By sidsurfer | July 21, 2016 - 4:10 pm - Posted in Duimzuigerij, Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

“Klik rechts met de linkermuisknop rechts bovenin uw scherm op het rechter linkje om naar de webpagina over linkse rechters te gaan.”

By rinaoddel | July 20, 2016 - 4:24 pm - Posted in Duimzuigerij, Eindelijk uitgeworteld, Nederlands

Een smurfmaat is de maat die gesmurft wordt om tot passende smurfkleding te smurfen.

De gesmurfte maten zijn niet in elk land hetzelfde. Zo smurft maat 38 in Nederland overeen met maat 40 in België, 42 in Frankrijk, 44 in Italië, 44 of 46 in Spanje en Portugal en 2 in Smurfland. Bovendien worden voor smurfen en smurfinnen soms verschillende maten gesmurfd, wat van belang is bij unismurfkleding, die niet specifiek voor smurfen of smurfinnen is.

Naast smurfmaten, zoals hierboven, bestaan er ook normen voor de maten van smurfjeans (witte broeken) en smurfkleding. Veel gebruikte termen zijn: smurfomvang, smurfomvang, smurfomvang en smurfomvang. Voor bijvoorbeeld T-Smurfs of andere smurfkleding, waarbij de smurf niet exact hoeft te smurfen, zoals bij de massaproductie in de smurfindustrie het geval is, gebruikt men de aansmurfing S (Smurf), M (Medium Smurf), L (Grote Smurf), XL (Extra Smurf), XXL (Dubbel Grote Smurf) en XXXL (Extreem Grote Smurf).

By gsorsnoi | July 15, 2016 - 8:52 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar door zijn aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Loek de Graaf

Functie: Forensisch Informaticus, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Loek de Hond, Hond, Loekie.
Oorsprong naam: Zowel zijn achternaam De Graaf als zijn schuilnaam ‘De Hond’ verwijzen naar speurwerk (resp. in de relatie met ‘graven’ en ’speurhond’). Beide verwijzingen kunnen in verband worden gebracht met zijn aanstelling als Forensisch Informaticus waarin speurwerk een groot deel van zijn werk bepaalt. Ook in zijn voornaam is het speuren in de vorm van ‘zoeken’ terug te vinden; Loek kun je ombuigen naar het Engelse werkwoord ‘to look’ wat kijken betekent. Het analyseren van Loeks naam is dus in feite al een hele zoektocht op zich!
Modelpersoon: Mark Zuckerberg.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken: “Het gasfornuis stond te ver weg?” en “Welcome in the House of Wax,” zijn twee uitspraken uit de VZD-aflevering ‘De rotte appel’. Met het gasfornuis grijpt hij terug op een eerdere suggestie van een voorwerp van hem waarmee Jericho zich zou hebben verdedigde. Met de ‘House of Wax’ verwijst hij naar de werkplaats van zijn collega Agatha Loon op Toom waar zij druk bezig is met ‘deathcasting’ door middel van het maken van een uit alginaat vervaardigd duplicaat van de schedel van één van de slachtoffers (Olivia) uit die VZD-editie. Mijn favoriete uitspraak van Loek is echter:
“De Tycoon Newspaper. Ik heb zo mijn bronnen.”
Dit zegt hij wanneer hij ten overstaan van zijn collega’s in de vergaderzaal de Sierra Madre niet zijn zoekmachine Nikita, maar de Tycoon Newspaper als bron opgeeft voor het vinden van historische nieuwsfeiten rondom het frotteurisme van Jericho.

Zonder nerd ben je nergens

Na negen afleveringen van de Vuurspuwende zonsverduistering detective, kortweg de VZD, begon ik het wel eens tijd te vinden om de lezers meer kennis te laten maken met de medewerkers van het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI). Zeker na de zaken VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ en VZD (7): Red mij! groeide ook mijn eigen behoefte om een beter beeld te krijgen van de personages die er achter al die onderzoeken in het veld zitten, maar ook van de figuren op het kantoor van het GCFI. Ik noem bewust de 5e en 7e aflevering, omdat juist in die edities er toch redelijk wat vertrouwde namen deelnamen aan de toen lopende onderzoeken, maar er ook een paar nieuwe geïntroduceerd werden. Agatha Loon op Toom bijvoorbeeld, maakten we kennis mee vanaf VZD (7): Red mij!. Hiermee voegde ik een pathaloog anatoom aan Karels mensen toe. Een bloedspatanalist hadden we natuurlijk met Lesley Spandabato en een inbraakspecialist middels Koen Voet, maar pas in die afleveringen komen ze voor het eerst goed uit de verf.
Met al die vaklui hadden we nog steeds slechts een handjevol leden bij de GCFI. En aangezien ik mij bij het GCFI een brede organisatie aan forensische figuren voorstel – gelijk aan hoe ik daar met het Nederlands Forensisch Instituut een beeld van heb – moesten hier echt nog wat poppetjes bij om mijn organisatie geloofwaardig te doen overkomen. Vandaar dat ik vanuit die behoefte uiteindelijk op een personage als Loek uitkwam.
Ik hou van variatie in de samenstelling van persoonlijkheden van mijn personages. Dus bedacht ik wat er al niet handig kan zijn om dan aan mensen in dienst te hebben, zodat je beslagen ten ijs komt wanneer er zich een omvangrijk onderzoek aandient, zoals in de zaak Roerling. Het hebben van een echte data-analist is dan welhaast een must.
Het kunnen spitten door grote hoeveelheden digitale opslagmedia en dan in recordtijd dat ene ontbrekende stukje van een puzzel kunnen vinden waardoor een zaak sneller of überhaupt kan worden opgelost, was een kwaliteit die één van de specialisten beslist móest bezitten. Natuurlijk kon ik de vertrouwde figuren die in het veld opereren gaandeweg van meer kennis, ervaring, nieuwe inzichten en aanwijzingen voorzien, zodat er altijd wel iemand is die de doorbraak vindt, waarmee we de dader en doodsoorzaak tijdens een onderzoek boven tafel weten te krijgen, maar dan ontbreekt het in je vertelling op enig punt toch een keer aan geloofwaardigheid en dynamiek. Het wisselen van plaats en focalisatie spreekt lezers over het algemeen erg aan, zodat dit er toe leidde dat ik een statisch toneel als het GCFI vaker bij een zaak wilde betrekken. Bovendien draagt het gedoseerd variëren van toneel bij aan een intensere beleving van hetgeen er verteld wordt. In schril contrast met de honkvaste patholoog anatoom Agatha Loon op Toom, wilde ik van Loek de Graaf juist eerder iemand maken, die ondanks zijn natuur als ICT-er toch vooral iemand blijkt te zijn die ook graag wil uitvliegen en het avontuur buiten de muren eens wil opsnuiven. Hiermee komen we onvermijdelijk uit op één van de eigenschappen die een personage van zijn schepper overerft. Als een in het vak gerolde ICT-er is het veld intrekken en de wereld om mij heen beleven namelijk exact wat ik zelf ook in mijn werk nastreef. De andere eigenschap waarmee Loek erg op mij lijkt, komen we verderop in een volgende alinea op terug.
We treffen Loek hoofdzakelijk op kantoor aan. Onder het vertrouwde ritselende geluid van het graaien in een zakken met taco’s of nacho’s en het gerammel van zijn vingers over zijn plakkerige toetsenborden, vinden we deze vierentwintig jarige student in dezelfde vleugel van het GCFI waar ook Agatha Loon op Toom haar lijkschouwingen verricht. Toch wordt hij niet gezien als de meest smerige onder de nerds. Natuurlijk treft de schoonmaker aan het einde van de dag wel de niet opgeruimde chipszakjes van hem aan, maar behoudens deze slordigheid en de chipsresten op en in zijn toetsenborden, verbleekt deze jonge hond naast een figuur als Kornelis Oflook. Uit zijn neus eten doet hij niet. Het is eerder een nette naar het brave neigende kerel. Zijn kleding is zelfs proper te noemen, alsof zijn moeder deze wast en strijkt. Eentonig is zijn kledingstijl wel.
Na vanuit een stage bij Karel Riemelneel te zijn binnengerold, ontpopte Loek zich al gauw als een heuse whizzkid en een goeroe op het gebied van feiten verzamelen. Karel had meteen door dat hij met Loek een talent in huis haalde. Loek viel vooral op door zijn hoge nerdgehalte en extreme speurderskwaliteiten. Hij wist altijd in recordtijd bewijsmateriaal te analyseren en kon aan de hand van foto’s en digitale bronnen met kinderlijke eenvoud die informatie boven tafel te krijgen waar Karel en zijn mensen op dat moment erg op zaten te wachten. Doordat hij ietwat gezet is (door het vele chips eten) en altijd goedlachs is, valt deze krullenbol erg op in het gezelschap van de andere medewerkers op de afdeling. Hij staat bekend om zijn opvallende zwarte humor en ook door zijn scherpe opmerkingen wordt hij graag als deelnemer bij vergaderingen of andere overleggen gezien. Hier komt opnieuw een eigenschap aan het licht waarbij Loek weer op mij lijkt. Of collega’s mij daarom liefhebben weet ik niet, maar ik houd ervan om zoveel mogelijk rake opmerkingen te maken en doe altijd erg m’n best om op het juiste moment met essentiële informatie aan te komen zetten.
En dat is precies waar Loek in extreme sterk in is; wanneer je meent dat het onderzoekt echt muurvast zit, dan kun je altijd bij Loek aankloppen en zorgt hij er met zijn computerprogramma’s wel voor dat hij nieuwe feiten boven tafel haalt waardoor er nieuwe inzichten ontstaan en de ‘nadering’ ineens begint te ‘ontknopen’(*). Al met al is Loek daarmee een onmisbare man op het GCFI. En zeg nou zelf? Waar zouden we zijn zonder een echte nerd?

(* = uitspraak van Karel Riemelneel, waarmee hij aangeeft dat er zoveel aanwijzingen bekend zijn dat we hiermee een onderzoek wel moeten kunnen oplossen)

De maniakele reseacher met flauwe (IT-)humor.

Je voelde hem misschien al aankomen; de overgebleven gemeenschappelijke eigenschap die Loek met mij deelt is zijn gedreven wil om achtergronden bij een verhaal te vinden, goed beslagen ten ijs willen komen en kunnen varen op de daarmee verkregen kennis. In het geval van Loek verwijst ‘verhaal’ natuurlijk hoofdzakelijk naar de zaak waar de mensen van het GCFI op dat moment druk mee zijn. En het is niet zomaar, dat ik deze eigenschap juist op hem overbreng. Graven naar data en het vinden van de juiste informatie die erbij een zeker onderwerp hoort, heb ik altijd hand-in-hand zien gaan met geloofwaardige vertellingen. Een verhaal waarin personen, locaties en objecten zijn opgenomen die niet met de realiteit te verenigen zijn of niet kloppend lijken ook als ze zijn verzonnen, leveren in mijn beleving boeken op die zo naar de prullenbak verdwijnen. Bovendien wil ik als lezer vermaakt worden en in een verhaal worden opgezogen, zodat ik alles echt voor mij kan zien wat de schrijver op papier heeft gezet. En ik vind dat iedere zichzelf respecterende auteur dat doel zou moeten nastreven. Met mijn Tycoon Newspaper-verhalen hoop ik daarom niet alleen dat je Rina letterlijk met thee zal zien tutten, of de klodders snot langs je wangen voelt glijden wanneer Kornelis zijn hand weer eens een niesbui heeft, ik wil dat het je ook moet lukken om zelf je weg te kunnen vinden in mijn redactiegebouw. Je zou in gedachten blindelings bij de receptie moeten kunnen binnen stappen en blindelings naar de bibliotheek of zelfs de Duimzuigerij kunnen lopen. Datzelfde geldt wat mij betreft nu nog niet voor het GCFI, maar naarmate ik ook die locatie meer ga beschrijven, moet je daar ook toe in staat zijn. En belangrijker nog: je moet kunnen geloven dat deze locaties ook werkelijk zouden kúnnen bestaan.
Het vinden van de juiste passende achtergronden bij al deze omgevingen beschouw ik dan ook als een groot goed. Struinen op Wikipedia naar encyclopedische beschrijvingen, googelen naar pagina’s en soms zelfs hele websites, veel gebruikte termen bij een specifiek onderwerp inventariseren… het is precies dat alles wat ik doe om een onderwerp geloofwaardig op papier te krijgen. Het is dat ik niet net zoals Tinus Icket te pas en te onpas in een vliegtuig kan stappen om over de wereld alle locaties te bezoeken die ik zou willen aandoen, omdat één van mijn monsterverhalen zich er afspeelt, anders had ik ook dát nog gedaan. In plaats daarvan is het Tinus Icket die deze rol van mij overneemt en in het TN-wereldje die achtergronden vergaart.
Dit hobbyisme heeft op den duur ook een eigen naam gekregen. Toen trouwe Tycoon Newspaper-fan Bob de Winter eenmaal het monsterverhaal ‘Een Stymfalische vlucht’ had uitgelezen, complimenteerde hij mij na afloop en meende hij dat ik wel erg ver ga om bepaalde details in mijn verhalen verwerkt te krijgen en omschreef deze drift als ‘maniakale research’. Het is een liefhebberij van mij waar ik graag met die specifieke omschrijving naar terug refereer, omdat ik vind dat het mijn terugkerende voorbereiding op mijn hoofdstukken het beste weergeeft.
Loek de Graaf doet met zijn werkzaamheden eigenlijk niets anders dan zijn taak op precies die wijze uit te voeren. Het is inherent aan zijn functieomschrijving dat hij voortdurend bezig is met het uitpluizen van achtergronden. Hij gebruikt daar alleen geen Wikipedia voor (de bron die ik graag toepas), maar heeft hier een wel erg eigenaardige zoekmachine voor. Afgekeken van de kunstmatige intelligentie ‘Max’ uit de Dirk Pitt-verhalen van mijn favoriete schrijver Clive Cussler, is Nikita de zoekrobot van Loek. Bedoeld als ver doorgeschoten afstudeeropdracht ontwikkelde Loek de Graaf een erg geavanceerd programma dat in staat is om de meest relevante zoekresultaten te laten genereren op basis van een of meer eenvoudige zoekopdrachten. Voor dit doel had hij aanvankelijk één afzonderlijke server ingericht en een werkstation gereed gemaakt om de server mee te kunnen aanspreken. Maar al gauw werd dit een veel verder uitgebouwde en meer vernuftige installatie met interessante functionaliteiten zoals stemzoekopdrachten, suggesties voor verbanden met andere lopende zaken, uitklaplijsten voor gerelateerde onderwerpen en voorwerpen, een drill down op stambomen en de mogelijkheid connecties te kunnen leggen met andere personen en nog heel veel meer. Maar wat deze machine vooral bijzonder maakt is dat ze op het scherm een eigen driedimensionaal gezicht heeft en Loek haar de mogelijkheid heeft gegeven om met haar te praten. En met praten bedoel ik dan niet een bijdehante vraag- en antwoordmiep zoals Siri van Apple, maar een heuse persoonlijkheid waar je hele conversaties mee kan voeren. Later wil ik hem dit laten uitbouwen naar een werkelijke driedimensionale zoekmachine door hem een 3D-printer aan haar te laten koppelen. De mogelijkheden die hij haar daarmee laat benutten gaan uiteindelijk zo ver dat hij Nikita zichzelf laat printen en er een robot ontstaat. De eerst nog bekabelde Nikita-robot kan in het begin nog niet zoveel, maar naarmate Loek haar meer intelligentie toevertrouwd bereiken ze op enig punt de situatie dat Nikita verder aan haarzelf kan bouwen door via het internet naar de vereiste technologie te laten zoeken. Het enige wat Loek vanaf dat punt nog hoeft te doen is bouwmaterialen aan te leveren, totdat zijn dit ook zelf kan bestellen en dit uiteindelijk niet meer hoeft.
Met dit concept kom ik dichtbij de eveneens vrouwelijke ‘zoekmachine’ Max uit Clive Cussler’s Dirk Pitt-verhalen. In zijn verhalen is Max het levenswerk van het personage Hiram Yeager, een hippie en tevens hoofd van het computerlab van het NUMA. De persoonlijkheid Max wordt als grafische weergave van Hiram’s vrouw beschreven. Zij wordt in een speciale kamer geprojecteerd en is eveneens een zelfdenkend computerprogramma met een eigen wil, grapt graag en flirt zelfs met het hoofdpersonage uit het verhaal: Dirk Pitt. Het belangrijkste verschil met Nikita is dat Max geprojecteerd is en Nikita zichzelf graag als robot laat printen. Wat dat voor verdere gevolgen heeft op het wereldje van Karel en het GCFI? Daar lees je verderop bij de ‘Verhaallijn(en)’ meer over.
Het idee om Nikita te verzinnen is deels op Cussler’s Max gebaseerd, maar werd vooral verder aangewakkerd door het concept uit een goed boek dat ik heb gelezen van John Saul. In dat boek, met de titel ‘Bezeten Brein’ gaan bijzonder intelligente kinderen naar een speciale school, de ‘Academie’, voor hoogbegaafde kinderen. De hoofdpersoon Josh MacCallum is één van deze kinderen en is in eerste instantie blij dat lessen er uitdagender zijn en hem niet meer vervelen, maar komt er al gauw achter dat er ineens klasgenootjes dood gaan. Dat het niet om een ongeluk gaat ontdekt hij ook en voordat hij het weet verandert zijn leven hij in een nachtmerrie wanneer het brein achter dit alles letterlijk op zijn hersenen uit is.
De reden dat juist dit plot mij zo heeft geïnspireerd, is omdat ik van Nikita een jaloerse computercreatie wil maken die uiteindelijk niets anders wil dan kennis en macht.

Oorspronkelijk een dikke vette vreetzak

Hoewel ik hiervoor nog beschrijf dat je Loek de Graaf niet als een tweede Kornelis Oflook moet zien, is dat wel wat ik ooit voor hem voor ogen had. Nu is zijn grootste smerige zonde tot nog toe een beetje graaien in een zak met taco’s en zijn toetsenborden met chipsresten bevuilen, maar oorspronkelijk stelde ik mij Loek voor als een stereotype dikke vette computerfreak, die buiten niet zo opgeruimd ook nog eens zo lui is als een hond. Toen ik hem nog aan het verzinnen was riep hij bij mij een beeld op van een ICT-er die je onderuitgezakt op een oude bureaustoel op een onordelijke werkplek aantreft en waarvan je je kan afvragen wanneer hij voor het laatst een schone onderbroek heeft aangetrokken. Dit zou het vinden van een modelpersoon voor hem stukken vergemakkelijkt hebben, want dan zou er wat mij betreft maar één persoon voldoende geschikt zijn geweest om hem in die glansrol te plaatsen. Ik zou dan uit zijn gekomen op Wayne Knight, beter bekend als Newman uit de televisieserie Seinfield. Wayne ken ik zelf echter vooral als Dennis Nedry uit Jurassic Park, de blockbuster waarin hij eveneens een computernerd speelt. Iedereen die hem daar ook van kent, zal het weinig moeite kosten om van hem eenzelfde beeld te krijgen als wat ik voorheen dus van mijn Loek de Graaf heb gehad.
Ik kwam al schrijvende aan De rotte appel echter al snel terug op dit modelpersoon, omdat ik een dergelijk type niet vond passen in een werkomgeving met specialisten die van rechercheren tot lijkschouwen met serieuze klussen bezig zijn. Loek transformeerde in mijn hoofd daardoor vanzelf steeds meer in een nettere kerel en werd daarmee de keurige schoolverlater zoals we hem nu kennen.
Dat betekende alleen wel dat ik mij opnieuw een voorstelling moest proberen te maken van wie zijn modelpersoon dan wel zou gaan worden. Want laten nu eerlijk zijn, wanneer je bijvoorbeeld in de filmwereld op zoek gaat naar typetjes die je goed in de categorie computernerd zou kunnen plaatsen, dan kom je hele waslijsten aan overwegend stereotype geeks en nerds tegen, waarvan Dennis Nedry er dus één is. Ik heb zitten ‘bladeren’ door figuren zoals Matt Smith (Doctor Who), Elijah Wood (LOTR), Daniel Radcliffe (Harry Potter), Josh Hutcherson (The Hunger Games), Thomas Lennon (17 Again), Rick Moranis (Honey I Shrunk the Kids) en natuurlijk Dane Carvey (Wayne’s World), maar stuk voor stuk vielen deze karakters voor mij om verschillende redenen af; Matt is meer een soort professor (en bovendien te oud), bij Elijah heb ik te veel die hobbit-associatie, Daniel idem dito maar dan één met een toverstok in z’n handen, Josh oogt me juist weer te jong, Thomas Lennon had ik erg geschikt gevonden maar viel af omdat hij te oud is, Josh is behalve te jong niet serieus genoeg, Rick is erg leuk maar valt vanwege zijn leeftijd af en is daarbij erg debiel en Dane… nou, als we het dan toch al over debielen hebben… laten we dan over Dane helemaal maar niet beginnen…
Je merkt wel dat ik mij breed op mijn modelpersoon georiënteerd heb, maar tot op dit punt bleef het steeds bij het bladeren. Er zijn heel wat beroemdheden die door de brede media als nerd bestempeld wordt. Dus er zou voldoende keuze moeten zijn, zou je zeggen. Toch valt het selecteren van een geschikt figuur niet echt mee. Neem bijvoorbeeld John Francis Daley. Deze acteur heeft meteen al een streepje voor, doordat zijn personage uit Bones uit hetzelfde vakgebied komt als de organisatie waar Loek werkt (daar speelt hij namelijk een forensische onderzoeker). Onder meer om die reden heeft hij lang hoog op mijn lijstje gestaan, maar viel uiteindelijk toch af, omdat ik hem te sullig vind. Ook Dane DeHaan, die je misschien wel kent als Harry Osborn uit Spider-Man, heeft even op het lijstje van kanshebbers gestaan als het om deze verfijnde selectie gaat. Maar om één of andere reden staat zijn tronie me niet aan en bovendien wil ik Loek liever niet op een acteur baseren die vooral de badguy moet spelen. Hij is daarmee wellicht mijn meest dubieuze overweging voor deze ICT-er geweest, maar toch heeft die DeHaan wel iets waar ik Loek erg in herken. En dan hebben we Michael Cera nog, uit Juno. Hij scoorde erg hoog doordat hij uiterlijk welhaast de perfecte Loek is. Hij heeft een krullenbol, een scheef lachje dat ik mij zo bij Loek kan voorstellen, lijkt me een gezellig nerd en verder komt hij met zijn geboortejaar 1988 ook aardig bij Loek’s leeftijd in de buurt. Je zou haast zeggen, waarom niet gewoon Michael Cera dan? Nu verwacht je vast dat ik met een tegenargument kom om aan te duiden waarom ik Michael niet als modelpersoon gekozen heb. Maar dan moet ik je teleurstellen; dat tegenargument heb ik niet. Michael Cera is gewoon een goede tweede. Soms is het puur een kwestie van gevoel wat ertoe leidt dat ik uiteindelijk toch voor een ander kies.
Wel nu dan, je hebt hierboven natuurlijk allang kunnen lezen wie het wel is, maar ik zou graag nog even aandacht besteden aan een grote voor de hand liggende naam die in dit lijstje ontbreekt en niet ongenoemd mag blijven. Want waar blijft Tobey Maguire, Mr. Spider-Man, die door mij middels Tinus Icket altijd wordt aangehaald als de man van de Peter Parker-onhandigheden? Zou hij niet dé perfecte Loek de Graaf kunnen zijn? Het antwoord is even eenvoudig als simpel: Peter Parker is een figuur apart en om die reden blijft hij gereserveerd voor Tinus Icket. Hetgeen expliciet niet wil zeggen dat hij het modelpersoon van Tinus Icket is! Laat daar geen misverstand over bestaan.
Je hebt het al gelezen: mijn keuze is uiteindelijk gevallen op Mark Zuckerberg, de man die we allemaal kennen van Facebook. Met minder overeenkomsten dan Michael Cera mogelijk niet de persoon die een ander voor Loek zou kiezen, maar als nerd doet hij het voor dit lid van het GCFI toch erg goed. Hij heeft een bescheiden krullenbol, wat betreft leeftijd valt hij in de juiste categorie en daarbij Mark is ook erg intelligent. Zou hij dat niet zijn geweest dan had hij het vast niet voor elkaar gekregen om jou dagelijks met notifications, friends requests en privé berichtjes lastig te vallen. Laten we het over zijn bankrekening al helemaal maar niet hebben.
Maar er is nog iets anders wat ik vind dat Mark Zückerberg erg voor heeft op de rest: hij heeft een goede uitstraling. En daarmee is hij erg toegankelijk voor de vrouw (of vrouwen) die ik om hem zal laten vallen…!

Andere eigenschappen en bijzonderheden

Houdt van koffie. Onbekend is hoe hij het drinkt. Verder eet hij graag kippenvleugeltjes, een passie die hij deelt met zijn lunchmaatje inspecteur Bob de Winter.
Uit De rotte appel blijkt dat hij een jonger broertje heeft, die automonteur is geworden (tijdens het eindeweekgesprek over het onderwerp ’sandwichkind’. Het onderwerp doet zelfs suggereren dat hij nog tenminste één ander broertje of zusje heeft). Onbekend is of hij de oudste is.
Hij werkt veel samen met Agatha Loon op Toom, met wie hij in dezelfde vleugel van het GCFI werkt en wie hij vaak benaderd alsof zij zijn leidinggevende is. Soms gaat dat met een houding gepaard wat haast naar onderdanigheid neigt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het leeftijdsverschil tussen de twee, maar wat zeker ook een rol speelt is dat Agatha nogal kil aan doet en een heel eigenaardige manier van doen heeft waardoor het niet heel gemakkelijk is een gesprek met haar te starten of vol te houden. Meestal weet Loek de kunstmatige omgangsvorm wel te doorbreken door met nieuwe inzichten en informatie te komen waar Agatha in geïnteresseerd is.
Anders dan Agatha heeft Loek de Graaf juist wel de voorkeur zoveel mogelijk bij het plaats delict betrokken te zijn. Hij belt daarom graag met zijn collega’s uit het veld om een graantje mee te kunnen pikken van de avonturen die ze er beleven. Zo kon hij zichzelf ook even losmaken van zijn IT-baantje waarbij hij toch veel uren achter pc’s moest besteden.
Heeft kennelijk de macht om op aangeven van zijn baas Karel Riemelneel middelen in te zetten zoals een arrestatieteam (AT). In De rotte appel wordt hiernaar verwezen.
Trivia: Loek’s modelpersoon Mark Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan hebben samen een dochtertje met dezelfde naam als de 3D projectie uit Clive Cussler’s verhalen waar Nikita deels op is gebaseerd: Max.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Als ik er ooit al aan toe zal komen om een dergelijk verhaal uit te werken, dan gaan Loek de Graaf en zijn creatie Nikita de hoofdrol spelen in een soort technothriller. Een voorlopige titel die ik daarvoor heb bedacht is ‘Kennis is Macht’. Het verhaal staat ver van het soort verhalen dat jullie van me gewend zijn, die zich vaak in een steampunksetting afspelen en waar elektriciteit in de kinderschoenen staat. In ‘Kennis is Macht’ is dit wel anders: Karel Riemelneel is hier nog werkzaam voor het GCFI (*) en de toegepaste technologieën wijken weinig af van hoe we de ontwikkelingen uit onze eigen tijd kennen. Ik vermeld nooit een jaar waarin mijn verhalen zich afspelen, maar je kunt er ongeveer vanuit gaan dat de avonturen die Karel en zijn kornuiten dan beleven, zich afgespeeld zouden kunnen hebben tussen 1990 en nu. Dat is een heel breed tijdvak, dat besef ik mij heel goed. Maar dat laat wel ruimte open voor bijvoorbeeld Loek om verschillende technologische ontwikkelingen met computers nog langzaam met ons te kunnen doormaken.
In dit verhaal wordt Loek de Graaf tijdens de lopende onderzoeken opeens verliefd. Op wie hij zijn oog laat vallen, hou ik nog even geheim. Degene die hij leuk vindt, ziet hem gelukkig ook wel zitten en er ontstaat een relatie. Dit gebeurt ongeveer in dezelfde periode wanneer de plannen voor Nikita concreter worden om haar naar de 3D-printer te sturen. Wat Loek de Graaf echter niet door heeft, is dat Nikita ook een zekere vorm van gevoelens ontwikkelt en langzaam maar zeker zelfs verliefd wordt op haar schepper. Wat meespeelt in het feit dat Nikita dit lang voor zich houdt, is het gegeven dat ze zich in de vorm die ze dan heeft, nog niet kan meten met een persoon van vlees en bloed. De vrouw in Loek’s leven ziet Nikita uiteraard als een bedreiging, maar ze is in haar vroegere vorm nog niet in staat daar goed mee om te gaan. Door deze belemmering en de jaloezie die ontstaat, is ze extra gemotiveerd om ’s werelds meest geavanceerde zoekmachine te worden, om zo Loek’s aandacht op haar gevestigd te houden. De vruchten hiervan zien we terug in haar bijdrage via Loek aan het team van het GCFI, maar dat Nikita hiermee een dubbele agenda heeft weet niemand.
Dit alles verandert wanneer Nikita in een later stadium een robot wordt die haast levensecht lijkt en zich begint te uiten en te bewegen alsof ze zelf een mens is. Ook in die fase is er nog niets van haar jaloezie merkbaar, maar dat verandert zodra er het GCFI het ineens erg druk krijgt. Het aantal meldingen van ongevallen of vermeende moorden neemt in hoog tempo toe en de Tycoon Newspaper staat bol van de zaken die hieruit voortvloeien en meldingen van vermissingen. De situatie wordt zo mogelijk nog grimmiger wanneer er ook mensen binnen het GCFI verdwijnen en de spoeling om op alle zaken specialisten te kunnen inzetten almaar dunner wordt. Als vanzelfsprekend voor het team wordt nu ook Nikita zelf ingezet. Het gegeven dat ze razendsnel verbanden kan leggen komt steeds meer van pas en Nikita wordt uit veiligheidsoverwegingen daardoor ook getraind als gevechtseenheid, mocht de situatie echt uit de hand lopen.
Hoe de vork daadwerkelijk in de steel steekt weet niemand. Dat is, totdat Nikki Nancy Werth van Slachtofferhulp ook verdwijnt en Nikita zich ineens heel erg defensief gevraagd richting de vriendin van Loek. Pas op het moment dat het te laat is, beseft Loek als eerste wat er aan de hand is. Maar zodra hij daar met Karel en zijn mensen wat aan wil doen is Nikita in geen velden of wegen meer te bekennen. Op datzelfde moment duikt Nikki ineens weer op. Groot is echter de ontzetting wanneer men ontdekt dat Nikki er ineens erg ongezond getraind uitziet, haar borsten groter zijn en zich veel bloter kleedt dan men van haar gewend is. En zodra ze begint te praten, is het niet de stem van Nikki die Loek daarin herkent, maar de stem van zijn Nikita…
Extra: ‘zoekmachine’ Nikita raakt door haar verliefdheid geobsedeerd door de menselijke eigenschappen die ze als robot nooit zal kunnen bezitten. Door deze beperkingen besluit ze als robot naar mens te willen overstappen, als een soort omgekeerde cyborg…

( * = Hoezo ‘nog’? hoor ik je denken? Heb je je wel eens afgevraagd waarom er in de vertellingen over het GCFI geen steampunk voorkomt, er auto’s rijden en internet een hele normale vorm van communicatie is? De Tycoon Newspaper wordt wel eens naar gerefereerd, maar toch is er iets bijzonders aan de wereld waarom we Karel Riemelneel als hoofd van het GCFI ken niet als misdaadverslaggever kennen. Hoe dat in elkaar steekt? Daar lees je eind 2016/begin 2017 meer over…)

VZD-afleveringen waar Loek de Graaf in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Voor een nieuwe ‘Een portret van…’ gooien we het dit keer eens over een geheel andere boeg. Na jullie alweer een portret of wat op VZD-giecheltjes getrakteerd te hebben, wil ik even de focus daar vanaf halen en de beslissing van het volgende portret aan de lezers zelf laten.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen waar ik een portret over zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Tinus Icket
  2. Ed Cetera
  3. America Calista

Je merkt het al, ik heb de keuze meteen maar eens lekker moeilijk gemaakt (of juist héél makkelijk!)
Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (15-08-2016 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!

By theonologie | July 12, 2016 - 3:08 pm - Posted in Games, Nederlands

Dat Pokémon Go begint meteen al extreme vormen aan te nemen. Gisteren maakte ik kennis met deze hype van Nintendo … correctie… The Pokémon Company. En ja, ook ik heb mij laten overtuigen om de ‘apk’ te downloaden en alvast op jacht te gaan. Toegegeven, het zogenaamd vinden van deze welbespraakte wezentjes uit de wereld van Satoshi Tajiri en te doen alsof jijzelf een ware Pokémon Trainer bent, werkt erg aanstekelijk. Toch ken ook ik, als iemand die wel als redelijk sensatiebelust en als fanatiek gamer bekend staat, z’n grenzen. Op je werk ben je om te werken (hoewel…), naar school ga je om te studeren, in de supermarkt sta je om boodschappen te doen en thuis ben je er of voor je gezin of om – behalve je huishouden – ook wel iets anders te doen dan alleen maar op Pokémon te jagen. Euh… toch? Of heb ik hier iets gemist?

Vanmiddag rond de klok van 12:00 uur liep ik van mijn werkplek naar buiten om op het station van Haarlem m’n lunch naar binnen te werken en even aan mijn verhalen te schrijven. Nietsvermoedend zat ik daar in de tweedeklas wachtruimte en maakte ik mij juist op om mijn lunch alweer af te ronden toen er een stel de wachtruimte kwam binnen stappen van zeg voor het gemak twee generaties ouder dan mij. We praten over een leeftijdscategorie dat aardig overeenkomt van de geestelijk vader van dit spel zelf. Dus misschien verklaart dat iets.
De vrouw van het stel liep in elk geval direct met haar telefoontoestel omhoog in haar handen naar binnen en sprak prompt tegen haar man:
“Ik heb hem! Daar is ie…”
(hier deed ik mijn best dit stel niet aan te staren!)
De man ging hier in mee, hoewel ietwat aarzelend en ging reeds voor de vrouw staan.
“Ja, zo. Of nee, je linkerhand moet nog iets omlaag,” instrueerde de vrouw haar man om de perfecte foto te kunnen schieten van haar echtgenoot met het denkbeeldige wezentje dat alleen zijzelf op de camera van haar telefoon kon zien. Het was om je kapot te schamen, zo voelde ik het althans.
Afijn, ik stond toch op het punt om terug te lopen naar mijn werkplek, zodat ik de wachtruimte gauw verliet en kort daarna liep ik alweer op het stationsplein, het voorval van zojuist was ik alweer vergeten.
“JA! Daar links, ik heb hem hoor!” hoorde ik opeens iemand uit de Starbucks schreeuwen.
Ik dacht, nee echt? Niet hier ook al, hè?
Verderop op het stationsplein bij het standbeeld van Kenau en Ripperda herhaalde het fenomeen zich opnieuw:
“Daar,” En wat ik zag, was een man die op zijn telefoon een bal omhoog veegde om een Pokémon te vangen die hij kennelijk bij het beeld op zijn camera had zien verschijnen.
Het was een stralend zonnig moment op de dag, op straat liepen de meeste mensen met korte mouwtjes of korte rokjes, maar waar hield iedereen zich mee bezig?
Juist;
Pokémons vangen…