image by Bash_Din, edited by Gsorsnoi

Opgevist uit de Tycoon Newspaper Archieven publiceren wij vandaag het eerste hoofdstuk van de ‘Lugubere avonturen van Graaf Schaurig’. Aanvankelijk wilde ik de vier eerder geschreven hoofdstukken in glorie herstellen en achter elkaar herschreven online zetten. Wellicht dat dit nog een keer gebeurt, maar vooralsnog houden we het even bij dit ene deel, dat zich prima op zichzelf laat lezen. Vanuit het originele verhaal was het vooral de bedoeling een gepersifleerde versie van ‘Het monster van Frankenstein’ neer te zetten, waarbij de monsters zelf de hoofdrol opeisen. Hoe dat er in toekomstige publicaties uit gaat zien laat ik nog even in het midden. Ik weet namelijk dat Victor Anished ook ooit iets geschreven heeft over de bizarre jeugd van de gruwelijke graaf, die ik liever eerst een keer laat terugkomen. Maar helaas lijken met zijn verdwijning, ook zijn artikelen in rook opgegaan.

DUITSLAND – ZWARTE WOUD: Een kleine zwarte gedaante fladderde langs de nachtelijk hemel dat met een dikke mist was doortrokken. Alleen het heftige geklapwiek van het figuurtje maakte dat het opviel tussen de inktzwarte lucht en de takken van de bomen. Het enige licht, dat afkomstig was van een troosteloos bouwwerk, bescheen deze mistslierten die onheilspellend afstaken tegen al deze groezelige zwarte donkerte.

Te midden van deze deerniswekkende toestand was een bouwvallig slot gesitueerd. Vier spitse torens staken spottend richting het uitspansel. Ingestorte muren en de aanwezigheid van modderige mossen ontsierden het eens zo mooie kasteel. Nu had het geheel meer weg van een deprimerende ruïne. Ongedierte tierde er welig en stinkende dampen stegen uit de slotgracht op om de adem af te snijden met een scherpte als dat van ijzige kou.
Een vleermuis vloog de burcht binnen door de gaten die in het raamwerk waren gevallen. Het was hetzelfde diertje wat we eerder al zagen fladderen. Eenmaal binnen vloog hij met onverminderde snelheid langs de vele paarsbruine wandtapijten welke allen waren doorweekt met vettige stof. Langs deze wanden hingen eveneens de grote en afzichtelijke portretten van graven die er eerder in dit slot de dienst uitmaakten. Ook deze portretten waren voorzien van enkele millimeters stof, zodat hun huiveringwekkende voorkomens er nog dreigender door uitkwamen. Lege demonische ogen met doorborende blikken leken je te volgen mocht je het lef hebben aan de doeken voorbij te lopen. Naast deze griezelige portretten stonden er in de hallen ook beelden. Beelden van duivels, leeuwen, slangenmensen, draken, helse honden en zeemonsters. Allemaal waren ze even beangstigend.

De vleermuis streek neer naast twee stalen operatietafels, midden in een hoge ruimte waarin apparatuur stond opgesteld van uiteenlopende aard. Verspreid over andere tafels stond divers glaswerk, zoveel dat je haast zou denken dat de eigenaar ervan er een obsessie in had. Maatkolven, reageerbuizen,  pipettenrekken, erlenmeyers gevuld met verschillende gekleurde vloeistoffen, waterdampdestillaties, filtreerunits en trechters, je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Ja, ook een vacuumapparatuur en een heus labyrint van een destillatieconstructie maakte deel uit van de verzameling. Natuurlijk vonden we er ook centrifuges, pompen, stoomturbines, autoclaven, vitrines met chemicaliën, reinigingsmaterialen en een flinke kapstok behangen met gasmaskers, doktersjassen en brillen om veilig mee te kunnen werken. Maar het type materiaal wat je daarnaast veel aantrof was een uitgebreid instrumentarium dat zowel een gemiddelde chirurg of slager niet zou misstaan: arterieklemmen, incisiescharen, hechtmateriaal, wondhaken, scalpsels, modelleermessen, ribbenspreiders, hamers, bijlen, vleesbrekers, uitbeenvorken… om eng van te worden.
Toch was er nog één set objecten die deze hele compilatie tot een nog merkwaardiger geheel wisten te maken; rondom de operatietafels stonden, met een tussenafstand van anderhalve meter tot iedere tafel, vier grote kegelvormige installaties opgesteld die waren bedoeld een vorm van energie op te wekken waar men in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt, nauwelijks nog mee bekend was.

Op de tafels lagen twee gedaantes. Eén ervan was klein, wat breed in zijn schouders en was op zijn bovenlijf voorzien van ietwat ruige zwarte beharing. Hij had een muizig gezicht en ook op zijn schedel voorzien van een flinke bos krullend haar. Een vergissing hem te vergelijken met één van Tolkiens hobbits was zo gemaakt. De tweede van het stel was aanmerkelijk langer. Hij had rood haar dat wat korter en piekerig was. Zijn postuur was dat van een magere slungel en zijn handen waren onredelijk groot. Een opvallend detail was het ontbreken van zijn adamsappel. Op de plek waar die hoorde te zitten, was daarvoor in de plaats een kuiltje zichtbaar. Beide waren halfnaakt en vanonder bedekt met een wit laken. Smetteloos was die allerminst. Her en der vond je nog duidelijke aanwijzingen die verwezen naar operatieve handelingen die konden zijn uitgevoerd door een beul. Uit het bovenlijf staken op verschillende plaatsen slangetjes uit het lijf. Deze waren aangebracht met pleisterdrukkers en in hun halzen waren bouten en popnagels zichtbaar.

Plotseling steeg er naast deze opstelling een grijze wolk op die even snel in volume aanzwol als dat deze later weer verdween. Een sissend geluid was hoorbaar alsof iemand koud water in een hete pan gooide. In de optrekkende waas werd gauw een nieuwe gestalte zichtbaar. Het gebochelde gedaante dat erin verscheen, had zijn armen in de lucht gestoken. Zijn handen waren in operatiehandschoenen gestoken en wezen strak naar beneden. Twee arglistige ogen werden zichtbaar op een misvormd gelaat. Ze waren zo duister en hol dat je het idee kreeg alsof je recht in de krochten van de hel keek. Het gezicht van deze man was zo rijk met rimpels bezet, dat de wallen onder beide ogen uit drie platte maar vette kwabben leek te bestaan. Hij was gekleed in een lange doktersjas en stond in deze contreien bekend als een graaf met dictatoriale karaktertrekken. Deze man, was de verschrikkelijke Graaf Ignatz Schaurig.

Buiten scheurde een donderslag de griezelige stilte uiteen, vlak nadat een lichtflits het firmament verlichtte. Het was de energiebron waar Graaf Schaurig vol enthousiasme naar verlangde. Het enige wat de kille graaf nog stond te doen was een schakelaar over te halen op het moment dat de bliksem zou inslaan.
Het moment was daar. Een ingewikkeld uitziend apparaatje dat gewoon een klok moest voorstellen en voornamelijk bestond uit hout en koper, gaf het tijdstip aan van 0:07.
Graaf  Schaurig sprak met een overduidelijk Duitse tongval:
“Welterusten stad die zijt gedoemd. Sluit U beide ogen en slaapt lekker. Want één bliksemschicht is voor Frank Groot und Stein Klein die wekker…”
En inslaan deed die bliksem. Via een gemonteerde ijzeren pen op het dak sloeg het weerlicht langs één van de spitse torens van het slot recht in de vier grote kegelvormige energieopvangers. Kort daarop kwamen de twee afzichtelijke monsters op de tafels langzaam tot leven. Ze rezen hun bovenlijf op en staken hun armen recht naar voren. Hun handen hingen er even slapjes bij als eerder de graaf de zijne naar beneden had gestoken. Ze stonden op van de tafels en liepen richting Graaf Schaurig.
“Ja, stop u maar, meine Freunden. Muhahahaha! Frank Groot und Stein Klein zijn geboren…”

image by GWM, edited by Gsorsnoi

De hoogzwangere Aziatische vrouw moest ergens rond de vijfentwintig zijn geweest. Ze lag voor hem op een laag pagodebed. De zogenaamde washitsu, waar Retroman in terecht was gekomen, was opgetrokken in de klassieke Japanse Sukiyastijl. Het betrof een slaapruimte waar belangstellenden voor de tempel zich in konden terugtrekken voor de nacht. Er hing een rotte geur die haast ondraaglijk was. De houten raamwerken, die aan één zijde van transparant papier waren voorzien, vormden de panelen die de slaapruimten van elkaar scheidden. Deze shoji waren aan de onderzijde versierd met een drakenmotief. Rechts van het bed stond een kast van mahoniehout en notenfineer die werd geflankeerd door een inmiddels gortdroge kentiapalm. In de tijd dat padden en zombies hier de dienst gingen uitmaken, had niemand de plant nog van vers water voorzien. Meer naar de kant waar Retroman stond, recht tegenover het bed, was nog een lagere kast aanwezig. Deze was uitgevoerd in geolied kersen hout, met daar bovenop een andonlamp, bestaande uit bamboe en rijstpapier. De tatamivloer, met haar matten van rijststro, maakte het geheel af. Door hun universele maatvoering van iedere tegel van 90 centimeter breed bij 180 centimeter lang, kwam de gehele ruimte uit op 3,60 bij 3,60 meter, wat voor deze oriëntaalse woonruimte heel gewoon is.
De jonge vrouw lag op het bed in een onordelijke houding te zwemmen in haar eigen zweet. Haar gezicht was van Retroman afgewend en had daarop haar hand liggen zodat hij geen idee had van haar voorkomen. Mogelijk had ze geen behoefte aan oogcontact, omdat ze wist dat deze stad ondertussen hoofdzakelijk door monsters werd bevolkt. Ze had in elk geval nog niet gereageerd op zijn binnenkomst. Een vijftal groezelige gedaantes echter, die uit een stoffige zweem tevoorschijn traden, liep dadelijk op Retroman toe. Zij hadden direct door dat hij geen ondode was en waren dadelijk van plan zich gulzig op zijn sappige vlees te storten.
Retroman grijnsde wrang en vastberaden. De vele gevechten van de afgelopen dagen hadden hem terug in conditie gebracht. En nu hij overtuigd leek te zijn dat hij niet langer de enige overlevende mens in deze stad was, gierde de adrenaline door zijn aderen. In een halve maan schoof hij met zijn voet over de vloer om een geschikte gevechtshouding aan te nemen. Hij had zijn samuraizwaard in zijn vuist geklemd en stak zijn andere hand naar voren. Met de rug van zijn hand naar zijn wederpartij gericht, gebood hij ze uitdagend om dichterbij te komen door even snel drie keer zijn vier vingers naar binnen te buigen.
Gespannen wachtte de Reuze Navelpad af wat er zou gebeuren. Hij zat nog steeds in de buik van deze dappere zombiestrijder en nam de sfeer met nodige scepsis op. De onverantwoorde actie van Retroman om van het dak van de tempel naar deze washitsu te springen, stond hem niet aan. Hiermee had hij achteloos de perfect uitgedachte strategie van zich afgeworpen. Bovenop dat dak waren ze weliswaar in het nauw gedreven, ze hadden de zombies één voor één kunnen afslachten zonder dat het ze veel energie zou hebben gekost. Kwalijk nemen kon hij hem niet; om na zoveel dagen de kans te worden geboden eindelijk weer in contact te komen met een individu van zijn eigen ras, moet een onweerstaanbare verleiding zijn geweest. Maar het kon Retroman toch niet zijn ontgaan dat deze zwangere dame in de afgelopen maanden amper voor zichzelf heeft kunnen zorgen, vooral onder deze omstandigheden. Laat staan dat zij zich staande heeft kunnen houden tegen de voortdurende dreiging van de monsters om haar heen. Die hadden haar immers allang tot op het bot hebben moeten afkluiven. Iets klopte hier niet.

De wind kreunde en huilde om de muren van dit tempelcomplex en deed het riet en de balken van het dak schudden. Het krakelig gekreun van de vele monsters buiten klonk haast even miserabel. De voorste man van de zombies die om Retroman heen stonden, draaide dreigend om hem heen. De meeste waren tenger en krachtig gebouwd, hadden O-benen en droegen naast een shirtje dikwijls alleen een wijde lange broek of, in het geval van de vrouwelijke zombies, juist een kawaii korte broek.
Toen de man langzaam naderbij kwam, bestudeerde Retroman hem zorgvuldig, maar hield vanuit zijn ooghoeken ook de andere vier in de gaten. Het was alleen, nu hij gedwongen was om de positie van iedere belager te bestuderen, dat hem de alkoof rechts in dit vertrek opviel. De tokonoma is een belangrijk focuspunt in het Japanse interieur. Hetzelfde drakenpatroon waarmee de shoji was beschilderd, kwam terug in de tekening van een lampion die aan het plafond van de ingebouwde nis was opgehangen. De rode verf van deze papieren lantaarn versterkte het schijnsel van het ochtendlicht. Vanachter deze lamp werd Retroman een zesde zombie gewaar. Maar wat vooral zijn aandacht trok in deze demonisch belichte hoek, was de katanastandaard met daarop opgesteld twee Japanse zwaarden. Die konden nog eens van pas komen.
Op slag werd Retroman van twee kanten tegelijk aangevallen. Zijn eigen samuraizwaard had hij stevig met zijn vuisten omklemd. De zombie die hij in zijn flank voelde naderen, weerde hij behendig af door hem uit balans te brengen met een stoot van zijn elleboog. In diezelfde beweging draaide Retroman om zijn as en bracht een been omhoog om een zwaaiende trap uit te delen. De tweede zombie werd hierdoor in zijn maagstreek geraakt en wankelde naar achteren. Hij struikelde en nam in zijn val een kleinere zombie mee dat een meisje moest zijn geweest die hooguit een jaar of zestien was. Degene die hij als eerste wist te pareren was met zijn gezicht tegen de kersen houten kast geknald en als een zak aardappelen op de matten terecht gekomen. Retroman hief zijn zwaard hoog op en liet het toen met een snelle beweging neerdalen. De punt van het zwaard groef zich diep in diens nek en door de kracht die Retroman op de slag had uitgeoefend werd de man er bruusk door onthoofd.
Een forser gebouwde man was de volgende. Hij had zich eerder verdekt opgesteld in de tokononma waar naast de twee katana’s enkel nog wat scherven van aardewerk aanwezig waren. Het geblokte figuur rende naar hem toe en stak zijn armen hoekig in de lucht alsof hij een weerwolf was die zich op zijn prooi wierp. Retroman had hem snel in gaten. Hij dook en met één slag hakte hij het linkerbeen van de vijand af. De zombie schreeuwde niet eens van de pijn maar trachtte direct houvast te vinden aan de lage kast, maar doordat hij één been miste, verloor hij alsnog zijn evenwicht en viel hij zijwaarts over het lijf van de ander. Zijn verdelger keek niet eens naar hem om, maar stootte zijn samuraizwaard slechts naar achteren om zijn rug te doorboren op de hoogte waar zijn lever zat.
Gewaarschuwd door rochelend gekrakeel liet Retroman zich haast verrassen door een volgende dubbele aanval. Terwijl de eerder getroffen man en het meisje zich alweer oprichtten, waren de twee overgebleven zombies in Retromans handbereik gekomen. Eén ervan had slechts één arm en die zombie wist hij even af te weren door hem slechts een ferme duw met zijn schouder naar achteren te geven. Hij maakte van het momentum gebruik door krachtig het zwaard uit de rug van de uitgeschakelde zombie te trekken en deze in de borst van de volgende te drijven. De brokken ingewanden vlogen door de lucht.

De Reuze Navelpad vanuit zijn buik voelde zich haast machteloos, maar wist dat Retroman meer in het voordeel was wanneer hij erin bleef zitten. Er nu uitkomen en hem bijstaan zou hem alleen maar meer in de problemen brengen. Ofschoon Retroman een veel sterkere indruk maakte dan in de dagen ervoor, had hij lang niet zo’n moordmachine geweest zonder de hulp van de pad. Door in zijn binnenste de wisselwerking met zijn levensenergie aan te gaan, maakte de Reuze Navelpad hem haast onverslaanbaar. In feite was de pad een soort katalysator geworden. Retroman voelde zich er superieur door en hakte met zijn zwaard door de volgende schedel alsof het om boter ging. De man aan wie het had toebehoord zakte dadelijk onder zijn zwaard onderuit. Het bovenste deel van de verticaal doorkliefde schedel volgde een moment later, omdat deze door de slagkracht gelift werd. Onder hem klemden enkele vingers zich nog een paar seconden krachteloos om zijn kuit en gleden toen weg. Om zeker te zijn stootte hij het samuarizwaard in het rottende vlees en het maakte een nat, zuigend geluid wanneer deze teruggetrokken werd. De zombie die een arm miste, beende in Retromans richting. Hij krochelde diep terwijl hij een mank geworden been achter zich aansleepte. Retroman houwde hem met het zuiverste gemak neer met een slag die het hoofd van zijn romp scheidde. De losgehakte schedel vloog van zijn schouders en rolde door de schuifdeuren het vertrek uit. Nu meende hij dat hem een kort moment werd gegund om zich te overtuigen van de toestand waarin de zwangere vrouw verkeerde die nog altijd op het bed lag te kermen. Maar hij vergiste zich; via diezelfde schuifdeuren kwamen de volgende zombies alweer binnen zetten. Of zij zich reeds in de tempel en haar slaapzalen ophielden of dat zij er binnen getreden waren sinds Retroman hier de kamer betrad, was hem om het even. Hij had zich te verweren tegen nieuwe vijanden en hij vreesde dat hij de gehele populatie van Gohes City zou moeten neerhalen, wilde hij met pensioen kunnen. Maar hij zag zijn kans schoon en reikte naar één van de extra katana’s die hij in de alkoof had ontdekt. Het was een veel lichter model dan het museumstuk dat hem nu al enige dagen trouw was gebleven, maar het voelde vertrouwd aan en het lag hem goed in de hand.
Toen hij zich weer omdraaide om de volgende aanvallen te pareren en nieuwe slachtoffers te maken, werd hij verrast door een zombie die hem plotseling van achteren aanviel. Het was het meisje waar hij eerder een grotere zombie tegenaan had geworpen. In alle consternatie was hij haar blind vergeten! Ze moest zich hebben verborgen tijdens zijn confrontatie met de andere zombies, zodat ze hem een hinderlaag kon leggen. Dit was een cruciale fout die hem duur kon komen te staan. Het zombiegrietje was hem op zijn rug gesprongen en had haar benen al om zijn middel geslagen. Door haar sprong bungelde haar twee inktzwarte vlechten nog net even in zijn gezichtsveld en Retroman voelde hoe haar tanden zich pijnlijk in zijn schouder groeven. Het lukte hem nog maar net om tijdig zijn greep op de gevesten van de zwaarden te verstevigen; hij had ze bijna uit zijn handen laten glippen doordat ze hem zo had overvallen. Hij moest nu snel handelen. Voor hem zag hij de zombies al naderen. In zijn onvermogen deze geharde tante vanuit deze positie te kunnen aanvallen, beukte hij zijn lijf richting de lage kast en hoopte er maar op dat het meisje haar grip op zijn lijf zou verliezen. De beet in zijn schouder verslapte zich onmiddellijk om vervolgens volledig los te komen toen haar achterwerk langs de kast schraapte. Maar hij was nog lang niet van haar af. Ze belandden beide op de grond, hij met zijn rug bovenop haar. De andonlamp die haar lijf in de beweging had meegesleurd viel naast hen op de vloer kapot. De tatamimatten mochten in sportzalen gebruikt worden om een val te breken, de lamp was te broos om omgeschonden te blijven. Gelukkig voor Retroman brandde deze allang niet meer, want hij had geen behoefte aan de extra uitdaging van vechten in een vuurzee. Aan zombies die zich boven hem posteerde en nog zo’n monster die zich aan zijn rug vastkleefde, had hij zijn handen vol. De veerkracht van deze slaapkamervloer bracht nog een ander nadeel met zich mee. Had hij harder geweest dan had Retroman haar heupen meer schade aan kunnen brengen door met zijn volle gewicht boven op haar neer te komen, waardoor ze misschien zou hebben losgelaten. De meeverende ondergrond en het feit dat ze gezombificeerd was, minimaliseerde die kans. Pijn voelde ze sowieso niet, zodat het effect van de poging zich los te wurmen te verwaarlozen was.

In deze benarde positie leek Retroman ten dode opgeschreven. Op de grond was hij in deze situatie nou niet bepaald in het voordeel. Hij had echter nog een trucje achter de hand waarmee hij tijdens een martials arts demonstratie de harten van het publiek zou stelen. Met alle kracht die hij in zijn armen had, prentte hij zijn beide vuisten in de matten en draaide zijn rechterbeen in een volle cirkel langs zijn bovenlijf. In de helikopterbeweging die daardoor ontstond sleepte hij zijn linkerbeen erbij en richtte zich half op door te leunen op zijn knieën. Het was een techniek die hij eens van een vriend had geleerd. Maar hij was wel zo uitputtend door de extra ballast die hij bij zich droeg dat hij zijn hart in z’n borstkas als een moker te keer voelde gaan. De gelegenheid echter die hierdoor ontstond om direct uit te halen met het tweede zwaard was te mooi om te laten liggen. Zo hakte hij met een lage houw de benen onder een zombie vandaan. En terwijl hij neerviel, stak Retroman het andere in de borst van de volgende.
Het gevecht met de zombies was hervat en hij leek zowaar de controle erover te hebben hervonden. Maar ondertussen was daar nog wel het zombiemeisje dat zich in zijn nek aan hem tegoed wilde doen en daar alle de kans toe kreeg. Ze mocht wat beduusd zijn geweest door de val, ook zij begon zich te herstellen en opende reeds haar kaken om Retroman in zijn hals te bijten. Dit besef bracht hem tot het besluit om radicaal naar achteren te rennen. Hierdoor knalden ze samen tegen de vensterrand en klapte haar lijf naar achteren zodat zij haar rug brak. Haar teer geworden lijf scheurde boven haar korte broek bij haar middel open en legden haar darmen bloot. Haar armen en benen verslapten en Retroman kwam eindelijk los uit de dodelijke greep. Hij voelde hoe zijn rug kraakte toen hij weer naar voren veerde om twee andere zombies te onthoofden. Een ondode die hem van links probeerde aan te vallen, leende hij zijn tweede zwaard door deze tussen haar borsten te drijven. Hiermee spiesde hij haar vast aan de hogere mahoniehouten kast.
Een drietal nieuwe zombies, rechts van hem, leek onder de indruk en deed twee passen achteruit. Na dit moment van verbazing sprongen de drie even later over hun dode kameraden heen en stormden op hem af. Een van hen klauwde naar Retroman die de vervaarlijke uithaal ontweek, de grauwe pols van zijn tegenstander vastgreep en hem over de vensterrand slingerde. Deze zombie trok het kadaver van het gehalveerde grietje mee en samen vielen ze steunend op de straatstenen. Het volgende zielloze lichaam dat op Retroman afkwam, stak zijn beide armen voor zich uit en reikte naar zijn keel. Retroman maakte van deze handreiking gebruik door ook zijn arm vast te grijpen en de zombie om zich heen te slingeren. Hierdoor beukte hij de ander omver en wierp een barricade op bij de schuifdeur. In de tussentijd, voordat een nieuwe bestorming zou losbarsten, trok Retroman aan het gevest van het zwaard waaraan hij de zombievrouw had geregen.

Nu had hij opnieuw twee zwaarden. Maar wederom werd hij door een zombie verrast die hij door de stoffige atmosfeer over het hoofd had gezien. Deze kwam wel met zoveel logheid op hem afspringen, dat hij er niet direct een antwoord op had. Het was een zwaarlijvige Aziaat met een opgeblazen gezicht. Zijn onderkaak ontbrak. Samen beukten ze tegen de scheidingswand die het daarop begaf onder hun gewicht. Ze belandden in een andere kamer, die behoudens het meubilair gelukkig vrij was van nog meer zombies. Retroman was op zijn zij gevallen, maar herstelde zich opmerkelijk goed. Leunend op één schouder bracht hij met zijn vrije arm de aanvaller boven hem de genadestoot toe. Hij houwde met zijn samuraizwaard door zijn dikke buik en werd zelf gedolven door de stinkende ingewanden die daardoor vrijkwamen. Een misselijkmakende drab van organen, maden en kevers stortte zich over hem uit. Kokhalzend duwde hij het kadaver van zich af en richtte zich vlot weer op.
Ook de zombies die Retroman door de andere kamer had geslingerd hadden zich herpakt. Via de gang kwamen ze deze kamer binnen. Eén van hen had een laag ebbenhouten tafeltje meegebracht die hij onderweg had opgepikt. Hij hield het boven zijn hoofd en haalde ermee uit naar Retroman. Deze ving de slag met een van zijn zwaarden op, stapte toen tot vlak bij hem naar voren, dreef het zwaard die hij in zijn andere hand had in de buik van de zombie en gaf hem een duw waardoor hij achteruit wankelde tot hij door zijn kameraad opgevangen werd. Retroman spleet de schedel van de zombie met een slag die reikte tot op zijn strottenhoofd. De kracht van de slag was groter dan het zwaard kon verdragen. Het brak af en Retroman hield alleen het gevest nog in zijn handen. Verdwaasd keek hij ernaar. Wat was hij nu blij dat hij er nog één reserve had. En dat was nog altijd dezelfde die hij uit het museum had weggegrist. Daarmee doodde hij de laatste zombie en zag nu eindelijk de kans om zich over de toestand van de zwangere vrouw te ontfermen.

De Reuze Navelpad had zich al die tijd gespannen opgehouden in zijn binnenste. Iedere krachtstoot die Retroman met succes in zijn slachtoffers wist toe te brengen, had de pad van nieuwe energie voorzien. Op de één of andere manier voelde hij zich reuze prettig bij elke overwinning die zijn gastheer ervoer. Het stilde zijn honger en deed hem fitter voelen. Ondanks het feit dat Retroman wel wat anders aan zijn hoofd had, kon hem deze krachtige wisselwerking niet zijn ontgaan. Zijn aanwezigheid vergrootte zijn uithoudingsvermogen en maakte hem zo sterk als drie volwassen mannen.

Aangekomen bij de lijdzame vrouw waarvan hij de aanwezigheid begeerde, vergewiste hij zich er nog even van of ze wel alleen waren. Voor het moment leek dat zo.
De Japanse soberheid in deze kamer had plaats gemaakt voor een morbide tafereel. Omcirkeld door verwrongen lichamen waar stroperig lichaamsvocht en ander gruwzaam materiaal uitsijpelde, lag een hijgend vrouwmens te kreunen alsof ze spoedig haar laatste adem zou uitblazen. In het opkomende zonlicht glansde haar maanbleke huid karmijnkleurig op. Zweetdruppels parelden over haar rug en de enige schouder die Retroman kon zien. De andere, daar lag ze op. Ze droeg een katoenen nachtjapon met spaghettibandjes. En nog altijd had ze haar hand over haar gezicht geplaatst, alsof ze zich schaamde voor haar voorkomen.
Nu was Retroman het zat en wilde weten hoe het haar verging. Zonder aarzeling trok hij aan haar schouder en terwijl hij dat deed deinsde hij onmiddellijk van walging achteruit. In plaats van een ietwat opgezet gelaat van een jonge dame die in verwachting was, staarde hij naar een onuitsprekelijk macaber gezicht. Haar uitdrukking was zo doods, dat het hem koude rillingen bezorgde. Voor een kort moment brabbelde ze een onverstaanbare tekst die net zo goed in de taal van de duivel kon zijn gesproken. Hij wankelde verder op zijn benen naar achteren en werd licht in zijn hoofd van de akelige aanblik. Voor hem lag een vrouw die zo onuitsprekelijk lelijk was, dat je je zou afvragen of ze nog wel mens was. Dikke etterende puisten en rode vlekken hadden terrein opgeëist op haar anders zo smetteloze huidje. Rond de haargrens en om haar lichaamsopeningen, zoals haar oren, krioelde het van de moerasgroene korsten die zich er schilferig ophielden. Uit haar wijd geopende mond kwijlde ze met zwarte pruttelende speekseldraden. Haar irissen waren deels weggedraaid onder haar oogleden. Het wit van haar oogballen trilden epileptisch en maakten van het geheel een haast paranormale vertoning. Maar dat was nog niet alles. Want doordat Retroman aan haar lijf had getrokken, had hij het inwendige proces tot een hoogtepunt gedreven. Als een rijzende cake zwol haar lichaam op en barstte haar huid op verschillende plekken open. Op andere plaatsen werd het zo droog dat deze door wrijving ontveld raakte. Rottingsgassen vulde het vertrek en maakte dat Retroman het moest uitbraken. Naast de kast waar hij eerder een andere vrouw op had vastgeprikt, boog hij voorover en voelde hij hoe de hete maagzuren zijn slokdarm schroeiden. Een plas braaksel bevuilde de tatamimatten en te midden ervan keek hij in het verdwaasde gezicht van de Reuze Navelpad. Die was in een andere route naar buiten gekomen dan hij zelf voor mogelijk had gehouden. Krachteloos trok Retroman zich even later weer op aan de kast. Hij wilde vluchten met de pad, maar kon zijn blik niet losmaken van de jonge vrouw die bezig was te transformeren tot een bijenkoningin. Ze scheurde uit haar nachtjapon en ondergoed en begon ongecontroleerd te schokken met haar dikke naakte lijf. Het bed bezweek eronder, nu haar gewicht was gestegen naar het vijfvoudige van wat ze een moment daarvoor woog. Een reutelende ademhaling was nog kort hoorbaar voordat het wegstierf om vervolgens plaats te maken voor een ander naargeestig geluid. Haar dijen klapten plotseling krakend en wijdbeens uiteen. Het linker hing er het slapste bij, omdat het bot in het bovenbeen zich had losgemaakt van haar heup. Een liter stinkend groenbruin vocht maakte zich los uit haar geslachtsorgaan. De Reuze Navelpad die zich juist de brokken braaksel uit zijn ogen had gewreven, raakte opnieuw bedolven onder ranzig lichaamsvocht.
Inmiddels had haar buik de omvang gekregen van een flinke circusbal, maar egaal rond was ze allerminst. Rondom haar opgezette navel krioelde honderden kleinere ballen door elkaar die zo groot waren als flinke stuiters. Op die plaatsen waar ze door de huid heen leken te prikken, kleurde deze paarsig op. Ten slotte leken ze een uitweg naar buiten te zoeken door alle mogelijke openingen die ze in hun moeder konden vinden.
Retroman en de Reuze Navelpad stonden er van angst bevroren bij. En niet alleen zij waren onder de indruk van het schouwspel dat zich in deze washitsu voltrok, ook de volgende zombies die door Retroman waren aangetrokken, stonden aan de grond genageld.
Als een kolonie vluchtende mieren kroop een afschrikwekkende hoeveelheid kleine padden uit het opengereten lijf van de vrouw.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Perfecte strategie
Volgende hoofdstuk: Oerkrachten

By wilburteerman | November 22, 2011 - 11:31 pm - Posted in Alweerwolven, Nederlands, WSNOI

De korte rokjes hangen weer in de kast of zijn opgeborgen op zolder, pollen snuiven tijdens uitgebreide fietstochten liggen alweer enige tijd achter ons en de NS neemt inmiddels alweer de nodige maatregelen om voorbereid het volgende seizoen welkom te heten. Het is duidelijk: Koning Winter staat voor de deur. Maar, niet getreurd, kruip maar gauw achter je computer, zet de kachel hoog en lees jezelf bij met de Tycoon Newspaper òf speel één van de vele leuke spelletjes op WSNOI! Voor warme ontmoetingen op het terras is het nu toch te koud. Hoog tijd dus om digitaal sociaal te gaan zitten doen. Ga lekker je neus ophyven of eraan krabbelen op Hyves, bouw een feestje op Feestboek of kwetter een eind raak op Twitter, maar vergeet vooral niet om even een bezoek te brengen aan het doldwaze rijk van de Snooiers hier op WSNOI en bijgepraat te zijn op de Tycoon Newspaper!

Rij voorzichtig.

By rinaoddel | - 6:00 am - Posted in Eindelijk uitgeworteld, Nederlands, Rara Rina

RONDE 3: 2x uitgezoomd

Deze maand beginnen we ook in de raadsels een nieuwe serie. Dit keer gaat het er niet om ‘wat ik ben’ of ‘wie ik ben’, maar ‘waar ik ben’!

Het spel is heel simpel: je krijgt iedere maand een fragment van een uitvergrote foto te zien van een plek ergens op de wereld. Dat kan dus werkelijk overal en nergens zijn. Natuurlijk krijg je niet zomaar een suf plaatje te zien van een zandweggetje ergens in een desolaat gebied in Afrika, maar een serieuze landmark die iemand die enigszins voor zou moeten komen en op zichzelf al een flinke bekendheid moet genieten. De eerste foto die je krijgt te zien is 200 sterren waard. Wordt die foto een week lang niet geraden, dan zal het plaatje worden vervangen door eentje die iets meer is uitgezoomd. Het aantal sterren dat je kunt verdienen zal dan wel iedere week met 50 worden verlaagd. Er zijn drie ‘fotorondes’ met daarna nog twee ‘aanwijzingenrondes’. De aanwijzingen zorgen ieder voor 25 sterren aftrek.
Je kunt het aantal sterren zelf ook verhogen, maar de manier waarop zal je wellicht wat minder aanspreken: als jij een foute gok doet, worden er 5 sterren aan de pot toegevoegd.

Oh, voordat ik het vergeet: de ‘niet voor je beurt spreken’-regel gaat hier dubbel op. Dus 1x fout gokken = 2x even wachten tot een ander ook de kans heeft gehad een gokje te doen.

Pot voor deze foto: 170 sterren. Geraden door BoB

By gsorsnoi | November 20, 2011 - 10:00 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen  even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Functie: Verslaggever van groezelige zaken.
Andere namen: Kor.
Oorsprong naam: Tezamen met de ‘K’ uit Kornelis, plus een extra ‘N’ vormen dat en zijn achternaam samen het woord ‘knoflook’.
Modelpersoon: Pete Posthlewaite.
Eerste oer-artikel: De lubugere avonturen van Graaf Schaurig – deel 1: De geladen geboorte (verschijnt eerdaags online op de Tycoon Newspaper) .
Eerste online-artikel: Smerig: Man met snor
Bijzonderheden: Schreef eerst geen artikelen, maar enkel het verhaal ‘De lugubure avonturen van Graaf Schaurig’. Meer dan 4 hoofdstukken zijn er destijds echter niet geschreven. Verder deelt hij een duister verleden met Graaf Schaurig waar Gohes City de prijs voor moet betalen (zie Navelpad Mysterie).
Uitspraken: Op hele typische uitspraken hebben we hem nog niet betrapt. Er zijn wel twee uitspraken die echt bij hem horen en een moment markeren in het verhaal het Navelpad Mysterie.
“Wie heeft deze gruwelen op Gohes City laten neerdalen? Zijn dat werkelijk padden?” – geeft duidelijk aan dat Kornelis op dat moment nog geen benul heeft wie er achter deze monsters zit. Een moment later weet hij dat wel en probeert Retroman duidelijk te maken dat Tinus niet meer te redden is.
“We kunnen echt niets meer voor hem doen knul.”

De groeispurt van Graaf Schaurig en Kornelis Oflook

Met Kornelis Oflook is het haast onmogelijk om over zijn oorsprong te praten en die van Graaf Schaurig ongenoemd te laten. De graaf en Kor zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, of ze dat nou leuk vinden of niet. Ze delen een geschiedenis samen die verder gaat dan alleen de motivatie van Graaf Schaurig om op Kornelis Oflook en Gohes City  wraak te nemen, zoals beschreven in het Navelpad Mysterie. Nog voordat Retroman mij inspireerde uit het anagram van mijn eigen naam (Reuze Navelpad red.) dit verhaal te schrijven, hadden zij reeds een geschiedenis met elkaar die terug gaat tot zo ongeveer de tweede zogenaamde ‘badminton’-editie van de Tycoon Newspaper. Destijds in 1999 had ik onze badmintoncoach aangegeven dat ik het wel leuk zou vinden als ik ook wat mocht schrijven voor het clubblad. Mijn interesse om ‘de beste te willen zijn’ voerde ik aan als argument om een katern op te eisen. Ben van Greunsven (zie Een portret van… Rina Oddel)  stemde hiermee in en zo verscheen de Tycoon Newspaper in ‘Het Veertje’. Wat hij alleen niet wist, was dat ik de badmintonverhalen een rijk magnaten-sausje zou meegeven die de smaak van de sport wellicht kon overheersen. Ik wilde niet alleen in badminton ‘de beste zijn’, maar de ambitie om te winnen in bordspellen nam ik er ook in mee. Om vervolgens schrijvende te kunnen blijven voor het clubblad, moest ik er natuurlijk alles aan doen om mijn dubbele agenda zo onopvallend mogelijk te houden. Zodoende schreef ik mijn verhalen rondom de andere clubleden met wie ik zelf wel eens een shuttletje had geslagen, zodat zij hierdoor automatisch vereeuwigd werden. Mocht je de twee Z-Files Groen Licht en Energiek 2000 in wel eens hebben gelezen, dan staan je ongetwijfeld de namen Michiel en Bart wel bij. Welnu, dat waren dus gewoon twee jonge knullen van onze badmintonclub die, zonder dat ze er enige invloed op uit hadden geoefend, de eer te beurt vielen tot karakters te worden gebombardeerd in de Tycoon Newspaper. Maar van alle badmintonners die op die prachtige manier per ongeluk in deze dynamische krant terecht kwamen, was Frank Groot nog wel de meest fortuinlijke. De rossige Frank, die dus inderdaad ‘Groot’ van achteren heet, bracht mij op een bijzondere inspiratie toen ik realiseerde hoe ik hem in de Tycoon News… euh pardon… het Veertje zou kunnen opnemen. En Frank bleek daarmee de sleutel te zijn, waardoor Graaf Schaurig en Kornelis Oflook – in die volgorde, gecreëerd werden.
Toen ik hem nog kende van Badminton Club Velsen was Frank helemaal niet zo groot. Het was eerder een kleine puber die nog zat te wachten op een gemiste groeispurt. Maar toen die er alsnog aankwam, toen ging het ook hard met die jongen. Niet dat ik daar nog veel van heb meegekregen, want ik heb Frank Groot na mijn vertrek bij BC Velsen niet echt veel meer gezien of gesproken. Toch was het mij niet ontgaan hoe hij in lengte heeft goed gemaakt wat hij daarin eerder te kort was gekomen. En wanneer ik hem dan later in de bus of op straat tegenkwam, dan lachte ik inwendig en moest ik terugdenken aan hoe ik op het absurde idee was gekomen om aan ‘De lubugure avonturen van Graaf Schaurig’ te beginnen. Want door uit de naam ‘Frank Groot’ een tegenpool te creëren, verzon ik een woordspeling op ‘Frankenstein’. Frank was Groot en Stein was Klein. En zo had ik mijn eigen eerste monsters gecreëerd die op twee operatietafels op hun schepper lagen te wachten, welke ik in feite natuurlijk zelf was.
In het begin van hoofdstuk 1, ‘De geladen geboorte’, liet ik een verschrikkelijk figuur een bouwvallig slot binnen vliegen waarmee Graaf Schaurig vanuit een dikke nevel zijn entree maakte in de gedaante van een vleermuis. Dus je kunt al raden op welk eerder bedacht personage de graaf gebaseerd moet zijn! Jawel, Graaf Schaurig is dus een eigen versie van Graaf Dracula. En zoals je wellicht bekend zal zijn, is deze duistere aristocraat niets anders dan een smerige vampier die graag zijn tanden zet in mooie jonge vrouwen. Maar zo gek als Dracula is op het zuigen van bloed uit zijn slachtoffers, zo’n afkeer heeft hij van het laatste belangrijke ingrediënt in dit verhaal. Je raadt het al, ik heb het natuurlijk over knoflook, het bolgewas met zijn doordringende smaak en geur. En zo komen we tot mijn beweegreden om Kornelis in de Tycoon Newspaper een plaats te geven. Ik was namelijk nog zoekende naar een krachtig pseudoniem die ik als schrijver onder ‘De lugubure verhalen van Graaf Schaurig’ kon zetten. Hiermee ontstond de protagonist Kornelis Oflook die de schurk van een Graaf Schaurig moest tegenwerken.

Wacht even… dus ik bedacht Frank Groot door de gelijknamige badmintonvriend, met Stein Klein als bijproduct, die op hun beurt weer in elkaar gezet zijn door Graaf Schaurig om vervolgens door Kornelis Oflook in verhaalvorm in de tweede badminton editie van de Tycoon Newspaper te worden opgepend. Dus wie heeft hier nu wie gefabriceerd?

Galbakkerij

Als je nu zou willen dan kun je hier een heel smerig verhaal van maken. In feite ging het ook zo verder. Niemand anders dan onze eigen Moraelridder, die van de hoed en de rand weet hoe zit met ethiek, kreeg op een verjaardag de immorele behoefte om ranzige recepten te gaan verzinnen. Zoals bijvoorbeeld een boterham met pindakaas, stroop en mosterd. Hij noemde ze zijn ‘Ranschbakken’. En geloof mij, dat was echt nog maar het begin. Het was zijn feestje, dus wie hield hem tegen? Ik in elk geval niet, want ondanks dat men mij wellicht kent als een fatsoenlijk man… ahum… heb ik soms ook zo mijn behoefte om even alle remmen los te gooien. Zeker in gezelschap van vrienden die je al jaren kent, neem je geen blad meer voor de mond. Onderwerpen die anders taboe zijn, werden uit het vat getrokken en ineens sprak je over schijten, likken en lekkere tieten. Het liefst niet in die combinatie!
Je begrijp het al, de toon in zo’n gesprek was dan al snel gezet. Even ontwapend als mijn vrienden, nam ik dan graag deel aan de conversatie en zorgde ik wel dat ik met een rake opmerkingen kwam. Op een goed moment durfde één van mijn vrienden zijn theorie ter berde te brengen hoe de pindasaus bij de plaatselijke Chinees werd gemaakt. Een obscene beschrijving volgde en ik was één en al oor. Inmiddels had ik mij namelijk bedacht waar ik met Kornelis Oflook naar toe wilde. Hij zou de Tycoon Newspaper gaan voorzien van de meest weerzinwekkende artikelen en ik gaf hem de ‘Galbakkerij’. Hiermee was het fundament gelegd waarop later de producten Smerig: Man met snor, Vliegende ratten en Choloreus op werden gebouwd. En dan heeft hij het op de publieke versie van deze webkrant toch nog behoorlijk beschaafd gehouden.

Een fragment uit ‘De Walgelijke Waarheid’ (het minst schunnige stukje):
[...] God zal mij het recht niet ontnemen vuur te spugen over hoe in sommige eetcafés, snackbars, eethuizen of restaurants het voedsel wordt bereid. Het vet droop uit je bakje uit als je een ‘patatje met’ had besteld, de schimmel puste uit de te grof gesneden augurkenschijfjes vandaan omdat ze er toch vanaf moesten en insecten zoals malariamuggen en tuinkevers werden moeiteloos en onbeschaamd meegefrituurd omdat ze toch de huur niet konden betalen. Een volle bittere smaak woelde er om mijn tong toen ik onbehouwen een dikke friet met pindaroom in mijn mond schoof. Had ik maar geweten hoe dit ranzige maaksel tot stand was gekomen, dan had ik bij deze Chinees nog niet eens mijn stoel durven aanschuiven. De laatste keer dat ik daar een patatje pinda bestelde was afgelopen zaterdagavond. Toen ik opnieuw de harde pitten uit de saus op mijn bordje in het geelgerookte bakje uitbraakte, kreeg ik de onbedwingbare drang uit te vinden wat de saus zo misselijkmakend smeuïg maakte. Ik besloot daarom om maar eens een kijkje achter de schermen te gaan nemen. Op een onbewaakt moment spurtte ik naar het bestelraampje achter de balie waar al deze verdrietelijk gerechten dit eethonk werden binnengeschoven en aan de slachtoffers werd uitgedeeld.
Wat ik daar aanschouwde overtrof al mijn evocatieve vermogens! Aan een lopende band stonden daar zeven Chinezen en een Nederlands meid met de benen gestrekt boven een lopende band. Aan het begin van de lopende band stond een overjarige geelhuid patatbakjes neer te leggen op een bruin geworden strook [...].

Iedere hierna geschreven letter uit dit prille scabreuze schrijfwerk van Kornelis Oflook is wel zó revoltant en ordinair dat dit het daglicht niet langer verdragen kan. Ik weet daarom ook niet of ik het wel zo spijtig moet vinden, dat we zo’n meesterlijk rotte pennenvrucht niet weer hebben gezien op de Tycoon Newspaper. Maar wat niet is, kan misschien nog komen…

Zware rol in het Navelpad Mysterie

De Galbakkerij is één onderdeel van de Tycoon Newspaper waar we Kor van kennen, maar zijn optreden in het Navelpad Mysterie mogen we daar zeker niet bij vergeten. En opnieuw komen we Graaf Schaurig daar weer tegen. Het eerste fragment waarin hij het verhaal binnenstapt, staart hij samen met Retroman vanuit het atrium van de redactie over het eens zo rustige plein dat voor het kantoor van de Tycoon Newspaper ligt . Daar aanschouwen zij hoe de reuze navelpadden van Graaf Schaurig zich tegoed doen aan de hulpeloze inwoners van Gohes City door ze te transformeren in ondode wezens. Retroman merkt daar nog bij op:

“Nou, ik geef het je te doen om daar een verhaal op te schrijven,” en verwijst hiermee naar de horror waarin een klein meisje verkeert terwijl ze door een zombie wordt verorberd. Kornelis is, zoals je hierboven hebt kunnen lezen, helemaal niet vies van walgelijke vertelsels met plastische omschrijvingen, maar de rampspoed waarmee Gohes City die dag getroffen wordt is zelfs voor hem te veel.
Even later doen zij nog een poging om hun collega Tinus Icket te redden uit de klauwen van deze merkwaardige gedrochten. Tevergeefs. Tinus wordt roemloos verzwolgen. En terwijl die genadeloze ondergang zich voltrekt, kijkt Kornelis van zijn stervende collega op naar het boosaardige figuur dat dit alles op zijn geweten heeft. Een onzichtbare kracht houdt Kornelis’ aandacht op hem gevestigd en wisselt met hem een denkbeeldige bliksemflits uit die een oude vete lijkt te repeteren. Kornelis kent deze man duidelijk al veel langer en is allerminst op zijn gemak met het weerzien.
Gelukkig is dit slechts een toekomstig verleden waar Retroman en de Reuze Navelpad op terug kijken terwijl ze zelf in een tijd aanwezig zijn die nog moet komen en waarvan we mogen hopen dat deze door de personages in het Navelpad Mysterie nog eens teniet zal worden gedaan. Maar dit stukje maakt heel mooi duidelijk dat Kornelis Oflook en Graaf Schaurig een akelig verleden delen die ver terug gaat en grote zwerende wonden kent. Wat eraan vooraf is gegaan waardoor de graaf en Kornelis zo lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan, blijft nog even een geheim. Zeker is wel dat de graaf zich zo gekrenkt heeft gevoeld door Kor en het uitgekotst zijn door de maatschappij dat hij koste wat kost wraak wil nemen op Kornelis Oflook en Gohes City.

De Grote Vriendelijke Reus

Het is heel zielig, maar Kornelis is ondanks zijn schrijfwerk dat magen doet omdraaien, eigenlijk gewoon een bijzonder aimabele man. Hij is altijd behulpzaam en een vriendelijke en rustige gesprekspartner. Toch wordt hij, in hetzelfde Navelpad-hoofdstuk waarin hij zijn collega Tinus verliest aan de zombies en padden, omschreven als iemand met een laag knuffelgehalte. Omdat Kor het door zijn waspoederallergie niet zo nauw neemt met zijn persoonlijke hygiëne en lijdt aan hyperhidrosis (overmatig transpireren), ruikt hij een uur in de wind en wordt je al misselijk als je je in dezelfde ruimte begeeft waarin hij staat. Daarnaast is hij met zijn lengte van 2 meter 36 weliswaar nog niet de langste man ter wereld, maar hij doet je behoorlijk nietig voelen als je naast hem staat. In de Oudheid zouden ze hem waarschijnlijk opzettelijk aan één oog hebben verminkt om hem te doen doorgaan aan als een verschrikkelijke cycloop. Echt dik is hij niet, maar met zijn armen als kolenschoppen en omvangrijke bouw, is het moeilijk om zijn verschijning te negeren.
Deze goedzak heeft lang geen gezicht gehad en is in mijn fantasie gewoon een grote vriendelijke reus gebleven die toevallig niet zo’n prettig odeur bij zich draagt. Dus om zijn portret hier compleet te krijgen, moest ik op zoek naar een bestaand figuur die zijn karikatuur het best zou benaderen. Om vervolgens niet gelijk weer in de fantasieserie Harry Potter uit te komen door Kornelis met de drieënhalve meter lange Hagrid te vergelijken, heb ik nog eens zitten mediteren op iemand die meer geschikt zou zijn.
Een hele serie spuuglelijke acteurs passeerde hierdoor onvermijdelijk de revue. Steve Buscemi, Ron Perlman, Phillip Seymour Hoffman, Richard Kiel en ja zelfs Mickey Rourke en Willem Dafoe, ze kwamen allemaal aan mij voorbij. En van geen van alle kon ik nou echt zeggen dat ik ze op mijn Kornelis Oflook vond lijken. De één maakte Kor onredelijk lelijk, de ander was de grof of te flamboyant. Van Kornelis Oflook wilde ik juist een ietwat introvert figuur maken. Maar uiteindelijk kwam ik toch een geschikte acteur tegen die welhaast een combinatie leek te zijn van al deze prachtige griezels. En zo werd Pete Posthlewaite het modelpersoon achter Kornelis Oflook.

Ander bekende werk van Kornelis Oflook:

Portret van de volgende maand: Graaf Schaurig.

By Morwen Oronar | November 17, 2011 - 6:59 pm - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Duimzuigerij, Nederlands

Vanuit een sterrenstelsel ver van de Aarde werd onze planeet al geruime tijd bestudeerd door wetenschappers vanaf een gelijkwaardig hemellichaam. Hoe kon het dat die blauwe planeet zo overvloedig was en hun wereld niet? Op een gegeven moment werd besloten de mensen zelf te bestuderen. En zo begint dit verhaal.

In een drukke natte straat in Haarlem stonden vier mensen te kijken naar iets wat ze opviel. Om hen heen liep iedereen te doen wat ze doen moesten en hadden geen erg in hetgeen de vier naar aan het kijken waren. De natte straat weerspiegelde dit viertal.
Plotseling werd het stil. Op vreemde wijze was er buiten henzelf plotseling niemand meer in de straat. Een straal licht omhulde de vier mensen gedurende een paar seconden, de straal doofde en de vier waren weg. Zo snel gebeurde het dat niemand het merkte. Toen ze eenmaal weg waren bleek niemand gemerkt te hebben dat ze er ooit hadden gestaan. Alleen de straat weerspiegelde nog de herinnering aan hun lichamen boven de schoenen die achtergebleven waren…

By tinusicket | November 15, 2011 - 12:14 pm - Posted in Nederlands, Tycoon Newspaper Archieven

Karel Riemelneel behoeft eigenlijk allang geen introductie meer. Toch kwam ik onlangs in de Tycoon Newspaper Archieven het volgende artikel tegen waarin hij tijdens één van de eerste papieren versies van de Tycoon Newspaper door mij aan ons werd voorgesteld:

Gekleed in een donker driedelig pak kwam er gisteren een besnorde figuur de redactie van de Tycoon Newspaper binnenstappen. De grof gebouwde man maakte zich bekend als Karel Riemelneel en beweerde alle kennis te hebben over zaken die zich in de ondergrondse wereld afspelen. Criminelen zoals Tony Vijzeldoorn en Ibrahim Alaskha werden reeds door hem ontmaskerd. Johan Bestebuurtje stond bekend als een goede vriend, maar Karel Riemelneel weet inmiddels wel beter. Volgens hem zou het een schuilnaam zijn van de Japanner Shoko Asahara Harakiri die aan zijn geelhuidige schuldeisers probeerde te ontkomen, maar kwam door een ongeluk om het leven toen hij een appeltje probeerde te schillen en zijn buik open sneed.
Of Riemelneel inderdaad een aanwinst is voor onze redactie zal nog moeten blijken. Als het zelf maar geen crimineel is, want die gaan over lijken!

We gaan de touwtjes in handen nemen, de eindjes aan elkaar knopen om tenslotte de knopen door te hakken.

By tinusicket | November 10, 2011 - 5:50 am - Posted in English, Rijmende kunsten, Verbaal Genot

image by Thomas Tolkien, edited by Gsorsnoi
This poem I should have published way earlier, because it’s closer to 11 years now.

A house, a garden, three cats, a place to be.
To be together, as one great family.

It started right now, ten years ago.
Right from the start I wanted you so.
We chatted, we emailed and then came that song.
We emailed, we chatted all weekend long.

Right after one year, yes that’s when we met,
we wanted all this what we have, just then not yet.

Now it’s been almost five years, your first steps on Dutch ground,
the land of the tulips,
have I showed you around?

To say goodbye to your roots and spend life here with me.
You took me my coffee and fed me with tea.
Yes, we stepped on one road and made it our way
and for that I’m grateful each day.

Dit is een wijze les die ik mezelf al bijna een jaar als denkbeeldig ‘tegeltje’ voorhoud. En ik moet zeggen, rustig aan begint het aardig ontspannend te werken!