By achmedlien | February 19, 2020 - 12:59 pm - Posted in Nederlands, Onder de boom, Schrijfwedstrijden

Schrijverspunt organiseerde in de periode van 15 mei t/m 31 juli 2019 (deelnamemogelijkheid) de schrijfwedstrijd ‘Onder de boom’. De bedoeling was dat je een kort verhaal schreef van maximaal 1250 woorden waarbij het verhaal maar op de een of andere manier iets (of juist niets) onder de boom is. Het illustere viertal Romeo Mazzei, Bob de Winter, Sjors Kersten en Paul van der Zee, die voortaan beter bekend staan als ‘De Schrijvende Legendes’ raakten spontaan geïnspireerd en klommen dadelijk in de pen (al dan niet van brons) om hun botanische schrijftalenten aan te boren.
Ieder van hen wist voor het verstrijken van de uiterste inzenddatum een pronkstuk in te sturen, maar slechts één van hen slaagde er (terecht!) in om tot één van de winnaars te worden omgedoopt. De prijs? Een eervolle plaatsing van het ingezonden verhaal in de bundel ‘Onder de boom’.

Romeo Mazzei was de gelukkige… En we kunnen hem nog steeds niet vaak genoeg hiermee feliciteren.

Een troostprijs voor de resterende Schrijvende Legendes was er niet. Hoewel,… de plaatsing van hun korte verhalen in de Tycoon Newspaper mag je toch ook best trots op wezen? Of niet soms?

Onder de boom-deelnemer: Achmed Liën

Titel: Maple

Maple

“Je moet hem nu echt loslaten, Rina,” fluisterde Achmed zijn echtgenote toe. Samen gehurkt onder de dertig meter hoge suikeresdoorn troostten de twee elkaar met de gedachte dat er geen geschiktere plek is om dit te doen dan deze. Het goudgele licht van de nazomerzon wierp een warme gloed over het stel. De zeldzame warmte voor deze tijd van het jaar werd ook door Achmed in Rina’s moederliefde gevoeld. Niemand kon zich zo aan haar kleine overgeven als zij. Zo was althans Achmeds overtuiging. Dit besef bezorgde hem kippenvel. Ook hij hield het niet droog toen hij haar voelde trillen toen ze zwaar door haar tranen in en uit ademde. Ze knikte tweemaal traag voordat ze een beetje ontspande. Achmed wreef haar liefdevol tussen haar schouderbladen om haar te motiveren het kleine schepsel los te laten. Met veel moeite ging ze toch op twee knieën zitten om haar armen uit te vouwen. Voorzichtig boog ze voorover en legde haar kleine vol zorg onder aan de stam. Achmed ging nu staan en bood zijn vrouw een hand aan om hetzelfde te doen.
“Dit is zo moeilijk,” sprak ze hem met een waterig overslaande stemmetje toe toen ze zich door hem liet optrekken. Ze plaatste haar vuist even voor haar mond om haar emoties te bedwingen, terwijl ze zich met haar andere hand door Achmed liet meevoeren. Beide stapten ze langzaam weg bij de majestueuze creatie van Moeder Natuur. Over Rina’s knokkel daalde een traan op het eerste gevallen blad neer toen ze haar hand uitvouwde en deze naar haar kleine strekte.
“Het is beter zo. Kom.” Met deze woorden draaide Achmed haar naar zich toe. Met de rug naar de solitaire esdoorn liepen ze de heuvel af, de kleine onder de boom achterlatend. Achmed plaatste Rina’s hoofd op zijn schouder en gleed teder met zijn vingers door haar blonde pijpenkrullen.
“Afscheid nemen is altijd moeilijk, lieverd, maar hier moeten we hem echt loslaten.”
Rina knikte met een zilte snik.

Onder aan de heuvel staarde het echtpaar, nu weer naar de suikeresdoorn gekeerd, naar de hemel en het prachtige eronder gelegen landschap. Melancholisch liet Rina zich terugvoeren naar het moment dat zij haar Maple hier vond. Toen had ze er nog geen idee van dat de kleine wees eigenlijk een jongetje was. Ze had hem naar de markante boom genoemd, waarvan Canada het bekende rode vijflobbige blad in de landsvlag plaatste. Het was een moeilijke en alles behalve logische beslissing geweest om hem mee te nemen, maar ze kon niet anders. Bij het zien van zijn stralende kraaloogjes was zij zich meteen aan hem gaan hechten. Moederziel alleen lag hij daar, verweesd en bijna zelf het slachtoffer geworden van de oorlog. Tegen alle logica in had zij zich over hem ontfermd. Furieus was ze op de strijder – één van haar eigen mensen – die diens moeder had omgebracht en al klaar stond om ook zijn leven te nemen. En toch, hoewel Maple het kind was van de vijand, had Rina het niet over haar hart kunnen krijgen om het hulpeloze jong aan zijn lot over te laten. Met gemengde gevoelens bij de aanblik van zijn omgebrachte moeder had ze toch besloten om hem op te pakken. Ze wierp de belager een kwade blik toe en wikkelde de kleine in haar vest. Met het kleine mannetje tegen haar borst geklemd vluchtte ze toen van het slagveld. Thuis aangekomen had ze er erg tegenop gezien hoe Achmed zou reageren toen ze met hem thuiskwam, maar gelukkig reageerde hij precies zoals zij zelf had gedaan. De twee, vader en aangenomen zoon, keken elkaar aan en waren beide meteen gek van elkaar.
En zo geschiedde dat zij Maple hadden opgevoed alsof het hun eigen kind was, al worstelden ze wel enorm hoe ze de opvoeding moesten aanpakken. Onervaren als ze waren hadden ze hem toch het beste gegeven wat ze hem konden bieden, maar beide wisten dat eens het moment zou komen dat het niet langer meer kon. Een kind grootbrengen was één ding, maar een wezen als dit vergde veel meer dan normaal ouderschap. Eerder al had Achmed zich eens ernstig verwond tijdens het stoeien met de kleine jongen, het mannetje waar hij zo verknocht aan was. En met wat hij daar toen aan had overgehouden had hij nog geluk gehad. Vijf maanden lang heeft Achmed in het verband moeten zitten en al die tijd heeft hij zijn linkerarm niet of beperkt kunnen gebruiken. Ook duurde het even voordat zijn haar weer terug groeide. Vanaf zijn slaap tot de inham herinnert de linkerzijde van zijn gezicht aan het incident dat hem bijna fataal werd.
Vanaf dat moment realiseerden zij zich dat ze afscheid moesten gaan nemen, een gruwelijke beslissing, maar het moest. Maple werd onhoudbaar, een gevaar voor zichzelf en voor zijn omgeving. Na vele slapeloze nachten besloten de twee er toch voor te gaan. Ergens zomaar achterlaten was geen optie, Maple zou simpelweg terugkeren naar zijn pleegouder. Maple moest in slaap worden gebracht.

Achmed voelde dat hij zijn vrouw moest opvangen toen het eindelijk gebeurde. Het moment was daar. Rina kreeg zowat een flauwte toen ze in de verte hun zoontje zagen opstijgen. Hoewel een geoefend oog nodig was om het goed te kunnen zien, herkenden deze twee zorgzame ouders hun mannetje meteen. Voor een kort moment trok er een silhouet langs de onderzijde van de suikeresdoorn, die tegen de ondergaande zon nu paars afstak. In een innige omhelzing staarden de twee naar zijn vlucht en volgden iedere beweging. Een koude schok sloeg er om Rina’s hart toen een oranje gloed door de hemel trok. Een vuurballetje schoot door de lucht, maar had lang de kracht nog niet als het volwassen exemplaar waar men zo voor vreesde.
Nog versuft van de verdoving worstelde het kleine drakenjong met de controle over zijn vleugels. Onvast trachtte de kleine Maple grip te krijgen over zijn eerste vrije vlucht. Instinctief sloeg hij steeds beter het gewenste ritme aan, maar hij was nog erg verward. Vaag onderscheidde hij de plek onder zich, waar hij vanaf een heuvel was opgestegen. In alle desoriëntatie waar hij nu nog tegen vocht, voelde die plek nog het meest vertrouwd. Waarom, dat wist hij alleen niet meer. Het was de sensatie van de vrijheid en het onbekende waar hij vooral door werd aangetrokken. Het instinct won het van de zorg waar hij mee was groot gebracht.

Met troebele ogen staarden zijn pleegouders hem na, totdat hij geheel uit beeld verdween.
“Geloof me, Rina, hij zal zijn soortgenoten vinden,” stelde Achmed zijn vrouw gerust.
“D-dat geloof ik ook,” antwoordde Rina in een snik die nu plaatsmaakte voor een glimlach. Toch keek ze nog eenmaal achterom, alsof ze zich ervan wilde vergewissen dat ze hem ook zouden accepteren. En juist op dat moment klonken er diverse geluiden vanachter de heuvels. Drakengeluiden.
Rina glimlachte bij het horen ervan.
“De Monsteroorlog is voorbij, mijn liefste Achmed. Zouden mensen en monsters nu in vrede naast elkaar kunnen bestaan?”

By gsorsnoi | February 16, 2020 - 12:42 pm - Posted in Games, Nederlands, WSNOI

Wie onlangs heeft ingelogd op WSNOI en op zoek is gegaan naar de voorwerpen die je verspreid over de site kunt aantreffen, heeft er misschien al op zitten ‘puzzelen’. Jawel, er is een nieuwe collectie verzamelobjecten beschikbaar. Vanaf februari 2020 is het mogelijk om een nieuwe set van verzamelobjecten compleet te maken: de Super Mario Bros-collectie! De vertrouwde figuurtjes uit het wereldberoemde spel dat in 1985 werd uitgebracht kun je nu vinden op WSNOI. Verzamel alle objecten om jouw Super Mario Bros-collectie compleet te krijgen. Om deze objecten te vinden ga je op de site op zoek naar ‘groene puzzelstukjes’.

Deze set verzamelobjecten is met 26 tegel de grootste sinds het spel ‘Jouw verzamelobjecten’ voor het eerst verscheen.

Eerder werden de volgende collecties uitgebracht:

  • Paaseieren (alleen te vinden in de maanden maart en april)
  • Chinese Horoscopen (naar de eerste en enige verzamelobjecten van WSNOI 1.0
  • Radertjes (een echte steampunk-collectie)
  • Doom I
  • Doom II
  • Bugs
  • Zakhorloges (nog zo’n steampunk-collectie)
  • Navelpadden
  • Super Space Invaders

Al deze verzamelingen van objecten kun je terugvinden in jouw WSNOI-account op de pagina ‘Jouw verzamelingen‘. Gotta catch ’em all!

Maak ook jouw collectie Paaseieren eindelijk compleet!

Maar dat is niet het enige wat er veranderd is! Want voor degene die hun collectie van Paaseieren ieder jaar maar met moeite compleet krijgen, is er nu goed nieuws: niet alleen kun je de verzamelobjecten van Paaseieren alleen in de maanden maart en april vinden, je kunt nu ook echt uitsluitend paaseieren vinden in die twee maanden. Dus lukte het jouw steeds maar niet om net dat laatste verzamelobject te bemachtigen? Dan is het vanaf dit jaar jouw kans om hem eindelijk te pakken te krijgen.

Nieuwe ‘pakketjeslocaties’

De plekken op WSNOI waar je allerhande voorwerpen kunt aantreffen die voor jou voor het oprapen liggen, noemen we de ‘pakketjeslocaties’. En het aantal locaties waarop je die ‘pakketjes’ (en dus ook puzzelstukjes) liggen is nu flink uitgebreid tot maar liefst 85 plekken. Maakt dit het zoeken makkelijker? Nee, uiteraard niet. Maar het maakt het verstoppertje spelen wel leuker 😉

Wat doe ik met mijn dubbele verzamelobjecten?

Heb je verzamelobjecten dubbel? Dan kun je deze verkopen bij Kerbert Rent. Je krijgt er van die krent maar 10 zbersibarn per stuk voor, maar toch… Je kunt verder toch niets met die dubbele objecten. Om ze te verkopen ga je in jouw WSNOI-account naar Jouw voorwerpen en verkoopt ze vanuit de lijst van de voorwerpen die je daar hebt staan of je gaat meteen naar Kerbert Rents Dumpshop en verkoopt ze direct aan hem (zie onderin bij het oranje blok ‘DUBBELE VERZAMELOBJECTEN VERKOPEN’)

By gsorsnoi | February 5, 2020 - 12:30 pm - Posted in Algemeen, Nederlands, Scherpe Blik

Vlak voor mij bruist het van de activiteiten en het ziet werkelijk zwart van mensen. Met een geweldig aanbod van Oosterse versproducten is dit het walhalla voor elke liefhebber van groente, fruit, noten, thee en nog heel veel meer. Het brede scala aan cultuurgewassen, vruchten en allerhande zaken die de kookkunsten prikkelen, ik geniet ervan. Alleen al de kleurenpracht en het typerende tegen elkaar op schreeuwen, werken als een geweldige magneet waar ik bijna geen weerstand tegen bieden kan. Het is weer de tijd van de maand voor mijn kappersbezoek en daarvoor ga ik altijd naar de Zwarte Markt. Daar heb ik zo mijn redenen voor. Niet alleen kan ik daar wel voor een heel zacht prijsje mijn laten knippen, de kapper die ik er gevonden heb kent ook enkele andere voordelen.
Vlak voor de ‘Groentestraat’ sla ik linksaf, meteen de trap op en word ik bovenaan de trap altijd meteen begroet door één van de kappers. Of het is de immer goedlachse Turkse man, met z’n lange zwarte krullen, die alle klanten naar binnen praat, maar waar mijn eigen kapper zelf niet zo’n hoge pet van op heeft. Hij noemt hem steevast de ‘kapperpooier’, een niet zo’n hele charmante bijnaam, maar waar hij zich amper voor schaamt en hij deelt dit dan ook zonder enige gene met al zijn klanten. Volgens Sulaiman, zo heet mijn kapper, moeten zij niet alleen een deel van hun opbrengsten met de kapperpooier delen, maar houdt hij ook het hand boven het hoofd van enkele kappers die de kantjes eraf zouden lopen. Het zijn vaak wat van dit soort meningen die ik van hem aanhoor en waar ik verder maar niet op in ga, maar stiekem hou ik toch ook wel een beetje van dat geroddel. Sulaiman zelf is een al even goedlachse kalende en, in zijn geval, Marokkaanse man en draagt altijd een veelkleurig rond mutsje bovenop zijn kruin. Het is zijn typische kufi of gebedscap die mij door de kleuren vaak eerder aan Zuid-Afrika dan aan Marokko doen denken.
Rechts van de stoel waar hij me in laat plaatsnemen hangt een foto van hem en zijn vader en daaronder nog eentje met een jongere versie van Sulaiman. Hierop heeft hij nog een volle bos haar, zoals de leden van de Jackson 5ive. Hij draagt er zelfs een caramelbruine broek met wijde pijpen. Helemaal uit die tijd! Het contrast met hoe hij er tegenwoordig uitziet kan bijna niet groter. Direct naast zijn foto’s hangt zijn afsprakenkaartje. Mijn kapper is nogal eigenzinnig en heeft als enige van deze kappers zo’n kaartje. Iedere keer dat ik hier de trap op loop, bedank ik voor het aanbod om bij één van de vrije kappers in de stoel plaats te nemen en wacht ik liever tot Sulaiman klaar is. Zodoende heeft hij altijd een stencilblaadje tegen het kurk gedrukt waarop onder elkaar in zijn doktershandschrift nog net wat namen te herkennen zijn.
Mijn kapper weet altijd precies hoe ik mijn haar wil hebben, zoals een goede kapper betaamt, dus hij begint mij vrolijk te knippen. Hij doet rustig en gedreven zijn werk en hij maakt alleen een praatje als hij merkt dat ik daar zelf ook behoefte aan heb. Een andere reden waarom ik mij altijd erg op mijn gemak bij hem voel, is omdat ik gewoon kan zien hoeveel liefde hij geeft aan zijn vak. Er ontgaat hem geen millimeter. Geregeld geef ik hem daarom ook een euro meer tijdens het afrekenen.
En zo is Sulaiman lekker bezig met mijn kapsel tot er op een moment een man in de portiek bij hem komt hangen om te polsen wanneer hij plek heeft. De man is duidelijk Nederlands en hij wordt vergezeld door zijn vrouw en drie werkelijk bloedmooie dochters. Drie maar liefst en duidelijk halfbloedjes. Bij het gissen naar de afkomst van hun moeder kom ik niet veel dan ‘ergens uit het Oosten’, maar mijn kapper is daar duidelijk directer in en vraagt vanuit dezelfde interesse waar zijn vrouw vandaan komt.
“Tunesië,” antwoordt de man, duidelijk trots op zijn eega en hun kroost die uit hun relatie is voortgekomen.
Mijn kapper bespreekt uitvoerig met hem hoe trots hij daar inderdaad op mag zijn en zoekt ondertussen op zijn stencilblaadje met hem naar een plekje. Zo wordt ook mijn aandacht naar dat blaadje getrokken en ik zie juist hoe hij onder mijn – in drie letters opgeschreven – naam aangeeft dat hij na mij eerst nog ‘Johanis’ heeft. Grappig, realiseer ik mij dan, Johannes is mijn tweede doopnaam. Vervolgens zie ik hem naar een onleesbare naam helemaal onderop het rijtje wijzen, waar hij een pijltje bij tekent en deze trekt naar de plek direct na Johanis.
“Na deze man komt … (onverstaanbaar),” legt Sulaiman uit, “… en dan heb ik eerst nog (nog een even onverstaanbare als onleesbare naam) en dan kan ik jou knippen. Is dat goed?”
“Oké,” antwoordt de man, “dus hoe laat is dat dan ongeveer?”
“Over ongeveer één uur van nu,” antwoordt mijn kapper.
“Prima,” reageert de man tevreden, “Oké, dan gaan wij nog even de markt over. Zie je ons zo weer.”
“Dat is prima,” stemt mijn kapper meteen in, “Mag ik nog even je naam?” en hij staat al klaar om onder op het stencilblaadje de naam van deze klant op te schrijven.
Dus de man antwoordt en geeft hem zijn naam: “Harm.”
Via de spiegel zie ik mijn kapper tevreden lachen, terwijl hij de naam opschrijft. En op het stencilblaadje schrijft hij keurig, precies zoals hij het zelf hardop uitspreekt: H-A-R-E-M.