
image by J_mint, edited by Gsorsnoi
Het jaar 2012 begint meteen stevig. Gohes City is opgeschrikt door een nieuwe moordzaak waardoor de Vuurspugende zonsverduistering detective voor de gelegenheid even terugkeert in de Tycoon Newspaper. Duidelijk is wel dat Karel Riemelneel jouw hulp nodig zal hebben bij het oplossen van onderstaand mysterie, want ditmaal zoeken we niet één moordwapen… maar zes! Dus wat zal Magere Hein bedoelen met de vijf aardappelen die Lesley en zijn nieuwe collega spoedig bij het eerste slachtoffer aantreffen?
Stap met ons in het avontuur en waan jezelf een ware detective!
Weet alleen wel dat we even een regeltje hebben moeten toevoegen om de voortgang in dit verhaal voor onze spelleider/auteur behapbaar te maken:
- Per update van het verhaal mogen er maximaal twee suggesties/vragen worden geplaatst. Dit is gedaan om te kunnen garanderen dat de verhaalschrijver de toestroom van de comments kan bijbenen. Wacht dus geduldig tot er weer een nieuwe alinea geplaatst is met nieuwe aanwijzingen en inzichten voordat je weer nieuwe vragen gaat stellen of suggesties gaat doen. Gevolg hiervan is wel dat er gemakkelijk 24 uur overheen kan gaan eer er een update plaats vindt. Dit is voor de tekstschrijver vooralsnog de enige denkbare en werkbare methode om jullie te kunnen trakteren op deze detective.
Daarnaast hanteren wij natuurlijk ook de ‘niet-voor-je-beurt-spreken’-regel. Gun een andere detective ook een kans vragen en suggesties te plaatsen. Meer spelregels lees je hier.
Lesley Spandabato en Koen Voet konden hun geluk niet op; sinds deze middag waren ze een bloedmooie collega rijker. Zojuist verlieten ze het bureau waar ze werden voorgesteld aan America Calista, de nieuwbakken forensisch geneeskundige die het team zou gaan versterken bij verse forensische onderzoeken. Deze meisjesachtige latino vrouw loopt over van uiterlijke schoonheid en had direct een onuitwisbare indruk gemaakt op beide heren. Ze is van Trinidadiaanse afkomst en lijkt haast te sexy te zijn om met haar talenten te schitteren in een stoffige rol als deze. Afgaande op haar quasi-onschuldige doch arrogante oogopslag en intrigerende sensualiteit straalt ze een haast onbestaanbare combinatie uit van een grove diva. Onbeschaafd op kauwgum kauwende tuurde ze ogenschijnlijk ongeïnteresseerd de zaal in terwijl ze door de mij aan de groep werd voorgesteld. Menig aanwezig man stond zich te vergapen aan haar onweerstaanbare perfecte vormen die weinig eer werden gedaan door haar weliswaar stijlvolle maar toch zeer zakelijke dameskleding. Een blik van minachting kregen ze ervoor terug. Zoals zij visueel gekeurd leek te worden door haar nieuwe collega’s zo stelde zij zichzelf op als de opperste slager die het meest verdorven vlees er zo uit wist te pikken.
“Woh, heb je die borsten gezien man?” vroeg Lesley retorisch toen beide heren zich kort na de kennismaking opmaakten om weer aan het werk te gaan.
“Lesley, focus! Jij moet zo naar een klus met haar, haar eerste klus. Jij mazzelaar! Die vrouw is echt te hoog gegrepen voor je,” reageerde Koen ietwat snerpend maar toch ook geamuseerd. Al moest hij erkennen zelf ook wel bijzonder onder de indruk van haar te zijn. “Met jouw nichterige voorkomen maak je toch geen kans.” Toegegeven, Lesley had met zijn studentikoze brilletje en rossige gelaat inderdaad het uiterlijk van een homoseksueel. Niet echt een positie dat hem veel vooruitzichten bood om America voor zich te winnen.
Toch kreeg juist hij meteen de kans zichzelf van zijn beste kant te laten zien. Hem was gevraagd om America te escorteren naar het eerstvolgende plaats delict. Koen zou normaal in haar plaats zijn gegaan, maar zij was juist in dienst gekomen om het team te ondersteunen waar hij vaak onterecht werd ingezet. Zijn specialiteit was nou eenmaal inbraak. En alhoewel je hem prima kon vragen voor oneigenlijke ondersteuning bij andere zaken, was het logischer hem puur op opdrachten te zetten waarbij spullen werden ontvreemd. De mannen gingen ieder naar hun eigen taak uiteen nadat Koen Lesley nog even vol en hartelijk tussen de schouderbladen op zijn longen sloeg om hem gemeend, maar ijverzuchtig zijn gelukwensen te doen.
Verder van zijn stuk gebracht nam Lesley plaats in de dienstwagen in afwachting America’s komst. Ze was bezig nog enkele formaliteiten met haar meerdere af te ronden en was verzocht iets gemakkelijkers aan te trekken. De plotselinge oproep om ondersteuning van de ambulancediensten op de Valckenmolense Dreef eiste de directe aandacht van de plaatselijke recherche op. Halsoverkop werd de kersverse forensische arts aan Lesley toegewezen en stond op het punt in het diepe te worden gegooid. Er was melding gedaan van een uiterst ongewoon ongeluk. Beide op hun eigen manier gespannen – schudden de twee ambtgenoten elkaar nog even vriendelijk de hand toen zij uiteindelijk naast hem op de passagierszit plaats nam. In het geval van Lesley zorgde deze handdruk voor een verhoogde bloedtoevoer naar minstens één plek in zijn lijf. Hij kreeg een kop zo rood als een boei dat nog extra werd versterkt door zijn roodharigheid. Van mensen met deze haarkleur is algemeen bekend dat hun huid meer naar wit neigt, zodat zijn blozen flink contrasteerde met een gelegenheid waarin hij zich beter op zijn gemak voelde. Van meet af aan zorgde dit er in elk geval voor dat er een ietwat merkwaardige sfeer tussen het duo kwam te hangen. America doorbrak de eerste stilte die zich na het wegrijden voordeed en informeerde naar de precieze aanleiding waarom het politiekorps van Gohes City was ingelicht.
“Pronto, wat hebben de hulpdiensten nou precies aangetroffen?”
Minder hakkelig dan bij hun eerste kennismakende paar woorden antwoordde Lesley: “Wel zoals ik uit de gerapporteerde informatie heb vernomen, zou het ambulanceteam een man in een bestelbusje hebben aangetroffen. Op zijn borst zou hij zijn voorzien van enkele steekwonden.”
“Waar hebben we mee te maken, een afrekening?”
“Niet onmogelijk. Alleen is deze bus op de lang gestrekte Valckenmolense Dreef op een tegenligger geknald. Bij een liquidatie denk ik eerder aan een moord op een afgelegen terrein waarbij het lijk ergens oneervol wordt gedumpt. Vermoedelijk is deze persoon creatiever om het leven gebracht.”
Onbedoeld wist Lesley met deze opbouw wat sereniteit aan te brengen in hun gesprek, al brandde America nu wel van nieuwsgierigheid te willen weten wat er zo merkwaardig was aan deze zaak. Eén blik opzij waarbij ze hem strak aankeek, spoorde hem voldoende aan haar uit haar curiositeit te verlossen.
“Volgens zegge was ons slachtoffer al enige tijd dood voordat hij de weg op reed.”
“Hoe bedoel je?”
“Het lijk lag niet achterin de bus. Hij is aangetroffen achter het stuur.”
Gert Jan de Vree.
Beloning gouden tip slachtoffer #1: ZB 2.150,-
Achtergrond: dakdekker. 27 jaar. Collega van Roger Roerling, door wie hij werd gekleineerd.
Overleed vóór Olivia en Jericho. Zat samen met zijn vriendin met financiële schulden. Volgens Wendy kwam dit door autoreparaties.
Roger Roerling.
Beloning gouden tip slachtoffer #2: ZB 2.350,- toegekend aan Stoomkoker.
Achtergrond: vader in het gezin Roerling, collega van Gert Jan de Vree wie hij kleineerde.
Overleed vóór Olivia en Jericho.
Andrea Roerling.
Beloning gouden tip slachtoffer #3: ZB 2.300,-
Achtergrond: dochter van Roger Roerling.
Olivia Roeling Pieper.
Beloning gouden tip slachtoffer #4: ZB 2.375,-
Achtergrond: moeder in het gezin Roerling.
Overleed ná Gert Jan en Roger.
Jericho Roerling.
Beloning gouden tip slachtoffer #5: ZB 2.400,-
Achtergrond: zoon in het gezin Roerling.
Overleed ná Gert Jan en Roger.
Beloning gouden tip slachtoffer #6: ZB 5.000,-
Andere personages:
Johannes IJzerdraat.
Achtergrond: eigenaar van Lekt ‘t een beetje.
Droeg een maatje 43 bouwschoenen tijdens zijn eerste ontmoeting met Koen Voet en Abdel Dezertecon Kretonshos.
Wendy Wiewel.
Achtergrond: vriendin van Gert Jan de Vree. Zat samen met haar vriend met financiële schulden. Dit kwam volgens haar door autoreparaties.
Lotte Pieper.
Achtergrond: Zus van Olivia Roerling Pieper. Zag haar zwager vooral als imponerend man binnen zijn gezin.
Gordon Roerling.
Achtergrond: broer van Roger Roerling.
Taco Roerling.
Achtergrond: broer van Roger Roerling.
Humfried Roerling.
Achtergrond: broer van Roger Roerling.
Sabrina Biezenhutter.
Achtergrond: scoutingleidster van ‘Scouting Admiraal Biezenhutter’ in het duinbos. Is een vrouw van middelbare leeftijd en laat zich liever Akela noemen dan Zavoz.
Liesbeth Weverling.
Achtergrond: padvindster en vriendin van Andrea Roerling. Heeft haar lijk gevonden en is ondergebracht bij slachtofferhulp.
Soraya
Achtergrond: oudste meisje in de padvindersclub waar Andrea Roerling ook op zit.
Jacques Donovan.
Achtergrond: ambulancebroeder.
<WAS SLACHTOFFER EIGENAAR VAN BUS?>
Juist voordat de ambulancebroeders de plaats van het ongeval verlieten – aangezien ze de zaak uit handen moesten geven aan de technische recherche – onderhielden Lesley en America nog even een overdrachtsgesprek met Jacques Donovan. De hulpverlener, die uitgebreid de tijd voor ze nam, herhaalde nog even hoe ze het lijk in het bestelbusje hadden aantroffen. De bestuurder uit het andere voertuig en diens vrouw waren reeds een kleine tien minuten daarvoor met een ander ambulanceteam afgevoerd.
“Voor de inzittenden uit het andere voertuig wordt zorg gedragen. Reanimatie opstarten voor de persoon uit dit busje was niet langer van toepassing. Na het openbreken van de portier werd ons opslag duidelijk dat overlijden moest worden vastgesteld. Uiteraard moet de ‘verklaring van overlijden’ door een daartoe bevoegde arts nog worden opgesteld. Ik kan u echter verzekeren dat die schouwing u weinig zal verbazen. De man, die is geïdentificeerd als Gert Jan de Vree met een leeftijd van 27 jaar, is aangetroffen met vier steekwonden voor op de torso en twee in de zij. [AANWIJZING] Op beide stoelen voorin is bloed aangetroffen, in dusdanige hoeveelheid dat ons het vermoeden rijst dat de man reeds lang was doodgebloed voordat de aanrijding plaatsvond. Maar hier, realiseer ik mij, begeef ik mij op uw terrein. Aanvullende sectie laten wij graag aan u over.”
“Uiteraard,” reageerde Lesley dadelijk op het korte verslag van de zorgverlener, knikte instemmend en gaf hem een hand. “Bedankt zover. Het PD wordt verder door ons onderzocht.”
Jacques reikte ook America zijn hand. Beide glimlachten innemend.
Niet veel later stonden beide rechercheurs de balans op te maken nabij het busje dat half in de greppel lag gekanteld. Op de zijkant van de bus stond de tekst Lekt ‘t een beetje? te lezen. Het stoffelijk overschot dat ze aantroffen achter het stuur droeg werkkleding dat van dezelfde tekst was voorzien. Eén telefoontje naar het dakdekkerbedrijf waar de bus toe behoorde bevestigde dat zij Gert Jan de Vree op de loonlijst hadden staan. Het werd nu wel erg aannemelijk dat hij de bestuurder moest zijn geweest.
<HOE KON DODE MAN HET GASPEDAAL INTRAPPEN?>
America en Lesley startten met het nemen van foto’s en ontfermden zich over het veilig stellen van het plaats delict. Al kauwende op haar vierde kauwgumpje sinds haar introductie was America aan het sporenonderzoek begonnen, naast een oppervlakkige uitwendige lijkschouwing. Afgaande op de lijkstijfheid en de mate van afkoeling worden kon vastgesteld dat het tijdstip van overlijden nog geen drie uur geleden kon zijn geweest. De corneareflex van het hoornvlies en de lichtstijfheid van de pupillen bevestigden dat het in elk geval langer dan een uur geleden moest zijn geweest. Hiermee kon worden uitgesloten, in contradictie met de eerdere constatering, dat de man bij leven en welzijn het vehikel zelf had bestuurd.
Lesley, die aan de andere zijde van de bus het portier had ontwricht zodat hij met zijn bloedspatanalyse kon aanvangen, kreeg deze conclusie door haar ingefluisterd. Het droeg bij en bekrachtigde zijn voorlopige bevindingen; de man moest eerder door een ander persoon van de kant waar hij nu zat op de passagierszit zijn gezet alvorens hij hem plaats liet nemen achter het stuur. [AANWIJZING] Vegen over het zitvlak en de versnellingspook wezen erop dat het lichaam in latere instantie was versleept.
“Alles lijkt erop te wijzen dat we hier met een moordenaar te maken hebben, die er niet zozeer op uit was om de situatie op een ongeluk te laten lijken,” vatte America op een geduldige manier samen en streek met haar gehandschoende hand over de borst van het slachtoffer. “Ik vermoed zelfs…” abrupt onderbrak ze even haar verklaring en boog naar achter, zodat ze langs de bus over de afgelegde weg kon kijken. Ze moest haar rug iets naar achteren strekken om het geheel goed te kunnen overzien. Lesley staarde haar voor een ogenblik gapend aan. Hij volgde iedere welving van haar lijf en daarmee haar borsten die vol vooruit staken. America leunde naar achteren omdat de bus wat schuin stond en dit haar het zicht daarom wat blokkeerde. Toen ze terug voorover boog herhaalde en vervolgde ze: ”Ik vermoed zelfs dat deze man het gas helemaal niet heeft hoeven intrappen.”
“Hoezo dat? Hoe kom je tot die conclusie?”
“Wel,” zei ze. “Herinner je je hoe we net over die paar duinheuvels hierheen gereden zijn?”
“Ja natuurlijk.” Lesley begon al door te krijgen waar America op doelde.
“Ik geloof zomaar dat onze eigenlijke bestuurder de bus niet eens een duw heeft hoeven geven en eerder zelf is uitgestapt. Kijk maar.” Ze duwde met haar hand tegen de linkerknie van het slachtoffer. Lesley hing wat ongelukkig voorover en moest zijn aandacht er daardoor op verschillende plaatsen bij houden. Niet alleen moet hij er primair voor waken dat de bloedsporen in de bus niet werden verstoord, hij wilde ook niet te opzichtelijk maken dat hij vanuit deze gunstige positie feitelijk een geweldig aangenaam uitzicht had over America’s boezem. Waarom het om uiteindelijk om ging is dat hij tezamen met haar tot de conclusie moest komen dat geen van de pedalen stond ingedrukt. Lesley had reeds met het aantreffen van bloedvegen geconstateerd dat de bedrijfsbus ’stationair’ had gestaan. Als dat tijdens de dodemansrit ook het geval was geweest, dan had het beetje vermogen dat de bus had verkregen ruim voldoende geweest om met een lijk de helling af te kunnen dalen.
<IN BUS OOK EEN MES OF ANDER SCHERP VOORWERP GEVONDEN?>
Met het verkregen inzicht vervolgde America de uitwendige lijkschouwing en werd daarbij even alleen gelaten. De vraag was nu wel op tafel gelegd hoe en waar de moordenaar de bus de dodelijke zet had gegeven. Het antwoord op die vraag werd nog even bewaard. Lesley had ondertussen voldoende indrukken voor in de bus opgedaan en stortte zich nu op de laadruimte. Hij trok de schuifdeur aan de zijkant open en werd weinig verrast door de ‘ordelijkheid’ van de dakdekkers die dit voertuig in gebruik hadden gehad. Wat hij aantrof was een ware puinzooi van materialen en gereedschappen die bij elkaar het instrumentarium vormden van deze dakacrobaten. Dit effect werd vanzelfsprekend versterkt door het feit dat het voertuig boven op een tegenligger was geknald en als gevolg daarvan voor een zo mogelijk nog grotere ravage had gezorgd.
“Aargh! Op momenten zoals deze, haat ik mijn vak,” gromde Lesley. “Waar te beginnen?”
Het doorspitten van gereedschappen in de hoop daarin het moordwapen te vinden was natuurlijk een bereklus! Om nog maar te zwijgen over de vraag of het betreffende voorwerp zich daar wel tussen bevond. Het was denkelijk dat de moordenaar het zelfs had verduisterd om de kans op verdenking te voorkomen.
Messen, scharen, tangen, zagen, hamers, boren en kitpistolen, verzin het en het was in deze bus aanwezig. Dakdekkers gereedschap, machinemateriaal en andere toebehoren met uiteenlopende toepassingen, dit bedrijf leek voor ieder lek wel een antwoord te hebben. Tussen alle schoppen en bitumen zou Lesley ook ongetwijfeld enig scherp snij- of steekwerk gaan aantreffen waar je eenvoudig een volwassen man kon mee omleggen.
“Damn.”
De moed zakte in zijn schoenen en nam zich voor om gewoon maar eens ergens te beginnen. Maar nog voordat hij zijn handschoenen met de eerste pot soldeervloeistof kon bevuilen werd hij geroepen door America. Haar nadere zorgvuldige onderzoek wees namelijk uit dat Gert Jan niet alleen was toegetakeld met een scherp voorwerp, [AANWIJZING] een gecompliceerde schedelfractuur liet nog aardig wat ruimte over een hoop andere opties. Was hij op zijn kop geslagen of was hij hard ten val gekomen? Met een bus vol gereedschappen en andere machinerie was alles mogelijk.
<LAATSTE KLUS VAN GERT JAN VOOR HIJ STIERF?>.
De bloedspatanalist werd gebeld door het bureau.
“Les met Karel, wat kun je ons melden?”
Lesley blies verzuchtend wat lucht in zijn wangen en dacht even na waar hij zou beginnen.
“Wel, ik weet in elk geval dat wanneer je nu met een daklekkage zit, dat het gat in je dak wel erg creatief moet zijn aangebracht willen wij er hier geen antwoord op hebben. Geen klus te zwaar zo gezegd.” En terwijl hij dat zei, liet hij zijn handen door wat spullen in de bus glijden alsof hij wilde verifiëren of hij alles wel bij zich had.
“Komt dat even mooi uit! Koen Voet heb ik namelijk net naar een ander PD gestuurd en het ziet er naar uit dat hij voor zijn lekkage de nodige hulp wel gebruiken kan.”
Verbijsterd rukte Lesley zijn handen tussen het materiaal vandaan. Een dergelijke reactie had hij natuurlijk niet verwacht. In de consternatie trok hij een potje soldeervloeistof omver en liet zich verrassen met de kleverige rode gel die eruit vrij kwam. Hij besmeurde er zijn hand mee en trok een gezicht alsof hij zijn vingers juist in een hoop stront had geplaatst.
“Hè gatver! Shit!”
“Wat is het?” reageerde ik geamuseerd, met de gedachte dat het iets met de connectie tussen de plaatsen delict te maken moest hebben.
“Nee, ik steek hier mijn hand in een soort viezige rode drab. En, hé wat is dit?” Plotseling viel het hem op dat hij met het wegtrekken van zijn hand aan een stuk papier was blijven kleven.
“Je gebruikt toch wel handschoenen hè?”
“Natuurlijk baas. Nee, je overviel me echt even met die melding over een lekkage bij Koen. Hoe erg is het? Kunnen wij het aan?” Met wat meer zorgvuldigheid draaide hij nu het papiertje om dat aan één kant van een gladder oppervlak was voorzien. Toen hij besefte waar hij naar keek kon hij moeilijk zeggen dat hij echt verbaasd was.
“Weet uw bedrijf raad met hagelkorrels zo groot als een volwassen man?” speelde ik het spelletje mee.
“Pffff! Eitje. Maak me gek.”
“Koen is op een man gestuit die [AANWIJZING] door een dakkapel is gevallen en het ziet er niet bepaald naar uit dat hij als hagel uit de lucht is gekomen.”
“Nou en, maakt ons dat wat uit. Hoe groot is het gat?”
“Even serieus, ik wil dat jij daar blijft met America en mij van elke volgende ontwikkeling op de hoogte brengt. Koen heeft onze schotrestenonderzoeker Abdel bij zich, maar of er echt geschoten is daar ben ik nog niet helemaal zeker over. Wat wel zeker is is dat zij het slachtoffer hebben aangetroffen in de bedrijfskleding van de firma Lekt ‘t een beetje? Is dat niet toevallig ook het bedrijf waar jij en America voor werken?”
“Ik had het kunnen weten,” was daarop Lesley’s antwoord.
“Verbaasd ben ik niet, ik heb reeds contact gehad met jullie werkgever en opdrachtgever. En ik kan je melden dat die bouwvak voorlopig nog wel even op zich zal laten wachten. Die uitbouw is voorlopig jullie laatste klus nog niet,” ik moest eens weten hoe profetisch ik me hier uitdrukte.
“Oké helder. Dus we hebben hier met twee moorden te maken die door één klus op een dakkapel met elkaar in connectie staan. Dan heb ik ook nog wat.”
“En dat is?”
“Zin in stamppot vanavond?” Lesley hield de met soldeervloeistof besmeurde foto in zijn handen.
“Zolang het maar geen prei wordt.”
“Vijf aardappeltjes heb ik. Dus het wordt een klein potje. Maar ik zal Magere Hein terug naar zijn broer Albert sturen om er nog een paar bij te halen.”
Voor het eerst viel ik echt stil aan mijn kant van de lijn.
<WIE IS DE EIGENAAR VAN LEKT ‘T EEN BEETJE?>
Veelvuldig werken met zink, de net niet spataderlijke uitschieters met Stanleymessen en toch vooral de ongenadige effecten van het weer waren goed terug te zien in de verweerde huid van deze man. Een vergelijking tussen de Grand Canyon met zijn gekloofde handen kwam dadelijk bij Koen op toen hij zichzelf aan Johannes IJzerdraat voorstelde.
“Fijn dat u zo snel kon komen, mijnheer IJzerdraat.”
“Johannes asjeblieft. Ik geloof dat ik niet veel keuze had, wel dan?” merkte deze snedig en gelaten op terwijl hij ook Abdel de hand schudde. Koen trok zijn onderlip op ten teken dat hij zijn machteloze positie wel begreep.
“Wanneer mag ik naar mijn jongens toe? En wil ik ze wel zien?” Zijn ogen stonden waterig en waren rood omrand. De anders zo hardvochtige eigenaar van dit dakdekkerbedrijf was overduidelijk aangeslagen door het slechte nieuws dat hem vandaag ter ore was gekomen. De drie heren stonden in de keet die te midden van de Drachtsterpromenade op de vluchtheuvel stond geplaatst. Aan één zijde van de weg kon je net een viertal winkeltjes tussen enkele woonhuizen onderscheiden, waar aan de andere kant [AANWIJZING] een nieuwe wijk uit de grond werd gestampt. Firma Lekt ‘t een beetje was hierbij door de aannemer ingeschakeld om het dakwerk in orde te brengen. Veertig woningen moesten van dak en dakkapel worden voorzien, zowel aan de voor als achterzijde.
“Hier, ga zitten,” gebood Abdel hem vriendelijk en schoof hem een klapstoeltje toe. “Dan zal ik eens zien of ik wat verse koffie voor ons kan maken. Zal dat smaken?”
“Toe maar,” was daarop zijn antwoord en hij liet zich als een gebroken man op de stoel zakken. Koen nam aan de overzijde van het campingtafeltje plaats en snoof een wat merkwaardig lucht op. Een mengeling van teer en zweet steeg er op uit de lichtbruine coltrui van de eigenaar van Lekt ‘t een beetje . Koen Voet onderdrukte zijn gelaatsuitdrukking als reactie op de lucht en bestudeerde zijn gesprekspartner voor een moment. Johannes’ voorkomen werd gekenmerkt door een flinke haviksneus die pontificaal en ietwat scheef in zijn eigen absurde glorie pronkte tussen zijn blauwe kijkers. Een borstelig stel wenkbrauwen daarboven vormden de laatste grens van beharing in het aangezicht en reikten daarbij naar een zee van kaalhoofdigheid die pas weer eindigde zodra het nekhaar aan de horizon verscheen. Als een Franse Rivièra omarmde de rest van zijn hoofdhaar zijn schedel waarbij zijn gehoororganen er als grote zeildoeken bol leken te staan van de zeewind. Johannes kneusde de binnenzijde van zijn hand zo mogelijk nog meer toen hij ermee langs zijn ongeschoren kin wreef.
“Verdomme,” mompelde hij kwaad en oprecht. Het was spitsuur in zijn traanklieren. “Waarom moest hen dit overkomen? Die arme jongens. Gert Jan en Roger waren beide goudeerlijke kerels.”
Koen wachtte de komst van de hartversterkende bak koffie af voordat hij met de echt moeilijke vragen begon.
“Het spijt me dit tragische nieuws met je te moeten delen Johannes. Op beide locaties waar we jouw mannen aantroffen moesten we concluderen dat hulpverlening geen heil meer zou bieden…”
Johannes knikte en maakte met een dringend handgebaar duidelijk de details voor later te willen bewaren. Op dit ogenblik zat hij nog te veel met zichzelf in de knoop om dergelijke informatie te kunnen aanhoren. Dit beloofde een lang gesprek te worden.
<WAAR SCHEIDDE DE MOORDENAAR ZICH VAN DE BUS?>
Terwijl Lesley Spandabato was aangevangen de inhoud van de bus in kaart te brengen en ieder stuk gereedschap of ander werkgerei die het bevatte geregistreerd te krijgen, was America Calista op onderzoek uitgegaan wat ze bovenop de eerste duinheuvel zou aantreffen. Ze was in afwachting van het transport dat ze had aangevraagd om het stoffelijk overschot over te laten brengen naar de autopsiekamer in het GCFI(*). Hier kon ze haar taak onvoldoende ten uitvoer brengen met een slachtoffer dat achter een stuurkolom zat geklemd. Maar ze was allang blij dat ze al ver gevorderd was met de uitwending schouwing. Aangekomen bij het hoogste punt van de geasfalteerde weg, bovenop de duintop, herinnerde ze zich dat ze samen met Lesley langs een onverharde uitrit was gereden. Vervuld met trots krulde ze haar volle lippen tot een brede grijns toen ze zag dat dezelfde bandensporen terugkwamen in het met kiezel vermengde zandpad. Voordat ze de klim naar boven had gemaakt was ze wel zo slim geweest eerst een foto te nemen van het bandenprofiel van de Volkswagen Transporter.
“Een match!” klonk ze verheugd.
Links van waar ze stond boog het bandenspoor scherp af richting deze slingerende hoofdweg. Er was een kuil ontstaan nabij de asfaltrand van de uitrit. Automobilisten werden hier gedwongen een brede bocht te kiezen alvorens ze rechtsaf de weg op konden slaan. Een woest uitziend groepje eiken stond precies in het zicht. Twee boomstronken waren ondertussen rijkelijk met mos begroeid en verreiden de acties die gemeente had gedwongen om de verkeersveiligheid alhier te verhogen. Had de moordenaar eerder uit de bus gestapt – als hij er al in had gezeten – dan had de bedrijfsbus onmogelijk zonder levende bestuurder een bocht kunnen maken op deze onoverzichtelijke t-splitsing. America’s vermoedens werden bevestigd zodra ze ook [AANWIJZING] de voetsporen vond, precies op de plaats waar ze had gedacht dat de moordenaar moest hebben gestaan als hij hier zijn laatste handelingen op het voertuig had verricht en was uitgestapt.
<HEEFT EIGENAAR VAN LEKT ‘T EEN BEETJE RECENTELIJK VIJANDEN GEMAAKT?>
“Echte Arabica is het niet precies, maar het bevat voldoende cafeïne om er weer een beetje bovenop te komen,” met die woorden schonk Abdel zijn collega Koen en Johannes IJzerdraat een bak koffie in. Het loeihete zwartbruine vocht stroomde al dampend vanuit een glazen pot de plastic bekertjes in.
“Suiker en of melk?”
“Twee klontjes suiker graag,” was daarop Johannes’ antwoord.
“Ik haal het even.”
Johannes schoof het bekertje naar zich toe en had zijn handen eraan willen warmen. Daar wachtte hij echter even, omdat ‘zich eraan branden’ bij deze temperatuur dichterbij zou komen.
“Zijn de families al ingelicht?” vroeg hij aan Koen om aan te geven dat hij zich sterk genoeg voelde om het vragenvuur aan te kunnen.
“Nee, ik vrees dat we voor die informatie nu nog even op jouw zijn aangewezen.”
“Geen punt. Van beide heren heb ik de adressen. Van Gert Jans vriendin Wendy heb ik ook een 06-nummer. Helaas niet van Olivia, de vrouw van Roger Roerling. Maar met adressen moeten jullie toch al wat kunnen, niet dan?”
“Zeker. Als we ze vroeg in de middag van u kunnen krijgen, dan kunnen we de nabestaanden spoedig inlichten. Wat mij erop brengt dat we ons gedwongen zien u vast enkele vragen voor te leggen. Hoe sneller we met die vragen klaar zijn en de families op de hoogte kunnen brengen, hoe liever.”
“Uiteraard. Begin maar ergens.”
Koen twijfelde niet aan welke vraag hij het eerst stellen zou.
“Allereerst, heeft u persoonlijk of Lekt ‘t een beetje in het algemeen recentelijk vijanden gemaakt?”
Johannes moest een ietwat wrang grinniken op deze vraag.
“Nee, niet echt, eerder [AANWIJZING] wanbetalers waar ik nog geld van krijg,” prompt schrok hij van zijn eigen ongelukkige antwoord. Hij realiseerde dat hij zich met die uitspraak onbedoeld verdacht kon maken. Daarom voegde hij er rap aan toe: “Deze grote jongens waar ik zaken mee doe, zijn vlug in het aannemen van projecten, maar iets minder vlot met het afrekenen van hun schulden. ”
Koen maakte er aantekeningen van. Hij liet er niet bij blijken hoe hij deze informatie had opgepikt. Vanuit zijn professie was het niet altijd tactisch om te laten zien of hij argwaan moest koesteren of het gegeven antwoord als onschuldig feit moest beschouwen. Nog voor hij een reactie kon geven of een volgende vraag stellen kon kwam Abdel terug uit het achterste deel van de keet. Suiker en melk had hij wel gevonden. De melk was voor Koen.
“Hierzo. Lepeltjes heb ik echter niet kunnen vinden. Kun je me zeggen waar die hier liggen?”
“Oh nee, die hebben we hier niet,” merkte Johannes op. “Maar dat maakt niet uit, dat lossen we zo wel even op,” hij stond half op van zijn klapstoeltje zodat hij iets uit één van zijn vele broekzakken kon pakken. Daarop liet hij demonstratief een schroevendraaier zien en stak de achterkant van het gereedschap in het koffiebekertje. “Zo doen wij dat hier. Is goed voor je weerstand.”
{HOOIVORK} >> GERT JAN
Dat Lesley Spandabato en America Calista, gezien hun expertise nog veel met elkaar zouden samenwerken, daarover bestond geen twijfel. De forensisch arts en de bloedspatanalist vulden elkaar in de praktijk prima aan. Waar America het letsel van de slachtoffers onderzocht, koppelde Lesley het geschetste plaatje aan het geleden bloedverlies. Maar daar hield ook meteen alle betrekking tussen het duo mee op. Hoe graag Lesley het ook anders had gezien, hij kreeg geen soepel gesprek opgang met deze donkere schoonheid. Met haar latino temperament en piecheme antwoorden die naar geslepen diplomatie neigden, walsde ze over al zijn pogingen heen een aangename verstandhouding met elkaar op te bouwen. Hij werd er langzaam wat moedeloos van en moest uitkijken dat zijn mentorrol er niet door in gevaar kwam. Wanneer hij het zakelijk hield, ging het ook allemaal prima, zodat hij zich voornam om het voorlopig daar maar even bij te laten.
Eén inzicht dat het tweetal al gauw kreeg, was dat het moordwapen dat ze zochten ieder geval geen meerpuntig voorwerp kon zijn. Zo was een hooivork – typisch een gereedschap dat ze niet in de bus hoefde te verwachten – een uitgesloten object. Dat gereedschap heeft twee of meer tanden, wat niet overeenstemde met het patroon van de aangebrachte verwondingen; de steekwonden waren allerminst evenwijdig aan elkaar toegebracht. De verspreiding ervan was eerder [AANWIJZING] chaotisch, alsof degene die Gert Jan had toegetakeld met één scherp voorwerp in een rondtollende bokszak had zitten steken.
Lesley was in afwachting van de trailer die hij had besteld om het busje te laten overbrengen naar de hangar bij het GCFI. Nu het maken van het fotomateriaal bijna was afgerond en America ongetwijfeld verderop ook haar sporen in kaart moest hebben gebracht, konden zij het onderzoek op de zaak in alle rust voortzetten. Niet veel later kwam America met flinke passen naar beneden over het voetpad dat naast de weg lag. Tot Lesley’s verbazing werd ze vergezeld door een gedrongen meisje dat in padvinderskleding was gestoken. Wat moest hij hier nu weer van denken? Toen de twee dames bij hem arriveerden werden de vraagtekens op zijn gezicht niet minder. Zijn collega keek er nogal zuur en opgefokt bij toen ze aan hem verklaarde:
“Er is een derde lichaam gevonden.”
Punt. Daar kon hij het even mee doen. America zuchtte bij het verkondigen van dit bericht. En dat was niet alleen omdat ze naar de duintop op een neer had gelopen. Lesley op zijn beurt reageerde al even radeloos. Zijn pupillen schoten heen en weer ten teken dat hij van één van de dames spoedig hoopte een nadere toelichting te krijgen.
<WIE IS HET DERDE SLACHTOFFER? WAT IS DE RELATIE MET LEKT ‘T EEN BEETJE?>
Twee troostende armen werden liefdevol om het meisje geslagen dat naar de naam Liesbeth Weverling luisterde. Ze was één en al tranen en was nog lang niet bekomen van de eerste schrik.
“Kun jij voor slachtofferhulp zorgen Lesley? Dit meisje heeft zojuist een levenloos vriendinnetje aangetroffen in het bos. Ze kwam volslagen in paniek op me af toen ik bezig was met mijn sporenonderzoek.”
Een korte stilte volgde waarin Lesley zichzelf professioneel vermande.
“Jeetje. Ja natuurlijk,” zie hij vol ernst. “Ik sein Karel dadelijk in om dit te regelen.” Hij was reeds onderweg zijn telefoon uit zijn zak te pakken toen America hem haar hand op de zijne legde.
“Andrea Roerling, dochter van Roger begrijp ik inmiddels. Zonder enige twijfel [AANWIJZING] een zedenmisdrijf. Een jaar of 15 als ik even op Liesbeth hier af mag gaan.”
Twee grote geschokte kijkers keken America aan. Lesley wist wat hem nog meer stond te doen, mij adviseren een blik rechercheurs open te trekken.
<HOE LAAT STIERF ROGER?>
“Aarde aan Abdel! Hallo?!” was de boodschap die Koen zacht fluisterend probeerde via extraterretische signalen aan zijn collega over te brengen. “We hebben je hier nodig, niet in de armen van onze schone Calista.”
De marokkaanse schotrestenonderzoeker was haast niet uit zijn apatische toestand los te weken. Zijn ogen kwijlden schaamtelozer dan zijn mond en volgden de schommelde beweging van een prachtige derriere. Ik had America bij het herverdelen van de taken verzocht Koen en Abdel te gaan versterken. Ze liep juist weg bij de keet, toen ze de heren even kort in kennis had gesteld dat ze was gearriveerd. Koen trachtte de orde te herstellen, maar zelfs Johannes was even uit zijn troosteloze hoedanigheid wakker geschud. De inbraakdeskundige keek verwonderd naar beide mannen en had het gevoel de vreemde eend in de bijt te zijn.
“Eh… ik denk dat het tijd wordt dat jij de familie Roerling eens een bezoek gaan brengen Abdel, vind je niet?”
Er zat enige vertraging in de reactie.
“Ja,… euh ja, doe dat maar. America en ik redden ons wel.” Abdel kneep Koen op een onzachte doch gebroederlijke manier recht boven zijn knie, stond op, groette beide heren en liep de keet uit. Koen liet hij hierbij geen keuze en dwong hem daarmee het gesprek met Johannes zelf af te ronden. De onaangename taak om de familie Roerling op de hoogte te stellen, zadelde hij hem ook me op. Nu wilde hij iets zeggen in de trant van Nee, Abdel dat flik je me niet, maar bleek te fatsoenlijk in het gezelschap van Johannes IJzerdraat en daarom slikte hij deze lage streek.
Patholoog anatoom Agatha Loon op Toom had het stoffelijk overschot van Gert Jan de Vree van haar nieuwe collega overgedragen gekregen en ik op mijn plaats was zelf naar het nieuwe plaats delict afgereisd. Liesbeth Weverling kreeg de slachtofferhulp en werd in verwarde toestand afgevoerd. In een dikke zweem van grimmigheid die er op de Valckenmolense Dreef hing, nam ik ook afscheid van Lesley Spandabato. Hij werd tezamen met het dakdekkersbusje opgepikt met de trailer. Niet veel later – ik was nog maar koud bij de scouting in het duinbos – werd ik gebeld door America.
“Inspecteur Riemneel…”
“America?”
“Er kan hooguit een uur tussen hebben gezeten. Roger Roerling stierf voordat Gert Jan de Vree dat deed.”
“Zo’n vermoeden had ik al een beetje,” antwoordde ik zonder daar betweterig mee te willen klinken.
“En weet u wat nog meer is?”
“Karel alsjeblieft.”
“Deze man heeft [AANWIJZING] meer splinters in zijn donder zitten dan Dwight York interlands heeft gespeeld.”
<BEVINDINGEN VAN AGATHA LOON OP TOOM NA HAAR ONDERZOEK M.B.T .LIJK GERT JAN?>
Waar Lesley reeds zo op zijn eigen manier een onwaarschijnlijke partner vormde in het veldwerk met America, was Agatha Loon op Toom nauwelijks een betere match om mee samen te werken. Dat wil zeggen, indien America’s aanwezigheid niet op het plaats delict was verreist en er grondige sectie moest worden verricht in één van de autopsieruimtes. Gevoeligheid en subtiliteit waren niet de meest opvallende karaktereigenschappen van deze autoriteit binnen het GCFI. Hoewel Agatha altijd welwillend was om objecten te inspecteren die weinig diepgang hebben, kon je haar veel beter vragen voor het echt zware werk. Hoe meer complexiteit er aan het stoffelijk overschot viel af te lezen, hoe meer deze geharde tante in haar element was. Ze was onbuigzaam in haar oordeel en een terperamentvolle collega om mee te moeten samenwerken. Met haar de discussie aandurven omdat je meent beter te weten hoe de vork in de steel steekt, resulteerde steevast in een onbegonnen strijd. De felheid die Loon op Toom haar karakter gaf zag je terug in haar devotie tijdens haar werk.
Je kon Agatha van veel betichten, secuur was ze. Ze mocht inmiddels zestig lentes tellen, wanneer ze zich volledig liet gaan in het doorlichten van haar immer zwijgzame patiënten, was ze zo onverstoorbaar als haar kleinzoon bij het kijken van Phineas and Ferb. Volkomen afgezonderd van de locaties waar de slachtoffers in de maak waren geweest, wist ze je soms nog meer te vertellen hoe ze in die noodlottige situaties waren beland als haar collega’s die midden tussen de verse sporen stonden. En dat terwijl ze vaak verkoos om bij aanvang van haar lijkschouwing zo min mogelijk van het slachtoffer te willen weten. Die inzichten waar zij soms mee kwam, dwongen je haast om alle eerder opgedane kennis van het onderzoek van je te willen afschudden om vervolgens met een frisse blik tegen de materie aan te kijken.
In die bezieling had Agatha binnen vijf minuten in de gaten dat het bij deze jongeman scheelde aan zijn lumbale wervelkolom. Vroeger of later zou hij zich met lage rugklachten hebben gemeld bij de arts of fysiotherapeut. Haar vermoedens begonnen te rijzen dat haar subject met zwaar tilwerk was belast. Aan zijn rechterzijde ontwikkelde hij in het bijzonder de mogelijkheid op latere leeftijd last te krijgen van zijn bewegingsapparaat. Reperterende belasting als gevolg van eenzijdig bovenhands tilwerk stond garant voor een ‘frozen schoulder ‘.
“Arme jongen toch,” prevelde ze terwijl ze zijn schouders onderzocht. Agatha verkoos een algehele lichamelijk inspectie boven de evidente verwondingen. Het stelde haar in staat objectief te kunnen blijven om nader onderzoek niet te hoeven vertroebelen. Voorzichtig gleden haar in witte handschoenen gestoken vingers over de hals van Gert Jan om daar een paar minuscule littekens te vinden die volgens haar kundig oog van hout afkomstig moesten zijn. “Heb jij zoveel [AANWIJZING]zware balken moeten tillen?”
Nog geen tien minuten later belde ze met mij om haar bevindingen door te geven.
“Beste Karel. Voor deze kloeke kerel zul je naar twee moordwapens op zoek moeten gaan. Maar één ding kan ik je vast beloven. Die klap op zijn hoofd, dat deed ‘t ‘em.”
<WAT IS ER UIT DE VOETAFDRUK AF TE LEIDEN OVER DE VERDACHTE?>
Eveneens betrokken bij het onderzoek was Loek de Graaf, een vierentwintig jarige student met een hoog nerd gehalte die belast was met het interpreteren van bewijsmateriaal aan de hand van foto’s en digitale bronnen. De Forensische Informatica was bij het GCFI binnengerold tijdens een stage opdracht. Met name zijn speurderskwaliteiten en zijn leergierige houding waren mij in het bijzonder opgevallen, waardoor we hem al snel een baan hadden aangeboden. Tot onze grote vreugde nam hij die aanbieding aan. Zijn vermogen om eindeloos en in hoog tempo te kunnen wroeten naar gegevens, hebben een dusdanig grote bijdrage geleverd aan de lopende zaken in onze organisatie dat dit hem de bijnaam ‘Loekie de Hond’ heeft opgeleverd. De ietwat gezette en altijd goedlachse knaap viel op tussen de andere onderzoekers door zijn opvallende zwarte humor en zijn volle krullenbol. Veel hoefde hij er niet aan te doen om met een keurig kapsel op zijn kantoorbaan te verschijnen, maar over zijn eentonige kledingstijl viel nog wel het één en ander op te merken.
Zijn onuitputtelijke kennis op het gebied van digitale opslagmedia en netwerken leken aanvankelijk van weinig grote betekenis in de zaak die we op dat moment hadden lopen. De foto die America hem had toegezonden kon niet in de bestaande databanken worden teruggevonden en viel op dit moment nog op geen enkele andere wijze aan een persoon te koppelen. De dader had schijnbaar nog geen strafblad zodat hij of zij nog niet in de systemen kon worden teruggevonden. Althans, niet op zo´n vlak dat registratie van gegevens over diens schoenen van toepassing was. Het enige wat aan de afdruk van het profiel kon worden afgeleid was dat het ging om een maat 46 Van Bommel, een nette herenschoen. [AANWIJZING] Dat waren geen schoenen waarmee je normaal iemand op het dak ziet werken.
<WIE WAREN ER BIJ GERT JANS LAATSTE WERKPLEK AANWEZIG?>
Na kort overleg met mij heeft Koen Voet Johannes IJzerdraat een lift naar huis gegeven. Nog een extra verhoor op het bureau leek mij voor nu nog niet zinvol en hem zelf naar huis laten rijden vonden we, gezien de schok waarin hij moest verkeren, onverantwoord. Voor zijn auto in de Drachtsterpromenade zouden wij wel zorg dragen dat die thuis werd afgeleverd.
Na de eigenaar van Lekt ‘t een beetje? te hebben afgezet toetste Koen ‘Sambeekse Korenveld 46′ in op zijn navigatiesysteem en zette koers naar de nabestaande van Roger Roerling. Van een telefoonnummer had Johannes hem niet kunnen voorzien, dus was een huisbezoek de enige optie. Terwijl hij onderweg was naar het betreffende adres repeteerde hij de feiten die hij vandaag te weten was gekomen. Volgens de heer IJzerdraat werkten Roger Roerling samen met Gert Jan vandaag aan een serie dakkapellen in de Drachtsterpromenade. Gert Jan was daarbij zijn ‘maatje’ en het leek hem het meest waarschijnlijk dat Gert Jan voor een boodschap was weggestuurd door Roger Roerling om materiaal te gaan halen. Roger op zijn beurt had naar alle waarschijnlijkheid zitten doorwerken aan de constructie van de uitbouw op één van de daken. Het enige gezelschap dat hij daarbij had gehad konden wat vogels zijn – doorgaans meeuwen – en bouwvakkers die dit nieuwbouwproject als duiventil in en uit vlogen. Het feit dat Gert Jan niet met het busje was teruggekeerd naar zijn werkplek, paste niet in het verhaal van Johannes IJzerdraat. Het gangpad van het huis waaraan gewerkt werd [AANWIJZING] stond vol met nieuwe spullen die zo bij de bouwmarkt vandaan kwamen. Zijn jongens zouden de materialen en gereedschappen nooit zomaar onbeheerd bij de voordeur laten staan waar elk onverlaat ze kon weg gappen. Had Gert Jan daar nalatig in geweest, dan zou Roger hem daar beslist op hebben gewezen. Helemaal uitsluiten konden we het natuurlijk niet. De hamvraag bleef dan natuurlijk waarom het busje niet in de Drachtsterpromenade was aangetroffen maar ver buiten deze wijk bij het duingebied? Dat was noch in de buurt van enige bouwmarkt noch op de route naar het pand waar Lekt ‘t een beetje? was gevestigd. In alle opzichten sloot de locatie waar zijn stoffelijk overschot was aangetroffen niet aan bij het plaatje dat we van de Drachtsterpromenade hadden.
Koens bezoek aan huize Roerling ging daar ongetwijfeld meer duidelijkheid in scheppen, zo bleek later wel. Aangekomen op het Samenbeekse Korenveld stapte hij daar het tuinpad op en belde aan.
Geen gehoor.
En wat doet een normaal mens – en zeker Koen – wanneer er niet wordt open gedaan en je iemand toch graag wenst te spreken? Natuurlijk: je kijkt even naar binnen. Misschien was de bel wel stuk of was er iets anders wat eraan scheelde. Op die vraag kreeg hij terstond het antwoord; in de woonkamer op de vloer zag hij twee personen liggen. Eén ervan kon hij vanuit zijn positie het beste onderscheiden. Een vrouw met een gapende hoofdwond lag er levenloos bij, te midden van haar eigen bloed.
<SCHOENMAAT VAN JOHANNES IJZERDRAAT?>
“Ha Abdel, je spreekt even met Loek. Stoor ik je?”
Anders dan Agatha had Loek de Graaf juist wel de voorkeur zoveel mogelijk bij het plaats delict betrokken te zijn. Hij belde daarom graag met zijn collega’s uit het veld om een graantje mee te kunnen pikken van de avonturen die ze er beleefden. Zo kon hij zichzelf ook even losmaken van zijn IT-baantje waarbij hij toch veel uren achter pc’s moest besteden. Nerd of niet, hij had soms ook wel even de behoefte aan die afwisseling.
“Ha Loekie! Welnee joh, hoe kom je daar nou bij?” loog Abdel met enig sarcasme in zijn stem terwijl hij midden tussen [AANWIJZING] het verf en hout op de trap stond. Hij was bezig in een poging naar de zolder van het nieuwbouwhuis te klauteren tussen het puin dat er over de treden lag verspreid. Onderaan de trap boog America zich juist over het stoffelijk overschot van Roger Roerling. En terwijl ze dat deed en hij naar bovenliep had hij zich bij het omkijken naar haar haast geen aangenamer uitzicht kunnen wensen. Loeks telefoontje had zijn kans om zich aan haar schoonheid te vergapen bruusk doorbroken. Zodra zijn mobieltje overging keek ze uit reflex even naar Abdel op. Hierop wendde hij zijn gezicht af en deed alsof hij zijn handen vol had in het zich een weg banen door de jungle van rotzooi. “Wat kan ik voor je doen?”
“Een hele gekke vraag misschien, maar weet jij wellicht welke schoenen die eigenaar van Lekt ‘t een beetje? vandaag droeg?”
“Wat voor schoenen?” herhaalde Abdel zijn vraag en moest er wat zuur bij lachen. “Je bedoelt wat voor merk hij droeg?”
Loek antwoordde met een instemmend gehum.
“Pffff! Nou daar vraag je me wat. Hoezo, waar heb je dat voor nodig dan?”
“Voetsporen op een ander PD. Volgens Karel kon ik jou of Koen hier het beste even voor bellen omdat jullie hem vandaag gesproken hadden.”
“En dan bel je mij, terwijl ik hier met America aan klussen ben aan ons nieuwe huis?”
Ditmaal was het America die naar haar collega keek. Hij had het niet door, maar geamuseerd was ze niet. “Je had ook de man er zelf voor mogen bellen, of heb je zijn nummer niet?”
“Klopt.”
“Het moeten bouwschoenen geweest zijn, met of zonder stalen neuzen daar wil ik even vanaf wezen. Moest je soms ook nog een maat weten?”
“Als dat zou kunnen heel graag, maar je geeft al aan dat het geen Floris van Bommels kunnen zijn, je weet wel, van die nette herenschoen die vaak op de neus zo’n schattig motiefje hebben?”
Een luid gebulder klonk er als antwoord door de telefoon, waarbij Abdel zichzelf opslag een voorstelling probeerde te maken van de persoon in kwestie in het genoemde schoeisel. Loek hield daarop voor een kort moment de hoorn van zijn vast toestel op een wat prettigere afstand om zijn oren te beschermen. Toen Abdel uitgelachen was, bedankte hij Loek voor het vermakelijke gesprek en verzekerde hem dat de bouwschuiten van Johannes IJzerdraat in de verste verte niet overeenkwamen met het merk schoenen waar hij naar had gevraagd. Voor de maat werd hem verzocht om toch even contact op te nemen met de heer IJzerdraat zelf. Die werkte graag mee in dit onderzoek en gaf hem zonder te aarzelen in het telefoongesprek dat Loek daartoe pleegde zijn maat door: 43. De schoenen die hij die dag droeg waren Timberlands.
<WIE LIGGEN ER IN DE WOONKAMER VAN ROGER?>
Onze inbraakspecialist nam het zekere voor het onzekere en schakelde met zijn mobiele telefoon naar de vaste verbinding voor collega-hulpdiensten. Daar kreeg hij te spreken met centraliste Monique van Wijngaarden van de locale meldkamer. Zij liet, op basis van de melding die ze van Koen doorkreeg, een ambulance aanrijden. Onderwijl spurtte hijzelf naar zijn dienstwagen om daar zijn inbraakkit tevoorschijn te toveren. Met de juiste gereedschappen in de aanslag controleerde hij de voordeur en koos hij zijn geautomatiseerde KLOM Lockpick Gun om de klus mee te klaren. Zo dreef hij de Pickgun naalden één voor één het slot in tot hij de juist had en kreeg daarmee in een handomdraai de deur geforceerd. Deze was nabij de scharnieren nog wel voorzien van dievenklauwen, maar die stonden er overdag natuurlijk niet op. Eenmaal binnen trad hij vanuit het voorportaal eenvoudig de woonkamer binnen, maar had uit voorzorg zijn Beretta al in de aanslag. Omzichtig knielde hij bij het eerste slachtoffer dat hij eerder vanaf buiten maar half kon zien en zocht naar een pols. Godzijdank vond hij die, maar deze was kritiek zwak. Het ging om een jonge knul van een jaar of 16 of 17 die [AANWIJZING] gekneusd en vol blauwe plekken in de hoek van de kamer tegen een fauteuil lag gevouwen. Hij vloekte inwendig en wist dat de hulpdiensten hier op voorhand zouden falen als hij niet zelf in actie kwam. Om zeker te zijn dat hij de vrouw, die vermoedelijk zijn moeder was, een kans had gegeven, stond hij even op en controleerde hij ook haar. Kort daarop was hij alweer bij zijn jongste slachtoffer terug; de moeder was niet meer te redden. Bij zijn poging de pols terug te vinden, was hij gealarmeerd toen hij daar moeite mee had. Koen twijfelde geen ogenblik en met oog voor eventueel nieuw letsel positioneerde hij de jongen precies zo dat hij voldoende werkruimte had om reanimatiecontroles uit te voeren. Op aanspreken werd door de jongen niet meer gereageerd. Ademhalen deed hij evenmin. Hij seinde de centrale opnieuw in om een tweede ambulance te laten aanrijden en vermeldde daarbij dat hij de reanimatie was opgestart.
Al zijn inspanningen ten spijt overleed de jonge knul nog voor de eerste ambulance was gearriveerd. De broeders hadden de reanimatie bij aankomst nog wel overgenomen, maar staakten hun gespecialiseerde hulp al snel. Hij was al niet meer te redden voordat Koen Voet het huis was binnengedrongen. De inwendige kwetsuren hadden zijn lot reeds lang bezegeld. Vermoeid en ontdaan stond Koen even later onvast op zijn benen. Alhoewel hij vaker reanimaties heeft moeten toepassen – helaas allen zonder het gewenste resultaat – was hij opnieuw flink geëmotioneerd. Ik heb daarop van de zaak gehaald en hem verzekerd dat zijn collega’s het hier zouden overnemen.
De slachtoffers werden eenvoudig geïdentificeerd als Oliva Roerling en haar zoon Jericho. Tezamen met Andrea in het duinbos en Roger op zijn klus onderaan een trap, was één ding duidelijk: iemand was erop uit geweest dit hele gezin om te leggen.
{ZWARE HOUTEN BALK} >> ROGER
Het bericht dat er twee nieuwe slachtoffers waren gevallen in deze zaak sloeg ook bij America Calista en Abdel Dezertecon Kretonshos in als een bom. Beide raakten er op slag van beduusd van en kregen even moeite met het zichzelf hervinden op dit plaat delict. Abdel hield zijn flauwe grappen vanaf nu moment voor zich en richtte zich in alle ernst op zijn werkzaamheden. Die bestonden uit het in kaart brengen van de toedracht door het verzamelen van beeldmateriaal en de registratie van objecten. Wel liet hij nog even een opmerking vallen richting America dat ze met haar eerste werkdag direct een zware dag te pakken had, waarop enkel instemmend en koeltjes werd gereageerd. Een moeizame jeugd en haar confrontaties in haar werkverleden hadden ervoor gezorgd dat ze wel tegen een stootje kon. Toch was ook bij de forensische arts duidelijk de toon gezet. Haar bevindingen omtrent Roger Roerling rapporteerde ze aan mij middels een kort telefoongesprek en maakte mij daarin verder duidelijk wat zij uit zijn verwondingen had opgemaakt. Eerder vertelde ze mij reeds dat Rogers lijf vol zat met houtsplinters, maar uit haar volgende verklaring werd wel duidelijk dat hij niet met een zware houten balk op het hoofd zou zijn geslagen. De splinters moesten afkomstig zijn van het hout dat hij met zich meetrok toen hij door de constructie van het dakkapel naar beneden sodemieterde. In zijn buiteling had hij nog een leuning van het daaronder geleden trappengat met zich mee getrokken en een pot verf die op de trap had gestaan. Maar wat er in de eerste plaats voor had gezorgd dat hij deze ongewone duikeling had gemaakt, dat bleef nog even onduidelijk. Wat America nog voor een mysterie hield was Rogers verbrijzelde kaak.
“Dus toch een houten balk dan, waarmee hij door de opbouw werd gemept?” opperde ik terwijl ik al aan America’s eerdere toelichting had moeten opmaken dat het iets anders moest zijn geweest.
“Beslist niet. Ik ben van mening dat we een ander moordwapen zoeken.” Ik kon door de telefoon horen dat ze weer op kauwgum zat te kauwen.
“Zoals wat?”
“In elk geval iets met een rode afwerklaag. [AANWIJZING] Enkele gekleurde splinters in zijn wang en oog passen niet in het patroon van het houtwerk van de dakkapel en trapleuning.”
<WAT VOOR LETSEL HEEFT ANDREA WAARAAN IS TE ZIEN DAT HET OM EEN ZEDENMISDRIJF GAAT?>
Ondertussen had ik mijzelf ontfermd over de toestand van Andrea Roerlings lijk. Bij mij had ik inspecteur Retroman die een leidster van de scouting aansprak die hier reeds met een stel kinderen was gearriveerd. Gelukkig voor hen lag mijn slachtoffertje verderop in de bossen, zodat Retroman hen op afstand kon houden van het drama. Hij verwittigde Sabrina Biezenhutter, het hoofd van de scouting, dat het beslist beter was om haar activiteiten met de kinderen vandaag af te blazen. De kinderen, allen in een leeftijdscategorie van tussen de 11 en 17 jaar waren beslist teleurgesteld omdat daardoor [AANWIJZING] hun natuurwerkdag voor de derde keer op een rij niet door kon gaan. Sabrina zelf was eveneens beteuterd; het had haar de grootste moeite gekost om op deze vrijdagmiddag de kinderen nog bij elkaar te krijgen nu er zo plotsklaps was besloten het natuurbeheerwerk nog uitgevoerd te krijgen.
En terwijl Retroman er zijn handen vol mee had mevrouw Biezenhutter ervan te overtuigen dat de boel moest worden afgeblazen, was ook ik foto’s aan het nemen van een plaats delict. Voor mij lag een tiener met lange blonde haren, bovenop iets in de krul gezet. Haar hoofd lag ietwat naar achteren gekanteld waardoor ik niet alleen aan de voor- maar ook de achterzijde de bevestiging van haar beugel kon zien. Aan één zijde van haar smalle mond kleefde ducktape dat blijkbaar na de seksuele handelingen moest zijn los gemaakt. Zelf kon ze het niet hebben gedaan. De brute moordenaar had namelijk haar handen achter haar rug bij elkaar gebonden met tiewraps zodat enig verweer onmogelijk voor haar was. Vanonder was ze ontkleed. Haar lichtblauwe spijkerbroek lag binnenstebuiten naast haast haar lichaam. Eén voet zat nog in een broekspijp gestoken. De verkrachter moet blijkbaar het geduld niet hebben gehad haar schoenen los te maken, zodat de pijp erachter bleef steken. De andere voet was bloot. Haar onderbroekje was simpelweg kapot gescheurd en lag in flarden naast haar heupen. Boven haar middel was een deel van haar witte shirt naar boven opgeslagen. Dat was, tot de hoogte van haar borsten, ook wel zo’n beetje wel het enige deel wat er wit aan was gebleven. Want omdat haar keel was doorgesneden had de kleur rood de overhand genomen. Een flinke plas bloed ontsierde haar borstkas en er droop nog een beetje in haar bomberjack.
<ANDERE FAMILIELEDEN VAN GEZIN ROERLING?>
Nu was gebleken dat niet één van de gezinsleden van Roger Roerling deze noodlottige vrijdag had overleefd, was onze hoop meer te weten te komen over hun familieleden gevestigd op één persoon die we nog niet hadden ondervraagd. Inspecteur Bob de Winter werd voor deze taak opgeroepen en na bijgepraat te zijn over de diverse moorden die vandaag werden gepleegd heb ik hem verzocht eens een bezoek te brengen aan de vriendin van Gert Jan. Hij nam contact met haar op door te bellen naar het 06-nummer dat wij van Johannes IJzerdraat mochten ontvangen en maakte spoedig kennis met Wendy Wiewel. Een kwartier na het telefooncontact stond hij reeds bij haar aan de deurpost. Het woei verschrikkelijk in de buitenwijk waar zij met haar vriend in een maisonnetteflatje woonde. Bob was daarom opgelucht toen hij binnen werd gelaten, omdat het effect van de ferme wind werd verstrekt door de bijzondere balustradeconstructie en de brug tussen de twee flatdelen. Met het wandelpad tussen beide woonelementen had het bouwwerk bijna een Z-vorm. Het middenstuk stond echter wat haakser op het ander zodat het geheel meer leek op twee aan elkaar geplakte letters ‘L’.
Het ontvangst was bijzonder. Wendy Wiewel, die voor hem had open gedaan, had hem een goed verzorgde spontane jonge griet geleken. Echt zo’n prettig gestoord spring in ‘t veld dat je in de weekenden nog wel in de kroeg kon vinden met een glaasje Prosecco en het thuis allemaal prima voor elkaar zou hebben. Beetje bekvechten met manlief af en toe over de verdeling van de taken in huis en als ze naast de job van Gert Jan zelf ook nog een baan had, dan had ze alles bij elkaar niets te klagen. Het beeld van de twee keurige net-niet-dertigers die wellicht eerdaags aan hun eerste kindje toe waren werd doorbroken toen Bob door haar naar de woonkamer werd geleid. Tassen zwierven over de banken, kratten bier en ander feestversnapering stonden over twee tafels verspreid en de kleding bleek door dit stel te worden beschouwd als standaard versierstuk op iedere stoel of kast. Tussen het meubilair stonden allerlei dozen die waren gevuld met etenswaren tot en met computeronderdelen. Meer dan twintig videogames lagen pontificaal over de woonkamervloer en tegen de bank aan waren enkele sokken en onderbroeken opgestapeld. Er viel geen logica of orde te ontdekken in deze ware varkensstal. Het keurig geklede en petieterige jonge dame paste voor Bob totaal niet in het plaatje dat hij hier gepresenteerd kreeg. Plotseling werd hij opgeschrikt door een luid geblaf aan zijn rechterzijde en werd wild begroet door en spontane [AANWIJZING] Mechelse herder. Twee onfrisse voorpoten zochten zijn aandacht door houvast te zoeken op zijn buik. De hond was zo groot dat hij Bob met het grootste gemak vanuit zijn positie een lik over zijn neus kon geven, wat hij dan ook niet naliet.
Instinctief en compleet overdonderd deed Bob een stap naar achteren.
“Vort Sniper! In je mand, nu!” riep Wendy die haast een kop kleiner was dan wanneer de toegesproken hond rechtop had gestaan. Gewillig luisterde de viervoeter naar haar bazin en zocht ze haar plaats op.
“Woh, is dat even een belevenis bij het binnen komen zeg!” merkte Bob op en doelde daarmee eigenlijk meer op het rommelige huishouden dan de vriendelijke reu die hem gedag was komen zeggen.
“Ja, ‘t is me er eentje. Maar ze bijt niet hoor.”
Bob had die tweede zin bijna zelf in kunnen vullen. Niet alleen was de reactie cliché, de flinke blaffer leek hem allerminst een kwaad beest.
“Ik denk dat wij ook even moeten gaan zitten, vind je niet?”
Wendy keek Bob daarop enkel aan met een betraand gezicht en knikte. Ze had reeds van hem vernomen dat hij geen miljoenen kwam uitdelen. De inspecteur verklaarde zichzelf nader terwijl hij tussen de troep op de bank zat en moest de vrouw des huizes tegen het einde van hun gesprek zelfs een gemeentepilsje aanbieden uit haar eigen keuken. Gebroken zat ze met hem op de bank en nu er een voorlopig einde leek te zijn gekomen aan de vloed van informatie die ze van hem kreeg, viel er een ongemakkelijke stilte. Uiteindelijk stond Bob op van de bank en maakte aanstalten om weer te gaan. Maar Wendy was nog niet klaar met dit gesprek en wenste hem nog van informatie te voorzien voordat hij zijn kaartje kon aanbieden voor datzelfde doel.
“Het lijkt me niet onverstandig om ook eens te gaan praten met Lotte Pieper, de zus van Olivia. Heel goed kennen doe ik de Roerlings niet, maar Lotte zit samen met mij op salsa. Zij kan u ongetwijfeld meer over de verbanden in de familie vertellen.”
Het dansgenootje ontmoette Bob tegen het einde van de middag bijna een half uur later. Haar huis was gelukkig wat meer aan kant, wat wel prettig was met vier kinderen in huis die geen van alle nog aan de puberteit toe waren. Haar man was buiten de deur. Dat bemoeilijkte de mogelijkheden in het te voeren gesprek, omdat zij haar aandacht anders tussen inspecteur Bob en de kinderen moest verdelen. Daarom werden de kinderen bij de buurvrouw ondergebracht en kreeg ook Lotte het trieste nieuws over haar zus te horen. Eenmaal van de eerste schok bekomen was ze toe aan het beantwoorden van specifieke vragen.
“Roger heeft drie broers; Gordon, Taco en Humfried. Olivia heeft enkel mij als zus. Broers hebben we niet.”
<HOE LAAT STIERF OLIVIA ONGEVEER T.O.V. ROGER EN GERT JAN?>
Met acht mensen die nu effectief en actief op deze complexe moordzaak werden ingezet kon ik het me haast niet permitteren nog meer manschappen vrij te maken. Lesley, Agatha en Loek deden hun onderzoeken op het GCFI, America en Abdel waren ter plaatse in de Drachtsterpromenade bij het nieuwbouwproject, Bob was op familiebezoek en Retroman en ik hielden ons bezig met een luguber padvindersspelletje. Daarom had ik inspecteur Zombie als laatste specialist in ons team gevraagd om de situatie in het Samenbeekse Korenveld op zich te nemen. Hij zou daar spoedig versterking krijgen van Lesley zodra die eenmaal klaar was met zijn onderzoek in het dakdekkerbusje. Zombie, eveneens een kei in het beoordelen van aangebracht letsel, kreeg nog enkele telefonische ondersteuning van onze inbraakspecialist Koen Voet waarna hij zich over het lijk van Olivia Roerling boog. Hij wenste Koen de nodige bedrust toe en inspecteerde haar hoofdwond. Naast een goede hoeveelheid bloed was er ook wat hersenvocht naar buiten gekomen en maakte hij uit de diepte van de deuk in haar hoofd op dat het moordwapen [AANWIJZING] geen licht stangetje moest zijn geweest. Tot iets meer dan twee centimeter was de hersenpan naar binnen geslagen. Een volledig open gat was het niet. Grove scherven van haar schedel stonden onnatuurlijk over elkaar gevouwen met daarop haar bruine haar dat flink was besmeurd met geronnen bloed.
Te oordelen aan haar lijkstijfheid en lichaamstemperatuur, in vergelijking met de doorgespeelde andere tijdstippen van overlijden van de gerelateerde PD’s, moesten Olivia en Jericho zijn omgebracht ná het moment dat Roger en Gert Jan het leven lieten. De enige persoon waarvan we nu nog moesten weten wanneer zij was overleden was Andrea.
<KAN WENDY VERTELLEN OF HAAR VRIEND VIJANDEN EN/OF WERKGERELATEERDE PROBLEMEN HAD ?>
“Wil ik de koffie anders even inschenken?” Bob de Winter was er deze middag al aan gewend geraakt zelf voor ober te moeten spelen tijdens zijn huisbezoeken. Lotte Pieper was evenzeer ontdaan nu ze het slechte nieuws omtrent haar zus en haar gezin had vernomen.
“Ja graag, toe maar. Voor mij enkel een scheutje melk graag. ‘t Staat al klaar op het aanrecht.”
Bob liep naar de keuken waarmee hij een stilte liet vallen zodat ze even op adem kon komen. Eenmaal terug met de koffie vervolgden zij hun gesprek. Onvermijdelijk moest hij een keer tot de hamvraag komen die welhaast in iedere moordzaak terugkwam:
“Mevrouw Pieper, ik moet deze vraag stellen. Waar was u op deze vrijdagochtend tussen tien en twaalf?”
Ze schroomde niet met haar antwoord in deze kwestie al klonk het dun en prevelend.
“In de supermarkt. Ik moest nog enkele boodschappen doen. En daarna de kinderen van school halen.”
“Natuurlijk. Dank u wel.” Bob schonk de koffie in beide kopjes in en bedacht zich welke volgende vraag hem verder zou helpen in dit onderzoek. Zorgvuldig koos hij zijn woorden. “U vertelde mij dat u Roger zag als een [AANWIJZING] nogal imponerende man, nietwaar?”
Lotte knikte enkel.
“Mag ik u vragen, zag u daarvan iets terug in de relatie die hij had met uw zus?”
“Oh zeker. Ik bedoel, klappen uitdelen deed hij niet, maar je merkte aan alles dat Olivia niet veel te vertellen had thuis. Kwam hij thuis van zijn werk dan moest zij het eten al klaar hebben staan en voor huishoudelijke taken was hij zelf nauwelijks te porren. Gewoon niet eigenlijk. Echt een beetje een man die van zijn vrouw verwacht te sloven terwijl hijzelf ’s avonds met de poten op de bank onderuit kon hangen.”
Bob onthield zich van enig commentaar aangaande die taakverdeling.
“Zij vertelde u dat ook?”
“Nou, nee dat niet. Maar ze was mijn zus weet u. Dat soort dingen pik je nou eenmaal op.”
“Juist ja. Goed, wel wellicht weet u mij nog iets meer over hem te vertellen. Kende u Gert Jan bijvoorbeeld, zijn collega van Lekt ‘t een beetje? waar hij tot vandaag mee samenwerkte?”
“Mja, kennen wel, maar verwacht nou niet dat ik hun relatie tot in de fijne details kan beschrijven.”
Hoewel Bob daar natuurlijk wel op had gehoopt, zou hij al tevreden zijn met het kleinste beetje informatie dat hij via Lotte los kon krijgen.
“Als ik de verhalen die ik zo op de verjaardagen heb opgepikt mag geloven, dan was hun relatie niet heel bijster soepel. Volgens mij was Roger niet echt bijzonder dol op Gert Jan. Maar om daarom tot moord over te gaan, nee daar zie ik hem eigenlijk niet voor aan. Dat zou hij zijn gezin bovendien niet aandoen.”
En dat was precies wat hij wilde horen. Dit bevestigde namelijk de verklaring die Wendy eerder die middag had afgelegd. Roger en Gert Jan lagen elkaar niet zo. Gert Jan had geen vijanden in het bijzonder, maar hij leek wel problemen te hebben met de collega waar hij veel mee samenwerkte. Roger kleineerde zijn maatje. Dat is, als we deze dames mochten geloven.
<WAAROM KONDEN DE VORIGE TWEE GEPLANDE NATUURWERKDAGEN NIET DOORGAAN?>
Tezelfdertijd in het duinbos had de Akela haar padvinders naar huis gestuurd en was ze door inspecteur Retroman naar hun honk geleid. De basis bestond uit een flinke blokhut dat was opgedeeld in groot aantal verblijven, verdeeld over twee etages met in het midden een aula waar kon worden gegeten of activiteiten plaats vonden. Aan de voorgevel pronkte een uit hout gesneden plakkaat met de vette letters ‘De Biezenhut’. Met daaronder in het klein de tekst ‘Scouting Admiraal Biezenhutter’. Sabrina Biezenhutter, een vrouw van middelbare leeftijd verklaarde dat deze scouting inmiddels al 70 jaar bestond en terugvoer naar een tijd waarin haar grootvader zelf nog een welp was. Over de jaren heen dat zij zelf in de leiding stond, werd de naam Zavoz voor haar bedacht als leidersnaam van de padvindsters. Bij die leeftijdsgroep was het namelijk gebruikelijk dat de meisjes samen met hun leiding een geheime naam creëerde voor hun hoofd. Veelal waren dit afkortingen die verwezen naar de beschermende rol over het vendel. Zo stond Zavoz voor: Zal Altijd Voor Ons Zorgen. Maar naar mate Sabrina Biezenhutter langer bij de scouting zat, verkoos ze toch echt Akela te worden genoemd, ook al was dat een term die was voorbehouden aan leidsters van Welpen (meisjes in de leeftijdscategorie 8 tot 10 jaar). Nu ze al een behoorlijk aantal jaren meeging voelde ze er meer voor om voor de oudere groepen te staan, zoals de Explorers en Roverscouts.
Gezeten op een soort picknicktafel te midden van de centrale ruimte boog het gesprek langzaam wat meer af richting de zaak rondom Andrea Roerling. Het was alsof de Akela het onderwerp in haar kennismaking met de rechercheur wat van zich probeerde af te houden. Blijkbaar voelde ze wel aankomen dat hij niet met goed nieuws naar hier was gekomen. Midden in dat gesprek stond ze op en liep naar de koelkast.
“Chocomelk?” bood ze Retroman aan en hield het pak omhoog zonder zich naar hem om te draaien.
“Nee bedankt. Geen melkproducten voor mij. Water is goed.”
Ze schonk een glaasje water in, maar keerde niet direct terug aan de tafel. Retroman kon aan haar houding zien dat deze dame het er goed moeilijk mee had nu ze het nieuws over Andrea had vernomen. Er klonk wat gesnik en ophalen van haar neus.
Zodra ze terug was bij haar bezoeker schoof ze anders aan dan ze eerst had gedaan. Het was alsof ze een vrouw was geworden die vanaf het ene op het andere moment slecht ter been was geworden. Tegenover Retroman gezeten zag ze eruit als een hoopje ellende dat elk moment opnieuw in tranen kon uitbarsten. Daarom gooide hij het over een andere boeg en vroeg haar naar de reden waarom de activiteiten voor vandaag al eerder waren afgeblazen.
“Vorige maand konden we geen vervanger voor mij vinden en moest ik worden opgenomen in het ziekenhuis omdat het scheelde aan mijn blaas. Dat was erg vervelend, zowel voor de padvindsters als voor mij natuurlijk. En twee maanden geleden was er werkelijk een vreselijk noodweer. Het kwam toen met bakken uit de lucht zetten.”
“Wat naar. En wat heeft u toen met de kinderen gedaan?”
“Ik heb een verkleedfeest voor ze georganiseerd. Ziet u wel, hier liggen de kostuums nog.” Ze wees naar een hoek waar tot anderhalve meter hoogte kleding lag opgestapeld. Retroman nam deze informatie aan als ogenschijnlijk irrelevant, maar daar zouden we later in dit onderzoek heel anders over denken.
{DAKPAN} >> ROGER
In de tussentijd brak de zon nog even door op de Drachtsterpromenade en in het onderzoek naar het moordwapen waarmee Roger Roerling eerder die dag moest zijn omgebracht. Zowel America als Abdel stonden buiten op straat en probeerden zich al pratende een voorstelling te maken van de toedracht. Ze tuurden, half tegen het zonlicht in, naar de daken van de rijtjeshuisjes in aanbouw. Op het dak zagen ze hoe daar enkele loopplanken waren bevestigd door middel van een soort steigerconstructie waarmee men gemakkelijk van het ene naar het andere dak kon lopen. Links van de woning waar zij de dakdekker hadden aangetroffen was te zien hoe een oranje bouwzeil half was losgekomen van het dakkapel waar het aan was vastgemaakt. Het had er alle schijn van dat er iemand door naar buiten was geklauterd. Maar voor werk zal het niet geweest zijn, eerder om een vuil klusje op te knappen.
“Last van hoogtevrees?” vroeg Abdel mans aan zijn vrouwelijke collega.
Een bits antwoord met dito oogopslag was de reactie waar hij het mee kon doen:
“Zie eerst maar eens hoe je boven zal komen.”
“Dames eerst,” probeerde hij hoffelijk en grijnsde er vals bij.
De twee rechercheurs betraden de woning naast degene waar zij het onderzoek hadden lopen en klommen er richting het dak. Dat ging eenvoudig daar de voordeuren nog niet waren aangebracht. Aangekomen bij de binnenzijde van het dakkapel, leek het niet zo moeilijk erdoor naar buiten te klimmen. Een steiger stond eronder klaar op de zoldervloer waar beide opklauterden en zo de weg volgden waarlangs de moordenaar zijn slachtoffer had gemaakt. Toen ze eenmaal buiten op een loopplank stonden, gelijk aan het materiaal waar binnen de steiger van was samengesteld, zagen ze onmiddellijk het voorwerp waar ze naar zochten. Links van hen was een stapel met een klein twintigtal dakpannen overgebleven van de werkzaamheden waartoe ze hadden gediend. Het was duidelijk een restant, omdat het dak reeds van alle pannen voorzien bleek te zijn. De twee liepen door over de aangebracht loopbrug totdat ze naast het vernielde dakkapel uitkwamen. Abdel trok zijn witte plastic handschoenen aan en raapte een dakpan van de steiger.
“Niet zo heel slim om het bewijslast te laten slingeren, vind je niet?”
“Sukkel,” reageerde America daarop. “Kijk daar eens,” en ze wees naar beneden tot waar ze de dakgoot konden zien. Abdel volgde waar ze met haar vinger naar wees en zag hoe een in stukken gebroken dakpan in de afwatering z’n graf had gevonden. Het mocht reeds van een rode kleur zijn voorzien om tussen zijn broertjes en zusjes tussen dit dak te passen, het bloedde nog roder aan de zijde waarmee het in aanraking was gekomen met Rogers kaak.
Van de dakpan in de goot keken ze opzij naar de raamconstructie waarbij Abdel met de dakpan in zijn hand imiteerde hoe hij hem door de binten zou hebben geslagen. Roger moest door de zolder richting het trapgat zijn gedonder alwaar hij een blik verf heeft omgetrokken en van de treden is gestuiterd. Hij zal zo hard zijn geslagen en vervolgens zo ongelukkig terecht zijn gekomen dat hij opslag aan zijn verwondingen was overleden. De moordenaar daarop, zal gevlucht. En terug met beide benen op vaste ondergrond meende Abdel nog een souvenir te hebben gevonden dat deze dader moest hebben achtergelaten.
“Hé, wat is dit?” vroeg hij uit verbazing aan America zodra hij iets oppakte vanaf de rand van een struik met rozenbottels. Hij hield [AANWIJZING] een donkergroen hard stuk plastic in zijn hand dat eruit zag als de kap van een soort elektrisch handgereedschap. In het rood stonden er de twee vette letters ‘C’ en ‘H’ opgeschilderd. De rest van het woord moest op andere scherven terug te vinden zijn. America en Abdel hadden feitelijk op dezelfde plaats gestaan als waar ze voorheen naar het dak hadden staan kijken, maar het viel het nu pas op dat ze midden in een veld met nieuwe bewijsmateriaal stonden. Met een scherp oog ontwaarden om hen heen steeds meer nieuwe scherven.
“Bosch?” opperde America.
<ZATEN GERT JAN EN WENDY MET FINANCIËLE SCHULDEN?>
Inspecteur Bob de Winter had afscheid genomen van Lotte Pieper en liep vol vragen en nieuwe informatie naar zijn dienstauto. Zijn huisbezoeken zaten er voorlopig op. Het was tijd om zijn collega’s van deze informatie te gaan voorzien. Daarop belde hij mij terwijl hij nog aan de portier van zijn auto hing. Ik kreeg zijn inzichten doorgespeeld, waaronder ook een beschrijving van het huishouden van Wendy en Gert Jan. Duidelijk een stel sloddervossen als je het mij vraagt. De twee bleken ook met financiële schulden te zitten, wat naar alle waarschijnlijkheid te wijten was aan het verkeerd prioriteren van uitgaven. Wel geld hebben voor videogames en feestjes kunnen geven thuis, maar vervolgens maar net de huur kunnen opbrengen. Was het een levensstijl of speelde hier nog andere factoren een rol? Wendy had het het uitgelegd als nasleep van de kosten die ze aan de reparaties van hun auto hadden gehad. Dat zou hebben opgeleverd dat andere rekeningen in de verdrukking kwamen waardoor ze nu problemen hadden met de bank. Het verhaal zou ook zomaar eens waar kunnen zijn geweest, maar dit gegeven moest in de gaten gehouden worden.
Na mijn telefoongesprek met Bob werd ik door Agatha Loon op Toom gebeld. Ze was klaar met Gert Jans sectie en was in afwachting van het arriveren van Rogers lijk, al waren we van laatstgenoemde nu wel zeker hoe hij om het leven was gebracht. Maar je wist maar nooit, Agatha’s kundige blik kon zomaar nieuw licht op de zaak werpen. In het geval van Gert Jans stoffelijk overschot wist ze in elk geval te vertellen dat hij twee diepe putten in zijn achterhoofd had met een onderlinge afstand van nog geen centimeter. Het scheen haar aan alsof hij met een hard voorwerp schuin achter op zijn schedel was getroffen. De bloeding moet vervolgens hevig zijn geweest. Het was een plaatje dat paste in het onderzoek waar Lesley onlangs meer in was gevorderd. Met name de gereedschappen achter in de bus waren rijkelijk met bloed besmeurd. Maar er was nog meer: Gert Jan de Vree had [AANWIJZING] schoenmaat 46. Dus hoorde de voetsporen nu aan hem toe of was dit gewoon toeval? De feiten spraken elkaar behoorlijk tegen…
<WEET BIEZENHUTTER OF ANDREA GOED MET HAAR FAMILIE KON OPSCHIETEN?>
Terug bij de Scouting Admiraal Biezenhutter zat Retroman nog aan zijn glaasje water. Sabrina Biezenhutter had hij reeds een aantal vragen voorgelegd. Zo was hij te weten gekomen dat Andrea en Liesbeth hier feitelijk [AANWIJZING] al veel vroeger waren gearriveerd dan de activiteiten van deze dag zouden beginnen.
“Blijkbaar hadden de dames elkaar via het telefoonketen ingelicht zodat ze hier tijdig konden zijn. Liesbeth was dan als één van de eerste gebeld, omdat ze vrij bovenaan in het lijstje staat. Andrea was één van de twee meisjes die zij dan op haar beurt moest bellen.”
“Dus hoe laat heeft u de eerste gebeld?”
“Oh, dat zal tussen kwart voor elf en tien over elf zijn geweest. Van Soraya weet ik dat zij vrijdagochtend op dat tijdstip een korte pauze hebben op school. Dus dan maak ik de grootste kans mijn meiden tijdig in te lichten voor plotselinge scoutingactiviteiten.”
“En Soraya…?”
“Is de eerste in de keten en tevens de oudste.”
Retroman probeerde deze gebeurtenissen in zijn hoofd te ordenen en trachtte ze te plaatsen bij de reeks moorden die er vandaag waren gepleegd. Een lijkschouwing op Andrea was nog niet uitgevoerd. Nu America klaar was in de Drachtsterpromenade zou ze wel weer gauw naar de Valckenmolense Dreef en daarmee het duinbos afreizen. Had het één persoon geweest die we verantwoordelijk moesten houden voor al deze slachtoffers, dan kon Andrea nooit de eerste zijn geweest die werd omgebracht, eerder de laatste. En toch kon hij de feiten nog niet helemaal plaatsen, want zelfs al was Andrea als laatste aan de beurt geweest, had dat kind dan al zo vroeg geen les meer gehad vandaag?
“Nu ben ik toch wel nieuwsgierig geworden naar het eigenlijke tijdstip dat u de kinderen hier had verwacht. Dat zal niet om half 12 of 12 uur al zijn geweest of wel?”
“Oh nee,” reageerde Sabrina Biezenhutter dadelijk. “Met de meisjes had ik niet eerder dan half drie afgesproken. Feitelijk zouden we nu dus volop met de natuurwerkdag bezig zijn geweest. U heeft ons hier nog niet zo heel kort geleden opgevangen met dit verschrikkelijke nieuws.”
“Oké, ik snap het,” loog Retroman deels. De verklaring van mevrouw Biezenhutter klonk plausibel, maar kon hij pas echt rijmen als Andrea na het eerste belmoment nog hooguit één lesuur had gehad. Dat was voor latere zorg. Daar konden ze altijd een telefoontje voor naar school plegen. Hij verdreef de vraagstukken die hij daaromtrent in zijn hoofd had en sneed, na een korte stilte in hun gesprek, een heel ander onderwerp aan.
“Weet u of Andrea goed met haar familie kon opschieten?”
De Akela drukte haar onderlip naar boven en schudde langzaam het hoofd, alsof ze nog zoekend was naar een antwoord dat ze toch niet wist. Tenslotte reageerde ze:
“Nee, het spijt me. Daar kan ik u vrees ik niet zo heel veel verder mee helpen. Ik heb haar moeder wel eens kort gesproken aan de telefoon of gezien dat ze haar bracht of ophaalde. Maar dat is onvoldoende geweest om daar voor mij een goede indruk van te krijgen. Zelf liet ze ook niet bijzonder veel informatie over thuis los. Toch, veel andere meisjes zie ik dat ook niet echt doen. Ik vrees dat ik niet de juiste persoon ben om dit aan te vragen.”
Retroman kon niet onderdrukken dat hij zijn schouders iets liet zakken met deze respons. Veel aan dat antwoord had hij niet gehad.
{HEGGENSCHAAR} >> ANDREA
Het vragenvuur waar inspecteur Retroman Sabrina Biezenhutter aan had onderworpen was nog in volle gang toen ik de blokhut binnen kwam stappen. Van het stoffelijk overschot van Andrea had ik nu wel voldoende beeldmateriaal in kaart gebracht en sporen geduid dat ik ook wel even aan een slok chocomel toe was. Bovendien was mijn telefoon bijna leeg door al de updates die mij die middag werden doorgespeld dat ook die dorst begon te krijgen naar energie. Met een eenvoudig handgebaar vroeg ik Retroman naderbij te komen zodat we buiten gehoorafstand van de Akela enige informatie konden uitwisselen.
“Al enig idee waarmee Andrea kan zijn omgebracht Karel?”
“Niet exact. Daar laat ik America verder naar kijken. Ik heb mij over de sporen en de foto’s ontfermd. Hier,” en ik toonde Retroman een foto dat het beste totaalplaatje van het plaats delict liet zien. Hiermee werd hij in herinnering gebracht hoe we haar lichaam hadden aangetroffen, wat bij hem spontaan een vraag opwekte.
“Zouden ze Andrea’s keel doorsneden hebben met een heggenschaar?” Retroman observeerde het plaatje nog eens aandachtig en kreeg al door dat dat het moordwapen niet zou zijn.
“Oh nee,” reageerde ik. “Zo’n gemotoriseerde bedoel je dan zeker?”
Retroman glimlachte enkel.
“Dan ben ik zeker dat we naar haar hoofd hadden moeten zoeken. Kijk nog eens. Valt je niet op dat er verschillende sneden zijn gemaakt in haar nek? De dader moet een paar keer hebben uitgehaald voordat hij tevreden was met de aangebrachte verwonding om haar vervolgens dood te laten bloeden.”
“Sakkerloot, je hebt gelijk. Maar een samuraizwaard is het ook niet geweest.”
Ik keek mijn collega met een opgetrokken wenkbrauw aan om te zien of er überhaupt iets in die uitspraak was wat serieus bedoeld kon zijn, maar veranderde van onderwerp.
“Afijn, ik ga hier maar eens op zoek naar prik. Mijn telefoon geeft dadelijk de geest, dus ik zal hem even moeten opladen wil ik nog informatie van onze collega’s doorgespeeld kunnen krijgen. Overigens,” voordat ik dat deed trok ik een plastic zakje uit mijn jaszak tevoorschijn en liet het aan Retroman zien. “Dit is wat ik naast haar lichaam vond. Een eerste tastbaar visitekaartje van onze dader.”
Hij pakte het zakje aan en bestudeerde het draadvormige object dat ik erin had gestopt. Het was zo’n zes centimeter lang en bestond uit een teer soort metaal.
“Dat lijkt wel [AANWIJZING] tinsoldeer,” verrast keek Retroman van het zakje naar mij op een glunderde.
“Denk jij wat ik denk?”
“Dat onze delinquent eveneens een dakdekker is?”
Die reactie had ik verwacht, maar ik dacht er het mijne over. Dit zou niet de eerste keer zijn dat we op een dwaalspoor werden gezet.
{KITPISTOOL} >> GERT JAN
Al zodra ik de stekker van de oplader in een stopcontact had gestoken, kreeg ik het volgende telefoontje door. Het was Lesley. Hij zat op het Samenbeekse Korenveld met inspecteur Zombie. Samen hadden ze de zorg voor de twee laatst gevonden lijken op zich genomen. Ik had hem naar Zombie gestuurd zodat zijn collega het vele werk aldaar niet in zijn eentje hoefde te doen. Het doel van zijn telefoontje ging echt niet over de moeder en het kind, maar over een ander slachtoffer, waar hij onlangs informatie over had doorgekregen van Agatha Loon op Toom.
“Nou Les, verras me eens. Is Gert Jan omgebracht met een kitpistool of was toch een dakrol?”
Een flauw gegrinnik was hoorbaar aan de andere kant van de lijn.
“Haha, nee en dat is ook niet waar ik je voor bel. Het gaat om Roger Roerling.”
“Die moord hebben we nu toch opgelost.”
“Zonder meer. Maar nu zijn lichaam bij Agaat is gearriveerd en zij het aan een nadere schouwing heeft onderworpen, heeft ze een belangrijk detail ontdekt waarvan ik meende dat het je wel zou interesseren.”
“Waarvoor belt ze mij dan niet direct?”
“Ik had haar toch aan de lijn. Ons gesprek ging vooral over Gert Jan.”
“Nou voorruit, wat heb je te melden?”
“Ze heeft een hoop verfresten verwijderd van zijn rechterpols. En wat ze daaronder aantrof was één [AANWIJZING] groot litteken. Het mag een wonder heten dat hij nog normaal zijn werk heeft kunnen uitvoeren.”
(* = Gohes City’s Forensisch Instituut )