
Op één nacht besloot ik mijn kleine padje te volgen op het moment dat hij zijn bedje uit zou komen. Zoals ik al had verwacht pakte hij het fietsie en weg was hij. Ik zette de achtervolging in met mijn eigen fiets.
Maar wat was dit? Shit, wat had mijn lieve padje er een trek in zitten zeg! Het stalen ros maakte overuren. Als een bezetene trapte hij op zijn fietsje en fietste ver van huis. Met mij op sleeptouw genomen trokken we het halve land door. Hij had geen licht op z’n fiets. Ik wel.
Na enkele uren kwamen we ergens aan tussen het midden en nowhere. Het was koud, ik had werkelijk geen idee waar we waren en was helemaal kapot.
Mijn fiets verstopte ik achter een boom en keek wat mijn padje zou doen. Geheel in trance hupte mijn padje van zijn fietsie en sloop naar het dichtstbijzijnde huis. Er was geen tijd om te treuzelen. Ik volgde hem op de voet (gelukkig heb ik ook platvoeten) en deed daarbij mijn best hem niet uit het oog te verliezen. Natuurlijk, ik moest wel. Hoe zou ik anders zelf nog thuis komen?
Anders dan hoe mijn padje via het toiletraampje naar binnen wist te klimmen, moest ik een andere manier vinden om te kunnen volgen wat er in dat huis stond te gebeuren. Om daarbij niet al te veel op te vallen sloop ik rechts langs het huis en trachtte glurend door de ramen te volgen wat er binnen gebeurde.
Dit viel me zwaar. Ik was mijn pad allang kwijt. Hoe kon ik nu weten waar hij zich in het huis bevond? Het kwam op mazzel aan om toevallig door de ramen mijn pad in een kamer te zien huppen. Die mazzel kwam gelukkig. In de woonkamer zag ik hoe hij al huppend de trap ophupte en naar de bovenetage bewoog.
Ik hupte in de eerste de beste regenpijp en klom langs de gevel omhoog.
Maar wat nu? Hij kon nog steeds in alle kamers van die bovenetage binnengedrongen zijn. Ik kon wel precies aan de andere kant van het gebouw voor Spiderman aan het spelen zijn dan waar de ondeugende kwaker aan het inbreken was.
De nadering ontknoopte op het moment dat ik turend door een raam van één van de slaapkamers toevallig gadesloeg wat voor vunzige kikker ik in huis had gehaald. Euh… pad bedoel ik.
De kwaker was juist de slaapkamer binnen getreden waar een bewoner lag te ronken. Herstel: bewoonster.
“Wat is dit nou?” dacht ik. Dat mens wat daar in bed ligt ken ik! En niet ik alleen. Half Nederland zou haar zo herkennen. Dat wil zeggen: iedere Nederlander die op de werkdagen vanaf acht uur niets beters met zijn tijd wist te doen toen zij nog op TV was. Mijn vunzige kleine padje sloop ’s nachts bij Bekende Nederlanders naar binnen.
Maar waarom? En bleef dit alleen bij jonge dames? Of vielen er ook oudere dames of wellicht ook mannelijke BN-ers ten prooi aan deze groenbruine vuns?
De kleine viezerik (zo dacht ik) kroop op het bed en op het lichaam van deze jonge dame. “Ik wist het!” dacht ik nog. “Nu zal het gebeuren. En ik moet iets doen om het te stoppen.”
In lijn met mijn verwachting kroop hij onder haar negligé waar ik zou denken dat hij een eigen betekenis zou gaan geven aan … euh nou ja … je weet wel wat padden en kikkers doen.
Ik moest nu in actie komen, anders zou het vlug te laat zijn geweest.
Toen stokte mijn adem. Want op het moment dat ik iets wilde gaan ondernemen zag ik tot mijn grote schik hoe mijn kleine padje op haar buik klom en … ik weet haast niet hoe ik het moet uitleggen …
… hij verdween gewoon.
Laat in die ochtend heb ik als een Tom Boonen aan mijn stuur moeten harken om eerder thuis te zijn dan hem. Nog hijgende van de inspannende fietstocht deed ik voor hem de deur open en trok hem naar binnen.
“Zo mannetje. Jij hebt mij wat uit te leggen. Waar ben jij geweest?!”
Krokodillentranen begonnen zich te vormen op zijn wangetjes.
“Nou meneertje? Zeg het maar.”
Het groen trok uit zijn gezicht en antwoordde:
“Anneke van Jeuking”
“Niets van waar. Zo heette ze niet. Wie was zij!?”
De pad twijfelde. Maar zei uiteindelijk: “Vijg Aaneen Nukken, Nekkuiven Najagen, Genaak Kneu Venijn, Keniaan Junk Geven, Geen Juk Aanvinken, Javanen Ukken Gein, Ingenu Kajak Neven …”
Toen moest ik hem de mond snoeren om te voorkomen dat er nog meer van dit soort rare en nare onzinwoorden zouden volgen. De kreten die hij hanteerde werden hoe langer hoe vunziger. Kreten die ik niet in dit artikel zou willen plaatsen omdat er werkelijk bizarre en smerige associaties mee te maken zouden zijn.
Toch zat er wel degelijk een logica in dit gebrabbel. De bekentenis die ik uit hem los zou trekken zou een hoop verklaren.
Wordt vervolgd.
Vorig hoofdstuk: Fietsie foetsie
Volgend hoofdstuk: Der Witregels
This entry was posted on Tuesday, February 23rd, 2010 at 16:58 and is filed under Reuze Navelpad, Navelpad Mysterie, Galbakkerij, Astronomisch gedachtengoed, Duimzuigerij, Nederlands. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
Het anagram van deze keer is: Aukje van Ginneken!
Jij zou een boek moeten schrijven.
Maar kinderboeken zou ik niet aanraden…
[…] hoofdstuk: Pervers Kind Volgend hoofdstuk: Der […]
[…] Mysterie (5): Het zakhorlogeNavelpad Mysterie (3): Der Witregels » Tycoon Newspaper on Navelpad Mysterie (2): Pervers KindNavelpad Mysterie (4): Twee kwaden » Tycoon Newspaper on Navelpad Mysterie (3): Der […]