By gsorsnoi | July 25, 2011 - 11:19 am - Posted in Nederlands, WSNOI

image by Glutnix, edited by Gsorsnoi

… en win 25 vaste sterren voor het WSNOI-spel ‘Tycoon van de Maand’. Zo heb je elke maand een ruime voorsprong.

Zoals ik onlangs al heb aangekondigd via de Tycoon Newspaper nieuwsbrief wil ik jullie als lezers vragen mee te denken in het verzinnen van een nieuw maandelijks interactief spel voor deze webkrant.

Waar moet het spel ongeveer aan voldoen?
‘t Is niet erg dat jouw idee niet op alle punten aansluit. Zie het maar als een richtlijn. Het doel heiligt de middelen zogezegd.

  • Eén artikel moet de aanzet geven om het spel te beginnen.
  • Lezers moeten aan het spel kunnen deelnemen door gebruik te maken van de comments.
  • Het moet een competitief karakter hebben waarbij idealiter iedere maand kans is dat een andere speler wint.
  • De lezer moet een beloning (ZB of sterren) kunnen ontvangen voor het oplossen van het spel.
  • De lezer moet een beloning (ZB of sterren) kunnen ontvangen voor een deeloplossing van het spel.
  • Het moet in een maandelijks patroon eenvoudig inpasbaar zijn.
  • De doorlooptijd van het spel is maximaal één maand, bij voorkeur niet langer dan een week.
  • Het tussentijds bijwerken van de stand of scores mag niet te veel overhead opleveren (dit zal wat moeilijk in te schatten zijn aangezien ikzelf achter de knoppen zit, maar met de alinea’s van VZD in het achterhoofd moet hier toch enige voorstelling bij te maken zijn).

Eerder verschenen spellen op deze webkrant geven wellicht een idee waar we naar zoeken:

  • De anagrammen van de Reuze Navelpad.
    Iedere maand verscheen er een setje anagrammen die bekende Nederlanders moesten voorstellen. Aan de lezers was het dan de opdracht om uit de vogelen wie er achter elke anagram verscholen zat. D.m.v. het plaatsen van de oplossingen in de comments kon men zo meedingen naar de titel ‘De Navelklopper’.
    Waarom gestopt?
    Dit spel loopt al redelijk lang. Afwisseling is wenselijk. Helemaal gestopt is dit spel overigens niet. Af en toe verschijnt het nog eens om de interactiviteit op de TN levend te houden. Momenteel neemt het de lege plaats van de VZD in.
  • Vuurspugende zonsverduistering detective (VZD).
    Eveneens iedere maand verscheen dit spel. Inspecteur Karel Riemelneel stuitte op een bijzonder plaats delict waar Magere Hein middels een foto een eerste aanwijzing achterliet om Karel een beetje op weg te helpen. Lezers konden door het noemen van voorwerpen en het stellen van vragen Karel helpen om tot de doodsoorzaak van de moord te komen. De winnaar maakte kans op de beloning van de gouden tip.
    Waarom gestopt?
    Dit spel heb ik helemaal niet willen stoppen, maar het moeten stoppen omdat het bijzonder tijdrovend is om na elke vraag binnen afzienbare tijd een nieuwe alinea te schrijven waardoor het mysterie zijn tempo niet verloor. In de combinatie met mijn werk en privéleven werd dit op een goed moment ondoenlijk zodat ik met pijn in mijn hart afscheid heb moeten nemen van het spel. Mogelijk dat het in de toekomst nog eens een paar keertjes terug komt indien de tijd zich er voor leent.

Wie wint?

Hij of zij die de belangrijkste basis legt voor het uiteindelijk te ontwikkelen Tycoon Newspaper-spel. Het hoeft dus niet zo te zijn dat jouw spel één op één wordt overgenomen.

Inzendtermijn.

Niet bepaald. Is in principe gelijk aan het moment dat wordt besloten één van de ingezonden ideeën op te pikken. Om toch iedere lezer een kans te geven zal deze wedstrijd minimaal open blijven staan tot 1 oktober. Hebben we dan nog altijd geen geschikt spelidee gevonden dan blijft de wedstrijd open staan. Wanneer het geschikte spelidee er wel is dan sluit de wedstrijd direct en worden de deelnemers op de hoogte gebracht of ze de 25 vaste sterren hebben gewonnen.

Wat kun je ook alweer winnen?

Als beloning voor het idee krijg je 25 vaste sterren voor het spel ‘Tycoon van de Maand’. Dit is een vaste set sterren waarmee jij iedere maand aan het spel begint. Omdat iedere speler normaal gezien start met 0 sterren, heb jij dus direct een voorsprong van 25 en ben je op dat moment direct de Tycoon van de Maand. Om die titel te behouden moet je dan alleen zorgen dat je meer sterren verdient door het spelen van de spellen op WSNOI.

Succes met het bedenken van het spel en vast bijzonder veel dank voor het willen meedenken!

PS: zij die reeds per e-mail hun eerste ideeën hebben toegezonden, wil ik verzoeken deze ook even in de comments bij dit artikel te plaatsen, zodat alles netjes bij elkaar komt te staan en het eerlijk blijft voor de overige deelnemers. Vast dank!

image by faramarz, edited by Gsorsnoi

De vijvers tegenover het enorme bouwwerk van de Tycoon Newspaper waren bloedrood van kleur geworden en was bezaaid met levensloze gestaltes van mensen die voor hun leven hadden gevochten, maar de strijd moesten opgeven. Tussen hun opgeblazen kadavers probeerde nog een enkeling naar de waterkant de vluchten, maar werd door een onzichtbare macht van die gedachte afgebracht. Juist wanneer deze jongeman zich naast de ledenmaten van een lijk op de kade probeerde op te trekken schokte zijn lijf en begonnen zijn ogen langzaam uit te puilen. Onder hem en in hem was een kracht gaande die hem ontzielde en spastische bewegingen in zijn lijf teweegbracht. Wanhopig probeerde hij weerstand te bieden tegen hetgeen bij hem op buikhoogte zijn lichaam was binnengedrongen. Maar het was vergeefs. Niet meer dan een paar seconden later hield hij op met de schokkerige bewegingen en bleef ook hij stil in het water liggen. Een rode wolk van bloed stroomde langzaam vanonder hem naar de oppervlakte en maakte het vijverwater nauwelijks donkerder. En terwijl hij daar zo roerloos lag, zorgden kleine druppels van een beginnende depressie dat het vooral niet rustig bleef in het water.
De enige levende wezens die het plein met haar vijvers voor het gebouw van Nederlands grootste dagblad bevolkten, waren vreemde gedrongen blauwe dieren die onhandig op hun groteske voeten met zwemvliezen over de tegels hupten of door het water zwommen. Ze vochten fel onder elkaar om de kadavers in de hoop dat er nog iets levends bij zat voor ze. De doden deden ze niets daar zij niet konden leven van levenloze lichamen. Het waren de inmiddels opgerezen zombies die ze open reten en de eerste brokken vlees naar binnen schrokten. Kans om te ontbinden had hun voedsel nog niet eens gehad.

Kornelis wist niet precies wat voor dieren het waren tot de man in het ninjapak hem van deze gruwelijke informatie op de hoogte bracht. Met diepe walging mompelde hij: “Ik heb ze eerder gezien op mijn weg hierheen. Het zijn grote padden! Toen ik over de daken mijn weg zocht naar ons hoofdkantoor heb ik moeten aanschouwen hoe ze reeds in alle straten hun wandaden pleegden. Voor niets deinzen ze terug en alles wat ze steeds maar doen is onder de kleding van de mensen te kruipen en eronder te verdwijnen. Wat ze daar precies doen weet ik niet,” dit zou hij pas later ontdekken “…maar ik heb het vermoeden zij zich aan ons tegoed doen en ons tot zombies willen keren. Je hebt het nu zelf gezien: het lijkt bijna wel alsof ze na hun maaltijd alsmaar meer honger krijgen en ongecultiveerd opzoek gaan naar het volgende slachtoffer.”

Samen staarden de twee verslaggevers van de Tycoon Newspaper vanuit het atrium over het eens zo rustige plein in de richting van het centraal station dat aan de andere zijde lag. Retroman was naar het centrum gevlucht om er een trein te pakken en de stad uit de vluchten. Toen hij zich had gerealiseerd dat er grotere aantallen van deze monsters te vinden waren op de plaatsen waar meer mensen zich concentreerden was hij in rap tempo het plein overgestoken en naar kantoor gerend. Het was vandaag niet zijn werkdag, maar op het station wilde hij nu niet dood gevonden worden. Collega Kornelis Oflook was de enige die hij hier aantrof. Andere directe collega’s hadden een noodlottige keuze gemaakt door de benen te nemen in de hoop over het spoor een veilig heenkomen te vinden. Feitelijk waren zij regelrecht in de armen van de duistere macht gelopen die sinds deze middag de stad had overspoeld. Bekende gezichten zoals roddelverslaggeefster Rina Oddel en misdaadspecialist Karel Riemelneel had hij hier vandaag ook verwacht, maar waarschijnlijk waren zij voor het nieuws de stad in gestuurd en hadden ook zij de dood gevonden.
De man die over was gebleven was dichterbij hem gaan staan om de situatie beter te kunnen overzien wat maakte dat Retroman juist een stap opzij deed. Kornelis was een aimabele collega wat persoonlijkheid betrof, maar geenszins een aangenaam individu om je dichter dan een paar meter bij in de buurt te begeven. Ofwel hij waste zich nooit ofwel er was een andere reden dat Kor een penetrante lichaamsgeur bezorgde. Zijn overmatige zweten droeg er in elk geval aan bij. Dientengevolge hoestte en spuwde Retroman toen de vieze smaak en stank die in zijn keel bleven hangen uit.
“Wie heeft deze gruwelen op Gohes City laten neerdalen? Zijn dat werkelijk padden?”
Kornelis besefte dat het de omvang van de amfibieën was die hem in verwarring had gebracht. Ze varieerden in grootte terwijl enkelen ervan werkelijk enorm waren. Hun rug was even breed als dat van een flink rund en de meest omvangrijke waren bijna even hoog als een volwassen man wanneer ze op hun lange achterpoten in hun volle lengte oprichtten.
“Kijk er ligt er nog één te spartelen!” riep Kornelis uit en wees naar een jonge vrouw die vanachter een hegje tevoorschijn was gekomen en naar elders had willen vluchten. Een slechter moment had ze alleen niet kunnen kiezen; één pad in het water had haar opgemerkt en had haar aan haar enkel het water in gesleurd. Kornelis stond op het punt om in actie te komen, maar realiseerde zich dat de vrouw zich binnen enkele seconden tot de andere lijken moest voegen.

“Laat maar, het is al te laat,” hield Retroman hem tegen en reikte kort met gespreide vingers naar hem. Treurig zijn hoofd schuddend keek hij even naar hem op. Kor was fors en gemakkelijk twee koppen groter dan hem. “Het lijkt er niet op dat de burgers van Gohes City dit gevecht zullen winnen. We zullen een plan moeten trekken om hier zelf ook levend uit te geraken. We hebben al enkele van die lijken weer zien opstaan. Maar de voornaamste vijand die we moeten vrezen zijn volgens mij niet eens de zombies.”
Terwijl ze toekeken, beet een van de zombies in de arm van een dood kind en na er een keer of tien aan gerukt te hebben, schoot het los uit het schoudergewricht. Daarna gooide hij de kleine ledemaat achteloos achter zich en begon zich tegoed te doen aan de stroom bloed die er uit de schouder spoot. Toen die stroom ophield, sperde hij zijn bek open, beet in het vlees en schrokte brok na brok de happen naar binnen.
Stomverbaasd keken de heren door het grote venster naar buiten.
“Nou, ik geef het je te doen om daar een verhaal op te schrijven,” reageerde Retroman op het tafereel dat zijn maag deed omkeren. Beide mannen huiverden.  Zelfs Kornelis, die wel gewoon was om vieze verhaaltjes te schrijven door zijn aanstelling op de afdeling ‘de Galbakkerij’, werd misselijk van dit schouwspel.

Een eenzaam figuur stond aan de overkant van de vijvers en leek zojuist de chaos op het station te zijn ontvlucht. Hoewel zijn donkere regenjas met de schaduwen vervloeide, herkende Retroman hem onmiddellijk. Hij stapte dichter naar het raam en moest inmiddels moeite doen zijn zicht scherp te stellen, omdat het harder was gaan regenen. Toch zag hij overduidelijk Tinus’ kenmerkende contouren en wist dat hij het moest zijn door de uilenbril die hij droeg. Retroman was nog nooit zo blij geweest om zijn collega te zien.
“Tinus is hier!” riep hij opgetogen naar Kornelis die daarop ook naar voren stapte. Toen die hem beter kon zien tekende ook bij hem een glimlach op het gezicht. Collega Tinus Icket was een paar dagen afwezig geweest. Hij had de dagen vrij genomen om in huis wat zaken te kunnen opknappen en tijd te steken in het zoeken naar hun jongste kat die al sinds enige weken vermist was. Nu stond hij tegenover de Tycoon Newspaper en kwam er vast niet om beschutting te vinden tegen de regen.
Retroman was meteen van het atrium op de eerste etage naar de ontvangsthal gehold. Kornelis en hij hadden zich expres een laag hoger in het gebouw opgesteld om niet direct bij de monsterlijke wezens op het plein in het zicht te vallen. Maar de verschijning van Tinus veranderde de zaak. Een ogenblik later kwam Retroman met het eerste voorwerp waarmee hij zich kon verdedigen naar buiten gehold. Een spoor van potgrond markeerde waar hij had gelopen. Hij had namelijk in het voorbijgaan van de receptie er een yuccaplant weggegrist die er ter decoratie naast had gestaan. De plant was licht genoeg om voor een improvisorisch wapen door te gaan waardoor de held in wording zich al wat meer op z’n gemak voelde. Met pot en al beende hij buiten over de traptreden voor de entree en werd prompt door de schrik bevangen door wat Tinus en hem te wachten stond. Kornelis kwam een niet veel later naast hem staan – met niet meer dan zijn vuisten en zijn gewicht als wapens – en overtuigde zich met hem over de nadelige situatie waarin zij zich verkeerden. Niet alleen in de vijvers, maar ook in de heggen die het plein flankeerden werden zij een stel verdekt opgestelde individuen gewaar die zij eerder vanaf de eerste etage niet gezien hadden. Het was klip en klaar dat de drie verslaggevers niet in het voordeel waren.
“Tinus! Kom niet naar hier! Vlucht nu het nog kan!”

Het was een dringende waarschuwing aan Tinus die aan de rand van één van de vijvers stond, maar het was al te laat. Tinus had Retroman en Kornelis niet gehoord door de wind die opstak en kwam al aangelopen. Een duister individu die zich ongemerkt op het plein leek te hebben gemanifesteerd hief een arm en wees naar het oppervlak van het water waar nog enkele padden en zombies doorheen waadden. Bijna alsof hij op zijn bevel reageerde, sprong een monsterlijke pad uit het water omhoog, sperde zijn kaken open en beet vlak boven de knie in het achterbeen van Tinus waarin een diepe wond achterbleef. Tinus brulde het uit van schrik, wist lost te breken uit de akelige greep en rende in paniek van de vijverrand weg. De pad kreeg zo geen kans om in een tweede actie naar zijn buik te klimmen en er onder zijn kleren te verdwijnen. In plaats daarvan haastte zijn prooi zich in de richting van zijn collega’s, maar kwam door de ontsteltenis op onfortuinlijke wijze in een andere vijver terecht.  Daar ging hij even kopje onder waarna hij weer vlot de oppervlakte bereikte. Ontzet keek Tinus om zich heen wat hem was overkomen en had de doodsangst in zijn ogen staan. Waarom moet die voortuin van zijn werkgever nu zo belachelijk groot zijn, bedacht hij zich nog. De dichtstbijzijnde waterkant lag binnen handbereik en hij wist dat hij vaart moest maken om er daar op de kade te klimmen.

“Tinus!” schreeuwde Retroman. Hij spoorde hem aan om op te schieten uit die vijver te geraken en zag tot zijn opluchting dat Tinus er gehoor aan wilde geven.
“Houd vol, Tinus!” schreeuwde Kornelis. “We komen eraan!” Beide heren renden tussen de vijvers zo hard als ze konden, maar voordat zij Tinus bereikte, was hij bijna uit de vijver gekropen terwijl het volgende kwaad alweer op de loer lag. Een dreigend wezen vanonder het oppervlak keek naar hem op. Toen ging het water rechts van hem vaneen en een pad schoot naar Tinus omhoog. Die sprong naar zijn kop en sloeg zijn kaken als een buldog om zijn nek. Hij moest een zenuw geraakt hebben, want de arme dertiger zakte hulpeloos door zijn benen op de grond. En terwijl hij door zijn hoeven zakte en terug in het water viel keek hij even kort in de richting van de man die deze grootse aanval op zijn geweten had en erbij stond te lachen. De twee redders in aantocht zagen hem nu ook. Van hen was het Kornelis die hem direct herkende en door zijn blik gevangen werd. Twee boosaardige ogen die waren weggezakt in de oogkassen staarden Kornelis wraakzuchtig en kil aan. Ze behoorden toe aan een man wiens houding typisch gebocheld was en gekleed was in een net maar stoffig pak afgezet met een inktzwarte cape. Een onzichtbare kracht hield Kornelis’ aandacht op de aanvoerder van hun belagers gevestigd en wisselde met hem een denkbeeldige bliksemflits uit die een oude vete leek te repeteren. Het duidde op een donkere relatie die Retroman niet kende, maar de spanning ervan ontging hem niet. Kornelis kende deze man duidelijk al veel langer en was allerminst op zijn gemak met het weerzien.

Ondertussen rolde Tinus door het water en op zijn rug en bewoog zijn hoofd wild heen en weer in een poging de pad af te schudden. Hij draaide zich over het lijf van de pad heen en probeerde hem zo wanhopig tegen de vijverrand klem te zetten om vervolgens zichzelf te kunnen bevrijden. Maar het was zinloos en het monsterachtige dier was sterker dan hem. Die rolde zich op zijn beurt over hem heen waardoor Tinus zowat onder het gewicht verdronken en verpletterd raakte.

“Shit Kornelis, we moeten opschieten! We moeten hem redden!” merkte Retroman zenuwachtig op naar Kornelis. Maar voordat zij de rand van de poel bereikte, kwam Tinus’ hoofd boven water. Op de een of andere manier was hij uit die houdgreep ontsnapt. Bloed gutste uit zijn nek en het was duidelijk dat zijn situatie penibel was.
“We komen eraan!” schreeuwde Kornelis. “Wanhoop niet!”
Toen krioelde de poel plotseling van de menselijke lijken die inmiddels gezombificeerd waren. Deze ondoden zwermden van de bodem omhoog en vielen Tinus aan als een meute wilde honden die een gazelle te pakken nemen. De jonge reporter sperde zijn mond open en hij probeerde te janken en te schreeuwen, maar het met bloed verzadigde water verstikte hem. De zombies en enkele padden trokken hem er onder en toen hij weer even bovenkwam, was zijn gespartel bijna opgehouden. Zijn enige bewegingen werden veroorzaakt door de zombies die onder water waren begonnen stukken vlees van zijn lichaam te rukken.

“Wij zijn hier, Tinus!” schreeuwde Retroman wanhopig. Zij konden niet zomaar tussen de zombies en padden springen, want ze wisten dat zij dan door de overmacht bevangen zouden worden. Retroman toomde daarom zijn drift in om er tussen te gaan staan en probeerde vanaf de vijverrand een aantal van de monsters met de pot van de yuccaplant op het hoofd te raken. Daarmee had hij zoveel succes dat hij in geen tijd een vijftal zombies voor zolang uitschakelde dat ze voor langere tijd roerloos in het water kwamen te liggen, dat was tot de aardewerken pot aan de voet van de plant het na een aantal stoten begon te begeven en uit elkaar barstte. Helemaal ontwapend was hij niet, maar Retroman besefte ook wel dat hij enkel met een aarden kluit niet veel zou kunnen uitrichten. Kornelis was ondertussen wel zo onverstandig geweest om in het ondiepe deel van het water te stappen zodat hij met zijn blote vuisten een paar meppen kon gaan uitdelen. Met zijn indrukwekkende  postuur en dito domme kracht zou hij de zombies wel eens even een pak rammel gaan verkopen, maar zijn adem stokte al snel van pijn toen één van de zombies onder water zijn tanden in zijn been dreef. Hij sloeg met zijn kolenschoppen naar de ondode en gebruikte al zijn fysieke kracht en gewicht dat hij in de strijd te gooien had om de slag zo hard mogelijk te maken. Hij voelde een schok toen hij zijn tegenstander vol in zijn ruggengraat trapte. De zombie verzwakte en kwam op zijn rug boven water.

“Tinus!” Retroman kon de man niet meer onderscheiden van de zombies die hem levend verscheurden. Tinus’ hevig bloedende lichaam ging op in de tot monsters gemaakte lijven van degene die al eerder het leven hadden gelaten. Plotseling stak hij met zijn benige armen hoog boven de krioelende massa en klonk uitermate zacht en schor in zijn poging te schreeuwen.
“Het is gedaan met me. Jullie moet alleen verdergaan, mannen,” zijn stem was bijna onhoorbaar, verstikt door de massa van monsters en het bloedrode water om hem heen. Daarna werd zijn stem gesmoord toen een pad onder water zijn doel had bereikt terwijl enkele zombies hem voor de laatste keer onder water trokken.

Kornelis moest Retroman bedwingen om zich niet tussen hen te voegen toen de emoties hem overmande.
“Nee Tinus, nee!”
“We kunnen echt niets meer voor hem doen knul,” en Kornelis trok hem weg bij de rand van de vijver. Vanuit de vijvers kwamen  al snel de volgende vijanden op hen af en hij zag hoe hun duistere leider goedkeurend naar hen grijnsde. Graaf Schaurig hief zijn hoofd op, maar bleef Kornelis arrogant aankijken.
“Vlucht maar,” zei deze met zijn duidelijk Duitse accent “…vluchten is toch zinloos.”
Angstig en verbeten keek Kornelis van de graaf naar de situatie om zich heen en verdween samen met Retroman de nacht in.

En zo zag de Reuze Navelpad via Retroman’s herinneringen hoe zijn gastheer één voor één zijn medestadsbewoners had verloren. Later raakte hij ook het contact kwijt met Kornelis toen zij samen over de daken van Gohes City vluchtten en een nieuwe massale aanval hen uit elkaar dreef. Kornelis was tijdens een later gevecht boven op een klein flatgebouw over een dakrand naar beneden gedonderd en had Retroman nog nageschreeuwd verder te gaan zonder hem. Maar Retroman wilde koste wat kost weten hoe Kornelis eraan toe was en was zodra hij zich van de vijanden kon verlossen via een veiligere weg langs de gevel naar beneden geklauterd. Kornelis echter had hij er niet aangetroffen en hem daarna ook nooit meer weergezien. Verbitterd trok hij de kap van zijn ninjapak over zijn hoofd en trok alleen de stad door.

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: De binding
Volgende hoofdstuk: Perfecte strategie

By rinaoddel | July 20, 2011 - 11:48 am - Posted in Eindelijk uitgeworteld, Nederlands, Rara Rina

Karel Riemelneel liep tijdens zijn vakantie in New York langs een restaurant toen hij er iemand hoorde schreeuwen:
“Nee John! Niet schieten!”
Hij rende naar binnen en zag een dokter, een advocaat een melkman en op de vloer een dode jongen (*).
Karel liep direct naar de melkman en arresteerde deze.
Hij had niet gezien wie er had geschoten en er was ook geen direct duidelijk spoor dat één persoon als de moordenaar aanwees.
Er had ook nog niemand de kans gehad de inspecteur te verwittigen wie volgens diegene de dader moest zijn geweest.
Toch was het voor Karel klip en klaar wie het wapen had gehanteerd en er de jongen mee had neergeschoten.
Dus hoe wist Karel dat de melkman de moordenaar was?

( * = Even aangenomen dat Karel aan het uiterlijk van deze mensen kan zien welke functie zij in het dagelijks leven bekleden.)

Uitgesproken door: Erwin de Vries

Datum: vrijdag 2 juli, 2011

By reuzenavelpad | July 12, 2011 - 7:22 am - Posted in De anagrammen, Duimzuigerij, Nederlands, Reuze Navelpad, Verbaal Genot

image by Kredit, edited by Gsorsnoi

De anagrammen zijn tijdelijk terug! Zij die de nieuwsbrief hebben ontvangen en hebben gelezen zullen dit al weten, maar ik ben dus weer gevraagd om voor jullie enkele anagrammen op te boeren nu het detectivespel de Vuurspugende zonsverduistering detective voor onbepaalde tijd in de ijskast staat.

De spelregels zal ik niet tot in den treure herhalen. Daarvoor verwijs ik naar het artikel ‘Verse anagrammen, nieuwe regels’. Daarin staan de nieuwe regels zo compleet beschreven dat je er daarmee uit moet komen. Let dus wel even op die nieuwe regel dat je niet voor je beurt mag spreken! Zijn er desondanks toch onduidelijkheden, laat dit dan even via een comment of een e-mailtje aan info@wsnoi.com aan ons weten.

Ook deze anagrammenverzameling van deze maand staat weer geheel in het teken van een actueel thema. Welke dat is verklap ik nooit. Daar moet je tijdens het oplossen achter zien te komen. Maar ook daar hebben we iets interessants omheen bedacht, want zoals je zojuist in het aangescherpte reglement hebt kunnen lezen krijg je ook voor het raden van het thema een paar zbersibarnen op je Snooi Bank gestort. Daarvoor hoef je overigens niet op je beurt te wachten. Weet jij het thema dan mag je het direct in de comments melden.

Word jij de nieuwe ‘Navelklopper’?

Succes met ontanagrammaniseren!

  • Doorbladeren (geraden door BoB)
  • Vaag Jenaplan (geraden door BoB)
  • Lam Ramsjen (geraden door Zombie)
  • Karin Zuigham (geraden door Retroman)
  • Hein Piekuren (geraden door BoB)
  • Vanaf Kinds Jet (geraden door Paap)
  • Chic Pop Lui (geraden door Zombie)
  • Fataal Van Verrader (geraden door BoB)
  • Ik Reed Kerk (geraden door BoB)
  • Rokertjes Branden (geraden door Paap)
  • Bond Zenuweindje (geraden door Zombie)
  • Nek Na Hemd (geraden door Zombie)
  • Baby Meld Vends (geraden door Paap)
  • Lyon Yin Soos (geraden door BoB)
  • Maleise Smaak (geraden en ontpluisd door BoB)

Met vriendelijke reuzel,

Navelpad

PS: In deze opgave zitten in principe geen bewuste pluisjes.

Te laat ingeschakeld?

Je kunt je op onze Tycoon Newspaper-artikelen abonneren door links in het menu onder het kopje ‘Tycoon Newspaper’ een RSS-abonnement te nemen op nieuwe artikelen. Zo word je altijd direct op de hoogte gehouden van nieuwe artikelen die hier verschijnen en krijg je dus ook direct bericht wanneer er weer anagrammen zijn.

By gsorsnoi | July 11, 2011 - 6:36 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, WSNOI

Voor vele trouwe TN-lezers is dit natuurlijk gesneden koek, maar voor zij die dit nog niet weten:

Eenvoudig aanmelden:

  • Surf naar http://www.wsnoi.com
  • Klik links in het menu op Inloggen / aanmelden. Een inlogscherm verschijnt met Stefanie Gotch als boegbeeld.
  • Klik onder de knop ‘Inloggen’ op ‘Account aanmaken’. Een aanmeldformulier verschijnt.
  • Vul dit formulier in, vergeet de reCaptcha-code niet en klik op ‘Aanvragen’. Op dat moment wordt er een e-mailtje naar je gestuurd met een validatiecode.
  • Check je inbox van het door jou opgegeven e-mailadres en volg de link om je aanmelding te valideren.
  • Zo! Nu ben je aangemeld op WSNOI!
    En niet onbelangrijk: je hebt 200 zbersibarnen verdiend.

Wat kun je doen op WSNOI?

WSNOI is een site die voortdurend bezig is om geinige spelletjes en interactiviteit te creëren. Met het startersbedrag dat je hebt ontvangen kun je al direct games spelen zoals Picture Tycoon, Jack and the Bomb en 2 Galgjespellen. Voor veel van deze spellen heb je wat geld nodig om ze te kunnen spelen, net zoals je vaak muntjes nodig hebt op kermissen om aan activiteiten te kunnen meedoen.

Maar je kunt ook meedoen aan de wedstrijd om de beste speler van de maand te worden. Wij noemen dat de Tycoon van de Maand. Je kunt die positie bemachtigen door in één maand tijd de meeste sterren bij elkaar te spelen. En deze sterren verdien je in … ja raadt het al … de spelletjes op onze site.

Om het geheel nog een stuk doldwazer te maken kun je aan meer geld komen op WSNOI door te solliciteren voor een baan. “Sorry, een baan?” Ja, dat heb je goed gelezen, maar hebt geen vrees, zulk hard werk is het niet. Het zijn onbestaande beroepen die je kunt krijgen door ze via de Onbestaande beroepen generator samen te stellen. Dat is een soort speelautomaat waar beroepscomponenten mee gecreëerd kunnen worden en ervoor zorgt dat je zbersibarnen ontvangt.

Maar let op! Je kunt je baan ook eenvoudig weer kwijt raken wanneer je door je geld heen bent.

Tenslotte is het nog mogelijk om pakketjes te zoeken op WSNOI (alleen als je ingelogd bent) waarmee allemaal leuke extraatjes bij elkaar te verzamelen zijn. En je kunt spelletjes downloaden zoals Ninja Rush en Padden Paniek die gemaakt zijn door onze eigen Retroman.

Waar wacht je nog op?

Meld je aan op …

WSNOI.com

By rinaoddel | July 8, 2011 - 8:32 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Web´s Best

De Tycoon Newspaper lanceert een nieuwe game op Twitter! Twittergames zijn hot en geven een stukje extra smeuïgheid aan al het andere gekwetter op de sociale media. Met de twittergame #tnlastword is de Tycoon Newspaper meteen als nieuwe twitteraar bekend gemaakt op Twitter. 

#tnlastword werkt zo:
Beginnende met de hashtag #tnlastword start iemand een kort verhaaltje dat begint met het laatst geschreven woord uit de vorige tweet.

Tycoon Newspaper commentator ace_de_klown was de eerste Twitteraar die het spel vervolg gaf.
Op de start-tweet…
#tnlastword Wenend en met gezichten wit van de as en stof uit de wrakstukken tuurden bewoners van deze verloren stad naar gebroken ruiten
…haakte hij meteen aan met…
#tnlastwordRuiten wordt een kaartkleur genoemd, terwijl het niet de enige rode kaart is in een volledig set kaarten.

Meld je dus aan op Twitter start following TycoonNewspaper en start ‘Het laatste woord’ #tnlastword .

Uitgesproken door: Eric uit de Achterhoek, fysiotherapeut.

Tijdens het meeluisteren van een telefoongesprek tussen hem en mijn collega heb ik hem dit horen zeggen. Mijn collega had een veldje in een programma bewerkt en daarmee een opmerking in het geheugen van de pc geparkeerd. Deze fysiotherapeut gaf toen aan dat hij deze informatie wel terug wilde zien. Gelukkig kon mijn collega hem geruststellen en duidelijk maken dat zijn ‘babbeldata’ niet verloren was gegaan.

Datum: dinsdag 21 juni, 2011

image by Sinbad, edited by Gsorsnoi

CATANIA, ITALIË: Het was nauwelijks drie uur in de ochtend. Iedereen was buiten. En voor wie dat niet waren, zouden het er zeer waarschijnlijk ook niet levend geraken. Mijn zoon Sebastiano zag haar het eerst. We vonden haar heel stil gelegen in de hoek van de straat. Ze had haar handen tussen haar benen en er lag een hoop grijze rommel op haar rood geworden jurkje. Ze staarde voor zich uit, maar haar blik vertelde ons niets. Ik vond haar arm en beleefde alle 52 lentes die ik had geleefd opnieuw: ze had een ‘pols’.

De lucht was donkerder dan normaal. Overal om ons heen renden mensen door de straat Via Plebiscito, de straat waarin mijn bakkerij stond. Ik zag hoe ze steeds opnieuw met angst werden bevangen zodra de grond weer begon te schudden. Ze sleepten met van alles dat water kon dragen en gooiden het leeg door de ramen van hun brandende huizen en over de eigendommen die anders in rook zouden opgaan. Het was tevergeefs; het natuurgeweld was genadeloos geweest. Zelfs al zou het huisraad geblust kunnen worden, dan zou het lava dat nog uitgebraakt moest worden het dadelijk komen vernietigen. Op de hoek met de Via Grotta Magna lag een dood lichaam tegen een omgevallen scooter. Ik vond ze al irritant, maar nu ik me realiseerde hoe de tientallen scooters de reddingswerkzaamheden bemoeilijkten, kreeg ik nog meer de pest aan ze. Iets verderop waren een aantal mensen bezig een vrouw op hoge leeftijd van een balkon te hijsen. Hout en brokstukken vielen langszijde en maakten dat niemand echt bij haar kon komen. Haar kansen waren compleet verkeken. Een grote kei met de afmeting van een kleine Fiat vloog door de lucht en maakte korte metten met die laatste hoop. De vrouw werd erdoor geraakt en nog twee mannen onder haar lieten bij inslag het leven.

Wenend en met gezichten wit van de as en stof uit de wrakstukken tuurden bewoners van deze verloren stad naar gebroken ruiten. Erachter lagen hun bezittingen, die gingen verloren in de vuurzeeën of waren bedolven onder het gewicht van hun huizen. Zij die het hardste huilden voelden hoe hun harten aan stukken werden gerukt, omdat zij maar al te goed wisten wie daar binnen nog meer op hun hulp lagen te wachten. Voor velen kwam die hulp te laat. Eén voor één droeg iedereen die ertoe in staat was voorwerpen weg die onherkenbaar waren geworden. Het merendeel was gewoon steen. Sommigen bogen zich er juist onder en zochten ongeordend naar personen onder het puin, terwijl ze steeds weer de namen van hun naasten herhaalden. Overal waar ik keek was geschreeuw en renden mijn buurtgenoten met emmers water en stof.

Het meisje bewoog niet meer. Er liep bloed over de linkerkant van haar gezicht. Het kwam van haar voorhoofd en droop met enige regelmaat van haar kin op de vuile zijde jurk die ze droeg. Sebastiano zag het en zei:
“Ze bloed als een rund.”
We knielden beide naast haar en ik legde mijn hand op haar schouder, boog me voorover en onderzocht de snee. Zo merkte ik ook hoe onnatuurlijk haar arm erbij lag.
“Lijkt mij ontzet,” zei ik en verborg mijn paniek “…ze moet snel naar een dokter.”
We zochten, aangespoord door de weinige tijd die dit meisje nog had, naar de meest gunstige wijze om haar te dragen. Dat haar vervoeren geenszins bevorderlijk was voor haar conditie hield ons niet tegen. Haar hier laten liggen en wachten op hulp zou een eenzijdige onderhandeling met de dood zijn geweest. Haar klagelijk gekreun door de pijn bleef niet uit, maar ik was al blij dat ze weer wat bij kennis kwam. Aanspreekbaar was ze nog niet. We liepen vanaf de kerk waar we haar vonden de volgende straat uit naar het hospitaal, de last op onze ruggen negerend. Sebastianos vingers knelden daarbij strak om die van mij. Voor ons werden we een gloeiend en flikkerend schijnsel boven de huizen gewaar. Het kondigde nieuwe rampspoed aan en boezemde ons angst in om wanneer een eruptie zou plaatsvinden. Het oranjegelige licht was afkomstig van de Etna en ging voor een groot deel op in een aswolk van apocalyptische proporties. Zien kon je die wolk bij nacht niet, maar dat hij er was kon niemand ontkennen, want iedereen was grijs of wit. En zo donker als de hemel was door de as, zo helder waren de straten door het licht dat er van de vlammen kwam. Deze plaats had in deze noodlottige nacht eenvoudig het toneel kunnen zijn van het landschap ergens op een buitenaardse planeet.

“Ze begint harder te bloeden,” zei Sebastiano “…we kunnen beter wat sneller lopen.”
Ik zag het.
Al kon ik de ernst niet helemaal goed inschatten door het stof dat voor mijn ogen hing, dat mijn kind vlug hulp nodig had, was mij duidelijk. De mengeling van gevoelens die door mijn oude lijf gierde viel niet met een pen te beschrijven. Een vader wiens leven een paar uur eerder voor de ramp werd bespaard, liep hier nu te sjouwen het leven van zijn eigen dochter. Haar hoge jukbeenderen werden nu ontsierd door een waterval van rode vloeistof. Als we haar niet gauw naar het ziekenhuis brachten zou het te laat zijn geweest.

Achter ons klonken plotseling doodskreten. Sebastiano keek om, schrok en keek weer recht voor zich uit. Zijn gezicht was lijkbleek geworden en versnelde zijn reeds vlugge pas.
“Het is beter voor u te blijven kijken,” adviseerde hij mij.
Dit advies sloeg ik direct in de wind. Ik keek vluchtig om en overtuigde mij van een nieuw gevaar. Mijn armen werden week toen ik zag waar de mensen achter ons zo vreselijk om moesten gillen, maar behield de stevige greep om ons slachtoffer. Te midden van een groep Italianen die nu voor dezelfde kerk stond waar wij haar hadden gevonden, stond een reusachtig monster. Met bijna drie koppen stak zijn silhouet boven de mensen uit. Details kon ik niet ontwaren; een brand achter hen zorgde ervoor dat het eruit zag als een Javaans schimmenspel met Magere Hein in de rol van de dalang, de poppenspeler. De grootste pop trok aan de hoofden van de personen die om hem heen stonden. Hij beet erin en gooide de onthoofde lijven van zich weg. Ja zelfs de spetters bloed waren door het griezelige licht onmiskenbaar. Het enige dat in dit plaatje miste waren de stokken die de armen van het monster omhoog moesten houden. Die zouden hier ook niet gepast hebben; de akelige verschijning te midden van iedereen hield in zijn vuist een groot log voorwerp vast. Het had een lange greep en aan het uiteinde zat een blok bevestigd waar allemaal stompe punten uitstaken. De denkbeeldige stok onder zijn hand zou simpelweg onder het gewicht ervan bezwijken. En ik wist waarom, want dit voorwerp dat door hem werd vastgehouden had ik deze nacht al eens eerder gezien. Eén van hen had mij toen strak in mijn gezicht aangekeken, met dat ene griezelige oog van hem.

Dit alles gebeurde in mijn geboorteplaats Catina, in Italië. Mijn bakkerij had nog vredig aan de Via Plebiscito gestaan en pufte uit van al haar bedrijvigheid van de voorgaande dag. Ons stadje lag aan de kust onschuldig te wachten op welk een onheil ons die nacht zou komen bezoeken. Overal rondom ons zag je de bergen, met één van hen die er met kop en schouders bovenuit stak: de Etna. De rust en vredigheid  was nu voorbij en, bijna zonder dat iemand het had gemerkt, was de horror tegen twaalf uur ontwaakt en aan ons verschenen. Onder een luid kabaal en vergezeld van een hoop chaos waren de aardverschuivingen gekomen. Etna was wakker geschud en had spoedig een witgrijs gordijn over de stad getrokken en alles ermee weggeveegd. Het wachten was nu op de eerste uitbarsting. Maar eerst begon in de straten alle straatverlichting te knipperen en waren het de grote schimmen die er verschenen. Eenogige gedrochten slopen door de stad en trokken er gewapend door. Gruis en modder werd met een voortreffelijke kracht tussen de huizen geworpen , waardoor een smerig tapijt op de straatstenen ontstond. Aan onze kust bliezen warme winden en kotste Etna al haar verderf over ons uit. Drie naargeestige machten hadden het op ons voorzien. De één rukte de bodem onder onze voeten weg. De tweede vloekte met haar hete adem. En de derde macht, waren de kinderen van de vulkaan die wij zo vreesden: de cyclopen.

Het waren de smeden die Zeus zijn bliksemschicht hadden gegeven zodat hij er zijn gezag mee kon uitoefenen op de rebellerende titanen. Wrede giganten marcheerden nu met dodelijke woede door de ravage. Waren het niet de aardbevingen die de grond deden schudden dan waren het hun geklauwde voeten waarmee ze over de grond stampten en het deden beven. Steeds één van hun grote handen hanteerden een ijzeren hamer en sloegen ermee op de broze lichamen van de inwoners van Catina. Ook bouwwerken die nog niet met de grond gelijk waren gemaakt door de aanhoudende schokken, kregen zij plat door erop te slaan. Deze ellendige barbaren waren zo potig dat ze eigenhandig menselijke ruggengraten konden breken alsof het takjes waren. En niemand ontsnapte aan hun lange gespierde armen(*). De heilige Agatha van Sicilië weende op ieder ogenblik dat deze krachtige bruten met hun haren vol luizen nieuwe slachtoffers maakten.

Later in het ziekenhuis stonden Sebastiano en ik vol afgrijzen naar het schouwspel buiten te kijken terwijl we wachten op de eerste berichten van de artsen. Het was een komen en gaan van slachtoffers en niemand kon met zekerheid zeggen wat de specialisten konden uitrichten daar zij zelf ook voor hun leven moesten vrezen. De ziekenhuismuren gingen gebukt onder al het geweld waar het van buiten mee werd bestookt. Lang zou het niet meer duren voordat ook dit gebouw zou bezwijken onder de krachten van de natuur en het bovennatuurlijke dat ons haar lelijke gezicht had laten zien.

Toen het meisje eenmaal bij kennis was gekomen, waren het maar een paar woorden die ze had gesproken die de dokter aan ons verklaarde:
“Ze is vol tranen en zegt dat haar familie onder de stenen ligt.”
En alleen toen drong de waarheid pas tot mij door. Compleet verslagen en buiten mijzelf keek ik Sebastiano aan met het enige oog dat ik zelf nog had. Het andere was blind gemaakt door het glas dat er uit onze etalage in was geschoten op de noodlottige avond die we hiervoor hadden beleefd. Eén van de eerste cyclopen was Biscotti, het levenswerk van Guiseppe Bianchino en verdomme mijn eigen bakkerij binnengestapt en had er zijn massieve hamer binnen geworpen. De beestachtige woesteling had Sebastiano gespaard en hem toegestaan zich over het eerste slachtoffer te ontfermen. Achter de toonbank lag het lichaam van een jonge vrouw. Ze was getroffen door de hamer. Wezenloos staarde ik naar de cycloop, mijn ene oog in het zijne. Hoe mijn zoon zijn tranen naast mij over zijn zus uitstortte ging volledig aan mij voorbij. Ik had het verdrongen en ik had het ontkent. Glazig keek ik tenslotte van het meisje op naar de ogen van mijn zoon en vroeg hem:
“Dit is niet onze Arabella…?”
Begrijpend keek hij mij aan en knikte instemmend.

( * = volgens de vertelling in de Odyssee van Homeros had Odysseus de verblinde cycloop Polyphemos geantwoord met “Niemand” toen deze hem vroeg hoe zijn indringer heette. En Polyphemos had tegen zijn mede cyclopen verteld dat “Niemand zijn oog had uitgestoken en Niemand aan hem was ontstapt.” Polyphemos was boos geweest op Niemand.)

By karelriemelneel | June 23, 2011 - 7:01 am - Posted in Contaminaties, Nederlands, Verbaal Genot

image by D-rail, edited by Gsorsnoi

Bestaat uit: “oude koeien uit de sloot halen” & “oud zeer”

Uitgesproken door: onbekend (via de radio)

Datum: maandag 16 mei, 2011