich waar volgens BoB “[...]heel wat lijntjes uit het TN-universum bij elkaar komen[...]“, het is ook een vertelling dat bol staat van Snooise en niet-Snooise verwijzingen en symboliek (denk aan het beeldje van de pad waar de schepper z’n hand op legt). Op enig moment reageert George Enverbrander nederig dankbaar met de volgende uitspraak richting zijn geestelijk vader:
“Ik ben u ook dankbaar dat ik weer deel uitmaak van deze bijzondere fantasiewereld en dat ik niet vergeten ben.”
Je zou dit kunnen lezen als woorden die door Pauklos als onvoltooid karakter worden uitgesproken en daarmee te kennen geeft dat hij blij is dat hij als hele oude schets toch niet naar de prullenbak is verwezen, maar een nieuwe kans krijgt na een metamorfose weer in het TN-universum te worden opgenomen. De Grote Naamloze wist direct waar George Enverbrander op doelde. Het zegt heel veel over de totstandkoming van dit personage en het ‘tweede hands karakter’ dat hij door zijn transformatie geworden is.
Als toegift – toch maar even een spoiler – ontdekken we tegen het einde van ‘De Duimzuigerij‘ dat we nog ineens met nóg een plottwist te maken hebben; degene naar wie we steeds als ’schepper’ en ‘geestelijk vader’ hebben verwezen, blijkt ineens de duistere graaf Schaurig te zijn! Want, om deze überslechterik toch wat credits te geven voor het aandragen van inspiratie, besloot ik op het allerlaatste moment dat het mij wel aardig leek om de vertelling toch nog een beetje te laten lijken op de droom die ik had gehad. En omdat hij toen ook een vrouwelijke metgezel met zich meebracht, had ik meteen iemand gevonden waar ik de naam Charlene Latan aan kon toekennen (dit besloot ik pas tijdens het schrijven nádat ik George vorige identiteit als stamhoofd Pauklos al had onthuld!). Een beter passende naam had ik haast niet kunnen verzinnen voor deze wulpse slang (****).
Spijt heb ik niet gehad van deze plottwist, want tijdens het schrijven naar Pauklos’ onthulling was ikzelf gewoon de schepper. Pas toen George de scenario’s van de Tycoon Newspaper-verhalen mocht inkijken kwam de ingeving dat het wel leuk zou zijn als de schepper door graaf Schaurig gespeeld zou worden. Deze verandering van gedachte kun je nog heel duidelijk terugvinden doordat ik de schepper ineens wat geïrriteerd laat reageren op George’ vraag over het Navelpad Mysterie of er nog plannen zijn om dat werk te voltooien. De ’schepper’ reageert daarop kortaf dat dat nog te bezien valt en gebied George om door te lopen naar de andere tafel. Uiteraard reageerde de schepper zo, omdat het Navelpad Mysterie een verhaal is dat graaf Schaurig graag wil vergeten.
Interessant: eigenlijk verklap ik hiermee dat de afloop van het Navelpad Mysterie kennelijk niet in het voordeel zal uitvallen voor de graaf. Weten we dat ook alvast.

( *** = het is maar hoe je een nieuwe blik in het verleden interpreteert)
( **** = evenals het later toegevoegde nieuwe personage Ed Cetera zal ook Charlene Latan later een eigen portret krijgen en zal ik onthullen wie hun modelpersonen zijn. Ik speel met de gedachte dat Charlene nog een klein rolletje zal vervullen in de Gekalibreerde gedrochten, met een verhaal over weerwolven. En mochten we George nog gaan terugzien, dan ligt het voor de hand dat zij zijn tegenspeelster gaat worden.)

De paarse bonen-saga

George Enverbrander is dus, zoals je hierboven hebt kunnen lezen, nogal een karakter met een lange ontstaansgeschiedenis. Desondanks zou ik George toch willen omschrijven als een figuur dat ‘er gewoon ineens was’. Want zo heb ik die droom met graaf Schaurig en Charlene Latan en hem als voortvloeisel ervan vooral ervaren. En daarbij is zijn naam ook pas verzonnen toen deze nachtvoorstelling zich aan mij opdrong. Veel personages zijn (zeer) geleidelijk ontstaan, maar George stond gewoon van het ene op het andere moment in het midden van mijn denkraam.
Het is een beeld dat erg goed bij zijn eigenaardigheden past. George heeft namelijk iets wat we bij de andere TN-personages nog niet echt zijn tegengekomen. Hij is rebels en speelt ongewild de onruststoker, iets wat heel duidelijk terugkomt in ‘De paarse bonen-saga’, een serie van verhalende artikelen dat met zijn komst heel het Rijk van WSNOI z’n greep hield. Koffiebonen waren van de ene op de andere nacht in het gehele land ineens spontaan verdwenen en Lesley Spandabato werd samen met een aantal andere figuren ingeschakeld om een klopjacht te houden op de zogenaamde koffiedief, die, zo bleek veel later, George Enverbrander bleek te zijn. Nog nooit heeft een TN-personage zó enorm huisgehouden in het dagelijkse leven van het Rijk van WSNOI. Hiermee is het ontregelen van de ons zo vertrouwde vaste gewoonte en opvallende eigenschap van hem. En wist je trouwens dat hij met dit portret ook de plek heeft ingepikt van Loek de Hond? Want die zou ik nu eigenlijk hebben geschreven.
Het bevestigt alleen nog maar meer hetgeen wat ik jullie nu wil gaan vertellen. Om nog even terug te grijpen naar ‘De Duimzuigerij‘, daarin heb ik de rol van graaf Schaurig vooral als een soort metafoor willen gebruiken om de suggestie te wekken dat kwade gedachten bezit van mij namen, zodat George zijn geruchten kon verspreiden en het land in onzekerheid liet verkeren. Mensen werden ziek, de ziekte de bazelen brak uit, er vielen doden en daarmee stond het dagelijkse Snooise leven ineens volledig op z’n kop. Op WSNOI kreeg je vanaf 1 april van dit jaar ineens te maken met een onvoorspelbare nieuwe boon en liep je na het begraven ervan de kans gebeten te worden door een paarse bonen-kever. We hebben het natuurlijk over de paarse springboon, de eigenwijze variant op de toch al moeilijk onder bedwang te houden rode springboon. Het zijn allemaal ideeën die zich zomaar vanuit het niets aan mij op hebben gedrongen en daarmee opnieuw perfect passen bij het zonderlinge figuur dat George Enverbrander is, een man die kennelijk helemaal van ‘Gsor los is’.
En zijn macht reikt enorm ver, want dit fictieve karakter heeft het zelfs gepresenteerd om een werkelijk bestaand persoon bijna te kelen. Ik heb het natuurlijk over Romeo Mazzei, die het in de gedaante van zijn alter ego Retroman met hem aan te stok krijgt zodra hij nietsvermoedend een bezoekje brengt aan de kapper.
Toch hangt er iets mysterieus zachtaardigs om George heen, waardoor ik hem niet zomaar meteen in het hokje ‘goeierik’ of ’slechterik’ heb willen plaatsen. George acteert namelijk – vooral in zijn eigen beleving – volgens de genade van zijn schepper. En hij danst daarmee ook naar diezelfde pijpen. Want, zoals ook in de ‘De Duimzuigerij‘ valt na te lezen, is George feitelijk een marionet van een groot en machtig man voor wie hij veel respect heeft. Dat hij naar de wereld de indruk wekt dat hij zelf de touwtjes van alles en iedereen in handen heeft, is dus ook slechts gespeeld. Hij heeft dus pit en is in het publieke optreden amicaal en brutaal, maar naar zijn opdrachtgever (waarvan hij denkt dat dit zijn geestelijk vader is) is hij uiterst onderdanig. Niet zoals de hielenlikker Jochem A. Knikker (de lakei van de BoBfather), maar niettemin erg volgzaam. Hierdoor voorzie ik in George een personage waar we ongetwijfeld nog wel eens van zullen horen, zelfs nu hij in zijn woonwagen de stad is uitgevlucht (zie ‘Retroman gaat naar de kapper‘). En dan heb je kans dat hij evenals zij kompaan Joost Stunner weer als huurling zal optreden en het hem niet zal uitmaken of zijn rol voor de goede zaak zal worden ingezet of opnieuw voor het kwade.

Modelpersoon was zelfs de Dalai Lama van Uitgeest (en Kernfusiekapper)

Dan keren we nog even terug naar Johnny Depp, het modelpersonage waar ditmaal niet alleen het uiterlijk maar ook veel van George’ gedragingen op gebaseerd zijn. Je hebt het haast niet kunnen missen: waar ik normaal nogal wat mysterieus blijf over wie het modelpersonage van mijn alter ego’s toch zouden kunnen zijn, lag dat er bij George Enverbrander dit keer wel erg dik bovenop. Met name in het Duimzuigerij-artikel, maar zeker ook in enkele artikelen uit in de rest van ‘De paarse bonen-saga’ kun je keer op keer Johnny Depp ontdekken in die eigenaardige trekjes van dit nieuwe kleurrijke figuur.
Wist je trouwens dat we George Enverbrander zelfs al vóór zijn glazen bollen-actie en ‘De paarse bonen-saga’ ook al eens hebben gezien? Wel, sla er dan deze vacature maar eens op na: ‘Dalai Lama van Uitgeest‘.
Degene die daar met z’n giecheltje op de foto boven het artikel hangt, lijkt toch wel verdacht veel op Johnny Depp, nietwaar? En dat is hem natuurlijk ook. Kennelijk heeft de toen nog Pauklos geheten magiër zijn knappe koppie al eens geleend voor de schrijfsels van onze rechercheur Karel. En dan moet je echt Karel Riemelneel heten om dan niet eens het stamhoofd te herkennen in die prehistorische gelaatsbeschilderingen waar Pauklos zich mee dacht onherkenbaar te maken.
De keuze om Johnny Depp het modelpersoon voor George te laten zijn gebeurde net zo automatisch als dat het feitelijk ook gewoon erg voor de hand lag. Johnny Depp is namelijk een erg veelzijdig acteur, zodat zijn kameleon-achtige eigenschappen eenvoudig op George’ gevarieerde carrière toe te passen waren. De gekunstelde manier van bewegen, zijn verfijnde manier van op situaties inspelen, zijn sublieme wijze van onschendbaar lijken, alsook de theatrale uitspattingen. Het past allemaal perfect bij hoe ik George meteen voor ogen had. En zeg nu zelf, wie zou nou er beter een rol kunnen bekleden van een magiër, een helderziende, een kwakzalver of een kapper? Johnny Depp speelde al deze rollen zelf al eens in enkele van zijn talloze films. Ook de Gekke Hoedenmaker, waarin ik in ‘De Duimzuigerij‘ naar verwijs door ‘die hoed toch maar weg te laten’, bevestigde het vermoeden keer op keer dat George Enverbrander Johnny Depp wel móest zijn.
Oorspronkelijk en hoofdzakelijk bedoeld als een extraatje, voegde ik daar op het laatste nog een verstevigende factor aan toe. Want in het slotartikel van ‘De paarse bonen-saga‘, ‘Retroman gaat naar de kapper‘, werk ik toe naar een ultieme cliffhanger, maar laat jullie daarmee ook kennis maken van een achtergrond van nog vóór George Pauklos was. Ben ik nog te volgen? Net zoals met enkele verhaallijnen in het TN-universum verzin ik het uiteindelijke plot soms nog terwijl ik aan de helft ervan aan het schrijven ben. Datzelfde gold ook voor ‘De paarse bonen-saga’, zodat ik pas halverwege die saga besloot een bezoek aan de kapper voor Retroman in te plannen. En aangezien Johnny Depp toch al zo prominent in mijn hoofd aanwezig was, besloot ik dat het Sweeny Todd-verhaal zich eigenlijk wel erg goed leende voor het voltooien van her personage George Enverbrander.
Zo leren we uiteindelijk dat George oorspronkelijk eigenlijk Benjamin Arbier heette en de overstap naar stamhoofd Pauklos niet zijn eerste transformatie was…

Overige wetenswaardigheden over George Enverbrander

  • George kent de inhoud van de boekwerken uit de Tycoon Newspaper en heeft daardoor de meeste kennis over het wel en wee van het TN-universum. Hiermee fungeert hij in zijn rol als helderziende als een soort alwetende verteller. Wat er in het Tycoon Newspaper-jaar 2015 stond te gebeuren wist hij om die reden aardig goed te voorspellen.
  • George komt in ‘De Duimzuigerij‘ te weten dat al de herinneringen die hij en zijn collega’s hebben door de Grote Naamloze aan de TN-verslaggevers zijn toebedeeld. Herinneringen die niet voor verhaallijnen interessant zijn bezitten zij niet. Hiermee beseft George dat hij en de andere TN-personages fictieve karakters zijn.
  • George is er vooralsnog niet van overtuigd dat hij magische krachten zou bezitten en/of hoe hij deze eventuele krachten moet aanspreken. Daardoor gelooft hij niet in zichzelf als volwaardig magiër en vult deze rol daarom zolang in alsof hij een soort Wizard of Oz is (neptovenaar red.). Dit laat de ruimte open om hem in toekomstige verhaallijnen te laten ontdekken of hij inderdaad over bijzondere magische krachten zou bezitten, hoe hij daar aan is gekomen en wat hij ermee kan. Toch lijkt het er in ‘De Duimzuigerij‘ op dat hij onbewust reeds magische krachten toepast. Dit uit zich doordat hij bij het inkijken van de onvoltooide werken in een oogwenk veel informatie tot zich weet te nemen. Of zou hij dit zo bovenmenselijk snel kunnen doordat hij toch al in een ruimte aanwezig was waar toch al zoveel magie vanuit gaat?
  • “Fantasiewerelden bestaan bij de gratie dat we ze kunnen verzinnen”, was een zin die in de aantekeningen van de Grote Naamloze stond die George Enverbrander ook had moeten meekrijgen. Maar aangezien graaf Schaurig de positie had ingenomen van de Grote Naamloze, heeft de graaf verzuimd George Enverbrander daar wat mee te laten doen. Voor de oplettende lezer: dit is de openingszin van de Gekalibreerde gedrochten(*****)…
  • Het is stamhoofd Pauklos die zich ritueel vermaakt met het tromgeroffel op de navels van zijn dorpsleden om de verveling te verdrijven. Zie ‘Aardbei Prikt Tong‘.
  • Reageert nonchalant en afwezig (doet net of ie gek is) op betoog van Retroman zodra Retroman onthult hoe George Enverbander Gohes City maandenlang in z’n greep hield
  • Is dus kennelijk helemaal niet uit Gohes City ontsnapt, maar meteen teruggekeerd als de demonische kapper Benjamin Arbier.
  • Drinkt zijn koffie zwart. Zie ‘Retroman gaat naar de kapper
  • Retroman herkende in Benjamin Arbier een Jatmos, omdat Jatmozen gitzwart haar hebben en een bleke huid. Benjamin stribbelt echter tegen en ontkend zijn afkomst, uit vrees herkend te zullen worden. Hij verklaart dat zijn uiterlijk vanuit zijn familie komt en zelfs zo bruin was dat hij in Afrika heeft gevraagd aan een medicijnman om zijn hun te bleken. Alleen is die medicijnman daar zo ver in doorgeschoten dat hij nu zo overdreven bleek ziet. Dat bleken van de medicijnman is natuurlijk een verwijzing naar mijn idool Michael Jackson die aan Vertiligo leed (huidziekte) en met de medicijnman bedoelde Benjamin Arbier zichzelf toen hij destijds zijn nieuwe identiteit van stamhoofd Pauklos had aangenomen. Iemand heeft mij ooit eens geleerd dat als je toch moet liegen, dat je dan altijd moet zorgen dat je dichtbij de waarheid blijft. Wel, dat kan George Enverbrander als geen ander.
  • George is geen fan van de Tycoon Newspaper, in ‘Retroman gaat naar de kapper‘  noemt hij de TN een ‘onnozel onzinnige feitenkrantje’.
  • Doordat George Enverbrander als Benjamin Arbier geboren is in Jatmos, maakt dit hem een uitgelezen tegenspeler van Warwinkelaar Kerbert Rent, aangezien inwoners van Warwinkel geen beste relatie hebben met het naburige Jatmos.
  • Afijn, George Enverbrander is dus naast magiër, helderziende en kwakzalver ook stamhoofd Pauklos en kapper Benjamin Arbier. Mis ik dan nog iemand?
    Nee?
    …Niemand?
    ;-)

( ***** = daarin is ‘fantasiewerelden’ alleen vervangen in ‘dimensies’.)

TN-artikelen waar George Enverbrander in voorkomt (of aan gerelateerd is):

Een Snooi 2015
De Duimzuigerij
Lesley lost ‘t op (2): De koffiediefstal
Uitbraak bazelen (Morbus Aprilis)
Bazelenepidemie zet door
Het Enverbrander Wondermiddel
Tip uit Het Theehuis
Retroman gaat naar de kapper
Tezamen vormen deze artikelen ‘de Paarse bonen saga’.

De volgende keer gaan we weer verder met de VZD-portretten. Dan behandelen we eindelijk het portret van: Loek de Hond

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | September 29, 2015 - 9:17 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Koen Voet.

Functie: Forensisch sporenonderzoeker gespecialiseerd op inbraken, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Geen
Oorsprong naam: Zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot een voorwerp dat duidelijk iets met zijn functie te maken heeft: koe(n)voet.
Modelpersoon: Gers Pardoel.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam):VZD (4): Triest bericht‘.
Uitspraken: op de vraag van Jolien van Biesheuvel komt Koen in ‘VZD (4): Triest bericht‘ na sporenonderzoek tot de conclusie: “Inderdaad inspecteur, diegene die de E 2.400,- heeft buit gemaakt was in het bezit van de sleutel van het huis.” & in ‘VZD (6): Verrassing!‘: “Welnee inspecteur,” reageerde Koen op het dakterras en hield een roestige kandelaar omhoog, “het was vast Kolonel Mustard met een kandelaar!” – dit zei hij als reactie op Karels verzoek dat de heren geen spelletje maakten van hun werk.

Op gelijke voet met Karel

Koen Voet maakt onderdeel uit van de paar essentiële personages uit de detectivereeks VZD. Met zijn eerste optreden in ‘VZD (4): Triest bericht‘ gaf hij invulling aan de behoefte die zomaar een keer spontaan ontstond toen – zoals je hierboven kunt lezen – inspecteur Jolien van Biesheuvel wilde weten of er bij de familie Ten Dam was ingebroken. De detectiveserie was zich in die tijd nog grotendeels aan het ontwikkelen, hetgeen ook wel bleek uit de spelregels die in diezelfde vierde aflevering pas echt vorm begonnen te krijgen. Ditzelfde gold voor het minimale setje forensisch onderzoekers, waar het team waar Karel geregeld mee op pad trok, tenminste uit zou moeten bestaan. Het hebben van een inbraakspecialist was een onvermijdelijk gegeven waar we vroeg of laat tegenaan zouden lopen (zie ook ‘Een portret van… Lesley Spandabato‘). Koen Voet was hierop vanzelfsprekend het antwoord. Zijn naam, zoals gebruikelijk bewust wat flauw gekozen, bleek een geniale vondst; iedereen wist direct wie hij was en vooral wat hij kwam doen. En dan te bedenken dat de opdracht waarvoor hij helemaal naar de plattelandsgronden buiten Gohes City kwam afreizen, tot het resultaat leidde dat er helemaal niet eens wàs ingebroken. Ik herinner me nog dat ik Koen toen even snel verzon en hem een korte alinea gaf om niet te veel van de rode draad van het toen lopende onderzoek af te willen wijken. Inbraak, of iets wat daar op lijkt, was helemaal niet aan de orde. Dat was meteen ook de reden waarom ik Koen in datzelfde verhaal niet meer aan bod liet komen en hij pas weer in VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ een nieuw optreden deed. Opmerkelijk genoeg bleek ik Koen eigenlijk al eerder nodig te hebben gehad, in één VZD-aflevering eerder: ‘VZD (3): De koprol‘. In dat onderzoek werd er namelijk over een kluis gerept en of daar eventueel sportfondsen uit ontvreemd zouden zijn. Mocht hij toen al dienst hebben gehad, dan had hij ook toen tot een weinig spannend te noemen ontdekking gekomen: de kluis was leeg en lag onder het stof.
De totstandkoming van het personage Koen Voet is daarom goed te vergelijken met zijn werkgever Karel Riemelneel; beide verschenen pas een verhaal of artikel later dan eigenlijk logisch was (Karel Riemelneel had oerartikel Bewaking Kwak & Go vat vlam na bomaanslag wat genre betreft beter kunnen schrijven dan Tinus Icket, red.).

Onwrikbaar element

Eenmaal thuis in de detectiveserie werd Koen ook meteen een terugkerend personage waar je van op aan kon. Vanaf de 4e aflevering tot en met zaak nummer 10 werd iedere keer wel even zijn hulp ingeroepen. Het begon natuurlijk met ‘VZD (4): Triest bericht‘ waarin hij constateerde dat er geen deur was geforceerd en ook bij de kozijnen van huize Ten Dam geen sporen van braak gevonden konden worden. Zo concludeerde hij dat degene die de E 2.400,- buit had gemaakt in bezit moest zijn geweest van de sleutel van het huis. In VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ bevonden wij ons ineens terug in de tijd en hield hij zich bezig met zandzakken. Hij ontdekte dat in één ervan een juwelenkistje zat verstopt, een cruciale aanwijzing die ons uiteindelijk bewust op het verkeerde spoor zette. Tijdens de speurtocht naar aanwijzingen in ‘VZD (6): Verrassing!‘ was hij vooral in de tuin te vinden en later ook op het dakterras, waar hij naar Karel een geestige opmerking maakte over Kolonel Mustard (zie ‘Uitspraken’ hierboven). Hij was het die de ontdekking deed dat er een raam naar binnen toe was gebroken, terwijl het slachtoffer buiten in de tuin lag. Dit zette ons even voor raadsels, maar werd uiteindelijk toch een passende verklaring voor gevonden. Ook in ‘VZD (9) SPECIAL: The Last Angel‘ bleek Koen weer even niet naar zijn specialisme toe hoeven handelen; hij zou Karel vrijkopen uit het gevang, waarvoor hij helemaal naar de Filippijnen was komen vliegen, maar iemand anders bleek hem al voor te zijn geweest. Helemaal aan het einde van deze spannende zedenzaak was er ineens een lolbroek die de werkelijk absurde suggestie deed dat ons slachtoffer mogelijk wel eens kon zijn ‘dood geswaffeld’. Koen en Karel pikte die suggestie op een creatieve manier op om erachter te komen of de daders daadwerkelijk hun geslachtsdelen in de aanslag hadden gehad. Hetgeen gelukkig niet het geval bleek (althans niet voor de doodsoorzaak). In die aflevering verleende Koen het duo ook de toegang tot een garage door in een metalen bakje even naar een sleutel te voelen. Dit stelde mij als schrijver nog even in gelegenheid om alvast een aparte eigenschap aan Koen toe te dichten; namelijk dat hij zich soms als wijsneus opstelt (waar Karel zich aan irriteert), maar wat er over het algemeen wel voor zorgt dater schot in de zaak komt. Dat gegeven wordt namelijk tijdens dat zoeken naar een sleutel door Karel even aangehaald.
Met het aanbreken van de 10e editie van de VZD gebeurde er veel meer wat binnen het expertisegebied van Koen valt. Wat voor Koen begon met de vondst van een man die erg akelig door een dakkapel van een trap naar beneden was gevallen. Bij het schrijven van de ‘aantekeningen’ rondom deze zaak (er gebeurde zoveel in deze ene detective dat het wenselijk was er even een samenvatting van op papier te zetten) werd even kort uit de doeken gedaan wat Koen’s inbreng ongeveer nog meer in het verhaal was:
Koen Voet stuitte op twee lijken bij het brengen van een huisbezoek aan het familieadres van Roger Roerling. In de woonkamer vond hij het ontzielde lichaam van Roger’s vrouw Olivia. Zijn zoon Jericho was er zo slecht aan toe dat een reanimatiepoging niets meer uithaalde. Hierop heeft Karel Koen naar huis moeten sturen, zoals de CGFI-regels voorschrijven. Hij was emotioneel te zwaar aangeslagen om het verlof niet te accepteren. Niet eerder dan dinsdag werd hij vervolgens weer op kantoor verwacht. Maar zolang zouden de verwikkelingen niet duren, zodat dit ook meteen zijn voorlopige laatste optreden in de serie was. Over de specifieke rol die hij in die 10e aflevering had valt veel te zeggen, maar leuker is om het bewuste fragment er nog eens een keertje op na te lezen, dat onderaan dit artikel terug te vinden is. Een ander leuk onderdeel is hoe er in diezelfde zaak nog eens wordt teruggekomen op de bijzondere samenstelling van zijn naam. Dat is het andere fragment wat je hieronder leest.
Vanaf het moment dat de 10e VZD even een voorlopig einde aankondigde op de detectiveserie, leek het ook gedaan met het optreden van onze helden. Maar gelukkig vult Lesley Spandabato dat gat soms op door even een van Mickey Mouse afgekeken Lesley lost ‘t op te produceren. En in de tweede editie, die over gestolen koffiebonen ging, rent Koen op enig moment met Lesley nog even achter een ontsnapte paarse springboon aan, zodat deze miniversie van de detective serie toch oplevert dat we deze VZD-personages af en toe nog eens terugzien.

Toffe gast

Koen is één van de jongere medewerkers bij het GCFI. Hij is, zoals vele collega’s hem zullen omschrijven, een nogal ‘vlotte jongen’. Ik zie hem graag als een handig figuur die, in tegenstelling tot het aantal klunzen dat het Rijk van WSNOI ondertussen telt, z’n hand niet omdraait voor een vuil of lastig klusje. Om die reden is het eigenlijk ook wel praktisch dat ik hem steeds in bepaalde scenes bij bepaalde zaken inzet, waarvan je wellicht zou denken dat je niet per se een inbraakspecialist hoeft te wezen om aan een dergelijke taak invulling te kunnen geven. Het vlotte aan hem zien we ook terug in de omgang die hij heeft met zijn collega’s. Aan het begin van de zaak ‘De rotte appel‘ bijvoorbeeld vraagt hij nogal ongenuanceerd aan Lesley “Woh, heb je die borsten gezien man?” waarmee hij verwijst naar het imposante voorkomen van hun nieuwe collega America Calista. Aan de ene kant geeft dit aan dat hij het kennelijk goed kan vinden met Lesley, maar het vertelt ook dat Koen niet iemand is die om de hete brij heen draait. Hij is dus erg recht voor z’n raap en daardoor ook een medewerker die snel meters maakt.
“Met jouw nichterige voorkomen maak je toch geen kans,” zei hij in datzelfde stukje tekst nadat hij over America’s borsten begon en refereerde daarmee naar het niet erg hetero uiterlijk van zijn collega Lesley Spandabato.
Kort daarop slaat Koen zijn collega Lesley op gebroederlijk doch hardhandig tussen zijn schouderbladen om hem geluk te wensen. Dit deed Koen, omdat hij inmiddels ook wel door had dat America nogal een pittige tante bleek en Lesley hem niet mans genoeg leek om haar onder zijn duim te houden.
Verderop in diezelfde aflevering komen we nog te weten dat Koen zijn koffie met een scheutje melk drinkt. Het is een niet heel noemenswaardig detail, maar het komt en passant voorbij, vlak voor een scene waarin er wat interessants gebeurt zodra collega Abdel zich laat afleiden door de schone verschijning van America Calista.
“Aarde aan Abdel! Hallo?!” was de boodschap die Koen zacht fluisterend via extraterretische signalen aan zijn collega probeerde over te brengen. “We hebben je hier nodig, niet in de armen van onze schone Calista.”
De heren zijn hier in gesprek met de geëmotioneerde Johannes IJzerdraat, die de eigenaar is van het dakdekkersbedrijf Lekt ‘t een beetje. In deze fase van de ondervraging lijkt schotrestenonderzoeker Abdel de verantwoordelijkheden echter geheel aan Koen over te willen laten. De billen van America Calista en de rest van haar voorkomen leiden hem namelijk zo af, dat hij liever Koen opscheept met de taak om het slechte nieuws aan de familie Roerling over te gaan brengen.
“Nee, Abdel dat flik je me niet” dacht Koen toen, maar slikte deze lage streek.
Uiteraard heb ik deze grap er toen met opzet zo ingeschreven, want ik wilde echt een keer iets verzinnen waardoor we konden lezen waarvoor inbraakspecialist Koen in de schoolbanken gezeten heeft. Daarnaast was het weer een leuke uitdaging voor mezelf om mij te verdiepen in een onderwerp (sporen van braak onderzoeken) waar ik tot dan toe zelf niet zoveel kaas van gegeten had. Voor dit soort scenes struin ik dan het internet af naar omschrijvingen van hoe echte experts in zijn vak hun werk uitoefenen. Dan beland ik op de site van het NFI (waar het GCFI van is afgeleid) en vermaak ik mij opperbest terwijl ik bezig ben met wat men noemt ‘maniakale research’.

Geen gezicht

Koen Voet heeft, net zoals zijn collega Abdel Desertecon Kretonshos, lang geen gezicht gehad. Ik kan dan ook niet zeggen dat ik al die tijd – al was het ongeveer – een plaatje in m’n hoofd had van hoe hij eruit zou moeten zien. Maar ja, helemaal geen uiterlijk aan m’n karakters meegeven is natuurlijk ook geen pan. Dus ook voor Koen heb ik even thuis op mijn luie stoel m’n ogen gesloten en mijn gedachtes de vrije loop laten gaan op wie ik dacht dat toch het beste bij het personage Koen Voet zou passen. In conversaties met BoB en Retroman kwam ik zodoende (via Huub Stapel, Tom Felton, Waldemar Torenstra, Johnny de Mol, Pieter Storms, Lange Frans, Brainpower, Yes-R en Ali B) op niemand minder dan Gers Pardoel.
Spring maar achterop bij mij… dan gaan we even een zaak oplossen!

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Koen Voet heb ik vooralsnog geen specifieke verhaallijnen voor ogen.

– fragment uit ‘VZD (10): De rotte appel – deel 1′:
Onze inbraakspecialist nam het zekere voor het onzekere en schakelde met zijn mobiele telefoon naar de vaste verbinding voor collega-hulpdiensten. Daar kreeg hij te spreken met centraliste Monique van Wijngaarden van de locale meldkamer. Zij liet, op basis van de melding die ze van Koen doorkreeg, een ambulance aanrijden. Onderwijl spurtte hijzelf naar zijn dienstwagen om daar zijn inbraakkit tevoorschijn te toveren. Met de juiste gereedschappen in de aanslag controleerde hij de voordeur en koos hij zijn geautomatiseerde KLOM Lockpick Gun om de klus mee te klaren. Zo dreef hij de Pickgun naalden één voor één het slot in tot hij de juist had en kreeg daarmee in een handomdraai de deur geforceerd. Deze was nabij de scharnieren nog wel voorzien van dievenklauwen, maar die stonden er overdag natuurlijk niet op. Eenmaal binnen trad hij vanuit het voorportaal eenvoudig de woonkamer binnen, maar had uit voorzorg zijn Beretta al in de aanslag. Omzichtig knielde hij bij het eerste slachtoffer dat hij eerder vanaf buiten maar half kon zien en zocht naar een pols. Godzijdank vond hij die, maar deze was kritiek zwak. Het ging om een jonge knul van een jaar of 16 of 17 die [AANWIJZING] gekneusd en vol blauwe plekken in de hoek van de kamer tegen een fauteuil lag gevouwen. Hij vloekte inwendig en wist dat de hulpdiensten hier op voorhand zouden falen als hij niet zelf in actie kwam. Om zeker te zijn dat hij de vrouw, die vermoedelijk zijn moeder was, een kans had gegeven, stond hij even op en controleerde hij ook haar. Kort daarop was hij alweer bij zijn jongste slachtoffer terug; de moeder was niet meer te redden. Bij zijn poging de pols terug te vinden, was hij gealarmeerd toen hij daar moeite mee had. Koen twijfelde geen ogenblik en met oog voor eventueel nieuw letsel positioneerde hij de jongen precies zo dat hij voldoende werkruimte had om reanimatiecontroles uit te voeren. Op aanspreken werd door de jongen niet meer gereageerd. Ademhalen deed hij evenmin. Hij seinde de centrale opnieuw in om een tweede ambulance te laten aanrijden en vermeldde daarbij dat hij de reanimatie was opgestart.
Al zijn inspanningen ten spijt overleed de jonge knul nog voor de eerste ambulance was gearriveerd. De broeders hadden de reanimatie bij aankomst nog wel overgenomen, maar staakten hun gespecialiseerde hulp al snel. Hij was al niet meer te redden voordat Koen Voet het huis was binnengedrongen. De inwendige kwetsuren hadden zijn lot reeds lang bezegeld. Vermoeid en ontdaan stond Koen even later onvast op zijn benen. Alhoewel hij vaker reanimaties heeft moeten toepassen – en helaas allen zonder het gewenste resultaat – was hij opnieuw flink geëmotioneerd. Ik heb hem daarop van de zaak gehaald en hem verzekerd dat zijn collega’s het hier zouden overnemen.
De slachtoffers werden eenvoudig geïdentificeerd als Olivia Roerling en haar zoon Jericho. Tezamen met Andrea in het duinbos en Roger op zijn klus onderaan een trap, was één ding duidelijk: iemand was erop uit geweest dit hele gezin om te leggen.

{KOEVOET} – fragment uit ‘VZD (10): De rotte appel – deel 1′:
Het was mij opgevallen dat Loek voor een tweede maal op een rij ons vlot van belanghebbende informatie omtrent dit onderzoek wist te verschaffen. Naast hem zat ik niet, zodat ik het schouderklopje verbaal moest uitdelen.
“Fijn dat je de feiten zo paraat hebt Loek. Daar steunt ons enorm. Wellicht dat je ons ook bij kunt schijnen voor wat betreft de moordwapens waarmee Gert Jan om het leven is gebracht? We zijn nu al zo’n tijd over zijn verwondingen aan het speculeren dat een oplossing toch binnen handbereik moet komen te liggen?”
Loek voelde de druk op zijn schouders toenemen en weifelde met een reactie, simpelweg omdat hij ditmaal zijn antwoord niet paraat had, terwijl hij moest bekennen dat hij verschillende theorieën had getoetst. Verzuchtend haalde hij zijn schouders op en schudde langzaam van nee. Hij wist het niet. Ook voor hem was de klauwhamer werkelijk de beste kandidaat. Plotseling ontstond er geroezemoes aan tafel waarbij de verschillende collega’s met elkaar in discussie gingen en theorieën met elkaar uitdeelden. Deze vraag had blijkbaar wat losgemaakt in mijn team waarop ik merkte hoe zeer dit vraagstuk ons allen bezighield. Maar aan wat wild gekakel had ik natuurlijk helemaal geen bal, zodat ik de groep moest manen niet door elkaar te praten.
“Hé, hé, hé, ik wil het even centraal houden allemaal! Graag de focus erbij. Jullie gekwebbel klinkt als onrustige stemmetjes in mijn hoofd.”
En zodra ik dat had uitgesproken, doofde abrupt het gonzende gesprek. Retroman was iets trager met reageren, maar maakte zichzelf onsterfelijk briljant met de timing van zijn op de eerste gehoor onbenullige vraag richting Sjors Kersten:
“…Dus jij hebt Koen Voet niet meer gezien voordat jij het Sambeekse Korenveld van hem overnam?…” Bedremmeld keek hij naar mijn strenge blik op welke geleidelijk overging in naar een zachtere gezichtsuitdrukking waarin ik in gedachten verzonken was. Iedereen had zijn of haar blik op Retroman of mij gericht en kreeg door dat er iets bizars aan tafel was gebeurd. Enkelen die het ook door hadden, proefden op hetzelfde moment met mij dat ene woord dat zich langzaam begon te manifesteren.
“…Koe-voet… Koevoet! Mannen dat is het!” riep ik verheugd. “Dat is de grote broer van de klauwhamer. Het profiel, de langere steel, het klopt allemaal. Gert Jan is vermoord met een koevoet. Haha!” Verrukt ontmoette mijn bruine kijkers één voor één eenieder die aan tafel zat. De meesten waren even blij verrast als ik. Ik stond op en liep die twee passen verder langs de tafel om Retroman hartelijk in zijn schouders te knijpen. Wat was ik blij. Retroman op zijn beurt keek nog altijd wat beduusd om zich heen alsof hij had opgetreden als de onbedoelde superheld in een strip. Duidelijk was dat iedereen de vreugde deelde. Alleen Agatha zat er nog wat bedenkelijk bij. Met haar vuist voor haar lippen gebald zat ze achteruit in haar sofa. De andere hand had ze om een elleboog gevouwen.
“Wat is het Agaat, ben jij niet blij dat we nu eindelijk weten hoe Gert Jan op de kop is getikt?”
“Oh jawel, dat ben ik zeker,” en ter bevestiging trakteerde ze ons op een gedoceerde glimlach. “Maar ik weet ook dat we met een koevoet nog altijd niet kunnen verklaren hoe Gert Jan aan de steken op zijn torso is gekomen. Zo’n handspaak is niet van [AANWIJZING] zaagtanden voorzien, wat zou kunnen verklaren dat de wonden op de voorkant van zijn lijf gekarteld zijn.”
En zo liet Gert Jan ons opnieuw met een raadsel achter.

VZD-afleveringen waar Koen Voet in voorkomt:

VZD (4): Triest bericht
VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’
VZD (6): Verrassing! – bij het zoeken naar een linkerschoen. In de tuin niet gevonden.
VZD (7): Red mij!
VZD (8): Eendjes voeren – alleen een korte ontmoeting met Karel om van gedachten te wisselen.
VZD (9) SPECIAL: The last Angel
VZD (10): De rotte appel – deel 1

Voorlopig gaan we even door met de VZD-portretten. Daarom is het portret van de volgende keer: L…

By gsorsnoi | August 13, 2014 - 7:27 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Agatha Loon op Toom.

Functie: patholoog anatoom in de detectivereeks VZD.
Andere namen: Agaat en Agaatje Alginaatje.
Oorsprong naam: Agatha Loon op Toom is een anagram van haar functie, patholoog anatoom.
Modelpersoon: Meryl Streep
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): ‘VZD (7): Red mij!’
Uitspraken: “Arm joch toch. Heb jij zoveel zware balken moeten tillen?” naar aanleiding van haar onderzoek van het lijk van Gert Jan uit ‘De rotte appel – deel 1′.

Agatha overleefde Anna Toxomia

Eindelijk kunnen we het eens over één van mijn andere favoriete personages van het Gohes City Forensisch Instituut hebben. Agatha Loon op Toom mag, doordat ze zich zo opsluit in het GCFI en continu met haar neus in de lijken zit, misschien een erg stoffig type lijken, ik vind haar juist erg kleurrijk. Ze heeft een krachtig karakter, verdiept zich minutieus in zaken op een manier hoe ik dat voor mijn research ook graag doe en daarnaast hebben we haar gewoon keihard nodig om achtergronden bij slachtoffers naar boven te brengen waar Karel met zijn team in het veldwerk anders niet uit zou zijn gekomen. Nog even met betrekking tot dat laatste: soms is het gewoon prettiger – en in enkele gevallen zelfs geloofwaardiger – niet alle details over de slachtoffers in de acties en dialogen van de veldwerkers op te verwerken. Bij een werkelijk bestaand forensisch team (ho wacht even! Het GCFI bestaat toch echt?) vullen de onderzoekers op locatie en op kantoor elkaar ook aan om het snelst tot de gewenste resultaten te komen. En om die reden zocht ik zo rond de 7e editie van deze detectiveserie naar een paar van deze nuttige mensen.
Agatha trad om die reden voor het eerst op in de aflevering ‘Red mij!’. Al was haar rol daarin nog wel wat miniem. Natuurlijk werd ze wel een aantal keren genoemd, maar ik had haar in dat deel vooral nog even ingezet om als kapstok te kunnen fungeren voor zaken die met lijkschouwing te maken hadden. Voordeel was dat ik haar op deze manier geleidelijk kon introduceren. Maar ik wilde een al te uitgebreide karakterschets ons ook niet van het toch al erg complexe verhaal doen afleiden. Uiteindelijk was de obductie in de finale van deze aflevering natuurlijk wel een cruciaal onderdeel in het licht van ontknoping, zodat er toch nog even een scène was waarin ze in beeld kwam. Maar ook toen werd ze enkel even kort aangehaald.
In tegenstelling tot Anna Toxomina, de andere researcher die achtergronden kon onderbouwen, overleefde Agatha deze aflevering van de VZD ternauwernood. Dit kwam doordat ze op het einde van het verhaal niet werd gebeten door de slang, die de veroorzaker bleek te zijn van de comateuze toestand van het slachtoffer en was meegelift in zijn kleding naar de autopsiekamer.

Harde tante

Haar grote opwachting – en dus de meer uitgebreide karakterbeschrijving – maakte Agatha uiteindelijk in de beslist niet minder complexe zaak ‘Roerling’, ook wel ‘De rotte appel’. Voor het eerst heb ik met Agatha Loon op Toom een TN-karakter heel bewust om een bestaand figuur heen ‘gebouwd’. Voorheen schreef ik de personages namelijk eigenlijk gaandeweg al als vanzelf een modelfiguur toe zonder daar echt altijd bewust bij stil te staan. In het geval van Agaath was dat anders. Bij haar had ik direct een figuur als Meryl Streep voor ogen zoals je haar ziet in de rol als Miranda Priestly uit The Devil Wears Prada. De verdere vormgeving van haar karakter ging toen erg gemakkelijk. Zoals valt te lezen in dit fragment uit deel 1 van ‘De rotte appel’:
“[...]Waar Lesley reeds zo op zijn eigen manier een onwaarschijnlijke partner vormde in het veldwerk met America, was Agatha Loon op Toom nauwelijks een betere match om mee samen te werken. Dat wil zeggen, indien haar aanwezigheid niet op het plaats delict was verreist en er grondige sectie moest worden verricht in één van de autopsieruimtes. Gevoeligheid en subtiliteit waren niet de meest opvallende karaktereigenschappen van deze autoriteit binnen het GCFI. Hoewel Agatha altijd welwillend was om objecten te inspecteren die weinig diepgang hebben, kon je haar veel beter vragen voor het echt zware werk. Hoe meer complexiteit er aan het stoffelijk overschot viel af te lezen, hoe meer deze geharde tante in haar element was. Ze was onbuigzaam in haar oordeel en een terperamentvolle collega om mee te moeten samenwerken. Met haar de discussie aandurven omdat je meent beter te weten hoe de vork in de steel steekt, resulteerde steevast in een onbegonnen strijd. De felheid die Loon op Toom haar karakter gaf zag je terug in haar devotie tijdens haar werk.
Je kon Agatha van veel betichten, secuur was ze. Ze mocht inmiddels zestig lentes tellen, wanneer ze zich volledig liet gaan in het doorlichten van haar immer zwijgzame patiënten, was ze zo onverstoorbaar als haar kleinzoon bij het kijken van Phineas and Ferb. Volkomen afgezonderd van de locaties waar de slachtoffers in de maak waren geweest, wist ze je soms nog beter te vertellen hoe ze in die noodlottige situaties waren beland als haar collega’s die midden tussen de verse sporen stonden. En dat terwijl ze vaak verkoos om bij aanvang van haar lijkschouwing zo min mogelijk van het slachtoffer af te willen weten. Die inzichten waar zij soms mee kwam, dwongen je haast om alle eerder opgedane kennis van het onderzoek van je te willen afschudden om vervolgens met een frisse blik tegen de materie aan te kijken.[...]”
Ik heb het mij even gemakkelijk gemaakt door dit fragment aan te halen in plaats van haar karakter geheel opnieuw te beschrijven. Het fragment laat namelijk zo mooi zien hoe Meryl Streep en Agatha hier bij elkaar komen, dat ik denk dat ik dat niet nog eens zo fraai in andere woorden op papier zou kunnen krijgen. Wat ik wel tijdens de uitwijdingen over haar karakter destijds heb gedaan is Agatha een tikkeltje minder onverbiddelijk te maken dan Miranda uit The Devil Wears Prada. Het kwam mij goed uit dat Agatha het karakter van een koele kikker kreeg, maar zoals dat in de film zo meesterlijk wordt overdreven vond ik voor haar rol bij het GCFI wat te ver gaan. Dat zou de zweem hebben opgeroepen van een bijna tirannieke bitch. En dat was toch niet de bedoeling. Dat moet ze nou ook weer niet uitstralen. We moeten niet vergeten dat Agatha bij Karel op de loonlijst staat en hij met zijn zachte karakter haar toch nog wel weerstand moet kunnen bieden.

Weinig avontuurlijk

Agatha lijkt in weinig opzichten op mijzelf. Iets wat zich dus laat verklaren doordat ik haar echt op de modelpersoon Meryl Streep heb bedacht in plaats van haar een karikatuur te laten zijn van mijn eigen eigenaardigheden. In tegenstelling tot haar ben ik juist wel die huismus die graag zou willen uitvliegen (en soms ook wel doet) en van het avontuur wil proeven. Mijn uitstapjes naar Zuid-oost Azië en wat dat voor mij privé heeft opgeleverd zijn daar toch wel de mooiste voorbeelden van. Agatha zul je niet snel op pad zien gaan. Veel liever blijft zij bij haar ’subjecten’ op kantoor en verdiept zich letterlijk tot op het bot in wat de stoffelijke overschotten haar beweegt.
Toch zie je ook juist een heel duidelijke overeenkomst tussen haar en mijzelf: de zucht naar informatie. Al verwacht ik dat dit toch beter uit de verf komt zodra ik Loek de Hond een actievere rol kan geven (daarover verderop meer) en daar een portret over mag schrijven. Een groot verschil met hem is natuurlijk de bron waarlangs hij tot zijn informatie komt: internet. Hoewel is graag aan CSI- gelijkende series kijk, sta ik toch niet bekend om het wroeten in menselijke kadavers.
Agatha is iemand van stille wateren met diepe gronden, iemand die scherp uit de hoek komt wanneer anderen een frisse blik hard kunnen gebruiken. Een fijn detail waaruit blijkt hoe Agatha, ver van het PD verwijderd, inzichten kan bedenken waar niemand anders op komt, vind ik nog wel haar analyse met betrekking tot de handboormachine in ‘De rotte appel’. Zodra Karels hele team ’s avonds in vergaderzaal Sierra Madre aan de kip nuggets zit, ontstaan er theorieën over hoe Gert Jan door zou hebben gekregen wat er zich op het dak had afgespeeld tussen Roger en zijn moordenaar. Agatha oppert hier dat Gert Jan pas iets vreemds begon op te merken zodra hij de scherven van de handboormachine van de straat opraapte. Lesley ging niet direct in die bewering mee, omdat zo’n apparaat van hand tot hand gaat bij dergelijke werkzaamheden. Dus vroeg hij zich ook meteen af waarom Agatha zo stellig was dat Gert Jan de handboormachine als laatst moest hebben gehanteerd. Toen zij verklaarde dat Gert Jans vingerafdrukken aan de binnenkant van de scherven werden gevonden, werd er een hoop duidelijk. Die konden daar pas terecht zijn gekomen nadat het gereedschap vanaf het dak naar beneden was getuimeld. Het is slechts een klein voorbeeld van hoe haar kracht tot uiting komt, maar het laat wel even duidelijk haar scherpte zien.

Loek de Hond, twijfelachtige sidekick

Wat mij al vaker in boeken, televisieseries en andere verhalende media is opgevallen, is dat je soms de meest verrassende en verfrissende wendingen creëert door twee mensen bij elkaar te brengen die volstrekt niet bij elkaar passen. Zo’n ‘karakter clash’, zoals ik het zelf noem, wordt vaak heel subtiel door een schrijver in een verhaal of filmscènario ingebracht. Degene die het verhaal dan ontvangt wordt op die manier gedwongen om onbewust heel specifiek naar bepaalde karaktereigenschappen van de twee personages te kijken. Door een dergelijk contrast aan te brengen, benoem en versterk je dus eigenlijk de afwijkende kenmerken van de verschillende individuen. Ik had jullie gedurende de detectiveserie gewoon kunnen vertellen wat de hebbelijkheden van mijn VZD-personages zijn, maar ik haal die afwijkingen juist nog even extra aan door de tegenstellingen op deze manier aan te roepen.
Tussen Agatha Loon op Toom en Loek de Hond zie je dit in de vertelling langzaam tot stand komen. Loek is een echte tegenpool van haar op het GCFI. Waar Agatha een al wat ouder persoon is, kun je van Loek met recht zeggen dat hij een jonge hond is. Al heb ik zijn leeftijd nog niet benoemd (Agatha is precies zestig – zie boven), ik hoop dat nu al duidelijk mag zijn dat hij één van de jongeren is bij het forensisch instituut. Verder houdt Loek zich – ook al eerder gezegd – meer met digitale bronnen bezig en zijn die van Agatha eerder organisch. Maar het is vooral het starre en haast apathische aan Agatha wat haar sterk doet verschillen van de joviale Loek. Een fragmentje:
“[...]De patholoog anatoom veerde op en draaide zich naar haar jongere collega om. Door de aard van hun werkzaamheden, maar met name door het leeftijdsverschil was er tussen de twee een werksfeer ontstaan waarbij Loek Agatha benaderde alsof zij zijn leidinggevende was. Soms ging dat met een houding gepaard wat haast naar onderdanigheid neigde. Agatha had hier een hekel aan, alleen had ze er nooit echt een onderwerp van willen maken. Die kunstmatige omgangsvorm verzwakte op het moment dat Loek met zijn informatie haar volle aandacht wist op te eisen. Iets wat hem doorgaans meer moeite zou hebben gekost. Hij ontspande daardoor.[...]”
Wat je hier ook ziet gebeuren, is dat ik de verhoudingen tussen de verschillende personages in de VZD langzaam aan het opbouwen ben. Bovenstaand moet de lezer nieuwsgierig maken waarom Loek kennelijk zo’n moeite heeft een goed gesprek met zijn collega opgang te brengen. Met andere woorden: wat maakt hem zo nerveus in het benaderen van iemand die op papier niet eens zijn meerdere is? Of is Agatha zo autoritair en ongenaakbaar dat je knieën ervan gaan trillen wanneer je met een bericht in haar deuropening staat met de angst om haar te storen? Welnu, dat is bewust een beetje hoe ik de contrasten op een zo natuurlijk mogelijke manier probeer aan te brengen. Maar zoek niet naar de eventuele achtergronden die er achter deze vragen schuilgaan, want daar zal ik in de detectiveserie waarschijnlijk toch geen antwoord op (kunnen) geven.
Toch lees je ook dat, ondanks de tegenwerkende verschillen die er zijn, ik ook heb getracht een element in te brengen waardoor er iets van een ontspannen sfeer tussen deze twee collega’s is. Loek blijkt namelijk nogal een lolbroek. En dat Agatha daar soms wat verzuchtend mee omspringt, zie je opnieuw terug in een tweetal fragmentjes:
“[...] “Dus mogen we hier de voorzichtige conclusie trekken dat het zware voorwerp waarmee Olivia op haar kop is geklopt dan ook geen dakdekkersgereedschap is?”
“Nou,” zei Agatha, ”daar ben ik nog niet zo van overtuigd. Wat voor looiig ding heb jij in huis dat een hoofdwond als die van haar kan veroorzaken?”
Loek grinnikte en suggereerde:
“Mijn gasfornuis?”
Agatha glimlachte zuur.[...]”
En verderop in dezelfde alinea:
“[...]Soms vond ze haar jongere collega, die graag de leukste thuis was, erg vermoeiend om mee in gesprek te zijn.[...]”
Samen vormen ze dus een dubieus duo, die Agatha en Loek. Maar leuk vind ik ze wel.

Agaatje Alginaatje

Agatha was voor mij als patholoog anatoom een echte uitdaging. Dat was toen ik eraan begon namelijk niet echt een onderwerp waar ik veel verstand van had. In vergelijking tot de mensen die er hun dagelijks werk van hebben gemaakt heb ik dat natuurlijk nu nog niet. Maar ik heb wel in die materie moeten duiken om een en ander in de context te kunnen plaatsen. Ik werd eerder al eens door (inspecteur) BoB de Winter geroemd om mijn ‘maniakale research’ en die bezigheid pas ik voor Agatha dus ook gretig toe, wanneer ik weer een passage moet schrijven waarin haar werkzaamheden moeten worden uitgelegd. Met dit VZD-karakter krijg ik keer op keer vanzelf de kans die onderzoeksdrift opnieuw in te zetten. Het gebeurt natuurlijk maar heel zelden dat een schrijver alles weet van de professie van zijn personages – of je moet vanuit dat specifieke beroep schrijver zijn geworden – dus wil je als schrijver toch goed voor de dag komen met een geloofwaardige presentatie van de werkzaamheden van je personage, dan zul je er zelf wat tijd en onderzoek in moeten steken. Zo gezegd zo gedaan.

Eén van de onderzoeksmethodieken die ik heb opgedoken heb ik in het bijzonder aan mijn personage toegekend, om haar iets van een subspecialisme mee te geven. Agatha is namelijk een fervent beoefenaar van de techniek ‘deathcasting’ waarbij afgietsels van (delen van) het menselijk lichaam worden gemaakt. Hiermee kopieert ze haar subjecten en geeft haar dit de mogelijkheid er proeven mee uit te voeren. De substantie waarmee ze tot haar afgietsels komt heet alginaat. Wat haar de bijnaam Agaatje Alginaatje oplevert. Alginaat is een hydrofiel polymeer dat voornamelijk bestaat uit alginezuur. Voor het onderzoek in deze detectivereeks geven deze details de lezer een onderbouwd beeld. Al probeer ik deze achtergronden natuurlijk wel zo te schrijven dat je er gemakkelijk doorheen leest, zonder daarbij te worden afgeleid van de flow van het verhaal. Zoek de procedure tot het afgieten en ‘deathcasten’ maar op op het internet zoals is beschreven in de laatste alinea van ‘De rotte appel – deel 1′. Ik denk dat ik het proces daar redelijk natuurgetrouw heb beschreven, alsof Agatha dit echt zo zou kunnen hebben toegepast.
Het lijk waarbij ze deathcasting toepast is dat van slachtoffer Olivia Roerling. Of eigenlijk alleen het hoofd van deze vrouw. Geassisteerd door GCFI-collega Loek de Hond wil zij haar uit alginaat gekopieerde schedel onderwerpen aan een proef om te zien of de aangebracht doodsklap op de echte schedel het gevolg kon zijn van de impact met een zwaar metalen voorwerp. Bij het uitvoeren van die proef wordt ze ook nog door een andere ‘collega’ geholpen. Dit is niet echt een collega van vlees en bloed, maar een robotische arm die ‘Optimus’ wordt genoemd. Deze heb ik uiteraard vernoemd naar de baas van de Autobots uit de serie Transformers! In volgende VZD-afleveringen zal ik kijken of ik hem nog eens kan laten terugkeren en hem ook van enige achtergrond kan voorzien. Maar of ik dat echt zal doen dat weet ik nog niet helemaal zeker. Wellicht dat als ik dat toch doe ik Loek de Hond daarin dan als zijn schepper laat optreden. Agaat zal de hulp van beide collega’s in echt geval goed kunnen blijven gebruiken. Want om op haar leeftijd met uit alginaat gegoten lichamen en lichaamsdelen te gaan zeulen…!

Andere opmerkelijke eigenschappen

  • Agatha werkt op vrijdag altijd nog even door, voordat het weekend begint. Een echte workaholic is het wel.
  • Ze drinkt kruidenthee. Persoonlijk walg ik daar van. Al die kunstmatige geconcentreerde korreltjes in m’n glas, bah! Bij Rina Oddel of mijzelf zal ze in elk geval niet snel op de thee komen.
  • Agatha kijkt je meestal niet recht in het gezicht aan, maar wat onpersoonlijk langs je heen. Of ze staat van je afgewend wanneer je met haar in gesprek bent.
  • Haar manier van omgang en spreken doen de meeste mensen waarschijnlijk al snel aan (strenge) leerkrachten op school denken.
    “[...]Ze had altijd iets gedoceerds in de manier waarop ze sprak zodat dit haar het imago had opgeleverd van een kille geschiedenislerares. Of misschien was biologie een vak dat beter bij haar paste. Als haar denkbeeldige pupillen niet zaten op te letten, hoefde ze zonder op of om te kijken van de ingeleverde proefwerken maar één simpele vraag te stellen of ze had de leerlingen die waren afgeleid weer bij de les.[...]“
  • Dit is wellicht de enige overeenkomst die ikzelf met Agatha heb: in gezelschap kan ik de stille toehoorder zijn, die ineens een opmerking geeft waardoor het gesprek een hele andere wending krijgt.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Agatha Loon op Toom heb ik vooralsnog geen specifieke verhaallijn voor ogen. Wel zal ze een vast element blijven in nieuwe zaken waarin het inschakelen van ondersteuning vanuit haar rol voor de hand ligt.

VZD-afleveringen waar Agatha Loon op Toom in voorkomt:

VZD (7): Red mij!
VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2
Aantekeningen in de zaak Roerling

Het portret van de volgende keer: Nee, niet Loek de Hond. We doen eerst nog even Koen Voet.

Geplaatst vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | January 16, 2014 - 11:42 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Balthazar Roerling.

Functie: Seriemoordenaar, antagonist in de detectivereeks VZD.
Andere namen: Taco Roerling, ‘Bally’, ‘De rotte appel’, de Bever.
De naam ‘de Bever’ is (natuurlijk) afgeleid van mijn eigen woonplaats Beverwijk.
Oorsprong naam: Tezamen met de ‘B’ uit Balthazar vormen dat, de ‘e’ als toevoeging en zijn achternaam samen het woord ‘beroerling’ wat synoniem staat aan naarling of ellendeling.
Modelpersoon: Robert Carlyle, specifiek vanuit zijn rol als Rumpelstiltskin in de TV-serie ‘Once Upon A Time’.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): ‘VZD (10): De rotte appel’
Uitspraken: “Daar ga je inderdaad geen 46 meer vinden nee”, “Zo, nu ik me eindelijk van die Biezentrutter heb verlost mogen jullie mij vertellen waar Kareltje blijft…”, zijn typische lachje: “Ni-hihihi!” en op de suggestie van Karel dat Andrea zou zijn bewerkt met een zinksnijder lacht hij dit weg met de opmerking “[…]Kareltje. Echt. Is dit niet een zaak om je tanden in te zetten?”. Karels reactie op die vraag kan dan niet ongenoemd blijven: terwijl hij zijn dienstpistool uit zijn zak trekt zegt hij: “Niet wanneer er rotte appels in voorkomen zoals jij!”
En tegen het einde van ‘De rotte appel – deel 2′: “Zagen, zagen, wiedewiedewagen… Gert Jan kwam thuis om een boterham te vragen.”

Er was eens een schurk…

Voor vele schrijvers stel ik mij voor dat dit één van hun favoriete bezigheden moet zijn: het toewerken naar het moment dat je eindelijk de antagonist in je boek naar voren kunt schuiven en alle totstandkomingen en ontwikkelingen rondom dit figuur uit de doeken kunt doen. Voor mij geldt dat in elk geval zeker. Hoe leuk ik de andere, veelal goedaardige karakters ook vind, ik hou vooral van de schurken. Het zijn vaak kleurrijke personages, het liefst gruwelijk gemeen en ze voegen vaak smeuïge elementen aan de algemene verhaallijnen toe. En geef het zelf maar toen: stiekem willen de meeste mensen zelf ook best wel eens zo’n schurk zijn (of spelen). Ik in elk geval wel, al blijft dat natuurlijk wel bij het mij fictief in hen verplaatsen. Want in werkelijkheid doe ik natuurlijk geen vlieg kwaad!

Darth Sidious (the Emperor) uit Star Wars en The Joker uit Batman voeren beslist de top 10 aan van ergste ellendelingen waar ik graag naar kijk. De volgorde waarin ik deze twee figuren nu noem is dan ook niet willekeurig. Het is precies hoe ik ze over de plaatsen nummer 1 en 2 verdeel. Darth Sidious zie ik echt als de schurk der schurken, de mens geworden Duivel en vertegenwoordiger van het Kwaad. Of zoals Ian McDiarmid (acteur van senator Palpatine / Darth Sidious) zelf in een interview over het karakter dat hij speelde eens stelde: “Iedereen denkt dat Darth Vader de ergste schurk is van de Star Wars-saga, maar eigenlijk is dat senator Palpatine die hem als poppenspeler manipuleert naar zijn eigen wil en hem zo weet over te halen naar de Dark Side of the Force. Hij is het die de Duivel zelf vertegenwoordigt.”
En hoewel ik Graaf Schaurig als hoogste schurk in het WSNOI-domein heb benoemd, is het toch niet Balthazar Roerling die de tweede plek in de schurken ranglijst inneemt. Al zou je dat nu wel misschien hebben verwacht. Die dubieuze eer hou ik liever nog even gereserveerd voor slechteriken zoals Magere Hein of discipelen waarmee ik Graaf Schaurig nog laat omringen. Desondanks moet Balthazar een door de wol geverfde schobbejak voorstellen die, door wat er in zijn leven is voorgevallen, van het brave burgerleventje niets meer moet hebben en alleen nog maar met liquideren bezig wil zijn. Balthazar is daarmee, binnen de verhalen uit de Tycoon Newspaper, voor mij de ideale prototype seriemoordenaar. Hij is een nietsontziende psychopaat die er alles aan zal doen om nog wraak te nemen op de persoon waarvan hij meent dat hij verantwoordelijk is voor de dood van zijn dochter Katelijn: Karel Riemelneel.
En wanneer je dit zo leest, zal je wellicht de link hebben gelegd naar mijn lijstje van schurken waarbij Batmans Joker wel degelijk bij mij op de tweede plek staat. Toegegeven, Balthazar toont zeer veel overeenkomsten met The Joker. Wanneer je onderstaande beschrijvingen doorleest dan ontdek je dat hij net zo geestesziek is, uiterlijk ook in de categorie ‘clown’ kan worden geplaatst en erg creatief blijkt in het creëren van Plaatsen Delict. Maar zo verknipt als The Joker stel ik mij Balthazar toch niet voor. Nee, bij mijn seriemoordernaar is absoluut serieus een steekje los, maar wat ik bij hem juist zo’n fijne eigenschap vind, is dat zijn besluiten en handelingen nog enigszins terug te voeren zijn naar wat hem heeft bewogen om tot zijn maatschappelijk verwerpelijke acties te komen. Om die reden vind ik Balthazar ‘menselijker’.
Iedere schurk heeft namelijk zo zijn of haar voorgeschiedenis, althans zo zie ik dat. Een schurk ben je meestal niet, dat word je. En dat probeer ik met Taco Roerling – want zo heet hij officieel – ook zo goed mogelijk op papier te zetten. Niemand zegt zomaar op enig moment “goh, laat ik nu eens even een badguy worden”, gewoon omdat ze er zin in hebben. Alleen Boris Boef antwoordde in de klas op de vraag wat hij later wilde worden dat hij zich bij ‘het hondsvot’ wilde aansluiten.

Laat ik even beginnen met Balthazars modelpersoon. En dan start ik vooral met de ’schurkwording’ van dat karakter. Afgekeken van mijn favoriete personage uit de Amerikaanse televisieserie Once Upon A Time van ABC, zijn zowel Balthazars voorgeschiedenis als zijn uiterlijk immers sterk te herleiden naar hoe in die serie Rumplestiltskin de Dark One is geworden (alweer zo’n donker geval). Rumplestiltskin – of Repelsteeltje – was in eerste instantie een lafaard, maar besloot op enige dag om een slechterik te worden omwille van het welvaren van zijn leven met zijn zoon. Repelsteeltje was namelijk eerst een goede inborst, maar omdat hij zag dat hij arm bleef en daardoor in zijn eigen beleving niet goed genoeg voor zijn zoon kon zorgen, liet hij zich verleiden om tot een slechte daad te komen. Hij had namelijk iemand ontmoet die hem had voorgespiegeld dat hij onoverwinnelijke macht zou verkrijgen als hij een bepaalde bandiet zou ombrengen. Wat Repelsteeltje echter niet wist, was dat uitgerekend deze persoon die hem hierover informeerde het Kwaad zelf was en meteen ook de figuur moest voorstellen die Repelsteeltje moest vermoorden. De eerdere Dark One bleek zijn taak als een vloek te hebben ervaren en wilde daarom uit zijn lijden worden verlost. Maar dat ging alleen als iemand zo dapper was om hem te vermoorden en daarmee zelf de vloek zou gaan dragen. Repelsteeltje trapte in deze val die Dark One voor hem zette en werd daarmee de Dark One zelf.
Dat is een kleine synopsis van hoe Rumplestiltskin kunstig in de verhaallijn van Once Upon A Time werd gepast. En tijdens die metamorfose in dit duistere sprookjesverhaal zie je hoe dit ervoor zorgt dat zijn uiterlijk verandert naar precies zo’n persoon zoals hoe ik mij Balthazar ook voorstel: inktzwarte kraalogen, ongeschoren, een brede glimlach bovenop een slecht onderhouden gebit, het magere postuur van een harlekijn en een potsierlijke haviksneus. Ja, zelfs de goudgrijze glans waarmee Rumplestiltskin is opgemaakt zie je terug op het gezicht van mijn Balthazar. In ‘De rotte appel’ vergelijk ik dit met soldaten die uit het slachtveld zijn teruggekomen en de camouflagestrepen nog half uitgeveegd op het gelaat hebben staan. En ook hier heb je weer de verwijzing naar The Joker, wiens gezicht ook met een plakkaat verf wordt beklad iedere keer voordat de camera’s gaan draaien.
Later in Once Upon A Time zie je Repelsteeltje trouwens nog frequent als ene Mr. Gold terugkomen, waar hij juist het (verzorgde) uiterlijk heeft van mijn Balthazar vóórdat hij seriemoordenaar werd.

Een opeenstapeling…

Door een reeks van tegenvallers en traumatische ervaringen in zijn leven, waarbij keer op keer dierbaren van Balthazar als slachtoffers worden genoemd, is deze man het spoor volledig bijster geraakt en transformeert hij geleidelijk van Taco Balthazar Roerling in de psychopaat Balthazar. De laatste paar nare voorvallen die samen de toedracht vormen voor het rotte appel-verhaal bepalen het toneel en Karel Riemelneel en zijn team krijgen daarmee een zaak voorgeschoteld waarbij velen voor hun leven moeten vrezen.
Balthazar wil zijn woede en wraakgevoelens kwijt en projecteert dit uiteindelijk op Karel Riemelneel, de enige persoon met wie hij gaandeweg in de vertelling nog niet heeft kunnen afrekenen. Voordat het echter tot deze confrontatie met Karel komt heeft hij al flink wat dood en verderf gezaaid. Zijn oudere broer Roger is in ‘De rotte appel’ als eerste aan de beurt. Hij vermoord hem bij een in aanbouw zijnde dakconstructie waar hij hem er met een dakpan door het venster slaat van het dakkapel.
Er is veel aan vooraf gegaan voordat Taco Roerling tot deze gruwelijke actie komt en daarmee ook besluit het gezin van zijn broer om te brengen. De wrok jegens zijn oudere broer werd immers al vroeg tijdens eerdere gebeurtenissen opgebouwd. Vanuit zijn jeugd was de verstandhouding met zijn broer al snel niet echt geweldig doordat Taco een zogenaamd ’sandwichkind’ is. Dit wil zeggen dat hij het tweede kind is en er na hem nog minimaal één ander kind geboren werd. In het gezin Roerling klopt dat, want in totaal telt dit gezin vier broers. Een sandwichkind geniet daarbij meestal minder aandacht van zijn ouders, wat dus komt door de chronologische ontwikkelingen binnen zo’n gezin. Karel legt het principe haarfijn uit wanneer hij met zijn personeel een borrel drinkt in de bedrijfskantine van het GCFI. Het komt erop neer dat er doorgaans meer liefde en mogelijkheden om zich te ontwikkelen gaan naar het eerste en het derde kind. In Taco’s geval wordt dit zelfs nog extra verstrekt aangezien er na hem twee keer een situatie ontstaan waarin het gezin een nieuwe benjamin kent. Taco raakt daardoor in het gezin eigenlijk ‘vergeten’ en krijgt daardoor te weinig aandacht.
Langzaam maar zeker wordt hij door de jaren heen vooral steeds jaloerser op zijn grotere broer en treden er nog meer ontwikkelingen op waardoor hij Roger vanzelf als de grote boeman gaat zien. Het verhaal gaat dat Balthazar zijn broer Roger verantwoordelijk houdt voor het feit dat hij zijn vrouw Petra voor de trein zou hebben geduwd. In ‘De rotte appel’ wordt dit nauwelijks echt in detail beschreven, maar Taco had eens met zijn vrouw Petra en broer Roger op een druk perron gestaan waarbij zijn vrouw verongelukte doordat ze voor een arriverende intercity op de rails was beland. Ze werd door de menigte van het perron werd gedrukt, maar door de opstelling van mensen op het perron leek het erop dat het juist zijn broer Roger was die haar duwde. Dit klopt ergens natuurlijk, omdat hij naast haar stond en zo met zijn gewicht tegen haar aan leunde, maar in wezen kon hem dit niet geheel worden aangerekend; het perron was gewoon overvol. Een dergelijk onfortuinlijke incident, hoe vervelend ook, kon in de enorme drukte nou eenmaal gebeuren. Over deze vrouw van Taco’s wordt verder niet veel in het verhaal verklapt, maar ze moet een prachtige vrouw voorstellen die door Taco in elk geval mooier worden gevonden dan de ‘zeug’ waarmee Roger was getrouwd. Vandaar dat Taco dacht dat Roger het niet kon hebben dat Taco het zo getroffen had met Petra, maar dit is enkel een beeld wat ik in zijn hoofd heb laten ontstaan om het gevoel van rivaliteit tussen die twee wat extra op te voeren. Dit gegeven is overigens niet helemaal toevallig, want tijdens de laatste verjaardag van Roger zouden de twee heren tevens een oude wond hebben open gereten aangaande hun gezamenlijke jeugdliefde Desire Eersteling.
Over deze vrouw komt verder ook niets meer terug in het verhaal, maar dat de vrouwen in het leven van de Roerlings een belangrijke rol spelen wordt wel duidelijk tijdens Lesley Spandabato’s ondervraging met Humfried Roerling. Hij meende namelijk dat hij wist wat het motief van deze jongste telg onder de Roerlings moest zijn geweest; van inspecteur Bob de Winter had hij begrepen dat Roger nog met Humfrieds vrouw Miranda van bil was gegaan voordat zij met hem het huwelijksbootje instapte. Humfried bleek later natuurlijk onterecht van de voorgevallen moorden te zijn beschuldigd, want in ‘De rotte appel – deel 2′ leren we dat Taco de boef is.

Al deze elementen bij elkaar maken onderhand wel duidelijk dat Taco in de loop der jaren flink wat haatgevoelens richting zijn broers heeft opgebouwd, Roger in het bijzonder. Uiteindelijk hoefde er dus nog maar één ding te gebeuren en Taco zou volledig door het lint gaan. In ‘De rotte appel – deel 2′ gebeurt dat dan ook en komen we erachter dat het de verkrachting en dood van zijn dochter Anika is dat hem over de rand heeft getild. Hierna verloor hij alle equiteit, zoals Karel het omschrijft, en begon hij aan de reeks van wandaden. Wie zijn dochter zou hebben verkracht en vermoord wordt in dat deel nog niet met zekerheid bevestigd, maar omdat hij sigaretten bij Anika’s ontzielde lichaam had gevonden maakte Taco direct de link naar Roger. Hij was immers de enige waarvan hij wist dat hij dit merk rookte. Op Rogers 46e verjaardag had zijn broer toevallig laten vallen waar Roger voor dakdekkersbedrijf Lekt ‘t een beetje met een grote klus bezig was waardoor hij ook wist waar hij hem moest gaan zoeken en waar hij met hem kon afrekenen.
Een extra katalysator om hem te bewegen hiertoe te komen was het feit dat Taco op dezelfde ochtend de zak had gekregen. Hij werkte als IT-specialist bij een energiebedrijf. Dit is niet echt een goede reden voor een moord, maar het zorgde er wel voor dat zijn manier van denken reeds was vertroebeld nog voordat hij zijn dochter vond.

Vlucht 46

Dan de gezamenlijke geschiedenis en confrontatie met Karel:
Naast (aard)appels, scouting, schaken en dakdekkers is er nog een ander opmerkelijk item wat herhaaldelijk in ‘De rotte appel’ terugkomt: het cijfer 46. En ik moet bekennen dat dit getal aanvankelijk letterlijk uit de lucht is komen vallen. Nadat ik eerder aan Taco’s schoenmaat het cijfer 46 verbond (“[…]Trots liet hij zijn Van Bommels zien, met bloemetjesmotief[…]“, verzon ik per ongeluk dat de familie Roerling op Sambeekse Korenveld 46 moest wonen. En toen ik later ontdekte dat ik Roger op zijn laatste verjaardag ook 46 had laten worden, bedacht ik mij dat dit wel een interessant sleutelgegeven in het verhaal kon zijn.
In een belangrijk onderdeel van het plot komt dit getal nog een keer terug wanneer wordt gerefereerd naar de geschiedenis die Balthazar samen met Karel Riemelneel deelt. Tien jaar eerder dan dat de gijzeling in “Scouting Admiraal Biezenhutter” plaatsvond, reisden Taco en Karel met hun gezinnen samen naar het Andes-gebergte. Onderling waren zij niet van ieders vakantieplannen op de hoogte en eigenlijk kenden zij elkaar tot op dat moment ook eigenlijk nog niet zo heel goed. Dat kwam pas tijdens hun ontmoeting op die vliegreis naar Zuid-Amerika. Taco en Karel bezochten wel al reeds langer en veel eerder dezelfde populaire stamkroeg de ‘Maten van Willekeur’. En daar hebben ze elkaar klaarblijkelijk al zelfs eens op een pilsje getrakteerd. Ook van de schietvereniging Banschoten konden ze elkaar hebben gekend. Maar daar hielden de eerste contacten wel mee op. Deze opzet heb ik bewust zo gekozen omdat ik graag wilde dat de heren onopzettelijk met elkaar te maken zouden krijgen, maar wel duidelijk wordt dat er van voorbestemming sprake is (voor wie dat nog niet van mij weet: ik geloof niet in toeval). Zo werden ze geleidelijk aan elkaar voorgesteld en bleef de connectie expres losjes totdat hun karakters voor het leven aan elkaar verbonden zouden raken door die vliegtuigcrash.
Nummer 46 is zodoende dus letterlijk als getal uit de lucht komen vallen doordat de Boeing die ze voor hun vakantievlucht namen van dat vluchtnummer was voorzien en ongelukkigerwijs uit de hemel stortte. Beide heren overleefden deze crash, maar moesten in een race tegen de klok nog wel hun dochters in veiligheid brengen. Het toestel was namelijk op de rand boven een ravijn tot stilstand gekomen en stond op het punt alsnog in de afgrond te stortte. En omdat die reddingspoging door het gekanteld zijn van het vliegtuig alleen door Karel kon worden uitgevoerd kon hij wel zijn eigen dochter Isabel redden, maar niet Katelijn, de dochter van Taco. Duidelijk is dat Balthazar hem dit nooit heeft kunnen vergeven en heeft Karel daarom altijd gehaat.
Hoe het precies zit waarom Karel wel Isabel uit het toestel heeft kunnen bevrijden en Katelijn niet zal ik in een ander hoofdstuk nog eens precies gaan beschrijven. Daarin zullen er ook meer achtergronden worden uitgewerkt over Karels eigen achtergronden en komt ook aan het licht waarom Balthazar van mening is waarom Karel Katelijn makkelijk in zijn reddingspoging had kunnen meenemen.

Easteregg: Toen Retroman de juiste suggestie deed voor het moordwapen waarmee Gert Jan (die ook schoenmaat 46 heeft) werd vermoord, deed hij dat op tijdstip 14:46. Dat heeft hij er vast om gedaan!

Een harlekijn in een beverpak

Pas in de rotte appel – deel 2 ontdekken we dus wie Balthazar Roerling is. Want in het eerste deel zijn we nog vooral bezig met de plaatsen delict in kaart te brengen en te speculeren wie de moorden gepleegd kan hebben. En het moge duidelijk zijn: van alle karakters uit het WSNOI-domein is het uiterlijk van Balthazar tot noch toe het meeste uitgewerkt. Geen ander personage is zo precies door mij opgetekend als hij.
Karel beschreef hem zelf, kort na de ontmaskering, als volgt:
“De medepassagier die mij toen zo keurig was overgekomen als een welverzorgde zakenman was nu getransformeerd in een verknipte zot met slordig uiterlijk. Niet alleen was ook Balthazar tien jaar ouder geworden, zijn halflange en nog altijd tot zijn schouders reikende bruine haren staken verwilderd alle kanten op, alsof iemand die een slag had in zijn haren ’s ochtends zijn haar niet had gekamd. Het piekte alle kanten op. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat dit alleen door het dragen van het masker was gekomen. Al zal de bevermuts ongetwijfeld een statisch effect hebben veroorzaakt. Hoe het ook zij, het droeg perfect bij aan het getaande duistere gelaat dat de plaats had ingenomen van de frisse blik uitstraling die het eens had gehad. Hoewel Balthazar Roerling een blanke man was, deed zijn huid bruingeel aan. Onwillekeurig moest ik daarom denken aan mannen in legeroutfits die van het slachtveld terugkwamen en de camouflagestrepen met de rug van hun handen uit het gezicht wreven. Geschoren had hij zich ook al enige dagen niet, zodat zijn stoppelbaardje door zijn huid stak als een ruw borstelig oppervlak dat dik in de verf was gezet.”

Balthazar is verder iemand die snel kan denken en waarbij je voortdurend op je qui-vive moet zijn om in een conversatie niet voorbij gepraat te worden. Hij gedraagt zich als een naar soort clown, een nar en tegelijk een vervelend verwend kind dat constant het bloed onder je nagels vandaan haalt. Balthazar was een verknipte geest geworden en blijkt de meeste criminele zonde al wel zo’n beetje op zijn naam te hebben staan. Ga maar na: meervoudige moord, verkrachting, gijzeling, brandstichting. Afijn, rijp voor het gesticht en goed voor een enkeltje naar het vagevuur.

Een paar andere opmerkelijke eigenschappen:

  • Balthazar gebruikt een ouderwetse Walther PP. Ik heb veel onderzoek naar het geschikte wapen voor hem gedaan. Wist je trouwens dat de Walther PPK het trouwe vuurwapen is van James Bond?
  • Hij noemt inspecteur Romeo Mazzei consequent ‘gozertje’, America Calista ‘bimbo’.
  • Karel Riemelneel noemt hij steeds Kareltje, en slechts eenmaal gewoon Karel.
  • Op schietvereniging Banschoten staat hij beter bekend als ‘Bally’. Daar vonden zij zijn tweede naam cooler dan zijn eerste. En het is om die reden dat hij later de naam Balthazar aanneemt.
  • Zijn irritante lachje ‘Ni-hihihihi’ wordt ook door zijn modelpersoon Rumplestilskin veel gebezigd. Dus als je wilt weten hoe je hem moet imiteren dan adviseer ik je even naar Once Upon a Time te kijken.
  • Zijn humeur kan omslaan als een blad aan een boom, waardoor je vaak een omslag ziet van overdreven joligheid naar bittere ernst. Deze eigenschap heb ik ook van The Joker afgekeken.

Dan nog een leuke:
De toen nog onbekende gijzelnemer deed Karel denken aan een figuur uit een videospel, alleen wist hij zo gauw niet wie exact. Het figuur waarnaar wordt gerefereerd is Waluigi, de tegenhanger van Luigi uit de Mario en Luigi-spellen. Het gegeven dat Karel even niet wist te herinneren om wie het ging heb ik bewust gedaan, niet alleen omdat ik het optreden van Waluigi irrelevant vind, maar eigenlijk om Retroman een beetje bij de les te houden. Retroman staat er namelijk om bekend dat hij veel van deze Nintendo-franchise weet. Dus ik hoop dat hij een beetje heeft opgelet tijdens het lezen van de VZD(!)

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Balthazar Roerling heb ik vooralsnog de volgende verhaallijnen voor ogen:

  1. Tijdens vlucht 46 zal hij voor de ramp in gesprek raken met Karel over het leven van de inspecteur. In dat gesprek zal voor een deel worden uitgelegd hoe Karel Riemelneel aan zijn bijnaam de ‘Vuurspuwende Zonsverduistering Detective’ komt.
  2. Balthazar zal nog een prominente rol gaan spelen in de ontknoping van het eerste VZD-boek, daar we er nog achter moeten komen hoe Anika is vermoord.
  3. In de toekomst zullen we nog enkele keren met hem te maken gaan krijgen in VZD’s of de nieuwe Lesley Lost ‘t Ops.

VZD-afleveringen waar Balthazar Roerling in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

Het portret van de volgende keer: Agatha Loon op Toom

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | June 15, 2013 - 1:56 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

image by i-don, edited by Gsorsnoi

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Lesley Spandabato.

Functie: Bloedspatanalist bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Les.
Oorsprong naam: Zijn voor- en achternaam zijn samen een anagram van iets dat met zijn functie te maken heeft: bloedspatanalyse.
Modelpersoon: Jesse Tyler Ferguson.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’
Uitspraken: “Dit is precies de reden waarom ze het tegenwoordig verplicht hebben gemaakt dat puntige tuinhekjes met bogen over de punten moeten worden uitgevoerd.” – uit ‘VZD (6): Verrassing!
& “Aargh! Op momenten zoals deze, haat ik mijn vak. Waar te beginnen?” – bij het aanschouwen van de inhoud van de bus van dakdekkersbedrijf Lekt ‘t een beetje uit VZD (10): De rotte appel –

Lesley was ZB 100,- waard

De eerste keer dat ik Lesley Spandabato op papier zette, had ik werkelijk nog geen idee waar ik met dit karakter naartoe wilde. Ik was net aan de VZD SPECIAL ‘The show must go on’ begonnen dat ik ineens een gedachteflits kreeg. Het leek me wel eens leuk om zoveel mogelijk figuren in dat verhaal – die stuk voor stuk verdachten bleken te zijn – een anagram te laten zijn van de personages zoals ze voorkwamen in de jaren ‘40 zwartwit film ‘Lady of Burlesque’, waar toen deze VZD op gebaseerd was. Zo werd Dixie door mij omgetoverd tot Stacey, nam Leo Heischaam de plaats in van Biff Brannigan, et cetera. Het schrijven van alweer de 5e editie van de Vuurspugende zonsverduisting detective destijds (toen nog met een ‘g’ geschreven) was voor mij ook meteen weer een moment dat ik opnieuw een nieuwe collega van Karel Riemelneel wilde gaan introduceren. ‘Mijn mensen’, waarbij Karel refereert aan zijn medewerkers, klinkt op een goed moment toch wat te algemeen en afgezaagd, zodat ik al in de 4e aflevering ‘Triest bericht’ had besloten Koen Voet naar voren te schuiven. En omdat er in die aflevering een onderdeel inbraak aan de orde kwam, bedacht ik mij dat een gemiddeld forensisch team daar dan vaak ook aparte mensen voor in dienst heeft. Dus wilde ik ook dat Karel daar gespecialiseerde manschappen voor op zijn loonlijst heeft staan. Niet alleen kon ik, door de poppetjes een naam te geven, het verhaal lekkerder leesbaar maken, ik vond het voor mezelf ook prettiger schrijven doordat ik voortaan voor ieder probleem zo een personage van de plank kon trekken om dat specifieke onderdeel van de zaak mee op te lossen. Het duurde vervolgens niet lang of ik had die twee gedachten gecombineerd en kwam er daarom op uit dat ik bij het introduceren van een bloedspatanalist wilde dat deze persoon eveneens een anagram zou worden van zijn functie. Daarin slaagde ik overigens niet helemaal, want zoals bekend schrijf je Lesley met een ‘y’ en niet met een ‘i’ op het einde. Maar dat gaf niet, want met de verwijzing naar wat zo’n bloedspatanalist bezig houdt (bloedspatanalyse), was ik ook tevreden.

En zo geschiedde het dat Lesley Spandabato voor het eerst in de VZD werd opgepend toen ik aan de VZD SPECIAL ‘The show must go on’begon. Zijn naam klonk meteen goed en Karel had er eindelijk weer een maatje bij, alleen wat ik verder met zijn personage wilde gaan doen, wist ik nog even niet. Wat ergens zelfs wel jammer was, is dat ik vervolgens zo door het interessante script van die aflevering werd opgenomen, dat ik de kans liet liggen om iets te verzinnen zodat hij zijn specialisme gelijk kon toepassen. Waar hij in zijn eerste VZD mee bezig was, had in elk geval weinig met bloedspatten analyseren van doen. Karel gebruikte Lesley vooral als regelneef en liet hem een zestal man over een theater verdelen zodra de burlesqueshow ‘radio dies in war’ weer kon worden opgevoerd. Kort voor het arriveren van het rechercheteam was er namelijk een moord gepleegd op de hoofdrolspeelster zodat Lewi Wall, de eigenaar van theater ‘Ladies of Paranaque’, in allerijl een nieuwe dame moest regelen om haar plek in te nemen.
Halverwege het verhaal is Lesley wel meteen het oplettende recherchelid dat één van de medewerkers zo van de lijst met verdachten weet schrappen. Hij had namelijk opgemerkt dat hij de grimeur Rodin Goedde, die een stripclub met de dames wilde opzetten, nog in de zaal had zien zitten toen de volgende moord zich al voltrok; Hale Probehood, de dame die de rol van Stacey had ingenomen, werd direct na haar eerste optreden als Lolita op brute wijze om het leven gebracht. Dus zo had Lesley in elk geval al meteen bij zijn debuut een bijdrage kunnen leveren om weer een stap dichter bij de ontknoping te komen.
In de slotscène komt Lesley ook nog even voor, maar hij heeft daar geen rol van betekenis. Karel noemt vanuit het ik-perspectief in zijn vertelling alleen dat hij hem aan de overzijde van het podium ziet staan, terwijl toneelknecht Stan Haged als duveltje uit het doosje de gevreesde moordenaar blijkt te zijn en Rita Fautsovic te midden van het toneel met een elektrische kabel bedreigt.
Kort na de 80e comment bij dit onderzoek, waarin ik Retroman uiteindelijk feliciteerde met het oplossen van de VZD, gaf ik via een spel binnen het spel nog een troostprijsje weg door de spelers de anagram op te laten lossen waar Lesley’s naam blijkbaar uit bestaat. Met Lesley kon je zomaar ZB 100,- verdienen, ongeacht of je de detective nou had opgelost of niet. Dit prijzengeld is overigens nooit opgeëist. En daar moet ik nog steeds wel om lachen. Want niemand heeft blijkbaar de moeite willen nemen te noemen dat Lesley Spandabato de anagram zou moeten zijn van ‘bloedspatanalyse’. Uiteraard is het nu niet meer mogelijk die 100 sperziebonen te winnen, omdat bij het verklappen van de oplossing het hele spelelement inmiddels wel is komen te vervallen, maar voor de historie achter dit karakter is het wel een geinig feitje.

Egghead

Nadat ik had gerealiseerd dat ik eigenlijk nog te weinig met Lesley als nieuwbakken Tycoon Newspaper-personage had gedaan, besloot ik om hem in Verrassing!, de opvolgende VZD, in elk geval alvast een uiterlijke beschrijving mee te geven. Zo leerden we Lesley kennen als een rossig mannetje met een dito baardje en studentikoos brilletje. Toen had ik Lesley nog helemaal niet in mijn hoofd zitten als Jesse Tyler Ferguson, waar ik uiteindelijk op uit zou komen, maar dacht ik dat hij meer een oudere knar moest voorstellen, met een iets intelligenter voorkomen zoals Gary Sinise of Horatio Caine, beide uit de welbekende Amerikaanse misdaadserie CSI. Dat ik met Lesley toch uiteindelijk meer op de acteur uit Modern Family ben uitgekomen heeft meer te maken met het feit dat ik hem als een nerveuzige type wilde neerzetten, met wat homofiele trekjes. Niet per se onhandig of sullig, want met figuren zoals Tinus Icket, Reuze Navelpad, Joost Stunner en Karel Riemelneel kun je inmiddels al een kwartet ‘onbeholpen klungels’ beginnen, maar wel iemand die bij de minste ongemakkelijke situatie al meteen begint te hakkelen en een hoofd krijgt zo rood als een tomaat. Qua smoelwerken heb je dan al snel iemand als Jesse Tyler Ferguson te pakken. Verder is Lesley wel degelijk bijzonder intelligent en gaat hij wat mij betreft door als misschien wel de geleerdste van het hele stel bij het GCFI. Daarmee is het nog niet zo’n nerd als Loek, die ik veel later pas aan jullie heb voorgesteld in VZD (10): De rotte appel – , maar het is beslist een hele slimme vent die dankzij zijn uitzonderlijke kennis over bloedsporen heel snel de verbanden in een onderzoek kan leggen.

Het eerste onderzoek waarin je ziet dat hij daarin uitblinkt is in VZD (8): Eendjes voeren . Na Paaps suggestie dat slachtoffer Florens zou zijn gestikt in de hoeveelheid bloed, zien we hoe hij precies die route aflegt zoals de verongelukte Florens dat ook zou hebben gedaan. De alinea laat zich haast lezen als het volgen van een bloederig broodkruimelspoor, totdat ook hij tot de conclusie moet komen dat het niet anders met het slachtoffer had kunnen aflopen dan dat hij werd omgezet tot een nieuwe kleur vijverwater. Ik zie dan echt voor me, hoe hij daar als een Sherlock Holmes het pad afloopt en ieder detail in het park aan een grondig onderzoek onderwerpt. Wat ik er ook leuk aan vind, is dat hij daarin bloedsporen de revue laat passeren van uiteenlopende aard: discreet geloosd met speeksel vermengd bloed, de link naar hoe Lesley zich daarbij voorstelt dat Florens steeds een mond vol bloed moet hebben gehad, kleine spatjes bloed, kleine beetjes kwijl met rode stipjes erin, tot uiteindelijk het moment dat hij het moordwapen, voorgesteld door een gaasje tegen het bloeden, uit het water vist en daarmee de finale aanzet geeft voor Retroman om de zaak op te lossen.
Het stukje waarin dit is uitgeschreven, ben ik best trots op. Voor de gelegenheid heb ik het daarom hieronder bij dit portret geplakt. Het is de bloedspatanalist ten voeten uit.
Wat in dezelfde alinea ook genoemd wordt is dat Lesley reeds vijftien dienstjaren op de teller heeft staan en dat hij geen klein kereltje is, maar een lange man vergelijkbaar met Walter de Krom. Laatstgenoemde is toevallig een personage dat is gebaseerd op een werkelijk bestaand persoon, namelijk een vriend van Retroman en mijzelf, wat mij dan weer een indruk geeft hoe lang hij zou moeten wezen. Twee meter haalt Walter niet, maar Retroman is met mijn 1,70 langer dan mij en de echte Walter steekt daar nog ietsjes boven uit. Dus daarmee kun je gerust concluderen dat Lesley een gemiddeld lange darm is. Toch is er altijd een baas boven baas; Kornelis Oflook blijft hoe dan ook de langste figuur hier in Gohes City en is hij zelfs al eens vergeleken met Rubeus Hagrid uit Harry Potter. Op het gebied van intellect kan hij zich wel met hem meten. Beide zijn het niet de domste uit het rijk van WSNOI.

Bijzondere mentorrol

In een aflevering eerder komen zijn specialiteiten ook al even aan bod. Daarin wordt hij door Karel gevraagd om een bloedmonster te nemen van de gebroken zijruit van de gecrashte auto in het verhaal. De barst in de vorm van een rozet is vergeven van rode sporen, zodat Lesley hier opnieuw zijn kans schoon ziet om zijn tanden in het bloed te zetten. Hij is dan inderdaad de aangewezen persoon om bij zulke situaties in te schakelen. Het is ook om die reden dat ik bij het samenstellen van Karels team al heel snel voor een bloedspatanalist heb gekozen; bij negen van de tien zaken komen namelijk bloedsporen voor.
Toch duurde het nog even voordat ik Lesley op een echt grote klus kon zetten. In de tiende VZD doet hij inmiddels geregeld zijn optreden en belandt hij na een paar alinea’s al tot kniehoogte in de bloedplassen en moordwapens. We hebben het natuurlijk over het verhaal De rotte appel, dat uiteindelijk als, als het ervan komt, als hoofdstuk zal worden gebruikt in het eerste VZD boek. Helemaal aan het begin van deze aflevering wordt ook de nieuwe en beeldschone forensisch arts America Calista geïntroduceerd. Ze is van exotische (Trinidadiaanse) afkomst en valt meteen bij de mannelijke collega’s in de smaak. Uit de eerste conversatie die in dat verhaal tussen Koen en Lesley plaats vindt maken we op dat Lesley nog vrijgezel is. Geheel in lijn met hoe ik mij Les vooraf had voorgesteld reageert hij bij de eerste kennismaking al krampachtig op haar. Niet voor niets had ik voorzien dat hij America zou gaan begeleiden bij haar eerste zaak. Al meteen in de dienstauto onderweg naar het PD merk je dat er een vreemd sfeertje tussen die twee ontstaat en moeten we aanvankelijk concluderen dat Lesley niet man genoeg is om haar mentor te gaan spelen. Maar hij moet wel. Zo heeft Karel (lees: ikzelf) dat zo gewild. Tot hele gekunstelde situaties leidt dat gelukkig niet tussen die twee, maar het levert wel een aantal momenten op waarbij Lesley zich uiterst ongemakkelijk voelt. Want alhoewel America de air heeft van een kauwgom kauwende kat die je niet zonder handschoentjes moet aanpakken, buigt zij zich frequent in toevallige ‘werkhoudingen’ waardoor bij Lesley spontaan het zweet uitbreekt. Tot noch toe heeft dat alleen nog opgeleverd dat hij op een eerste rangs positie boven haar imposante voorgevel heeft gehangen, maar ik zal hem nog in genoeg situaties manoeuvreren waardoor ook zijn oren bij zijn haarkleur zullen passen.
Deze aparte kennismaking met haar begint aanvankelijk redelijk ordinair, maar ik heb me voorgenomen om er een verhaallijn tegenaan te schrijven waardoor je zal zien dat de verhouding tussen die twee steeds hechter wordt en het misschien zelfs wel oplevert dat Cupido zich met dit onwaarschijnlijke duo zal bemoeien. Of dat zo is en hoe dat verder in de boeken zal worden verwerkt, hou ik natuurlijk nog even voor mezelf. Maar het gaat in elk geval een grappige extra verhaallijn opleveren.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Lesley Spandabato heb ik vooralsnog twee verhaallijnen voor ogen:
1. Lesley is de rechterhand en dus de steun en toeverlaat van Karel Riemelneel. Als hem iets overkomt, dan neemt Lesley GCFI voor hem waar. Deze situatie zal zich in de boeken tenminste twee keer voordoen. Zodra Karel Riemelneel wordt neergeschoten door Balthazar Roerling dan zal iemand tijdelijk het roer van het GCFI moeten overnemen. Lesley is de geschikte man hiervoor. Hoe lang hij deze verantwoordelijkheid moet dragen hou ik nog even geheim. Later in tenminste drie boeken verder valt er nog iets vervelends voor, waardoor Karel niet in staat is het team te leiden. Opnieuw zal Lesley het dan overnemen.
2. Zoals hierboven al is genoemd krijgt Lesley een oogje op de beeldschone America Calista. De nieuwbakken forensisch arts valt weliswaar bij zo goed als iedere bij het GCFI werkzame man in de smaak, Lesley heeft het voorrecht haar mentor te mogen zijn. Echter, omdat hun persoonlijkheden mijlenver uiteen liggen, valt het Lesley zwaar om een plekje in haar hart te winnen (hij is dus wel degelijk hetero). Ze is zo dichtbij en tegelijk zo onbereikbaar, althans zo ervaart hij het. Menigmaal zal het voorkomen dat hij in verlegenheid wordt gebracht door haar verbluffende aanwezigheid, maar komt het er ooit van dat er een echte relatie tot stand komt?
Deze verhaallijn is beslist niet de belangrijkste en zal in de boeken alleen maar af en toe worden aangestipt. Toch vind ik het wel vermakelijk. Zeker omdat ik weet hoe het zal aflopen. En wie dat wilt weten, zal alle boeken van de VZD moeten lezen.

- fragment uit VZD (8): Eendjes voeren :
“[…] Sporen. Ze hadden Lesley altijd al geboeid. Vijftien dienstjaren telde zijn carrière als bloedspatanalist nu en hij maakte nog dagelijks kennis met nieuwe relaties tussen verloren menselijk of dierlijk bloed met de wijze waarop dit kostbare vocht verloren werd. Op de route van de tandartspraktijk naar de vijver had hij diverse plassen bloed gevonden die door Florens discreet waren geloosd. Die bij de brug was zo veel mogelijk van de bloedsporen achtergelaten achter een vuilnisbak bij een bankje. Geen fijn gezicht, maar beter dan voor het bankje op de plaats waar iedereen liep. Even voorbij de onderdoorgang van de brug had nog een bankje gestaan. Daarop had Retroman de vrouw gesproken die haar voorbij was gelopen. Een paar bosjes die in het verlengde van die zitplaats stonden lag nog een plasje bloed. Allemaal uitgespuugd om er niet als een vissenkom vol bloed bij te hoeven lopen. Maar daarna hield de wijze waarop Florens zich van het vocht en de viezigheid in zijn mond had ontdaan op. Het veranderde, even voor de vijver, in kleinere spatten bloed. Alsof hij geslist had en zijn mond niet goed gesloten kon houden. Kleine beetjes kwijl met rode stipjes erin bevuilde daarmee het smalle pad langs de vijver. Lesley hield halt op die plaats. Achter hem was hij juist door een hoop groen gewandeld dat een tunnel vormde en als deurtje naar de vijverkant leidde. Rechts waren er alleen maar bomen en struiken en links waren de eendjes die vrolijk kwaakten en zich niets aantrokken van de linten ‘NIET BETREDEN – POLITIE’. Voor hem werd de vijver in de hoek gemarkeerd door een beuk die wat overhing, rechts daarvan, voorbij de bomen, een grasveld. Huub had daar gestaan met een man waarvan zijn vriendje niet mocht weten dat hij er mee optrok. Althans, dat is als je de verhalen mocht geloven. Lesley nam het al over het pad lopende allemaal in zich op en probeerde zich voor te stellen hoe het vrijdag moest zijn gegaan.
“Kwaak, kwaak!” klonk het naast hem. De eendjes meende dat Lesley er stond om ze te gaan voeren. Hij keek om en voelde plotseling iets tegen zijn hoofd tikken.
“Oei! Nu had ik mijn hoofd toch bijna tegen die overhangende tak gestoten!”
De tak viel weg in de schaduw zodat het een potentieel gevaar was voor lange mensen. Lange mensen zoals hijzelf, maar ook voor de fietsende Walter. Dus nu begreep hij waarom deze fietsliefhebber een rare beweging moest hebben gemaakt en Florens in het water kon duwen. Met de grote hoeveelheid bloed in zijn mond had hij zich misschien verslikt en was er in gestikt tijdens zijn poging om zichzelf boven water te houden.
“Maar hè, wat is dit?” sprak Lesley en boog door zijn knieën om iets uit het water te vissen. Hij stak één hand in een kunststof handschoen en raapte [AANWIJZING] een piepklein wit pakketje uit het water dat in het midden wat bloed vasthield. […]”

VZD-afleveringen waar Lesley Spandabato in voorkomt:

VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’
VZD (6): Verrassing!
VZD (7): Red mij!
VZD (8): Eendjes voeren
VZD (10): De rotte appel –
VZD (10): De rotte appel – deel 2

Voorlopig gaan we even door met de VZD-portretten. Daarom is het portret van de volgende keer: Balthazar Roerling

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

Toevoeging #1:

Tijdens het verhoor van Humfried Roerling komt heel duidelijk naar voren dat Lesley een neus heeft voor mannen die over hun seksuele geaardheid nog niet naar buiten hebben durven komen dat ze op mannen vallen. Hoewel Humfried is getrouwd, is hij wel homofiel. Lesley zelf is dat niet, ondanks dat vele hem wel zo zien door zijn uiterlijk en vrouwelijke kanten. Dit heb ik, behalve van modelpersoon Jesse Tyler Ferguson, ook van mijzelf afgekeken. Ik ben absoluut hetero, maar heb bijvoorbeeld lange wimpers, kleine handen en een zacht karakter. Het zijn deze kenmerken waarom men mij soms met een vrouw vergelijkt. In ‘De rotte appel’ vertel ik nog dat Lesley in het verleden met homofiele gedetineerden heeft gewerkt. Hoe dat precies zit ben ik verder niet op in gegaan.

Verder houdt Lesley ervan om aan het einde van de week een potje te biljarten met zijn collega’s in de bedrijfskantine van het GCFI.

By gsorsnoi | March 8, 2013 - 8:26 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

image by De Wit36, edited by Gsorsnoi

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Bart Zweets.

Functie: Sportverslaggever.
Andere namen: Geen.
Oorsprong naam: Zijn voor en achternaam zijn een variatie op de naam van sportcommentator Mart Smeets. Daarnaast kende wij op badminton een vriend die Bart van zijn voornaam heet.
Modelpersoon: Mart Smeets.
Eerste oer-artikel: De Gégéëngédeïsche Spelen en de laatste troef. Dit verhaal was als grap bedoeld en is nooit voltooid.
Eerste online-artikel: Remí di Gregsorio op 3,8 kilometer voor de finish lek gereden. Officieel was de Gégéëngédeïsche Spelen eerder online, in een voorloper op de digitale versie van de Tycoon Newspaper.
Uitspraken: “Het lijkt wel alsof hij door een andere dimensie is gefietst.”

Gelegendheidsverslaggever

Bart Zweets is niet een verslaggever waar al veel over te vertellen valt. Met wel geteld één artikel op de digitale versie van de Tycoon Newspaper kun je gerust zeggen dat hij een ‘gelegenheidsverslaggever’ is en hier dus ook maar heel af en toe zijn gezicht laat zien. Dit komt vooral doordat ik, als zijn geestelijk vader, niet zoveel met sport heb. Niet dat ik helemaal niet aan sport doe of er op tv niet naar kijk, ik ben gewoon niet zo fanatiek als sommige andere mensen. En dat maakt ook dat het me dikwijls niet zo kan bekoren wat voor nieuws daarover te vermelden valt. Ieder zo z’n interesses zal ik maar zeggen. Sporten waar ik wel liefhebber van ben zijn wielrennen, de sierlijke Braziliaanse vechtsport capoeïra en badminton.
Ik zal een jaar of dertien zijn geweest toen ik begon aan die laatstgenoemde sport. Met een racket in mijn handen leerde ik Willem Kwak (medeoprichter van WSNOI), de Moraelridder en nog enkele andere vrienden kennen. Letterlijk zo. Met enkelen heb ik soms vandaag de dag nog steeds contact. Op badminton zat ook een hele lange knul, een keurige jongeman uit een net gezin en sprak overduidelijk ABN, althans zo gingen de geluiden. Zijn naam was Bart. Het zal je niet verbazen dat hij de eerste inspiratie vormde voor het karakter Bart Zweets, puur op basis van zijn voornaam en omdat ik hem ook een rol in de krant wilde geven. Al lijkt hij er zelf uiterlijk in de verste verte niet op. Toen de Tycoon Newspaper in z’n eerste vorm tot stand kwam zocht ik al passende figuren voor de verschillende katernen. Ik bedacht dat ik het wel leuk vond om hun namen te verbinden aan hun specialisaties zodat Tinus Icket, Rina Oddel, Karel Riemelneel en natuurlijk Achmed Liën als hoofdfiguren ontstonden. Maar tja, dan had ik eigenlijk niets voor een sportpagina. En dat terwijl het bedoeling was dat de Tycoon Newspaper initieel in het clubblad het Veertje zou verschijnen. Daar kreeg ik dan ook commentaar op. Er zat te weinig sport in (lees: badminton). Mijn geliefde krant verdween uit het blad van de vereniging en ik moest iets nieuws gaan zoeken. Had ik dus maar verslaggevers verzonnen die meer met badminton hadden of sport in het algemeen! Maar lang bleef ik daar niet rouwig om en besloot vervolgens om de Tycoon Newspaper zelf een eigen vorm te geven.
Er gingen jaren overheen voordat er een keer een moment kwam dat ik toch weer opzoek ging naar een sportief typetje voor mijn krant. Maar het ontbrak mij steeds aan de juiste inspiratie om met een echt leuk en treffend figuur op de proppen te komen. Dat was echter totdat ik bij de GGD ging werken, de Gemeentelijke gezondheidsdienst die tijdelijk zelfs even de GG & GD heeft geheten. De tweede ‘G’ stond daarbij ineens voor Geneeskundige zodat het voluit Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst werd genoemd. Ik werkte er in een team van datatypisten. Creatieve buien had ik samen met mijn collega’s Romeo, Janine en Walter te over. Onze humor werkte aanstekelijk en dat droeg erg bij aan de motivatie om de dag rond te maken. Niet dat de productiviteit ervan omhoog ging, maar daar maakte we ons eigenlijk niet zo druk om. We hadden lol, deden net alsof we hard werkten * kuch * en bedachten de gekste dingen om de verveling te verdrijven. Ik had de tijd van mij leven!
Op een goed moment kwamen we er ineens op om een variant op de Olympische Spelen te verzinnen. Het zal ongetwijfeld wel een jaar zijn geweest waarin dit fenomeen actueel was. We spraken er op onze fantasierijke manier wat over en kwamen daardoor als vanzelf op allerlei variaties op de namen uit de strip Asterix en Obelix. Ik zal die later wel eens publiceren. Dat is echt een hele lijst geworden. Maar uiteindelijk bracht mij dit er ook op om een verhaaltje te creëren voor één van de eerste Tycoon Newspaper-verhalen die ik digitaal wilde gaan uitgeven. En dat was hoe onze Bart (van badminton) ineens Bart Zweets werd, want tja, ik had toch iemand nodig die als sportverslaggever voor de Gégéëngédeïsche Spelen moest optreden.

Het nu volgende verhaaltje is nooit afgeschreven, maar dat is niet zo erg. Het was destijds als grap bedoeld en ik heb eigenlijk daarna nooit de behoefte gehad het verder af te maken. Ik bied het hier in z’n meest pure vorm aan zoals ik het uit het Tycoon Newspaper archief heb opgediept. Het verhaal zou moeten gaan over Walterix en Hubelix, al komen deze twee figuren in onderstaand stuk nog niet voor. In het echt is deze combinatie erg onwaarschijnlijk; Walter was namelijk een collega van ons en kon onze projectmanager Huub niet uitstaan. Dus waarom zouden die twee ineens Walterix en Hubelix gaan zijn? Het zal één van de redenen zijn geweest waarom ik hun belevenissen nooit verder heb uitgewerkt.

“De Gégéëngédeïsche Spelen en de laatste troef”

Zo’n 2000 jaar geleden was heel Wallië (zo heette Frankrijk toen) bezet door soldaten van Gsorius Caesar, de Komeinse veldheer. Héél Wallië? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van de Komeinen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk…
Ons verhaal start in Kome, de hoofdstad van het Komeinse Rijk. Het is 48 v. Chr., Gsorius Caesar, heerser van het Komeinse Rijk heeft niet alleen heel Europa en een deel van het Middellandse Zee-gebied in handen, maar daarmee ook de Spelen. De tijd was aangebroken voor de 183e Gégéëngédeïsche Spelen. De laatste die Gsorius Caesar zou meemaken voordat hij 4 jaar later voor de volgende Bulympiade werd vermoord.
Al enige tijd zaten die Walliërs hem vreselijk dwars. Telkens weer trokken de Komeinen aan het kortste eind als het ging om het veroveren van dat enige kleine dorpje met die barbaren. Toch had Caesar naar verloop van tijd een zekere sympathie voor ze opgebouwd, maar liet dit uiteraard niet blijken aan de andere Komeinen. Er kwam al gauw een vergadering onder de hoge heren waar Gsorius Caesar mee in beraad ging.
“Ze hangen mij de keel uit! Ik heb genoeg van ze!” en zo smeet Caesar krachtig z’n Senseo koffiemok door de aula.
“Rustig, rustig o grote heerser,” trachtte een wethouder Caesar te kalmeren, “de Walliërs zijn krachtig en erg stug maar zeker geen onkrenkbaar volk. We moeten de strijd met ze aan blijven gaan. Het kan nooit zo wezen dat wij steeds maar lijdend moeten toezien hoe onze manschappen met legioenen verslagen van dat dorp terug waggelend naar Kome.”
Caesar keek met een rood hoofd naar de muur en fokte zich op. Geluisterd hebbend naar de zojuist door z’n wethouder gesproken woorden kwam het stoom hem al bijna uit de oren. Plots draaide hij zich om en greep de wethouder wild in zijn toga vast en tilde hem voor zich op.
“Kwade goden zijn het! Ik verwacht ze!” spoog Ceasar uit.
“Al jaren zijn wij bezig die Walliërs te verslaan. En steeds maar weer zijn ze ons te slim af. Of ze blijken gewoon te sterk. Het is alsof we door krachten van goden onder de voeten worden gelopen. Kwade goden! Wij als Komeinen zouden moeten heersen. Er mankeert niets aan de overweldigende troepen die we uitzenden. Ze zijn gewoon te magisch, te gevat. Het lijkt wel alsof ze niet van deze wereld komen”.
De wethouder was verbaasd met de onverwachte uitspraken waarmee Caesar hem had toegesproken. Hij had dan ook enkele seconden nodig wilde de wethouder tot zich laten doordringen wat de heerser hem zojuist had willen duidelijk maken.
“Maar grote heerser. Wilt u suggereren dat wij hier daadwerkelijk met goden te maken hebben?”
Even was het stil. Gsorius Caesars’ adem stokte. Langzaam en soepel liet hij het stof van de wethouders kledij uit z’n handen wegglippen. Caesar staarde voor zich uit en pas nu drong het ook tot hem door. Zouden de Komeinen op de proef gesteld worden door de goden? Het zou natuurlijk best zo kunnen zijn dat de Komeinen getest worden door krachten van hoger hand. Maar als dit nou werkelijk zo zou zijn, waarom dan door een miezerig ogend volk als die barbaarse Walliërs?”

Tourverslaving

Na deze flauwe introductie heeft Bart Zweets lang niets van zich laten horen. Net zoals Victor Anished was hij zomaar ineens verdwenen, zonder een duidelijk spoor achter te laten. De Tycoon Newspaper moest het daarom lang stellen zonder een sportverslaggever. Ondertussen verliet ik de GGD en ging in dienst bij Care4ict in Uitgeest. Maar vlak voordat ik dat deed werd ik bij mij oude werkgever aangestoken door het wielrenvirus. Mede door Walter(ix) en een andere ex-collega, die Jeroen heet, kwam ik in aanraking met een soort Tour de France-poultje. En dat zorgde ervoor dat mijn interesse in de nieuwsfeitjes in de sportwereld weer wat werd aangewakkerd. Inmiddels in dienst bij mijn nieuwe werkgever wist ik ook mijn nieuwe collega Bob over te halen mee te doen en gokten we er wat op los om het ideale peloton samen te stellen. De verslaving aan de Ronde van Frankrijk was een feit. Ik keek de tour, nam het op als ik het overdag niet kon zien en was zelfs bij de proloog toen de tour in 2010 in Rotterdam van start ging.
Het duurde uiteindelijk niet lang of ik had mijn eerste Tour de France-artikel te pakken. Op ons werk keek ik met een paar collega’s naar de tiende etappe van Pau naar Hautacam via een livestream op het internet. De rit was bijna afgelopen, maar ik wist dat ik het de finale daar niet zou kunnen zien. Dus ik moest snel naar huis om daar het slot te kunnen bekijken. En zo verbeelde ik mij dat ik zelf één van de renners was, klom op mijn stalen ros en sprintte snel naar IJmuiden. Onderweg kreeg ik de wildste fantasieën en zo kwam ik ineens op een artikel dat uiteindelijk Bart Zweets eerste artikel op de online versie van de Tycoon Newspaper zou worden.

Eén van de Maten van Willekeur

Bart Zweets is natuurlijk een woordspeling op sportcommentator Mart Smeets. Leuk daarbij is dat Zweets op zweten lijkt en dat een onvermijdelijk gevolg is van intensief sporten. Al kan ik mij niet voorstellen dat Mart dat bij het verslaan van de tour nog echt doet. Maar dat is een ander verhaal.
Met Bart heb ik nog wel plannen om zijn karakter verder uit te werken, maar op het moment kan ik zo gauw nog even niets concreets bedenken. Alhoewel er wel één ding is waar ik hem wel voor wil inzetten: ik zoek namelijk nog een barman voor het nieuwe te openen café de Maten van Willekeur…

Bekend werk van Bart Zweets:

Remí di Gregsorio op 3,8 kilometer voor de finish lek gereden

Portret van de volgende maand: Lesley Spandabato

By gsorsnoi | January 8, 2013 - 6:13 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

image by ragere, edited by Gsorsnoi

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Olga Sloot-Koers.

Functie: Verslaggeefster van economische perikelen/ economisch verslaggeefster.
Andere namen: Ollie.
Oorsprong naam: Haar voornaam is dezelfde als die van een ex-studiegenote van mij en heb die naam altijd bijzonder gevonden. Haar achternaam is een verbastering van het woord ’slotkoers’.
Modelpersoon: Sabine Koning.
Eerste oer-artikel: Geen. Olga bestond pas sinds WSNOI een flinke metamorfose heeft ondergaan en zij later als nieuwe reporter aan de ‘verzameling stemmetjes’ werd toegevoegd.
Eerste online-artikel: Spelregels ‘De consistente cijfercode’.
Uitspraken: “Ik heb mij laten vertellen dat jullie belachelijk goeie patat verkopen.”

Wil de echte Olga opstaan?

Op een zekere avond waarop ik de slaap niet kon vatten, lag ik weer eens te fantaseren over hoe ik de Tycoon Newspaper verder kon verrijken met verse content. Een krant kan altijd beter. Want de lezer moet altijd het gevoel hebben iets nieuws te kunnen lezen en daar moet je soms drastisch het roer voor durven omgooien. Vernieuwende elementen worden toegevoegd, oude eruit en je hebt weer iets fris om naar te kijken. Zo bedacht ik mij, al starende naar het plafond, twee dingen 1) de Tycoon Newspaper had nog geen economische bijlage en 2) het aantal vrouwelijke reporters die ze telde was mijns inziens te weinig. Niet dat Rina Oddel haar mannetje niet zou staan tegenover de rest, het werd gewoon hoog tijd dat een dame het gezelschap zou verrijken. Nu word ik er vaker van beticht zo mijn vrouwelijke kanten te hebben, nou dan moest dat maar een keer een ’stemmetje’ gaan opleveren van het andere geslacht.
Maar goed dan moesten we natuurlijk wel een naam voor haar hebben. Daar was ik snel uit. Olga zou het worden, vernoemd naar een ex-studiegenote aan de pedagogisch academie voor basisonderwijs (Pabo). Ik heb het altijd een mooie naam gevonden. De draagster ervan trouwens ook, zo iemand die je later nog eens terug zou kunnen zien in de televisieserie ‘Het mooiste meisje van de klas’. Dat wil zeggen, als ze met haar carrière iets uitzonderlijks zou bereiken waardoor de programmamaker er brood in zou zien. Niet dat ze op de PABO veel klasgenoten had om de harten sneller van te laten kloppen – het aantal jongemannen was destijds namelijk al erg dun bezaaid – duidelijk was wel dat ze dat effect op het andere geslacht had gehad in het voortgezet onderwijs. Zo bleek wel uit de verhalen. Ook mij was deze schone verschijning dus niet ontgaan. Een prachtige brunette met een volle glanzende bos haar die ze meestal tot net over haar ruime schouders droeg. Ze was iets voller in al haar vormen dan de meeste slanke dames, maar alles behalve dik. Het zal wel komen doordat haar armen de indruk gaven alsof ze er in de sportschool net genoeg aan had gedaan om krachtiger over te komen, zonder daarmee ook maar iets bij in te hoeven leveren van haar magnifieke figuur. De lijn om haar slanke taille destijds was zinnenprikkelend. Zo ook haar goedgevormde bilpartij die ze vaak in een lichtblauwe spijkerbroek had gestoken. Maar het meest betoverend aan haar heb ik altijd die donkere bruine ogen gevonden die je constant de indruk gaven dat ze lachte. Ze pasten perfect bij deze opgewekte jonge vrouw. Ik heb ‘Ollie’ dan ook gekend als een heerlijke spring-in-’t-veld. Zo iemand waar je zelf in de omgang spontaan vrolijk van wordt, iemand die de mensen om haar heen met een natuurlijk enthousiasme aanspreekt van een dartel kind dat het bijna uitroept van blijdschap wanneer ze haar vader weer uit het werk ziet verschijnen.
Dus tja, ik had zo verliefd op haar kunnen worden. Maar dat gebeurde niet, simpelweg omdat ik mijn hart inmiddels al had weggegeven aan de vrouw van m’n leven: Jenny. Olga stapte wat dat betreft net te laat mijn leven binnen. Al moet ik hier eerlijk zijn en bekennen dat ik denk dat het nooit iets tussen ons zou zijn geworden, maar dat terzijde. Duidelijk moge zijn dat deze prachtige dame niet alleen met haar naam model heeft gestaan voor Olga Sloot-Koers. Ze heeft in mijn hoofd ook fysiek gestalte gegeven aan Tycoon Newspapers verslaggeefster van economische perikelen. En net dat leverde op dat ik het mezelf bijzonder moeilijk had gemaakt om hier boven dit artikel een plaatje te kunnen plakken van een persoon die iedereen, bij het openslaan van de Tycoon Newspaper, zou herkennen. Want Olga vragen (gesteld dat ik nog contact met haar zou kunnen krijgen) of ik even een pasfotootje van haar zou mogen gebruiken voor het model staan voor mijn hersenspinsel… dat leek me niet helemaal een gepaste zaak. Het mag dus ook een wonder heten dat ik toch uiteindelijk nog iemand heb kunnen bedenken waarvan gesteld mag worden dat ze uiterlijk ook maar iets in de buurt komt bij de Olga die heb gekend, zij het dat die dame wel ietsjes ouder is dan mijn ex-studiegenote: Sabine Koning. Heel erg is dat niet, de GTST-actrice voldoet eigenlijk zowel in leeftijd als uiterlijk prima aan het personage ‘Olga’ dat ik voor ogen had. Zij mag dan wel iets molliger zijn dan de Olga van de Pabo en een wat exotischere uitstraling hebben door haar etnische afkomst, zij is wel de natuurlijke schone die ik graag als modelpersoon zag voor onze nieuwe redactieaanwinst.

De consistente cijfercode

Spijtig is dan eigenlijk wel dat haar eerste artikelreeks niet helemaal lekker van de grond is gekomen. Ik zag het aanvankelijk nog helemaal niet zitten om met haar aan de artikelen te beginnen die van dat ‘economische’ tintje zouden worden voorzien. Daar had ik eenvoudigweg nog niet meteen een goed concept voor. Het verzinnen van iets waar een ander nog nooit op is gekomen heb ik altijd als hoofddoel van zowel WSNOI als de Tycoon Newspaper gezien. Dus als ik haar financiële verhaaltjes zou laten schrijven, dan moest dat wel iets afwijkends of absurd hebben. Wil ik weten hoe de markt erbij ligt of hoe de huidige koers zich verhoudt, dan koop ik wel één of ander handelsblad. Maar ik kwam er niet uit hoe ik, wat zij zou schrijven, in dat typische ‘tycoon’-stijltje kon onderdompelen. En toch moest het, want hoe kun je nu een webkrant voortbrengen dat is voortgekomen uit het gedachtegoed van magnaten zonder er een katern in op te nemen dat ‘tycoon’ uitstraalt?
Ten langen leste besloot ik dat ik het beoogde doel even liet rusten en voor Olga voorlopig maar even iets anders moest verzinnen. Ze verdween daarop van de ontwerptafel en ik sloot haar op in één van de kamertjes in die grijze massa van mij. Daar speelde ze enkele maanden voor Doornroosje, totdat ik tijdens opnieuw een slapeloze nacht ineens lag te mijmeren over een geheel ander TN-dilemma: het nieuw maandelijkse spel. Uniek aan de Tycoon Newspaper is dat er naast buitengewone verhalen, spetterende artikelen en een indrukwekkend arsenaal aan gevleugelde uitspraken ook ruimte werd gemaakt voor schrijfsels met een actief spelelement. De twee bekendste daarvan zijn de anagrammen, waarbij BoB de Winter steevast de ‘navels klopte’ en de geroemde Vuurspugende zonsverduistering detective, liefkozend ook wel de ‘VZD’ genoemd. Hoe boeiend die twee ook zijn en waren, er moest iets nieuws komen. De VZD gold als een ABR op de anagrammen – de term die BoB en ik inmiddels hanteren voor alle pogingen die ik onderneem om hem niet bij alle spellen bovenaan de ranglijsten te krijgen – maar ik hield het tijdtechnisch niet vol om de detective levend te houden. Zo kwam ik op een goed moment een keer op het idee om de lezers zelf te vragen wat zij een goed spel zouden vinden om mee door te gaan, wat resulteerde in De consistente cijfercode. Op het idee gebracht door TN-fan Sandra kristalliseerde er zich een spel in mijn hoofd waarvan ik meende dat het zich in ingenieuze zin kon meten aan de VZD en lezers zou moeten interesseren om zelf ook aan de Tycoon Newspaper te kunnen meeschrijven.
Extra jammer was het dus toen bleek dat dit spel, bestaande uit een kettingverhaal in Steampunk-stijl, gigantisch flopte. Of het nou kwam omdat het te veel tijd vroeg van de TN-lezers zelf of omdat de stijl van het verhaal niet aansloeg, dat het spelidee te ambitieus bleek was in elk geval wel duidelijk. Al met al kwam het er zelfs op uit dat ik haast meer tijd kwijt was aan het ‘coderen’ van de CC dan ik normaal kwijt was aan de VZD, zodat ik het zelf ook wel fijn vond dat het ophield.
Zuur was dat natuurlijk wel. Want met de komst van een nieuw verhaal, dat voor een groot deel door de lezers zelf geschreven moest worden, zag ik meteen kans om een aantal extra personages aan de Tycoon Newspaper toe te voegen. Zo was er het Hoofd van de Mysteriewetenschappen (Zydrych Zonderland), de Advocaat voor de Wetten van de Natuurkunde (Maxwell Blaylock) en Phineke de Zeppelinpilote. Stuk voor stuk figuren die in het Rijk van WSNOI zijn ingebracht om het steampunk gehalte van deze fantasiewereld nog beter uit de verf te laten komen. Vooralsnog zullen we het even zonder ze moeten stellen; ik heb ze in de verhaallijnen die nu in mijn hoofd zitten om in de komende tijd uitgewerkt te worden nog even niet opgenomen. Dat komt vast nog wel een keer.

Wally Sloot, Copper en Joost Stunner

Van drie andere karakters zal er waarschijnlijk al eerder iets op papier verschijnen: Wally Sloot, Copper en Joost Stunner. Laatstgenoemde kennen we al een tijdje, al is het een personage die op de TN wat onder het stof is komen te liggen. Eigenlijk kennen we deze diefachtige persoon dan ook niet van de Tycoon Newspaper, maar van de eerste versie van WSNOI. Daar huisde hij reeds rond als één van mijn alterego’s, zodat ik zelf middels deze schuilnaam ook kon deelnemen aan de door mij zelfbedachte spelelementen.
Met Olga zag ik een uitgelezen kans om Joost terug in de schijnwerpers te krijgen. Zo verzon ik dat Olga en hij een relatie zouden hebben gehad (goh, hoe zou ik toch op dat idee zijn gekomen?), eentje die niet lang stand had gehouden. Olga zei daar zelf in de spelregels van De consistente cijfercode het volgende over: “Joost Stunner – Is mijn ex-man. Hij is niet de vader van mijn zoon Wally Sloot en heeft ook nooit voor de Tycoon Newspaper geschreven.”
Over de biologische vader van Wally is niets bekend, wel dat hij een mechanische spin heeft als huisdier die hij Copper noemt. Hier stopt ook ieder stukje achtergrond dat ik op dit moment over deze familie vertellen kan, puur omdat ik de achtergronden en onderlinge relaties nog niet verder heb uitgewerkt. Over Joost Stunner kan ik nog wel verklappen dat hij een klungelige dief is die blunder na blunder begaat. Waarschijnlijk is Olga om die reden ook bij hem vandaan. Meer wil ik echter over hem nog niet loslaten, omdat er ter zijner tijd nog een apart portret voor hem wordt opgemaakt en mijn verwachting is, dat wanneer dat zover is, er ook meer over hem te vertellen valt.

Verkwistende vensterbanken.

Na even een tijd van de voorpagina te zijn verdwenen, dook Olga toch weer op. En nee, het was niet prins Joost Stunner die met gevaar voor eigen leven de krochten mijner hersenbrij heeft moeten afspeuren naar dat ene kamertje waar we ook het spinnenwiel aantreffen dat mijn hersenspinsels voortbrengt. Ik heb haar zelf een zoen gegeven en ingefluisterd: “Wakker worden lieve Olga, ik heb een artikelreeks voor je bedacht. Er is werk aan de winkel.”
Het slaap nog uit haar ogen wrijvend klom Olga dadelijk in de pen en beet zich vast in de eerste Verkwistende Vensterbanken. De algehele economische malaise waar Europa op dat moment onder gebukt ging, inspireerde mij om haar artikelen te laten schrijven die zogenaamd een verklaring moesten geven, waarom we het allemaal op het moment financieel zo slecht hebben. Geld wordt rijkelijk verkwist aan van alles en nog wat. Vandaar dat ik Olga op de uitkijk heb gezet. Met haar poezelige derrière zit nu iedere maand in haar vensterbank terwijl ze met een pen en bloknoot op schoot naar buiten tuurt en beschrijft hoe geld ongegeneerd over de balk wordt gesmeten.

Bekende werken van Olga Sloot-Koers:

Portret van de volgende maand: Bart Zweets

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | June 2, 2012 - 12:30 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

Een portret van … Kerbert Rent

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Kerbert Rent.

Functie: Winkeleigenaar van Kerberts Dumpshop in rijk van WSNOI. Schrijft zo af en toe eens iets voor de Tycoon Newspaper.
Andere namen: Krent.
Oorsprong naam: Tezamen met de ‘K’ uit Kerbert vormen dat en zijn achternaam samen het woord ‘krent’. Uiteraard staat dit woord zijn gierige gedrag richting zijn klanten.
Modelpersoon: Feitelijk is Kerbert niet op een werkelijk bestaand persoon gebaseerd, maar komt hij voort uit één van de 3d-modellen van de software Daz3d. Om hem ‘in elkaar te zetten’ heb ik zelfs een monster-model moeten mixen met één van de prominente andere menselijke modellen Michael om tot zijn eigenaardige uiterlijk te komen. En toch heb ik niet zijn eigen tronie of één van de basisfiguren van Daz hierboven dit artikel geplaatst, maar een ander merkwaardig karakter dat een soortgelijke rol inneemt in het Wii-spelletje ‘Animal Crossing: Let’s go to the city’. Wasbeer Tom Nook is daar namelijk zo’n zelfde chagrijnige winkeleigenaar.
Eerste oer-artikel: Geen. Kerbert bestond pas sinds WSNOI een flinke metamorfose heeft ondergaan en hij daar later als winkeleigenaar bij werd geprogrammeerd, net zoals dat eigenlijk voor Stefanie Gotch is gegaan.
Eerste online-artikel: Gevonden Voorwerpen
Uitspraken: Kerbert Rent is op WSNOI de koning van de uitspraken. Verderop in dit artikel zal daar nog dieper op worden ingegaan. Maar één uitspraak springt er wel tussenuit en is hem echt op het lijf geschreven: “Ik ben echt niet gierig, mijn relatie met geld is enkelt innig.”

Vreemdeling uit Warwinkel.

“Bargoens? Zie ik er soms uit as een laaglanderd? Ik kom wel effies uit Warwinkel, een fatsoenlijk plaatsie naast Rommeldam. Ken d’r ook niks an doen dak dialec heb… Hm?” waren zijn woorden toen hij op één van zijn artikelen werd aangesproken op zijn manier van praten. Kerbert Rent is niet van hier. Hij is geboren en getogen Warwinkelaar en enkel naar Gohes City verhuisd doordat hem werd aangeboden hier een winkeltje te runnen met tweedehands spulletjes. Blijkbaar was de vorige eigenaar ermee gestopt, zodat Kerbert zijn kans schoon zag te vertrekken uit de stad waar hij het toch ook een beetje zat was geworden. Zijn verhaal doet denken aan dat van wasbeer Tom Nook uit het Nintendo spel ‘Animal Crossing: Let’s go to the city’ en ook wel een beetje aan dat van mezelf. Al heb ik dan geen winkeltje overgenomen, ik ben wel enige tijd geleden met mijn gezin verkast uit mijn geboorteplaats in de hoop hier groener gras te vinden. Op mijn vorige woonplaats was ik al lang en breed uitgekeken, zodat ik onbewust datzelfde gevoel aan Kerbert heb meegegeven toen ik hem bedacht. Aardig detail is dan wel dat bij ons om de hoek een kringloop winkeltje te vinden is dat ‘De Gein’ heet en tevens door een sikkeneurig oud mannetje wordt gerund, echt op hooguit 30 meter loopafstand van ons huis. De eerste keer dat ik hem zag en hoorde praten had ik direct door dat hij iets afwijkends had in zijn gedrag en manier van antwoorden geven. Vraag je hem naar een tweedehands artikel dat hij niet meer op voorraad heeft dan reageert hij geërgerd:
“Godverdomme! Nee, dat heb ik niet meer!” En daarmee heeft hij helemaal niet zo de bedoeling om je ermee aan te vallen, maar meer om zijn ongenoegen te uiten over het feit dat hij je niet van dienst kan zijn. Een raar uitgedrukt soort passie in zijn vak dus. Het valt moeilijk te duiden wat het precies met hem is, maar hij heeft iets ondefinieerbaars over zich waardoor ik ook haast ga denken dat hij niet van hier is. Al vermoed ik eerlijk gezegd dat het gewoon komt omdat de goede man in een hele andere tijd is opgevoed dan ik en wellicht een mentale tik ergens aan over heeft gehouden. Volgens mij is hij de huidige pensioenleeftijd ook al ruim gepaseerd. Verder is het eigenlijk best een vriendelijke vent. Je moet alleen even aan hem wennen als gesprekspartner.

Een belangrijk contrast dat wel meteen opvalt als ik die man met Kerbert Rent vergelijk is dat de eigenaar van De Gein juist erg gul is. Met andere woorden de man doet niet moeilijk over het trekken van zijn knip en het aantal biljetten dat hij daaruit naar voren tovert als jij juist degene bent die iets aan hem verkoopt. En dat is met Kerbert toch wel even een ander verhaal:
“Ik ben echt niet gierig, mijn relatie met geld is enkelt innig” is een niet mis te verstane uitspraak die precies duidt hoe hij tegen geld aan kijkt. Wanneer je op WSNOI zaken met hem doet, moet je er dus op zijn voorbereid dat je in eigenlijk nooit voordelig uit bent.

Laat me met rust.

Kerberts winkeltje was iets eerder beschikbaar op WSNOI dan het moment waarop we echt spullen bij hem konden kopen. Dat had er in praktische zin mee te maken dat je spulletjes die je op de site vond en niet meer nodig had, moest kunnen verpatsen. Verkopen kon je in eerste instantie dus al wel aan hem, maar het werd pas later mogelijk om te zien wat hij zelf op voorraad had. Tijdens deze rommelige start – waarin hij vast bezig was de janboel van aangeleverde spulletjes op orde te brengen – hield hij het meeste publiek buiten. Hij wil het niet toegeven, maar bij Kerbert beginnen de jaartjes inmiddels ook te tellen. Zelf omschrijft hij dit als het niet meer zo ‘horterend’ en ‘eggerig’ zijn van zijn botten.
Deze moet ik even uitleggen, zoals met veel van zijn teksten: ‘eggerig’ is geen bestaand woord en ‘horterend’ is afgeleid van ‘hortend’ wat synoniem is voor ‘haperend’. Dus zal hij wel bedoelen dat hij oude of versleten botten heeft, mogelijk omdat hij veel met zijn ‘habbekratsen’ en ‘beunhazerij’ moet slepen. Weer zoiets! Van een artikel dat goedkoop is geprijsd in verhouding tot de waarde die het eigenlijk heeft, zeggen we wel eens dat je het kunt kopen voor een habbekrats. Maar omdat hij naar zijn koopwaar refereert als habbekratsen, lijkt hij te willen zeggen dat zijn spullen erg voordelig zijn. Ja natuurlijk!

Het duurde dus even voordat hij zijn toko wilde presenteren aan het grote publiek. Dat had een lange aanloop nodig. En dat liet hij merken op zijn kenmerkende weinig zachtaardige wijze:
“De dumpshop toko opent pas later. Dus assie me lege handen kom verkopen dan gaat ge maar effe een ander lastig vallen.”
Toch bleef hij behulpzaam en wees je er wel op dat je bij ‘Gevonden Voorwerpen’ ook enkele spullen kon vinden. Op die pagina worden bij tijd en wijlen pakketjes of andere interessante zaken geplaatst wanneer inlogde gebruikers zelf naar pakketjes op zoek zijn op de site. Men verliest nog wel eens wat, zullen we maar zeggen.

Snijtfiguren en labbermensen.

Met Kerbert heb je aan een handleiding niet genoeg, een woordenboek om zijn taal te kunnen begrijpen zal ook zeker van pas komen. En dan het liefst eentje waarmee je ook gelijk synoniemen kunt opzoeken. Want het gros van de woorden die hij in zijn rare praat hanteert, zijn termen die we ook hadden kunnen begrijpen als hij er maar de meer gangbare varianten voor had gebruikt. Iedere taal heeft zo z’n eigen vaste regels en uiteraard heb ook ik die moeten toepassen om mij vast te kunnen houden aan de manier waarop hij praat. Anders had ik het overigens niet volgehouden om zo’n onzinnig taaltje staande te houden. Het spreken in synoniemen is één van zijn grote kunsten. Om die te verzamelen zoek ik een ander woord op voor iets dat ik in een zin wil gebruiken en kies ik de meest afwijkende of mooiste term eruit die ik voor het andere woord in de plaats kan zetten. Soms geef ik zelfs een andere draai aan de synoniemen om het zo opnieuw weer een beetje Kerbert-eigen te laten zijn (zie ‘welgemoeiig’ hieronder). De website synoniemen.net is hierbij mijn grootste vriend. Maar dat was hij ook al geworden bij het doen van mijn andere schrijfsels.

Een paar voorbeelden van zijn kletspraat in synoniemen:

  • Senang nu? Vort dan!
    ‘Senang’ kwam ik op de synoniemen-site tegen bij het zoeken naar een ander woord voor ‘tevreden’. Feitelijk zegt hij dus: “Ben je nou tevreden? Of je dan nu wilt ophoelen!” Ja het is een vriendelijk mannetje.
  • Voorlopig en tijdelijk provisioneel.
    Drie verschillende manieren om te zeggen ‘tijdelijk’.
  • Platvinken zijn even welkom als volle beurzen. (oftewel als je maar geld mee brengt)
    Dit is één van mijn favoriete uitspraken van hem. ‘Platvink’ is een andere benaming voor ‘portomonnee’. Het draait die krent echt alleen maar om geld. Dus of je niet met een lege knip bij hem aan wilt komen.
  • Povere handel dit.
    Zo’n slechte zin is dit eigenlijk nog niet. Feitelijk is het zelfs behoorlijk normaal Nederlands. ‘Pover’ is natuurlijk een ander woord voor zoiets als ‘armetierig’ of ‘karig’.
  • Ken je niet es welgemoeiig kijke?
    ‘Welgemoedig’ is synoniem aan ‘vrolijk’. Dus welk recht heeft hij om ons te vragen blij te kijken terwijl hij zelf altijd zo’n konterfeitsel of fieselemie opzet?

Ook het praten in Snooise leenwoorden is een typisch visitekaartje van hem. Mocht je eens op WSNOI zitten en je bent je ‘afbeeldsels’ zat, dan kun je deze aan hem verpatsen. En bij iedere keer dat je daar op de knop ‘Verkopen’ hebt geklikt, zal hij op zijn geheel eigen wijze een reactie geven die past bij de actie die je hebt uitgevoerd. Hij valt vaak in herhaling, dus je kunt zelf ook eens proberen. Eén van de antwoorden die hij geeft zodra je iets aan hem verkoopt is:
“Hier ken ik geen chocola van breien…Euh…”
Ja, … euh… inderdaad, waar hebben we dat eerder gelezen? Nou heel simpel: dit waren zondag 29 mei 2011 om 23:44 uur precies de woorden van Zombie toen hij reageerde op het verschijnen van Kerberts eerste artikel Gevonden Voorwerpen. Die vent is dus niet alleen een krent, maar ook nog een clandestiene opmerkingen jatmoos.
Hij is zelfs onze vingervlugge Retroman te snel af geweest. De volgende kreten zouden namelijk zomaar door hem geroepen kunnen zijn:

  • Spinazie!
  • Blergh
  • Tabee!

Of wat dichter bij koning Mopperpot zelf:

  • Kederrie
  • Kreep
  • Snurt
  • Hm? (Gesnopen?)

Moeilijk te geloven, ja?
Ook dat hebben we ergens eerder gehoord. Alleen is die uitspraak niet van een Snooier afkomstig, maar van niemand minder dan wasbeer Tom Nook. Bij zijn introductie in het Wii-spel ‘Animal Crossing: Let’s go to the city’ zei hij namelijk het volgende:
“…Well, actually, I was just thinking about the good old days, hm?
I know it seems that the world is my oyster, what with my fine shop…
But in my childhood, I lived the kind of life you couldn’t even imagine!
Yes, yes, but this was all some time ago, but this was all some time ago, before I moved to this town, hm?
Of course, I was born in our lovely <;Players Town Name>;, but I moved away for a time…
Yes, yes, the city years, I like to call them. I was a raccoon of action, hm?
The big city certainly had its charms…but it had its pitfalls, as well.
Indeed, I had to endure certain hardships that I’ve never spoken of, hm?
…Hard to believe, yes?”

Afijn, daarmee weten we nu ook dat onze Kerbert Rent eigenlijk welhaast volledig is afgekeken van Tom Nook.

Nu we tot dat inzicht zijn gekomen, maken we het rijtje toch nog maar even compleet. We sluiten af met nog een greep uit dat extraordinaire taaltje van hem:

  • Snijtfiguren en labbermensen
    Ik heb geen idee wie hij hiermee bedoeld.
  • Dat is reeds alweer en al enige tijd en poos geleden
    Kerbert heeft er een handje van om zinnen mooier te willen maken dan nodig. Goh, waar ik heb ik dat eerder gehoord?
  • Mijn sjop
    Hij praat soms zo plat, dat dit ten kosten gaat van de originele schrijfwijze van bepaalde woorden.
  • Jou foppen die snodaars nie
    Hier moet je zuinig op zijn: Kerbert in een complimenteuze bui.
  • Ach, met deze wijlen is iedere habbekrats welkom
    Oftewel: bij tijd en wijle is iedere kleine besteding welkom.
  • Hier in mijn tokootje kent ge van alles te heb krijgen, zolang je er maar harde stuiters voor neer mietert
    Het mooiste stukje in deze zin vind ik nog wel: ‘kent ge van alles te heb krijgen’. Op dit punt laat hij je nog even in de waan dat er iets is wat je gratis kunt hebben. Kerbert kennende weten wij wel beter.
  • Worden er nog diels gesloten of sta je daar me vloerbedekking te slijten?
    Kerbert is soms behoorlijk inconsequent met hoe hij woorden gebruikt. Het ene moment zegt hij ‘deals’ waar hij hier over het foutief naar het Nederlands overgenomen ‘diels’ heeft.
  • Dit is niet te dik, hm? Ik heb net mijn ingewanden gevoerd met geld.
    Zou hij net gegeten hebben?
  • ‘t Is toch weer een sperzieboon
    Toch weer iemand die zbersibarnen voor sperziebonen aanziet.

Bekende werken van Kerbert Rent:

Portret van de volgende maand: Olga Sloot-Koers, hm? Gesnopen?

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad