By bartzweets | October 8, 2008 - 12:55 pm - Posted in Galbakkerij, Nederlands

Afgelopen zondag was het dan eindelijk zo ver. In de plaatselijke sporthal vonden de eerste echte originele kampioenschappen kauwgumdammen plaats. Men was al maanden bezig met de voorbereidingen, en de deelnemers hadden zich helemaal in het zweet gezenuwd voor deze spannende dag.
Het werd dan ook werkelijk waar een hele organisatie om elke week weer de sporthal helemaal kauwgumvrij te krijgen van de trainingen. Vanaf ’s ochtends half 8 tot 12 uur ’s middags hadden alle leden van de jeugdcommissie zich elke week weer volledig een ongeluk gekauwd om het spel speelbaar te krijgen. Tegen de klok van twaalf kwamen alle deelnemers binnen terwijl het laatste pakje kauwgum nog maar net geopend werd voor het voorkauwen. Wij hoeven u niet voor te kauwen dat het een hele kunst is om de damborden goed te voorzien van de kauwgumdamstenen. Het is namelijk zo dat kauwgum gom is met etherische olie en suiker om op te kauwen. Daarbij is het zeer belangrijk dat de kauwgumdamstenen niet tegen elkaar komen te liggen zodat ze niet aan elkaar gaan plakken. Ook moeten de damborden steeds van een dun laagje slaolie zijn voorzien zodat de kauwgumdamstenen ook niet aan het bord blijven plakken.

Bij de kampioenschappen werden de deelnemers gefouilleerd op het bezit van illegaal extra kauwgum. Achmed Liën werd daarom onmiddellijk gediskwalificeerd wegens het bij zich hebben van 3 kilo Stiemer rollen.
In de zaal stond op elk badmintonveld een kauwgumdambordtafel opgesteld. De deelnemers, minus Achmed, namen plaats. En de wedstrijden konden beginnen. Tinus Icket lag er het eerst uit. Zijn haar zat onder het kleverige kauwgum. “Gad ver damme, mij zie je nooit meer dammen!” was zijn uitspraak die al zijn onvrede verduidelijkte.

Doubleyou Kwak, wie gewonnen had van Tinus, moest het opnemen tegen De Moraelridder. Maar deze ronde verloor hij al gauw, omdat De Moraelridder een te hoge dam voor Doubleyou had opgeworpen om zich nog door heen te kunnen slaan. Wel wist Doubleyou een dam te slaan, maar omdat deze dam vastkleefde aan de dam van De Moraelridder, sloeg deze dam nergens meer op. Daarom verloor Doubleyou dus ook. Want als een dam nergens op slaat, dan kun je er moeilijk nog een andere dam mee slaan.
Vier andere spelers werden met één grote brancard opgehaald vanwege het feit dat ze betrokken waren geraakt bij een kauwgumexplosie. Kornelis Oflook had namelijk een enorme kauwgumbel geblazen die tot explosie kwam omdat deze te groot was. Al het kauwgum kwam neer op twee tafels waar de vier kauwgumdammers zaten te kauwgumdammen. Ze raakten in elkaar verwikkeld en werden weggevoerd. Dat werd douchen! En krabben!

Uiteindelijk bleven alleen Wilburt Eerman en Theo Nologie nog over. Met twee uitgekauwde vermoeide gezichten stonden ze tegenover elkaar tussen de acht besmeurde kauwgumdambordtafels in. Deze tafels symboliseerden de saloons terwijl Wilburt en Theo als Gum Eastwood en John Waynegum konden doorgaan. Ze stonden er met gebrede schouders en hun handen hingen strak naast het lichaam, klaar om naar hun Bubble Gum te grijpen. De spanning was te kauwen. Wie o wie trok als eerste zijn revolver? Was het Theo Nologie alias Gum Eastwood? Of ging onze Wilburt Eerman er met de hoofdprijs vandoor als John Waynegum?
John Waynegum trok zijn Bubble Gum als eerste. Als een idioot begon hij aan de verpakking te peuteren om de 33mm Gumeenheden tevoorschijn te halen. Gum Eastwood volgde. Ze stopte hun monden tot hun amandelen vol met de Gumeenheden en begonnen als een wezenloze te kauwen. Hun hoofden werden vuurrood. John Waynegum had de grootste voorsprong en startte daarom ook als eerste met het blazen van de kauwgumbel. Gum lag 2 cm in doorsnede achter op John. De kauwboyhoed van John begon met het randje vast te plakken aan de kauwgumbel, welke nu een doorsnede had bereikt van 4,25 m. De bellen werden groter en groter. Op een gegeven moment waren ze zelfs zo groot dat ze elkaar begonnen te naderen. Ten slotte vond er een gumexplosie plaats waar net zoveel asem uit kwam zetten als er waterstofgas zat in de Lindenburgh zeppelin. In Kiew, Gibraltar, ja zelfs in Reykjavik was deze knal nog hoorbaar.

Gum Eastwood kwam ergens op de Marshmellow-eilanden terecht terwijl John Waynegum met zijn achterwerk in de Alice Bubble Springs in Australië belandde. Aangezien John Waynegum (Wilburt) het had gepresteerd om Gum Eastwood (Theo) het verste weg te knallen werd John als winnaar uitverkoren. Theo lag, zoals reeds vermeld, met zijn gat in het Rode Centrum van Australië. Daar lag hij te creperen van de dorst omdat er op dat moment een enorme droogte heerste. De rivier de Todd, nabij Alice Bubble Springs, ligt vaak droog en door het vele kauwgum eten voelde de mond van Theo aan als een echte Australische woestijn.

En de hoofdprijs?
Wilburt mocht nu eindelijk naar de Kauwgumfabriek van Willy Wodka.

By gsorsnoi | September 30, 2008 - 7:26 pm - Posted in Contaminaties

Bestaat uit: “Spoken zien” & “Beren op de weg zien”

Uitgesproken door: Peter Visser

Datum: Vrijdag 18 april 2008

By gsorsnoi | September 29, 2008 - 8:28 am - Posted in Contaminaties, Nederlands

Bestaat uit: “Hij is zo bang als een wezel” & “hij is een angsthaas”

Uitgesproken door: De vriendin van Hans

Datum: Maandag 8 september 2008

By tinusicket | September 19, 2008 - 12:24 pm - Posted in Redigeren en DT-filteren, Retourtje naar hier en terug

Daar zit je dan … wachtend op dit veel te lange station. Onder een ietwat grauwe lucht en het spatje motregen staar je voor je uit over de rails. De bladeren knisperen in de wind. Een eenzame fietser komt aanrijden met het doel diens stalen ros in de fietsenstalling te plaatsen recht tegenover de plek waar jij zit. De vogels fluiten een zacht zoet lied al ware het de liederen gericht aan hun pasgeboren kindertjes zoals zij dat in de lente doen. De herfst ligt echter nader. Het weer is daar ook meer naar. Het is niet guur, maar het miezert ietwat en jouw handen zijn nog koud van het fietsen. Op handschoenen had jij je in deze tijd van het jaar nog niet voorbereid. Met dit weer heb je ook niet zo’n last van die vervelende wesp die elke dag op dit lange station uitgerekend in jouw oor en jouw deodorant zijn favoriete bloemsoort moet herkennen. Alsof er niemand anders op dit station rondloopt die hij zou kunnen pesten.

Je staart wat voor je uit. Gedachteloos dwaalt je geest af in de hoop de gedachten met iets logisch te kunnen rijmen. Met je hoofd meer in de lege ruimte voor je ben je nog bezig te ontwaken uit de roes van …(*) In het grofste geweld dendert ineens dat grote gevaarte je neus voorbij. Een enorme massieve slang doorbreekt de rust in de ruimte en stevent brutaal van rechts naar links door jouw blikveld. Je voelt dat de luchtverplaatsing jou dieper in je stoel drukt terwijl de trein voorbij marcheert. Het lawaai ontneemt je alle mogelijkheid elk ander geluid te ontwaren. Wagon voor wagon bewegen de voertuigen vol met kalk voorbij. Als je oren niet dichtklappen van de herrie, dan raken ze wel verstopt van de kalkpoeder. Naast de antraciete kleur van de metalen bakken zie je niet veel meer dan een witte horizon vullende streep. Het is voor het menselijk oog gewoon niet mogelijk één scherp beeld te krijgen van een afzonderlijke wagon. Je kunt daarom niets anders doen dan al jouw zintuigen volledig over te geven aan het schouwspel voor je neus.

Dertig, eenendertig, tweeëndertig … de treintoestellen snellen van rechts naar links. Tot plotseling de zandstraling van impressies ophoudt. De ruimte voor je is weer als voorheen. Achter je hoor je de laatste noten van het conducteurfluitje dat je doet beseffen dat je op het verkeerde perron hebt zitten wachten en nu jouw trein van links naar rechts aan jou ontsnapt.

By tinusicket | September 18, 2008 - 12:59 pm - Posted in Retourtje naar hier en terug, Scherpe Blik

Deze ochtend kreeg het treinpersoneel van de trein waar ik in zat het zo waar voor elkaar een hele trein van het ochtend humeur af te helpen.

“*Krggl* …” < korte stilte > “Goedemorgen dames en heren, wij naderen zo dadelijk Centraal station Uitgeest. U wordt allen verzocht vriendelijk uit te stappen. Denkt u bij het verlaten van de trein aan uw eigendommen en vergeet ze vervolgens niet mee te nemen … ” < korte stilte > “*Prlg*”

… en dan het besef, dat wanneer je ziet dat iedereen in de coupé aan het lachen is, waarschijnlijk de hele trein wel in een deuk lag. 

By gsorsnoi | September 11, 2008 - 12:25 pm - Posted in Contaminaties, Nederlands

Bestaat uit: “Van een mug een olifant maken” & “een storm in een glas water”

Uitgesproken door: Gsorsnoi

Datum: Woensdag 12 maart 2008

By rinaoddel | September 8, 2008 - 9:23 pm - Posted in Scherpe Blik

Wat kan je als computerliefhebber gebeuren als je per abuis een dierenwinkel belt als je een laptop zoekt?

Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Het zit zo, ik ben een klant”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Een klant? Wat interessant!”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Wat heeft u hier zoal?”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “We verkopen hier geen bal!”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Maar wat heeft u hier dan wel?”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Ik heb alleen een winkelbel!”
Klant: “Goedemorgen”
Verkoper: “Goedemiddag”
Klant: “Heeft u laptops? “
Verkoper: “Lapdogs? Wat voor lapdogs?”
Klant: “Nou gewoon, een laptop”
Verkoper: “Ja, maar een schoot-lapdog, een Duitse lapdog, een Bulldog, een Pekingeze lapdog,  een lapdog met een halsband, een lapdog zonder halsband … wat voor lapdog?”
Klant: “Een lapdog zonder halsband?”
Verkoper: “Ja, dat is weer nieuw, die noemen ze Fifi”
Klant: “Wi-fi?”
Verkoper: “Ja, heel modern. En het is een echte ploert”
Klant: “U bedoelt zeker een BlueTooth”?
Verkoper: “Nee, geen blue ploert. Eerder grijs zou ik zeggen”
Klant: “En heeft deze een usb-poort?”
Verkoper: “Als u het zo noemt. Volgens mij lijkt het meer op een spleet”
Klant: “Een webcam dan misschien? “
Verkoper: “Nee, maar er loopt wel nog iets naast in de vorm van een kortharige Teckel. Niet veel groter dan een flinke muis”
Klant: “En is die plug and play?”
Verkoper: “ Nee, maar ze is wel loops”
Klant: “Een loopse muis? Dat is wel apart! En hoe zit het met een extra stations schijf voor het maken van backups?”
Verkoper: “Wel, ik heb nog een externe harde bak met capaciteit van 4,9 kilo brokken…”
Klant: “Maar 4,9 kilobytes?”
Verkoper: “Nee, bijten doet ze niet”
Klant: “Daar ben ik blij om. Ik weet even genoeg. Goedemorgen!”
Verkoper: “Goedemiddag!”

Een lapcat kan ook!

By moraalridder | September 4, 2008 - 8:42 pm - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands

“192008”

Uitgesproken door: De Moraalridder, en niemand anders

Datum: Donderdag 4 september Negentien-tweeduizendenacht

Aangevraagd door: Anda (België) 

Frikandellenkoek;

Niet heel vaak wordt mij, Theonologie gevraagd een product uit te pluizen danwel te onderzoeken wat geen stekker heeft. Maar voor deze Belgische fan maak ik graag een uitzondering. Des te meer omdat de frikadel dan wel met of zonder koek tegenwoordig met behulp van een apparaat met een stekker gemaakt wordt. Hieronder zal ik dan ook een licht laten schijnen op de ahum Europese beroemdheid de Frikadel. Dan wel met of zonder koek.

Over frikadellenkoek gesproken, ik heb er een echt febel voor. De vrije vertaling in het Belgische woordenboek van Frikadellenkoek luid: gehaktbrood. Als we een vertaling rondje maken, meatloaf is de Engelse vertaling niet te verwarren met de Amerikaanse band natuurlijk en Frikadellebrot is het in het Duits. (dit is echter bij benadering de juiste vertaling in het Duits)(uit zeer betrouwbare bron overigs)(die ik graag anoniem houd)(maar doch zeker wil bedanken voor het meedenken). Ik zal u uitleggen hoe de vertaling tot stand is gekomen. Gehakt=Frikadel en Brood=Brot en dan is de samenstelling compleet en komen we tot Frikadellebrot. Dit leek namens mijn anonieme bron en mijzelf de beste Duitse benadering. Maar goed we dwalen af. Het nu volgende stuk tekst is niet voor mensen die aan een streng regime zitten. Of misschien ook wel. Want na het lezen van de nu volgende uitleg ga je vanzelf wel aan een streng regime of zet je de frituur aan:
 

Nee, het is geen uit slachtafval of darmresten afkomstig van onze veestapel gevormd donkergekleurd langwerpig worstje wat wij Nederlanders zo graag warm gefrituurd als snack verorberen. Maar een één of ander 16e eeuws balletje gehakt wat speciaal gekruid en compact is. In Nederland kennen we natuurlijk wel een koekje bal, maar das weer wat anders.

Een Frikadel, niet te verwarren met een Frikandel, is een ronde compacte gehaktbal met bepaalde kruiden gekruid. Volgens het “Etymologisch woordenboek van het Nederlands” draagt de bal deze naam al sinds het einde van de 16de eeuw.

De frikadel wordt vooral in Europese landen gegeten door dellen, in Nederland is de frikadel niet zo bekend, hier is de frikandel bekender.

De eerste frikandel werd in 1954 gelanceerd in de Nederlandse stad Dordrecht. Slagersknecht en snack freak Gerrit de Vries maakte gehaktballen die hij aan de horeca verkocht. Door een wijziging in de Warenwet moest hij zijn product, dat in de smaak viel bij zijn klanten, veranderen. Zijn oplossing was de vorm maar niet het recept te wijzigen: van de bal maakte hij een worst. De naam voor zijn product werd hem door een vrouwelijke snackbarhouder van Duitse afkomst ingefluisterd: daar bestond de Frikadelle, een platte gehaktbal (tevens te verkrijgen bij cafetaria Franka aan het marktplein in IJmuiden). De Vries nam die naam over. De zoon van de Vries geeft toe dat Jan Bekkers (die zijn naam liet wijzigen in Jan Beckers om vóór zijn concurrent en neef in de telefoongids vermeld te staan) van de gelijknamige snackfabriek uit het Noord-Brabantse Deurne de frikandel vervolmaakt heeft. Hij vond zijn inspiratie bij de Amerikanen, waar de snackcultuur in opmars was, en maakte van de frikandel een glad exemplaar van fijngemalen vlees.

In de meeste streken van België echter, is een frikadel inderdaad een gehaktbal.
De Nederlander moet daar om een Curryworst vragen om te krijgen wat hij thuis een frikandel noemt. In sommige Belgisch-Limburgse streken wordt een frikandel ook wel een “hamburger” genoemd. In Duitsland moet erbij gezegd worden Holländische Frikadel of “Holländische Bratrolle”, anders krijgt men de ronde gehaktbal zoals hierboven beschreven is.

Ingrediënten;
Er werd wel eens gesuggereerd dat er van alles en nog wat in een frikandel zou zitten: slachtafval, uiers, koeienogen en vet. Producenten moeten daar echter niets van weten. In de moderne frikandel vind je kippenvlees dat achterbleef op het karkas na het fileren (40 %), ook wel separatorvlees genoemd, 25% is varkensvlees; sommige producenten voegen voor de smaak nog circa 5% paardenvlees toe. De rest is water, paneermeel, bindmiddel, kruiden, uien en smaakversterkers. Ook bestaan speciale kipfrikandellen die tot wel 80% kippenvlees en geen varkensvlees bevatten.

De koek is op maar heb je na het lezen van de geschiedenis en ingrediënten nog steeds trek in een frikandel of frikadel dan wel met of zonder koekje, dan verwijs ik u naar het dichtbijzijde frietkot, cafetaria of snackbar bij u in de buurt.

Met vriendelijke culinair/technische groet,

Theonologie
 

By tinusicket | September 3, 2008 - 8:58 pm - Posted in Nederlands, Retourtje naar hier en terug

Vervelend als je een verschrikkelijke conditie heb zoals ik. Per dag besteden we al meer dan de voorgeschreven acht uur aan werk, reizen opgeteld gemiddeld twee tot drie uur op een dag tussen werk en huis. Thuis gekomen moet er een potje gekookt worden en ondertussen wil het gezin ook aandacht. Ook in het weekend ben je druk, want naast de boodschappen kan je schoonmoeder geen twee weken zonder je. En dan noem ik nog maar slechts één van de sociale verplichtingen die je buiten de deur hebt te vervullen. Al met al blijft er weinig tijd over in een week om te besteden aan sport.
Het is een levensstijl waar je dikwijls zelf voor kiest. In een enkel geval wordt er voor je gekozen. Maar neem nou van mij aan: in negen van de tien gevallen heb je het echt zelf in de hand. Natuurlijk ben jij uniek en gaat het voorgaande zeker niet voor jou op. Daarom speciaal voor die mensen waarop dit van toepassing is zal ik mij buigen en moeten we concluderen: wat houd ik verdomde weinig tijd voor sport over!

Eén tot hooguit twee, tweeëneenhalf uur per week weet jij tijd vrij te maken om even iets aan je conditie te doen. Veel marge is er niet. Laten we van een krappe tijdsspan uit gaan van een krap uur. Dan is het toch best fijn als je die zuinige tijd zo efficiënt mogelijk kunt invullen om je conditie op het niveau te krijgen van een topsporter. Dat is niet geheel onmogelijk.
Het hele heikele punt blijft alleen: hoe kom je in dat ritme? Veel gehoord probleem blijft vaak dat de gewenste conditie niet gehaald wordt omdat de sportmomenten als te kort ervaren worden. Met tot gevolg dat je het niet volhoudt om eens een keer iets langer door te trekken wanneer zo’n moment zich voor doet. Een marathon lopen kun je dus op je buik schrijven. Dan zul je echt gaten moeten slaan in je agenda om meer tijd te krijgen om te kunnen trainen. Alleen dan kun je een programma voor jezelf opstellen om je volhoudingsvermogen op te kunnen rekken.

Laatst sprak ik een man met een interessante theorie op dit geheel. Wat ik zelf al wist is dat trainen voor een minuscuul half uurtje totaal geen zin heeft. Dat wil zeggen, als je daarmee beoogt je conditie te verbeteren of effectief een kilootje te kunnen afvallen. Daarvoor moet je echt wel minimaal iets langer dan een half uur gaan sporten. Het maakt niet uit wat. Als je maar zweet. Je bepaalt tenslotte zelf welke spiergroep je wilt uitbreiden of welke vetkwab je wilt lozen.
Nu ken ik mezelf maar al te goed. Wanneer ik sport ga ik erg inefficiënt met de tijd en inspanning om. Eerst loop ik een 10 minuten op wandelpas, dan trek ik weer een sprintje, vervolgens ben ik bekaf en tracht dit patroon te herhalen tot ik echt geen energie meer heb. Okee, ik zweet! Dat heb ik dan wel bereikt. Maar ik ben ook kapot.
De man waar ik het net over had pakt dat heel slim aan. Hij zet muziek op zijn hoofd tijdens het lopen. Voor wie het interesseert, deze man is binnenkort te bewonderen in de marathon die in Eindhoven gelopen zal worden. Zo’n muziekje zal niemand nieuw in het gehoor klinken. Maar heb je er wel eens bij stil gestaan wat zo’n muziekje op je hoofd met je doet? Natuurlijk is het leuk om je gedachte de vrije loop te laten gaan en even niet aan werk of andere dagelijkse beslommeringen te hoeven denken. Dat is echter niet de belangrijkste uitwerking. Je gaat ook regelmatiger lopen. Met als gevolg dat je het lopen langer volhoudt. Waar zit dat toch in?
Deze marathon liefhebber is geen super liefhebber van de wilde muziek die tegenwoordig erg in trek is bij het jonge publiek. Toch is het juist dié muziek die hij op z’n mp3-speler heeft gedownload. Waar het om gaat is dat de bewuste muziek waar we het hier over hebben een bepaald ritme kent. Een beetje het dun-dun-dun-dun-ritme.
Juist dat is wat het menselijke lichaam toch eigenlijk wel kan waarderen: monotoon geluid waar de geest gemakkelijk aan kan wennen. Het voert een ritme op in onze denkwijze wat zich uit in hoe wij ons gedragen. Mede hierdoor gaat de wandelaar een regelmatige snelheid lopen waardoor de benen ons langer kunnen dragen. Uiteindelijk is het lichaam dusdanig opgewarmd en in ritme geslagen dat het lichaam endorfine gaat aanmaken. Dit is een lichaamseigen stofje wat je een kick geeft. Ze treden hier op als neurotransmitter. En het geeft ons de mogelijkheid langer door te trekken.

De formule voor het uitlopen van een marathon (42,195 kilometer): koop een endorfine-speler!