image by Burning Image, edited by Gsorsnoi

Het kopje van de Reuze Navelpad gonsde flink nadat hij weer een beetje tot zichzelf kwam en zag dat hij zich naast de hefboom op de vloer bevond. Letters van wel honderd bekende Nederlanders dwarrelden door zijn hoofd zodat hij niet langer wist tot wie ze behoorden.
MjikierKWhaRroacdrucaealcd en ceapnsaucksshheserFenDDnoavrtnD schoot in de wirwar van letters voorbij. De logica van de woorden en anagrammen was compleet verdwenen. Voor zover je van logica kon spreken althans.
Met zeer veel moeite kromde hij zijn gedachten en wist flarden van anagrammen als Caramel, Draak, Chakra, Harkje, Mauwde en Ecuador te maken van de eerste letterbrij en Schande, Pekdraden, Afschansen, Schaatsen, Snurf en Dankspeech van de tweede. Het sloeg in zijn gevoel nergens op. Deze anagrammen moesten incompleet zijn en misschien wel tot twee bekende Nederlanders tegelijk konden behoren.

Lang kon hij zich er niet druk om maken. Hoe hard moest hij wel niet tegen die hefboom geknald zijn geweest? Duizelig probeerde hij zich te verplaatsen en had daar grote moeite mee. Hij keek om zich heen en merkte direct hoe stil het in de werkplaats was. Dit zou zo´n moment zijn geweest dat je kon stellen dat de pastoor langs was geweest. Plotselinge stilte in een conversatie. Ook al wilde hij graag geloven in een onderbreking in een gesprek, dit was hem toch te stil. Hij keek om zich heen en kwam tot een schokkende conclusie:
Onderdelen van diverse uitvindingen lagen overal en nergens en hadden hier en daar stil gehouden in de lucht. Onderbroken in hun vliegtocht richting de zakhorloges hadden ze halt gehouden. Maar dat kon toch helemaal niet? Had iemand ze opgehangen aan visdraden?
Op het moment dat hij opzij keek naar de professor en Achmed wist hij het zeker: alles stond stil.

Achmed en Theo bewogen niet, maar toonden beide een wanhopige uitdrukking die met veel stemgeluid “Nee!” leken te roepen naar de Navelpad en spontaan van top tot teen waren bevroren. Achmed’s arm greep in het luchtledige naar de plek waar de pad in één van de zakhorloges was verdwenen.
Niets bewoog.

Paniek sloeg toe. In zijn gelaatsuitdrukking sprak het ongeloof door. De Navelpad wankelde achteruit en voelde zich licht in het hoofd worden. Flauwvallen kon hij zich niet permitteren dus moest hij het gevecht aan zijn verstand erbij te houden.
Toch kreeg hij bij het draaien van zijn hoofd zowat een rolberoerte.
Pal voor zijn neus hing de vlieg in de lucht en zwiepte daar zeer langzaam met zijn vleugels. Net een slow motion opname uit een documentaire. Blijkbaar was er toch nog wel iets wat er behoudens hemzelf in beweging bleef in deze akelige troosteloze setting. Zij het bijzonder langzaam. Het was de vlieg waarin hij eerder zijn interesse had getoond waardoor hij alles om zich heen vergat en in de etmaluur terecht was gekomen.

Met dat besef draaide hij zich opnieuw om, zodat hij binnen de 360 graden praktisch alles heeft kunnen bezien. Zijn hele lijfje bibberde. Woordeloos hakkelde hij wat stemgeluiden en leek volledig gegrepen door de meest beangstigende horrorscene die je je kon voorstellen.
Uit de nog altijd fel verlichtte zakhorloges die in de hefboom zaten vastgedrukt stoken zijn beentjes half uit het uurwerk en bewogen wanneer hij ze aanstuurde vanuit zijn hersenen.

“B-ben ik dood?” stamelde hij en realiseerde zich dat hij de enige was in dit universum dat zich op een gezonde snelheid bewoog. De pad beschouwde zichzelf en schrok zich een ongeluk toen hij zag dat zijn beentjes daar onder aan zijn weke lijfje in een wazige schim verdwenen. Een kille gedachte “Is dit hoe de dood eruit ziet?” klonk in zijn hoofd. Alhoewel ‘dood’ de eerste gedachte was, maakte de omgeving duidelijk dat er iets anders loos was.
Onwillekeurig trachtte hij zijn tenen te bewegen, maar kreeg daar beneden geen antwoord. Het antwoord kwam van zijn tenen die nog uit de etmaluur staken.

De Navelpad bevond zich voor de helft in deze stille wereld en nog voor de helft in de ruimte en tijd waar Achmed en Theo aanwezig waren!

Nu zou een goed moment zijn geweest om compleet gek te worden en een flinke gil te schreeuwen. In een horror zit je altijd op dat moment te wachten zodra het meest afschrikwekkende deel van de film zich presenteert.
En wanneer dat gebeurt ziet de regisseur van de film het liefst dat je dan met je handen over het hoofd diep in de bioscoopstoel naar veiligheid zoekt en kreunt en krijst van afschuw. Ieder normaal mens zou met deze absurditeiten de relatie met de werkelijkheid hebben verloren en hebben willen vluchten.

Maar iets knapte er in de pad.
Zijn gillen bleef uit en werd bijna ‘gemaakt’ kalm. Zijn arm trilde toen hij deze uitstak om naar het vliegje te grijpen. Het hing weerloos naast hem in de lucht, kon fladderen wat het wilde, maar zou altijd langzamer zijn dan zijn belager. Vier bruine vingers bogen zich over de vlieg en sloten zich.

“My precious”
… nee … dit is geen hoofdstuk uit een film met hebberige Hobbits. De Reuze Navelpad was zijn eigen zenuwen aan het tarten terwijl hij een poging deed te begrijpen in wat voor wereld hij zich nu bevond. Zijn hand had zich gesloten en trok de vlieg naar zich toe.
Tenminste … dat dacht hij.

De pad had met zijn handje dwars door de vette vlieg gegrepen. En in plaats van de aanwezigheid van een vlieg in zijn hand, fladderde het traag verder in de lucht en werd door een onbekende kracht uit elkaar getrokken. Pixel voor pixel - zo zou je kunnen zeggen – trok de materie zich uit de vlieg los.
Onze Reuze Navelpad keek om zich heen en zag dat de hele omgeving op die wijze uit zijn verband begon te trekken en in een boog opkrulde.
Hij behoorde niet meer tot deze wereld en bleef zelf half in tact (zonder zijn beentjes).

Hij was de enige.
De hele werkplek om zich heen was bezig om zich als een tortilla op te vouwen!

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Etmaluren

image by Gsorsnoi, edited with DAZ3d and Photoshop

Achmed wierp de professor een kwade blik toe en eiste een antwoord op de vraag: “Theo, WAT is de ‘etmaluur’?” Hij wilde Theo bij zijn vest pakken om het antwoord uit hem te schudden, maar hij had Theo niet in zijn bereik.
Daarbij had hij wel wat anders aan zijn hoofd. Juist wanneer hij op hem af wilde lopen dook hij op de grond om te voorkomen dat een losgerukte bronzen plaat zijn hoofd op enkele millimeters voorbij vloog. “Ai!” bracht hij uit, legde zijn hand op een snee op zijn schouder en keek de plaat verschrikt na die zich even later in het zakhorloge boorde en verdween.

Hij vloekte en bedacht zich dat zij in het huis van Theo nog geen minuut veilig waren geweest en rustig een gesprek hebben kunnen voeren.
Het volgende wat Achmed moest ontwijken was een percolator hete koffie die als een geleide projectiel met hete inhoud op hem was afgekomen. Enkele hete druppels morsten er op zijn vingers zodat hij weer een kreet van pijn uitte.

“Achmed!” schreeuwde Theo vanonder het Perpetuum Mobiel hem toe. Hij had beschutting gezocht om niet ook gemarteld te worden door rondvliegend huisraad en had de pad bij zich. “Ga daar weg! Houd jezelf laag en zoek beschutting.” Met zijn hand gebaarde hij met korte zwaaibewegingen om ook onder het Mobiel dekking te zoeken.
Veel andere keus leek hij niet te hebben en maakte dat hij wegkwam uit de toenemende straal van rondvliegend huisraad en onderdelen van uitvindingen. Een serie pannen uit Theo’s bescheiden keukentje verloren de grip op de haakjes waaraan zij waren opgehangen. Achmed slipte over de gemorste koffie en struikelde daardoor. De confrontatie met de grote soeppan werd hiermee onvermijdelijk gemaakt.
“TONGK!” klonk het en je zou denken dat iemand de gong had geslagen. Achmed trok een cartooneske grimas en verloor mogelijk één of twee kiezen.

Theo en de pad hadden meer geluk gehad. Zij waren eerder in staat geweest zichzelf te verbergen. De zakhorloges – of etmaluren – hadden in elkaars nabijheid vanuit het niets een enorme en nog altijd toenemende kracht opgebouwd. Langzaam verloren zich daar omheen bevindende voorwerpen de strijd met hun eigen krachten waarop ze bruut werden losgetrokken en aangezogen door de zakhorloges.
Zodra de voorwerpen zich op de zakhorloges stortte volgden lichtflitsen en verdwenen zij in de uurwerken.

“Oh, mijn etmaluur had een verbeterd zakhorloge moeten zijn dat ongelijke kalenderdagen moest compenseren” stak Theo direct van wal toen hij zijn gehavende vriend in beschutting trok. “Het was een hobbyding waarmee ik een nieuw succes wilde boeken. Geen gezeik meer met het doordraaien van de wijzers wanneer de maand minder dan 31 dagen heeft. Oh eigenlijk …”
“Hou op!” Achmed deed waar hij zojuist al naar verlangde en trok de vest van de professor in zijn gespierde vuist.
Hij wees naar de zakhorloges die zich als kosmische magneten gedroegen en duidde: “Ziet dat eruit als een onschuldig horloge dat dagen compenseert? Nou?”
“Oh, correctie … het zijn er in wezen twee. Zie je, aan de andere kant…” Theo voelde hoe Achmed zijn greep krachtiger maakte en onderbrak hem. “Als we niet uitkijken compenseert dat geval dadelijk elke minuut die wij nog leven. Dus maak er vlug een eind aan!”

Paniekerig schoten de kraaloogjes van Theo heen en weer. Hij hield zijn handen slap en gebogen voor zich als een pup die om een worstje smeekte. Maar feitelijk bibberde hij van angst. Dit was meer omdat hij zich geen andere houding kon aannemen daar hij vastgeklemd zat in de greep van de beursgeslagen Achmed.

De pad, die zich al die tijd braafjes stil had gehouden, kroop plots voorzichtig onder een houten balk vandaan van de tafel waarop het overgrote deel van het Mobiel bevestigd zat. Tussen al het rondvliegend materiaal was zijn aandacht getrokken door een vliegje dat door de zuigende kracht in een reageerbuisje was beland. Samen met het buisje zat het vliegje geklemd achter een willekeurige andere uitvinding van Theo.
Als een jonge poes die met grote ogen zijn eerste eigen kleine jacht oefende kwam de pad schuchter naar voren. Had hij een staart gehad, dan had je hem duidelijk kunnen zien kwispelen.

“Oh, het moet door de kortsluiting in de Zwarte Golf zijn gekomen.” bedacht de geleerde zich ineens en wierp een blik op het grote aluminium apparaat dat nog altijd één derde van de ruimte in beslag nam maar ook langzaam beplating en onderdelen begon te verliezen.
”De bundel zwart licht die het genereerde, heeft zich daar verzameld doordat ik zonlicht in het apparaat heb opgevangen met behulp van spiegels op mijn dak …” Theo moest plotseling gorgelen en proesten, omdat Achmed zijn geduld verloor.
“Mijn dak kun je op! Bewaar die uitleg voor later Theo. Laten we eerst die … dat … die rare dingen uitschakelen.”

Het was alleen al te laat. De etmaluren hadden te veel krachten opgebouwd. Ze dreigden alles om zich heen op te zuigen. En hoe meer ze aan materiaal leken op te zuigen, hoe intenser de krachten werden. De woning en werkplaats begon te kraken. Stof werd zichtbaar waar de houten planken van het huis braken en langs elkaar schoven. Het keukentje scheurde in zijn voegen en leek enkele centimeters naar voren te schuiven. Plotseling stortte er een onlangs gerepareerd dakdeel naar beneden. Het kreeg geen kans om in stukken op de vloer uiteen te breken, maar vloog rechtstreeks naar de twee zakhorloges die nog altijd in de bronzen hefboom verzonken lagen.
Licht verdween waar zwarte wolken verschenen. Was dit de Apocalyps in de maak? Waren dit eigenlijk wel wolken? Of keken we naar een afwezigheid van licht. De etmaluren bleven zichtbaar, maar diverse zwarte slierten hadden zich in de ruimte gemanifesteerd en kringelden rondom het centrum waar al het materiaal naartoe vloog en verdween. De werkplaats kraakte en kondigde haar verval aan.
De vrienden bezagen hoe de pijl en boog achtereenvolgens met nog wat losse onderdelen over hun hoofden schoten. Splinters volgden. Het Perpetuum Mobiel begon nu duidelijk ook aan stabiliteit te verliezen. Het was het begin van een nieuw gevaar: de beschutting die was gevonden van de uitvinding begon los te breken.

Bliksem schoot door het vertrek. Het leek te dansen door de zwarte slierten alsof het gebonden was aan een meertrapstransformator. De werkplaats was omgetoverd tot een heuse tesla coil. Schichten verschenen om beurten en hadden allen de etmaluren als middelpunt.

In de spiegeling van de ogen van de Reuze Navelpad was te zien hoe de vlieg met grote moeite trachtte uit het reageerbuisje te ontsnappen. Hoe onverstandig dat ook zou zijn.
De pad kroop naderbij en waagde zich daarmee ietwat de dicht in de buurt van de etmaluren. Tot op dat noodlottige moment dat de etmaluren nog weer meer kracht hadden gewonnen en zo vat kregen op het bruine lijfje. De achterpoten schoven weg, zonder dat hij ze had aangestuurd. Veel tijd om aan zijn fout te denken had de Navelpad niet. Abrupt werd hij weggetrokken naar één van de zakhorloges.

Frustratie werd gevoed met wanhoop toen Achmed naar het zakhorloge omkeek en zag hoe zijn kleine vriendje in het niets verdween. Hij was hem kwijt en voelde dat hij gefaald had.

En juist op het moment dat de pad in één der etmaluren verdween, schoot een scherp voorwerp door het ander de werkplaats in.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Bronzen impact
Volgend hoofdstuk: Vlieg op! 

By tinusicket | August 11, 2010 - 10:59 am - Posted in Scherpe Blik, Astronomisch gedachtengoed, Duimzuigerij, Nederlands

image by Alaskan Dude, edited by Gsorsnoi 

Het was een dag met een vrij druk bezette agenda. Een echte mentale energieslurper. Ik moest al wat eerder op mijn werk zijn om het uurtje te compenseren dat ik aan het einde van de dag nodig had om op tijd bij mijn rijles te zijn. Deze dag was sowieso wat raar. Toch al vroeger naar je werk, een afspraak die niet door ging en een vreemd probleem op het werk dat wat extra aandacht vroeg.
Het was echt zo´n dag waarop je ´s avonds op de vraag: “Hoe was jouw dag?” antwoordt “Nou, een beetje raar eigenlijk”.

Nog in gesprek met een collega van mij over dat ene probleem voelde ik de energie wat uit me wegtrekken waardoor mijn gesprek met hem leek alsof ik mij in een dromerige toestand bevond. Ik moest mijn energie die dag wat ongelukkig verdeeld hebben. En mijn dag was nog niet eens voorbij! Ik moest nog lessen voor mijn rijbewijs.
Het was duidelijk tijd om naar huis te gaan. Hup, autorijden jij.

Douchen onderweg.

Pep pep, toet toet! De lesauto stond klaar en ik ging lessen … met 110 in de stromende regen op de snelweg. Ach, heb ik dat ook een keer meegemaakt. Niet dan?

De hond in de pot vond ik niet, maar ik was de laatste die at. Uitgeblust ging ik daarna met vrouwlief nog wat op de bank zitten. Laat die flirt van de afwas nog maar even wachten. Eerst even hangen op de bank met een halve liter thee. Zo … buis aan … verstand op nul (was ie al! Mijn verstand ook trouwens).

Slaapwakker.

Op het moment dat we de herhaling van ons favoriete makeover-programma wegzapten om eens wat anders te kijken, liet ik mijn gedachten wat afglijden en was mijn onderbewustzijn mijn dag al aan het resumeren. Ik dreigde wat slaapfases te gaan overslaan om maar direct languit kwijlend op de bank in mijn Remslaap te belanden, maar presteerde het toch om wakker te blijven.
En toen … zo vanuit het niets … proefde ik ineens de smaak van een vreemde stad op mijn lippen. Alsof je onbedoeld hunkert een reis te willen boeken naar een ver land. Nou daar was ik wel aan toe!
Zonder dat mijn vrouw het werkelijk hoorde sprak ik zachtjes: “Seattle”.

Wat? Ja, Seattle. Je weet wel. Die grote stad in de staat Washington. Weet ik nu, want ik heb er net even op gegoogled. Mijn aardrijkskundige knobbel is best aan de ontwikkelde kant. Maar Seattle had ik even niet op een wereldbolletje kunnen aanwijzen. Je kunt niet alles weten. Hoe kwam ik er nu ineens op om aan die ene stad aan de westkust van de V.S. te denken?

Of all places.

“Wat is er nog meer op tv lieverd? Oh, hier komt zo een film. ‘A daughter’s conviction’. Geen idee. Laat hem daar maar even op staan.”
De film begon en … BAM … de eerste shot: de Space Needle van Seattle.

“Urrrlllgggh!!!” bracht ik uit en ontwaakte uit een Remslaap die ik niet heb beleefd. Maar ik zat daar mogelijk al de hele dag in gevangen en zou hebben kunnen zweren dat ik op de rand van een afgrond ben wakker geworden zo verbaasd was ik. “Seattle??” zei ik  nu hardop. Mijn vrouw kon het nu ook horen.
Ze keek me al bevreemd aan alsof ze mij wilde antwoordde: “Huh, wat is er met Seattle?”
Ja, precies! Hoe wist ik nou dat een film die nog moest beginnen zich afspeelt in … of all places … SEATTLE???

Onbewuste informatie.

De Petronas Twin Towers weet ik door een keer een tussenstop op Kuala Lumpur en diverse films nog beter op de kaart aan te wijzen. Maar van het bestaan van deze Space Needle (ook opgezocht) was ik mij niet eens bewust.

Ik heb hier dan ook maar één verklaring voor en verwijs graag naar een artikel wat ik hier al eerder over schreef: Onbewust lezen.
Soms neem je informatie tot je – zoals het bladeren door een tv-gids of een reclame die voorbij is geweest – die je niet bewust aan het bekijken bent, maar zonder dat je het door hebt, toch tot je neemt.

image by tnarik, edited by Gsorsnoi

Achmed en de Navelpad, maar vooral de professor, geloofden hun ogen niet: het Perpetuum Mobiel draaide op volle toeren en leek zichzelf in beweging te houden. Pompen, zuigers, flesjes, blaasbalgen, raderen, wielconstructies, hefbomen en veermechanismes … alles leek in beweging te zijn gekomen en in beweging te blijven. De gehele constructie was zó complex, groots en compact op elkaar gebouwd dat het onmogelijk leek voor een ander om zich van de werking van alle onderdelen te kunnen overtuigen.

Het was ongelooflijk dat deze hele stellage op gang was gebracht door het aantikken van een onschuldig lepeltje. Ondanks het feit dat Achmed hier met de pad om andere redenen aan Theo een bezoek kwamen brengen, kon hij het niet helpen zijn afgeleid te zijn door dit schouwspel.
Hij wist echter dat het Perpetuum Mobiel geen eeuwig leven beschoren kon zijn. Geen uitvinder in het verleden is daar ooit in geslaagd. De gedachte alleen al dat het hele mechanisme bestond uit raderwerkjes en hefbomen, houten en metalen componenten bracht hem tot de wetenschap dat de vergankelijkheid van het gebruikte materiaal ooit zijn tol zou komen eisen. Bij het terugdenken aan hun binnenkomst moest hij aan de opgestelde boog denken. Wat deed dit wapen in een apparaat dat er voor was ontwikkeld om meerdere cycli te doorlopen? Een pijl op een boog zal zichzelf niet uit de deur trekken en terug op de boog leggen. Toch?
Achmed had niet meer verbaasd kunnen zijn toen hij een bronzen metalen arm ergens tussen alle onderdelen omhoog zag komen die de pijl grof uit de deur rukte om deze terug op de boog te leggen. De boog werd netjes aangespannen door deze arm zodat de pijl opnieuw afgeschoten kon worden. Daarop keerde de arm terug in het mechanisme als was het een clown die uit een doosje omhoog was geschoten zoals je ze wel kent uit een fopwinkel.

“Volkomen nutteloos” bracht Achmed onhoorbaar uit en schrok even van zijn eigen onbeleefde uitspraak. Theo hoorde het toch niet. Die was zich nog over de continue beweging van het apparaat aan het verbazen. Het Mobiel maakte trouwens toch te veel leven om er in de nabijheid een normaal gesprek te kunnen voeren.
Er waren zoveel onderdelen te benoemen die Achmed zulke onnodige toevoegingen leken. Maar misschien was het juist dat radertje dat bij Theo los leek te zitten dat zijn uitvinding soms tot succes bracht. Tja, waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?

“Waar is die pad van mij trouwens gebleven?” bedacht Achmed zich. Hij keek even om zich heen en nam de rest van het onderkomen van Theo in zich op. Allemaal nutteloze uitvindingen die de man bezig hielden waarvan je van een normaal mens niet zou denken dat hij zich ermee zouden kunnen voorzien in het levensonderhoud. Theo speelde het klaar.

Achmed stond naast een kolossale aluminium creatie in het vertrek wat er zeker één derde van in beslag nam.
“Theo, even over waarom wij naar je toe zijn gekomen.” Achmed moest zijn stem verheffen om boven het geluid van het Mobiel uit te komen om Theo’s aandacht te krijgen. “We zijn hier gekomen voor jouw hulp”.
Geen reactie.
Theo had al die tijd in een zekere euforie naar zijn uitvinding staan kijken. Hij was er eindelijk in geslaagd om een apparaat te ontwikkelen dat eenmaal in beweging gebracht, altijd zou blijven bewegen. Dat hij de beweging die het in gang had gezet niet zelf heeft veroorzaakt even daar gelaten.

Achmed probeerde het nog eens: “Theo!”.

Juist op het moment dat het er op leek dat Achmed aandacht zou krijgen van de professor begon het Perpetuum Mobiel een geweldig hard knarsend geluid te maken. De herrie was zo hels dat het de Duivel zelf zou wekken.
Hier ging iets niet goed. Enkele cilinders kregen meer slagen te verduren dan waar het voor gebouwd was waardoor de stoomproductie opliep en de ruimte zich vulde met een witte waas. Even voor het zicht over de machine werd ontnomen, kwam de oorzaak van het defect aan het licht: daar waar drie bronzen pijpen achter elkaar stonden opgesteld om stoom te blazen spuwde één ervan de Reuze Navelpad uit de koperen cilinder de ruimte in. Daar zat hij dus! De pad had zich in zijn nieuwsgierigheid verstopt in de machine.

Het Perpetuum Mobiel werd instabiel en begon aan alle kanten te ratelen. Een gigantische stoomproductie kwam tot ontwikkeling. Ketels werden gloeiend heet en zwelden rood op. Drijvers begaven het en lieten los. De hele stellage kwam in beweging en trilde als een bezetene.
De angst sloeg de professor en Achmed om het hart. Theo maakte een sprong en trok Achmed in zijn vlucht mee om beschutting te zoeken terwijl de machine tegen het punt van exploderen liep. Hier was het niet veilig meer.
Een enorme knal volgde waarbij een regen van klinknagels het drietal om de oren vloog. Naast klinknagels kwam er ook een hele serie radertjes los van het apparatuur. Eén ervan zoefde het gezicht van  Achmed rakelings voorbij en stootte met volle kracht tegen het bedieningspaneel van de grote aluminium creatie waar hij eerder naast had gestaan. Het had weinig gescheeld of het radertje had Achmed voor zijn leven ongelukkig gemaakt.

In plaats daarvan bracht dit bewuste radertje de rest van het verhaal in werking door de kortsluiting die het veroorzaakte in het getroffen paneel. Het paneel behoorde toe aan Theo’s volgende vinding: de Zwarte Golf.
Een halve meter verwijderd van het paneel van dit immense apparaat zat een soort kanon bevestigd dat ten gevolge van de kortsluiting een zwarte bundel begon te produceren. Een bundel die zich door de ruimte verplaatste in de richting van de plaats waar Theo had gestaan op het moment dat hij bezoek kreeg. De uitvinding waar hij toen aan stond te werken werd erdoor getroffen. Een elektrisch geluid kwam tot leven.
Direct na de impact van deze zwarte bundel begon de jaszak van Achmed te gloeien. Een schroeiplek brandde zich in zijn jaszak waardoor er een gat in ontstond. Achmed trok direct zijn jas uit en dacht dat hij op het punt stond om te verbranden.
Juist wanneer het gat gebrand was schoot het roodgloeiende zakhorloge los uit zijn borst en schoot met een geweldige vaart door de werkplaats.

Was een gekartelde hefboom van het Perpetuum Mobiel er niet geweest, dan had dit verhaal snel een verschrikkelijke afloop gekend. Het roodgloeiende zakhorloge was namelijk krakend tegen het brons van de hefboom tot stilstand gekomen. De impact van het zakhorloge tegen het brons was zo waanzinnig hard geweest, dat het zakhorloge anderhalve centimeter in het materiaal was weggezonken.

Professor Theo Nologie, die de andere kant van de hefboom bezag, constateerde dat eenzelfde zakhorloge zich ook aan de die kant in het brons had geboord. Geschokt bracht hij uit: “Oh nee! Het etmaluur!”

Wordt vervolgd.

Vorige hoofdstuk: De opluchting

image by vige, edited by Gsorsnoi 

De lepel schoof  opzij en draaide rond een steel waar meerdere lepels op bevestigd zaten. Hiermee werd de as van dit instrument tot roteren gebracht wat een grote platte metalen radar eronder aandreef. Deze radar stond geschakeld met een hele serie radars en radertjes van hetzelfde soort. Een veer werd van spanning gebracht wat weer een nieuwe as deed ronddraaien. Even verderop in het mechanisme werd een uit radars opgebouwde tafel geactiveerd. Het bovenste blad van deze tafel bracht een ratelend geluid voort dat aan de secondeteller van een bovenmaats horloge deed denken.

Veel verderop in de stellage klonk achter enkele wijzerplaten het aanzwellende geblaas van een zuiger en vulde een blaasbalg met lucht. Het leder van de blaasbalg tikte een hefboom aan waarop normaal een appel bevestigd had moeten zitten op een pen om deze omhoog te brengen in een pijp. Bij het ontbreken van het gewicht van de appel schoot het andere uiteinde van de hefboom tegen een voorwerp dat veel weg had van een steelpan welke op zijn beurt losschoot van de constructie en een baan begon door de ruimte richting het meubilair.

“Oh nee, oh nee, oh nee!” Theo wist niet wat hij anders moest uitbrengen tot hij zag dat het Mobiel enkele onderdelen begon los te laten. Het Mobiel viel op verscheidene plekken uit elkaar. Het leek erop dat het verval van een grootste uitvinding was aangekondigd.
Met een open mond van verbazing zag toe wat hij in werking had gesteld. Eén enkel tikje tegen dat onschuldig ogende lepeltje had het ongeladen perpetuum in gang gezet en het was waarlijk een intrigerend schouwspel om te zien. Maar zou het goed aflopen?

De Reuze Navelpad was op de schouder van Achmed gekropen en greep zich vast in enkele plukken van zijn zwarte haar. Met grote ogen op het mechanisme gericht kon hij niet veel anders doen dan toe te schouwen. Hierdoor was hij afgeleid van het knorren van zijn maag wat duidde op een beginnende honger naar roem.

Het steelpannerig voorwerp tikte met luid kabaal tegen een grote lege vogelkooi die stond opgesteld op een dressoir. Door de klap van dit voorwerp raakte de vogelkooi uit balans en tuimelde van het blad.
De vogelkooi kletterde onzachtzinnig tegen de kromgetrokken houten planken van de vloer en liet het deurtje in de kooi openzwiepen.

“Oh, maar nee! Nee! Nee! Nee!” Theo was in een grote paniek geslagen. Hij bracht zijn handen naar zijn bleekgetrokken gelaat en maakte daarmee een duidelijke imitatie van Evards Munch’s schreeuw. “Oh, de Opluchting! De Opluchting is uitgelucht.” Zijn ogen schoten van links naar rechts en weer terug in zijn oogkassen. Theo zag het gebeurde aan alsof hij één van zijn uitvindingen in een ravijn zag storten.
“Oh, uitgelucht is ze … uitgelucht”.

Achmed begon te grijnzen van leedvermaak, maar snapte net zo goed niet waar Theo nou zijn ophef vandaan had gehaald.
“Moet je nu dan niet opgelucht zijn?” bracht Achmed abrupt naar voren toen het grootste kabaal was gedempt en het perpetuum nog op volle toeren draaide.

“Oh, begrijp je het dan niet?!” foeterde Theo woedend.
Het bleke gelaat maakte plaats voor een rode kleur die werd veroorzaakt door de opwinding van deze uitvinder. Hij balde zijn ene vuist en veegde ontdaan was speeksel van zijn kin dat erop was beland na zijn laatste uitspraak.
“Oh, de Opluchting was een uitvinding van een grootst formaat. Het had ons inzicht moeten geven over de duurzaamheid van wat ons in leven houdt.”

“Het is een lege vogelkooi …” merkte Achmed droog op.
Theo leek Achmed te willen aanvallen en bracht zijn handen naar diens vest. Deze actie zorgde ervoor dat de vliegeniersbril langs het gezicht bungelde.
De Reuze Navelpad viel weer eens van de schouder. En een blik van Theo die zijn hoofd in tweeën had kunnen splijten was geladen met teleurstelling en agressie.
“Rustig vriend.” gebood Achmed hem “Wees alsjeblieft rustig en vertel mij eens wat die vogelkooi van waarde is voor jou.”

Theo liet Achmed los en draaide zich woest om met de woorden: “Oh, ze was van onschatbare waarde voor mij. Wat zeg ik? Voor de mensheid!” Opnieuw keek hij zijn vriend hij en verklaarde: “De Opluchting bevat een voorraad opgesloten lucht. Opgesloten lucht die in elke normale omstandigheid in kwaliteit zou moeten afnemen. Maar door het bloot te stellen aan frisse lucht hoopte ik hiermee te kunnen meten hoe lang je lucht opgesloten kunt houden zonder dat het muf zou gaan ruiken.” Er volgde een korte adempauze.
“Oh, als we te weten hadden kunnen komen hoe het zit met de duurzaamheid van zuurstof dan …”
Theo staakte zijn onnozele uitleg en verstarde.

De Reuze Navelpad liet zijn koppie nog even zien. Hij had zich tijdens de woede-uitbarsting verstopt achter een haarlok van Achmed.
“Oh, maar wat is dit nu?” en Theo moest moeite doen niet te gaan kwijlen terwijl hij opvrolijkte bij het zien van zijn andere speeltje. “Het Perpetuum Mobiel! Ze beweegt!”
Het geknor in de buik van de pad hield op.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Het vindingrijk
Volgend hoofdstuk: Bronzen impact

image by Nesster, edited by Gsorsnoi 

Het is weer tijd voor een heerlijke tongbreker. Lees hardop! 

Vervent en onbeledigd doet de griet de andere zwager lager zingen. Maar hoger dan de schlagerzanger. Het polsbandje ziet zwart dat ze een ringtone al van verre heeft zien aankomen. Ja vandaag valt ze voor de bijl en zal Aart Staartjes naar de kapper willen. Nee, een gloed zal ze niet snel gehuild hebben. Maar vechten tegen orks, imps en anagrammen kan ze als geen ander!

Het leek bijna gisteren dat David de Kabouter een snollige zakdoek van visitekaartjes wist af te houden en zo voorkwam dat de moerkerdouwer zijn gulp opnieuw zou opendoen. Heel fantastisch was dat natuurlijk niet. Maar erger dan het wrok tegen bakfietsen is een draaiorgel die gemonteerd werd in zo’n ding.

Shufflepuck speel ik allang niet meer. Van andere retrospelletjes wordt het kwik romig. Al was het de grote pompoen die een knipoog gaf naar de huigvermuiting die dremel veroorzaakte. Een notitieblok staat sexy bij een persconferentie.
Likkebaardend en ongegeneerd slaat het scootmobiel op vier uur en leven de ganzen nog lang en gelukkig.

Ja man zonder stempelautomaat: nu ben je mooi gesjaakt!

Geïnspireerd op: Huigvermuiting veroorzaak dremel

image by artslyz, edited by Gsorsnoi

Achmed en de Reuze Navelpad waren inmiddels aangekomen bij het huis van Theo Nologie. Theo is misschien niet de meest bekende reporter van de Tycoon Newspaper. Als Willy Wortel onder de reporters is hij voor Achmed wel de eerste collega waar ze wat aan zouden kunnen hebben. Hij is bijzonder vindingrijk en deinst niet terug voor een interessant probleem.
Nou, dat hadden Achmed en zijn pad beslist!

Nog in gesprek met de pad stapte Achmed op de hoge drempel van de voordeur om op de deur te kloppen. Hij rondde zijn gesprek af en draaide zijn gezicht naar de houten deur waar juist op het moment dat hij zijn vuist naar de deur bracht een zeer kort en hard scheurend geluid door de deur klonk. Terwijl door de deur een langzaam afnemend vibrerend geluid hoorbaar was van een houten stok trok het bloed weg uit het gezicht van Achmed. Hij moest zichzelf dwingen scheel te kijken om de punt van een pijl te kunnen scherp stellen die zich een enkele millimeter voor zijn neus had stilgehouden. 
Een pijl zoals we ze kennen van de pijl en boog had zich door de deur geboord.

De avond was inmiddels gevallen zodat de pad, die van schrik van Achmed’s schouder was gevallen, vanaf de grond naar het silhouet van zijn vriend staarde. De schaduw waarin hij op de grond lag werd gecreëerd door het gelige licht wat uit een oude lamp scheen die rechts van de deur aan het huis van Theo was opgehangen.
Een houten pop van een boogschutter in het raamkozijn wierp met zijn nauwkeurig opgeschilderde ogen een geïntrigeerde boze blik op Achmed alsof het de pop was die de pijl had afgeschoten. Achmed’s vuist hield hij nog omhoog om de kloppende beweging te maken. Kloppen was echter niet meer nodig. Door de impact van de pijl was de deur van zijn pal geschoten en kraakte langzaam open.

Geheel in stijl met de houten pop die hem nog even gebiologeerd aanstaarde als hij vanaf het begin had gedaan, ademde het tentoongespreide interieur van dit onderkomen een ambiance uit alsof we de werkplaats van Gepetto binnenstapten.

“ ‘In de roos’ zou ik zeggen” sprak Achmed terwijl hij naar de aan de binnenkant opgetekende cirkels van de deur keek en de kraamkamer van Pinokkio binnenliep. De pad volgde voorzichtig en was nog wat bleek. Ditmaal van de schrik.
Gerustgesteld met de wetenschap dat de enorme boog die op de deur gericht stond nu ongeladen was snoof Achmed de gemengde lucht op van diverse soorten hout, chemicaliën en ongetwijfeld een hoop zweet.
“Wat is dit eigenlijk?” Achmed’s vraag was gericht aan de eigenaar van deze stulp die gebogen stond te werken aan zijn werkbank. Hij schoof een vliegeniersbril omhoog en liet deze rusten op de koperen helm op zijn hoofd. Zelfs met de helm op zijn hoofd kon je eenvoudig zien dat deze man praktisch kaal was. Het weinige haar dat hij nog had was kort en wit en flankeerde zijn hoofdhuid aan weerzijde boven zijn oren. Verder was Theo een lange - ietwat stoffige - man die zichzelf het liefst in een lang witte professorjas stook.

“Oh! Dat!” Theo bleef voor zich uitkijken.
Achmed liet zijn ogen opnieuw van de pijl in de deur naar de opgestelde boog glijden. De boog stond op een werkblad opgesteld met een ijzeren schaal. Aan de onderkant van de schaal zat een buis bevestigd waar gemakkelijk een appel door kon rollen. Deze suggestie werd bevestigd door één daaronder geplaatste rieten mand die inmiddels flink in gewicht aan het toenemen was door het groene fruit.
“Oh, dat is mijn Perpetuum Mobieltje” verklaarde Theo zonder echt op te kijken van zijn werk. “Het is een experiment waar ik al langer aan sleutel. Helaas houdt het mij meer bezig dan zichzelf.”
De Reuze Navelpad was reeds op de rieten mand geklommen om zich te overtuigen van de inhoud, maar kreeg een afkeurende blik van Achmed toegeworpen. De pad trok een pruillip.

“Oh, zie je, de appels horen de opstelling bezig te houden” Theo wees naar een grootste opstelling van allerlei apparatuur dat er de schijn van had eerder ingewikkeld dan ingenieus te zijn. “Iedere maal dat er een appel uit de boom in mijn tuin een schop krijgt van Isaac, rolt deze via een constructie het huis binnen. Het wipt zo van de goot langs de batterij lege flessen en …”
“Theo!” onderbrak Achmed hem fel. “Met alle respect voor jouw pogingen de wereld te verbeteren met interessante uitvindingen, wij zijn hier gekomen om je hulp te vragen.”

Ditmaal draaide Theo zich om naar zijn bezoekers en gaf een aangeslagen indruk van verbazing.
“Oh, ja natuurlijk, mijn hulp” prevelde deze professor in de Weet-niet-kunde *. Kwetsbaar gemaakt door het feit dat hij zich nu niet op zijn nieuwe uitvinding kon concentreren schoof hij deze achter zijn rug zo onopvallend mogelijk opzij.
De Reuze Navelpad keek de hoogleraar vanaf de grond aan en plaatsen zijn armpjes demonstratief over elkaar. Op een bijna lachwekkende manier probeerde hij het gezicht te trekken van de boogschutter marionettenpop die we eerder in het kozijn opgesteld zagen staan.

Achmed wilde juist zijn roep om hulp gaan toelichten toen hij bij het verplaatsen van zijn hand een aan het Perpetuum Mobiel bevestigde lepel aanstootte en een mechanisme op gang bracht. Al wat Theo kon uitbrengen was “Oh nee!” en zag lijdzaam toe hoe zijn uitvinding zonder een appel in werking werd gesteld.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Zilte moed
Volgend hoofdstuk: De opluchting

( * = Hij kreeg deze onderscheiding uitgereikt door de alchemist J.A.J. van der Zee tijdens een wetenschappelijk congres georganiseerd door de Tycoon Newspaper. )

De Reuze Navelpad begon langzaam weer wat te slinken en had duidelijk nog honger na zijn ‘maaltijd’ die hij had genoten bij Aukje van Ginneken. Wat Achmed niet wist is dat het voedselprobleem van de pad spoedig zou worden opgelost.

Met het zakhorloge in zijn ene hand en de pols van zijn nieuwe bruine vriend in de ander trad hij met grote schreden door de straten van één van de buitenwijken van Gohes City. Wellicht dat zijn collega reporters hem hulp konden bieden. Sinds de samenwerking met zijn collega´s van de Tycoon Newspaper die rond de eeuwwisseling werd opgericht, is hij velen ervan als zijn vrienden gaan beschouwen. Met de ene collega is de samenwerking en dus het contact wat hechter, maar daarom de toegankelijkheid van de andere collega´s niet slechter.

“Zeg mij eens Reuze Navelpad…” Achmed hield zijn blik strak op zijn doel gericht. De kleiner wordende pad kon hem maar met moeite in deze pas bijhouden. “Waarom is het dat jij zo’n moeite hebt om namen te onthouden? Normale zinnen spreken gaat je immers goed af.”
Die vraag was er eindelijk uit. Het zat hem al langer dwars dat namen onthouden voor de pad onmogelijk bleek. Dus waarom kon hij wel vloeiend Nederlands spreken? Of beter nog: hoe kon het dat de pad sprak?
“Het is meneer de graaf die mij zo gemaakt heeft …” volgde het antwoord al rap. Achmed zou hebben gedacht dat dit het antwoord was waar hij het mee moest doen, omdat de pad niets meer zei. De reden voor die stilte werd echter veroorzaakt door het feit dat de pad zo buiten adem was van het volgen van de pas, dat spreken hem nu ook moeilijk afging.

Achmed glimlachte en trok de geslonken Reuze Navelpad aan zijn spillenbeentje op en plaatste hem op zijn schouder. Een kort moment keken de twee naar elkaar, lachten en realiseerden zich dat ze een maatje in elkaar hadden gevonden. Achmed had de pad geadopteerd zonder een minuut te twijfelen. Hij zag ook zo bleek en op sterven na dood, dat het zijn hart had gebroken als hij hem weg had gestuurd.
Maar het bleef wel jammer van die lasagne die niet binnen wilde blijven. Toch zijn dat van die herinneringen die je altijd bij zullen blijven. Nu wist hij wel beter en dat hem voeden met normaal mensen voedsel natuurlijk wel een beetje raar was.
Hoe raar is het eigenlijk dat een pad kan praten?

Reuze Navelpad vervolgde zijn uitleg: “Meneer de graaf moet zoiets met opzet gedaan hebben lijkt mij. Zoals gezegd is al wat ik weet, niet veel, behalve dat ik geboren ben dankzij een naamgever. Geketend hebben ze hem aan een schuinsgeplaatste operatietafel naast mijn glazen bol geplaatst.”
Dit leek aanvankelijk een meer gedetailleerde versie van het eerder vertelde verhaal, maar er kwam nog meer.
“Via draden en andere soorten connectoren stond deze naamgever met mij in verbinding. Ze hebben hem …”
Gesnik volgde. De pad had het duidelijk moeilijk met dit stuk, maar zette graag door.
“… ze hebben hem zijn intelligentie en levenssappen ontrokken om zo aan mij het leven te schenken.”

“Wat?” door Achmed’s verbazing stuiterde de pad bijna van zijn schouder. “Dat is verschrikkelijk! Maar hij leeft wel nog steeds. Dat heb je me toch verteld?” Achmed wilde zeker zijn dat hij het allemaal nog begreep.
“Ja, hij leeft nog. Dat noodlot hebben ze hem kunnen besparen. Maar veel is er niet van hem over.” Een traan moest worden weggeslikt. Een andere biggelde over zijn bleke wangetjes toen de pad naar Achmed opkeek. “Mijn naamgever leeft … hoop ik.”
Nu moest Achmed het weten. “Dus was is zijn naam dan?”

Nog altijd onderweg naar het huis van één van Achmed’s vrienden bleven het nu wel lang stil op zijn schouder. De pad keek met een blik op de hemel en leek ermee te willen uitdrukken dat iemand anders hem dat antwoord maar moest geven.
Toen het verlossende woord: “Ik weet het niet” waar Achmed nog niets mee opschoot.
“Met moed in mij dwong ik mijzelf het vermogen om namen en andere referenties te onthouden door ze te coderen in anagrammen. Meneer de Graaf merkte dat het overpompen van leven en intelligentie van mijn naamgever resulteerde tot mijn vermogen om te kunnen spreken. Blijkbaar zag hij daarin een bedreiging en heeft zo via zijn genetische trucjes besloten mijn korte termijn geheugen automatische te laten wissen iedere maal wanneer ik een nieuwe naam of ander belangrijk gegeven probeer op te slaan. Dat is wanneer ik mijn vermogen tot razendsnel anagrammen maken aanspreek, zodat ik het niet werkelijk kwijt kan raken.
Meneer de Graaf is dit gelukkig nog niet te weten gekomen.”

Het was duidelijk dat de Reuze Navelpad zich emotioneel sterk verbonden voelde met zijn naamgever. Eens te meer realiseerde Achmed zich hoe belangrijk het voor de pad moest zijn om die naamgever te kunnen bevrijden en de duivelse plannen van de graaf te bestrijden.

“Net zoals met mensen als Arabisch Timmer Rugje, John Revu Goreng Bangerd, Onheuser Grijslachen en Navel Saddam moet het voor ons ook niet moeilijk zijn ook zijn naam te ontanagrammaniseren. Het zal ons alleen een hoop moed kosten, om hem te verlossen.”
Met zijn tong likte hij een traan van zijn bovenlip en keek vastberaden en verbitterd voor zich bij de woorden:
“Het moet gewoon!”

Vorig hoofdstuk: De roemslurpers
Volgend hoofdstuk: Het vindingrijk

By De Waterlander | June 29, 2010 - 8:10 pm - Posted in Scherpe Blik, Astronomisch gedachtengoed, Duimzuigerij, Nederlands

Hoe komt je leeftijd tot stand?
Een fenomeen wat diepe wonden kan slaan in je gedachtegoed.

Je begint natuurlijk al met leven. Hoe dat tot stand komt, hoef ik niet meer uit de doeken te doen (dit respectabele nieuwsblad is daar ook niet voor geschikt). Hoe tijd tot stand komt is iets wat tot de raadselen der mensen behoort.
De combinatie van leven en tijd is er één van objectief en subjectief. Volgens mij is het dan ook onmogelijk om tot een objectieve leeftijdsbepaling te komen.

Neem iemand die in het schrikkeljaar 1988 is geboren op 29 februari. Is de leeftijd van deze persoon op dit moment 22 of 5 jaar? Je kunt zelfs de vraag stellen wat de leeftijd had geweest als niet de Gregoriaanse maar de Gsorsnoi jaarkalender gebruikt was geworden.
Heeft iemand de leeftijd die hij of zij er uit ziet, of heeft iemand de leeftijd die er niet uitziet? Ook zo’n raadsel van de leeftijd: waarom zou je er uit zien als je leeftijd? Heeft iemand wel eens een leeftijd gezien  en verschilt deze  soms per leeftijd?  Zie je soms de leeftijd als je in de spiegel kijkt? Volgens mij niet, in de spiegel ziet mijn leeftijd er ’s morgens compleet anders uit dan ’s avonds of ’s nachts na een avond stappen.

Is de bedoeling van leeftijd soms om aan te geven: ‘leef in de tijd’? Zou dat dan deze tijd zijn of een andere? Kan het zo zijn dat ik in een andere tijd leef dan de lezer van dit stuk?
Ja natuurlijk! Ik schrijf en leef dit in de huidige tijd en de lezer leest het voor mij in de toekomst. Daar kun je een opmerkelijke conclusie uittrekken: tijd reizen bestaat kennelijk al!

Het is de bedoeling dat deze eerste boreling gevolgd gaat worden door zeer onregelmatige opvolgers. En aangezien onregelmatigheid in dit bestek gekoppeld is aan tijd - en dus relatief -  kan het ook zo zijn dat het regelmatige opvolgers worden.

image by notsogoodphotography, edited by Gsorsnoi 

“Mijn naam is Reuze Navelpad. Ik ben een ontsnapte labpad uit het laboratorium van Graaf Schaurig. Maar meneer de Graaf vind ik makkelijker. Het is dezelfde verknipte graaf die ook Frank Groot en Stein Klein heeft gecreëerd. Ik noem mijzelf de Reuze Navelpad, omdat dit de enige manier is hoe ik de naam kan onthouden van de gevangene van Graaf Schaurig uit wie ik ben gecreëerd, mijn naamgever die nog altijd wordt vastgehouden in het slot. In werkelijke namen onthouden ben ik niet zo’n held in zie je. Ik gooi altijd die letters door elkaar. Anagrammen voortbrengen en onthouden gaat mij makkelijker af.

De graaf heeft mij gemaakt om in zijn eigen behoefte voorzien door mij op pad te sturen en slachtoffers te maken. Hij heeft namelijk ontdekt dat er een levenselixer geëxtraheerd kan worden uit opgeboerd succes. Tenminste, dat is wat ik er zelf van begrijp. Het is daarom mijn taak om mensen op te sporen die op enigerlei wijze in hun carrière succes hebben verworven.
Volgens meneer de graaf gaat hun succes uit van het product dat wordt gegenereerd uit het binnenste van een wezen. Positieve energie gecombineerd met motivatie, inspiratie, constructiviteit of een andere succesaanjagers. Het is een gezond resultaat wat een wezen kan benutten effectief te zijn in zijn of haar ambitie iets te verwerven.

Bekende Nederlanders zijn daarom bij uitstek geschikt om ten slachtoffer te vallen aan de duivelse plannen van meneer de graaf. Zij hebben allen op hun eigen manier succes geboekt in iets waar ze goed in zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan Gandhi Roltrap, Evenmin Qua Roven en Ener Kef Godje. Ze hebben het zelfs zover geschopt dat menig Nederlander ze kent door in bijvoorbeeld in de media te verschijnen of op een andere manier succes en bekendheid te boeken.

Een gen in mij stelt mij in staat om mijn lichaamsomvang te vergroten en te verkleinen vanaf een paar honderd keer kleiner tot een paar honderd keer groter van wat ik nu ben. Dit maakt het mij mogelijk om letterlijk in de huid te kruipen van individuen en zo de krachten weg te nemen die zij bezitten. Met mijn innerlijke kracht trek ik het succes weg uit het lichaam waar ik mij in bevindt. Ik ben een roemslurper. Bij elke nachtelijke slurping maak ik roem buit een bewaar deze in mijn buik. Dit alles met het doel dit op te potten en over te geven aan die duistere graaf.
Je hebt dit al eerder mis zien gaan bij mensen zoals Rob Atom Oscar en Erik Crashding. Bedrijven gingen kapot aan mijn slurpingen. Maar hij heeft mij ook al eens de politiek in gestuurd om daar de boel op stelten te zetten. Recent nog.

Meneer de graaf moet echt gestopt worden voordat hij meer roemslurpers het land in stuurt. Nederland zal er aan kapot gaan. En we moeten ook mijn naamgever redden. Volgens mij is het hij die naast mij lag op de andere operatietafel lag om mij van nieuwe levenssappen te voorzien. Maar zeker weten doe ik dit niet, omdat mijn hoofd was afgewend tijdens de energieoverdracht en Janin mijn zicht blokkeerde toen hij tussen de tafel verscheen en hij mij het zakhorloge toewierp. Hoe dan ook, mijn naamgever moet ook gered worden voordat hij bezwijkt aan het gebrek van leven. Maar ook Janin. Hoe zal het hem zijn vergaan, nadat hij mij gebood te vluchten?”

En zo zat de pad, waarvan ik nu pas zijn echte naam ken, snotterend op de bank zijn verhaal te vertellen. Een verhaal zo ingewikkeld en complex dat het gewoon wel waar moest zijn. Wat moest ik er anders van maken?

Natuurlijk had ik nu wel met deze kleine vriend te doen. Het was duidelijk niet bepaald zijn eigen bedoeling geweest om ’s nachts op pad te gaan en roem te stelen bij de bekende Nederlanders. Buiten het feit dat hij er op uit werd gestuurd om deze roem te stelen en af te leveren bij die verschrikkelijke man, Graaf Schaurig, was het ook zijn manier om aan eten te komen. Vind je het gek dat hij het eten liet staan wat ik hem steeds heb voorgezet? Het is gewoon zijn voedsel niet. Ik eet toch ook geen gras zoals de koe dat doet? Dus hoe kan ik zo dom zijn geweest om te bedenken dat ik hem er mee op de been kon houden?
Maar om hem nou ’s nachts erop uit te sturen om bekende Nederlanders ongelukkig te maken, is ook geen ideale oplossing. Nou, daar moesten we later maar iets op vinden. De pad moet ook eten.

Waarom wil die Graaf zo graag het eeuwige leven? Wat heb je er aan eeuwig te leven als je chaos zaait in het land waar je energie vandaan haalt om in een zogenaamd levensverlengend elixer te voorzien? En wie is dit mysterieuze ninja figuur die de pad kwam redden en hem een zakhorloge toewierp?

“Reuze Navelpad,” dit was de eerste keer dat ik hem met deze naam aansprak “waar is dat zakhorloge wat die ninja naar jou had geworpen?”
De pad, die na het opboeren van de anagrammen alweer wat was geslonken naar zijn oorspronkelijk formaat, begon in zijn buik te schudden en maakte een misselijkmakende beweging met zijn strottenhoofd. Een ogenblik later verscheen daar gehuld in een groen badje van slijm en andere inwendige viezigheid het zilveren uurwerkje waarover de pad had verhaald.

“Ik hoop toch,” sprak ik de Reuze Navelpad toe terwijl ik met een dot tissues het zakhorloge afveegde en in mijn handen nam “dat dit zakhorloge ons kan helpen met het bestrijden van die verschrikkelijke graaf”.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Het zakhorloge
Volgend hoofdstuk: Zilte moed