image by Gsorsnoi, edited with DAZ3d and Photoshop

Achmed wierp de professor een kwade blik toe en eiste een antwoord op de vraag:
“Theo, WAT is de ‘etmaluur’?”
Hij wilde Theo bij zijn vest pakken om het antwoord uit hem te schudden, maar hij had Theo niet binnen zijn bereik. Daarbij had hij wel wat anders aan zijn hoofd. Juist wanneer hij op hem af wilde lopen, dook hij op de grond om te voorkomen dat een losgerukte bronzen plaat zijn hoofd op enkele millimeters voorbij vloog.
“Ai!” bracht hij uit, legde zijn hand op een snee op zijn schouder en keek de plaat verschrikt na die zich even later in het zakhorloge boorde en verdween. Hij vloekte en bedacht zich dat zij in het huis van Theo nog geen minuut veilig waren geweest en rustig een gesprek hebben kunnen voeren. Het volgende wat Achmed moest ontwijken was een percolator hete koffie die als een geleide projectiel met hete inhoud op hem was afgekomen. Enkele hete druppels morsten er op zijn vingers zodat hij weer een kreet van pijn uitte.
“Achmed!” schreeuwde Theo vanonder het Perpetuum Mobiel hem toe. Hij had beschutting gezocht om niet ook gemarteld te worden door rondvliegend huisraad en had de pad bij zich.
“Ga daar weg! Houd jezelf laag en zoek beschutting.”
Met zijn hand gebaarde hij met korte zwaaibewegingen om ook onder het Mobiel dekking te zoeken.
Veel andere keus leek hij niet te hebben en maakte dat hij wegkwam uit de toenemende straal van rondvliegend huisraad en onderdelen van uitvindingen. Een serie pannen uit Theo’s bescheiden keukentje verloren de grip op de haakjes waaraan zij waren opgehangen. Achmed slipte over de gemorste koffie en struikelde daardoor. De confrontatie met de grote soeppan werd hiermee onvermijdelijk gemaakt. TOINK klonk het een paar keer en je zou denken dat iemand de gong had geslagen. Achmed trok een cartooneske grimas en verloor mogelijk één of twee kiezen.

Theo en de pad hadden meer geluk gehad. Zij waren eerder in staat geweest zichzelf te verbergen. De zakhorloges – of etmaluren – hadden in elkaars nabijheid vanuit het niets een enorme en nog altijd toenemende kracht opgebouwd. Langzaam verloren de zich daar omheen bevindende voorwerpen de strijd met hun eigen krachten waarop ze bruut werden losgetrokken en aangezogen door de zakhorloges. Zodra de voorwerpen zich op de zakhorloges stortte volgden lichtflitsen en verdwenen zij in de uurwerken.

“Oh, mijn etmaluur had een verbeterd zakhorloge moeten zijn dat ongelijke kalenderdagen moest compenseren” stak Theo direct van wal toen hij zijn gehavende vriend in beschutting trok. “Het was een hobbyding waarmee ik een nieuw succes wilde boeken. Geen gezeik meer met het doordraaien van de wijzers wanneer de maand minder dan 31 dagen heeft. Oh eigenlijk …”
“Hou op!” Achmed deed waar hij zojuist al naar verlangde en trok de vest van de professor in zijn gespierde vuist. Hij wees naar de zakhorloges die zich als kosmische magneten gedroegen en duidde:
“Ziet dat eruit als een onschuldig horloge dat dagen compenseert? Nou?”
“Oh, correctie … het zijn er in wezen twee. Zie je, aan de andere kant…”
Theo voelde hoe Achmed zijn greep krachtiger maakte en onderbrak hem.
“Als we niet uitkijken compenseert dat geval dadelijk elke minuut die wij nog leven. Dus maak er vlug een eind aan!”

Paniekerig schoten de kraaloogjes van Theo heen en weer. Hij hield zijn handen slap en gebogen voor zich als een pup die om een worstje smeekte, maar eigenlijk bibberde hij van angst. Dit was meer omdat hij zich geen andere houding kon aannemen daar hij vastgeklemd zat in de greep van de beursgeslagen Achmed.

De pad, die zich al die tijd braafjes stil had gehouden, kroop plots voorzichtig onder een houten balk vandaan van de tafel waarop het overgrote deel van het Mobiel bevestigd zat. Tussen al het rondvliegend materiaal was zijn aandacht getrokken door een vliegje dat door de zuigende kracht in een reageerbuisje was beland. Samen met het buisje zat het vliegje geklemd achter een willekeurige andere uitvinding van Theo. Als een jonge poes die met grote ogen zijn eerste eigen kleine jacht oefende, kwam de pad schuchter naar voren. Had hij een staart gehad, dan had je hem duidelijk kunnen zien kwispelen.

“Oh, het moet door de kortsluiting in de Zwarte Golf zijn gekomen,” bedacht de geleerde zich ineens en wierp een blik op het grote aluminium apparaat dat nog altijd één derde van de ruimte in beslag nam maar ook langzaam beplating en onderdelen begon te verliezen.
”De bundel zwart licht die het genereerde, heeft zich daar verzameld doordat ik zonlicht in het apparaat heb opgevangen met behulp van spiegels op mijn dak …” Theo moest plotseling gorgelen en proesten, omdat Achmed zijn geduld verloor.
“Mijn dak kun je op! Bewaar die uitleg voor later Theo. Laten we eerst die … dat … die rare dingen uitschakelen.”
Het was alleen al te laat. De etmaluren hadden te veel krachten opgebouwd. Ze dreigden alles om zich heen op te zuigen. En hoe meer ze aan materiaal leken op te zuigen, hoe intenser de krachten werden. De woning en werkplaats begonnen te kraken. Stof werd zichtbaar waar de houten planken van het huis braken en langs elkaar schoven. Het keukentje scheurde in zijn voegen en leek enkele centimeters naar voren te schuiven. Plotseling stortte er een onlangs gerepareerd dakdeel naar beneden. Het kreeg geen kans om in stukken op de vloer uiteen te breken, maar vloog rechtstreeks naar de twee zakhorloges die nog altijd in de bronzen hefboom verzonken lagen. Licht verdween waar zwarte wolken verschenen. Was dit de apocalyps in de maak? Waren dit eigenlijk wel wolken? Of keken we naar een afwezigheid van licht? De etmaluren bleven zichtbaar, maar diverse zwarte slierten hadden zich in de ruimte gemanifesteerd en kringelden rondom het centrum waar al het materiaal naartoe vloog en verdween. De werkplaats kraakte en kondigde haar verval aan.
De vrienden bezagen hoe de pijl en boog achtereenvolgens met nog wat losse onderdelen over hun hoofden schoten. Splinters volgden. Het Perpetuum Mobiel begon nu duidelijk ook aan stabiliteit te verliezen. Het was het begin van een nieuw gevaar: de beschutting die was gevonden van de uitvinding begon los te breken.

Bliksem schoot door het vertrek. Het leek te dansen door de zwarte slierten alsof het gebonden was aan een meertrapstransformator. De werkplaats was omgetoverd tot een heuse tesla coil. Schichten verschenen om beurten en hadden allen de etmaluren als middelpunt.

In de spiegeling van de ogen van de Reuze Navelpad was te zien hoe de vlieg met grote moeite trachtte uit het reageerbuisje te ontsnappen. Hoe onverstandig dat ook zou zijn. De pad kroop naderbij en waagde zich daarmee ietwat de dicht in de buurt van de etmaluren. Tot op dat noodlottige moment dat de etmaluren nog weer meer kracht hadden gewonnen en zo vat kregen op het bruine lijfje. De achterpoten schoven weg, zonder dat hij ze had aangestuurd dat te doen. Veel tijd om aan zijn fout te denken had de Navelpad niet. Abrupt werd hij weggetrokken naar één van de zakhorloges.

Frustratie werd gevoed met wanhoop toen Achmed naar het zakhorloge omkeek en zag hoe zijn kleine vriendje in het niets verdween. Hij was hem kwijt en voelde dat hij gefaald had.

En juist op het moment dat de pad in één der etmaluren verdween, schoot een scherp voorwerp door het ander de werkplaats in.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Bronzen impact
Volgend hoofdstuk: Vlieg op! 

By kornelisoflook | August 15, 2010 - 8:50 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Scherpe Blik

Het was een warme zomerdag toen ik besloot om iets uitzonderlijks te doen: wat huishoudelijke taken af te handelen.
De wasmand zat al maanden barstensvol met vuile kleren, dus het leek me goed om eens een uitzondering te maken en de wasmachine eens aan het werk te zetten. Maar daarmee confronteerde ik mezelf met een probleem wat ik al mijn hele leven met mij meesleep: mijn allergie voor waspoeder.
Ik had altijd al last gehad van een gevoelige huid en waspoeder maakte het alleen maar erger. Rode plekken, jeuk, en soms zelfs blaasjes waren het resultaat. Dus greep ik naar de vloeibare wasmiddelen. Meestal ging dat goed, tot die ene dag.
Terwijl ik door de gangen van de supermarkt liep, werd mijn aandacht getrokken door een schreeuwerige reclame op een van de schappen: “Nu gratis Choloreus bij aankoop van twee actieproducten.” Mijn eerste gedachte was: “Wat in hemelsnaam is Choloreus?” Het klonk als iets rechtstreeks uit een horrorfilm.
Maar ik moest toegeven, de aanbieding was verleidelijk. Wie houdt er niet van gratis spullen? Ik begon mijn mandje te vullen met de vereiste producten, maar toen drong de vraag zich op: was dit voor mij niet heel risicovol?
Terwijl ik stond te twijfelen, passeerde een oudere dame me met een blik vol afschuw. “Denk je echt dat het veilig is om dat spul te gebruiken?” vroeg ze met een frons. Haar opmerking bracht me aan het twijfelen. Misschien moest ik het advies van een vreemdeling serieus nemen.
Toch besloot ik om de actieproducten niet terug te leggen en ging ik overstag om Choloreus te proberen. Daar zou ik gauw spijt van krijgen.
Een paar dagen later, terwijl ik rustig een boek las in mijn favoriete fauteuil, begon mijn huid plotseling te tintelen. Eerst dacht ik dat het gewoon de hitte was, maar toen werd het erger. Rode vlekken verschenen op mijn armen en benen, en een ondraaglijke jeuk overviel me. Bultjes begonnen zich te vormen en voordat ik het wist zat ik helemaal onder de pus.
Paniek sloeg toe terwijl ik me afvroeg wat er aan de hand was. Had ik per ongeluk iets gegeten waar ik allergisch voor was? Had ik een nieuwe lotion gebruikt die mijn huid irriteerde? Maar toen herinnerde ik me de bijna-aankoop van het vreemde wasmiddel.
Ik snelde naar de badkamer en spoelde mijn huid af onder koud water. Maar de jeuk leek alleen maar erger te worden. In mijn wanhoop trok ik mijn telefoon tevoorschijn en begon te zoeken naar ‘choloreus’.
Wat ik ontdekte, liet me bijna van schrik van mijn stoel vallen. Choloreus was geen merknaam of een fancy nieuwe toevoeging aan wasmiddel – het was een zeldzame, maar uiterst besmettelijke huidaandoening die voornamelijk voorkwam bij vee en via het vet van vee op mensen kon overspringen. Zou dit vet soms verwerkt worden in “schoonmaakproducten”?
Mijn hart bonkte in mijn keel terwijl ik me realiseerde dat ik bijna iets verschrikkelijks had geïntroduceerd in mijn huis. Ik gooide de resterende producten weg en waste mijn huid grondig met een milde zeep. Gelukkig leek de reactie na een paar uur af te nemen, maar het voorval liet me achter met een diepere angst voor de verraderlijke wereld van huishoudelijke producten.
Vanaf die dag zweer ik bij mijn vertrouwde, anti allergene wasmiddel. Of ik was mezelf gewoon een hele tijd niet.
En hoewel de verleiding van gratis producten soms groot is, weet ik nu beter dan mijn gezondheid op het spel te zetten voor een dubieuze aanbieding. Soms is het gewoon niet de moeite waard om een gok te wagen, vooral niet als het gaat om je eigen welzijn en ik liever vertrouw op mijn eigen huidvet.

By tinusicket | August 11, 2010 - 10:59 am - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Duimzuigerij, Nederlands, Scherpe Blik

image by Alaskan Dude, edited by Gsorsnoi 

Het was een dag met een vrij druk bezette agenda. Een echte mentale energieslurper. Ik moest al wat eerder op mijn werk zijn om het uurtje te compenseren dat ik aan het einde van de dag nodig had om op tijd bij mijn rijles te zijn. Deze dag was sowieso wat raar. Toch al vroeger naar je werk, een afspraak die niet door ging en een vreemd probleem op het werk dat wat extra aandacht vroeg.
Het was echt zo´n dag waarop je ´s avonds op de vraag: “Hoe was jouw dag?” antwoordt “Nou, een beetje raar eigenlijk”.

Nog in gesprek met een collega van mij over dat ene probleem voelde ik de energie wat uit me wegtrekken waardoor mijn gesprek met hem leek alsof ik mij in een dromerige toestand bevond. Ik moest mijn energie die dag wat ongelukkig verdeeld hebben. En mijn dag was nog niet eens voorbij! Ik moest nog lessen voor mijn rijbewijs.
Het was duidelijk tijd om naar huis te gaan. Hup, autorijden jij.

Douchen onderweg.

Pep pep, toet toet! De lesauto stond klaar en ik ging lessen … met 110 in de stromende regen op de snelweg. Ach, heb ik dat ook een keer meegemaakt. Niet dan?

De hond in de pot vond ik niet, maar ik was de laatste die at. Uitgeblust ging ik daarna met vrouwlief nog wat op de bank zitten. Laat die flirt van de afwas nog maar even wachten. Eerst even hangen op de bank met een halve liter thee. Zo … buis aan … verstand op nul (was ie al! Mijn verstand ook trouwens).

Slaapwakker.

Op het moment dat we de herhaling van ons favoriete makeover-programma wegzapten om eens wat anders te kijken, liet ik mijn gedachten wat afglijden en was mijn onderbewustzijn mijn dag al aan het resumeren. Ik dreigde wat slaapfases te gaan overslaan om maar direct languit kwijlend op de bank in mijn Remslaap te belanden, maar presteerde het toch om wakker te blijven.
En toen … zo vanuit het niets … proefde ik ineens de smaak van een vreemde stad op mijn lippen. Alsof je onbedoeld hunkert een reis te willen boeken naar een ver land. Nou daar was ik wel aan toe!
Zonder dat mijn vrouw het werkelijk hoorde sprak ik zachtjes: “Seattle”.

Wat? Ja, Seattle. Je weet wel. Die grote stad in de staat Washington. Weet ik nu, want ik heb er net even op gegoogled. Mijn aardrijkskundige knobbel is best aan de ontwikkelde kant. Maar Seattle had ik even niet op een wereldbolletje kunnen aanwijzen. Je kunt niet alles weten. Hoe kwam ik er nu ineens op om aan die ene stad aan de westkust van de V.S. te denken?

Of all places.

“Wat is er nog meer op tv lieverd? Oh, hier komt zo een film. ‘A daughter’s conviction’. Geen idee. Laat hem daar maar even op staan.”
De film begon en … BAM … de eerste shot: de Space Needle van Seattle.

“Urrrlllgggh!!!” bracht ik uit en ontwaakte uit een Remslaap die ik niet heb beleefd. Maar ik zat daar mogelijk al de hele dag in gevangen en zou hebben kunnen zweren dat ik op de rand van een afgrond ben wakker geworden zo verbaasd was ik. “Seattle??” zei ik  nu hardop. Mijn vrouw kon het nu ook horen.
Ze keek me al bevreemd aan alsof ze mij wilde antwoordde: “Huh, wat is er met Seattle?”
Ja, precies! Hoe wist ik nou dat een film die nog moest beginnen zich afspeelt in … of all places … SEATTLE???

Onbewuste informatie.

De Petronas Twin Towers weet ik door een keer een tussenstop op Kuala Lumpur en diverse films nog beter op de kaart aan te wijzen. Maar van het bestaan van deze Space Needle (ook opgezocht) was ik mij niet eens bewust.

Ik heb hier dan ook maar één verklaring voor en verwijs graag naar een artikel wat ik hier al eerder over schreef: Onbewust lezen.
Soms neem je informatie tot je – zoals het bladeren door een tv-gids of een reclame die voorbij is geweest – die je niet bewust aan het bekijken bent, maar zonder dat je het door hebt, toch tot je neemt.

image by tnarik, edited by Gsorsnoi

Achmed en de Navelpad, maar vooral de professor, geloofden hun ogen niet: het Perpetuum Mobiel draaide op volle toeren en leek zichzelf in beweging te houden. Pompen, zuigers, flesjes, blaasbalgen, raderen, wielconstructies, hefbomen en veermechanismes … alles leek in beweging te zijn gekomen en in beweging te blijven. De gehele constructie was zó complex, groots en compact op elkaar gebouwd dat het onmogelijk leek voor een ander om zich van de werking van alle onderdelen te kunnen overtuigen.

Het was ongelooflijk dat deze hele stellage op gang was gebracht door het aantikken van een onschuldig lepeltje. Ondanks het feit dat Achmed hier met de pad om andere redenen aan Theo een bezoek kwamen brengen, kon hij het niet helpen zijn afgeleid te zijn door dit schouwspel.
Hij wist echter dat het Perpetuum Mobiel geen eeuwig leven beschoren kon zijn. Geen uitvinder in het verleden is daar ooit in geslaagd. De gedachte alleen al dat het hele mechanisme bestond uit raderwerkjes en hefbomen, houten en metalen componenten bracht hem tot de wetenschap dat de vergankelijkheid van het gebruikte materiaal ooit zijn tol zou komen eisen. Bij het terugdenken aan hun binnenkomst moest hij aan de opgestelde boog denken. Wat deed dit wapen in een apparaat dat er voor was ontwikkeld om meerdere cycli te doorlopen? Een pijl op een boog zal zichzelf niet uit de deur trekken en terug op de boog leggen. Toch?
Achmed had niet meer verbaasd kunnen zijn toen hij een bronzen metalen arm ergens tussen alle onderdelen omhoog zag komen die de pijl grof uit de deur rukte om deze terug op de boog te leggen. De boog werd netjes aangespannen door deze arm zodat de pijl opnieuw afgeschoten kon worden. Daarop keerde de arm terug in het mechanisme als was het een clown die uit een doosje omhoog was geschoten zoals je ze wel kent uit een fopwinkel.

“Volkomen nutteloos” bracht Achmed onhoorbaar uit en schrok even van zijn eigen onbeleefde uitspraak. Theo hoorde het toch niet. Die was zich nog over de continue beweging van het apparaat aan het verbazen. Het Mobiel maakte trouwens toch te veel leven om er in de nabijheid een normaal gesprek te kunnen voeren.
Er waren zoveel onderdelen te benoemen die Achmed zulke onnodige toevoegingen leken. Maar misschien was het juist dat radertje dat bij Theo los leek te zitten dat zijn uitvinding soms tot succes bracht. Tja, waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?

“Waar is die pad van mij trouwens gebleven?” bedacht Achmed zich. Hij keek even om zich heen en nam de rest van het onderkomen van Theo in zich op. Allemaal nutteloze uitvindingen die de man bezig hielden waarvan je van een normaal mens niet zou denken dat hij zich ermee zouden kunnen voorzien in het levensonderhoud. Theo speelde het klaar.

Achmed stond naast een kolossale aluminium creatie in het vertrek wat er zeker één derde van in beslag nam.
“Theo, even over waarom wij naar je toe zijn gekomen.” Achmed moest zijn stem verheffen om boven het geluid van het Mobiel uit te komen om Theo’s aandacht te krijgen. “We zijn hier gekomen voor jouw hulp”.
Geen reactie.
Theo had al die tijd in een zekere euforie naar zijn uitvinding staan kijken. Hij was er eindelijk in geslaagd om een apparaat te ontwikkelen dat eenmaal in beweging gebracht, altijd zou blijven bewegen. Dat hij de beweging die het in gang had gezet niet zelf heeft veroorzaakt even daar gelaten.

Achmed probeerde het nog eens: “Theo!”.

Juist op het moment dat het er op leek dat Achmed aandacht zou krijgen van de professor begon het Perpetuum Mobiel een geweldig hard knarsend geluid te maken. De herrie was zo hels dat het de Duivel zelf zou wekken.
Hier ging iets niet goed. Enkele cilinders kregen meer slagen te verduren dan waar het voor gebouwd was waardoor de stoomproductie opliep en de ruimte zich vulde met een witte waas. Even voor het zicht over de machine werd ontnomen, kwam de oorzaak van het defect aan het licht: daar waar drie bronzen pijpen achter elkaar stonden opgesteld om stoom te blazen spuwde één ervan de Reuze Navelpad uit de koperen cilinder de ruimte in. Daar zat hij dus! De pad had zich in zijn nieuwsgierigheid verstopt in de machine.

Het Perpetuum Mobiel werd instabiel en begon aan alle kanten te ratelen. Een gigantische stoomproductie kwam tot ontwikkeling. Ketels werden gloeiend heet en zwelden rood op. Drijvers begaven het en lieten los. De hele stellage kwam in beweging en trilde als een bezetene.
De angst sloeg de professor en Achmed om het hart. Theo maakte een sprong en trok Achmed in zijn vlucht mee om beschutting te zoeken terwijl de machine tegen het punt van exploderen liep. Hier was het niet veilig meer.
Een enorme knal volgde waarbij een regen van klinknagels het drietal om de oren vloog. Naast klinknagels kwam er ook een hele serie radertjes los van het apparatuur. Eén ervan zoefde het gezicht van  Achmed rakelings voorbij en stootte met volle kracht tegen het bedieningspaneel van de grote aluminium creatie waar hij eerder naast had gestaan. Het had weinig gescheeld of het radertje had Achmed voor zijn leven ongelukkig gemaakt.

In plaats daarvan bracht dit bewuste radertje de rest van het verhaal in werking door de kortsluiting die het veroorzaakte in het getroffen paneel. Het paneel behoorde toe aan Theo’s volgende vinding: de Zwarte Golf.
Een halve meter verwijderd van het paneel van dit immense apparaat zat een soort kanon bevestigd dat ten gevolge van de kortsluiting een zwarte bundel begon te produceren. Een bundel die zich door de ruimte verplaatste in de richting van de plaats waar Theo had gestaan op het moment dat hij bezoek kreeg. De uitvinding waar hij toen aan stond te werken werd erdoor getroffen. Een elektrisch geluid kwam tot leven.
Direct na de impact van deze zwarte bundel begon de jaszak van Achmed te gloeien. Een schroeiplek brandde zich in zijn jaszak waardoor er een gat in ontstond. Achmed trok direct zijn jas uit en dacht dat hij op het punt stond om te verbranden.
Juist wanneer het gat gebrand was schoot het roodgloeiende zakhorloge los uit zijn borst en schoot met een geweldige vaart door de werkplaats.

Was een gekartelde hefboom van het Perpetuum Mobiel er niet geweest, dan had dit verhaal snel een verschrikkelijke afloop gekend. Het roodgloeiende zakhorloge was namelijk krakend tegen het brons van de hefboom tot stilstand gekomen. De impact van het zakhorloge tegen het brons was zo waanzinnig hard geweest, dat het zakhorloge anderhalve centimeter in het materiaal was weggezonken.

Professor Theo Nologie, die de andere kant van de hefboom bezag, constateerde dat eenzelfde zakhorloge zich ook aan de die kant in het brons had geboord. Geschokt bracht hij uit: “Oh nee! Het etmaluur!”

Wordt vervolgd.

Vorige hoofdstuk: De opluchting

image by jm3, edited by Gsorsnoi 

Na een heftige explosie in de Franjéstraat in Baarlem stond afgelopen zaterdagmiddag een deel van de winkelstraat blauw van de rook.

Door een ongelukkig voorval heeft een zware ontploffing plaatsgevonden in de verlichtingswinkel ‘Ja, Allicht’. De vrouw van de lampenboer zal zijn nog overgebleven peertjes een flinke poetsbeurt moeten geven nadat zij zichzelf van de schade en het enorme verlies heeft hersteld. Eigenaar Oswald Ram is niet meer. De zwaargetroffen echtgenote Petronella Ram meldt nog beverig hoe de heer Ram bij een ongeluk met een stapel exploderende TL-balken om het leven kwam. Petronella had haar man al eerder gewaarschuwd over de opslag van de 650 stuks tellende antieke TL-balken.
“Met een paar stevige touwen zaten deze vastgesnoerd in het magazijn. Maar toen afgelopen week de heer Ram een volgende TL-balk aan zijn collectie toevoegde brak één van de onderliggende TL’s doormidden. Het gas in één TL-balk is niet gevaarlijk. Maar 650 exploderende TL’s overleeft niemand.” aldus mevrouw P.Ram.

By reuzenavelpad | August 5, 2010 - 10:00 am - Posted in De anagrammen, Duimzuigerij, Nederlands, Reuze Navelpad, Verbaal Genot

image by ExeyPanteleev, edited by Gsorsnoi 

(Let op: extra moeilijk!)

Hey hallo! Heb ik je aandacht? Het artikel begint hier hoor. Ben je even afgeleid of zo?
Het is deze keer niet helemaal goed gegaan. De anagrammen van deze maand zijn één groot zooitje geworden!

Herinner je dat de Reuze Navelpad en ik vorige maand naar het strand zijn gegaan? Weet je nog dat het strand daar vol lag met mensen met ontblote navels? Allemaal bikini’s en blote torso’s?
Het was eerst leuk en gezellig samen op het strand. Maar dat was tot ik die kwaker van mij kwijt raakte. De aantrekkingskracht van al die maagdelijke navels was duidelijk te veel voor hem.

De Reuze Navelpad kon zijn honger naar het kruipen in navels niet bedwingen en schoot het strand over op zoek naar bekende Nederlanders.
En uiteraard lag het strand daar juist die dag vol mee.

Maar net zoals jij en ik te veel kunnen eten, zijn een tiental navels tegelijk voor deze pad ook een beetje te veel in één keer. Hij stampte zichzelf vol , raakte afgeleid door al die navels, vergiste zich in een navel en werd toen ineens flink beroerd. De pad begon over te geven en gooide zo alle anagrammen door elkaar.

Ja, en nu? Nu zitten we met een heel zooitje afgeleide anagrammen.
De truc is om eerst het juiste koppel anagrammen terug bij elkaar te plakken om vervolgens de letters weer terug door elkaar te gooien om er weer bekende Nederlanders van de maken.
Ga er maar aan staan…

Succes met ontanagrammaniseren!

  • Binoculair || Nepzwaard
  • Tamme || Imam
  • Arnica || Huismiddeltje
  • Louche || Luimen
  • Bler || Verbah
  • Jobjes || Notoir
  • Junk || Ellenden
  • Kroegninja || Nivelleren
  • At || Kannibalisme
  • Armada || Nerdje

Opgelost:

  • Jobjes ||  Nivelleren (geraden door PiCo)
  • Eet || Nepzwaard (geraden en ontpluisd door PiCo)
  • Arnica || Imam (geraden door PiCo)
  • Junk || Huismiddeltje (geraden door PiCo)
  • Armada || Verbah (geraden door PiCo)
  • Tamme || Ellenden (geraden door PiCo)
  • Kroegninja || Luimen (geraden door PiCo)
  • Bler || Kannibalisme (geraden door PiCo)
  • Binoculair || Nerdje (geraden door PiCo)
  • Louche || Notoir (geraden door Sandra)

Met vriendelijke reuzel,

Navelpad

By tinusicket | July 26, 2010 - 8:52 am - Posted in Duimzuigerij, Galbakkerij, Kakfietsen, Nederlands, Onbedoelde mening

image by tillwe, edited by Gsorsnoi 

Met dit artikel – dat overigens eveneens is gebaseerd op een waargebeurde waarheid –  wil ik de serie ‘Ivoren torentjes’ voorlopig besluiten. Hetgeen niet wil zeggen ik er nooit meer een poepje om zal laten en mij genoodzaakt zal zien weer in de pen te kruipen, maar leest dit verhaal en ge zult wellicht begrijpen waar de wortels liggen van mijn frustraties jegens dit omhooggevallen volk.Verder wil ik in deze serie nog even kwijt dat de geschreven artikelen omtrent de frustraties gestoeld zijn op die personen die zich daadwerkelijk als kakkers hebben gedragen. Want niet elk persoon met dit ‘type wasmachine’ gedroeg zich zó belegen als geschetst in dit verhaal. 

😉

‘Er is geen betere, maar ook geen duurdere’ bedacht ik mij nog eens, terwijl wij met een loodzware wasmachine achter in de bus aan waren gekomen bij een villa in Bloemendael. Mijn collega Hans aan het stuur zag dat het met die ‘ruime’ oprijlaan wel meeviel en gebood mij uit te stappen en onze bedrijfsbus veilig binnen te taxiën. Een weinig later glimlachte ik naar mijn collega en stak mijn duim op. Mijn glimlach trok zich in een grijns op het moment dat ik aan een van de zijden van de bus zag dat de bakfiets van de eigenaar geen kant meer op kon.

We besloten eerst maar eens polshoogte te gaan nemen, voordat we het nieuwe zwaargewicht uit de bus trokken en mogelijk tot de conclusie moesten komen dat we ofwel aan het verkeerde adres waren, of dat er een andere aannemelijke reden was om de wasmachine nog maar even ingepakt in de bus te laten staan.

Het had er alle schijn van dat we bij het binnenstappen van dit vertrek zouden worden begroet door een butler die ons een wachtkamer zou wijzen om ons later te bedienen van de beste versgemalen koffie op een zilveren dienblad. Bij het naar buiten tillen van de oude wasmachine zou dezelfde butler waarschijnlijk nog achterna zijn gelopen met een ouderwetse wasteil om eventueel lekkend roestig restvocht op te vangen terwijl we het apparatuur naar zijn kerkhof zouden dragen.
Van de eigenaar van dit optrekje zou geen spoor zijn te bekennen. Zij zou wel wat beters hebben te doen. We zouden hooguit Mademoiselle De Petit Fleur met vier roze denim pantoffeltjes aan iedere poot op een kussentje aantreffen en door haar getrakteerde worden op een minderwaardige blik.

Een keer of wat onderweg van en naar de bus naar de plaats van de wasmachine zouden we 42 botten hebben gebroken, omdat onze glibberige werkschoenen het niet zouden hebben gehouden op het immer gepoetste marmer.
Verwacht mocht worden dat we de butler hadden moeten vragen in welke van de acht washokken de wasmachine geplaatst mocht worden om tot de conclusie te komen dat we erop gewezen werden dat we met de bus twee straten verder moesten rijden naar het buitenvertrek.

We waren namelijk al geschokt dat iemand met zoveel air in hoogsteigen persoon naar onze witgoedwinkel was afgereisd om zelf de wasmachine uit te kiezen die de oude moest gaan vervangen.

De schok was compleet toen deze Madam na ons aanbellen zelf de deur kwam open doen. Uit verbazing liet Hans zijn gereedschapskist bijna op mijn tenen stuiteren.
De vrouw des huizes stond daar in haar deurpost op een zo prehistorisch charmant mogelijke wijze ongeföhned en in niets meer gekleed dan een pluizige roze ochtendjas.
Het was de Koningin zelf, maar dan anders. Eigenlijk heel anders.

Meer dan een uur en zonder één slok koffie later stonden we buiten. Zo lang, omdat we niets viezer mochten maken dan het al was en daartoe de gastpantoffels moesten aantrekken en enorm werden opgehouden door de zeurende en kwebbelende Koningin. Er was niets wat we in haar ogen goed konden doen.
De wasmachine die moest worden vervangen stond in de keuken met het vieze wasgoed er nog in. Het aanrechtblad, de tegels en de vloer plakten aan alle kanten en hier en daar werd je getrakteerd op een dot kattenhaar.
Kleding lag door het gehele huis en de lucht van de GFT-bak was dwars door de serre bij de voordeur te ruiken.

Ik zal het nooit vergeten.

Al hadden we de attitude van een zeverende kakker wel al verwacht toen deze mevrouw bij ons in de winkel stond. De grootste desillusie was wel het huishouden gelijke Jan Steen die we aantroffen daar in Bloemendael.
 

image by vige, edited by Gsorsnoi 

De lepel schoof  opzij en draaide rond een steel waar meerdere lepels op bevestigd zaten. Hiermee werd de as van dit instrument tot roteren gebracht wat een grote platte metalen radar eronder aandreef. Deze radar stond geschakeld met een hele serie radars en radertjes van hetzelfde soort. Een veer werd van spanning gebracht wat weer een nieuwe as deed ronddraaien. Even verderop in het mechanisme werd een uit radars opgebouwde tafel geactiveerd. Het bovenste blad van deze tafel bracht een ratelend geluid voort dat aan de secondeteller van een bovenmaats horloge deed denken.

Veel verderop in de stellage klonk achter enkele wijzerplaten het aanzwellende geblaas van een zuiger en vulde een blaasbalg met lucht. Het leder van de blaasbalg tikte een hefboom aan waarop normaal een appel bevestigd had moeten zitten op een pen om deze omhoog te brengen in een pijp. Bij het ontbreken van het gewicht van de appel schoot het andere uiteinde van de hefboom tegen een voorwerp dat veel weg had van een steelpan welke op zijn beurt losschoot van de constructie en een baan begon door de ruimte richting het meubilair.

“Oh nee, oh nee, oh nee!” Theo wist niet wat hij anders moest uitbrengen tot hij zag dat het Mobiel enkele onderdelen begon los te laten. Het Mobiel viel op verscheidene plekken uit elkaar. Het leek erop dat het verval van een grootste uitvinding was aangekondigd.
Met een open mond van verbazing zag toe wat hij in werking had gesteld. Eén enkel tikje tegen dat onschuldig ogende lepeltje had het ongeladen perpetuum in gang gezet en het was waarlijk een intrigerend schouwspel om te zien. Maar zou het goed aflopen?

De Reuze Navelpad was op de schouder van Achmed gekropen en greep zich vast in enkele plukken van zijn zwarte haar. Met grote ogen op het mechanisme gericht kon hij niet veel anders doen dan toe te schouwen. Hierdoor was hij afgeleid van het knorren van zijn maag wat duidde op een beginnende honger naar roem.

Het steelpannerig voorwerp tikte met luid kabaal tegen een grote lege vogelkooi die stond opgesteld op een dressoir. Door de klap van dit voorwerp raakte de vogelkooi uit balans en tuimelde van het blad.
De vogelkooi kletterde onzachtzinnig tegen de kromgetrokken houten planken van de vloer en liet het deurtje in de kooi openzwiepen.

“Oh, maar nee! Nee! Nee! Nee!” Theo was in een grote paniek geslagen. Hij bracht zijn handen naar zijn bleekgetrokken gelaat en maakte daarmee een duidelijke imitatie van Evards Munch’s schreeuw. “Oh, de Opluchting! De Opluchting is uitgelucht.” Zijn ogen schoten van links naar rechts en weer terug in zijn oogkassen. Theo zag het gebeurde aan alsof hij één van zijn uitvindingen in een ravijn zag storten.
“Oh, uitgelucht is ze … uitgelucht”.

Achmed begon te grijnzen van leedvermaak, maar snapte net zo goed niet waar Theo nou zijn ophef vandaan had gehaald.
“Moet je nu dan niet opgelucht zijn?” bracht Achmed abrupt naar voren toen het grootste kabaal was gedempt en het perpetuum nog op volle toeren draaide.

“Oh, begrijp je het dan niet?!” foeterde Theo woedend.
Het bleke gelaat maakte plaats voor een rode kleur die werd veroorzaakt door de opwinding van deze uitvinder. Hij balde zijn ene vuist en veegde ontdaan was speeksel van zijn kin dat erop was beland na zijn laatste uitspraak.
“Oh, de Opluchting was een uitvinding van een grootst formaat. Het had ons inzicht moeten geven over de duurzaamheid van wat ons in leven houdt.”

“Het is een lege vogelkooi …” merkte Achmed droog op.
Theo leek Achmed te willen aanvallen en bracht zijn handen naar diens vest. Deze actie zorgde ervoor dat de vliegeniersbril langs het gezicht bungelde.
De Reuze Navelpad viel weer eens van de schouder. En een blik van Theo die zijn hoofd in tweeën had kunnen splijten was geladen met teleurstelling en agressie.
“Rustig vriend.” gebood Achmed hem “Wees alsjeblieft rustig en vertel mij eens wat die vogelkooi van waarde is voor jou.”

Theo liet Achmed los en draaide zich woest om met de woorden: “Oh, ze was van onschatbare waarde voor mij. Wat zeg ik? Voor de mensheid!” Opnieuw keek hij zijn vriend hij en verklaarde: “De Opluchting bevat een voorraad opgesloten lucht. Opgesloten lucht die in elke normale omstandigheid in kwaliteit zou moeten afnemen. Maar door het bloot te stellen aan frisse lucht hoopte ik hiermee te kunnen meten hoe lang je lucht opgesloten kunt houden zonder dat het muf zou gaan ruiken.” Er volgde een korte adempauze.
“Oh, als we te weten hadden kunnen komen hoe het zit met de duurzaamheid van zuurstof dan …”
Theo staakte zijn onnozele uitleg en verstarde.

De Reuze Navelpad liet zijn koppie nog even zien. Hij had zich tijdens de woede-uitbarsting verstopt achter een haarlok van Achmed.
“Oh, maar wat is dit nu?” en Theo moest moeite doen niet te gaan kwijlen terwijl hij opvrolijkte bij het zien van zijn andere speeltje. “Het Perpetuum Mobiel! Ze beweegt!”
Het geknor in de buik van de pad hield op.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Het vindingrijk
Volgend hoofdstuk: Bronzen impact

Er zijn van die avonturen op je stalen ros die je nog lang zult heugen. Een fietstochtje zoals ik die dagelijks maak van en naar mijn werk is 8,3 kilometer lang. Met die lengte schept het voldoende mogelijkheden tot wat onverwachte obstakels.

Je hebt altijd wel eens wat hinder van wegopbrekingen, trage voorliggers, rode stoplichten, vuilnis op het fietspad of slecht wegdek. Maar de hinder die ik laatst ondervond was van een heel nieuw kaliber. Zo ergens halverwege de route kom ik, zoals op zoveel punten tussen A en B, een langgerekt fietspad tussen twee stoplichten tegen. Het is een fietspad – voor wie het interesseert – dat voor de helft bestaat uit voetpadtegels en voor de andere helft uit betonnen platen die daar waarschijnlijk ooit zijn neergelegd toen er wat zwaar verkeer over heen heeft gemoeten.
Dat ‘zware verkeer’ komen we nog op terug.

Een ander belangrijk kenmerk van deze fietsstrook is de twee richtingen waarin men zich erop mag verplaatsen. Je hebt dus altijd wel eens met tegenliggers te maken.
Deze feiten lijken zo op zichzelf beschouwd helemaal niets spannends te bevatten of onderdeel uit te maken van enig plot of climax, maar niets is minder waar.

Het laatste puntje van aandacht is de flauwe bocht naar links en vervolgens naar rechts in dit fietspad met een bomenrij aan de rechterhand, zodat je voor je de bocht gepasseerd bent, onmogelijk kunt overzien wat je na de bocht mag verwachten.

Afijn. Uiteraard fietste ik in die richting over het fietspad.
Tot ik ineens vol in de remmen moest nadat ik zover de bomenrij gepasseerd was dat ik wel kon zien wat er achter lag.

Ik heb van mijn leven nog nooit zoiets gezien. Niet van dit formaat in elk geval!
De bruine hoop die daar op het fietspad voor mij lag opgestapeld was zo enorm van formaat dat het de gehele rechter fietsbaan besmeurde. En dan niet zo maar zo’n natte vlaai die melkproducerende gevlekte runderen deponeren als ze aan de schijterij zijn hè? Nee, dit was een heuse BERG paardenstront van het zwaarste soort …
… dat ik je vraag: hoe groot is dat paard?

image by Nesster, edited by Gsorsnoi 

Het is weer tijd voor een heerlijke tongbreker. Lees hardop! 

Vervent en onbeledigd doet de griet de andere zwager lager zingen. Maar hoger dan de schlagerzanger. Het polsbandje ziet zwart dat ze een ringtone al van verre heeft zien aankomen. Ja vandaag valt ze voor de bijl en zal Aart Staartjes naar de kapper willen. Nee, een gloed zal ze niet snel gehuild hebben. Maar vechten tegen orks, imps en anagrammen kan ze als geen ander!

Het leek bijna gisteren dat David de Kabouter een snollige zakdoek van visitekaartjes wist af te houden en zo voorkwam dat de moerkerdouwer zijn gulp opnieuw zou opendoen. Heel fantastisch was dat natuurlijk niet. Maar erger dan het wrok tegen bakfietsen is een draaiorgel die gemonteerd werd in zo’n ding.

Shufflepuck speel ik allang niet meer. Van andere retrospelletjes wordt het kwik romig. Al was het de grote pompoen die een knipoog gaf naar de huigvermuiting die dremel veroorzaakte. Een notitieblok staat sexy bij een persconferentie.
Likkebaardend en ongegeneerd slaat het scootmobiel op vier uur en leven de ganzen nog lang en gelukkig.

Ja man zonder stempelautomaat: nu ben je mooi gesjaakt!

Geïnspireerd op: Huigvermuiting veroorzaak dremel