Mijn stalen ros is ook als een veulentje begonnen.  Je weet wel, zo’n fietsje met zijwieltjes.

Wat weet jij zelf nog van het moment dat je voor het eerst ging fietsen zonder die zijwieltjes? Voor een hoop mensen is dat alweer een hele tijd geleden. Kun jij je die dag nog herinneren? Is het lang geleden? Weet je nog waar je toen woonde? Heb je er leuke herinneringen aan? Of was het vooral pijnlijk?

Ik had mij toen bezeerd, dat weet ik nog wel.
Toch wel groot hoor, zo’n kleine jongensfiets. Voor een kleine jongen dan.
Geen steuntjes meer aan de zijkanten. Tijd om je eigen evenwicht te vinden. Je staat (of zit) er nu alleen voor. Laat jij maar zien dat je het kunt: die fiets beheersen en vaart maken.

Op een veilig warm plekje.

Het was een zonnige dag in Hoorn. Een plaatsje in West Friesland (Noord Holland!).  Wij woonden in de rechter oksel van een t-splitsing in een hoekhuis.  Wat zou ik zijn geweest? Een jaar of vijf misschien? Ik kan niet jonger dan vier zijn geweest, omdat ik toen simpelweg nog niet in die Kersenboogerd in  Hoorn woonde.
Het was op het voetpad voor het huis van mijn klasgenootje Pepijn en ik fietste daar een paar keer terug in de richting van ons huis. Want je eigen huis is de veiligste plek. Dus als ik val, dan kan ik in elk geval snel terug naar de plek waar ik me prettig voelde. Zo dacht je.

Na regen …

Ik viel.
Een schaafwond op mijn rechter knie.
Zo gaan die dingen. De tijd van “Kijk mama. Bloed!” op een nauwelijks zichtbaar beschadigde huid had ik al wel achter mij gelaten. Maar meer dan een oppervlakkige schaafwond was het zeker niet. Ik zocht hulp bij mijn vader of bij de moeder van Pepijn. Wie het was die me hielp weet ik inmiddels niet meer. Maar iemand hielp mij terug op mijn fiets.

Mijn broek moet ook wat vies zijn geworden of misschien was hij wel wat beschadigd. Welke kleur de kleding was die ik die dag droeg, weet ik allang niet meer.  Laat staan dat ik nog weet of mijn kleding bedrukt was of niet. Stond er een afbeelding op, was het tekst, of gewoon een saaie kleur?
Ik weet alleen dat de zon scheen. Maar dat was logisch. Met een regenbui zou ik niet op mijn fiets zijn gestapt.

De tweede keer ging het al beter. Ik stapte met mijn geschaafde knie opnieuw op mijn fiets en had ontdekt dat ik fietsen leuk vond. Die plek op mijn knie was ik alweer vergeten.
Een paar dagen later fietste ik vrolijk achter mijn vriendinnetje aan door de steegjes van de nieuwbouwwijk, alsof het één groot raceparcours was. Sandra fietste voor mij uit en we fietsten precies door het steegje achter ons huis richting de straat. We wilden deze straat over steken, om zo uit te komen bij het volgende steegje. De aansluiting van het ene op het andere steegje is precies was ons het gevoel van een parcours gaf.

De noodrem.

Alleen was zo’n parcours niet zonder gevaren.
Sandra slipte door de ene steeg over de weg naar de andere steeg en verdween vrolijk verder fietsende uit het zicht. Maar ik, ik fietste door het oog van de naald. Een automobilist moest vol in zijn remmen trappen om ervoor te zorgen dat ik nog in staat zou worden gesteld om zelf een keer mijn rijbewijs te halen, gelukkig met mijn vrouw te trouwen en deze Tycoon Newspaper te kunnen bedenken.
Huilend stopte ik in de steeg aan de overkant en de bestuurder, die was uitgestapt, ving me op en droogde mijn tranen.

Oefening baart kunst.

Het repeteren van deze informatie en het vermogen om al die details terug te halen die je wel en niet herinner, stellen je in staat de fijne en minder fijne moment van toen te kunnen terughalen.  Ik heb nooit getwijfeld aan mijn lange termijn geheugen. Die werkt als een gieter … euh … maak daar maar een trein van!
Het is mijn korte termijn geheugen waar ik moeite mee heb. Hoe ik soms überhaupt in staat ben om dingen te onthouden is echt een raadsel! Je kunt wel stellen dat mijn korte termijn geheugen een zeef is, terwijl herinneringen in mijn lange termijn echt wel safe zijn.

Toch is het niet bijster knap dat ik al deze informatie nog weet. Geheugen is net zoals leren fietsen: je moet het herhalen. Denk eraan terug. Speel dat filmpje nog eens af en schrijf het zonnodig op. Zoals ik nu doe.
Alleen dan kun je zeker zijn dat je het allemaal nog weet wanneer jij dadelijk jouw auto inruilt voor een scootmobiel.
 

image by Dave Bleasdale, edited by Gsorsnoi

Fietsen naar je werk is niet zonder gevaren. Dat geldt voor automobilisten, maar net zo makkelijk voor alle andere weggebruikers. Heb je geen last van plotseling overstekende  rollators, vliegende wandelende takken en andere gevaren op de weg, dan  zijn er altijd nog wel die andere gevaren die voor jou op de loer liggen.
Eerdaags ben je er ongewild toch een keer het slachtoffer van.

Aandacht graag.

Zo heb je die wegopbrekingen die wat slecht staan aangegeven en je dwingen vol in je remmen te knijpen. Een minirokje, volle boezem of flirterige glimlach fietst je voorbij of een gevaarlijke blote billboard eist al die essentiële aandacht van je op die je aan de weg had moeten besteden.
Kinderen fietsen door rood en steken zonder op of om te kijken de weg over. Dat doen ze al vanaf het moment dat ze net de driewieler voor de echte meisjes- of jongensfiets hebben verruild, maar ze doen het ook wanneer het reeds lang volwassen kinderen zijn.

Weer geen appeltaart?

Nee, een lelijk avontuur zoals ik jaren geleden mee heb gemaakt zal ik nooit vergeten. Ik fietste zoals ik gewoon was in mijn dagelijkse routine langs mijn dagelijkse route over een onschuldig ogend  en vertrouwd fietspad. Met nog ruim 10 kilometer voor de wielen mocht ik nog opschieten ook, anders zou ik te laat op mijn werk zijn gearriveerd.
Over dat lange rechte stuk fietspad zou je me voorbij hebben zien razen. Je kon wachten op het moment dat een vrouwtje in haar keuken een versgebakken appeltaart uit haar handen zou laten glijden van de schrik, omdat ze mij daar buiten door  haar keukenraam voorbij zou zien flitsen. Waren het niet dat een plat gereden colablikje van het fietspad omhoog geschoten werd door de krachten die mijn voorband er op uitoefende. Een lelijk aluminium schijfje werd tegen mijn voorvork getorpedeerd en blokkeerde de gehele voorwaartse beweging.

Yeehaa!

Het stalen ros was abrupt tot staan gebracht en trilde in zijn constructie. Met nog heel wat vaart in de achterwielen zocht de kinetische energie een uitweg om in te ontsnappen. Deze ontsnapping werd niet langer mogelijk geacht in de richting van de materie in het voorste deel van de fiets, zodat het frame vanachter werd opgeworpen en het stalen ros leek te willen bokken, maar er de bedoeling mee had de berijder van zich af te werpen.
Ik vloog met zoveel snelheid van mijn zadel dat ik niet eens de kans had om te letten op hoe charmant ik dat wel niet deed. Charmant was de landing zeker niet.Nog voor ik had kunnen verwerken dat ik zojuist een fietspadrode zoen had gemaakt met het fietspadasfalt hoorde ik reeds achter mij roepen: “Heb je niets gebroken?”

Ik voel me super man.

Volk begon zich rond mij te verzamelen om zich te buigen over mijn conditie en wellicht over die van mijn fiets.  Voor zij de kans hadden mij in het gips te laten tillen, stond ik eigenlijk alweer overeind en poogde te verwerken wat er nou precies was gebeurd.
Ik vervloekte het blikje, bedankte de mensen voor de geboden hulp, maar maakte duidelijk dat het juist wel goed met me leek te gaan. Superman dat ik was, stapte ik weer vrolijk op het ongeschonden ros waar ik reeds het blik bij uit de vork had verwijderd en fietste gewoon weer verder naar mijn werk.

Nog geen honderd meter verder stapte ik toch maar weer af en moest toegeven dat ik toch niet zo’n Superman was. Ik heb er nog een paar weken kreupel van rondgelopen, waarvan ik de eerste twee dagen niet op mijn benen heb kunnen staan.

Hoe het met de appeltaart is afgelopen zullen we alleen nooit weten.

image by Christopher Craig, edited by Gsorsnoi 

Dat ik destijds in de artikelen Links of rechtsom? en Baduy grapte over mijn Peter Parker-onhandigheden was het natuurlijk wachten op het moment dat ik er weer eentje zou beleven. Dit weekend gebeurde dat … terwijl ik op een zonnige zaterdag besloot om in een naburig stadje het winkelcentrum eens te gaan verkennen.

In plaats van de fiets te pakken en in eigen stad die paar boodschapjes in te slaan, besloot ik voor de variatie eens de andere kant op te fietsen. De stad die vergroeid ligt aan de onze heeft een eigen winkelcentrum die qua grootte niet voor die van de onze onderdoet. Daarbij is dat winkelcentrum een lekkere compacte stervorm, zodat je zonder al te veel moeite van winkel A naar winkel B kunt lopen, maar tussendoor ook best de winkels M en Q eens kan aandoen.

Deze compacte vorm deed mij ertoe besluiten om mijn fiets op een willekeurige plek te parkeren in een fietsenstalling, zonder daar enig logistiek plan achter te hangen. Normaal wil ik mijn fiets nog wel eens op één specifiek doordacht punt stallen waarvan ik weet dat ik daar aan het einde van mijn boodschappen weer redelijk bij in de buurt zou eindigen. Wel zo handig!

Dat dit achteraf toch niet zo’n handig punt was om mijn fiets te stallen bleek al vrij rap.
Stel je een kort straatje voor met aan weerszijde wat winkels dat aan de ene kant uitkomt op een redelijk groot plein met nog meer winkels en aan de andere kant in een schattig bochtje afbuigt. De buitenkant van dit bochtje werd gekenmerkt door winkeltjes met huizen erboven. Niet heel verrassend zou je zo zeggen. Praktisch 80% van de winkels in Nederland zijn zo gesitueerd. Wat deze huizen erboven echter specifieker maakten, was het feit dat het seniorenwoningen bleken te zijn die waren voorzien van overhangende balkonnetjes die vrij riant van oppervlakte waren en zo de indruk van een tuintje boden.

Die zon ging beste vel - correctie - fel te keer, maar er stond genoeg wind om toch even een jas mee te nemen. Echt zo’n jasje-aan-jasje-uit-dag! Ik parkeerde mijn stalen ros en trok mijn jas over mijn schouder. Wel zo handig. Zo kon ik mijn sleutels en portemonaie eenvoudig in mijn jaszakken kwijt.
Even denken: ik moest twee dingen hebben, wat was het ook alweer? Oh ja, ik herinnerde het me en liep vervolgens bij mijn fiets weg. (Ja die stond wel op slot).

De soundtrack “Raindrops Keep Falling on My Head” mag nu wel aangezet worden!

Met een Tobey Maguire-pret-glimlach stapte ik demonstratief over de winkelpromenade en  … (dit is het moment voor een filmische slowmotion) … SPLASH!
Raindrops. Maar dan wel regendruppels die werden gevormd door zo’n vriendelijk oud mannetje dat met zijn duim op het uiteinde van een tuinslang wat slecht gericht zijn geraniums stond te bewateren. Weet je nog? Die riante balkonnetjes boven de winkels?

Afijn: mijn winkelmiddagje begon die zaterdag in een nat pak.
Mag ik nog blij zijn dat hij zich niet in de tuinslang had vergist.

Er zijn van die avonturen op je stalen ros die je nog lang zult heugen. Een fietstochtje zoals ik die dagelijks maak van en naar mijn werk is 8,3 kilometer lang. Met die lengte schept het voldoende mogelijkheden tot wat onverwachte obstakels.

Je hebt altijd wel eens wat hinder van wegopbrekingen, trage voorliggers, rode stoplichten, vuilnis op het fietspad of slecht wegdek. Maar de hinder die ik laatst ondervond was van een heel nieuw kaliber. Zo ergens halverwege de route kom ik, zoals op zoveel punten tussen A en B, een langgerekt fietspad tussen twee stoplichten tegen. Het is een fietspad - voor wie het interesseert – dat voor de helft bestaat uit voetpadtegels en voor de andere helft uit betonnen platen die daar waarschijnlijk ooit zijn neergelegd toen er wat zwaar verkeer over heen heeft gemoeten.
Dat ‘zware verkeer’ komen we nog op terug.

Een ander belangrijk kenmerk van deze fietsstrook is de twee richtingen waarin men zich erop mag verplaatsen. Je hebt dus altijd wel eens met tegenliggers te maken.
Deze feiten lijken zo op zichzelf beschouwd helemaal niets spannends te bevatten of onderdeel uit te maken van enig plot of climax, maar niets is minder waar.

Het laatste puntje van aandacht is de flauwe bocht naar links en vervolgens naar rechts in dit fietspad met een bomenrij aan de rechterhand, zodat je voor je de bocht gepasseerd bent, onmogelijk kunt overzien wat je na de bocht mag verwachten.

Afijn. Uiteraard fietste ik in die richting over het fietspad.
Tot ik ineens vol in de remmen moest nadat ik zover de bomenrij gepasseerd was dat ik wel kon zien wat er achter lag.

Ik heb van mijn leven nog nooit zoiets gezien. Niet van dit formaat in elk geval!
De bruine hoop die daar op het fietspad voor mij lag opgestapeld was zo enorm van formaat dat het de gehele rechter fietsbaan besmeurde. En dan niet zo maar zo’n natte vlaai die melkproducerende gevlekte runderen deponeren als ze aan de schijterij zijn hè? Nee, dit was een heuse BERG paardenstront van het zwaarste soort …
… dat ik je vraag: hoe groot is dat paard?

Bestaat uit: ‘Er is een storm op komst’ & ‘Er is iets op handen’

Uitgesproken door: Tinus Icket

Datum: Woensdag 18 November 2009.

Het werd weer eens tijd dat ik de lezers thuis weer eens vermaak met een weergaloos verhaal over weerwolven. Maar dan eentje zonder weerwolven. De maanstand werkt een beetje tegen namelijk. Zonder wolven blijft dan alleen het weer over.
Gelukkig zat het weer woensdag erg mee zodat we dit mogelijk konden maken.

´s Ochtends hebben ze mij een Olympische plak om mijn nek gehangen. Ik presteerde het namelijk om binnen 20 minuten op mijn werk te arriveren waar ik er normaal rond de 30 minuten over fiets. Het ging me aardig voor de wind die dag totdat ik zelf de wind tegen had. Dat gebeurde op het moment dat ik weer naar huis wilde fietsen.

Er woedde een tegenwind met windkracht 9 toen ik mezelf op mijn stalen ros had gehesen. Ik harkte aan mijn stuur als een Tom Boonen tegen de wind in. Divers vee en balen hooi die waren losgekomen van tractoren kozen het luchtruim; uitgelaten honden lieten zich uitgelaten los van hun baasje en vlogen in de rondte; en ik kon precies zien hoe één huis elders op de grond neerstortte op een lelijke oude vrouw met gestreepte sokken en puntlaarzen. De mensen in de buurt juichten om dit heugelijk feit te vieren. Maar waren minder blij met het kleine ADHD-keffertje die met een lieftallige jongedame uit het neergestorte huisje kwam gestapt.

Het stormde flink. Ik, Tinus, liet me niet kennen. Ik moest en zou te fiets thuis komen. Al deed ik er twee dagen over.
De volgens opties lagen voor mij open:

  • Als een Belg omgekeerd op mijn fiets zitten zodat ik de wind mee had. Tom Boonen is per slot van rekening toch zeker ook een Belg?
  • Met negatieve snelheid voorruit fietsen zodat ik de wrijving van de wind zou trotseren. Ik had altijd hoge cijfers op school voor fysica.
  • Knoerthard de andere kant op fietsen zodat ik met een rondje om de Aarde vlot thuis zou komen.
  • Hopen dat de dijken zouden breken en dan waterfietsend naar huis.
  • Of het avontuurlijke type uithangen en met een blik op oneindig tegen de wind in blijven fietsen zoals ik normaal ook zo doen. 

Gezien mijn atletisch voorkomen begrijp je wel dat ik voor het laatste heb gekozen. Met mijn handen streek ik door mijn wilde manen om mijn haar een beetje te fatsoeneren. Vervolgens greep ik weer gauw mijn stuur beet om mijn evenwicht te kunnen bewaren. Opslaan als ‘evenwicht’.

Ik mocht wel in mijn handen wrijven dat ik tijdig mijn handen weer aan het stuur had. Dezelfde rukwind die mij anders van mijn stalen ros had getrokken, trok een tak uit de bomen en speelde ermee. De vliegende tak tolde door te lucht en kwam als in een 3D-film gevaarlijk dichtbij.

De geur van rottend tak en blad trok aan mijn neus voorbij toen de tak langs mijn gezicht vloog en neerkwam op het fietspad naast mij. De tak wandelde verder en ik kwam veilig thuis.

Wat is nou de moraal van dit verhaal? Heel simpel:
Het weer slaat nergens op.

======================

N.a.v. de comment van PiCo hier het wat meer informatie over die lelijke oude vrouw met die gestreepte sokken en puntlaarzen.

Dorothy is met haar huisje op de lelijke oude vrouw beland waarbij alleen de benen van deze feeks nog onder het huis uitstaken. Dorothy heeft zich even uitgeleefd en de heks een paar flinke trappen verkocht, omdat Frank Baum(*) haar een stel zilveren schoentjes had beloofd i.p.v. deze onooglijke puntlaarzen.

Wat Dorothy niet wist is dat Frank een deal had gemaakt met de gebroeders Grimm. Het was zulk slecht weer dat Frank de zeven mijls laarzen even mocht lenen om Dorothy en Toto en veilige weg naar huis te verlenen.

Maar omdat dit ondankbare wicht zich zo heeft uitgeleefd op die zielige heks - die per slot van rekening ook maar een actrice was - heeft Frank het verhaal ietwat aangepast en een halve boomstronk op Dorothy laten neerkomen.

Het gele pad naar de hemelpoort kan Dorothy nu wel vergeten.

(* auteur van The Wonderful Wizard of Oz)