By Querido Noeyer | September 8, 2017 - 8:48 am - Posted in Duimzuigerij, Games, Nederlands, WSNOI

Sterren krijgen door het spelen van spelletjes op WSNOI is natuurlijk al hartstikke leuk, maar door het uitvoeren van bepaalde opdrachten kun je nu nog veel meer verdienen.

De standaard missies vormen sinds kort, als eenheid, een nieuw spelelement op WSNOI, voor het eerst speelbaar op de site vanaf eind augustus 2017.
De standaard missies bestaan – zoals de naam al doet vermoeden – uit een reeks van 3 taken, die de speler op WSNOI iedere dag vers krijgt aangeboden en welke deze binnen 24 uur moet voltooien om leuke extra’s te krijgen. De speler krijgt de missies direct te zien tijdens het inloggen op de site en kan het overzicht van uitgevoerde of nog uit te voeren missies, links in het menu via ‘Missies’ raadplegen. Wanneer een missie is voltooid, wordt er een melding weergegeven, bijvoorbeeld op de pagina die wordt bezocht of boven het spel na het uitvoeren van een bepaalde prestatie.
De extraatjes worden verkregen zodra de speler naar de pagina ‘Missies’ terugkeert en op de knop ‘Verzilveren’ klikt. De extraatjes bestaan per missie uit een vooraf vastgesteld aantal sterren, zbersibarnen, spelaanwijzingen of verrassingsdozen.

Standaard missies zijn dus opdrachten die voor iedere speler op WSNOI toegankelijk zijn, ongeacht het gebruikerslevel. Iedere dag krijg je 3 willekeurige standaard missies aangeboden. Weet je ze alle 3 met goed gevolg te voltooien, dan krijg je daar bovenop nog eens 10 spelaanwijzingen.
Te zijner tijd zullen er ook zogeheten ‘level gebonden missies’ verschijnen. De speler kan dan extra missies aangeboden krijgen, waarbij de inhoud van de opdracht gebonden is aan de vrijgespeelde mogelijkheden die worden verkregen door het levelen.

By Kerbert Rent | August 1, 2017 - 11:46 am - Posted in Alweerwolven, Duimzuigerij, Nederlands

Kederrie! Ist die Willie ziek. Misselig ende onkrank. Krep man. En nu hep de redak mijne gerekresreerd om in zijn plaats de weder te verslaan. Geknoesd en knobbel, hm? Willie zal wel bazelen nu het weer in zijn gestel is gesjokt, maar-eh, nu hebt ge allen het met mij van doen. Welnu, as het echt most, dan gaan we de folianten er wel op naraven. Net nu ik enig repugnante regesten met fiks wat gespeeste aromaten aan mijn ten deel liet vallen, ener gejooïssant welke ik later dan maar zal nuttigen.

Het hemel en donderwedert van jawelles, laat mij je daar vast op voorbereiden. ‘t Wordt een week van onheilspellende opverklaringen, niet te weinig. Het knorpt de komende dagen van komme en wegwezen. Een wisselgeval da we allemaal wel kennen zul. Vandaag kluikelt het nog met geen zuiniger regelmaat, maar da gaat al ras op in gepeperd gedris met enkele buien. Morgen voorspruit dan weer zwaarlijk een aardige vrijaf gedag voor te liggen op de zandstrook en zijtzien. Al bent dat van temporarische aard. Daar is ‘t dan nader met meer zon volgen en bloedt de warmte naar de steek. Most dan ook es een keer, hm? Maar wees dan bevreesd dat je angst hebbe ken! Ik formeerde ge maar vast in. Want dan most ge uzelf aboeden voor snertig beuzelweder. Den zaardag beginne vroeg met droeflendige miezert. Builuchten trekken in de naocht over onzer moerland en gewest van oever ons een streek te leveren. De kriek welt op zodra de uitgespanselde welvingen in de hemelboog al boven onze nederigheden een klimaks fatsoeneert. Danig gezeik klettert er daarlijk op ons neer en tis je wel van doen dat ge ‘t uit de wieberen maakt. Anders heppie zo een kletsnat uitmonster. Lijvige luchtkransen, klederwanken en strotmalen ontaarden rampzalig in het slameurigste gesodemieter.

Inconveniënt is dat niet het laatste wat ons een opwachting maakt; springvloed loopt tegen een later uurslag tot een molestatie. Waardoor amfibische zwemvissen zonder zeekisten met voeten en al uit den wateren oprijzen en den aanrok afstevenen. Mot er niet aan gedenken, most ge? Eer gerg in hebt, kroelt het hier van der waterwezens en andere naargeestige fantasten. Het momentaal dat je d’r zelf het nat aan de knieën heb staan en de lieslaarzen geen onnutiger luuks meer wezen, breekt de hel los. Flitstralen en dondervuren weerlicht op enig tijd gevast en moe ge de benen nemen. Krep. En dat allemaal op een zaardag, ist fraai?

Senang nu. De dagen erna poost het tot in het weekslot voorlopig en tijdelijk provisioneel allegaar een licht wissel geval met sip en vrekkerig zoomweder. Af en somwijl neerslaat de natte bevlieging en zont de koperen plak ook nog wat. Langsheen de waterstrook kleedt een gespierd zuidwest aan een nare geest wat aan. Met een koortsgraad in het midden van benadert 21 graden stelt de temperatuur zich ener matig, hm? Momentaal heppie geen aanwijzers die een langige komsolide periood met zomertemps indiseren.

Blergh! ‘t Iste tog niet voor mijne hoor, om zon een foliant te verslaan.
Aju!

By achmedlien | January 26, 2017 - 2:23 pm - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

“Goedemorgen, Tinus,” groette ik mijn collega op een maandagmorgen toen ik hem bij het koffieapparaat in het redactiegebouw tegenkwam.
“Goedemorgen, Achmed.”
“Zo, jij klinkt vrolijk,” merkte ik op zodra mij de opgewektheid in zijn stem opviel. “Heb je dit weekend weer een mooi reisverslag op papier gezet?”
“Nee, dat niet,” antwoordde hij met een strakke glimlach op zijn gezicht en een twinkeling in zijn ogen die wat fraais aankondigde. “Mijn weekend was ditmaal een heus droomavontuur.”
“Nou, dat klinkt beter dan de nachtmerries die ik doorgaans beleef,” reageerde ik op zijn veelbelovende verklaring.
“Ik zou inderdaad niet graag met je willen ruilen,” sprak hij beslist.
“Wel, vertel eens,” moedigde ik hem al aan, waarna ik de eerste voorzichtige slok van m’n hete koffie nam. “Jou kennende zal je weer weinig aan het toeval hebben overgelaten.”
Tinus schikte trots zijn stropdas en liep al pratende met mij op naar de redactievloer.
“Achmed, je zult het niet geloven, maar dit weekend ben ik in het gezelschap geweest van aangenaam vrouwelijk schoon en samen zijn we de jungle van de Inca’s ingetrokken.”
“Wacht even,” onderbrak ik Tinus, al even verbaasd over de introductie van zijn metgezel als van de opmerkelijk setting die hij schetste. “Ik dacht dat je net zei dat dit geen reisverslag zou worden?”
“Ik ben ook niet in het buitenland geweest,” verzekerde Tinus mij. “Maar luister geduldig naar wat ik je te vertellen heb en laat je verbazen.”
“Al goed,” sprak en glimlachte ik verwachtingsvol. “Je hebt me nieuwsgierig gemaakt, dus ik ben ik één en al oor.”
“Goed zo,” lachte hij opnieuw. “Ik zal je niet teleurstellen.”
Zo liepen we tezamen de redactievloer op en knikten we een ‘goedemorgen’ naar de aanwezige collega’s terwijl hij begon te vertellen.
“De belevenis van dit weekend was als een zoete droom, waarin we ons in lang vervlogen tijden waanden en we samen door een dichte jungle van Zuid-Amerika trokken. Ergens diep in het oerwoud troffen we tussen het groen de buitenmuren aan van wat ons aan een oude tempel deed denken. Het bleek om de tempel van Noo’zaca te gaan, van de kwade god van de voorvaderen van de Inca’s. In de directe omgeving ervan op de grond stuitte we al meteen op enkele gescherfde tegels die denkelijk tot deze tempel behoorden, maar waarvan het was niet direct duidelijk was tot welk deel van de tempel het precies behoorde, als het daar al van afkomstig was. De vrouw met wie ik mij over deze puzzel boog was een intelligent iemand die, net als het avontuur dat voor ons lag, op het eerste oog een eenvoudig te lezen boek leek, maar vol zat met verrassende ontdekkingen en tot het laatste moment vol bleef van mysteries. Ze kwam goedlachs op me over en deelde eenzelfde enthousiasme met mij te willen weten wat er zich achter deze muren bevond. Van meet af aan waren we op elkaar ingespeeld en kwamen we zodoende al gauw tot de ontdekking dat we ons door wat puzzelwerk toegang tot een achterliggende ruimte van de tempelwand konden verschaffen. Tussen de gewassen buiten vond ik een notitieboekje dat half was vergaan, maar waaruit een losse pagina stak met een cruciale aanwijzing. Hiermee ontdekten mijn metgezel en ik hoe we een deel van de muur als draaideur in beweging konden krijgen, waarna het avontuur pas echt begon. Vol verwondering namen wij het interieur van de achtergelegen ruimte op en lieten we nieuwsgierig doch omzichtig onze handen langs enkele objecten en met versieringen voorziene oneffenheden glijden die ons bijzonder leken. De ruimte was niet veel groter dan een bescheiden slaapkamertje waar net een eenpersoonsbed, een bureautje en een kledingkast in paste en de illusie wekte dat het diverse geheimen herbergde.
De puzzelstukken die we buiten in de jungle vonden bleken tot het blad van een tafel centraal in het midden te behoren. We legden ze dadelijk op de uitsparingen om er een geheel van te maken, maar het was eigenlijk al gauw duidelijk dat we een aantal stukken te kort kwamen. Toen we dat maar even hebben gelaten voor wat het was, merkten wij op dat er elders in de ruimte voorwerpen aanwezig waren die wij eveneens in uitsparingen konden plaatsen, op de schoot van een groot beeld dat een prominente plek in dit vertrek innam. Het bleek een groot Inca figuur dat in meditatiezit op een verhoging zat. In zijn open mond scheen onheilspellend rood licht. Links en rechts ervan stonden de voorwerpen, voorgesteld door allerlei zaken zoals schalen en beeldjes, uit lang vervlogen tijden, uitgestald op ‘kookhoogte’. We aarzelden geen moment en probeerden wat combinaties uit door de voorwerpen in voorgedrukte vormen in zijn schoot te plaatsen. Toen bleek dat we ook met de figuren te kort kwamen, gingen we verder op verkenning door de ruimte en belandden we van de ene hersenkraker in de ander. Het vertrek was één levensgroot spel waarbij bewegende objecten, verborgen wandpanelen, inca symbolen, open klappende luiken en vreemde geluiden steeds opnieuw voor verrassende wendingen zorgden. Waar het op intelligentie aan kwam deden mijn vrouwelijk metgezel en ik niet voor elkaar onder en ging het denkwerk en oplossend vermogen hand in hand in het steeds weer ontdekken van een volgende vinding.
Achter een verschuifbare wand was er zelfs een plek waar tandwielen moesten worden bevestigd welke met een hefboom in beweging moesten worden gebracht om opnieuw een opgave te onthullen. Maar wanneer je eenmaal samen zo opgaat in je eigen denken en gefixeerd blijft op het zoekplaatje recht voor je, dan kun je soms de meest opvallende objecten over het hoofd zien. Koddig was daarom het moment dat we terug om de tafel liepen en we ongeveer tegelijk onszelf voor onze kop konden slaan dat we het grootste tandwiel nog ergens op de grond hadden laten slingeren. Je kon het dan ook gemakkelijk over het hoofd zien; dat ding had een doorsnede van meer dan een halve meter. Het was duidelijk aan ons af te zien dat we beide genoten van zulke momenten als dit en het ontraadselen van dit mysterie. We leken er daarom ook geen haast mee te hebben om de weg naar buiten weer te willen vinden.”
“Het klinkt alsof je je opperbest hebt vermaakt, Tinus,” onderbrak ik hem, “maar wat was nu precies het doel dat je met deze dame in die die tempel had? Je stelt mij ook nog steeds voor raadsels. Je bent niet in het buitenland geweest, maar toch was je in een tropische woud in het domein van de Inca’s?”
De vertelling was prettig en goed te volgen, maar verder begreep ik weinig van Tinus’ vreemde relaas. Maar hem als collega en vriend kennende wist ik dat het op enig punt toch een logisch samenhangende geheel zou worden. Geamuseerd trok hij in reactie op mijn raadselachtige gezichtsuitdrukking zijn onderlip op een glunderde.
“Ik kan je in elk geval alvast verklappen dat het ons doel was om een groot kristallen voorwerp in deze ruimte te vinden en daarmee binnen een gezette tijd weer buiten te geraken.”
“Ah oké… dat klinkt bijna als een Indiana Jones avontuur. Dus slaagden jullie daarin?”
“Wel,” lachte hij ditmaal wat ongemakkelijk en verklaarde met een kleur op zijn wangen: “het lukte ons in elk geval om aan vrijwel iedere uitdaging in het vertrek toe te komen en deze stuk voor stuk uit te vogelen. En van al deze puzzels zijn we wellicht nog het langst bezig geweest met het vrijspelen van twee extra ballen bovenop een eerste bal die we tijdens het betreden van deze tempel al meteen vonden. De ballen moesten namelijk handmatig door een pijpenstelsel achter de wanden van de muren gejaagd worden om ook twee andere ballen te kunnen bemachtigen. Maar hoe simpel dat ook leek, dat onderdeel heeft ons wellicht toch de meeste tijd gekost. Maar het is zo leuk om daar dan samen je hoofd over te breken en er de grootste lol met elkaar mee te hebben.”
“Nou, het klinkt in elk geval best gezellig. En dat in zo’n griezelige setting.”
“De adrenaline steeg alleen maar meer naar mate we dichter bij ons doel kwamen en we zowel met als zonder aanwijzingen het grotere geheel begonnen te doorzien. We drukten op wat knoppen en schoven her en der met wat tegels op en naast de tafel totdat we met de puzzel die daar bovenop lag ook de op een na laatste opdracht succesvol hadden volbracht en het blad van de tafel los konden.”
Tinus pauzeerde zijn verhaal nu even terwijl we beide met een half genuttigde kop koffie aan het venster van de redactievloer stonden met uitzicht op de skyline van Gohes City.
“Begin je inmiddels al te vermoeden waar we dit weekend hebben uitgehangen?”
“Wel, nog niet echt. Het beste wat ik hiervan kan maken is dat je bent wezen schat zoeken met een aantrekkelijke vrouw in een oord waarvan ik alleen maar kan vermoeden dat je dit in dromenland vindt. Ik dacht dat ik er last van had, maar jouw fantasie is ditmaal ook op hol geslagen.”
Tinus keek me aan en trok een wenkbrauw op.
“Wanneer heb ik jou gezegd dat dit een droom was?”
Toen was het even stil. Met een vragende blik zocht ik in zijn ogen of hij wel serieus was. Maar zijn staalblauwe ogen stonden strak en mysterieus, zijn perfecte glimlach zoals uit tandpastareclames reikte van oor tot oor.
“Nou, vooruit met die geit, Tinus. Waar heb je uitgehangen? Een nachtmerrie was dit in elk geval zeker niet.”
“Nee,” concludeerde Tinus, terwijl hij al mijmerend zijn blik naar buiten over de metropool liet glijden. “Dat was het zeker niet. Dit was een aangename beleving die ik zo nog eens zou willen beleven. Ik zal het je vertellen. Afgelopen weekend heb ik mij vrijwillig met iemand laten opsluiten in een ruimte die ingericht was alsòf je op expeditie in de jungle van Zuid-Amerika in een Inca tempel terecht bent gekomen. Zodra we het tafelblad van deze laatste puzzel eenmaal hadden losgewrikt, vonden we de kristallen schedel. Maar die liet zich alleen door ons meenemen indien we de wand die ons toegang had geboden tot deze tempel weer zouden sluiten. En toen we dat eenmaal deden, kwamen we uiteindelijk toch tijd te kort en zaten we hier voor eeuwig vast met de schat in onze handen…”
Nu was het mijn beurt om te glunderen.
“Ik wist het! Tinus, jij mysterieuze fantast die je er bent. Je hebt me gewoon heel sneaky een complete samenvatting gegeven van een avontuur dat je met iemand in een Escape Room hebt beleefd!”
En al wat Tinus deed was mij een knipoog te geven en met een duim- en wijsvingergebaar te bevestigen dat ik het bij het rechte eind had. Alles wat hij mij zojuist vertelde had mij een kort relaas uit een romantische avonturenfilm geleken. En uiteindelijk bleek dat nog aardig gelukt ook.
“Maar wacht eens even Tinus,” sprak ik zodra ik probeerde te bevatten hoe alles nu in elkaar stak. “Begrijp ik nu goed, dat jullie het toch niet met de schedel naar buiten hebben gered? Wat hadden jullie dan nog moeten doen om die gesloten wand weer te heropenen.”
Tinus trok één mondhoek op in een veelbetekenende grimas en besloot:
“Dat is iets, Achmed, waar je zelf bij een Escape Room achter moet zien te komen…”

By kornelisoflook | January 3, 2017 - 10:58 am - Posted in Duimzuigerij, Galbakkerij, Nederlands

Het koste mij dinsdag weinig moeite om erachter te komen wie er die middag met gasmaskers de Galbakkerij binnen kwamen draven en waarom deze twee individuen zich uitgerekend deze week zo hadden uitgedost; zowel Retroman als inspecteur BoB de Winter kwamen voor de gelegenheid verkleed als Darth Vader mijn domein in het redactiegebouw binnen. Het enige wat er aan ontbrak was een door Ed Cetera verzorgd misteffect dat voor de gepaste sfeer moest zorgen, terwijl beide mannen al neuriënd de lift uit liepen en iedereen erop zat te wachten of er nog twee Imperial guards of de Emperor in hoogst eigen persoon er achteraan kwamen waggelen. De alom bekende openingstune van een zekere space opera was in het geneurie in elk geval niet te missen.
Aangezien we alledrie doorgewinterde Star Wars fans zijn en deze vrijdag naar de nieuwe film ‘Rogue One’ gaan, waren we in opperbeste stemming en gingen de grappen en complottheorieën over en weer om optimaal op de voorstelling ingespeeld te raken. Zo werd Retroman menigmaal tot popcornmachine omgedoopt in zijn rol als RetroD2 en beeldden BoB en ik onszelf in als het echtpaar Jabba en Gardulla the Hutt met ieder zo onze eigen overeenkomst die we daar met onszelf in zagen.
Het gesprek van die middag liep in alle joligheid uiteindelijk op tot het onderwerp van het organiseren van de kaartjes en de zitplekken, maar nog meer om het gedoe wat daar eigenlijk wel niet bij kwam kijken. Het rumoer onder ons, dat door RetroD2 van pieptonen en fluitgeluiden werd voorzien, resulteerde erin dat we moesten concluderen dat ‘even met elkaar naar de film gaan’ nog best een ingewikkeld aangelegenheid kon zijn.
Onze vriend Retroman maakte daar op enig moment een koddig bedoelde opmerking over, wat ineens wel een erg amusante dialoog met BoB opleverde:
“Poe hee, wat een geregel allemaal!” bracht hij direct al op zijn typerende manier naar voren. “Zelfs het bemachtigen van de plannen van de Death Star zal niet zo complex geweest zijn.”
“En we weten nog niet of dat ooit iemand gelukt is,” reageerde BoB daar uiterst cynisch op.
“Oh, jawel hoor!” sprak Retroman. “Sterker nog, IK heb de Death Star plannen gevonden!” en voor hij zijn betoog verder van tekst voorzag, toverde hij zijn iNavelpad tablet die hij van de Tycoon Newspaper had gekregen naar voren en liet ons daarop een afbeelding zien. “Ze stonden gewoon op Google!” verklaarde hij. “Vind je het gek dat de Empire telkens in de pan wordt gehakt?”
“En waar zit dat plasgootje dan?” schertste BoB toen droog.
“Eens even zien…” dacht Retroman hardop na. “Wacht eens, er werkten toch honderden mensen op dat ding? Waar zijn dan al die toiletten?”
“Ze hebben allemaal hun eigen pispot bij zich,” verklaarde BoB.
Retroman moest toen gniffelen en zocht hij op zijn iNavelpad nog even gauw een nieuwe prent op. Kort daarop toonde hij ons een plaatje van enkele helmdragende figuren die het Galactische Keizerrijk aanhingen.
“Voor de grote boodschap!” vulde hij toen aan.
Op BoB’s gezicht ontstond een brede lach van oor tot oor.
“Aan zijn stem te horen heeft Darth Vader chronische diarree, zijn helm loopt er haast van over.”
Waarop Retroman uiterst guitig concludeerde:
“Nu snap ik waarom het de ‘Dark Side’ wordt genoemd!”

By Fritsz Otto Graaf | November 21, 2016 - 7:13 am - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Droomverhalen, Duimzuigerij, Nederlands, Rijmende kunsten

Inspiratie sijpelt er langs mijn slapen, tergend traag.
Mijn gift verjaagt mijn rust, wordt zelfs een plaag.
Een martelend refrein van schone woorden.
Dat als een mug mijn nachtrust komt vermoorden.
Voor mij om te kunnen slapen, moet ik naar het schijthuis gaan.
Krachtige tekst oppennen, geschreven tijdens de volle maan.
Ingegeven tijdens nachtmerries en vreemde dromen, is dat niet raar?
Een meesterwerk verzonnen, maar daarom nog niet onwaar.

By rinaoddel | November 3, 2016 - 10:02 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Rara Rina, WSNOI

“Psst! Lekker moppie. Zal ik jou eens een geheimpje verklappen? Of misschien wel twee of zelfs een heleboel? Ik kan jou nu op WSNOI namelijk op mijn eigen pagina alle ins en outs vertellen van onze spelletjeswebsite. Hoe exclusief is dat? Nee hoor, dit zijn geen roddeltjes, maar pikante feiten van de leukste spelletjes en weetjes waar jij echt van op de hoogte moet zijn om sneller sterren te kunnen verdienen dan andere Snooiers. Voor wat hoort wat natuurlijk. Dus ik vraag er wel iets voor, wil ik jou al mijn geheimpjes verklappen. Zbersibarnen? Nee hoor, schatje. Wat koopt een mens daar tegenwoordig nog voor? Ach gut, ik heb veel liever dat je mij in spelaanwijzingen betaalt. Dus kom gauw even bij me op de thee en dat fluister ik je alles toe wat je moet weten.”

XOXO – Rina Oddel

Bezoek de pagina Rina Roddelt voor deze nieuwe functionaliteiten.

By tinusicket | September 29, 2016 - 10:37 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Retourtje naar hier en terug

Zoals vertrouwd kan ik weer staan in trein! Oh, ik heb dat zo gemist. Terwijl het me nog maar net lukt om houvast te vinden aan een stang, mag ik met het reukorgaan de okseldampen van mijn medepassagier stevig inademen. Een vrouw naast me gaapt me aan met een poffertjesporum en toont mij haar huig terwijl ik de resten ontbijtkoek in haar holle kies ontdek. Direct naast mij leunt een lekkere partij billen tegen mijn dijbeen en drukken de onderdelen van een vouwfiets tegen mijn schenen. Wie die ruft heeft gelaten zoals alleen Kornelis Oflook deze normaal kan produceren weet zogenaamd niemand. Zuurstof is ver te zoeken, maar het is wel gezellig.
Morgen weer?

By sidsurfer | July 21, 2016 - 4:10 pm - Posted in Duimzuigerij, Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

“Klik rechts met de linkermuisknop rechts bovenin uw scherm op het rechter linkje om naar de webpagina over linkse rechters te gaan.”

By rinaoddel | July 20, 2016 - 4:24 pm - Posted in Duimzuigerij, Eindelijk uitgeworteld, Nederlands

Een smurfmaat is de maat die gesmurft wordt om tot passende smurfkleding te smurfen.

De gesmurfte maten zijn niet in elk land hetzelfde. Zo smurft maat 38 in Nederland overeen met maat 40 in België, 42 in Frankrijk, 44 in Italië, 44 of 46 in Spanje en Portugal en 2 in Smurfland. Bovendien worden voor smurfen en smurfinnen soms verschillende maten gesmurfd, wat van belang is bij unismurfkleding, die niet specifiek voor smurfen of smurfinnen is.

Naast smurfmaten, zoals hierboven, bestaan er ook normen voor de maten van smurfjeans (witte broeken) en smurfkleding. Veel gebruikte termen zijn: smurfomvang, smurfomvang, smurfomvang en smurfomvang. Voor bijvoorbeeld T-Smurfs of andere smurfkleding, waarbij de smurf niet exact hoeft te smurfen, zoals bij de massaproductie in de smurfindustrie het geval is, gebruikt men de aansmurfing S (Smurf), M (Medium Smurf), L (Grote Smurf), XL (Extra Smurf), XXL (Dubbel Grote Smurf) en XXXL (Extreem Grote Smurf).

By gsorsnoi | July 15, 2016 - 8:52 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar door zijn aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Loek de Graaf

Functie: Forensisch Informaticus, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Loek de Hond, Hond, Loekie.
Oorsprong naam: Zowel zijn achternaam De Graaf als zijn schuilnaam ‘De Hond’ verwijzen naar speurwerk (resp. in de relatie met ‘graven’ en ’speurhond’). Beide verwijzingen kunnen in verband worden gebracht met zijn aanstelling als Forensisch Informaticus waarin speurwerk een groot deel van zijn werk bepaalt. Ook in zijn voornaam is het speuren in de vorm van ‘zoeken’ terug te vinden; Loek kun je ombuigen naar het Engelse werkwoord ‘to look’ wat kijken betekent. Het analyseren van Loeks naam is dus in feite al een hele zoektocht op zich!
Modelpersoon: Mark Zuckerberg.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken: “Het gasfornuis stond te ver weg?” en “Welcome in the House of Wax,” zijn twee uitspraken uit de VZD-aflevering ‘De rotte appel’. Met het gasfornuis grijpt hij terug op een eerdere suggestie van een voorwerp van hem waarmee Jericho zich zou hebben verdedigde. Met de ‘House of Wax’ verwijst hij naar de werkplaats van zijn collega Agatha Loon op Toom waar zij druk bezig is met ‘deathcasting’ door middel van het maken van een uit alginaat vervaardigd duplicaat van de schedel van één van de slachtoffers (Olivia) uit die VZD-editie. Mijn favoriete uitspraak van Loek is echter:
“De Tycoon Newspaper. Ik heb zo mijn bronnen.”
Dit zegt hij wanneer hij ten overstaan van zijn collega’s in de vergaderzaal de Sierra Madre niet zijn zoekmachine Nikita, maar de Tycoon Newspaper als bron opgeeft voor het vinden van historische nieuwsfeiten rondom het frotteurisme van Jericho.

Zonder nerd ben je nergens

Na negen afleveringen van de Vuurspuwende zonsverduistering detective, kortweg de VZD, begon ik het wel eens tijd te vinden om de lezers meer kennis te laten maken met de medewerkers van het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI). Zeker na de zaken VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ en VZD (7): Red mij! groeide ook mijn eigen behoefte om een beter beeld te krijgen van de personages die er achter al die onderzoeken in het veld zitten, maar ook van de figuren op het kantoor van het GCFI. Ik noem bewust de 5e en 7e aflevering, omdat juist in die edities er toch redelijk wat vertrouwde namen deelnamen aan de toen lopende onderzoeken, maar er ook een paar nieuwe geïntroduceerd werden. Agatha Loon op Toom bijvoorbeeld, maakten we kennis mee vanaf VZD (7): Red mij!. Hiermee voegde ik een pathaloog anatoom aan Karels mensen toe. Een bloedspatanalist hadden we natuurlijk met Lesley Spandabato en een inbraakspecialist middels Koen Voet, maar pas in die afleveringen komen ze voor het eerst goed uit de verf.
Met al die vaklui hadden we nog steeds slechts een handjevol leden bij de GCFI. En aangezien ik mij bij het GCFI een brede organisatie aan forensische figuren voorstel – gelijk aan hoe ik daar met het Nederlands Forensisch Instituut een beeld van heb – moesten hier echt nog wat poppetjes bij om mijn organisatie geloofwaardig te doen overkomen. Vandaar dat ik vanuit die behoefte uiteindelijk op een personage als Loek uitkwam.
Ik hou van variatie in de samenstelling van persoonlijkheden van mijn personages. Dus bedacht ik wat er al niet handig kan zijn om dan aan mensen in dienst te hebben, zodat je beslagen ten ijs komt wanneer er zich een omvangrijk onderzoek aandient, zoals in de zaak Roerling. Het hebben van een echte data-analist is dan welhaast een must.
Het kunnen spitten door grote hoeveelheden digitale opslagmedia en dan in recordtijd dat ene ontbrekende stukje van een puzzel kunnen vinden waardoor een zaak sneller of überhaupt kan worden opgelost, was een kwaliteit die één van de specialisten beslist móest bezitten. Natuurlijk kon ik de vertrouwde figuren die in het veld opereren gaandeweg van meer kennis, ervaring, nieuwe inzichten en aanwijzingen voorzien, zodat er altijd wel iemand is die de doorbraak vindt, waarmee we de dader en doodsoorzaak tijdens een onderzoek boven tafel weten te krijgen, maar dan ontbreekt het in je vertelling op enig punt toch een keer aan geloofwaardigheid en dynamiek. Het wisselen van plaats en focalisatie spreekt lezers over het algemeen erg aan, zodat dit er toe leidde dat ik een statisch toneel als het GCFI vaker bij een zaak wilde betrekken. Bovendien draagt het gedoseerd variëren van toneel bij aan een intensere beleving van hetgeen er verteld wordt. In schril contrast met de honkvaste patholoog anatoom Agatha Loon op Toom, wilde ik van Loek de Graaf juist eerder iemand maken, die ondanks zijn natuur als ICT-er toch vooral iemand blijkt te zijn die ook graag wil uitvliegen en het avontuur buiten de muren eens wil opsnuiven. Hiermee komen we onvermijdelijk uit op één van de eigenschappen die een personage van zijn schepper overerft. Als een in het vak gerolde ICT-er is het veld intrekken en de wereld om mij heen beleven namelijk exact wat ik zelf ook in mijn werk nastreef. De andere eigenschap waarmee Loek erg op mij lijkt, komen we verderop in een volgende alinea op terug.
We treffen Loek hoofdzakelijk op kantoor aan. Onder het vertrouwde ritselende geluid van het graaien in een zakken met taco’s of nacho’s en het gerammel van zijn vingers over zijn plakkerige toetsenborden, vinden we deze vierentwintig jarige student in dezelfde vleugel van het GCFI waar ook Agatha Loon op Toom haar lijkschouwingen verricht. Toch wordt hij niet gezien als de meest smerige onder de nerds. Natuurlijk treft de schoonmaker aan het einde van de dag wel de niet opgeruimde chipszakjes van hem aan, maar behoudens deze slordigheid en de chipsresten op en in zijn toetsenborden, verbleekt deze jonge hond naast een figuur als Kornelis Oflook. Uit zijn neus eten doet hij niet. Het is eerder een nette naar het brave neigende kerel. Zijn kleding is zelfs proper te noemen, alsof zijn moeder deze wast en strijkt. Eentonig is zijn kledingstijl wel.
Na vanuit een stage bij Karel Riemelneel te zijn binnengerold, ontpopte Loek zich al gauw als een heuse whizzkid en een goeroe op het gebied van feiten verzamelen. Karel had meteen door dat hij met Loek een talent in huis haalde. Loek viel vooral op door zijn hoge nerdgehalte en extreme speurderskwaliteiten. Hij wist altijd in recordtijd bewijsmateriaal te analyseren en kon aan de hand van foto’s en digitale bronnen met kinderlijke eenvoud die informatie boven tafel te krijgen waar Karel en zijn mensen op dat moment erg op zaten te wachten. Doordat hij ietwat gezet is (door het vele chips eten) en altijd goedlachs is, valt deze krullenbol erg op in het gezelschap van de andere medewerkers op de afdeling. Hij staat bekend om zijn opvallende zwarte humor en ook door zijn scherpe opmerkingen wordt hij graag als deelnemer bij vergaderingen of andere overleggen gezien. Hier komt opnieuw een eigenschap aan het licht waarbij Loek weer op mij lijkt. Of collega’s mij daarom liefhebben weet ik niet, maar ik houd ervan om zoveel mogelijk rake opmerkingen te maken en doe altijd erg m’n best om op het juiste moment met essentiële informatie aan te komen zetten.
En dat is precies waar Loek in extreme sterk in is; wanneer je meent dat het onderzoekt echt muurvast zit, dan kun je altijd bij Loek aankloppen en zorgt hij er met zijn computerprogramma’s wel voor dat hij nieuwe feiten boven tafel haalt waardoor er nieuwe inzichten ontstaan en de ‘nadering’ ineens begint te ‘ontknopen’(*). Al met al is Loek daarmee een onmisbare man op het GCFI. En zeg nou zelf? Waar zouden we zijn zonder een echte nerd?

(* = uitspraak van Karel Riemelneel, waarmee hij aangeeft dat er zoveel aanwijzingen bekend zijn dat we hiermee een onderzoek wel moeten kunnen oplossen)

De maniakele reseacher met flauwe (IT-)humor.

Je voelde hem misschien al aankomen; de overgebleven gemeenschappelijke eigenschap die Loek met mij deelt is zijn gedreven wil om achtergronden bij een verhaal te vinden, goed beslagen ten ijs willen komen en kunnen varen op de daarmee verkregen kennis. In het geval van Loek verwijst ‘verhaal’ natuurlijk hoofdzakelijk naar de zaak waar de mensen van het GCFI op dat moment druk mee zijn. En het is niet zomaar, dat ik deze eigenschap juist op hem overbreng. Graven naar data en het vinden van de juiste informatie die erbij een zeker onderwerp hoort, heb ik altijd hand-in-hand zien gaan met geloofwaardige vertellingen. Een verhaal waarin personen, locaties en objecten zijn opgenomen die niet met de realiteit te verenigen zijn of niet kloppend lijken ook als ze zijn verzonnen, leveren in mijn beleving boeken op die zo naar de prullenbak verdwijnen. Bovendien wil ik als lezer vermaakt worden en in een verhaal worden opgezogen, zodat ik alles echt voor mij kan zien wat de schrijver op papier heeft gezet. En ik vind dat iedere zichzelf respecterende auteur dat doel zou moeten nastreven. Met mijn Tycoon Newspaper-verhalen hoop ik daarom niet alleen dat je Rina letterlijk met thee zal zien tutten, of de klodders snot langs je wangen voelt glijden wanneer Kornelis zijn hand weer eens een niesbui heeft, ik wil dat het je ook moet lukken om zelf je weg te kunnen vinden in mijn redactiegebouw. Je zou in gedachten blindelings bij de receptie moeten kunnen binnen stappen en blindelings naar de bibliotheek of zelfs de Duimzuigerij kunnen lopen. Datzelfde geldt wat mij betreft nu nog niet voor het GCFI, maar naarmate ik ook die locatie meer ga beschrijven, moet je daar ook toe in staat zijn. En belangrijker nog: je moet kunnen geloven dat deze locaties ook werkelijk zouden kúnnen bestaan.
Het vinden van de juiste passende achtergronden bij al deze omgevingen beschouw ik dan ook als een groot goed. Struinen op Wikipedia naar encyclopedische beschrijvingen, googelen naar pagina’s en soms zelfs hele websites, veel gebruikte termen bij een specifiek onderwerp inventariseren… het is precies dat alles wat ik doe om een onderwerp geloofwaardig op papier te krijgen. Het is dat ik niet net zoals Tinus Icket te pas en te onpas in een vliegtuig kan stappen om over de wereld alle locaties te bezoeken die ik zou willen aandoen, omdat één van mijn monsterverhalen zich er afspeelt, anders had ik ook dát nog gedaan. In plaats daarvan is het Tinus Icket die deze rol van mij overneemt en in het TN-wereldje die achtergronden vergaart.
Dit hobbyisme heeft op den duur ook een eigen naam gekregen. Toen trouwe Tycoon Newspaper-fan Bob de Winter eenmaal het monsterverhaal ‘Een Stymfalische vlucht’ had uitgelezen, complimenteerde hij mij na afloop en meende hij dat ik wel erg ver ga om bepaalde details in mijn verhalen verwerkt te krijgen en omschreef deze drift als ‘maniakale research’. Het is een liefhebberij van mij waar ik graag met die specifieke omschrijving naar terug refereer, omdat ik vind dat het mijn terugkerende voorbereiding op mijn hoofdstukken het beste weergeeft.
Loek de Graaf doet met zijn werkzaamheden eigenlijk niets anders dan zijn taak op precies die wijze uit te voeren. Het is inherent aan zijn functieomschrijving dat hij voortdurend bezig is met het uitpluizen van achtergronden. Hij gebruikt daar alleen geen Wikipedia voor (de bron die ik graag toepas), maar heeft hier een wel erg eigenaardige zoekmachine voor. Afgekeken van de kunstmatige intelligentie ‘Max’ uit de Dirk Pitt-verhalen van mijn favoriete schrijver Clive Cussler, is Nikita de zoekrobot van Loek. Bedoeld als ver doorgeschoten afstudeeropdracht ontwikkelde Loek de Graaf een erg geavanceerd programma dat in staat is om de meest relevante zoekresultaten te laten genereren op basis van een of meer eenvoudige zoekopdrachten. Voor dit doel had hij aanvankelijk één afzonderlijke server ingericht en een werkstation gereed gemaakt om de server mee te kunnen aanspreken. Maar al gauw werd dit een veel verder uitgebouwde en meer vernuftige installatie met interessante functionaliteiten zoals stemzoekopdrachten, suggesties voor verbanden met andere lopende zaken, uitklaplijsten voor gerelateerde onderwerpen en voorwerpen, een drill down op stambomen en de mogelijkheid connecties te kunnen leggen met andere personen en nog heel veel meer. Maar wat deze machine vooral bijzonder maakt is dat ze op het scherm een eigen driedimensionaal gezicht heeft en Loek haar de mogelijkheid heeft gegeven om met haar te praten. En met praten bedoel ik dan niet een bijdehante vraag- en antwoordmiep zoals Siri van Apple, maar een heuse persoonlijkheid waar je hele conversaties mee kan voeren. Later wil ik hem dit laten uitbouwen naar een werkelijke driedimensionale zoekmachine door hem een 3D-printer aan haar te laten koppelen. De mogelijkheden die hij haar daarmee laat benutten gaan uiteindelijk zo ver dat hij Nikita zichzelf laat printen en er een robot ontstaat. De eerst nog bekabelde Nikita-robot kan in het begin nog niet zoveel, maar naarmate Loek haar meer intelligentie toevertrouwd bereiken ze op enig punt de situatie dat Nikita verder aan haarzelf kan bouwen door via het internet naar de vereiste technologie te laten zoeken. Het enige wat Loek vanaf dat punt nog hoeft te doen is bouwmaterialen aan te leveren, totdat zijn dit ook zelf kan bestellen en dit uiteindelijk niet meer hoeft.
Met dit concept kom ik dichtbij de eveneens vrouwelijke ‘zoekmachine’ Max uit Clive Cussler’s Dirk Pitt-verhalen. In zijn verhalen is Max het levenswerk van het personage Hiram Yeager, een hippie en tevens hoofd van het computerlab van het NUMA. De persoonlijkheid Max wordt als grafische weergave van Hiram’s vrouw beschreven. Zij wordt in een speciale kamer geprojecteerd en is eveneens een zelfdenkend computerprogramma met een eigen wil, grapt graag en flirt zelfs met het hoofdpersonage uit het verhaal: Dirk Pitt. Het belangrijkste verschil met Nikita is dat Max geprojecteerd is en Nikita zichzelf graag als robot laat printen. Wat dat voor verdere gevolgen heeft op het wereldje van Karel en het GCFI? Daar lees je verderop bij de ‘Verhaallijn(en)’ meer over.
Het idee om Nikita te verzinnen is deels op Cussler’s Max gebaseerd, maar werd vooral verder aangewakkerd door het concept uit een goed boek dat ik heb gelezen van John Saul. In dat boek, met de titel ‘Bezeten Brein’ gaan bijzonder intelligente kinderen naar een speciale school, de ‘Academie’, voor hoogbegaafde kinderen. De hoofdpersoon Josh MacCallum is één van deze kinderen en is in eerste instantie blij dat lessen er uitdagender zijn en hem niet meer vervelen, maar komt er al gauw achter dat er ineens klasgenootjes dood gaan. Dat het niet om een ongeluk gaat ontdekt hij ook en voordat hij het weet verandert zijn leven hij in een nachtmerrie wanneer het brein achter dit alles letterlijk op zijn hersenen uit is.
De reden dat juist dit plot mij zo heeft geïnspireerd, is omdat ik van Nikita een jaloerse computercreatie wil maken die uiteindelijk niets anders wil dan kennis en macht.

Oorspronkelijk een dikke vette vreetzak

Hoewel ik hiervoor nog beschrijf dat je Loek de Graaf niet als een tweede Kornelis Oflook moet zien, is dat wel wat ik ooit voor hem voor ogen had. Nu is zijn grootste smerige zonde tot nog toe een beetje graaien in een zak met taco’s en zijn toetsenborden met chipsresten bevuilen, maar oorspronkelijk stelde ik mij Loek voor als een stereotype dikke vette computerfreak, die buiten niet zo opgeruimd ook nog eens zo lui is als een hond. Toen ik hem nog aan het verzinnen was riep hij bij mij een beeld op van een ICT-er die je onderuitgezakt op een oude bureaustoel op een onordelijke werkplek aantreft en waarvan je je kan afvragen wanneer hij voor het laatst een schone onderbroek heeft aangetrokken. Dit zou het vinden van een modelpersoon voor hem stukken vergemakkelijkt hebben, want dan zou er wat mij betreft maar één persoon voldoende geschikt zijn geweest om hem in die glansrol te plaatsen. Ik zou dan uit zijn gekomen op Wayne Knight, beter bekend als Newman uit de televisieserie Seinfield. Wayne ken ik zelf echter vooral als Dennis Nedry uit Jurassic Park, de blockbuster waarin hij eveneens een computernerd speelt. Iedereen die hem daar ook van kent, zal het weinig moeite kosten om van hem eenzelfde beeld te krijgen als wat ik voorheen dus van mijn Loek de Graaf heb gehad.
Ik kwam al schrijvende aan De rotte appel echter al snel terug op dit modelpersoon, omdat ik een dergelijk type niet vond passen in een werkomgeving met specialisten die van rechercheren tot lijkschouwen met serieuze klussen bezig zijn. Loek transformeerde in mijn hoofd daardoor vanzelf steeds meer in een nettere kerel en werd daarmee de keurige schoolverlater zoals we hem nu kennen.
Dat betekende alleen wel dat ik mij opnieuw een voorstelling moest proberen te maken van wie zijn modelpersoon dan wel zou gaan worden. Want laten nu eerlijk zijn, wanneer je bijvoorbeeld in de filmwereld op zoek gaat naar typetjes die je goed in de categorie computernerd zou kunnen plaatsen, dan kom je hele waslijsten aan overwegend stereotype geeks en nerds tegen, waarvan Dennis Nedry er dus één is. Ik heb zitten ‘bladeren’ door figuren zoals Matt Smith (Doctor Who), Elijah Wood (LOTR), Daniel Radcliffe (Harry Potter), Josh Hutcherson (The Hunger Games), Thomas Lennon (17 Again), Rick Moranis (Honey I Shrunk the Kids) en natuurlijk Dane Carvey (Wayne’s World), maar stuk voor stuk vielen deze karakters voor mij om verschillende redenen af; Matt is meer een soort professor (en bovendien te oud), bij Elijah heb ik te veel die hobbit-associatie, Daniel idem dito maar dan één met een toverstok in z’n handen, Josh oogt me juist weer te jong, Thomas Lennon had ik erg geschikt gevonden maar viel af omdat hij te oud is, Josh is behalve te jong niet serieus genoeg, Rick is erg leuk maar valt vanwege zijn leeftijd af en is daarbij erg debiel en Dane… nou, als we het dan toch al over debielen hebben… laten we dan over Dane helemaal maar niet beginnen…
Je merkt wel dat ik mij breed op mijn modelpersoon georiënteerd heb, maar tot op dit punt bleef het steeds bij het bladeren. Er zijn heel wat beroemdheden die door de brede media als nerd bestempeld wordt. Dus er zou voldoende keuze moeten zijn, zou je zeggen. Toch valt het selecteren van een geschikt figuur niet echt mee. Neem bijvoorbeeld John Francis Daley. Deze acteur heeft meteen al een streepje voor, doordat zijn personage uit Bones uit hetzelfde vakgebied komt als de organisatie waar Loek werkt (daar speelt hij namelijk een forensische onderzoeker). Onder meer om die reden heeft hij lang hoog op mijn lijstje gestaan, maar viel uiteindelijk toch af, omdat ik hem te sullig vind. Ook Dane DeHaan, die je misschien wel kent als Harry Osborn uit Spider-Man, heeft even op het lijstje van kanshebbers gestaan als het om deze verfijnde selectie gaat. Maar om één of andere reden staat zijn tronie me niet aan en bovendien wil ik Loek liever niet op een acteur baseren die vooral de badguy moet spelen. Hij is daarmee wellicht mijn meest dubieuze overweging voor deze ICT-er geweest, maar toch heeft die DeHaan wel iets waar ik Loek erg in herken. En dan hebben we Michael Cera nog, uit Juno. Hij scoorde erg hoog doordat hij uiterlijk welhaast de perfecte Loek is. Hij heeft een krullenbol, een scheef lachje dat ik mij zo bij Loek kan voorstellen, lijkt me een gezellig nerd en verder komt hij met zijn geboortejaar 1988 ook aardig bij Loek’s leeftijd in de buurt. Je zou haast zeggen, waarom niet gewoon Michael Cera dan? Nu verwacht je vast dat ik met een tegenargument kom om aan te duiden waarom ik Michael niet als modelpersoon gekozen heb. Maar dan moet ik je teleurstellen; dat tegenargument heb ik niet. Michael Cera is gewoon een goede tweede. Soms is het puur een kwestie van gevoel wat ertoe leidt dat ik uiteindelijk toch voor een ander kies.
Wel nu dan, je hebt hierboven natuurlijk allang kunnen lezen wie het wel is, maar ik zou graag nog even aandacht besteden aan een grote voor de hand liggende naam die in dit lijstje ontbreekt en niet ongenoemd mag blijven. Want waar blijft Tobey Maguire, Mr. Spider-Man, die door mij middels Tinus Icket altijd wordt aangehaald als de man van de Peter Parker-onhandigheden? Zou hij niet dé perfecte Loek de Graaf kunnen zijn? Het antwoord is even eenvoudig als simpel: Peter Parker is een figuur apart en om die reden blijft hij gereserveerd voor Tinus Icket. Hetgeen expliciet niet wil zeggen dat hij het modelpersoon van Tinus Icket is! Laat daar geen misverstand over bestaan.
Je hebt het al gelezen: mijn keuze is uiteindelijk gevallen op Mark Zuckerberg, de man die we allemaal kennen van Facebook. Met minder overeenkomsten dan Michael Cera mogelijk niet de persoon die een ander voor Loek zou kiezen, maar als nerd doet hij het voor dit lid van het GCFI toch erg goed. Hij heeft een bescheiden krullenbol, wat betreft leeftijd valt hij in de juiste categorie en daarbij Mark is ook erg intelligent. Zou hij dat niet zijn geweest dan had hij het vast niet voor elkaar gekregen om jou dagelijks met notifications, friends requests en privé berichtjes lastig te vallen. Laten we het over zijn bankrekening al helemaal maar niet hebben.
Maar er is nog iets anders wat ik vind dat Mark Zückerberg erg voor heeft op de rest: hij heeft een goede uitstraling. En daarmee is hij erg toegankelijk voor de vrouw (of vrouwen) die ik om hem zal laten vallen…!

Andere eigenschappen en bijzonderheden

Houdt van koffie. Onbekend is hoe hij het drinkt. Verder eet hij graag kippenvleugeltjes, een passie die hij deelt met zijn lunchmaatje inspecteur Bob de Winter.
Uit De rotte appel blijkt dat hij een jonger broertje heeft, die automonteur is geworden (tijdens het eindeweekgesprek over het onderwerp ’sandwichkind’. Het onderwerp doet zelfs suggereren dat hij nog tenminste één ander broertje of zusje heeft). Onbekend is of hij de oudste is.
Hij werkt veel samen met Agatha Loon op Toom, met wie hij in dezelfde vleugel van het GCFI werkt en wie hij vaak benaderd alsof zij zijn leidinggevende is. Soms gaat dat met een houding gepaard wat haast naar onderdanigheid neigt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het leeftijdsverschil tussen de twee, maar wat zeker ook een rol speelt is dat Agatha nogal kil aan doet en een heel eigenaardige manier van doen heeft waardoor het niet heel gemakkelijk is een gesprek met haar te starten of vol te houden. Meestal weet Loek de kunstmatige omgangsvorm wel te doorbreken door met nieuwe inzichten en informatie te komen waar Agatha in geïnteresseerd is.
Anders dan Agatha heeft Loek de Graaf juist wel de voorkeur zoveel mogelijk bij het plaats delict betrokken te zijn. Hij belt daarom graag met zijn collega’s uit het veld om een graantje mee te kunnen pikken van de avonturen die ze er beleven. Zo kon hij zichzelf ook even losmaken van zijn IT-baantje waarbij hij toch veel uren achter pc’s moest besteden.
Heeft kennelijk de macht om op aangeven van zijn baas Karel Riemelneel middelen in te zetten zoals een arrestatieteam (AT). In De rotte appel wordt hiernaar verwezen.
Trivia: Loek’s modelpersoon Mark Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan hebben samen een dochtertje met dezelfde naam als de 3D projectie uit Clive Cussler’s verhalen waar Nikita deels op is gebaseerd: Max.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Als ik er ooit al aan toe zal komen om een dergelijk verhaal uit te werken, dan gaan Loek de Graaf en zijn creatie Nikita de hoofdrol spelen in een soort technothriller. Een voorlopige titel die ik daarvoor heb bedacht is ‘Kennis is Macht’. Het verhaal staat ver van het soort verhalen dat jullie van me gewend zijn, die zich vaak in een steampunksetting afspelen en waar elektriciteit in de kinderschoenen staat. In ‘Kennis is Macht’ is dit wel anders: Karel Riemelneel is hier nog werkzaam voor het GCFI (*) en de toegepaste technologieën wijken weinig af van hoe we de ontwikkelingen uit onze eigen tijd kennen. Ik vermeld nooit een jaar waarin mijn verhalen zich afspelen, maar je kunt er ongeveer vanuit gaan dat de avonturen die Karel en zijn kornuiten dan beleven, zich afgespeeld zouden kunnen hebben tussen 1990 en nu. Dat is een heel breed tijdvak, dat besef ik mij heel goed. Maar dat laat wel ruimte open voor bijvoorbeeld Loek om verschillende technologische ontwikkelingen met computers nog langzaam met ons te kunnen doormaken.
In dit verhaal wordt Loek de Graaf tijdens de lopende onderzoeken opeens verliefd. Op wie hij zijn oog laat vallen, hou ik nog even geheim. Degene die hij leuk vindt, ziet hem gelukkig ook wel zitten en er ontstaat een relatie. Dit gebeurt ongeveer in dezelfde periode wanneer de plannen voor Nikita concreter worden om haar naar de 3D-printer te sturen. Wat Loek de Graaf echter niet door heeft, is dat Nikita ook een zekere vorm van gevoelens ontwikkelt en langzaam maar zeker zelfs verliefd wordt op haar schepper. Wat meespeelt in het feit dat Nikita dit lang voor zich houdt, is het gegeven dat ze zich in de vorm die ze dan heeft, nog niet kan meten met een persoon van vlees en bloed. De vrouw in Loek’s leven ziet Nikita uiteraard als een bedreiging, maar ze is in haar vroegere vorm nog niet in staat daar goed mee om te gaan. Door deze belemmering en de jaloezie die ontstaat, is ze extra gemotiveerd om ’s werelds meest geavanceerde zoekmachine te worden, om zo Loek’s aandacht op haar gevestigd te houden. De vruchten hiervan zien we terug in haar bijdrage via Loek aan het team van het GCFI, maar dat Nikita hiermee een dubbele agenda heeft weet niemand.
Dit alles verandert wanneer Nikita in een later stadium een robot wordt die haast levensecht lijkt en zich begint te uiten en te bewegen alsof ze zelf een mens is. Ook in die fase is er nog niets van haar jaloezie merkbaar, maar dat verandert zodra er het GCFI het ineens erg druk krijgt. Het aantal meldingen van ongevallen of vermeende moorden neemt in hoog tempo toe en de Tycoon Newspaper staat bol van de zaken die hieruit voortvloeien en meldingen van vermissingen. De situatie wordt zo mogelijk nog grimmiger wanneer er ook mensen binnen het GCFI verdwijnen en de spoeling om op alle zaken specialisten te kunnen inzetten almaar dunner wordt. Als vanzelfsprekend voor het team wordt nu ook Nikita zelf ingezet. Het gegeven dat ze razendsnel verbanden kan leggen komt steeds meer van pas en Nikita wordt uit veiligheidsoverwegingen daardoor ook getraind als gevechtseenheid, mocht de situatie echt uit de hand lopen.
Hoe de vork daadwerkelijk in de steel steekt weet niemand. Dat is, totdat Nikki Nancy Werth van Slachtofferhulp ook verdwijnt en Nikita zich ineens heel erg defensief gevraagd richting de vriendin van Loek. Pas op het moment dat het te laat is, beseft Loek als eerste wat er aan de hand is. Maar zodra hij daar met Karel en zijn mensen wat aan wil doen is Nikita in geen velden of wegen meer te bekennen. Op datzelfde moment duikt Nikki ineens weer op. Groot is echter de ontzetting wanneer men ontdekt dat Nikki er ineens erg ongezond getraind uitziet, haar borsten groter zijn en zich veel bloter kleedt dan men van haar gewend is. En zodra ze begint te praten, is het niet de stem van Nikki die Loek daarin herkent, maar de stem van zijn Nikita…
Extra: ‘zoekmachine’ Nikita raakt door haar verliefdheid geobsedeerd door de menselijke eigenschappen die ze als robot nooit zal kunnen bezitten. Door deze beperkingen besluit ze als robot naar mens te willen overstappen, als een soort omgekeerde cyborg…

( * = Hoezo ‘nog’? hoor ik je denken? Heb je je wel eens afgevraagd waarom er in de vertellingen over het GCFI geen steampunk voorkomt, er auto’s rijden en internet een hele normale vorm van communicatie is? De Tycoon Newspaper wordt wel eens naar gerefereerd, maar toch is er iets bijzonders aan de wereld waarom we Karel Riemelneel als hoofd van het GCFI ken niet als misdaadverslaggever kennen. Hoe dat in elkaar steekt? Daar lees je eind 2016/begin 2017 meer over…)

VZD-afleveringen waar Loek de Graaf in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Voor een nieuwe ‘Een portret van…’ gooien we het dit keer eens over een geheel andere boeg. Na jullie alweer een portret of wat op VZD-giecheltjes getrakteerd te hebben, wil ik even de focus daar vanaf halen en de beslissing van het volgende portret aan de lezers zelf laten.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen waar ik een portret over zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Tinus Icket
  2. Ed Cetera
  3. America Calista

Je merkt het al, ik heb de keuze meteen maar eens lekker moeilijk gemaakt (of juist héél makkelijk!)
Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (15-08-2016 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!