By gsorsnoi | October 16, 2011 - 1:29 pm - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Onbedoelde mening, Scherpe Blik

image by D-drik, edited by Gsorsnoi

Zelf had ik er nog geen idee van, maar ik stond op het punt mijn eerste carrièremove te maken. Onze projectmanager zou over een maand of wat op mij toe komen stappen en mij vragen of hij mij even apart kon spreken. De buitengewone interesse die ik in het softwarepakket had getoond was mijn meerdere niet onopgemerkt gebleven, zodat ik de opgezogen kennis mocht gaan overbrengen op de artsen en de verpleegkundigen waarvoor wij waren aangenomen om papieren dossiers over te kloppen in een computersysteem. Een blik typgeiten was opengetrokken.
Op de Nieuwe Achtergracht in Amsterdam werden wij welkom geheten door Hester en Huub en even aan elkaar voorgesteld. De meeste datatypisten konden de locatie goed per fiets of tram bereiken. Voor mij zag het er naar uit dat ik voorlopig mijn fiets wel even vanuit IJmuiden op die draagvleugelboot moest hijsen. Het laatste stukje fietste ik dan via het Waterlooplein naar de GGD.
Romeo was één van die jonge gasten waarmee ik samen aan dit geestdodende werkje werd gezet. Vanaf het eerste ogenblik wist ik dat ik het goed met deze Italiaans-Indonesische jonge gast zou kunnen vinden. We ontdekten al snel dat we een hoop gemeenschappelijke interesses hadden en daarbij, bleek hij erg benaderbaar en gevoed met een gezonde dosis humor. Net als ikzelf is hij gek op videogames en slappe woordgrappen. Ook voor suffe spelletjes die de sleur uit het eentonige werk haalden, was je bij hem aan het juiste adres. Tezamen met o.a. Suzanne, Janine, Walter en Melihat bedachten we allerlei prachtige quizjes voor elkaar en wisten we keer op keer in deze weinig inspirerende werkomgeving wel weer wat te vinden dat ons moraal hoog kon houden. In de pauze trokken we erop uit en wandelden we wat in de buurt of bezochten wij het poolcentrum. Voor het hanteren van de keu hoefden wij niet ver. Deze plek voor ontspanning lag op een ideale afstand van nog geen vijftig meter van de ingang van het pompeuze hoofdkantoor van de GGD. We kochten er een soort tien rittenkaart en konden er daardoor steeds voordelig terecht om elkanders kunnen op de proef te stellen.

Dàt deel van mijn carrière heb ik toen echt als een toptijd ervaren. De werksfeer was er fantastisch en ik maakte een hoop nieuwe vrienden. Je ging haast voor je plezier naar je werk. En nee, dat was natuurlijk niet omdat je zo graag informatie uit dossiers overnam, je keek er gewoon naar uit om die heerlijke slappe humor met elkaar te kunnen delen en te praten over van alles en nog wat.

Toch was er naast al die heerlijke onzinnigheid ook nog iets wat mij destijds een geweldig nieuw inzicht op het leven heeft gegeven. Waar ik wat meer de neuroot en controlfreak ben, hangt Romeo veel meer in het andere uiterste. En dat merk je echt aan alles. Hij zit altijd veel meer ontspannen in zijn bureaustoel, beweegt zich veel gemakkelijker dan anderen en hij heeft een manier van praten waar je zelf ook gewoon rustig van wordt. Er straalt een positiviteit van die kerel af, jongen dat is niet normaal. Zo relaxt als hij met de dingen in het leven omgaat, doet mij bijna groen worden van jaloezie. Het is een levensstijl dat je op één of andere manier in je bloed moet zitten of je moet er gewoon helemaal voor open staan. Het arsenaal typische Romeo-uitspraken die hij te pas en te onpas bezigt dragen ook veel bij aan die ontspannen manier waarop hij blijkbaar tegen het leven aan kijkt. “Wauwers!”, “Karbonade!”, “Asjemenou?”, “Alles kits?”, “Alrighty then!” zijn slechts een paar van die prachtige onliners die hij vaker gebruikt dan ik denk dat hij zelf door heeft. Als je er even voor gaat zitten en je gaat al die prachtige uitspraken tijdens een verjaardagsfeestje zitten turven, dan kom je aan het einde van de avond inkt in je pen te kort.

Wat ik ook van hem heb geleerd, en hem er nog tot op de dag van vandaag dankbaar voor ben, is de manier waarop je het beste vocht kunt consumeren. Iedereen kent die kartonnen printpapierdeksels wel die een tweede leven krijgen wanneer er geen made-in-China-dienbladen meer voorhanden zijn. Wel, daar wij duidelijk een kantoorbaan genoten, wisten wij ook steeds onze handen op die dingen leggen. In Word creëerden wij een rastertje met onze namen erop en schreven er de voorkeuren bij van wat eenieders gewenste bestelling zou zijn bij het koffieapparaat. Vervolgens printten we die uit en legden het A4-papiertje in de deksel. Dit is ongetwijfeld een fenomeen wat op meerdere kantoren  in het land wordt gehanteerd. Zo maak je een gepersonaliseerd dienblad. Bij de ene naam staat er koffie, de ander heeft liever chocolademelk en weer een ander kiest voor thee.
Maar  juist voor die keren dan we wel onze handen op een degelijk dienblad wisten te leggen, was dit hele ordersysteem naar de gallemiezen. En zo was je genoodzaakt een ander hulpmiddel te bedenken als je voor de hele toko koffie wilde gaan halen. Want het risico bestellingen te vergeten of door elkaar te halen, wilde je gewoon niet op je geweten hebben. Dus wat doe je dan: je schrijft de bestelling gewoon even als een geheugensteuntje op een kladpapiertje en dan nog het liefste in afkortingen.

Nu moet je van de GGD weten dat dit een organisatie is waar praten in afkortingen de normaalste zaak van de wereld is. ‘JGZ’ staat voor jeugdgezondheidszorg, ‘OKC’ staat voor ouderkindcentrum en Romeo Mazzei bestelde standaard ‘2HW’. Twee-ha-wattes?
Twee heet water. Want al de toevoegingen die er zitten in koffie, chocomelk of andere troep doen je lichaam alleen maar dichtslibben. Dus als je met je dienblaadje bij onze levensgenieter Romeo aankwam, dan kon je er eigenlijk al vanuit gaan dat je ‘2HW’ op je papiertje kon noteren. Vervolgens zette je even later twee bekertjes heet water bij hem neer waarop hij die liet afkoelen tot een drinkbare temperatuur. Warm water zuivert het lichaam. En ik ben er haast zeker van, dat die onvergiftigde vorm van vochtconsumptie Romeo heeft gemaakt tot wat hij is.

Nu bijna tien jaar later zit ik hier op het altijd drukke stadhuisplein in Utrecht. Te midden van tientallen andere mensen leg ik dadelijk dit kladblok terzijde en denk nog even niet aan het digitaal verwerken van dit schrijfsel. Op deze ongewoon warme herfstdag kijk ik naar de stralende hemel en geniet van het leven, mijn handen warmend aan een lauw wordend bakje echte thee.

By rinaoddel | October 14, 2011 - 5:23 pm - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

Mensen die rondom kanalen en rivieren gevestigd zijn, zullen wel herkennen dat zij die aan de andere kant wonen of zijn opgegroeid per definitie aan de ‘verkeerde kant’ zitten.

Een collega van mij zei daar vandaag het volgende over:
“Je hebt boven het kanaal en onder de rivieren en daartussen ligt
Nederland.”

Een portret van … Rina Oddel

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen  even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Functie: Roddeljournaliste – riooljournaliste.
Andere namen: Rare Rina, roddeltante.
Oorsprong naam: Tezamen met de ‘R’ uit Rina vormen dat en haar achternaam samen het woord ‘roddel’.
Modelpersoon: Rita Skeeter, personage uit Harry Potter (actrice Miranda Richardson).
Eerste oer-artikel: Driewieler zorgt voor opschudding.
Eerste online-artikel: Wie een kuil graaf in de Heldense bossen
Dat mag de druk niet pretten werd eerder gepubliceerd, maar is ‘slechts’ een uitspraak.
Bijzonderheden: Lange tijd de enige vrouwelijke reporter op de Tycoon Newspaper geweest.
Uitspraken: Eigenlijk geen, maar zij verzamelt wel het gros van de gevleugelde uitspraken.

Tweede artikel (niet eerder online verschenen):

Millennium Ben
Nee, dit is geen reclame voor een mobile telefoonmaatschappij met een identiteitscrisis. Dit bericht gaat over niemand anders dan onze eigen badmintonvriend Ben. Ben van Gneursven… Greun… Greunsven… euh… Greunteven? Nou goed, je begrijpt wel wie er wordt bedoeld (Ben van Greunsven*). Die man schijnt namelijk de oorzaak te zijn van al onze millenniumproblemen. Wat is namelijk het geval? Onze Ben heeft met zijn bibliotheekpas ingebroken bij het Mikrosoft-concern. Samen met zijn grote vriend John Smith ( de vader van Jantje Smith) hebben zij wraak genomen op Bill Keets.
Bill Keets zou volgens Ben en Johan een virus hebben verspreid over hun computers, het zogenaamde Magnetica Melissa-virus. Dit virus heeft bij B. en J. hun hele systeem doen platleggen. Tenminste dat is het verhaal volgens Ben. Maar in werkelijkheid heeft Ben John ingehuurd om Keets dwars te zitten. Keets heeft Ben namelijk een keer goed ingemaakt met badminton. En aangezien Ben niet tegen z’n verlies kan (dat blijkt dan maar) liet hij de vader van Jantje Smith de vuile klusjes opknappen. Zo hebben zij in het Mikrosoftbedrijf de Millennium-bug geactiveerd. Alle computergestuurde systemen zullen dus in het aller eerste begin van het jaar 2000 op hol slaan. Dus dan wordt de tweede set gewonnen door Ben!

( * = onze zeer getalenteerde badmintoncoach. Beetje de Johan Cruijff van de badminton bij onze club )

De heerlijke roddeltante.

Opnieuw bespreken we een Tycoon Newspaper-medewerker van het eerste uur. Nou ja, bijna dan. Rina Oddel was er bij vanaf het tweede exemplaar, dat even ná de januari editie van 1999 verscheen. Daarin vertelt zij ons hoe een bestuurder in een driewieler meende te zijn ingehaald door een man in een Mini die zijn teddybeer wat van de omgeving liet zien. De driewieler raakte uit balans en veroorzaakte een kettingbotsing en een lange file. Dit eerste, nog niet echt roddelige, miniverhaaltje was natuurlijk gebaseerd op de belevenissen van acteur Rowan Atkinson als mister Bean. Mijn eigen broertje, die we hier op de Tycoon Newspaper wel kennen als DJ P and P, was overtuigd van zijn kunnen als perfecte mister Bean imitator, waardoor ik op het idee kwam om hem op deze manier in mijn krantje op te nemen.
Aan het aantal artikelen dat daarna in de papieren versie verscheen is het niet af te zien, maar als je naar haar latere productie van artikelen kijkt, dan mogen we wel concluderen dat ze met een klein tiental artikelen net iets meer geschreven heeft dan Karel Riemelneel. Nee, in hoeveelheid tekst zal zij hem niet overtreffen. Daarvoor zijn zijn detectiveverhalen te lijvig. Maar in het aantal schiet ze hem net voorbij. Wat voor beide reporters natuurlijk wel scheelt is dat zij ook alle uiterst korte artikelen voor hun rekening hebben genomen, Karel met zijn contaminaties en Rina met haar gevleugelde uitspraken. Echte artikelen kun je dat natuurlijk niet noemen, maar het geeft wel aan hoe actief ook zij in al die jaren op de Tycoon Newspaper is geweest.
In het allereerste begin viel dat overigens reuze mee. Millennium Ben, waarvan je het verhaal zojuist hebt kunnen lezen en het Swetsers Zakmes, waren naast het driewieler-verhaal eigenlijk de enige twee echte andere schrijfwerken die we van haar terug zien op de gedrukte versie. Maar toen de online-versie er kwam, ging het ineens wel erg rap.

Met de komst van de Gevleugelde Uitspraken had Rina de jackpot te pakken. En ik met haar. Het behoeft geen toelichting dat Rina is voorzien van een heuse ‘roddelradar’. Dit heerlijke neuzige typje voelt heel fijn aan wanneer er een nieuwtje in de lucht hangt. Haar antennes staan altijd op scherp en ze legt haar oor voortdurend op het juiste moment te luisteren. In de praktijk is het met mij niet anders. Je kunt daarom gemakkelijk stellen dat ik in feite zelf een beetje zo’n roddeltante ben in het dagelijks leven. Het enige wat er bij mij aan scheelt, is dat ik de praatjes niet tijdens theekransjes bij mijn vrienden of vriendinnen influister, maar het gewoon out in the open op de Tycoon Newspaper over het internet schreeuw. Het vergaren van deze roddelpraat gaat mij… ahum… Rina doorgaans in elk geval gemakkelijk af.
Enkele voorbeelden:

  • “Dat mag de druk niet pretten” – is de haast legendarische verspreking van vriend Doubleyou in zijn radioprogramma Take it or Leave it. Sorry, wàt zei jou nou? Tegenwoordig gebruikt hij diezelfde uitdrukking nog steeds, maar nu doet hij het er om.
  • “Ik ben ziek genoeg om weer te werken” – zegt BoB de Winter iedere keer weer wanneer hij van een ziekbed terugkomt op het werk. Op een goed moment was ik het zat, en vond dat ik zijn uitspraak maar eens moest vereeuwigen in dit wel gerespecteerde blad.
  • “De Koninklijke familie is erg aangeslagen” – een wel hele ongelukkige uitspraak van de organisator van de Koninginnedag festiviteiten toen er een aanslag werd gedaan op onze koningin.
  • “Das enkel cosmetica” – sprak een Belgische opleider een keer. Hij was naar ons werk ingevlogen voor een training en hanteerde deze uitspraak voor iedere onbenulligheid die enkel uiterlijk invloed had op de software. Rina zat bij die opleiding en smulde ervan.
  • “Zeer gelardeerde collega” – wat bestaat en correct is geschreven zal door een spellingscheck niet als fout worden gezien. Collega Peter merkte dit op tijdens het versturen van een mailtje naar een relatie. Tja, dat moet je net zeggen waar Rina bij zit!
  • “Ik moet van mijn vrouw een keuken willen” – spelletjesfreak BoB de Winter deed mee aan het tv-programma één tegen 100 en won. Driemaal raden wat hij onder andere van het prijzengeld kocht (moest kopen).
  • “Je horizon verleggen” – niet zozeer deze op zich al prachtige uitdrukking, maar vooral de uitleg die Johan V. hierbij gaf, was genoeg aanleiding voor Rina hier een gevleugelde uitspraak van te maken.
  • “Naakt uit de kleren gaan” – hier was het niet alleen de uitspraak die haar opviel tijdens een radio-uitzending met Giel Beelen, het plaatje waarmee het op de Tycoon Newspaper werd uitgebeeld scoorde ook hoog bij ons vaste publiek.
  • “Zombies hebben een hekel aan fastfood!” – deze is speciaal verzameld voor onze eigen Zombie. Rina houdt er ook wel van om reacties uit te lokken.
  • “Alle kleine ZBeetjes helpen” – ook Ace_de_Klown is niet vies van een woordspellinkje en rake uitspraken. Rina verzamelt ze wel.

Je merkt het al. Er is vrijwel niets dat onze Rina ontgaat aan interessante uitlatingen. En ze tekent ze allemaal op!

Robuust en onveranderlijk personage

Vanaf dag één al was het mij duidelijk waar het met Rina naar toe moest. Zij moest die blonde lady worden die, worstelend met haar gewicht en haar tuttige eigenaardigheden, graag de kwebbeltante uithangt en thee leut (als het maar ‘echt scharrelthee’ is natuurlijk). En dat is gelukt. Van haar vastomlijnde karakter is sindsdien ook niet meer afgeweken. En dat is wat mij zelf persoonlijk ook zo aantrekt aan Rina. Van geen enkele andere verslaggever was zo snel duidelijk wat voor typetje het moest zijn en hoe ze eruit moest komen te zien. Zij weerspiegelde dat deel van mijn karakter zo goed, dat ik er na de eerste schets al uit was dat ik er niets meer aan wilde veranderen. Toen Harry Potter and the Goblet of Fire in 2005 in de bioscopen verscheen wist ik het helemaal zeker. Het plaatje dat ik tot dan toe in mijn hoofd had gehad en mij een beeld moest geven hoe Rina er in het echt uit zou zien, werd ineens door Miranda Richardson belichaamt in haar rol als Rita Skeeter. Picture perfect! Niets meer aan doen. Waar alle andere trouwe fans de haast irritante Rita zagen, zag ik Rina. En ach, het is slechts één letter verschil, wat betreft haar voornaam dan. Ik had haar trouwens ook wel gepast in een film uit het jaar daarvoor. Eenzelfde rol als reporter had ze prima kunnen vervullen in Sky Captain and the World of Tomorrow – een echte steampunkfilm. Alleen had ze daar in dat script wat minder ruimte gehad voor de zogenaamde ‘yellow journalism’, riooljournalistiek. Maar ondanks de kleine mismatch die daarin optrad, vormde die gedachte bij mij hèt fundament om Gohes City op de gaan baseren. En Rita Skeeter was daarin eigenlijk de sleutel tussen die set en mijn Tycoon Newspaper verslaggevers, hoe merkwaardig ook. Ik kon namelijk al helemaal voor me zien hoe niet Polly Perkins (Gwyneth Paltrow) maar Rina Oddel door de straten van New York zou rennen terwijl Dr.Totenkopf’s gigantische robots door de straten marcheerden. Onbevreesd en met gevaar voor eigen leven stuntelt ze tussen de enorme stalen poten door, om net die ene alles beschrijvende foto te kunnen schieten waar het allemaal om te doen is.
Dit staat natuurlijk wel even helemaal los van mijn voorkeur om Gwyneth boven Miranda te prefereren als het op mijn smaak voor vrouwen aan komt, dat begrijp je natuurlijk wel!

Ontstaan van ‘Rara Rina’

Op een goed moment ontstonden de raadsels. Achmed had met de Reuze Navelpad zijn anagrammen en zij die de Tycoon Newspaper volgden, zwichtten trouw voor de opgaven die hij iedere maand weer publiceerde. En voor Karel Riemelneel met zijn opvolging kwam (de VZD), had Rina reeds haar raadseltjes geïntroduceerd. Ze trapte af met Wiskunje eten en zette de lezers aan het denken om simpele raadseltjes op te lossen. Dikwijls leidt dat tot hersenpijnigingen en het delen van interessante theorieën over wat die oplossing dan wel mag zijn.
De term achter de categorie Rara Rina heeft ook een oorsprong in het gezin waarin ik ben opgegroeid. Ik heb namelijk een klein splaakgeblek. Het uitspreken van de letter ‘R’ gaat mij iets minder af, waarvoor ik ook logopedie heb gehad. Mijn vader, pestkop dat hij was, zag er de humor wel van in en plaagde mij door mij te vragen na te spreken: “Rare Rina heeft een rare rimpel op haar rode reet.”
Tja, wat moet ik daar nog aan uitleggen? Waar hij het vandaan heeft weet ik niet, maar het heeft mij jarenlang achtervolgt… en doet het dus nu nog!

Allemaal ‘fijne’ weetjes

Rina is perfect. Zij komt erg dicht bij de werkelijkheid en is op de Tycoon Newspaper inmiddels wel uitgegroeid tot misschien wel het meest gerespecteerde typetje. Ze zwetst heerlijk en doet me daardoor ook wel een beetje aan mijn eigen zusje denken. Want die kan er ook wat van! Mensen hier kennen haar wel als de Blackhearted Goddess.
Lange tijd was Rina Oddel de enige vrouwelijke reporter. En ik denk dat dit er ook mede toe heeft bijgedragen dat er door haar lezers zo zuinig met haar is omgesprongen. Constant heeft zij tussen de heren haar mannetje gestaan en werd daar ook in gesterkt door de vrouwelijke lezers. Maar vooral het roddelen is haar grootste kracht geworden. En dat moest natuurlijk ook wel. Het geeft haar haar bestaansrecht en door allemaal fijne weetjes te verzamelen en te verspreiden is ze wat ze is en laat zij zich niets wijs maken.

En laten we nou eerlijk zijn: houden we er niet allemaal wel van om roddels te lezen, en dan met name roddels over mensen uit je directe omgeving?

Rina, we houden van je. En ik daarmee een beetje van mezelf, dat mag je best weten.

Ander bekende werk van Rina Oddel:

Hou je vast, want dat zijn er nogal wat!

Portret van de volgende maand: Kornelis Oflook.

Pst! Wisten jullie dat Rina Oddel ook ooit eens een uiterst seksistisch artikel heeft geschreven dat ‘Kaarsdrecht’ heet? Het gaat over het gelijknamige plaatsje dat als nieuwe plaats werd ontdekt nabij Caalcutta, onder Murokkoo. Je begrijpt wel, Rina schaamt zich een beetje voor dit artikel en als je het erover hebt dat wordt haar gezicht zo rood als een tomaat!

By rinaoddel | October 11, 2011 - 7:31 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Tycoon Newspaper Archieven

image by jkbrooks85, edited by Gsorsnoi

Eerdaags verschijnt mijn portret hier op de Tycoon Newspaper en zal er wat worden verteld over hoe ik hier verslaggeefster ben geworden. Tijdens het schrijven van dat portret en het zoeken naar oude artikelen heeft Gsorsnoi nog een aantal ongepubliceerde schrijfsels van mij gevonden. Van één ervan hebben we ons altijd afgevraagd of we die nou nog wel uit de Tycoon Newspaper Archieven moesten opvissen en publiceren. Want tjonge jonge, wat is ie flauw! Maar ja, heeft het schrijven van flauwe informatie ons er ooit van weerhouden iets in deze krant te zetten?

Wat eten wij vandaag is toch altijd weer de hamvraag als het er om gaat wat wij vandaag zullen eten. Als ik nu om ham vraag dan kan ik erop rekenen dat het op is. Daarom doen wij een greep in de vlaflipperkast. Alvorens wij ergens mee aan de slag gaan sla ik de room vast op. Want om slagroom te kunnen maken moet je een goeie honkballer zijn. Maar behoed je voor een enorme hoeveelheid slagroom, anders schrik je je straks een hoedje. En aangezien we nu niet echt zitten te wachten op een slaghoedje, slaan we de room dan toch maar even over. Misschien dat er nog een roomsoesje in zit, maar dat wordt bij nader inzien ook weer zo’n troep. Dus sturen we de troepen met slaghoedjes naar Rome. En als ik dit nu eens goed nalees, slaat dat ook weer helemaal nergens op.
Nu graaf ik toch een diep in mijn hersenstam. Want voor zover ik mij herinner, moet ik nog wel ergens de ingrediënten hebben liggen voor hersenstampot. Neem bijvoorbeeld mijn stamvader. Hij kan namelijk erg hard stampen. Hij stamt vanaf het allereerste deel van de stamboom. En dat begrijp ik dan weer niet. Want een stamboom begint toch ergens in de takken? En op de stam sta ik zelf. Mijn voorvaders kunnen trouwens al überhaupt mijn stamvaders niet zijn. Ik geen voorvader maar een voormoeder en die was een stam-pot. Maar goed, nu begin ik aardig te stamelen. En dat bewijst maar weer dat ik een ras echte stamgast ben.
Daarom gaan we nu over naar de jus. In de tuin heb ik nog een juslepelaar staan die ik mooi met jus kan opdienen. Ik heb alleen geen juslepel merk ik nu. Dat is balen. Eerst ging mijn slagroom al naar het slagveld in Rome, hersenstamppot zit er ook niet in omdat mijn voormoeder stam-pot was, en nu blijk ik ook al geen juslepel te hebben. Gelukkig ben ik aardig lenig, dus legde ik de lepelaar lekker in de lengte aan een leiband. Het is namelijk het geval dat ik vroeger zeer veel ervaring heb opgedaan bij het lezen in kookboeken. Leergierig dat ik was luisterde ik altijd naar mijn intellectuele leraar hoe hij voorlas uit erg leerzame leesbare legendarische lectuur dat handelde over een levengevaarlijke loslippige lanterfantende lesbische lichtekooi. Mijn ondertussen geliquideerde leraar bleek een enorme leugenaar. Hij legde mij later uit dat het eigenlijk een lofdicht was dat ging over het logaritme van een logistieke loempia.

image by Vianna, edited by Gsorsnoi

Met deze aanzet start de eerste ronde van ‘De consistente cijfercode’. Lees even de spelregels als je mee wilt doen.

“Joost! Joost… Joost…”
De stem leek hem van heel ver weg te roepen, dwars door tijd en ruimte heen. Het klonk zwak maar dringend en ging vergezeld van een echo. De stem drong erop aan dat hij wegging, zich terugtrok, terugkeerde…
“Joost! Joost…”
Een hand viel op zijn schouder en schudde hem door elkaar. Joost keek naar de hand en zag dat die robotisch was. Hij was doodsbang en probeerde weg te komen, maar dat lukte hem niet. Het herinnerde hem aan zijn eerdere confrontatie. De uit verschillende metalen vervaardigde hand hield hem stevig beet.
“Nee, laat me alsjeblieft met rust!” jammerde Joost. “Ik ben al in mijn graf. Ik ben veilig. Het is er vredig en stil. Niemand kan me daar kwaad doen. Laat me gaan!”
De hand liet hem niet gaan. Hij bleef hem stevig vasthouden en trok hem terug. De ijzeren greep was niet langer angstaanjagend maar verwelkomend en troostend, ondersteunend en geruststellend. De hand trok hem terug, terug naar de wereld van de levenden.

En toen, vlak voor hij terug was, werd de hand weggetrokken. De scharnieren, raderen en stangen vervaagden en de aderen en pezen die verschenen werden omwonden door huid en vlees. Hij zag dat de hand onder het bloed zat. Op een paar centimeter boven de pols zat een akelige wond en ontsierde de arm. De pijp was er reeds uit verwijderd. Zijn hart werd vervuld van medelijden. De hand was naar hem uitgestoken.
“Joost, ik heb je nodig.”
En daar, aan zijn voeten, zat Copper de spin die met zijn acht smaragd groene ogen als een hond naar hem opkeek.
“Ik heb je nodig.”
Joost reikte naar de hand en pakte hem beet…
De hand kneep pijnlijk in de zijne en rukte hem naar achteren, waardoor hij omver werd getrokken. Hij viel op de machinevloer.
“En blijf bij die verrekte ketel uit de buurt, ja?” beval Kornelis, die boven hem uittorende en woedend op hem neerkeek. “We zijn je de vorige keer bijna voorgoed kwijtgeraakt.” Hij keek Joost grimmig aan maar er lag een spoortje bezorgdheid in zijn rustige glimlach. “Gaat het?”
Joost, die op handen en voeten in het stoffige zaagsel lag, wist niets te zeggen. Hij kon alleen maar in stomme verbazing naar Kornelis kijken – Kornelis, die daar recht voor hem stond, Kornelis die behoudens de conditie van zijn arm gezond en wel was!
“Zo lijk je precies op die klungelige spin,” zei Kornelis ineens grinnikend.
“Mijn vriend…” Joost ging op zijn hurken zitten. Zijn ogen vulden zich met tranen. “Mijn vriend…”
“Begin nou niet te janken,” zei Kornelis waarschuwend. Het vijandige verleden dat zij deelden was hij nog niet vergeten. “En sta verdomme op. We hebben niet veel tijd. Graaf Schaurig…”
“Hij is hier!” zei Joost bevreesd en krabbelde overeind. Hij draaide zich moeizaam om naar de rij lopende banden die haaks op de grote stonden en zodoende allen naar de ketel leidden. Joost knipperde met zijn ogen. Geen Frank. En beslist geen Graaf Schaurig. Tinus stond bij het Hoofd van de Mysteriewetenschappen. Naast hem stond de grimmige en gespannen Advocaat voor de Wetten van de Natuurkunde. Maar van Phineke de Zeppelinpilote was geen spoor.
“Hoe… Ik heb Graaf Schaurig gezien…” Er kwam ineens een andere gedachte bij Joost op. “Jij!” Hij draaide zich wankelend om en keek Kornelis aan.
“Jij. Ben jij wèl echt?”
“Van vlees en bloed,” zei Kornelis. – Vervolg: minimum 24 woorden, maximum 563.

Vervolgtekst van Stoomkoker (382 sterren, 4,6,10,12,16,18,22,40,57,60,60,77):

“Nietwaar, een moment geleden was jij nog een robot. Je stond op het punt om mij uit elkaar te scheuren!” Joost deinsde achteruit en| struikelde daarbij net niet over een stuk hout. Maar dat was meer door een gelukje dan dat de aanwezigheid ervan hem was opgevallen. Zijn klungeligheid had hem al meer dan eens in de penarie geholpen.
Tinus schudde moedeloos zijn hoofd.
“Ziet dit er verdomme uit alsof ik uit boutjes en moertjes besta?” Kornelis hoefde zijn goede arm maar uit te strekken om Joost bij zijn vliegeniersvest te grijpen. Hij trok hem krachtig naar zich toe en confronteerde hem met de conditie van zijn slechte arm. “Dankzij jou is mijn arm er zo beroerd aan toe. En dankzij jou ben ik in die ketel gevallen waardoor ik het complete gevoel in mijn arm kwijt ben. Nee, erger nog. Ik voel helemaal geen moer meer!”
Kornelis woedde leek een kookpunt te naderen en verstevigde zijn greep om het stuk stof van het vest dat hij in zijn hand had. – Vervolg: minimum 18 woorden.

Vervolgtekst van Sandra (243 sterren ,0, 1, 2, 8, 9, 15, 16, 22, 36, 40, 45, 49):
Kornelis leek even niet voor reden vatbaar. De anderen stonden op het punt om in te grijpen. Tinus| en het Hoofd van de Mysteriewetenschappen zouden uit alle macht proberen te voorkomen dat de reusachtige man Joost alsnog een kopje kleiner zou maken. De Advocaat niet. Hij zou er bij blijven staan kijken en het zou hem koud hebben gelaten wat er met hem zou gebeuren. Maar Kornelis bekoelde en bedwong zijn gevoel van ongenoegen jegens de sukkelige Joost. Hij liet hem los en ontspande een beetje.
“Dat ik met criminelen zoals jou samen moet werken. Het is echt ongehoord.”
“We,” corrigeerde de Advocaat hem “dat we met hem moeten samenwerken.”
Kornelis zij niets. Hij keerde zich van het gezelschap af en schatte in hoe benard of hun situatie was geworden.  Door de hele fabriekshal lagen honderden metalen lijken verspreid. Het gros ervan lag er zo bij door de aanvaring die ze met Tinus en Kornelis hadden gehad. Alleen spoedig zouden ze weer tot leven komen en opnieuw dupliceren. Graaf Schaurig had de robots met een plasma bewerkt  waardoor zij dit vermogen hadden gekregen. Evenals Frank Groot, Stein Klein en de andere monsters die hij had gecreëerd, waren de robots een stel gruwelijke producten die in dienst stonden van zijn verdelgingsacties op het volk van Gohes City. De graaf zou opnieuw wraak nemen en het was aan deze onwaarschijnlijke groep individuen om dat te verhinderen. – Vervolg: minimum 22 woorden.

Vervolgtekst van BoB (431 sterren, 1, 2, 5, 8, 9, 18, 28, 42, 66, 80, 84, 88):
“Als we niet heel snel iets aan al die metalen karkassen doen, worden we dadelijk onder de voet gelopen”, beet Tinus Kornelis | toe. “Dan heeft de Graaf straks helemaal vrij spel in onze stad”.
“En aan wat voor oplossing denk je dan? “, wilde de Advocaat weten.
“Ja precies, je slaat de spijker op zijn kop: een oplossing! In deze fabriek is een grote hoeveelheid zwavelzuur opgeslagen; als we dat over de robots gieten, zijn ze binnen de kortste keren opgelost, plasma of geen plasma!”.
Het Hoofd Mysteriewetenschappen verliet in draf de zaal om zo snel mogelijk terug te keren met een groot, van een opgeschilderd doodshoofd voorzien, vat. Hij en de Advocaat begonnen de roerloze robots te overgieten en
deze verdwenen als sneeuw voor de zon.
Eenmaal gerust dat deze noodsituatie onder controle was, wendde Tinus zich tot Joost. “Wat bedoelde je daarnet, toen je riep dat Graaf Schaurig hier is? Volgens de laatste berichten zou hij zich nog minstens duizend
kilometer verderop bevinden. Vertel op, waar heb je hem gezien?”.

Set van de te raden letters van deze ronde:

A = 10 (geraden door Stoomkoker)
D = 4 (geraden door Stoomkoker)
E = 3 (geraden door BoB)
G = 9 (geraden door Zombie)
H = 2 (geraden door Stoomkoker)
J = 8 (geraden door Zombie)
L = 11 (geraden door BoB)
M = 1 (geraden door BoB)
P = 5 (geraden door Zombie)
S = 12 (geraden door BoB)
T = 7 (geraden door BoB)
W = 6 (geraden door BoB)

De code is gekraakt! En daarmee is deze ronde ten einde. BoB feliciteren we met de titel Eerwaarde Steampunk Essayist, want hij staat met een eindstand van 591 bovenaan. Eenieder die zich daartoe uitgenodigd voelt, mag nu t/m de 25e van deze maand nog een vervolgtekst insturen.
– Nu inzenden en voor je beurt spreken betekent dat je GEEN sterren krijgt.
– Nu inzenden en niet voor je beurt spreken betekent dat je WEL gewoon sterren krijgt.
Verder lijkt het me ook wel verstandig om van de optie ‘claimen’ gebruik te maken.

Totaal gescoorde sterren per speler:

  • Rekenkundig Architect BoB > 431 + 10 + 10 + 10 + 10 + 10 + 10 + 25 + 25 + 50 = 591 sterren.
    (gecorrigeerd n.a.v. comments October 7, 2011 @ 20:13 & October 7, 2011 @ 20:21 & October 7, 2011 @ 20:34)
  • Alchemistische Tijdmachine Boekanier Stoomkoker > 382 + 10 + 10 = 412 sterren.
  • Superieure Schreivoutenvinder Sandra > 243 sterren.
  • Zombie > – 25  + 10 +10 + 10 = 5 sterren.

By Olga Sloot-Koers | October 3, 2011 - 6:19 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

image by FaceMie, edited by Gsorsnoi

Op een warme vrijdagmiddag in oktober stap ik een patatzaak in Haarlem binnen en spreek de eigenaar er zonder begroeting vrolijk toe:
“Ik heb mij laten vertellen dat jullie belachelijk goeie patat verkopen.”
De oudere man achter de toonbank is duidelijk overdonder van mijn ongewone entree, maar zijn zoon reageert terstond:
“Zo, dat is nog eens een mooie binnenkomer. Je schept wel hoge verwachtingen!”
De frietzaak aan de Kruisweg in Haarlem staat bekend om zijn biologische aardappel kunsten en de eigen gemaakte friet- en satésauzen. Zowel vrienden als mijn vrouw en collega’s hebben mij aangespoord om de zaak eens een bezoek te brengen en er mijn smaakpapillen te trakteren op de bijzondere lekkernij. Een betere reclame kon deze ambachtelijke toko die dag echt niet krijgen; naast mij stond een tweetal heren waarvan er één bliksemsnel reageerde en zijn microfoon onder mijn neus schoof. Van dit geweldige live moment werd rijkelijk geprofiteerd. Het daarop volgende interview werd direct de ether in gezonden en ongetwijfeld gehoord door vele luisteraars van het regionale radiostation.

Tel daarbij op dat deze reclame nu ook nog eens in de Tycoon Newspaper verschijnt en iedereen zal overtuigd raken waar de beste frietjes te halen zijn. Want lekker zijn ze, laat je dat verteld zijn!

By achmedlien | September 30, 2011 - 7:48 am - Posted in Duimzuigerij, Gekalibreerde Gedrochten, Nederlands

image by The Constortium, edited by Gsorsnoi

NEMEA, TRETUS – GRIEKENLAND – De rasperige tong likte langs de grote wond in de nek van een man. Bloed gutste niet langer uit het gapende gat naar buiten, maar vloeide slechts langs de kartelige randen zodra een flink snuit zich erin begroef. Scherpe nagels kraste door het vlees. Terwijl het monsterachtige dier vrat trok het bloed van zijn slachtoffer door zijn ruige haren en besmeurde zelfs zijn manen.
De leeuw keek op. Hij had de tijd nog niet gehad om aan zijn volgende maaltijd te beginnen of hij rook hoe twee ongelukkige individuen de bergwand van de Tretus beklommen om hun dood tegemoet te lopen.

In deze bergen van de provincie Argolis terroriseerde de Nemeïsche leeuw het oude Griekenland. Zijn domein bestond uit een grot dat zich op de hellingen van de berg Tretus bevond. Zijn hol had twee ingangen. En beide hield hij met Argusogen in de gaten, wachtend op de volgende versnapering waar hij zijn tanden in kon zetten. Er zijn verschillende verhalen rondom het ontstaan van dit huiveringwekkende schepsel. Sommige beweren dat hij werd geboren uit al even monsterachtige ouders, zoals de veelkoppige draak Typhon en de vleesetende slangenvrouw Echidna, of de vuurspugende Chimaera en de tweekoppige hond Orthus. Volgens een ander verhaal schiep Selene de leeuw op bevel van Hera, de oppergodin, waarbij ze zijn harige lichaam uit zeeschuim vormde. Daarna gaf ze hem aan Iris, de godin van de regenboog, die het enorme dier aan haar gordel bevestigde en hem vervolgens naar de aarde bracht. Achtergelaten op de berg Tretus joeg hij op de onderdanen van Selene, als wraak voor het niet brengen van offers.

Er was nog steeds niets te horen. Niet een plotseling zwaar inademen, niet het tikken van de nagels van zijn klauwen over de stenen, noch het ritselen van de donkere kwast aan het einde van zijn staart die over de rotsbodem sleepte.
De regen had de modder van haar lichaam gespoeld zodat Pyralis’ marmeren huid glansde in het zonlicht. Haar lichaam leek uit antraciet gehouwen en haar armen en benen waren bedekt met sterke platte spieren. Haar borsten waren hoog en hard en afgezet met een brede halsketting. De leeuw hoefde alleen maar een blik naar buiten te werpen om te weten dat hij gezelschap had. Het licht zou ervoor zorgen dat ze een duidelijk doelwit waren zodra ze de grot betraden, maar het zou ze ook een kans geven Protos in de duisternis daarbinnen te vinden, dus deed ze geen moeite het licht van haar fakkel te doven.
Leonidas de Bruut, draaide zijn brede lijf om en tuurde omzichtig om de rotswand heen in een poging iets in de duisternis te ontwaren. Hij bleef een lange tijd zo staan, met zijn pezige hoofd scheef, en luisterde daarbij zo aandachtig alsof het geluid door een meters dikke muur moest komen. Hij gebaarde Pyralis dat ze bij hem moest komen. De glooiing van het pad waarop zij stond lag recht tegenover de ingang van de grot. Zij hield daarom haar ogen op de grote opening gericht, terwijl ze over het pad vloog en zich vlak naast hem tegen de rotswand drukte. Het oppervlak waarop zij stonden bood nauwelijks genoeg ruimte voor twee man. Zou de leeuw nu naar buiten komen, dan zaten ze als ratten in de val.
Leonidas boog zich moeizaam naar haar toe en fluisterde wat in haar oor: “Daarbinnen is het zo zwart als de nacht. Ik kan verdomme geen moer zien. Maar ik dacht dat ik iemand hoorde snakken op het moment dat jij naar hier kwam. Dat zou best eens Protos kunnen zijn.”
Pyralis’ hart maakte een sprongetje. Dit kon betekenen dat hij nog steeds leefde. Het gaf beide redders hoop en wat meer moed.
“Heb je iets kunnen zien van de leeuw?”
“Behalve nòg meer zwart en de indringende geur van zijn urine?” vroeg hij terwijl hij zijn neus vol walging optrok.
“Nee, ik heb nog niets van dat beest gezien. Maar ik ben er zeker van dat hij er zit.”
Behalve de geur van zijn ontlasting en pis was de stank afkomstig van bedorven, rottend vlees. Pyralis durfde niet te denken aan wat ze daarbinnen zou vinden. Als Nemea de laatste tijd een paar inwoners had gemist – de herder die was verrast toen hij zijn kudde hoedde, een kind dat te ver van zijn moeder was afgedwaald, een spoorzoeker die nooit terug was gekomen – zouden de overblijfselen waarschijnlijk in deze grot liggen.
Pyralis had de leeuw niet zien weggaan. Toch zouden ze het beslist hebben gehoord als hij nog steeds binnen was. Maar ze wisten ook dat de grot zich strekte tot diep in de bergen en aan de andere zijde mogelijk wel één of meer uitgangen moest hebben. Het kon ook zijn dat de leeuw zich onlangs zo had volgevreten dat hij ergens in de krochten van dit naargeestige hol lag uit te buiken. Het beste wat ze konden hopen was dat de leeuw sliep. In dat geval maakten ze een kans.
Vol angst maar geruisloos glipten ze de grot binnen. De ingang was niet erg breed of hoog – de leeuw zou zich naar binnen moeten persen, wat ook wel bleek uit de dikke plukken zandgeel haar die de bovenkant en de zijkanten bedekten.
De ingang liep over in een wijde grot en strekte zich naar boven en naar weerszijden uit tot een grote ruimte in ruwweg de vorm van een kleine theaterzaal. Achterin was het iets hoger en ontving enig vals licht van een onbekende lichtbron. Links en rechts was het plafond lager en strekten twee gangen zich verder uit naar achteren. Achter het hogere plateau was nog een ondiepe donkerdere geul die het stereotype beeld van de theaterzaal doorbrak. Of ze hadden het achterste decor weggehaald. Het bleek toevallig; zoutoplossingen hadden de gesteentes overal in deze ruimte aangetast zodat de grot in de loop van de afgelopen duizenden jaren haar vorm had gekregen. De kleurveranderingen door afzetting van zouten op het steenoppervlak, zoals het geval is bij witte zoutplekken op een bakstenen muur, verrieden de totstandkoming van de grote uitholling.
Het licht van Pyralis’ fakkel weerkaatste van de vochtige muren en verlichtte de hele spelonk, behalve het verloop van de gangenstelsels aan de zijkanten – die vrijwel volledige in de duisternis verloren gingen – en de geul achter het ‘podium’. Leonidas en Pyralis vestigden hun aandacht op die plek die recht voor hun lag. Het was sinister en tegelijk aanlokkelijk om er op af te stappen om er meer van te zien. Terwijl ze naderbij kwamen meenden ze dat ze lichamen konden zien. Behoedzaam verkleinden ze de afstand met de geul, maar hielden de verduisterde gangenstelsels angstvallig in de gaten. De kans op een hinderlaag was aanzienlijk.

Het draagbare licht bracht de gruwelijke trofeeën van de leeuw in beeld.
Lijken in allerlei staten van ontbinding lagen er slordig opeengestapeld aan de muren. Kloeke en minder heldhaftige mannen, vrouwen en zelfs de allerjongste kinderen – ze waren allen duidelijk vol pijn en kwelling gestorven. Gelaatsuitdrukkingen waren bevroren in de lethargie van de dood. Leonidas de Bruut die met de dood had geleefd in zijn leven als worstelaar werd er misselijk van. Hij sloeg dubbel en braakte. Pyralis volgde zijn voorbeeld en werd door de pure beestachtigheid en de opzettelijke wreedheid verpletterd. De weerzinwekkende aanblik beroofden ze bijna van hun zinnen. Hun ogen vertroebelden en voelden zich licht in hun hoofd.
“Protos!” Leonidas veegde met de rug van zijn hand zijn mond af. Hij wees. Pyralis tuurde in de door de fakkel verlichte duisternis en vond Protos. Ze snelde naar hem toe. Ze richtte haar aandacht op hem. Hoop bande even al het andere uit haar hoofd en deed dat ze zich beter voelde. Haar broertje leefde, hoewel zijn leven aan een zijden draadje hing als ze op zijn uiterlijk af mocht gaan.
Net als talloze andere slachtoffers lag deze Nemeaan er als een verloren vod bij. Op zijn zij lag hij met zijn armen in een poel van bloed. Zijn hoofd was lusteloos naar de vloer gekeerd. Meerdere wonden aan zijn rug en hoofd gaven blijk van zijn penibele toestand. Aan zijn voeten kleefde zoveel gestold bloed dat het Pyralis aanscheen dat haar broertje aan zijn benen naar deze plek was gesleept. Op de reutelende ademhaling na, die Leonidas buiten de grot al had gehoord, leek hij zo goed als dood. Maar hierbinnen klonk het veel luider en beiden hielden zich vast aan de gedachte dat dit nog niet voorbij hoefde te zijn.

Wenende keek Pyralis op van Protos naar Leonidas. Ze kon zien dat die gespannen en alert naar de duisternis van de zijkant van de grot staarde en ze zag dat zijn gezicht verstrakte. Hij draaide zich om, gebaarde en zei woordeloos iets tegen haar. Maar ze hoefde hem niet te horen. Ze verstijfden allebei en realiseerden zich maar al te goed welke zwarte vlek daar door de duisternis sloop.
De leeuw kwam eraan.
“Protos!” smeekte Pyralis wanhopig terwijl ze de polsen van de man stijf beetgreep. Haar tranen prikten zout in de wonden van zijn gezicht.
“Protos, jongen, kom terug bij ons!”
Maar de leeuw die zich al die tijd had verscholen in de schaduwen van zijn hol sloeg deze zogenaamde redders gade en wachtte het juiste moment af voor zijn aanval. Hij had alle tijd gehad om zorgvuldig zijn moment te kiezen, omdat hij uit ervaring wist dat maar weinig Grieken zo’n hopeloze reddingsactie zouden ondernemen. Tot grote vreugde van de leeuw had dit tweetal echter besloten hem te achtervolgen. Het was meer dan waarop de leeuw gehoopt had. Van de man wist hij niet zo goed wat hij er aan had. Hij zat goed in het vlees, maar het stond hem aan dat hij hem niet veel jachtplezier zou bieden. Hij leek meer op een log beest, zoals een flink rund. Hij zou er in elk geval voorlopig niet meer op uit hoeven om zijn maaltje te vergaren. Dat stemde hem tevreden.

De leeuw kwam in beweging. Leonidas bleef pal staan; hij ging ervan uit dat de leeuw zou wachten tot zijn hele lijf, inclusief zijn achterpoten, vrij waren uit het donker voordat hij zou aanvallen. Een groot mes dat hij had meegebracht brandde zowat in zijn Leonidas’ greep. Hij hief het uitdagend op en dwong zichzelf zijn gedachten op zijn belager gevestigd te houden. Dit zou een strijd worden op leven en dood. Leonidas wilde dat hij meer van de Nemeïsche leeuw afwist en probeerde driftig alles te herinneren wat de Grieken hem erover verteld hadden.
De leeuw had honger. Hij likkebaardde en trakteerde hem op een blik die op zichzelf al dodelijk was. Hij was van plan om Leonidas te grijpen en op te eten; daarna zou hij met een lekkere volle maag achter de jonge vrouw aangaan, die hem sappiger leek. Op een haast luie manier haalde hij uit met de klauw van zijn voorpoot met het plan Leonidas klem te zetten en op te eten terwijl het vlees nog warm was.
Leonidas werd met die actie overvallen. Hij dook weg en wierp zich naar achteren. Een enorme klauw schraapte over zijn maagstreek, ging dwars door zijn leren pantser alsof het van zijde was en verscheurde zijn huid en spieren. Geschokt van het gemak waarmee de leeuw schade aan kon richtte, moest hij zichzelf herpakken en werd nerveuzer in zijn handelen. Dit kon wel eens een bijzonder ongelijke strijd gaan worden. Hij reageerde bliksemsnel op de aanval. Hij dook op zijn vijand af voordat de leeuw de tijd had gehad ten volle te beseffen wat er aan de hand was. Hij stak met zijn mes in de kop van de bloeddorstige leeuw en sprong meteen weer van hem weg om een fatale beet te vermijden. De leeuw trok zijn hoofd op zij en schudde de schaamte van zich af dat hij zich een moment had laten verslappen. Maar krijsen van woede of pijn deed hij niet. Sterker nog, er was op zijn kop geen aanwijzing te bespeuren dat Leonidas hem überhaupt had toegestoken. Leonidas was met de stomheid geslagen. Dit beest leek onverwoestbaar! De moorddadige leeuw trok zijn lichaam verder uit de doorgang los en zijn ontzagwekkende voorkomen dreef de aanvaller letterlijk achteruit, in een hoek waar geen ontsnappen meer uit mogelijk was. Maar Leonidas liet zich niet kennen, wierp alle doodsangst van zich af en viel de leeuw op een barbaarse wijze aan. Hij stak hem een paar keer in zijn kop, in zijn schouder en in zijn flank en tekende daarmee zijn doodsvonnis; hij was te dichtbij gekomen. De leeuw zag zijn kans schoon, opende zijn kaken en liet het dichtslaan om de nek van de man die nu een wel erg makkelijke vangst was geworden.
En toen viel alles stil.
Een ogenblik later liet de Nemeïsche leeuw het hoofd direct weer uit zijn bek glijden. Een heftige rode straal steeg op uit de nekslagader van Leonidas die nu bloot was komen te liggen. Onder een ongenadige druk spoot het tegen het plafond van de grot en trok er een lange rode streep gelijk aan de valbeweging die zijn onthoofde romp beschreef naar de harde vloer. Pyralis was perplex van de bovennatuurlijke krachten van dit monster. De krachtige uithalen die Leonidas had verricht met zijn mes op de harde huid van de leeuw had nog geen schrammetje schade aangericht. Zelfs de grote zware stippen op zijn zandkleurige vacht lieten geen tekenen zien dat er ook maar een klein wondje onder de donkere haren verscholen ging. Bevend omklemde Pyralis haar zwaard en was haar zorg om haar broertje compleet vergeten. Zelf overleven had hier alle prioriteit. Hij viel geen tactiek op los te laten. Het was alles of niets.

Ze zette zich schrap voor de aanval die nu komen ging. Oog in oog met de dood staarde ze in de bruine kijkers van haar verdelger die meesmuilend op haar toe stapte. Zij stapte naar rechts toen de leeuw hetzelfde deed waardoor ze tegen de wijzers van de klok in om elkaar heen draaiden en positie kozen. Daarbij moest ze uitwijken voor de verhoging achter in de ruimte of ze moest haar energie verspillen door erop te stappen. Het was een slimme zet van de leeuw, want het leverde hem op dat Pyralis ervoor koos ervan weg te stappen waardoor de afstand tussen jager en prooi kleiner werd. De grootste vrees van Nemea zag zijn kans schoon en sprong op haar toe. Door de kracht waarmee hij vanuit zijn gespierde achterpoten opsprong, schoot hij zo ver door dat hij haast door haar lijf heen drong en sleepte haar hierdoor mee de duisternis is. Alles wat de dappere Pyralis hier nog kon doen voor ze onder zijn zware lijf bedolven ging was haar zwaard op te heffen en het te richten op zijn hart. Veel effect had alleen het niet meer; het bloed dat zich even later vanuit de schaduw bij dat van Leonidas voegde was niet van de leeuw afkomstig. Het langwerpige blad was gezwicht onder de ondoordringbare huid en had het begeven. Het schrokkende geluid, afkomstig uit deze donkere hoek van de grot, was veelzeggend over het lot van Pyralis.

Anders dan dit eenzijdige gevecht van de stoutmoedige strijders van Nemea, ging het Heracles  veel beter af. Maar hij was dan ook de sterkste man die ooit had geleefd. Nadat hij aangespoord door Hera door waanzin werd getroffen en zo zijn eigen kinderen vermoordde, moest hij in dienst treden van de koning om aan de toorn van de wraakgodinnen te ontsnappen. Ingesteld door zijn neef Eurystheus, die de koning was, werden hem twaalf werken opgelegd. Bij de eerste was het meteen raak: hij moest de Nemeïsche leeuw doden.
Op zijn zoektocht naar de leeuw, verzamelde hij wat pijlen om tegen hem te gebruiken, niet wetende dat zijn gouden vacht volkomen ondoordringbaar was. Toen hij op hem schoot met zijn pijl en boog, ontdekte hij de beschermde eigenschappen van de vacht toen de pijl er onmiddellijk vanaf ketste en vluchtte weg om zijn strategie te kunnen herzien. Na enige tijd keerde Heracles terug naar de grot. In de tussentijd was hij te weten gekomen dat de grot twee ingangen had, waarvan Heracles er één blokkeerde, via de andere ging hij naar binnen. In zijn volgende confrontatie met de leeuw sloeg hij hem op zijn kop met een enorme knots. Maar de leeuw schudde slechts zijn kop om het suizen uit zijn oren te verdrijven die de klap had opgeleverd. Heracles begreep dat hij het heel anders moest aanpakken en gooide zijn wapens terzijde. Achter in grot dreef hij hem in een hoek en begon met hem te worstelen. Tijdens het gevecht ontweek hij diens woeste uithalen, maar ook de leeuw kreeg het met Heracles te kwaad, want beide beschikten over bovennatuurlijke krachten. De enige schade die de leeuw Heracles  nog wel kon toebrengen was het afbijten van één van zijn vingers. Kort daarop lukte het Heracles  om zijn armen om de nek van het monster te klemmen en wurgde hem tot de leeuw stierf.
Tot slot velde hij het monsterlijke dier door zijn huid eraf te snijden met de levenloze klauwen. Hij sloeg de huid als een beschermende mantel om zich heen en gebruikte de kop als helm. Sindsdien zien we Heracles vaak afgebeeld met een knots en de pels van de Nemeïsche leeuw.

By rinaoddel | September 22, 2011 - 2:08 pm - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands, Verbaal Genot

Opgemerkt toen een logopediste op ‘Dove’ trakteerde tijdens haar vertrek. Iets klopt hier niet helemaal.

Uitgesproken door: een opmerkzame collega.

Datum: donderdag 22 september, 2011.

Bij dezen zal ik mij meteen even voorstellen, mijn naam is Olga Sloot-Koers. Sinds kort ben ik economisch verslaggeefster bij de Tycoon Newspaper. Samen met mijn zoon Wally Sloot woon ik al enige tijd in Gohes City en hoop hier bij deze redactie een hoop van mijn kennis met jullie te delen en veel te gaan leren van mijn nieuwe collega’s. Verder wil ik hierbij direct mijn eerste artikelenreeks opstarten die een spel moeten gaan vormen en jullie bekend maken met de spelregels die daarbij horen.

De eerste aanzet.

‘De consistente cijfercode’ is de werktitel van een kettingverhaal in de Steampunk-stijl. Iedere ronde verschijnt hier een nieuw hoofdstuk van dat wordt ingeleid met de zogenaamde ‘aanzet’. Deze aanzet bestaat uit een eerste stuk tekst die ik iedere ronde zal schrijven. Hierop kan iedereen die dat leuk vindt, een vervolgtekst schrijven. Dat mogen een paar regels zijn, maar het mag ook opnieuw een flinke alinea zijn. De grenzen aan de omvang worden bepaald door de lengte van de aanzet die ik heb gemaakt en het te bepalen minimum aantal woorden. Dus indien de aanzet 557 woorden lang is, wat met deel 1 het geval zal zijn, en ik roep dat het vervolg minimaal uit 24 woorden moet bestaan, dan zijn dat de aantallen waarbinnen je moet werken. Jouw vervolgtekst kunt je kwijt in de comments.

Het raden van letters.

Om elke ronde een kop en een staart te geven werken we naar het einde toe door het raden van letters. Vooraf is er aan een bepaald aantal letters een waarde gehangen… de zogenaamde cijfercode. Dat gaat ongeveer zo: als de ‘A’ zeven punten waard is, dan krijg je voor alle ‘A’tjes evenzoveel punten eenzelfde principe dat opgaat voor alle andere letters. De punten worden uitgekeerd in sterren en zijn te gebruiken in het spel Tycoon van de Maand. Het is een puzzel waar je tactische tegenaan kunt schrijven om de code te kraken. Letters gokken wordt telkens beloond met een x-aantal sterren, 10 voor correcte gokken en -25 voor foutieve gokken. Een reactie van mij op het ingestuurde artikel kan er ongeveer zo uitzien:
“Tezamen 383 sterren à 0, 4, 10, 14, 18, 18, 18, 22, 35, 36, 48 en 160. Volgend minimum is 18 woorden.”
Uit dit voorbeeld maken we dus op dat er 12 letters zijn gebruikt waaraan vooraf een waarde is gehangen. Drie ervan hebben een totaal aantal sterren van 18 opgeleverd. Maar omdat iedere letter zijn eigen unieke waarde kent moeten minimaal twee van de twee cijfers uit een optelsom van punten bestaan. Met andere woorden: de letters zijn dus vaker dan eens gebruikt. Hier begint de hele puzzel: welke letters zijn hier door cijfers vertegenwoordigd en in welke volgorde vinden we ze terug in de minimumtekst?
Belangrijk: de puntentelling gaat alléén op voor het minimum aantal woorden die je hebt geschreven (24 dus uit ons voorbeeld, de zogenaamde minimumtekst).

Is de code eenmaal gekraakt, dan eindigt daarmee het deel waar we op dat ogenblik aan werken en zien we elkaar de volgende ronde weer. Hij of zij die dan de meeste letters heeft geraden is de Eerwaarde Steampunk Essayist en wordt beloond met een aditionele 50 sterren! Ik zal in voorkomende gevallen eventueel nog wel een tussenstuk schrijven, indien dat voor een volgend deel wenselijk is. Dit zal ik steeds doen in overleg met hem of haar die het laatst een inzending heeft gedaan.

Niet voor je beurt spreken.

De consistente cijfercode werkt met de VZD-regel ‘niet voor je beurt spreken’. Ben je net aan de beurt geweest met het schrijven van een vervolgtekst dan mag je dus nog wel één of meer letters gokken (zolang je dat maar binnen één comment doet), maar voor het schrijven van een nieuw stuk tekst moet je eerst wachten tot een ander die kans ook heeft gehad – en andersom. Het niet voor je beurt mogen spreken gaat zowel op voor het schrijven van een vervolgtekst als voor het raden van letters.

De optie ‘claimen’.

Een reëel gevaar binnen deze regels is echter wel dat je net een hele lap tekst zit te typen en een ander je net voor is met inzenden. Daarvoor hebben we de optie ‘claimen’ in het leven geroepen. Plaats in het geval dat jij de beurt wilt opeisen in de comments dat jij de volgende vervolgtekst voor je rekening neemt.  In het opvolgende tijdsbestek van maar liefst vijf uur mag niemand anders dan jijzelf een stuk tekst insturen. Je mag dan alleen natuurlijk niet een ‘niet voor je beurt spreken’-blokkade hebben. Hiermee leg je wel een druk op jezelf; stuur je namelijk in dat termijn geen vervolgtekst in, dan ben je zelf voor de eerstvolgende vijf uur geblokkeerd, dit om eventueel misbruik van de regel tegen te gaan.
Mocht er niet geclaimd zijn en er zijn toch twee stukken binnen gekomen, dan zal ik beslissen wiens stuk er geplaatst wordt. Historische winst en originaliteit wegen hier zwaar in mee. Over mijn beslissing kan niet worden gediscussieerd.

Ieder een rol.

Dan nog even de rollen in het schrijven. Schrijven is een kunst en vergt een stukje discipline om de voortgang soepel te houden. Daarom heb ik bedacht dat de eerste vijf schrijvers die zich aanmelden rollen worden toegekend, beginnende bij mezelf. Ik heb altijd de eerste en belangrijkste rol en ben Continuïteitsbewaker van Ruimte en Tijd. Klinkt allemaal heel deftig, maar feitelijk draag ik er zorg voor dat er een ononderbroken samenhang bewaard blijft in de verhaallijn. Zo kan niet iemand ineens aan het roer hebben gestaan van een vliegmachine als deze persoon tezelfdertijd gebonden en heftig bloedend op een operatietafel ligt. Bovendien wordt dat een beetje lastig.

Er blijven dan vier hoofdrollen over, te verdelen over de eerste vier inzenders en toe te kennen in de volgorde van winst.

  1. Alchemistische Tijdmachine Boekanier.
    Deze taak zal nog niet eens zo eenvoudig blijken, maar begerenswaardig is hij zeker. Jouw doel is het voorspellen van het nog ongeschreven verloop van het verhaal. Iedere juiste voorspelling wordt beloond met 2 sterren. Ik verklap vast dat je die krijgt ook!
  2. Superieure Schreivoutenvinder.
    Deze rol lijkt me redelijk voor zich te spreken. De houder van deze rol is belast met anderen te wijzen op hun schreivouten. Eenmaal gevonden en uitgedeeld, kan iedere schreivout worden bestraft met -1 ster. Te incasseren door te overtreder van de schreivout. Elke tekst in de comments wordt hierin meegerekend, of ze nou verband houden met het verhaal of niet (zolang ze maar bij het verhaal staan! We gaan niet met terugwerkende kracht alle eerder geschreven schreivouten van de Tycoon Newspaper bestraffen). Een belangrijke eis is dat de uitvoerder van deze rol genadeloos is. Schreivouten moeten wel worden onderbouwd. Verder is er maar één schrijfwijze van ’schreivout’ toegestaan. Te weten: ’schreivout’. Schrijffouten kennen we niet.
  3. Rekenkundig Architect.
    Hij of zij die deze rol krijgt toebedeeld heeft een bijzonder gewichtige taak uit te voeren: mij te betrappen op rekenfouten. Iedere fout die ik eventueel maak in het uitkeren van sterren aan de schrijvers wordt, indien door hem of haar opgemerkt, beloond met 25 sterren. Wees gerust: ik gebruik een script voor mijn berekeningen. De kans dat je mij erop zult betrappen zou dus klein moeten zijn.
  4. 4. De draak van een schreeuwlelijk.
    Dit is de meest ondankbare taak van allemaal en niemand zal hem echt willen hebben. De bedoeling is dat je meedogenloos met kritiek gaat zitten smijten. Spijkerharde beoordelingen van andermans werk vliegt er over jouw tong. En je krijgt er geen moer voor!

Achtergrond bij dit verhaal.

Dan nog even wat broodnodige achtergrondinformatie bij dit schrijfwerk. Belangrijk om te weten is dat deze vertelling zich afspeelt ná het Navelpad Mysterie. Padden en zombies mogen niet worden beschreven in dit verhaal. Achmed Liën, de Reuze Navelpad en Retroman mogen evenmin worden genoemd. In het benoemen van de andere vaste Tycoon Newspaper verslaggevers ben je vrij. Tijdreizen is niet toegestaan. Graaf Schaurig en Frank Groot zijn in ieder geval slechteriken in het verhaal, maar er is eventueel ruimte voor meer zwartgallige personages als je dat zou willen. Het verhaal start in een fabriekshal die relatief gezien op eenzelfde locatie binnen Gohes City ligt, als de Amerikahaven dat doet binnen Amsterdam. Verder is het natuurlijk de bedoeling dat je de titel van het verhaal actief laat terugkomen.

Hierbij even een korte opsomming van de vaste personages:

  • Joost Stunner.
    Is mijn ex-man. Hij is niet de vader van mijn zoon Wally Sloot en heeft ook nooit voor de Tycoon Newspaper geschreven.
  • Spin Copper.
    Dit is een robotachtig diertje dat geheel bestaat uit koperen onderdelen. Uiterlijk is het precies een spin, maar qua gedrag is het juist een hond. Eigenaar van Copper is Wally.
  • Kornelis Oflook.
    Deze verslaggever van de Tycoon Newspaper is eerder kort beschreven in Navelpad Mysterie (28): Het laatste nieuws. Na Rina Oddel zal Gsorsnoi een portret over hem schrijven. Mocht je moeite hebben dit personage goed neer te zetten met de huidige informatie, dan kun je dit het beste aan mij vragen.
  • Graaf Schaurig.
    Komt na Kornelis aan bod in de portretten. Zie ook het Navelpad Mysterie. Voor hem geldt hetzelfde als voor Kornelis, voor vragen kun je bij mij terecht. Om je een handje te helpen: uiterlijk komt deze man overeen met Darth Sidious uit Star Wars, ook wel: de verschrompelde versie van Senator Palpatine.
  • Frank Groot.
    Tweelingbroer van Stein Klein. Beide zijn Frankenstein experimenten van Graaf Schaurig en wijken qua postuur nogal van elkaar af. Frank is zwijgzaam!

Overige personages waar je zelf je fantasie op los kunt laten:

  • Phineke de Zeppelinpilote.
  • De Advocaat van de Wetten van de Natuurkunde.
  • Hoofd van de Mysteriewetenschappen.

Begin oktober begint de eerste ronde. Iedere keer dat de cijfercode gekraakt is, komt daar een vervolg op die ik zelf zal schrijven geïnspireerd op jullie inbreng. Zo schrijven we samen één verhaal, dat ongetwijfeld een bizar verloop zal kennen.

Ben benieuwd. Jij ook?

[UPDATE: 22-11-2011 – spel is los geweekt van haar maandelijkse vorm. Dit betekent dat het vanaf nu niet langer nodig is de code te kraken binnen één maand. Zolang de code niet is gekraakt kan er door worden ‘gespeeld’. Een nieuwe ronde start steeds in de vorm van een nieuw artikel. Hiermee krijgt het spel een oneindig karakter. Het spel stopt pas, zodra het duidelijk is dat alle losse eindjes in het verhaal verteld zijn en de ontknoping bereikt is, net zoals dat bij elk ander normaal verhaal het geval is. ]

By gsorsnoi | September 17, 2011 - 2:16 pm - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

image by Derrick Coetzee, edited by Gsorsnoi

Zelden of nooit verschijnt één van mijn artikelen eerder op een andere website dan dat deze op de Tycoon Newspaper verschijnt. Wel, daar was deze keer een goede reden voor om daar vanaf te wijken. Webtales.org organiseert sinds kort namelijk iets aparts waarbij schrijvers anoniem werk kunnen insturen. De trouwe lezers van die site kunnen dan raden wie zij denken dat de echte schrijver is die achter het verhaal zit. Dit uniek concept zorgt er ook voor dat lezers onbevooroordeeld het werk van die geheime schrijvers tot zich nemen en daar zijn dan vaak de reacties ook naar. Je raadt het al, hier heb ik natuurlijk ook aan mee gedaan. Onderstaand werk vind je daar terug via deze link.

Het behoorde tot mijn tactiek een type verhaal te schrijven waarvan men niet zo gauw zou denken dat ik degene was die het op papier had gezet. Het verhaal gaat over de bevalling van een merrie. Alles bij elkaar heb ik, hopelijk door die tactiek, zeker 3,5 dag onzichtbaar kunnen blijven. Lees hier het trieste verhaal van Pride die geboorte geeft aan haar veulentje Tears of Fire.

Pride wekte ze door met haar natte snuit langs hun gezichten te strijken. Slaperig duwde Bart haar hoofd weg, maar ze bleef doorgaan.  Ze tikte de mannen aan en dwong ze op te staan uit het stro om dit mee te maken.
“Wat is meissie? Wat is er toch met je aan de hand?”
Ze draaide onrustig op haar plaats en kreunde zacht. Vervolgens trapte ze met haar achterbeen tegen de balken van haar box wat hem alarmeerde.
“Het is zover! Jos, jongen, je moet wakker worden. Het gaat nu gebeuren.”
Bart was de eerste die uit de veren was, stond op en klopte rustig onder op de hals van Pride. Hij streek met zijn handen over de rug en flank en keek daarbij constant naar zijn geliefde paard voor haar goedkeuring. Zijn hand hield stil op die plaats waar een nieuw leven contact zocht met de buitenwereld. Diep in de gezwollen buik van Pride voelde Bart de sterke contracties van haar baarmoeder. Ze kreunde weer en brieste zwaar. Ongedurig zwenkte ze met haar hoofd naar opzij en keek enkele keren angstig naar haar baasje. Toen spreidde ze haar achterbenen, hief haar staart hoog op en urineerde flink.
Dankzij dat geluid, maar vooral door de sterke geur van de ammoniak maakte ook Jos zich los van zijn geïmproviseerd bedje. Hij onderbrak slikkend zijn luie gaapbeweging toen het tot hem doordrong welke dag hier aangebroken was. Zolang had hij naar deze dag uitgekeken dat hij direct uit zijn slaapplaats opveerde en schuin achter zijn vader ging staan om het grote moment te kunnen aanschouwen.
Maar zijn vader keek niet zo gelukkig als Jos had gedacht dat hij zou zijn met de bevalling van Pride. Iets was er dat hem verontruste en dat was ook aan hun merrie te merken. Zij streek met haar snuit over haar flank en beet er een paar keer jammerlijk in. Bart negeerde de speekseldouche die hij tegemoet ging en sloeg een arm om haar nek. Aanvankelijk wilde hij haar naar de andere kant van de omheining leidde om haar meer ruimte te bieden, maar daar reageerde ze erg onwillig op. Of ze had er te veel pijn voor om nu nog in beweging te komen of ze hechtte te veel aan haar vertrouwde plaats in de box. Hij wist hoe belangrijk het was om haar rustig te houden, dus protesteerde Bart niet verder. Als hij haar onrustig zou maken of schrik aanjagen, zouden de weeën kunnen ophouden en de geboorte kunnen vertragen.
Pride liep even nerveus een paar passen naar achteren en draaide toen links weg, ging toen liggen en rolde zich op haar rug.
“Goed zo Pride, slimme meid,” moedigde hij haar aan. Bart wist dat ze het veulen instinctief in de juiste positie voor de geboorte plaatste. Vervolgens kwam ze weer overeind en bleef nog even wat rusteloos staan. Je kon nu heel duidelijk zien wat er gaande was en je zag hoe de moeder in wording zich verbeet. Daarna boog zij haar hoofd naar beneden en bleef een paar seconden zo stil staan. Toen ging haar buik een keer of vijf op en neer en brak het water. De dik geworden vloeistof knalde naar buiten en belandde bij haar achterbenen op de grond. Ze draaide zich om en likte eraan. Haar staart was nu naar Jos en Bart toegekeerd en zo zagen zij hoe de lichte ondoorschijnende bult van de geboortezak eronder zichtbaar was geworden. Aansluitend ging haar buik weer op en neer en ze perste weer krachtig maar onregelmatig. Een hoop bloed kwam daarbij vrij dat langs haar achterste over haar benen naar het stro droop.
De kleine Jos keek vol ontzag naar deze indrukwekkende gebeurtenis. Bart vond hem nu wel oud genoeg om een bevalling als deze te kunnen meemaken. Maar och, had hij nu toch liever even gewacht totdat hij een merrie had gehad die krachtiger was met haar conditie. Nu leverde haar moeilijke situatie toch een akelig plaatje op.
“Jos, bel gauw de dierenarts. En zeg hem dat hij zich moet haasten!”
De kleine jongen begreep direct de ernst waarmee zijn vader hem toesprak en aarzelde geen moment.
“Vergeet niet ons adres te noemen, hè?” schreeuwde hij zijn zoon na. En Jos reageerde daarop instemmend, al kon Bart hem al niet meer zien nu hij achter de schotten naar voren was gerend.
Moedig was Pride door blijven persen en de angst sloeg Bart om het hart. Als het nu maar niet te laat was, bedacht hij zich terwijl hij aan zijn timing dacht waarop hij zijn zoon had weggestuurd. Door de dunne membraan heen kon hij nu de contouren zien van een paar kleine hoeven en daarop verschenen geleidelijk enkele vetlokken. Maar helaas kwam er ook griezelig veel bloed naar buiten en voor hij het wist stond hij er midden in. Pride brieste luid en was ook bang. Bart keek langs haar snuit en dacht met verdriet terug aan een eerdere bevalling. De tranen stroomde over zijn wangen en zorgde ervoor dat hij zelf schrok van dit verdriet. Snel slikte hij zijn zilte tranen weg en concentreerde zich weer op Pride, die al zijn hulp en aanmoedigingen wel gebruiken kon.
Tenslotte zag hij tot zijn opluchting een kleine zwarte snuit het daglicht groeten. Een stuitbevalling zou het niet hoeven worden. Die kans had het niet eens gehad.
“Kom op dame. Even volhouden nog,” riep hij naar haar toe en bezag hoe moeilijk ze het had. Hij bedwong de aanvechting om haar te helpen. De bevalling kwam tot haar climax en de contracties bleven regelmatig en krachtig.
Het hoofd van het veulen kwam plotseling naar buiten.
“Oh hemel, daar is het,” fluisterde hij blij en bang tegelijk. Toen werd plotseling de hele zak met het veulen erin uitgestoten en zakte Pride door haar hoeven. Het veulen viel op de grond en de moederkoek brak af. De zak was los. Barts aandacht was verdeeld en zijn emoties compleet verscheurd. Hij keek geïnteresseerd naar het geworstel van de pasgeborene, maar maakte zich duidelijk zorgen om de conditie van de moeder. Eindelijk scheurde het vlies en hees het magere veulen zich onvast overeind en bleef er wat zwaaiend bij op zijn poten staan. Hij ademde diep van inspanning en zijn bruinkleurige flanken, die waren besmeurd met het bloed van zijn moeder, zwoegden. Maar juist zij had het zwaar en durfde nu de strijd om haar eigen leven op te geven.

Zeven minuten later arriveerde de dierenarts. Voor Pride was dit te laat. Een hevige inwendige bloeding had haar het leven gekost. De hele box lag vol met bloed. Jos’ eigen nieuwe hengstveulen met de naam Tears of Fire trappelde er niet begrijpend met zijn hoefjes door. Vader Bart nam zijn zoon in zijn armen en wreef hem troostend over het hoofd. Een paar dagen laten streek hij hem eveneens over zijn kruin. Toen stonden zij bij het graf van de moeder van Jos. Normaal kwamen zij er al geregeld, vaak op aandringen van Jos, deze zware bevalling had hen een concrete aanleiding gegeven haar eens een extra bezoek te brengen. Jos verloor zijn moeder bij zijn eigen geboorte, net zoals het geval was geweest bij dit veulen met wie hij sindsdien een wel heel bijzondere band kreeg.