By karelriemelneel | February 27, 2011 - 1:28 pm - Posted in Contaminaties, Nederlands, Verbaal Genot

Bestaat uit: “Zijn lot was bezegeld” & “Dit lot was hem beschoren”

Uitgesproken door: Achmed Liën in ‘Kongamato: de gevleugelde botenbijter’

Datum: vrijdag 18 februari 2011

By tinusicket | February 25, 2011 - 2:25 pm - Posted in Nederlands, Onbedoelde mening, Scherpe Blik

image by Ater, edited by Gsorsnoi

Op de vroege maandagmiddag waarop wij voor een minicruise gepland stonden om naar New Castle op en neer te gaan, zagen wij ons genoodzaakt om nog even een kleine boodschap te doen in de plaatselijke supermarkt. Het was om te beginnen al een foute gedachte dit op het allerlaatste moment te willen doen. Dat terzijde.

Zoals zoveel mensen ben ik vervloekt een kassarij langer te laten duren zuiver door er in plaats te nemen. Bij de wekelijkse boodschappen die ik met mijn vrouw samen doe, ben ik daarom zo tactisch haar naar voren te schuiven om een kassa te laten kiezen.
“Jij eerst schat.”
En het werkt altijd.

Hier ging ik die dag vóór onze korte vakantie toch nog weer even de fout in. Voor ons in de ellendige rij waarin ik mijn vrouw had meegezeuld, stond een bejaarde vrouw op haar beurt te wachten om af te rekenen. Compleet met rollator, een versleten lijf dat vibreerde van de Parkinson en een mandje dat uitpuilde met de complete verzameling basale supermarktartikelen, groette zij de dame die juist met haar betaling was begonnen. Ze had er een kennis in herkend.

Schuldbewust keek ik mijn eigen vrouw even kort aan. En uit mijn blik wist zij reeds af te leiden hoe laat het was. Shit, dacht ik. Wat is deze keer de reden dat we in een kassafile terecht zouden komen? Angstvallig bestudeerde ik de handelingen van de oude dame waarbij ze de inhoud van haar rollatormandje op de band probeerde te krijgen. Mijn God, straks kent zij de wonderen  van  Jezus’ vijf broden en twee vissen. De vrouw had immers wat brood en vis in haar mandje liggen. Die zou ze er natuurlijk eindeloos uit blijven pakken. De lopende band zou volgestapeld komen te liggen met honderden broden en vissen en de caissière er langzaam mee begraven. Op het einde kon zij voor zoveel brood en vis betalen, dat ze er meerdere weeshuizen mee kon voeden. Help! Een bejaarde weldoener!

Verheugd dat ik was toen bleek dat er wel degelijk een einde kwam aan de voorraad van de door haar verzamelde levensmiddelen. Halleluja. Ze had alle artikelen op een rij geplaatst en verwachtte dat de caissière haar vriendelijk gedag zou zeggen.
“Goedemiddag,” klonk het inderdaad aan de andere kant van de kassa.
De oudere vrouw beantwoordde de groet en ik hield mijn hart vast. Groente, had ze groente op de band geplaatst dat afgewogen had moeten worden? Bananen zonder stickertje, appels die toch ineens per stuk gewogen moesten worden, of had het plakkertje op de meloen soms losgelaten? Nee, niets van dat alles. Er lag zelfs helemaal geen product tussen wat van die afdeling was gepakt. Dus hoe kon het dat alles nog steeds vlekkeloos verliep?

Nu dan, de juffrouw achter de kassa was bezig alle producten te scannen. Hier moest toch iets fout gaan. Een barcode zou niet pakken of er ontstond onenigheid over een prijs die in de computer anders stond geregistreerd dan in de schappen werd vermeld. Waarom ging er niets fout? Piep … piep … product voor product ging moeiteloos over de scanner en de kassa verwerkte elke invoer zoals het hoorde.
Hebben ze het tot het laatst bewaard? Zou deze vrouw die kleinkinderen moest hebben bij alle tien haar kinderen onderuit zakken? Kwam ze nog andere bekenden tegen? Een tas die scheurde? Computerstoring?

Ah! Eindelijk. Achter ons was een nieuwe klant aangeschoven: een oudere man die vast bij haar op school had gezeten. De man had een stoffige pandjesjas die hij vast al jaren droeg. Misschien had hij dit wel bij deze vrouw gekocht toen zij nog in een kledingzaak actief was? De rollator was van hetzelfde merk. Ja zelfs daar kon de connectie ontstaan. Man, kom op, begin elkaar maar vast te herkennen, dan konden de jeugdsentimenten worden aangehaald en zaten mijn vrouw en ik muurvast geparkeerd tussen twee bejaarden. De boot van onze minicruise zou zonder ons vertrekken, omdat we net de laatste bus hadden en gemist en ik zou het nog maanden te horen krijgen dat we eerder naar de winkel hadden moeten gaan.

“Ah nee, dat zal je net zien,” mopperde ik al toen de vrouw voor ons allang geen obstakel meer vormde en ik mijn pas zocht om onze eigen spullen af te rekenen.
“…ik zal toch niet mijn pas zijn vergeten?”

By rinaoddel | February 21, 2011 - 6:01 pm - Posted in Nederlands, Rara Rina, Rijmende kunsten

Hoe ouder ik word, hoe liever men mij heeft.
Laat mij ademen en ik ga dood.

Je wordt gewaardeerd wanneer je mij weggeeft.
Ik ben er in wit, maar ook in het rood.

Wat ben ik?

image by Retroman, edited by Gsorsnoi

“Ja fijn dat heb ik weer,” zuchtte de man die we eerder alleen als de ninja kende. Zombie Akio Arata was de verantwoordelijke voor deze ontmaskering en had de inktzwarte stof nog vast. Met het samuraizwaard rechts van hem in beide handen geklemd bedacht Retroman zich wat het volgende zou zijn wat hij zou doen. Hij keek zijn nieuwe vriend aan en gaf hem een vriendelijke knipoog ten teken dat die zich niet om hem hoefde te bekommeren waar het op deze onthulling aankwam. Krampachtig doen omdat zijn gezicht ontbloot was, zou toch nergens op slaan. Hij kon er echt niet mee gaan zitten dat zijn identiteit was prijsgegeven. Niet dat hij die ooit hoefde te verbergen. De maskerade was meer voor de gein bedoeld toen Retroman het avontuur rook bij de eerste paddeninvasie. Sindsdien liep hij er in rond. Niet om zich te verbergen, maar gewoon omdat dit het laatste setje kleding was dat hij had aangetrokken voordat hij inzag dat hij tot de  laatste verzetstrijders zou gaan behoren.

Hij had thuis achter zijn computer gezeten en was bezig met het maken van eigen computerspelletjes toen zijn achtergrondmuziek werd overstemt door een vreemd kwakend geluid van buiten. Inmiddels weten we dat dit de eerste padden moeten zijn geweest die de wijken van Gohes City hadden bereikt. Retroman was nieuwsgierig geworden en had voorzichtig een blik naar buiten geworpen. Pixels en inspiratie maakten plaats voor een wel heel erg levendige inspiratie. Want wat hij daar kreeg te zien overtrof zijn stoutste verwachtingen. Voor het computerspel wat hij zelf aan het maken was, had hij namelijk een concept bedacht van een ninja die een invasie van gemuteerde padden voorgeschoteld kreeg. De verhaallijn was bewust heel simpel gehouden en de grafische effecten deden sterk denken aan de tijd dan de eerste computerspelletjes op de markt kwamen. Het was de stijl van games die hem het meest aanspraken. Van die heerlijke oude retrospelletjes die een heel stuk toegankelijker waren dat de omslachtige 3d avonturen waar softwaregiganten de spelliefhebbers later mee kwamen verwennen. Voor hem hoefde dat niet zo. Geef hem maar een karakter, die uit niet meer dan een handjevol pixels bestaat, een paar goede moves of een eenvoudig wapen, plaats deze in een tot de verbeelding sprekende zelf ontworpen wereldje en laat de monsters maar komen. Mierzoet achtergrondmuziekje erachter, een vooraf bepaald ‘einde van het level’ definiëren en Retroman had pret voor tien. Zelf spelletjes creëren was een nieuwe hobby van hem geworden.

Helaas bleek zijn fantasie tot leven gekomen en mocht hij zelf aan de bak. Vele bovenmaatse blauwe padden hadden het straatbeeld van Gohes City bepaald en leken kwade bedoelingen te hebben met hun komst. In niet veel meer dan zijn ondergoed – omdat hij kort daarvoor had gedoucht en zijn bed in zou gaan – stond hij als aan de grond genageld tegen zijn vensterbank geplakt. Buiten zag hij hoe de eerste twintig padden in zijn blikveld zich bruut op het volk op straat worpen. Daarbij rolden zijn ogen zowat uit zijn kassen toen hij zag hoe meerdere padden in de lijven van de mensen kropen om er volgevreten weer uit te komen. De slachtoffers die vielen bleven enkele minuten als voor dood op de grond liggen. Het kostte hem niet meer dan een enkele minuut om zijn plan te trekken. Retroman liet zijn pc voor wat het was, snelde naar zijn slaapkamer en trok zijn kledingkast open. Veel tijd voor het bladeren naar een geschikt setje had hij niet en was al tevreden met hetgeen dat hij als eerste te pakken kon krijgen. Of dit nou een kort of lang avontuur zou gaan worden, hij kon moeilijk halfbloot de straat optrekken.
“Mijn carnavalkostuum,” sprak hij zorgvuldig en pakte het eerste setje kleding vast dat binnen handbereik viel. Hij keek even met blik van iemand die een curieus cadeau voorgeschoteld kreeg, maar bood geen ruimte voor eventuele schaamte.
“..waarom ook niet?”
De keuze was gauw gemaakt. Zonder meer tijd te verspillen trok hij het ninjapak aan en griste een sporttas mee waar hij nog vluchtig wat andere kleren in propte. Momenten later verliet Retroman zijn huis via het dak en dacht nog even aan het spel dat hij op zijn computer had achtergelaten.
“Het zou toch niet waar zijn?”

Hij had inmiddels aardig wat avonturen met padden en zombies beleefd en daarbij ook een hoop familie en vrienden jammerlijk aan de strijd verloren. Amper had hij de kans gekregen om alle gebeurtenissen op een rijtje te zetten. Bepalen hoe reëel dit allemaal was kon hij dus ook niet. Het was niet te bevatten. Wat hij wel wist, omdat een collega van de Tycoon Newspaper hem dat had toegefluisterd, was dat niet zijn computerspel de oorzaak was van deze horror, maar de zieke geest van een verknipte graaf.

“Hou vol,” zei Retroman tegen de pad, die nog steeds door een andere zombie bij zijn nek in de lucht werd vastgehouden. De ontmaskerde ninja plaatste zijn rechtervoet en stukje naar voren, draaide linksom op de bal van zijn andere voet en zette zijn linkervoet iets opzij naar links nadat hij bijna driekwart rond was gedraaid. Hierdoor kwam hij face-to-face te staan met de gewezen Akio Arata die een ontmoeting ging maken met de scherpste zijde van zijn zwaard. Het zwaard had voldoende impulsmoment gekregen om de zombie de vernietigende slag toe te brengen. De kop werd bruusk van zijn romp gescheiden. In plaats van bloed schoten enkele kleine vlokjes rottend vlees over het plein. De kopromp scheiding was zo vlot en netjes dat Arata’s hoofd pas zijn vorm begon te verliezen toen deze met een harde klap op het beton belandde. Met een doffe bons volgde het lichaam dat niet langer in balans werd gehouden.

Retroman kon onmogelijk vermoeden wat er zich in Gohes City’s China Town zou hebben voorgedaan als de zus van Arata hun zoontje Tang Lee Swan had kunnen grootbrengen. Het drama wat zich juist had afgespeeld toen de pad en hij dit toneel betraden ging volledig aan hem voorbij. Zijn zwaard was links van hem geëindigd met zijn draaibeweging Arata te onthoofden. Zonder tijd of energie te verspillen bracht hij deze alweer terug in de strijd en doorkliefden twee andere zombies die zich binnen zijn werkruimte hadden gewaagd. De zombie die de Reuze Navelpad vasthield, kneep nog iets harder in het dunne keeltje van de pad en wilde hem naar de muur slingeren. Onze bruine vriend verloor daarbij de grip op zijn lange stok en liet deze op de grond kletteren. Retroman was deze actie echter voor en gaf de zombie een saltotrap. Hiermee werd de zwaaibeweging met de pad halverwege afgebroken en donderde hij uit de lucht.

Een kostbare minuut ging verloren waarin hij zichzelf moest herstellen. De zombie lag gebogen onder de benen van Retroman en was nauwelijks gedeerd door de trap die was uitgedeeld. Maar Retroman gaf hem geen kans om zich weer op zijn benen te hijsen. De zombie voelde de punt van het zwaard al gauw door zijn ribbenkast glijden. Tegen zijn hoofd kreeg hij een artistieke schop na om er zeker van te zijn dat de zombie ermee werd uitgeschakeld.

Nu was er even een kort moment voor het heldhaftige duo om zich te recapituleren. Binnen het bereik van vijf meter schuifelden enkele nieuwe zombies alweer dichterbij. De pad snakte niet langer naar adem, maar zijn eigen botjes klaagden nog jammerlijk van de smak die hij had gemaakt. Niet alleen zijn fysieke conditie ging eraan, ook zijn honger naar energie nam vormen aan waar hij maar moeilijk tegen kon vechten. Ook Retroman’s mensenvlees werkte bijzonder aantrekkelijk op dit ondode volk. Als een magneet trok hij nieuwe monsters aan die uit waren op zijn hersenen en andere organen. De meeste zombies die hun weg naar dit plein hadden gevonden kwamen door de wirwar van steegjes, trappen en straten naar deze plek. Het tweetal zette zich schrap op de nieuwe aanvallen, maar de Reuze Navelpad bedacht iets slinks. Bij het zien van de meer dan honderd zombies die op hun afkwamen zei hij:
“Dit trekken we niet. Ik ben aan het einde van mijn Latijn en jij lijkt ook niet veel energie meer te hebben.”
Retroman knikte.
“Klim langs de huizen naar boven. Lukt dat nog?”
Misschien had de Reuze Navelpad die vraag beter aan zichzelf kunnen stellen, maar hij hield zich groot.
“Euh ja, laten we het maar gewoon doen,” antwoordde Retroman.
“Het zal de zombies meer moeite koste dan wij om boven te raken. Mochten we elkaar uit het oog verliezen, probeer dan in elk geval weer bij mij te komen. Ik heb een plan.”

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: De ontmaskering
Volgend hoofdstuk:  Honger

By retroman | February 19, 2011 - 1:18 pm - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Duimzuigerij, Nederlands

image by informatique, edited by Gsorsnoi

Er zijn aangenamere plekken te bedenken om de nacht door te brengen dan op een kerkhof.
Toch stond daar een eenzame gedaante in de duisternis, even roerloos als de grafzerken die hem omringden.
Het statische tafereel werd plotseling in beweging gebracht door een kille herfstbries. Overal ritselden struiken en vanuit de klokkentoren galmde zachtjes een morbide gerinkel. Dichtbij schraapten dorre takken langs het toegangshek alsof ze een harp aan het bespelen waren.
Dit naargeestige schouwspel zou menigeen doen huiveren, maar Nathan was niet meer in staat om angst te voelen. Angst ervaar je wanneer je bang bent om iets te verliezen; hij had alles al verloren wat hem dierbaar was.
Een jaar geleden waren Nathan en zijn vrouw betrokken geraakt bij een tragisch verkeersongeval. Een dronken trucker was op de verkeerde weghelft beland en had in een oogwenk het asfalt getransformeerd tot een luguber tapijt van verwrongen staal, verschroeid rubber en bloed.
Hoewel Nathan op het laatste moment zijn auto uit de baan van de op hol geslagen vrachtwagen had weten te manoeuvreren, kon hij niet voorkomen dat een rondvliegend brokstuk zich door de voorruit boorde en zo genadeloos een einde maakte aan de mooie toekomst die het pasgetrouwde stel had uitgestippeld.

Hier stond nu de lege huls van een man, de glinstering in zijn ogen reeds lang verdwenen. Er was voor hem geen reden meer om te bestaan. Zonder zijn geliefde was alles ondraaglijk.
Gedreven door een obsessief verlangen naar haar affectie, was voor hem de grens tussen leven en dood dusdanig troebel geworden dat deze geheel leek te zijn verdwenen.
Soms dacht hij haar tot hem te horen spreken; troostende woorden, maar ook woorden doordrenkt van verdriet vertrouwde zij hem dan toe. Het was op momenten zoals deze dat hij haar aanwezigheid het sterkst voelde. Dit deed hem geloven dat het graf geen rustplaats was, maar een gevangenis van de ziel.
Zijn onvermogen om los te laten resulteerde in de onwrikbare overtuiging dat zelfs Magere Hein hen niet kon scheiden.
Nathan was klaar om zich weer met zijn echtgenote te herenigen.

*

Voor het eerst in tijden zag de woning er weer opgeruimd uit. Vergeelde foto’s en condoleancekaarten waren in een doos gestopt en op zolder gezet, talloze lege wijnflessen hadden de bodem van de glasbak gevonden en het bed – nu al een jaar niet beslapen – was van nieuwe lakens voorzien. Eindelijk leek het huis niet langer op een stoffig reliek uit een grijs verleden.
Geestelijk ging het ook stukken beter. Slapeloze nachten en paniekaanvallen waren minder frequent geworden, en de immense somberheid waar het afgelopen jaar door werd gedomineerd begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een meer hoopgevende stemming.
Natuurlijk was de pijn nog lang niet geheeld, maar er was duidelijk vooruitgang geboekt.

Na de dood van haar man had Linda de buitenwereld de rug toegekeerd. Ze verwaarloosde zichzelf en zocht tevergeefs troost in drank en zware antidepressiva. Het had niet veel gescheeld of ze had de hand aan zichzelf geslagen.
Mede dankzij de steun van haar familie was het Linda met veel pijn en moeite toch nog gelukt om uit dit diepe dal te klimmen. Vooral haar zus liet geen kans onbenut om de treurende weduwe mee te sleuren naar kookcursussen, theatervoorstellingen, danslessen en dergelijke activiteiten. Alles om de aandacht af te leiden van haar verdriet en haar te beletten in een verbitterde kluizenares te veranderen.
En hoewel Linda zich in het begin hevig verzette tegen deze bemoeienissen, zag ze na verloop van tijd in hoeveel baat zij hierbij had. De dikke muur van rouw die rondom haar was opgetrokken, begon beetje bij beetje af te brokkelen. Eindelijk was ze weer in staat om te lachen.

Die avond sliep ze voor het eerst weer in haar bed in plaats van op de bank. Ze had de slaapkamer steeds ontweken omdat die zo kil en leeg had geleken zonder haar man. Een beetje onwennig was het nog wel, om daar te liggen zonder het warme en veilige gevoel van zijn lichaam tegen het hare, maar nu had ze eindelijk de moed gevonden om dat deel van haar verleden los te laten.
Al gauw viel zij in een vredige, diepe slaap.

*

Diep in de nacht strompelde een zonderlinge figuur over straat. Zijn armen hingen slap naast zijn lichaam en zijn rechterbeen sleepte over het trottoir alsof er een loden bal aan was bevestigd. De weinige passanten die op zijn pad kwamen, liepen zonder uitzondering met een grote boog om hem heen.
Hoewel zijn lijf duidelijk zwak en broos was, leek niks hem ervan te kunnen weerhouden zijn bestemming te bereiken. Met de blik op oneindig en gewapend met een onuitputtelijk doorzettingsvermogen doolde hij stug verder.
Urenlang zwierf hij door de duisternis, totdat hij uiteindelijk voor de toegangsdeur van een appartementencomplex stopte. Hij deed instinctief een graai in zijn binnenzak, maar zijn sleutels waren nergens te bekennen. Hierop begon hij aan de deurknop te morrelen in een halfbakken poging het pand te betreden.
Voordat hij tijd had om een andere aanpak te verzinnen, werd de deur geopend door een gezette vrouw die op het punt stond haar hond uit te laten. Glimlachend liet zij de man binnen en wilde hem een fijne nacht wensen, maar toen zij in zijn ogen keek bleven de woorden in haar keel steken en sleurde ze haar viervoeter haastig mee het pand uit. Geblaf schalde door de slapende stad en werd prompt vergezeld door het nerveuze getik van hoge hakken.
Terwijl achter hem de deur in het slot viel en de buitengeluiden verstomden, begon het curieuze individu de trap te beklimmen. Tree voor tree trok hij zichzelf aan de trapleuning omhoog, totdat hij de deur tegenkwam waar het juiste nummer op stond.

*

Linda sliep nog steeds als een roos. Een goede nachtrust kon ze wel gebruiken. De zware periode die zij had moeten doorstaan had zijn tol geëist; haar gelaat was erg bleek en diepe kringen stonden onder haar ogen.
Toch was er een glimlach op haar gezicht te bespeuren. Een glimlach die verraadde dat zij weer in staat was om haar ogen te sluiten zonder gekweld te worden door nachtmerries waarin piepende banden, krijsende claxons en versplinterd glas figureerden.
Lang had ze echter niet van haar slaap kunnen genieten, want gestommel in het trappenhuis deed haar verschrikt ontwaken. Ze ging rechtop zitten, streek een donkerblonde lok uit haar gezicht en tuurde naar de klok, waarna ze een diepe zucht slaakte en weer met haar hoofd op haar kussen plofte.
Ze vond haar bovenbuurvrouw een schat van een mens, maar haar gewoonte om midden in de nacht haar hond uit te laten kon ze een stuk minder waarderen.
Geïrriteerd trok ze de deken over zich heen en sloot haar ogen.
Net toen ze weer een beetje begon weg te dommelen, werd ze nogmaals opgeschrikt door lawaai in het trappenhuis. Ze probeerde het eerst nog te negeren, maar toen het aanhield besloot ze uit haar bed te stappen om de buurvrouw eens streng toe te spreken. Slaperig maar vastberaden liep ze naar de deur en opende deze met een grote zwaai.
Verbijstering, ongeloof en doodsangst maakten zich van haar meester toen zij Nathan ineens tegenover zich zag staan. De expressieloze ogen in zijn grauwe, door rotting aangetaste gezicht leken dwars door haar heen te staren. Zijn onderkaak hing scheef en er zat een gapende opening op de plek waar zijn neus ooit had gezeten. Hij droeg een stoffige zwarte smoking; dezelfde waarin hij zowel getrouwd als begraven was.
Linda wilde gillen, maar haar vrees was dermate verstikkend dat zij geen geluid meer kon uitbrengen. Als gehypnotiseerd bleef zij in de deuropening staan terwijl hij tergend langzaam dichterbij kwam.
Voorzichtig bracht hij een trillende, knokige hand naar haar gezicht. Vanuit haar ooghoeken zag Linda dat de huid van zijn vingertoppen bijna geheel was weggerot.
Hij streelde haar wang. Dat was altijd het eerste wat hij deed wanneer hij Linda begroette. Zo liefdevol als dit kleine gebaar vroeger was geweest, zo koud en mechanisch voelde het nu. Het was het product van een vage herinnering aan een oude gewoonte, ontdaan van alle menselijkheid.
Nathan leunde naar voren en drukte zijn halfvergane lippen op de hare. Het was het laatste wat Linda voelde voordat haar levenskracht onverbiddelijk werd weggenomen.

*

Verslagenheid stond op de gezichten van de veelal in het zwart geklede bezoekers die zich rond het graf hadden verzameld. In de stromende regen zochten zij troost en warmte bij elkaar, hun geweeklaag overstemd door het onophoudelijke gekletter van druppels op de eikenhouten kist. De bloemen die zij hadden meegebracht, leken op deze grauwe ochtend nagenoeg kleurloos.
Hoewel Linda’s overlijden in mysterie was gehuld en de doodsoorzaak niet kon worden achterhaald, gingen de meeste mensen er van uit dat de eenzaamheid haar te veel was geworden.
Terwijl haar doodskist langzaam in het graf naast dat van Nathan neerdaalde, vonden vrienden en familie berusting in het feit dat Linda nu tenminste niet meer alleen zou zijn.

De hereniging was voltooid.

image by Kevin-kun, edited by Gsorsnoi

De achttien jaar jonge man bewoog zich soepel door de natuurlijke obstakels van het Jiundimoeras. Hier waar de noordelijke zacht golvende plateau’s van Zambia langzaam overgaan naar een terrein met meer hoogteverschillen naarmate je meer naar het Oosten beweegt, kende Kaondé het woud als zijn broekzak. Ten noorden van het West Lunga National Park in het grensgebied met Congo en Angolo ligt Mwinilunga. Het stadje wordt doorkruist door dezelfde rivier de Lunga waar het lagergelegen park haar naam aan dankt. Het is de rivier waarlangs Kaondé bij zijn stam is opgegroeid. Gebukt onder zware depressies die de levensduur van het tropisch regenwoud verder verlengen, sleepte hij zich door de begroeiing en ontweek iedere overhangende tak met het zuiverste gemak.

Aangekomen op een bescheiden open plek tussen al dat groen kreeg deze jonge Zambiaan de schrik van zijn leven. Met haar schedel van hem afgewend lag daar iemand in de kreukels tegen de ontblote wortels van een woudreus waar mossen en zwammen zich dankbaar aan tegoed deden. Hij spoedde zich naar haar toe en moest zijn adrenaline beteugelen om zijn voet niet te verzwikken in een petieterige waterstroom die het open terrein doorsneed. Dit was de plek waar het drama zich had voltrokken. Hier sloeg eerder het noodloot van Kaondé’s zusje toe.

Zonder er al te veel aandacht aan te besteden plantte hij zijn speer tussen de varens en knielde naast haar neer. Van het lichaam was niet veel meer over dan een half kaalgevreten geraamte. Alleen pezen met repen vlees van verschillende formaten waren nog aan haar botten bevestigd.  Het monster of het dier dat zich aan haar te goed had gedaan was zich allerminste van enige tafelmanieren gewoon. Tezamen met het overgrote deel van haar rok en een stuk romp lag één van haar benen gescheiden van de rest van haar lichaam. Het andere been was verdwenen. Gevoelens van paniek en gruwel trachtten bezit te nemen van deze aangeslagen broer toen hij zijn blik vasthield op haar zwaar verminkte gelaat. Maar hij wist het zeker. Hij had geen bevestiging nodig van het patroon dat zijn zusje zelf op haar rokje geschilderd had om er bij de mannen mee in de smaak te vallen. Dit was Kwalila.

Tien vingers groeven zich verbeten in de drassige ondergrond toen een waterval van tranen zich tezamen met een ijzingwekkend kreet opbouwden om los te barsten. Kaondé zou hebben gewild dat de inboorlingen bovenin Congo hem hadden gehoord met het keelgeluid dat klaarstond om over zijn lippen gebruld te worden. Hij was alleen zo slim om dat juist niet te doen. Een overvloed van zout vocht was het enige wat loskwam. Tranen schreiden tussen de regendruppels over zijn wangen. Hartverscheurende emoties van verdriet om verlies maakten plaats voor bittere boosheid. Kwalila´s dood moest gewroken worden.

Een rood besmeurde varen die hij eerder met zijn schenen plat tegen de grond had gedrukt bleef nog onder zijn gewicht gebogen toen hij zijn bovenlichaam naar achteren liftte. De punt van de speer trok hij los uit de bodem en tuurde furieus om zich heen. Om zijn beweeglijkheid te vergroten sprong hij in één beweging vanaf zijn positie in een gehurkte stand en zocht alle bomen en planten af. Verkneukeld blad van het varen plakte onder Kwalila’s bloed aan zijn knie.
“Waar ben je?” en “Waar zijn jullie?” sprak hij woest in dezelfde taal waaraan hij zijn naam dankte. De bomen antwoordden niet, de planten al evenmin. Kaondé liet zijn blik niet meer langs het ontzielde lichaam van zijn zusje glijden. Zijn focus was erop gericht het monster te vinden dat verantwoordelijk was voor deze gruwelijke afslachting. Gefixeerd op ieder blad dat afwijkend bewoog van de rest onder de stroom van regen die uit de lucht kwam zetten probeerde hij eventuele belagers te ontwaren. Het geluk was alleen niet met hem.

Een plotselinge ferme pijnscheut in zijn rug maakte dat hij de grip op zijn speer verloor. Op dat moment wist hij dat zijn grootste kansen op succes al verkeken waren. Nu was hij ontwapend en tevens verslagen in de strijd de eerste te zijn die op de vijand toebeet. Klauwen die zo dodelijk waren als die van een adelaar hadden zich in de spiermassa van zijn rug verankerd. Twee nagels schraapten bijna evenwijdig aan elkaar langs zijn ruggengraat. De andere drie van elke klauw doorboorden aan iedere zijde de onderkant van een long.

De onzichtbare belager die de jonge Zambiaan had aangevallen was de Kongamato, een voorhistorisch vliegend reptiel die de bevolking van de Kikaondéstam nog steeds hele actuele angst inboezemen. Nog steeds hebben niet alle details van deze ongevederde schrik van het woud tot de overtuiging geleid van cryptozoölogen die zich bezig houden met het onderzoeken van de bestaanbaarheid van onbekende levensvormen met onwaarschijnlijke karakteristieken. Meldingen van ontmoetingen met dit beest zijn simpelweg te schaars, omdat de meeste mensen zo’n confrontatie niet overleefd blijken te hebben.
Eenzelfde lot was Kaondé bezegeld. Twee even kleurrijke pterodactylen verschenen vanuit het niets tussen het gebladerte, maar meer dan geamuseerd pottenkijken zouden ze op dat ogenblik niet doen. Hun maaginhoud was nog rijk van vers en onlangs buitgemaakt mensenvlees. Eén van hen stak even een lederen vleugel terug omhoog om deze beter naast zijn lijf te kunnen opvouwen. Daarbij gebruikmakend van zijn lange snavel om de boel een beetje gepast onder de oksel te krijgen. Het was niet verwonderlijk dat de Kongamato een ongemanierde tafelgast was: uit zijn snavel staken meerdere puntige tanden die netjes eten onmogelijk maakten. Onder de tak waarop hij samen met de andere zat, bungelden twee ruitvormige staarten naast elkaar. Voor hun volgende maal hoefden ze enkel te wachten tot de jongeman bezweek.

Dezelfde soort torretjes die Kwalila en Kaondé eerder die ochtend hadden buitgemaakt om zelf van te snoepen, hadden hun weg reeds gevonden naar de restanten van het jonge meisje. De twee hadden een vaartocht over de wateren van het Jiundimoeras koste wat kost willen vermijden, omdat het zwarte hart van de duisternis er waakte. De Kongamato had onder de inboorlingen de reputatie van ‘botenbijter’ gekregen. Dit monster staat erom bekend kleine boten aan te vallen en tot zinken te brengen. Nu waren zij evengoed hun dood tegemoet gelopen bij het verzamelen van voedsel in de bossen. Zij hadden zich, zonder het te weten, te dicht bij het nest van de Kongamato’s  gewaagd.

Kaondé worstelde heftig om deze ongenode gast van zijn rug te kunnen verwijderen. De monsterachtige vogel had zich echter zo vast gegrepen in zijn huid, dat hij eveneens worstelde om los te komen. Slagen daarin deed hij niet. Bloed stroomde rijkelijk over de klauwen en langs Kaondé’s rug naar beneden. Schreeuwend was de pijn die hij ervoer bij iedere poging van zichzelf, maar ook van de vogel om zich van elkaar te kunnen scheiden. Het was alsof een leeuw zijn nagels aan zijn rug wilde scherpen en er in bleef vastzitten.

Eén moment keek hij naar zijn soortgenoten die afwachtend aanschouwden hoe hij sterven zou. Hij wilde zich van hun uiterlijk en fysieke mogelijkheden vergewissen, zodat hij zijn eigen kansen op waarde kon schatten. Met de angst dat de vogel zou gaan beginnen om zijn rug open te pikken besloot hij daarom om er mee naar een boomstam te rennen. Daar was hij reeds te laat mee. De eerste hap liet een gapend heftig bloedend gat in zijn nek achter. De angst voor nieuwe helse pijnen die hij zou ervaren verdrong hij wilskrachtig. Hij moest en zou de Kongomato op zijn rug tegen de boom schuren om hem los te werken. Zijn opzet was tot mislukken gedoemd. In de botsing met de boom kwam er slechts één poot los en de jonge vogel raakte verpletterd onder het gewicht van de jongeman. Onderweg naar deze grote woudreus was Kaondé over zijn eigen speer gestruikeld en had zijn been er akelig mee ontwricht.

Zwaargewond en met de dode vogel nog aan zijn rug gekleefd was Kaondé’s situatie aan het verslechteren. Het bloedverlies liep op en maakte dat hij zichzelf niet meer op de been kon krijgen. Misschien was het toegeven aan het van achteren opgevreten worden door de vogel helemaal nog geen verkeerde optie geweest. Dat had zijn lijdensweg kunnen bekorten. In plaats daarvan lag hij nu langzaam tegenover zijn zusje te sterven in zijn eigen levenssappen. Wachtend op de hulp die nooit zou komen. Wachtend tot de twee overgebleven Kongamato’s weer honger zouden krijgen.

By rinaoddel | February 15, 2011 - 6:00 am - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

image by trmdttr, edited by Gsorsnoi

Uitgesproken door: Johan E.

Datum: woensdag 2 februari 2011. 

By gsorsnoi | February 13, 2011 - 7:30 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

Het woordenboek der Magnaten is een verzameling woordbetekenissen voor superieure en minder superieure individuen die zich voor de arbeid of de hobby toeleggen op een zekere bezigheid die vaak wat oneerbiedig als ‘spelletje’ bestempeld wordt. Meer dan elf jaar geleden inmiddels verscheen deze verzameling woordbetekenissen als naslagwerk voor enkele fanatieke bordspelers. Het merkwaardige gezelschap bestaande uit de grootgrondbezitters Willem Kwak, Rio Raat en Paul van der Zee bezigden familiespellen op zo’n hoog niveau, daar kunnen normale stervelingen nog altijd niet tegenop. ‘Risk’, ‘Tycoon’, ‘Monopoly’, ‘Holland’s Glorie’ … stuk voor stuk ging het om spellen waar absolute macht het ultieme doel was. Zoals wel valt te verwachten, namen deze heren de zaak bloedserieus en maakten er zeker geen potje van.

De terminologie die nonchalant over de tafel werd gesmeten bestond – naast de deftige scheldpartijen – voornamelijk uit kreten waarvoor universitaire scholing een must was om ze te kunnen begrijpen. Vreemd genoeg komen deze woordbetekenissen niet voor in de van Dale zodat wij ons genoodzaakt zien hier de aanvullingen te publiceren.

Heden, ruim een decennium later, zijn de tijden flink veranderd. Een enorme golf van criminaliteit is over ons land getrokken. En met die golf heeft de Neerlanse taal een forse verandering ondergaan. Nieuwbakken giganten uit Gohes City die zich opwerken om de ‘Tycoon’-status te kunnen bereiken wordt geadviseerd om weerstand te bieden tegen de typetjes die straattaal in de mond durven nemen. Met name de straatsoldaten zijn voortdurend in de weer om onze moedertaal te verkrachten. In de strijd tegen deze verloedering van onze taal bevelen wij de voorvechters van de schone communicatie het ‘Magnatenwoordenboek’ aan:
(aanvullingen zijn welkom!)

A

  • Ach-ter-‘af bw min acht.
  • Ach-ter-‘een bw komt twee.
  • ‘A-der|ver-kal-king v -en ziekte onder bordspelers als zij koken van woede als ze verliezen van de tegenspeler(s).
  • Al-‘licht bw niet langer donker.
  • A-na-‘gram v warrig zwaar ondervoed meisje die luistert naar de naam Ana.
  • Ar-che-o-‘loog m, v –logen bordspelers die het hele spel doorzeuren over gedane zaken.
  • ‘Au-to-weg m –en straat in Nederland waar geen personenwagens mogen rijden. Anders worden ze weggesleept.
  • A-ve-‘rij v -en kordon groetende Romeinen.

B

  • Ba-by-|zit-je o erg jonge slechterik uit Star Wars.
  • ‘Bag-ger-mo-len m –s instrument waarmee een verveelde magnaat in het reukorgaan zit te wroeten in de hoop er nog iets zinnigs uit te krijgen.
  • Bank-|‘roet o –en smet op het saldo.
  • Bed-‘rag o –en weefsel der spinnen gevonden in een lang onbeslapen bed.
  • Be-‘gro-ten -grootte, h -groot kijken hoeveel geld je kan uitgeven in het spel om je tegenstanders zoveel mogelijk te dwarsbomen.
  • Bel-gen-mop m -pen Antwerps schoonmaakartikel.
  • Be-nard bn, bw iem. die voor joker is gezet.
  • ‘Bi-ki-ni-|be-wa-ker v -s WSNOI-fan met ondergoedfetisch.
  • Bo-ven-‘stuk v -en beneden werkt het wel.
  • ‘Boe-ken-leg-ger v(o) –s slaapkamermeubel waarin bibliothecaressen in worden verwekt.
  • Boe-li-mi-a v door herkauwen veranderen in een koe.
  • Bouw-val m -len listig trucje van een aannemer om de klant financieel klem te zetten.

C

  • Cal-cu-‘la-tor –s –toren berekenend insect.
  • Cho-co-‘la m plaats waar reepjes worden bewaard.
  • Clow-‘nesk bn, bw gedraging van een beginnende bordspeler als hij meent een eerst goede zet te hebben gedaan.
  • Cul-ti-‘ve-ren –veerde, h gecultiveerd het deponeren van een bouwsel in een stad met als doel er iets beschaafds mee te ontwikkelen.

D

  • Daad’wer-ke-lijk bn 1 als er na lang bakkeleien eindelijk een beslissing wordt genomen in een spel 2 na het niet opletten toch besluiten tot actie te komen.
  • Di-a-mant o bewaarbak voor projectieplaatjes.
  • Dood|von-nis o -sen de fatale zet van een bordspeler.
  • Dron-ken m alcoholverslaafd ex-vriendje van barbie.
  • Dronk-aard m wijsneus uit Sesamstraat die er wel een paar lust.
  • ‘Druk-|fout v(m) –en naast de pot gescheten.

E

  • ‘E-del-steen m -stenen kei waar blauw bloed door stroomt.
  • ‘Ei-cel m- en gevangenis voor jonge kippen.
  • Ei-lei-der m -s autoritaire kip.
  • Eind|klas-se-ment o -en uitslag van een bordspelletje.
  • Ef’fect-be-jag o het overmatig streven naar het maken van indruk.

F

  • Foe’draal o –dralen het los overtreksel van de lege hersenpan wat men de huid pleegt de noemen.
  • ‘For-tuin v –en zwaar beveiligde grond aan de voorzijde van een gebouw.
  • Front o -en het oorlogsgebied waarin de bordspelers strijden. Verkleinwoord: -je. Dit heeft de bordspeler op zijn telefoon geplaatst om te patsen bij de tegenstanders.

G

  • Galg v(m) voorloper van de letterbak tevens zondebok voor alles wat niet deugt aan WSNOI.
  • Ga-‘zon v 1 uitspraak van een regenliefhebber 2 –nen persoon met een fobie voor lijkbleke mensen.
  • Ge-‘bak-je o -s niet noemenswaardige tegenstander.
  • Gebed o -en het voorrecht in gesprek te zijn met Gsorsnoi.
  • Gebelgd bn bij de neus genomen zijn.
  • ‘Geld-boom v(m) opgeblazen kluis.
  • Ge-‘dach-te-gang m -en ontvangstkamer van de Duimzuigerij.

H

  • Hol-lee-der m leren string.
  • ‘Hoog-zwan-ger bn ongeduldig worden van een ander z’n getreuzel.

I

  • In-boor-ling m, v sprokkelfiguur.
  • Ir-rita-tie|grens m -en als dit bereikt wordt, wees dan op je hoede, want dan gaat het hard tegen hard.
  • I-so-‘leer m -eren keurmerk voor koeienhuid.

J

  • Jeuk m tinteling die je ondervindt als je te veel met je rivalen te maken krijgt.

K

  • Kap-sa-lon m en o -s luxe verblijf voor houthakkers.
  • Ka-ra-vaan v(m) –vanen verzameling nietsnutten.
  • Kat-te-bel o -len deurbel op een kattenluikje.
  • Ka-zu-bans o Zbersibarn-centen.
  • Kof-fie m –s Ghanese diplomaat met navelpluisje.
  • Kop-lo-per m, v -s ondersteboven atleet.

L

  • Lad-der-‘zat m(o) –en 1 dronken dakdekker 2 dakdekker die het helemaal gehad heeft met zijn ladder.
  • Li-qui-da-tie v –s liefkozing van de tegenstander.
  • ‘Lift-boy m –s jongeman die hogerop wil.
  • ‘Los-|geld o –en zeer kleine geldbedragen waar tyconen hun hand niet voor omdraaien.
  • Lucht|ko-ker m -s kok in een vliegtuig.

M

  • Ma-ten-naa-ier m, v -s (inform) oversekst persoon met zeer ernstige galgjeafwijking!
  • ‘Ma-trix v zo wordt de koningin door haar kinderen aangesproken.
  • ‘Melk-bus v (m) –sen touringcar voor koeien.
  • Mil-jo-nairs-|beurs m -en goedgevulde portomonaie.
  • Mi-ni-ster m, v -s heel kleine ster.
  • Mo-no-po-lie o -s -liën ouderwetse versie van stereopolie.
  • Mug-gen-zif-ter m, v -s persoon die de grote gendeeltjes van muggen van de kleine gendeeltjes scheidt met een zeef.
  • Mu-ni-tie v ander woord voor stemvibratie bij uiting van negatieve energie.

N

  • ‘Naakt|lo-per m, v –s bankroetfiguur.
  • Non-ac-‘tief bn ADHD zuster.
  • ‘Na-vel-|klop-per o -s hij of zij die de meeste anagrammen in een reeks oplost. Niet te verwarren met een medicijnman uit de stam van stamhoofd Pauklos die zich ritueel vermaakt met totemgeroffel op de navels van zijn dorpsleden om de verveling te verdrijven.
  • ‘Na-ve-log-ie m verzameling woordbetekenissen die toelichting geven op termen die zijn ontstaan vanuit het anagrammenspel op de Tycoon Newspaper en het Navelpad Mysterie.
  • ‘Na-vel-|pluis-je o –s ontstaat wanneer de Reuze Navelpad heeft liggen ronken en niet echt heeft opgelet met welke letters hij een anagram heeft willen bouwen. Zo missen er letters in een anagram, staan er verkeerde letters tussen of staan er zelfs te veel letters bij. Dit leidt bij de ontanagrammaniseerders tot grote frustraties wanneer zij ontdekken dat er iets niet pluis is. Of eigenlijk: er is juist iets pluis, er zit namelijk een navelpluisje in dit anagram!

O

  • Ont-a-na-‘gram-ma-ni-se-ren –eerde, -eerd oplossen van een anagram.
  • Ont-a-na-‘gram-ma-ni-seer-der m oplosser van een anagram.
  • Ont-‘na-ve-len –navelde, – naveld verbastering van ontrafelen indien van toepassing op anagrammen.
  • Ont-‘goo-che-ling v -en illusionist die de mist in gaat.
  • ‘Op-los|kof-fie m terwijl je niet weet hoe je een situatie precies moet oplossen, deze situatie vervolgens maar een beetje geïmproviseerd en slecht afwerken.
  • ‘Over-|stap-pen stapte, gestapt synoniem van overlopen naar de vijand.
  • ‘Over-|u-ren m de nacht op WSNOI doortrekken.

P

  • Pa-rel-|moer o vrouwelijke oester.
  • Pat-stel-ling v amfibisch standpunt.
  • ‘Plan-ten-bak o grapje van de tuinman.
  • ‘Pok-ken-weer o humeurige stemming aan tafel.
  • Po-‘si-tie v –s toiletfunctionaris.
  • ‘Pret-|park o –en speellocatie in Californië voor jonge ondernemers die zich graag blootgeven.
  • Pro-cent o -en voorstander van kleingeld.

Q

  • Qua-ran-tai-ne v(m) isolatieruimte voor mislukkelingen.

R

  • Re-bus m –sen met een zeer onbegrijpelijke stelling naar voren komen.
  • Recht-‘scha-pen kudde bn, bw wollige ambstdragers.
  • ‘Reu-zen-|rad o -eren doorgeschoten knaagdier.
  • Rijk-|dom m blonde miljonair.
  • Rij|tuig o -en stel boeven op een rij.

S

  • ‘Schijn-hei-li-ge m huichelaar die lichtgevende wonderen verricht.
  • Schoon-ge-maakt m niet echt schoon.
  • ‘Sneeuw-bal m -len testikel van een koel persoon.
  • ‘Spaar-|var-ken v initiatiefloze schijterd die tegenstanders schaamteloos het vuile werk laat opknappen.
  • ‘Strop-|das v(m) –sen accessoire bij de galg. Afkomstig van een klein marterachtig roofdier.
  • ‘Sud-de-ren sudderde, h gesudderd het lijdende houden van je tegenstander.
  • ‘Sui-ker-|pot v v spaarpot van een lesbische filantroop. In alle kleuren leverbaar behalve roze.

T

  • ‘Tank-|sta-ti-on o –s 1 basis voor zwaargeschut 2 synoniem voor koffieautomaat.
  • The-o-loog m,v -logen Theo speelde vals.
  • ‘Tijd-|schrift o –en tijd uitgedrukt in woorden.
  • Ton-deu-se v –s synoniem voor hand, hiermee kortwieken tegenstanders elkaars belangen.
  • Trau-ma v(m) en o -’s en mata schoonmoeder.

U

  • ‘Uit-laat-plaats m –en plek op de achterkant van de bolide van een zakenman waar het vehikel zijn ongenoegen uit.
  • U-ra-ni-um o en m 1 Tycoonciaanse likeur; 2 een radioactief handelswaar; 3 een wel veel tijd in beslag nemende sanitaire ontspanning.

V

  • ‘Va-ge-vuur o (r-k) door magnaten veel genuttigde tabaksoort.
  • Vrucht-baar bn, bw; -der -st bevalling van een perzik.
  • Vuur-spu-gen-de zons-ver-duis-ter-ing de-tec-tive v –s vurige doch omslachtige manier om een (moord-)zaak te duiden. Maandelijks verschijnt er een zaak op de Tycoon Newspaper die onder leiding staat van inspecteur Karel Riemelneel. Magere Hein heeft in de meeste gevallen een foto voor Karel achtergelaten die een verwijzing moet zijn naar het moordwapen. Lezers van de Tycoon Newspaper kunnen zelf in de rol kruipen van inspecteurs door Karel te helpen de zaak op te lossen. De spelregels zijn hier na te lezen.

W

  • ‘Wa-ter-|lei-ding v –en hij of zij die beslist of je naar het toilet mag.
  • ‘Wa-ter-|or-gel v(o) –s variant op muziekinstrument welke doorgaans bespeeld wordt in Purmerend.
  • Wa-xi-ne-licht-je o –s weinig voorstellende schijntegenstander.
  • ‘Weer-|man m –nen resultaat van tweede genderoperatie.
  • ‘Weer-zin-|wek-kend bn gevoel van terugkomen van je lust.
  • ‘Wel-licht v(o) had iemand het licht uitgedaan dan?
  • Wind-gong m -en onwelriekend slaginstrument.
  • ‘Win-naar m irritant iemand die altijd de beste wil zijn. We noemen geen namen!
  • Wis-kun-de v studie naar versierde eierkoppen.
  • ‘Wolk-|breuk v(m) –en reken maar op een huilbui indien een tycoon verliest.
  • Won-der-|lijk o miraculeus stoffelijk overschot.

X

  • Xe-no-fo-bie v drang om je tegenstander voor van alles en nog wat uit te maken, terwijl je eigenlijk niet goed tegen je verlies kan.

Y

  • Yen m –s irriterende valsemunter.

Z

  • ‘Zak-ja-pan-ner m calculator voor trage economen.
  • Zber-si-barn o -nen munteenheid van WSNOI.
  • ‘Zin-loos v – zen magnaat met spraakwaterval.
  • Zom-bie m, v -s ondode die zowel vrouwelijke als mannelijke hersenen lust.
  • Zuip-lap m, v -pen stuk textiel met stuk in de kraag.
  • Zwoel v sensueel damspel op lange afstand.

Aanvullingen:
februari-2011: door Retroman, Paap, Jolien van Biesheuvel, BoB de Winter en Zombie
09-05-2009: door Straatsoldaat
07-09-2001: door Doubleyou

image by sochacki_info, edited by Gsorsnoi

Help je Karel weer met het oplossen van onderstaand mysterie?

“Dit is precies de reden waarom ze het tegenwoordig verplicht hebben gemaakt dat puntige tuinhekjes met bogen over de punten moeten worden uitgevoerd,”  vervloekte Lesley Spandabato de eigenaar van het hek bij het onderzoeken van het tuinhek waarin het slachtoffer was beland. Het ironische was dat de man die in het tuinhek gevallen was mogelijk zelf verantwoordelijk was voor deze nalatigheid. Nu stak één van de stalen spiesen door het kraakbeen van zijn neus en door zijn verhemelte naar zijn luchtpijp. Zijn benen hingen over zijn rug en hoofd heen gebogen, zoals een turner een burg ten uitvoer brengt. Het balans van het lichaam werd door zijn armen gehouden. Die waren eveneens doorboord.
“Hoe heeft hij dat in vredesnaam gedaan?” vroeg ik hardop tegen niemand in het bijzonder.
Terwijl mijn collega bezig was met de bloedspatanalyse, trachtte ik een beeld te vormen van het grotere geheel. Het glas in het raam op de eerste etage was gebroken en bijna anderhalve meter verder hing de hoofdbewoner in de tralie. Met mijn armen gespreid stond ik in hun tuin en mat de afstand die het slachtoffer had afgelegd. Op de achtergrond in de slaapkamer wachtte een zenuwachtige zoemer om ‘gesnoozed’ te worden.

Klik hier voor de spelregels.

Oorspronkelijke beloning gouden tip:  ZB 1.250,-.

<WAS HET SLACHTOFFER AL GEWOND?>
“Wat kun je mij over het slachtoffer vertellen Lesley? Enige andere verwondingen gevonden behalve die hem door zijn aanvaring met het hek zijn aangedaan?”
Lesley zette zijn studentikoze brilletje af, streek met zijn hand over zijn rode baardje en wendde zich tot mij.
“Niets chef,” de bril ging weer van het voorhoofd naar de rug van zijn neus.
“…hij kan net zo makkelijk uit een Cessna vliegtuigje gedonderd zijn.”
“Prima. Trek dat na,” ik proestte en keek op naar hoge objecten om mij heen. Deze man was misschien niet uit een vliegtuig gedonderd, de dichtstbijzijnde bomen stonden ook [AANWIJZING] te ver weg.
“… en laat iemand dat takke-ding gaan uitzetten!”

<WAS ER IEMAND ANDERS IN HUIS?>
Met de smaak van peroxide nog in mijn mond van gisterenavond liep ik het huis in om mijn andere mannen te spreken. De dag kon niet beroerder beginnen. Ondanks mijn ziekbed werd ik gebeld voor deze zaak. Mijn kaak was nog steeds niet volledig genezen van een dubbele extractie. Twee verstandskiezen.
“Appie,” ik bracht twee paar vingers naar mijn mond om te gaan fluiten en kwam daar van terug toen ik me bedacht dat het onnodige kracht op mijn kaak zou uitoefenen.  Abdel  Dezertecon Kretonshos had mij gehoord en wierp mij vanaf de master bedroom een blik toe.
“Heb je kunnen constateren of er iemand anders in huis was?”
“Nope. Maar te oordelen aan de slaapkamers verwachten we dat zijn vrouw nog thuis moet komen. Hij moet een zoontje hebben van … ik schat een jaar of acht. Die zal nog op school zitten.”
Tot mijn vreugde had iemand die irritant wekker uitgezet.
“Hoe laat stond die wekker?”
[AANWIJZING]
“Acht uur dertig.”

<EXPLOSIEVEN?>
“En verder,” ik keek de slaapkamer rond en het viel me op hoe keurig het was opgemaakt.
“…is je verder nog iets opgevallen? Je zal vast geen explosieven hebben aangetroffen.”
Abdel bevestigde dat. Het raam mocht aan diggelen liggen, het bed was opgemaakt en behoudens de glasscherven lag ook de rest van de slaapkamer er ogenschijnlijk opgeruimd bij. Ik vroeg mij hardop af:
“Dus als de vrouw en het kind beide buiten de deur waren,” Abdel en ik keken beide naar de klok waarna hij mijn zin afmaakte:
[AANWIJZING]
“…wie stond er dan om half negen op uit zijn bedje?”

{WEKKER}:
Was het de hoofdbewoner die laat opstond? Of was het een inbreker geweest die zich kapot was geschrokken van een late alarmklok? Magere Hein had een foto van een hand achtergelaten bij het lijk. De insluiper zou met zijn grijpgrage handen in de spullen van deze familie opzoek geweest kunnen zijn naar geld of sieraden. ‘Munnik’ was de naam die ik op het bordje bij de deur had gelezen. Dat zou betekenen dat de man aan het hek de heer Munnik moest zijn. Ik liet dit nagaan door het lijk te laten fouilleren op papieren die zijn identiteit konden aantonen. Lesley was mij een stap voor geweest en had een rijbewijs uit de jas gevist: de man die op zijn eigen tuinhek een geslaagde studie deed naar satévlees was de heer Munnik zelf.
“Inspecteur Riemelneel,” Lesley bleek nog meer informatie voor mij te hebben.
“Het is mij eerder niet opgevallen door het akelige tafereel, maar er is nog iets opvallends wat ik heb ontdekt bij het lijk,”
“En dat is?”
[AANWIJZING]
“…Mijnheer Munnik mist een schoen.”

<TWEEDE SCHOEN IN OMGEVING TE VINDEN?>
Dit kon wel eens een interessante aanwijzing zijn. Was mijnheer Munnik nog maar half aangekleed voor zijn werk en had hij daardoor een schoen te weinig aangetrokken of had hij deze ergens verloren? Om te zorgen dat mijn mannen niet te veel tijd kwijt raakten aan het zoeken van een linkerschoen, vroeg ik Koen Voet zich daarmee bezig te houden. Zelf zocht ik ook mee. We zochten buiten op straat, in de tuin, in het schoenenrek in het voorportaal en uiteindelijk op de slaapkamer. Onder het bed vond ik de schoen die we zochten. Nog geen vier centimeter vanaf de bedrand stond hij daar net buiten het zicht, rechtop tussen wat glassplinters. Dit was interessant: hoe kon de schoen van de heer Munnik binnen zijn terwijl hij zelf door het raam naar buiten was gevlogen? [AANWIJZING]
“Hé! Zijn veters zijn los,” prevelde ik.

{ WEKKER IN RELATIE TOT DE HEER MUNNIK ZELF}:
Dit deed mijn terugkomen op mijn eerdere bevinding. Zou deze meneer Munnik dan toch geschrokken zijn van een late wekker terwijl hij zich na het douchen half had aangekleed om naar zijn werk te gaan? Hij kon zijn veters vast hebben zitten maken toen hij zich de pleuris schrok bij het afgaan van zijn wekker. Maar de wekker stond aan de andere kant van het bed, hij moest dan bij het raam hebben gezeten en … zou je dan echt met een noodvaart door het raam springen? Dit leek me wat erg onwaarschijnlijk.
“Wacht even,” ik realiseerde mij niet eens dat ik tegen mezelf aan het praten was.
“…dit glas …” en in gedachte streken mijn handen door de scherven op het bed.
[AANWIJZING]
“…de meeste scherven liggen binnen.”

<IETS VREEMDS AAN DE SLAAPKAMER?>
Afijn. Alle objecten en aanwijzingen we tot nu toe bij deze moord hebben gevonden zijn op plaatsen waar je ze niet verwacht. Nog afgezien van de bijzonder onnatuurlijke positie waarin we het slachtoffer aantroffen.
“Die slaapkamer zit me toch niet lekker hoor inspecteur,” collega Ace die wat later op zijn Acefiets op het plaats delict was gearriveerd had een feitenanalyse opgesteld en de bevindingen verzameld.
“Is er echt niets vreemds te ontdekken aan dit slaaphonk? Zijn er geen objecten gevonden bijvoorbeeld waarmee het raam kapot kon zijn gemaakt?”
Al hoopte ik dat ik het antwoord voor hem had, ik moest het hem schuldig blijven.
“Neen, niets verdachts,” stond Koen Voet mij bij.
“De ruit is naar binnen toe gebroken. Dat mag al bijzonder merkwaardig genoemd worden,” de geur van met speeksel vermengd brood met pindakaas drong door te ruimte toen Koen luid smakkend aan zijn lunch begon. Ik had nog niets gegeten. Dus misschien was het goed om even met mijn mannen te gaan eten.
“…je zou bijna denken dat meneer Munnik als Superman van buitenaf in zijn slaapkamer probeerde te landen.”
Op dat moment had ik iedereen met mijn blik kunnen doorboren als ik diezelfde Clark Kent in zijn rol was zo groot waren mijn ogen toen ik dat hoorde. Koen had ik het eerst vermoord, maar in plaats daarvan bedankte ik hem en zei:
[AANWIJZING]
“Hij moet van hoger zijn gevallen! Dat kan ook verklaren hoe hij anderhalve meter tuin overbrugde.”

<HOEVEEL VERDIEPINGEN HEEFT HET HUIS?>
“Pauze jongens. Scoor ook even een boterham voor mij en laat iemand de jongen opvangen mocht hij tussen de middag thuiskomen,” al gokte ik er eigenlijk op dat hij wel ergens zou overblijven.  Door mijn enthousiasme donderde ik bijna van de trap en voelde het op een zekere plek in mijn hoofd opnieuw naargeestig gonzen. Met de ingeving die ik van Koen had gekregen besloot ik deze scène nog eens van een nieuw perspectief te bekijken. Wat ik al wel wist was dat dit huis bestond uit een beneden en een bovenwoning, vijf verdiepingen totaal. In de twee onderste en een deel van de derde woonde de familie Munnik en als ik het versleten naambordje erboven mocht geloven zou een familie Ruis of Kruis daarboven wonen. Van de voorkant gezien was er rechts vanaf de derde echter een hap uit de constructie waardoor het bouwwerk in de hoogte deels onvolledig bleef. De ontstane ruimte werd ingevuld door een dakterras met twee balkons daarboven.
“Bingo!” wat ik dacht was mogelijk. Vanuit de tuin keek ik naar die rechterkant die mij al eerder was opgevallen, maar eerder nog geen betekenis voor me had. [AANWIJZING] Mijnheer Munnik kon van dat balkon gestuiterd zijn. Hoe was nog even de vraag.

<SPOREN OP HET DAK?>
Vanaf het dak was ook mogelijk. Bob was bij mij blijven staan en had ook zijn interesse getoond in dit inzicht.
“Die ruit is onderweg stuk geslagen. Hij heeft tijdens zijn val gewoon zijn schoen verloren.”
“Precies wat ik ook dacht.”
“Blijft het dan toch niet raar dat het slachtoffer rond half negen op had dak of dakterras gezeten heeft? Het is er ook niet bepaald het weer voor.”
Na de lunch, waarbij ik mij tevreden had gesteld met een bakje yoghurt, offerde Lesley zich op om op het dak op sporenonderzoek uit te gaan. Toen hij terugkwam vroeg hij ons om een handdoek.
“Op het dak niets gevonden. Ik zou alleen die vogelpoep van mijn handen willen wassen. Wat me wel was opgevallen is dat het terrasje er [AANWIJZING] wat verpauperd bijligt, heeft iemand daar al gekeken?”

<GETUIGEN DIE DE HEER MUNNIK OP DAKTERRAS HEBBEN GEZIEN?>
Ace bood Lesley een handdoek aan nadat hij zijn handen had gewassen.
“Ik ga wel even kijken of ik getuigen kan vinden,” sprak deze.
“Goed plan Ace,” stemde ik in.
“…Paap en Koen kunnen het dakterras gaan verkennen. Daar moeten toch sporen te vinden zijn.”
En terwijl zij dat deden waren Bob en ik in de tuin met hetzelfde werk bezig. Eerder doorzocht terrein kreeg een tweede inspectie.
[AANWIJZING]
“We missen een vaas,” klonk het later van boven.
“Gevonden!” riep Bob twee meter naast mij vanuit een struik.
“Dus hoe wisten jullie van die vaas?” riep ik half lachend naar boven. Wat een puik team heb ik toch, bedacht ik mij ineens en vergat de pijn in mijn kaak.
“Heb je al bloemen voor Valentijn?” Paap hield met een brede glimlach een bosje rommelige tulpen omhoog.  Zijn vinding had me weer wat opgevrolijkt, maar Ace kwam daarop met slecht nieuws terug:
“Geen getuigen die meneer Munnik gezien hebben baas.”
Ik met een zuur gezicht:
“Ah, nou ja. Dat geeft niet,” ik zuchtte.
“…maar noem me geen ‘baas’ meer alsjeblieft.”

{KANDELAAR}:
“Mannen maak er geen spelletje van hè?” mopperde ik ten onrechte tegen mijn collega’s, een effect waar we allemaal wel eens mee te kampen hebben wanneer we reden hebben om humeurig te zijn.
“Welnee inspecteur,” reageerde Koen op het dakterras en hield een roestige kandelaar omhoog.
“…het was vast Kolonel Mustard met een kandelaar!”
Ik kon het niet helpen, daar moest ik erg om lachen.
“Ik weet het goed gemaakt,” en deelde een valse lach met Bob.
“…als je bloedsporen of ander DNA-materiaal aan de kandelaar kan ontdekken die de moord oplossen ga je door voor de koelkast.”
Die vond hij natuurlijk niet. Bob echter, [AANWIJZING] vond een grove splinter van een bewerkt stuk hout.

<WAAR HOORDE HET STUK HOUT BIJ?>
De grote splinter had hij uit de grond getrokken en had daar voor de helft ingestoken gezeten. Het houten fragment was bijna vijf centimeter dik en precies één meter lang. De ribbelstructuur aan de bovenkant verried direct waar het toe behoorde.
“Hey!” wierp ik naar boven, verbaal zogezegd.
“…missen jullie een stuk terrastegel?”
Paap reageerde het snelst.
“JA!”
Hij verdween heel even uit beeld. Door de balustrade en de beplanting daarachter konden wij hem niet zien. Later begreep ik dat hij een gebroken terrastegel had ontdekt waar het stuk toe behoorde. Daaronder had hij een witte [AANWIJZING] plastic zak ontdekt.

<ZAT ER EEN CADEAU VERSTOPT IN DE PLASTIC ZAK?>
Met mijn team op het terras en de toeleidende overloop was het best druk.
“Een Valentijnscadeau denk je?” vroeg Koen aan Jolien, die de knul had opgevangen en bij de buurvrouw had ondergebracht.
“Het leek me best een romantische man. Ik bedoel zo lelijk zag hij er volgens mij niet uit voordat hij er zo verschrikkelijk bij kwam te liggen.”
Paap tilde met zijn gehandschoende handen een pakketje uit het witte zakje en vond een rechthoekig voorwerp in cadeauverpakking.
“Ik vrees dat Elly Munnik een wrange verrassing te wachten staat als ze thuis komt.”
“Elly?” vroeg ik aan Paap. Het antwoord kwam van het stickertje waar achter ‘Aan:’ in pen haar naam stond.
“En zo te zien heeft Magere Hein de hulp van een bekende schrijver ingeroepen,” enkele van ons knikte instemmend toen in dikke hoofdletters [AANWIJZING] ‘STEPHEN KING’ bij het verwijderen van het cadeaupapier verscheen.

<VINGERAFDRUKKEN GEVONDEN?>
Abdel onderzocht de vingerafdrukken op de kaft, het cadeaupapier en de zak. Ze matchten allen die van meneer Munnik.
“Ik was altijd fan van Stephen King,” deelde ik met mijn collega’s.
“…maar van dit verhaal lopen de rillingen toch over mijn rug.”
“Fijn. Nu we ontdekt hebben waarom ons slachtoffer hier op het dakterras was en naar beneden kukelde, weten we nog altijd niet wat daar de oorzaak van was.”
Jolien reageerde op wat Bob zei:
[AANWIJZING]
“Misschien heeft, zoals Paap al zei, Stephen King hem daar wel bij geholpen.”

(Opgelet: dit is alles behalve een dubbele aanwijzing!)

<TITEL VAN HET BOEK?>
“Tja, dat zou ik ook zeggen met zo’n titel,” Bob wierp nog eens een blik op de kaft en wist genoeg.
Op de kaft en onder de naam van de auteur was te lezen: ‘Mobiel’.

{TELEFOON}:
Ferry Munnik had het dit keer helemaal uitgedacht. Zijn vrouw Elly was eerdaags jarig en hij zou het cadeautje wat hij voor haar had gekocht nu eindelijk eens een goede verstopplek geven. Eerder had de nieuwsgierigheid van zijn vrouw al eens bijna een breuk in hun relatie veroorzaakt. Elly kon namelijk nooit het geduld opbrengen om een verrassing tot het moment van overhandigen te laten wachten, zodat ze direct in huis op zoek ging zodra ze wist dat Ferry iets voor haar in huis had gehaald. Tot grote ergernis van haar man natuurlijk. Dit jaar zou het niet anders lopen, bedacht hij zich. En terwijl hij de lol er tenslotte van begon in te zien, had hij nu wel zo’n geweldige verstopplek gevonden: een losse tegel op het dakterras. Daar zou ze zijn presentje voor haar nooit vinden.
Ferry had die dag een late dienst en had zijn wekker om half negen gezet. Niet omdat hij anders te laat zou zijn op die late dienst – tegen twaalf uur had hij zeker al wakker geweest – hij zou het cadeautje gaan verstoppen. Normaal zou zijn vrouw Ruben al naar school hebben gebracht en zou hij zonder wekker door dat moment heen slapen om tegen het einde van de ochtend naar zijn werk te gaan. Ferry werkte als verpleger in het ziekenhuis.

Hij sloop naar boven om via de overloop het dakterras te bereiken. Met zijn jas aan stond hij daar in de regen en vond de losse tegel. Onder zijn jas beschermde hij het verpakte boek tegen het slechte weer. Niet dat dit veel toevoegde: hij had de verrassing ook nog eens in een plastic zak gewikkeld.
Net dat hij zijn taak op het terras had voltooid en wilde wegstappen van die ene tegel in de hoek klonk er een ingesproken ringtone:
“Schat… joehoe! Schatje … voor mij neem je toch wel op…?”
Ferry Munnik schrok zich te pletter van de stem van zijn vrouw waarvoor hij angstvallig zijn geheim verborgen wilde houden en had niet direct door dat het geluid van zijn telefoon kwam. Hij maakte een misstap en verloor zijn evenwicht.  Hierdoor kukelde hij over de balustrade en nam in een armbeweging een stenen vaas mee.

In dezelfde struiken waarin Bob eerder een stuk hout vond, trof hij een mobiele telefoon aan. Zijn vrouw had hem 12 keer gebeld … om even te vragen of hij een schone broek naar school kon brengen. Ruben had in zijn broek geplast.

Donker verpakt en beschermd tegen al wat er zich daarbuiten afspeelde glimlachte Stephen King vanaf zijn foto op de achterkant van het boek. Het boek was getiteld: ‘Mobiel’.
 
Beloning gouden tip van ZB 800,- toegewezen aan BoB de Winter.

By rinaoddel | February 7, 2011 - 10:35 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Scherpe Blik

image by AMagill, edited by Gsorsnoi

Je zal niet de eerste zijn die deze winter is ingesneeuwd of de kantooruren in de trein heeft doorgebracht. Een enkeling is omgekomen door een wraakzuchtige instortende iglo. En ja er zijn er ook bij geweest die in elkaar werden geslagen door verschrikkelijke sneeuwpoppen. Om over de vijvereenden nog maar te zwijgen die een onschuldige man een wak in hebben getrokken om hem te beroven van zijn verse gekochte bruine ‘knip’. Koning Winter heeft weer toegeslagen en we zijn er wederom de dupe van geworden.

Inmiddels kan ik je melden dat de oproep van onze trouwe verslaggever ‘De Waterlander’ (zie Winterterreur) zijn eerste vruchten heeft afgeworpen:

  • Rondom Amsterdam en enkele andere grote steden in de Randstad zijn ze nu bezig het openbaar vervoer stukje bij beetje overdekt te maken.
  • De telefoons van de sneeuwvlokkenalarmcentrale waar je melding kon maken van deze parachuterende witte terreurpogingen stonden direct na in gebruikname roodgloeiend.
  • Het ten uitvoer brengen van het idee om het rivierwater te verwarmen tot 20 graden bij onze landsgrenzen heeft ertoe geleid dat de sneeuw- en ijslagen geleidelijk beduidend minder voet aan de grond wisten te houden. Bijkomend effect was echter dat de Rijn daardoor zoveel meer water door kon voortstuwen dat een zwavulzuurtanker vier dagen na dit initiatief kapseisde en het scheepvaartverkeer daardoor behoorlijk op z’n gat is komen te liggen.
  • Ook de aanstelling van sneeuwpolitie is een succes gebleken doch enigszins twijfelachtig: tot meer blauw op straat heeft het niet direct geleid. Dit valt vast te wijten aan het absurde idee om deze agenten in witte uniformen te steken. Het heeft wel meer blauwbekken tot gevolg gehad. Het onderzoek waarom de dienstkloppers zich massaal zijn gaan bezondigen aan speekselwisselen loopt nog.