image by c&w95, edited by Gsorsnoi

“Kijk uit overstekend wild!” galmt het in de wandelgangen tussen de hutten van het cruiseschip. Een klein moedertje van hooguit 1 meter 60 met reebruin haar en dito paardenstaart waarschuwt een medepassagier voor haar energieke kroost dat door de gangen rent. Ze is Europees, maar heeft haar dat zo pluist dat deze eerder neigt naar Afrikaans kroezen. Een keurig geklede inwoner van Newcastle moet zijn buik inhouden en buigt zijn beide armen buiten het bereik van het passerend wild. John lacht de vrouw die hij niet heeft verstaan, maar wel heeft begrepen, vriendelijk toe en beent verder naar de servicebalie op een lager gelegen dek. Na stampij te hebben gemaakt over een verstopt toilet, ontmoet hij een Aziatisch crewlid bij zijn hut nog geen minuut nadat hij daar zelf was teruggekomen. Het uiterst beleefde bemanningslid knikt na een korte toelichting begrijpend en zoekt hulp via een portofoon.

Even later klinkt een luid mompelend Russisch gevloek in dezelfde gang waar twee kinderen eerder werden ontweken. Een niet dikke, maar behoorlijk grof gebouwde klusjesman in een spierwitte overall veracht zijn baan bij het besef dat hij een smerig karwei heeft op te knappen. De afvoer van toiletten uit twee aangrenzende hutten is verstopt. Aan één zijde ligt een decadente Engelse drol te wachten tot de achteloos doorgespoelde Nederlandse tampon aan de andere zijde hem voorrang verleent.

Tien passen verder kan de Rus Mario horen groeien onder een alom bekend geluidseffect na het buitmaken van een paddestoel. Vanuit een leren sofa zijn nog net de handen van een jonge knul zichtbaar die een handzame spelcomputer omklemmen. Zijn haar, nog halfnat van een vluchtige douche, plakt aan zijn voorhoofd boven de gefronste wenkbrauwen die boekdelen spreken over zijn concentratie met betrekking tot zijn spel. Toch raakt de knul voor een ogenblik afgeleid door een passerend vrouwelijk leeftijdsgenootje die samen met een oudere broer maar net een botsing met de klusjesman kan vermijden.
“Big wheels keep on turning… Oh the proud Mary keep on burning,” klinkt er in de rookruimte van de Minicruise. Een jongen van 17 passeert, onderweg naar een vrije zitplek op deze bedrijvige kant va het achtste dek. Hij wordt gevolgd door een nakomertje uit de familie. Lotte(*) probeert driftig de pas van haar broer bij te benen. Bij Bake’n Coffee vinden zij een plaats om te zitten. Terwijl ze gaan zitten trekt Ferry een stapel kaarten uit zijn broekzak en begint ze te schudden. Samen zullen ze een spelletje Uno spelen. Schuin tegenover waar Ferry zit, nemen zeven mensen een afgezonderde verzameling stoelen en tafeltjes in. Drie van de zeven hebben zojuist in de afgelopen vijftien minuten een bescheiden bestelling gedaan bij de norse dame achter de balie. De bemanning van de DFDS Seaways bestaat overwegend uit Filippijnen die met hun schamele loontje zichzelf en hele familie onderhouden in het land van herkomst. Het andere personeel, inclusief kapitein, is Oost Europees. Zo ook de humeurige dame achter de kassa waar onder andere broodjes en koffie worden verkocht.

Voordat het stel aan hun romantische trip naar de Engelse havenplaats was begonnen, behoorden Alexandra en Ruben nog tot het Aardse volk. Het ging echter mis op het moment dat de ambitieuze carrièrestarter de hand van zijn verloofde opzij schoof tijdens de betaling van twee kaas-ui broodjes. Negen zuurverdiende euro’s wisselden van eigenaar waarbij de cassiëre, afkomstig uit Oekraïne, zorgvuldig zorgde dat ze de hand van haar klant een korte aanraking deed ervaren. Op slag werd Ruben één met de Formorianen en ging op weg om de rest van de opvarenden te infecteren. Nadat hij vervolgens de gemanicuurde zachte hand van zijn aanstaande vrouw in de zijne nam, werd ook haar seksuele spanning teniet gedaan. Het plan om de tweede nacht op zee eveneens van vuurwerk te voorzien, maakte plaats voor een hele andere eenwording.

Het britse homopaar naast hen had het idee om hun geadopteerde Nigeriaanse zoontje wat van Europa te laten zien, ook laten varen. Een eerder spel met een kleine Super Mariofan had het monstervirus op de geplaagde kleurling overgebracht.
“Kun jij mij helpen? Ik kom niet verder,” bleek een uitstekende smoes. De DS werd doorgegeven en Terence, die daarvoor maar heel even uit de leren stoel opstond, had zijn slachtoffer gevonden. Als vanzelf had hij de praktisch zwarte vingers van Amechi kort beroerd. De naam van de jongeman uit Afrika betekent heel toepasselijk ‘Alleen God kent de dag van morgen’.

Het resterende en al even besmette bejaarde stel aan de andere kant moest het eerder die dag hebben van de warme hand van de Filippijn met de portofoon die later ook de hulp inriep voor de hutten met de verstopte toiletten. Hij was het die de dame van het stel in evenwicht hield door zijn hand op haar blote schouder te laten rusten. De deining van het schip had op de loer gelegen toen zij met haar man een akelige trap hadden getrotseerd om hun hut te bereiken. Een nare golf was genoeg aanleiding om de Filippijn een excuus te geven de vrouw aan te raken. Haar man, mijnheer Oosterbaan, dorst niet met de lift en alleen gaan deed ze niet.

Voor de kaartende broer en zus mocht het lijken alsof de zeven gasten aan de andere kant van de lounge onschuldige onderonsjes deelden. In werkelijkheid waren zij tot één Formorianen-eenheid versmolten en konden ze elkaars gedachten lezen over het plan dat heel lang geleden voor hun gesmeed werd. In de Ierse oudheid om precies te zijn, regeerden deze wezens over het eiland Inishmurray waar ook Partholons en Nemeds hun zinnen op hadden gezet. De Formorianen waren vervloekt en hadden daarom vanaf hun geboorte allerlei misvormingen in hun uiterlijk en misten ledematen of hadden ze juist dubbel. Hun lichamen waren nooit volledig menselijk en werd veelal ontsierd door dierlijke lichaamsdelen of soms zelfs hele monsters die uit hun lijven groeiden.

Deze slechtgehumeurde reuzen zouden volgens de Ierse overlevering tijdens een grote overstroming uit de Atlantische Oceaan zijn aangespoeld en werden kort na hun bezetting van het land geleid door Balor. Van al deze zeeduivels, die allen konden toveren, was hij de ergste. Als kind, toen de reuzen zich reeds lang op het schiereiland gevestigd hadden, was hij eens nieuwsgierig toen hij zijn vader bespiedde bij het brouwen van een toverdrank. Ongeveer gelijk aan het verhaal van de Gallische Obelix die in de ketel viel, kreeg ook Balor met een toverdrank te maken. Bij het mengen van de drank kreeg hij spetters in zijn gezicht en was vanaf dat ogenblik vervloekt. Zijn oog zwol op tot enorme proporties en had de krachten gekregen om mee te toveren en vijanden te doden. Op zijn kop werd hij bijgestaan door een soort kakkerlak, een meerogige rat, een gesnaveld wormwezen en een gekko met scherpe tanden die er allen toe dienden zijn vervaarlijke oog te openen en te sluiten. Ook zij waren Formorianen en behoorden tot zijn leger. Het oog moest steeds opnieuw gedicht worden, omdat zijn vermogen om in leven te blijven ook afhing van het gesloten houden ervan.

Echter, in de veldslag bij Moytura, waarbij de Formorianen het gebied van de Tuatha Dé Danann wilde inpikken, ging het Balor slecht af. Hij had zijn zinnen gezet op het veroveren van Ierse grondgebieden om zo langzaam maar zeker over heel Groot-Brittannië te kunnen heersen. Met als hoger doel: heerschappij over Europa en wie weet de hele wereld. De Tuahtha Dé Danann leken de strijd aanvankelijk te gaan verliezen, maar dat was tot Balor in conflict kwam met zijn kleinzoon Lugh. Deze jonge krijger was samen met twee andere broers voortgekomen uit de schoot van Balor’s dochter Ethlinn. De laatste was tevens de godin van de Noordelijke ster. De profeten hadden voorspeld dat één van haar zoons Balor zou komen verslaan, zodat Balor haar liet opsluiten in een kristallen toren op het eiland Tory om te voorkomen dat er überhaupt een zoon geboren zou worden. Die maatregel alleen bleek niet genoeg. Onderwijl was hij te weten gekomen dat zij in haar gevangenschap bezoek had gekregen van de Tuatha-krijger Cian die met haar vree. Toen Balor dit te weten was gekomen had hij één van zijn dienaren opdracht gegeven om de kinderen te vermoorden. De dienaar wikkelde de jongens in een doek en wierp ze in de draaikolk naast de toren waar ze zouden verdrinken.

Maar één van de jongens viel ongemerkt uit het doek. Lugh, die daardoor ontsnapte aan een vroege dood, bleek de door Balor gevreesde zoon die hem moest komen verslaan. Lugh stond ook wel bekend als ‘de lichtende’ of ‘de schitterende’. Hij versloeg zijn grootvader uiteindelijk door een steen naar zijn woeste oog te smijten. Deze duwde de oogbal uit de kas zodat hij naar achter vloog en Balor’s vernietigende blik over zijn metgezellen liet glijden. Zij die daardoor werden getroffen stierven hierop onmiddellijk. De overlevenden dropen af en kropen terug in de zee waar zij zich honderden jaren stil hielden.

Vele jaren later keerde één van hen terug. Het was Kal’i, de boosaardige kleinzoon die de worp in de draaikolk overleefde door zich in een aal te veranderen. Kal’i, die toen al een machtige jonge baby was, groeide in de oceaan op tot de nieuwe leider van de overgebleven Formorianen. Vele Formorianen van toen zijn allang niet meer in leven, maar Kal’i had voor zijn nageslacht gezorgd en deze voorzien van een betovering waar hij zijn nazaten mee vervloekte op de dag dat hij stierf; eenieder die voortaan door een Formoriaan zou worden aangeraakt, zou erdoor begiftigd raken. Alle Formorianen bezaten immers een giftig zweet dat Kal’i eenvoudig kon betoveren en de bloedlijn van deze gevreesde monsters kon doen voortzetten. Ieder huidcontact zou het virus overbrengen en de transformatie op gang brengen. Binnen een week zouden de geïnfecteerde afwijkingen in de vorm van mutaties gaan vertonen. Ze zouden niet langer onopgemerkt blijven en de mens zou weten dat er iets loos was. Voor de mensheid zou het dan al te laat zijn.

Voorbij de douane terug in Nederland begint Tinus ineens te lachen. Hij is zojuist met zijn vrouw en dochter van de boot afgestapt. Zij hebben er een prachtige minivakantie in New Castle op zitten. Met enkele lichte tassen om de schouders stappen zij de hal van DFDS Seaways uit en snuiven de met zout vermengde lucht van de Hoogovens van IJmuiden op.
“Wat is er schat?” wil zijn vrouw weten.
Tinus probeert zijn gelach wat te verbergen, omdat er toch eigenlijk niemand in de humor zou kunnen delen.
“Oh nee niets,” glundert hij en zijn vrouw weet genoeg. Ze was allang opgehouden door te vragen over de binnenpretjes van haar man. Het zou vast een flauwe grap zijn geweest of een hersenkronkel die hij voor zijn werk kan gebruiken. De man zat soms zo vol inspiraties dat hij gesprekken met zichzelf leek te houden. Ze vergeet de pret die haar man heeft en snijdt een ander onderwerp aan: de verdere vulling van hun dag. Tinus is echter nog in gedachten bij de reden waarom hij moest lachen. Het gaat zomaar eens niet over een geval van inspiratie. Hij denkt terug aan deze ochtend op de boot waar hij even een boek was gaan lezen tot de boot zou afmeren in de haven van IJmuiden. Op zijn weg terug naar de hut werd hij overdonderd door een stel spelende kinderen. Het was hetzelfde ‘overstekende wild’ zoals de Britse passagier ze de avond ervoor tegen het lijf was gelopen. Uitwijken had geen zin gehad. Hij kon alleen uit reflex zijn beide armen in de lucht steken waardoor hij zijn hemd uit zijn broek trok en zijn middel ontblootte. In één van zijn handen hield hij zijn boek vast. Een meisje met vlechtjes in het haar had zich in de gauwigheid achter hem verstopt. Ongetwijfeld in een poging om niet gepakt te worden in een spel dat op tikkertje leek. Guitig lachte zij naar haar speelgenoot. Tinus realiseert zich dat zijn ‘zwembandjes’ die het meisje zogenaamd uit bescherming beet pakte niet voor haar de redding in het spel was geweest. Ook voor hem was dit het begin van een nieuwe missie.
“Eerst de spullen thuisbrengen?” vraagt zijn vrouw.
“Goed plan schat,” antwoordt hij afwezig op dit voorstel.
“…en dan kunnen we daarna naar Haarlem gaan om te eten.”
Er wordt geglimlacht en met een hand op haar wang kust Tinus zijn vrouw.

( * = Lot is ook een oorlogsgodin die de Formorianen aanvoerde. Zij had lippen op haar borsten en vier ogen op haar rug )

By gsorsnoi | March 3, 2011 - 11:03 am - Posted in Duimzuigerij, Galbakkerij, Nederlands, Wisselwereld

De verhalen van de Tycoon Newspaper zijn sinds enige tijd ook op andere plekken op het internet terug te vinden. Eerder al heeft Achmed Liën van ons de taak gekregen om zijn monsterverhalen, het Navelpad Mysterie en enige andere artikelen van collega reporters aan de Verhalensite aan te bieden. Dit is een site waar een flinke verzameling verhalenschrijvers hun eigen verhalen delen en ook vele tips aan elkaar uitdelen om van elkaar te leren. Ook wij hebben een hoop ervaringen opgedaan aan hun input!  Helaas houdt die site nu na tien jaar op met bestaan. 1 April, het is geen grap, gaat daar de stekker eruit. Zo zagen wij ons genoodzaakt een goed alternatief te vinden voor zo’n prachtig platform. En dat is nog helemaal niet zo eenvoudig. Die Verhalensite was namelijk best uniek. Ook de leden die daar momenteel bezig zijn hun eigen werk veilig te stellen, hebben er nog best een flink kluif aan uit te vinden waar ze met hun prachtige hersenspinsels heen moeten.

Gelukkig zijn we onlangs benaderd door de redactrice van de site YOUZZLE. Haar site is een prachtig medium dat begin dit jaar het levenslicht zag. Natuurlijk hebben ze daar nog niet de tien jaar ervaring die het eerder genoemde platform had, maar de potentie om een geschikte verhalendeler te worden heeft het zeker. Zij maken namelijk actief gebruik van de sociale media zoals de meeste internetgebruikers ze vast wel kennen:  Facebook, Hyves, Twitter en zelfs YouTube. Deze redactrice ziet wel iets in onze verhalen en heeft ons uitgenodigd om ook daar onze verhalen te delen.
Hoe konden we daar nou ‘nee’ tegen zeggen?

YOUZZLE is ook maar meteen gestart met een prachtig ander initiatief. Middels een wedstrijd waarbij leden steeds één hoofdstuk mogen schrijven, willen zij een boek gaan uitgeven. Zo maken amateurschrijvers ineens een grote kans een wens vervult te krijgen waar menig Nederlander van droomt: zelf een boek uitgeven. Afijn, helemaal je eigen boek is het dan natuurlijk nog niet; je deelt het boek tenslotte met de andere deelnemers aan deze wedstrijd. Het is namelijk de bedoeling dat er bij ieder hoofdstuk wordt gestemd op het verhaal dat het meest bij het publiek aanspreekt. Het hoofdstuk dat vervolgens de meeste stemmen en o.a. reacties  ontvangen heeft, wordt opgenomen in het te publiceren boek.

De Tycoon Newspaper doet natuurlijk ook mee aan deze schrijfwedstrijd. Het verhaal dat we hebben ingestuurd is een beetje ‘geleend’ uit het Navelpad Mysterie, maar lijkt ons prima geschikt om kanshebber te zijn. De navelpadden en andere hoofdpersonen hebben we voor het gemak uit het verhaal geveegd en Gohes City tot Prima City omgedoopt. ‘De Chinese doolhof’ is uiteindelijk de werktitel gevonden en we hopen natuurlijk met z’n allen dat wij de eerste ronde zullen winnen. Hierbij het eerste hoofdstuk zoals je deze kunt terugvinden op YOUZZLE:

http://www.youzzle.nl/nl-boek/de-chinese-doolhof/

Noot: de versie hieronder is inmiddels geredigeerd door BoB. We hopen onderstaande versie uiteindelijk in het boek te krijgen. 😉

De Chinese doolhof

Prima City’s China Town is niet zomaar een wijk in een grote metropool waarin toevallig een hoop Aziaten wonen. Deze wijk kun je betreden, maar de kans dat je er ooit weer uit zou geraken is praktisch nihil.

‘De Chinese doolhof’, zoals de beruchte wijk in de volksmond is gaan heten, is het grootste bewoonde labyrint op aarde. Je kunt er dagen door de straten dolen. Maar je zult altijd een keer in een straat uitkomen die je al eens had gepasseerd, zonder je dit te realiseren. Dit district beslaat bijna een kwart van de stad en strekt  zich uit tot de op één na buitenste laag ervan. Het is een compacte substad die even buiten het centrum ligt. Half China lijkt erin te wonen. Precies die eigenschap dat alles zo opeen is gebouwd , maakt dat de stad een verschrikking is om in te wonen. Alle straten lijken op elkaar en de infrastructuur is er beroerd. Voedselvoorzieningen reiken amper tot alle locaties, zodat er veel armoede is ontstaan. Huizen staan op elkaar gestapeld zonder dat je echt van flats kunt spreken. Kijk je om je heen door de straten dan bestaat het gros van de uitwegen uit onpraktische trapconstructies die weinig bewegingsvrijheid bieden aan de inwoners. De meeste mensen die hier zijn opgegroeid weten niet eens van het bestaan van de wereld die zich buiten de ‘muur’ afspeelt. De ‘muur’ is de abstracte benaming die is gegeven aan de horizon van het bekende. Alle straten die je niet kent bevinden zich buiten deze onzichtbare muur. Niet voor niets wordt de wijk aangeduid als een gigantisch complex doolhof.

Onfortuinlijke inwoners van Prima City die in de Chinese doolhof zijn geboren groeien er op, leven nauwelijks langer dan een jaar op één plek en sterven een vroege dood op een compleet andere plaats in dit stratengedrocht. Nergens op onze planeet kent een stad zoveel gevallen van inteelt binnen een gemeenschap. Kinderen die hun ouders nog kennen na hun eerste levensjaren mogen een unicum heten, want zodra een mens hier kan lopen hoef je de straat maar te verlaten en je bent verdwaald. Niemand zal er verbaasd over zijn dat de gemiddelde levensverwachting in dit deel van de stad onder de 35 jaar ligt. Komen kinderen in een andere straat terecht dan worden ze tot slaaf gemaakt door een van de vele bendes.

De enige constante factor in deze stad is de honderd procent kans op verdwalen. Om zichzelf daarom te kunnen beschermen tegen een al te grote verstrooiing van families is men sinds de jaren tachtig begonnen om de straten te markeren. Chinezen zijn door de straten getrokken met potten met verf om eigen gebieden af te bakenen. Hierdoor blijft echter de genenpoel beperkt;  men is bevattelijker  voor ziektes die de rest van Prima City zouden kunnen infecteren. Niet dat die dreiging ook maar enige waarde heeft voor de mensen uit deze substad: er is toch niemand die de rest van Prima City kent. Deze begrenzingen is men vooral gaan instellen zodat de families nog enigszins een kans houden om gezinnen bij elkaar te houden. Sindsdien blijven kinderen iets langer onder de bescherming van hun ouders,  maar een gemiddelde van de eerste vijf levensjaren is nog altijd angstaanjagend laag te noemen.

Tang was voorbestemd om de mede-uitvinder van de Trap Tuk Tuk te worden.  Samen met buurtgenoot Miu San zou hij een ware revolutie hebben ontketend in het grimmige zesde H-district. Dit nieuwe vervoermiddel zou de gebruikers ervan in staat stellen van de ene rand van de met verf gemarkeerde wijk naar de andere te kunnen reizen. De onzichtbare ‘muur’ zou doorbroken zijn. Een nieuwe Tuk Tuk met de kleur van de aangrenzende wijk en een letter van het district moest de verbinding gaan vormen tussen de ene onbekende plaats met de andere. De Trap Tuk Tuk moest het uiterlijk gaan hebben van een normale door stoom aangedreven Tuk Tuk. Het verschil zat hem in de wielconstructie die het vehikel in staat stelde om moeiteloos over Prima City’s honderdduizenden trappen op en neer te rijden. Drie wielen die onderling waren verbonden met rupsbanden zaten aan weerzijden van de passagierscabine. Onder het stuur van de chauffeurszit was een indrukwekkende veerconstructie gemonteerd die de ergste klappen moest opvangen van het bandloze voorwiel. Terwijl de achterkant van het voertuig iets weg had van een ingewikkeld opgebouwde fluitketel had de voorzijde van het apparaat  meer weg van een Harley Davidson-motor.

De jonge Tang Lee Swan zou zich op zeventienjarige leeftijd verbranden aan de ketel van één van deze apparaten om nog geen maand later te bezwijken aan de infectie die hij door zijn verwondingen had opgelopen. Zijn buurtgenoot Miu San was op dat moment al niet meer in beeld daar hij ondanks deze vervoersrevolutie alsnog zou verdwalen in een paar wijken verderop. Toch mocht hij zich gezegend voelen dat hij zijn einde vond op de in deze omstandigheden uitzonderlijk hoge leeftijd van 37. In de binnenhavens van Matsue Hakui stierf hij eveneens aan een infectie.

Deze op zichzelf al grauwe werkelijkheid was echter gereserveerd voor een andere dimensie waarin de zombies niet waren opgerukt. Miu San had de ingenieuze denkwijze van Tang namelijk nodig gehad om de rupsbanden zo te kunnen ontwikkelen dat zij geschikt waren om de hinderlijke trappen te bestijgen en af te dalen. Zonder Tang Lee Swan kwam er geen Trap Tuk Tuk.

De op slakkenslijm gelijkende substantie droop van de diepbruin gepleisterde wand op de plaats waar vier handen zich om beurten in bevend vlees groeven. Een reflex in een elleboog bracht een spasme teweeg waardoor een vaalblauwe hand naast de arm greep. Een andere al even lelijk blauwe hand greep de verminkte arm beet van het slachtoffer beet. Door de schokkerige beweging die zij maakte was deze naast het bed gevallen. Kraakbeen brak tussen de vingerkootjes vandaan met een akelig geluid toen de drie middelste vingers van de hand werden gerukt. Het wit van de knokkels werd daardoor even zichtbaar in de oorspronkelijke vorm die zich normaal alleen als een gelige afdruk liet zien onder de huid wanneer de vingers bogen. De rode vloeistof die uit de aderen vrij kwam maskeerde de blootgelegde botjes echter al rap en besmeurde het bed met vlekken en spatten.

Over gescheurde lippen werd het verse vlees naar een tong geleid die al even geen smaak meer kon waarnemen. Smakken was een onvermijdelijk gevolg geworden bij het naar binnen werken van het rauwe voedsel door de in verval geraakte kaken. De ontbinding had ook de slokdarm aangetast zodat een luid gegorgel hoorbaar was. Brokken in het bloed sijpelden over de kin welke eens met een stoppelbaardje gesierd was. Gulzig greep de zombie opnieuw naar de onderarm waar hij eerder al een paar lappen vlees uit had gebeten.

De vrouw op het bed die ten prooi was gevallen aan twee van deze zombies voelde de levenskracht nu wel heel vlug wegtrekken uit haar eens zo mooie lijf. Eén van hen keek plotseling op vanaf zijn maaltijd. De ander bleef geconcentreerd en zette zijn halve gebit in Pui-Yuk’s heup. Akio Arata was even afgeleid geraakt door de bewegingen van andere zombies die zich buiten op de daken boven een steeg ophielden. Zij hielden hun blik vanaf de rand van een rij dakpannen gefixeerd op twee ongelukkige bezoekers. Nieuw levend mensenvlees had zich in de doolhof gewaagd. Deze individuen waren vast op zoek naar een uitweg uit deze immense vergetelheid, zich niet bewust dat ze recht in de armen zouden lopen van monsters met onstilbare honger. Akio was alweer door zijn honger gegrepen en richtte zijn aandacht weer op de gedeelde maaltijd.  Hij was erin geslaagd om zijn leven lang bij zijn zus in de buurt te blijven. Samen hadden zij gezworen elkaar nooit uit het oog te verliezen. Nimmer zou hij weten dat Tang Lee Swan, die nog voor het doorlopen van de embryonale stadium stierf in de buik van Pui-Yuk, zijn bloedeigen zoon was.

By karelriemelneel | February 27, 2011 - 1:28 pm - Posted in Contaminaties, Nederlands, Verbaal Genot

Bestaat uit: “Zijn lot was bezegeld” & “Dit lot was hem beschoren”

Uitgesproken door: Achmed Liën in ‘Kongamato: de gevleugelde botenbijter’

Datum: vrijdag 18 februari 2011

By tinusicket | February 25, 2011 - 2:25 pm - Posted in Nederlands, Onbedoelde mening, Scherpe Blik

image by Ater, edited by Gsorsnoi

Op de vroege maandagmiddag waarop wij voor een minicruise gepland stonden om naar New Castle op en neer te gaan, zagen wij ons genoodzaakt om nog even een kleine boodschap te doen in de plaatselijke supermarkt. Het was om te beginnen al een foute gedachte dit op het allerlaatste moment te willen doen. Dat terzijde.

Zoals zoveel mensen ben ik vervloekt een kassarij langer te laten duren zuiver door er in plaats te nemen. Bij de wekelijkse boodschappen die ik met mijn vrouw samen doe, ben ik daarom zo tactisch haar naar voren te schuiven om een kassa te laten kiezen.
“Jij eerst schat.”
En het werkt altijd.

Hier ging ik die dag vóór onze korte vakantie toch nog weer even de fout in. Voor ons in de ellendige rij waarin ik mijn vrouw had meegezeuld, stond een bejaarde vrouw op haar beurt te wachten om af te rekenen. Compleet met rollator, een versleten lijf dat vibreerde van de Parkinson en een mandje dat uitpuilde met de complete verzameling basale supermarktartikelen, groette zij de dame die juist met haar betaling was begonnen. Ze had er een kennis in herkend.

Schuldbewust keek ik mijn eigen vrouw even kort aan. En uit mijn blik wist zij reeds af te leiden hoe laat het was. Shit, dacht ik. Wat is deze keer de reden dat we in een kassafile terecht zouden komen? Angstvallig bestudeerde ik de handelingen van de oude dame waarbij ze de inhoud van haar rollatormandje op de band probeerde te krijgen. Mijn God, straks kent zij de wonderen  van  Jezus’ vijf broden en twee vissen. De vrouw had immers wat brood en vis in haar mandje liggen. Die zou ze er natuurlijk eindeloos uit blijven pakken. De lopende band zou volgestapeld komen te liggen met honderden broden en vissen en de caissière er langzaam mee begraven. Op het einde kon zij voor zoveel brood en vis betalen, dat ze er meerdere weeshuizen mee kon voeden. Help! Een bejaarde weldoener!

Verheugd dat ik was toen bleek dat er wel degelijk een einde kwam aan de voorraad van de door haar verzamelde levensmiddelen. Halleluja. Ze had alle artikelen op een rij geplaatst en verwachtte dat de caissière haar vriendelijk gedag zou zeggen.
“Goedemiddag,” klonk het inderdaad aan de andere kant van de kassa.
De oudere vrouw beantwoordde de groet en ik hield mijn hart vast. Groente, had ze groente op de band geplaatst dat afgewogen had moeten worden? Bananen zonder stickertje, appels die toch ineens per stuk gewogen moesten worden, of had het plakkertje op de meloen soms losgelaten? Nee, niets van dat alles. Er lag zelfs helemaal geen product tussen wat van die afdeling was gepakt. Dus hoe kon het dat alles nog steeds vlekkeloos verliep?

Nu dan, de juffrouw achter de kassa was bezig alle producten te scannen. Hier moest toch iets fout gaan. Een barcode zou niet pakken of er ontstond onenigheid over een prijs die in de computer anders stond geregistreerd dan in de schappen werd vermeld. Waarom ging er niets fout? Piep … piep … product voor product ging moeiteloos over de scanner en de kassa verwerkte elke invoer zoals het hoorde.
Hebben ze het tot het laatst bewaard? Zou deze vrouw die kleinkinderen moest hebben bij alle tien haar kinderen onderuit zakken? Kwam ze nog andere bekenden tegen? Een tas die scheurde? Computerstoring?

Ah! Eindelijk. Achter ons was een nieuwe klant aangeschoven: een oudere man die vast bij haar op school had gezeten. De man had een stoffige pandjesjas die hij vast al jaren droeg. Misschien had hij dit wel bij deze vrouw gekocht toen zij nog in een kledingzaak actief was? De rollator was van hetzelfde merk. Ja zelfs daar kon de connectie ontstaan. Man, kom op, begin elkaar maar vast te herkennen, dan konden de jeugdsentimenten worden aangehaald en zaten mijn vrouw en ik muurvast geparkeerd tussen twee bejaarden. De boot van onze minicruise zou zonder ons vertrekken, omdat we net de laatste bus hadden en gemist en ik zou het nog maanden te horen krijgen dat we eerder naar de winkel hadden moeten gaan.

“Ah nee, dat zal je net zien,” mopperde ik al toen de vrouw voor ons allang geen obstakel meer vormde en ik mijn pas zocht om onze eigen spullen af te rekenen.
“…ik zal toch niet mijn pas zijn vergeten?”

By rinaoddel | February 21, 2011 - 6:01 pm - Posted in Nederlands, Rara Rina, Rijmende kunsten

Hoe ouder ik word, hoe liever men mij heeft.
Laat mij ademen en ik ga dood.

Je wordt gewaardeerd wanneer je mij weggeeft.
Ik ben er in wit, maar ook in het rood.

Wat ben ik?

image by Retroman, edited by Gsorsnoi

“Ja fijn dat heb ik weer,” zuchtte de man die we eerder alleen als de ninja kende. Zombie Akio Arata was de verantwoordelijke voor deze ontmaskering en had de inktzwarte stof nog vast. Met het samuraizwaard rechts van hem in beide handen geklemd bedacht Retroman zich wat het volgende zou zijn wat hij zou doen. Hij keek zijn nieuwe vriend aan en gaf hem een vriendelijke knipoog ten teken dat die zich niet om hem hoefde te bekommeren waar het op deze onthulling aankwam. Krampachtig doen omdat zijn gezicht ontbloot was, zou toch nergens op slaan. Hij kon er echt niet mee gaan zitten dat zijn identiteit was prijsgegeven. Niet dat hij die ooit hoefde te verbergen. De maskerade was meer voor de gein bedoeld toen Retroman het avontuur rook bij de eerste paddeninvasie. Sindsdien liep hij er in rond. Niet om zich te verbergen, maar gewoon omdat dit het laatste setje kleding was dat hij had aangetrokken voordat hij inzag dat hij tot de  laatste verzetstrijders zou gaan behoren.

Hij had thuis achter zijn computer gezeten en was bezig met het maken van eigen computerspelletjes toen zijn achtergrondmuziek werd overstemt door een vreemd kwakend geluid van buiten. Inmiddels weten we dat dit de eerste padden moeten zijn geweest die de wijken van Gohes City hadden bereikt. Retroman was nieuwsgierig geworden en had voorzichtig een blik naar buiten geworpen. Pixels en inspiratie maakten plaats voor een wel heel erg levendige inspiratie. Want wat hij daar kreeg te zien overtrof zijn stoutste verwachtingen. Voor het computerspel wat hij zelf aan het maken was, had hij namelijk een concept bedacht van een ninja die een invasie van gemuteerde padden voorgeschoteld kreeg. De verhaallijn was bewust heel simpel gehouden en de grafische effecten deden sterk denken aan de tijd dan de eerste computerspelletjes op de markt kwamen. Het was de stijl van games die hem het meest aanspraken. Van die heerlijke oude retrospelletjes die een heel stuk toegankelijker waren dat de omslachtige 3d avonturen waar softwaregiganten de spelliefhebbers later mee kwamen verwennen. Voor hem hoefde dat niet zo. Geef hem maar een karakter, die uit niet meer dan een handjevol pixels bestaat, een paar goede moves of een eenvoudig wapen, plaats deze in een tot de verbeelding sprekende zelf ontworpen wereldje en laat de monsters maar komen. Mierzoet achtergrondmuziekje erachter, een vooraf bepaald ‘einde van het level’ definiëren en Retroman had pret voor tien. Zelf spelletjes creëren was een nieuwe hobby van hem geworden.

Helaas bleek zijn fantasie tot leven gekomen en mocht hij zelf aan de bak. Vele bovenmaatse blauwe padden hadden het straatbeeld van Gohes City bepaald en leken kwade bedoelingen te hebben met hun komst. In niet veel meer dan zijn ondergoed – omdat hij kort daarvoor had gedoucht en zijn bed in zou gaan – stond hij als aan de grond genageld tegen zijn vensterbank geplakt. Buiten zag hij hoe de eerste twintig padden in zijn blikveld zich bruut op het volk op straat worpen. Daarbij rolden zijn ogen zowat uit zijn kassen toen hij zag hoe meerdere padden in de lijven van de mensen kropen om er volgevreten weer uit te komen. De slachtoffers die vielen bleven enkele minuten als voor dood op de grond liggen. Het kostte hem niet meer dan een enkele minuut om zijn plan te trekken. Retroman liet zijn pc voor wat het was, snelde naar zijn slaapkamer en trok zijn kledingkast open. Veel tijd voor het bladeren naar een geschikt setje had hij niet en was al tevreden met hetgeen dat hij als eerste te pakken kon krijgen. Of dit nou een kort of lang avontuur zou gaan worden, hij kon moeilijk halfbloot de straat optrekken.
“Mijn carnavalkostuum,” sprak hij zorgvuldig en pakte het eerste setje kleding vast dat binnen handbereik viel. Hij keek even met blik van iemand die een curieus cadeau voorgeschoteld kreeg, maar bood geen ruimte voor eventuele schaamte.
“..waarom ook niet?”
De keuze was gauw gemaakt. Zonder meer tijd te verspillen trok hij het ninjapak aan en griste een sporttas mee waar hij nog vluchtig wat andere kleren in propte. Momenten later verliet Retroman zijn huis via het dak en dacht nog even aan het spel dat hij op zijn computer had achtergelaten.
“Het zou toch niet waar zijn?”

Hij had inmiddels aardig wat avonturen met padden en zombies beleefd en daarbij ook een hoop familie en vrienden jammerlijk aan de strijd verloren. Amper had hij de kans gekregen om alle gebeurtenissen op een rijtje te zetten. Bepalen hoe reëel dit allemaal was kon hij dus ook niet. Het was niet te bevatten. Wat hij wel wist, omdat een collega van de Tycoon Newspaper hem dat had toegefluisterd, was dat niet zijn computerspel de oorzaak was van deze horror, maar de zieke geest van een verknipte graaf.

“Hou vol,” zei Retroman tegen de pad, die nog steeds door een andere zombie bij zijn nek in de lucht werd vastgehouden. De ontmaskerde ninja plaatste zijn rechtervoet en stukje naar voren, draaide linksom op de bal van zijn andere voet en zette zijn linkervoet iets opzij naar links nadat hij bijna driekwart rond was gedraaid. Hierdoor kwam hij face-to-face te staan met de gewezen Akio Arata die een ontmoeting ging maken met de scherpste zijde van zijn zwaard. Het zwaard had voldoende impulsmoment gekregen om de zombie de vernietigende slag toe te brengen. De kop werd bruusk van zijn romp gescheiden. In plaats van bloed schoten enkele kleine vlokjes rottend vlees over het plein. De kopromp scheiding was zo vlot en netjes dat Arata’s hoofd pas zijn vorm begon te verliezen toen deze met een harde klap op het beton belandde. Met een doffe bons volgde het lichaam dat niet langer in balans werd gehouden.

Retroman kon onmogelijk vermoeden wat er zich in Gohes City’s China Town zou hebben voorgedaan als de zus van Arata hun zoontje Tang Lee Swan had kunnen grootbrengen. Het drama wat zich juist had afgespeeld toen de pad en hij dit toneel betraden ging volledig aan hem voorbij. Zijn zwaard was links van hem geëindigd met zijn draaibeweging Arata te onthoofden. Zonder tijd of energie te verspillen bracht hij deze alweer terug in de strijd en doorkliefden twee andere zombies die zich binnen zijn werkruimte hadden gewaagd. De zombie die de Reuze Navelpad vasthield, kneep nog iets harder in het dunne keeltje van de pad en wilde hem naar de muur slingeren. Onze bruine vriend verloor daarbij de grip op zijn lange stok en liet deze op de grond kletteren. Retroman was deze actie echter voor en gaf de zombie een saltotrap. Hiermee werd de zwaaibeweging met de pad halverwege afgebroken en donderde hij uit de lucht.

Een kostbare minuut ging verloren waarin hij zichzelf moest herstellen. De zombie lag gebogen onder de benen van Retroman en was nauwelijks gedeerd door de trap die was uitgedeeld. Maar Retroman gaf hem geen kans om zich weer op zijn benen te hijsen. De zombie voelde de punt van het zwaard al gauw door zijn ribbenkast glijden. Tegen zijn hoofd kreeg hij een artistieke schop na om er zeker van te zijn dat de zombie ermee werd uitgeschakeld.

Nu was er even een kort moment voor het heldhaftige duo om zich te recapituleren. Binnen het bereik van vijf meter schuifelden enkele nieuwe zombies alweer dichterbij. De pad snakte niet langer naar adem, maar zijn eigen botjes klaagden nog jammerlijk van de smak die hij had gemaakt. Niet alleen zijn fysieke conditie ging eraan, ook zijn honger naar energie nam vormen aan waar hij maar moeilijk tegen kon vechten. Ook Retroman’s mensenvlees werkte bijzonder aantrekkelijk op dit ondode volk. Als een magneet trok hij nieuwe monsters aan die uit waren op zijn hersenen en andere organen. De meeste zombies die hun weg naar dit plein hadden gevonden kwamen door de wirwar van steegjes, trappen en straten naar deze plek. Het tweetal zette zich schrap op de nieuwe aanvallen, maar de Reuze Navelpad bedacht iets slinks. Bij het zien van de meer dan honderd zombies die op hun afkwamen zei hij:
“Dit trekken we niet. Ik ben aan het einde van mijn Latijn en jij lijkt ook niet veel energie meer te hebben.”
Retroman knikte.
“Klim langs de huizen naar boven. Lukt dat nog?”
Misschien had de Reuze Navelpad die vraag beter aan zichzelf kunnen stellen, maar hij hield zich groot.
“Euh ja, laten we het maar gewoon doen,” antwoordde Retroman.
“Het zal de zombies meer moeite koste dan wij om boven te raken. Mochten we elkaar uit het oog verliezen, probeer dan in elk geval weer bij mij te komen. Ik heb een plan.”

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: De ontmaskering
Volgend hoofdstuk:  Honger

By retroman | February 19, 2011 - 1:18 pm - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Duimzuigerij, Nederlands

image by informatique, edited by Gsorsnoi

Er zijn aangenamere plekken te bedenken om de nacht door te brengen dan op een kerkhof.
Toch stond daar een eenzame gedaante in de duisternis, even roerloos als de grafzerken die hem omringden.
Het statische tafereel werd plotseling in beweging gebracht door een kille herfstbries. Overal ritselden struiken en vanuit de klokkentoren galmde zachtjes een morbide gerinkel. Dichtbij schraapten dorre takken langs het toegangshek alsof ze een harp aan het bespelen waren.
Dit naargeestige schouwspel zou menigeen doen huiveren, maar Nathan was niet meer in staat om angst te voelen. Angst ervaar je wanneer je bang bent om iets te verliezen; hij had alles al verloren wat hem dierbaar was.
Een jaar geleden waren Nathan en zijn vrouw betrokken geraakt bij een tragisch verkeersongeval. Een dronken trucker was op de verkeerde weghelft beland en had in een oogwenk het asfalt getransformeerd tot een luguber tapijt van verwrongen staal, verschroeid rubber en bloed.
Hoewel Nathan op het laatste moment zijn auto uit de baan van de op hol geslagen vrachtwagen had weten te manoeuvreren, kon hij niet voorkomen dat een rondvliegend brokstuk zich door de voorruit boorde en zo genadeloos een einde maakte aan de mooie toekomst die het pasgetrouwde stel had uitgestippeld.

Hier stond nu de lege huls van een man, de glinstering in zijn ogen reeds lang verdwenen. Er was voor hem geen reden meer om te bestaan. Zonder zijn geliefde was alles ondraaglijk.
Gedreven door een obsessief verlangen naar haar affectie, was voor hem de grens tussen leven en dood dusdanig troebel geworden dat deze geheel leek te zijn verdwenen.
Soms dacht hij haar tot hem te horen spreken; troostende woorden, maar ook woorden doordrenkt van verdriet vertrouwde zij hem dan toe. Het was op momenten zoals deze dat hij haar aanwezigheid het sterkst voelde. Dit deed hem geloven dat het graf geen rustplaats was, maar een gevangenis van de ziel.
Zijn onvermogen om los te laten resulteerde in de onwrikbare overtuiging dat zelfs Magere Hein hen niet kon scheiden.
Nathan was klaar om zich weer met zijn echtgenote te herenigen.

*

Voor het eerst in tijden zag de woning er weer opgeruimd uit. Vergeelde foto’s en condoleancekaarten waren in een doos gestopt en op zolder gezet, talloze lege wijnflessen hadden de bodem van de glasbak gevonden en het bed – nu al een jaar niet beslapen – was van nieuwe lakens voorzien. Eindelijk leek het huis niet langer op een stoffig reliek uit een grijs verleden.
Geestelijk ging het ook stukken beter. Slapeloze nachten en paniekaanvallen waren minder frequent geworden, en de immense somberheid waar het afgelopen jaar door werd gedomineerd begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een meer hoopgevende stemming.
Natuurlijk was de pijn nog lang niet geheeld, maar er was duidelijk vooruitgang geboekt.

Na de dood van haar man had Linda de buitenwereld de rug toegekeerd. Ze verwaarloosde zichzelf en zocht tevergeefs troost in drank en zware antidepressiva. Het had niet veel gescheeld of ze had de hand aan zichzelf geslagen.
Mede dankzij de steun van haar familie was het Linda met veel pijn en moeite toch nog gelukt om uit dit diepe dal te klimmen. Vooral haar zus liet geen kans onbenut om de treurende weduwe mee te sleuren naar kookcursussen, theatervoorstellingen, danslessen en dergelijke activiteiten. Alles om de aandacht af te leiden van haar verdriet en haar te beletten in een verbitterde kluizenares te veranderen.
En hoewel Linda zich in het begin hevig verzette tegen deze bemoeienissen, zag ze na verloop van tijd in hoeveel baat zij hierbij had. De dikke muur van rouw die rondom haar was opgetrokken, begon beetje bij beetje af te brokkelen. Eindelijk was ze weer in staat om te lachen.

Die avond sliep ze voor het eerst weer in haar bed in plaats van op de bank. Ze had de slaapkamer steeds ontweken omdat die zo kil en leeg had geleken zonder haar man. Een beetje onwennig was het nog wel, om daar te liggen zonder het warme en veilige gevoel van zijn lichaam tegen het hare, maar nu had ze eindelijk de moed gevonden om dat deel van haar verleden los te laten.
Al gauw viel zij in een vredige, diepe slaap.

*

Diep in de nacht strompelde een zonderlinge figuur over straat. Zijn armen hingen slap naast zijn lichaam en zijn rechterbeen sleepte over het trottoir alsof er een loden bal aan was bevestigd. De weinige passanten die op zijn pad kwamen, liepen zonder uitzondering met een grote boog om hem heen.
Hoewel zijn lijf duidelijk zwak en broos was, leek niks hem ervan te kunnen weerhouden zijn bestemming te bereiken. Met de blik op oneindig en gewapend met een onuitputtelijk doorzettingsvermogen doolde hij stug verder.
Urenlang zwierf hij door de duisternis, totdat hij uiteindelijk voor de toegangsdeur van een appartementencomplex stopte. Hij deed instinctief een graai in zijn binnenzak, maar zijn sleutels waren nergens te bekennen. Hierop begon hij aan de deurknop te morrelen in een halfbakken poging het pand te betreden.
Voordat hij tijd had om een andere aanpak te verzinnen, werd de deur geopend door een gezette vrouw die op het punt stond haar hond uit te laten. Glimlachend liet zij de man binnen en wilde hem een fijne nacht wensen, maar toen zij in zijn ogen keek bleven de woorden in haar keel steken en sleurde ze haar viervoeter haastig mee het pand uit. Geblaf schalde door de slapende stad en werd prompt vergezeld door het nerveuze getik van hoge hakken.
Terwijl achter hem de deur in het slot viel en de buitengeluiden verstomden, begon het curieuze individu de trap te beklimmen. Tree voor tree trok hij zichzelf aan de trapleuning omhoog, totdat hij de deur tegenkwam waar het juiste nummer op stond.

*

Linda sliep nog steeds als een roos. Een goede nachtrust kon ze wel gebruiken. De zware periode die zij had moeten doorstaan had zijn tol geëist; haar gelaat was erg bleek en diepe kringen stonden onder haar ogen.
Toch was er een glimlach op haar gezicht te bespeuren. Een glimlach die verraadde dat zij weer in staat was om haar ogen te sluiten zonder gekweld te worden door nachtmerries waarin piepende banden, krijsende claxons en versplinterd glas figureerden.
Lang had ze echter niet van haar slaap kunnen genieten, want gestommel in het trappenhuis deed haar verschrikt ontwaken. Ze ging rechtop zitten, streek een donkerblonde lok uit haar gezicht en tuurde naar de klok, waarna ze een diepe zucht slaakte en weer met haar hoofd op haar kussen plofte.
Ze vond haar bovenbuurvrouw een schat van een mens, maar haar gewoonte om midden in de nacht haar hond uit te laten kon ze een stuk minder waarderen.
Geïrriteerd trok ze de deken over zich heen en sloot haar ogen.
Net toen ze weer een beetje begon weg te dommelen, werd ze nogmaals opgeschrikt door lawaai in het trappenhuis. Ze probeerde het eerst nog te negeren, maar toen het aanhield besloot ze uit haar bed te stappen om de buurvrouw eens streng toe te spreken. Slaperig maar vastberaden liep ze naar de deur en opende deze met een grote zwaai.
Verbijstering, ongeloof en doodsangst maakten zich van haar meester toen zij Nathan ineens tegenover zich zag staan. De expressieloze ogen in zijn grauwe, door rotting aangetaste gezicht leken dwars door haar heen te staren. Zijn onderkaak hing scheef en er zat een gapende opening op de plek waar zijn neus ooit had gezeten. Hij droeg een stoffige zwarte smoking; dezelfde waarin hij zowel getrouwd als begraven was.
Linda wilde gillen, maar haar vrees was dermate verstikkend dat zij geen geluid meer kon uitbrengen. Als gehypnotiseerd bleef zij in de deuropening staan terwijl hij tergend langzaam dichterbij kwam.
Voorzichtig bracht hij een trillende, knokige hand naar haar gezicht. Vanuit haar ooghoeken zag Linda dat de huid van zijn vingertoppen bijna geheel was weggerot.
Hij streelde haar wang. Dat was altijd het eerste wat hij deed wanneer hij Linda begroette. Zo liefdevol als dit kleine gebaar vroeger was geweest, zo koud en mechanisch voelde het nu. Het was het product van een vage herinnering aan een oude gewoonte, ontdaan van alle menselijkheid.
Nathan leunde naar voren en drukte zijn halfvergane lippen op de hare. Het was het laatste wat Linda voelde voordat haar levenskracht onverbiddelijk werd weggenomen.

*

Verslagenheid stond op de gezichten van de veelal in het zwart geklede bezoekers die zich rond het graf hadden verzameld. In de stromende regen zochten zij troost en warmte bij elkaar, hun geweeklaag overstemd door het onophoudelijke gekletter van druppels op de eikenhouten kist. De bloemen die zij hadden meegebracht, leken op deze grauwe ochtend nagenoeg kleurloos.
Hoewel Linda’s overlijden in mysterie was gehuld en de doodsoorzaak niet kon worden achterhaald, gingen de meeste mensen er van uit dat de eenzaamheid haar te veel was geworden.
Terwijl haar doodskist langzaam in het graf naast dat van Nathan neerdaalde, vonden vrienden en familie berusting in het feit dat Linda nu tenminste niet meer alleen zou zijn.

De hereniging was voltooid.

image by Kevin-kun, edited by Gsorsnoi

De achttien jaar jonge man bewoog zich soepel door de natuurlijke obstakels van het Jiundimoeras. Hier waar de noordelijke zacht golvende plateau’s van Zambia langzaam overgaan naar een terrein met meer hoogteverschillen naarmate je meer naar het Oosten beweegt, kende Kaondé het woud als zijn broekzak. Ten noorden van het West Lunga National Park in het grensgebied met Congo en Angolo ligt Mwinilunga. Het stadje wordt doorkruist door dezelfde rivier de Lunga waar het lagergelegen park haar naam aan dankt. Het is de rivier waarlangs Kaondé bij zijn stam is opgegroeid. Gebukt onder zware depressies die de levensduur van het tropisch regenwoud verder verlengen, sleepte hij zich door de begroeiing en ontweek iedere overhangende tak met het zuiverste gemak.

Aangekomen op een bescheiden open plek tussen al dat groen kreeg deze jonge Zambiaan de schrik van zijn leven. Met haar schedel van hem afgewend lag daar iemand in de kreukels tegen de ontblote wortels van een woudreus waar mossen en zwammen zich dankbaar aan tegoed deden. Hij spoedde zich naar haar toe en moest zijn adrenaline beteugelen om zijn voet niet te verzwikken in een petieterige waterstroom die het open terrein doorsneed. Dit was de plek waar het drama zich had voltrokken. Hier sloeg eerder het noodloot van Kaondé’s zusje toe.

Zonder er al te veel aandacht aan te besteden plantte hij zijn speer tussen de varens en knielde naast haar neer. Van het lichaam was niet veel meer over dan een half kaalgevreten geraamte. Alleen pezen met repen vlees van verschillende formaten waren nog aan haar botten bevestigd.  Het monster of het dier dat zich aan haar te goed had gedaan was zich allerminste van enige tafelmanieren gewoon. Tezamen met het overgrote deel van haar rok en een stuk romp lag één van haar benen gescheiden van de rest van haar lichaam. Het andere been was verdwenen. Gevoelens van paniek en gruwel trachtten bezit te nemen van deze aangeslagen broer toen hij zijn blik vasthield op haar zwaar verminkte gelaat. Maar hij wist het zeker. Hij had geen bevestiging nodig van het patroon dat zijn zusje zelf op haar rokje geschilderd had om er bij de mannen mee in de smaak te vallen. Dit was Kwalila.

Tien vingers groeven zich verbeten in de drassige ondergrond toen een waterval van tranen zich tezamen met een ijzingwekkend kreet opbouwden om los te barsten. Kaondé zou hebben gewild dat de inboorlingen bovenin Congo hem hadden gehoord met het keelgeluid dat klaarstond om over zijn lippen gebruld te worden. Hij was alleen zo slim om dat juist niet te doen. Een overvloed van zout vocht was het enige wat loskwam. Tranen schreiden tussen de regendruppels over zijn wangen. Hartverscheurende emoties van verdriet om verlies maakten plaats voor bittere boosheid. Kwalila´s dood moest gewroken worden.

Een rood besmeurde varen die hij eerder met zijn schenen plat tegen de grond had gedrukt bleef nog onder zijn gewicht gebogen toen hij zijn bovenlichaam naar achteren liftte. De punt van de speer trok hij los uit de bodem en tuurde furieus om zich heen. Om zijn beweeglijkheid te vergroten sprong hij in één beweging vanaf zijn positie in een gehurkte stand en zocht alle bomen en planten af. Verkneukeld blad van het varen plakte onder Kwalila’s bloed aan zijn knie.
“Waar ben je?” en “Waar zijn jullie?” sprak hij woest in dezelfde taal waaraan hij zijn naam dankte. De bomen antwoordden niet, de planten al evenmin. Kaondé liet zijn blik niet meer langs het ontzielde lichaam van zijn zusje glijden. Zijn focus was erop gericht het monster te vinden dat verantwoordelijk was voor deze gruwelijke afslachting. Gefixeerd op ieder blad dat afwijkend bewoog van de rest onder de stroom van regen die uit de lucht kwam zetten probeerde hij eventuele belagers te ontwaren. Het geluk was alleen niet met hem.

Een plotselinge ferme pijnscheut in zijn rug maakte dat hij de grip op zijn speer verloor. Op dat moment wist hij dat zijn grootste kansen op succes al verkeken waren. Nu was hij ontwapend en tevens verslagen in de strijd de eerste te zijn die op de vijand toebeet. Klauwen die zo dodelijk waren als die van een adelaar hadden zich in de spiermassa van zijn rug verankerd. Twee nagels schraapten bijna evenwijdig aan elkaar langs zijn ruggengraat. De andere drie van elke klauw doorboorden aan iedere zijde de onderkant van een long.

De onzichtbare belager die de jonge Zambiaan had aangevallen was de Kongamato, een voorhistorisch vliegend reptiel die de bevolking van de Kikaondéstam nog steeds hele actuele angst inboezemen. Nog steeds hebben niet alle details van deze ongevederde schrik van het woud tot de overtuiging geleid van cryptozoölogen die zich bezig houden met het onderzoeken van de bestaanbaarheid van onbekende levensvormen met onwaarschijnlijke karakteristieken. Meldingen van ontmoetingen met dit beest zijn simpelweg te schaars, omdat de meeste mensen zo’n confrontatie niet overleefd blijken te hebben.
Eenzelfde lot was Kaondé bezegeld. Twee even kleurrijke pterodactylen verschenen vanuit het niets tussen het gebladerte, maar meer dan geamuseerd pottenkijken zouden ze op dat ogenblik niet doen. Hun maaginhoud was nog rijk van vers en onlangs buitgemaakt mensenvlees. Eén van hen stak even een lederen vleugel terug omhoog om deze beter naast zijn lijf te kunnen opvouwen. Daarbij gebruikmakend van zijn lange snavel om de boel een beetje gepast onder de oksel te krijgen. Het was niet verwonderlijk dat de Kongamato een ongemanierde tafelgast was: uit zijn snavel staken meerdere puntige tanden die netjes eten onmogelijk maakten. Onder de tak waarop hij samen met de andere zat, bungelden twee ruitvormige staarten naast elkaar. Voor hun volgende maal hoefden ze enkel te wachten tot de jongeman bezweek.

Dezelfde soort torretjes die Kwalila en Kaondé eerder die ochtend hadden buitgemaakt om zelf van te snoepen, hadden hun weg reeds gevonden naar de restanten van het jonge meisje. De twee hadden een vaartocht over de wateren van het Jiundimoeras koste wat kost willen vermijden, omdat het zwarte hart van de duisternis er waakte. De Kongamato had onder de inboorlingen de reputatie van ‘botenbijter’ gekregen. Dit monster staat erom bekend kleine boten aan te vallen en tot zinken te brengen. Nu waren zij evengoed hun dood tegemoet gelopen bij het verzamelen van voedsel in de bossen. Zij hadden zich, zonder het te weten, te dicht bij het nest van de Kongamato’s  gewaagd.

Kaondé worstelde heftig om deze ongenode gast van zijn rug te kunnen verwijderen. De monsterachtige vogel had zich echter zo vast gegrepen in zijn huid, dat hij eveneens worstelde om los te komen. Slagen daarin deed hij niet. Bloed stroomde rijkelijk over de klauwen en langs Kaondé’s rug naar beneden. Schreeuwend was de pijn die hij ervoer bij iedere poging van zichzelf, maar ook van de vogel om zich van elkaar te kunnen scheiden. Het was alsof een leeuw zijn nagels aan zijn rug wilde scherpen en er in bleef vastzitten.

Eén moment keek hij naar zijn soortgenoten die afwachtend aanschouwden hoe hij sterven zou. Hij wilde zich van hun uiterlijk en fysieke mogelijkheden vergewissen, zodat hij zijn eigen kansen op waarde kon schatten. Met de angst dat de vogel zou gaan beginnen om zijn rug open te pikken besloot hij daarom om er mee naar een boomstam te rennen. Daar was hij reeds te laat mee. De eerste hap liet een gapend heftig bloedend gat in zijn nek achter. De angst voor nieuwe helse pijnen die hij zou ervaren verdrong hij wilskrachtig. Hij moest en zou de Kongomato op zijn rug tegen de boom schuren om hem los te werken. Zijn opzet was tot mislukken gedoemd. In de botsing met de boom kwam er slechts één poot los en de jonge vogel raakte verpletterd onder het gewicht van de jongeman. Onderweg naar deze grote woudreus was Kaondé over zijn eigen speer gestruikeld en had zijn been er akelig mee ontwricht.

Zwaargewond en met de dode vogel nog aan zijn rug gekleefd was Kaondé’s situatie aan het verslechteren. Het bloedverlies liep op en maakte dat hij zichzelf niet meer op de been kon krijgen. Misschien was het toegeven aan het van achteren opgevreten worden door de vogel helemaal nog geen verkeerde optie geweest. Dat had zijn lijdensweg kunnen bekorten. In plaats daarvan lag hij nu langzaam tegenover zijn zusje te sterven in zijn eigen levenssappen. Wachtend op de hulp die nooit zou komen. Wachtend tot de twee overgebleven Kongamato’s weer honger zouden krijgen.

By rinaoddel | February 15, 2011 - 6:00 am - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

image by trmdttr, edited by Gsorsnoi

Uitgesproken door: Johan E.

Datum: woensdag 2 februari 2011. 

By gsorsnoi | February 13, 2011 - 7:30 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

Het woordenboek der Magnaten is een verzameling woordbetekenissen voor superieure en minder superieure individuen die zich voor de arbeid of de hobby toeleggen op een zekere bezigheid die vaak wat oneerbiedig als ‘spelletje’ bestempeld wordt. Meer dan elf jaar geleden inmiddels verscheen deze verzameling woordbetekenissen als naslagwerk voor enkele fanatieke bordspelers. Het merkwaardige gezelschap bestaande uit de grootgrondbezitters Willem Kwak, Rio Raat en Paul van der Zee bezigden familiespellen op zo’n hoog niveau, daar kunnen normale stervelingen nog altijd niet tegenop. ‘Risk’, ‘Tycoon’, ‘Monopoly’, ‘Holland’s Glorie’ … stuk voor stuk ging het om spellen waar absolute macht het ultieme doel was. Zoals wel valt te verwachten, namen deze heren de zaak bloedserieus en maakten er zeker geen potje van.

De terminologie die nonchalant over de tafel werd gesmeten bestond – naast de deftige scheldpartijen – voornamelijk uit kreten waarvoor universitaire scholing een must was om ze te kunnen begrijpen. Vreemd genoeg komen deze woordbetekenissen niet voor in de van Dale zodat wij ons genoodzaakt zien hier de aanvullingen te publiceren.

Heden, ruim een decennium later, zijn de tijden flink veranderd. Een enorme golf van criminaliteit is over ons land getrokken. En met die golf heeft de Neerlanse taal een forse verandering ondergaan. Nieuwbakken giganten uit Gohes City die zich opwerken om de ‘Tycoon’-status te kunnen bereiken wordt geadviseerd om weerstand te bieden tegen de typetjes die straattaal in de mond durven nemen. Met name de straatsoldaten zijn voortdurend in de weer om onze moedertaal te verkrachten. In de strijd tegen deze verloedering van onze taal bevelen wij de voorvechters van de schone communicatie het ‘Magnatenwoordenboek’ aan:
(aanvullingen zijn welkom!)

A

  • Ach-ter-‘af bw min acht.
  • Ach-ter-‘een bw komt twee.
  • ‘A-der|ver-kal-king v -en ziekte onder bordspelers als zij koken van woede als ze verliezen van de tegenspeler(s).
  • Al-‘licht bw niet langer donker.
  • A-na-‘gram v warrig zwaar ondervoed meisje die luistert naar de naam Ana.
  • Ar-che-o-‘loog m, v –logen bordspelers die het hele spel doorzeuren over gedane zaken.
  • ‘Au-to-weg m –en straat in Nederland waar geen personenwagens mogen rijden. Anders worden ze weggesleept.
  • A-ve-‘rij v -en kordon groetende Romeinen.

B

  • ‘Ba-by-|zit-je o erg jonge slechterik uit Star Wars.
  • ‘Bag-ger-mo-len m –s instrument waarmee een verveelde magnaat in het reukorgaan zit te wroeten in de hoop er nog iets zinnigs uit te krijgen.
  • Bank-|‘roet o –en smet op het saldo.
  • Bed-‘rag o –en weefsel der spinnen gevonden in een lang onbeslapen bed.
  • Be-‘gro-ten -grootte, h -groot kijken hoeveel geld je kan uitgeven in het spel om je tegenstanders zoveel mogelijk te dwarsbomen.
  • ‘Bel-gen-mop m -pen Antwerps schoonmaakartikel.
  • Be-nard bn, bw iem. die voor joker is gezet.
  • ‘Bi-ki-ni-|be-wa-ker v -s WSNOI-fan met ondergoedfetisch.
  • Bo-ven-‘stuk v -en beneden werkt het wel.
  • ‘Boe-ken-leg-ger v(o) –s slaapkamermeubel waarin bibliothecaressen in worden verwekt.
  • ‘Boe-li-mi-a v door herkauwen veranderen in een koe.
  • ‘Bouw-val m -len listig trucje van een aannemer om de klant financieel klem te zetten.

C

  • Cal-cu-‘la-tor –s –toren berekenend insect.
  • Cho-co-‘la m plaats waar reepjes worden bewaard.
  • Clow-‘nesk bn, bw gedraging van een beginnende bordspeler als hij meent een eerst goede zet te hebben gedaan.
  • Cul-ti-‘ve-ren –veerde, h gecultiveerd het deponeren van een bouwsel in een stad met als doel er iets beschaafds mee te ontwikkelen.

D

  • Daad’wer-ke-lijk bn 1 als er na lang bakkeleien eindelijk een beslissing wordt genomen in een spel 2 na het niet opletten toch besluiten tot actie te komen.
  • Di-a-‘mant o bewaarbak voor projectieplaatjes.
  • ‘Dood|von-nis o -sen de fatale zet van een bordspeler.
  • ‘Dron-ken m alcoholverslaafd ex-vriendje van barbie.
  • ‘Dronk-aard m wijsneus uit Sesamstraat die er wel een paar lust.
  • ‘Druk-|fout v(m) –en naast de pot gescheten.

E

  • ‘E-del-steen m -stenen kei waar blauw bloed door stroomt.
  • ‘Ei-cel m- en gevangenis voor jonge kippen.
  • ‘Ei-lei-der m -s autoritaire kip.
  • ‘Eind|klas-se-ment o -en uitslag van een bordspelletje.
  • Ef’fect-be-jag o het overmatig streven naar het maken van indruk.

F

  • Foe’draal o –dralen het los overtreksel van de lege hersenpan wat men de huid pleegt de noemen.
  • ‘For-tuin v –en zwaar beveiligde grond aan de voorzijde van een gebouw.
  • Front o -en het oorlogsgebied waarin de bordspelers strijden. Verkleinwoord: -je. Dit heeft de bordspeler op zijn telefoon geplaatst om te patsen bij de tegenstanders.

G

  • Galg v(m) voorloper van de letterbak tevens zondebok voor alles wat niet deugt aan WSNOI.
  • Ga-‘zon v 1 uitspraak van een regenliefhebber 2 –nen persoon met een fobie voor lijkbleke mensen.
  • Ge-‘bak-je o -s niet noemenswaardige tegenstander.
  • Ge‘bed o -en het voorrecht in gesprek te zijn met Gsorsnoi.
  • Ge‘belgd bn bij de neus genomen zijn.
  • ‘Geld-boom v(m) opgeblazen kluis.
  • Ge-‘dach-te-gang m -en ontvangstkamer van de Duimzuigerij.

H

  • ‘Hol-lee-der m leren string.
  • ‘Hoog-zwan-ger bn ongeduldig worden van een ander z’n getreuzel.

I

  • ‘In-boor-ling m, v sprokkelfiguur.
  • Ir-ri‘ta-tie|grens m -en als dit bereikt wordt, wees dan op je hoede, want dan gaat het hard tegen hard.
  • I-so-‘leer m -eren keurmerk voor koeienhuid.

J

  • Jeuk m tinteling die je ondervindt als je te veel met je rivalen te maken krijgt.

K

  • ‘Kap-sa-lon m en o -s luxe verblijf voor houthakkers.
  • Ka-ra-‘vaan v(m) –vanen verzameling nietsnutten.
  • ‘Kat-te-bel o -len deurbel op een kattenluikje.
  • Ka-‘zu-bans o Zbersibarn-centen.
  • ‘Kof-fie m –s Ghanese diplomaat met navelpluisje.
  • ‘Kop-lo-per m, v -s ondersteboven atleet.

L

  • Lad-der-‘zat m(o) –en 1 dronken dakdekker 2 dakdekker die het helemaal gehad heeft met zijn ladder.
  • Li-qui-‘da-tie v –s liefkozing van de tegenstander.
  • ‘Lift-boy m –s jongeman die hogerop wil.
  • ‘Los-|geld o –en zeer kleine geldbedragen waar tyconen hun hand niet voor omdraaien.
  • ‘Lucht|ko-ker m -s kok in een vliegtuig.

M

  • ‘Ma-ten-naa-ier m, v -s (inform) oversekst persoon met zeer ernstige galgjeafwijking!
  • ‘Ma-trix v zo wordt de koningin door haar kinderen aangesproken.
  • ‘Melk-bus v (m) –sen touringcar voor koeien.
  • Mil-jo-‘nairs-|beurs m -en goedgevulde portomonaie.
  • Mi-‘ni-ster m, v -sheel kleine ster.
  • Mo-no-‘po-lie o -s -liën ouderwetse versie van stereopolie.
  • ‘Mug-gen-zif-ter m, v -s persoon die de grote gendeeltjes van muggen van de kleine gendeeltjes scheidt met een zeef.
  • Mu-‘ni-tie v ander woord voor stemvibratie bij uiting van negatieve energie.

N

  • ‘Naakt|lo-per m, v –s bankroetfiguur.
  • Non-ac-‘tief bn ADHD zuster.
  • ‘Na-vel-|klop-per o -s hij of zij die de meeste anagrammen in een reeks oplost. Niet te verwarren met een medicijnman uit de stam van stamhoofd Pauklos die zich ritueel vermaakt met totemgeroffel op de navels van zijn dorpsleden om de verveling te verdrijven.
  • ‘Na-ve-log-ie m verzameling woordbetekenissen die toelichting geven op termen die zijn ontstaan vanuit het anagrammenspel op de Tycoon Newspaper en het Navelpad Mysterie.
  • ‘Na-vel-|pluis-je o –s ontstaat wanneer de Reuze Navelpad heeft liggen ronken en niet echt heeft opgelet met welke letters hij een anagram heeft willen bouwen. Zo missen er letters in een anagram, staan er verkeerde letters tussen of staan er zelfs te veel letters bij. Dit leidt bij de ontanagrammaniseerders tot grote frustraties wanneer zij ontdekken dat er iets niet pluis is. Of eigenlijk: er is juist iets pluis, er zit namelijk een navelpluisje in dit anagram!

O

  • Ont-a-na-‘gram-ma-ni-se-ren –eerde, -eerd oplossen van een anagram.
  • Ont-a-na-‘gram-ma-ni-seer-der m oplosser van een anagram.
  • Ont-‘na-ve-len –navelde, – naveld verbastering van ontrafelen indien van toepassing op anagrammen.
  • Ont-‘goo-che-ling v -en illusionist die de mist in gaat.
  • ‘Op-los|kof-fie m terwijl je niet weet hoe je een situatie precies moet oplossen, deze situatie vervolgens maar een beetje geïmproviseerd en slecht afwerken.
  • ‘Over-|stap-pen stapte, gestapt synoniem van overlopen naar de vijand.
  • ‘Over-|u-ren m de nacht op WSNOI doortrekken.

P

  • Pa-rel-|‘moer o vrouwelijke oester.
  • ‘Pat-stel-ling v amfibisch standpunt.
  • ‘Plan-ten-bak o grapje van de tuinman.
  • ‘Pok-ken-weer o humeurige stemming aan tafel.
  • Po-‘si-tie v –s toiletfunctionaris.
  • ‘Pret-|park o –en speellocatie in Californië voor jonge ondernemers die zich graag blootgeven.
  • Pro-‘cent o -en voorstander van kleingeld.

Q

  • Qua-ran-‘tai-ne v(m) isolatieruimte voor mislukkelingen.

R

  • ‘Re-bus m –sen met een zeer onbegrijpelijke stelling naar voren komen.
  • Recht-‘scha-pen kudde bn, bw wollige ambstdragers.
  • ‘Reu-zen-|rad o -eren doorgeschoten knaagdier.
  • Rijk-|dom m blonde miljonair.
  • ‘Rij|tuig o -en stel boeven op een rij.

S

  • ‘Schijn-hei-li-ge m huichelaar die lichtgevende wonderen verricht.
  • ‘Schoon-ge-maakt m niet echt schoon.
  • ‘Sneeuw-bal m -len testikel van een koel persoon.
  • ‘Spaar-|var-ken v initiatiefloze schijterd die tegenstanders schaamteloos het vuile werk laat opknappen.
  • ‘Strop-|das v(m) –sen accessoire bij de galg. Afkomstig van een klein marterachtig roofdier.
  • ‘Sud-de-ren sudderde, h gesudderd het lijdende houden van je tegenstander.
  • ‘Sui-ker-|pot v v spaarpot van een lesbische filantroop. In alle kleuren leverbaar behalve roze.

T

  • ‘Tank-|sta-ti-on o –s 1 basis voor zwaargeschut 2 synoniem voor koffieautomaat.
  • The-o-‘loog m,v -logen Theo speelde vals.
  • ‘Tijd-|schrift o –en tijd uitgedrukt in woorden.
  • Ton-‘deu-se v –s synoniem voor hand, hiermee kortwieken tegenstanders elkaars belangen.
  • ‘Trau-ma v(m) en o -‘s en mata schoonmoeder.

U

  • ‘Uit-laat-plaats m –en plek op de achterkant van de bolide van een zakenman waar het vehikel zijn ongenoegen uit.
  • U-‘ra-ni-um o en m 1 Tycoonciaanse likeur; 2 een radioactief handelswaar; 3 een wel veel tijd in beslag nemende sanitaire ontspanning.

V

  • ‘Va-ge-vuur o (r-k) door magnaten veel genuttigde tabaksoort.
  • ‘Vrucht-baar bn, bw; -der -st bevalling van een perzik.
  • Vuur-spu-gen-de zons-ver-duis-ter-ing de-tec-tive v –s vurige doch omslachtige manier om een (moord-)zaak te duiden. Maandelijks verschijnt er een zaak op de Tycoon Newspaper die onder leiding staat van inspecteur Karel Riemelneel. Magere Hein heeft in de meeste gevallen een foto voor Karel achtergelaten die een verwijzing moet zijn naar het moordwapen. Lezers van de Tycoon Newspaper kunnen zelf in de rol kruipen van inspecteurs door Karel te helpen de zaak op te lossen. De spelregels zijn hier na te lezen.

W

  • ‘Wa-ter-|lei-ding v –en hij of zij die beslist of je naar het toilet mag.
  • ‘Wa-ter-|or-gel v(o) –s variant op muziekinstrument welke doorgaans bespeeld wordt in Purmerend.
  • Wa-‘xi-ne-licht-je o –s weinig voorstellende schijntegenstander.
  • ‘Weer-|man m –nen resultaat van tweede genderoperatie.
  • ‘Weer-zin-|wek-kend bn gevoel van terugkomen van je lust.
  • ‘Wel-licht v(o) had iemand het licht uitgedaan dan?
  • ‘Wind-gong m -en onwelriekend slaginstrument.
  • ‘Win-naar m irritant iemand die altijd de beste wil zijn. We noemen geen namen!
  • ‘Wis-kun-de v studie naar versierde eierkoppen.
  • ‘Wolk-|breuk v(m) –en reken maar op een huilbui indien een tycoon verliest.
  • Won-der-|‘lijk o miraculeus stoffelijk overschot.

X

  • Xe-no-fo-‘bie v drang om je tegenstander voor van alles en nog wat uit te maken, terwijl je eigenlijk niet goed tegen je verlies kan.

Y

  • Yen m –s irriterende valsemunter.

Z

  • ‘Zak-ja-pan-ner m calculator voor trage economen.
  • ‘Zber-si-barn o -nen munteenheid van WSNOI.
  • ‘Zin-loos v – zen magnaat met spraakwaterval.
  • ‘Zom-bie m, v -s ondode die zowel vrouwelijke als mannelijke hersenen lust.
  • ‘Zuip-lap m, v -pen stuk textiel met stuk in de kraag.
  • Zwoel v sensueel damspel op lange afstand.

Aanvullingen:
februari-2011: door Retroman, Paap, Jolien van Biesheuvel, BoB de Winter en Zombie
09-05-2009: door Straatsoldaat
07-09-2001: door Doubleyou