By gsorsnoi | November 20, 2011 - 10:00 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen  even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Functie: Verslaggever van groezelige zaken.
Andere namen: Kor.
Oorsprong naam: Tezamen met de ‘K’ uit Kornelis, plus een extra ‘N’ vormen dat en zijn achternaam samen het woord ‘knoflook’.
Modelpersoon: Pete Posthlewaite.
Eerste oer-artikel: De lubugere avonturen van Graaf Schaurig – deel 1: De geladen geboorte (verschijnt eerdaags online op de Tycoon Newspaper) .
Eerste online-artikel: Smerig: Man met snor
Bijzonderheden: Schreef eerst geen artikelen, maar enkel het verhaal ‘De lugubure avonturen van Graaf Schaurig’. Meer dan 4 hoofdstukken zijn er destijds echter niet geschreven. Verder deelt hij een duister verleden met Graaf Schaurig waar Gohes City de prijs voor moet betalen (zie Navelpad Mysterie).
Uitspraken: Op hele typische uitspraken hebben we hem nog niet betrapt. Er zijn wel twee uitspraken die echt bij hem horen en een moment markeren in het verhaal het Navelpad Mysterie.
“Wie heeft deze gruwelen op Gohes City laten neerdalen? Zijn dat werkelijk padden?” – geeft duidelijk aan dat Kornelis op dat moment nog geen benul heeft wie er achter deze monsters zit. Een moment later weet hij dat wel en probeert Retroman duidelijk te maken dat Tinus niet meer te redden is.
“We kunnen echt niets meer voor hem doen knul.”

De groeispurt van Graaf Schaurig en Kornelis Oflook

Met Kornelis Oflook is het haast onmogelijk om over zijn oorsprong te praten en die van Graaf Schaurig ongenoemd te laten. De graaf en Kor zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, of ze dat nou leuk vinden of niet. Ze delen een geschiedenis samen die verder gaat dan alleen de motivatie van Graaf Schaurig om op Kornelis Oflook en Gohes City  wraak te nemen, zoals beschreven in het Navelpad Mysterie. Nog voordat Retroman mij inspireerde uit het anagram van mijn eigen naam (Reuze Navelpad red.) dit verhaal te schrijven, hadden zij reeds een geschiedenis met elkaar die terug gaat tot zo ongeveer de tweede zogenaamde ‘badminton’-editie van de Tycoon Newspaper. Destijds in 1999 had ik onze badmintoncoach aangegeven dat ik het wel leuk zou vinden als ik ook wat mocht schrijven voor het clubblad. Mijn interesse om ‘de beste te willen zijn’ voerde ik aan als argument om een katern op te eisen. Ben van Greunsven (zie Een portret van… Rina Oddel)  stemde hiermee in en zo verscheen de Tycoon Newspaper in ‘Het Veertje’. Wat hij alleen niet wist, was dat ik de badmintonverhalen een rijk magnaten-sausje zou meegeven die de smaak van de sport wellicht kon overheersen. Ik wilde niet alleen in badminton ‘de beste zijn’, maar de ambitie om te winnen in bordspellen nam ik er ook in mee. Om vervolgens schrijvende te kunnen blijven voor het clubblad, moest ik er natuurlijk alles aan doen om mijn dubbele agenda zo onopvallend mogelijk te houden. Zodoende schreef ik mijn verhalen rondom de andere clubleden met wie ik zelf wel eens een shuttletje had geslagen, zodat zij hierdoor automatisch vereeuwigd werden. Mocht je de twee Z-Files Groen Licht en Energiek 2000 in wel eens hebben gelezen, dan staan je ongetwijfeld de namen Michiel en Bart wel bij. Welnu, dat waren dus gewoon twee jonge knullen van onze badmintonclub die, zonder dat ze er enige invloed op uit hadden geoefend, de eer te beurt vielen tot karakters te worden gebombardeerd in de Tycoon Newspaper. Maar van alle badmintonners die op die prachtige manier per ongeluk in deze dynamische krant terecht kwamen, was Frank Groot nog wel de meest fortuinlijke. De rossige Frank, die dus inderdaad ‘Groot’ van achteren heet, bracht mij op een bijzondere inspiratie toen ik realiseerde hoe ik hem in de Tycoon News… euh pardon… het Veertje zou kunnen opnemen. En Frank bleek daarmee de sleutel te zijn, waardoor Graaf Schaurig en Kornelis Oflook – in die volgorde, gecreëerd werden.
Toen ik hem nog kende van Badminton Club Velsen was Frank helemaal niet zo groot. Het was eerder een kleine puber die nog zat te wachten op een gemiste groeispurt. Maar toen die er alsnog aankwam, toen ging het ook hard met die jongen. Niet dat ik daar nog veel van heb meegekregen, want ik heb Frank Groot na mijn vertrek bij BC Velsen niet echt veel meer gezien of gesproken. Toch was het mij niet ontgaan hoe hij in lengte heeft goed gemaakt wat hij daarin eerder te kort was gekomen. En wanneer ik hem dan later in de bus of op straat tegenkwam, dan lachte ik inwendig en moest ik terugdenken aan hoe ik op het absurde idee was gekomen om aan ‘De lubugure avonturen van Graaf Schaurig’ te beginnen. Want door uit de naam ‘Frank Groot’ een tegenpool te creëren, verzon ik een woordspeling op ‘Frankenstein’. Frank was Groot en Stein was Klein. En zo had ik mijn eigen eerste monsters gecreëerd die op twee operatietafels op hun schepper lagen te wachten, welke ik in feite natuurlijk zelf was.
In het begin van hoofdstuk 1, ‘De geladen geboorte’, liet ik een verschrikkelijk figuur een bouwvallig slot binnen vliegen waarmee Graaf Schaurig vanuit een dikke nevel zijn entree maakte in de gedaante van een vleermuis. Dus je kunt al raden op welk eerder bedacht personage de graaf gebaseerd moet zijn! Jawel, Graaf Schaurig is dus een eigen versie van Graaf Dracula. En zoals je wellicht bekend zal zijn, is deze duistere aristocraat niets anders dan een smerige vampier die graag zijn tanden zet in mooie jonge vrouwen. Maar zo gek als Dracula is op het zuigen van bloed uit zijn slachtoffers, zo’n afkeer heeft hij van het laatste belangrijke ingrediënt in dit verhaal. Je raadt het al, ik heb het natuurlijk over knoflook, het bolgewas met zijn doordringende smaak en geur. En zo komen we tot mijn beweegreden om Kornelis in de Tycoon Newspaper een plaats te geven. Ik was namelijk nog zoekende naar een krachtig pseudoniem die ik als schrijver onder ‘De lugubure verhalen van Graaf Schaurig’ kon zetten. Hiermee ontstond de protagonist Kornelis Oflook die de schurk van een Graaf Schaurig moest tegenwerken.

Wacht even… dus ik bedacht Frank Groot door de gelijknamige badmintonvriend, met Stein Klein als bijproduct, die op hun beurt weer in elkaar gezet zijn door Graaf Schaurig om vervolgens door Kornelis Oflook in verhaalvorm in de tweede badminton editie van de Tycoon Newspaper te worden opgepend. Dus wie heeft hier nu wie gefabriceerd?

Galbakkerij

Als je nu zou willen dan kun je hier een heel smerig verhaal van maken. In feite ging het ook zo verder. Niemand anders dan onze eigen Moraelridder, die van de hoed en de rand weet hoe zit met ethiek, kreeg op een verjaardag de immorele behoefte om ranzige recepten te gaan verzinnen. Zoals bijvoorbeeld een boterham met pindakaas, stroop en mosterd. Hij noemde ze zijn ‘Ranschbakken’. En geloof mij, dat was echt nog maar het begin. Het was zijn feestje, dus wie hield hem tegen? Ik in elk geval niet, want ondanks dat men mij wellicht kent als een fatsoenlijk man… ahum… heb ik soms ook zo mijn behoefte om even alle remmen los te gooien. Zeker in gezelschap van vrienden die je al jaren kent, neem je geen blad meer voor de mond. Onderwerpen die anders taboe zijn, werden uit het vat getrokken en ineens sprak je over schijten, likken en lekkere tieten. Het liefst niet in die combinatie!
Je begrijp het al, de toon in zo’n gesprek was dan al snel gezet. Even ontwapend als mijn vrienden, nam ik dan graag deel aan de conversatie en zorgde ik wel dat ik met een rake opmerkingen kwam. Op een goed moment durfde één van mijn vrienden zijn theorie ter berde te brengen hoe de pindasaus bij de plaatselijke Chinees werd gemaakt. Een obscene beschrijving volgde en ik was één en al oor. Inmiddels had ik mij namelijk bedacht waar ik met Kornelis Oflook naar toe wilde. Hij zou de Tycoon Newspaper gaan voorzien van de meest weerzinwekkende artikelen en ik gaf hem de ‘Galbakkerij’. Hiermee was het fundament gelegd waarop later de producten Smerig: Man met snor, Vliegende ratten en Choloreus op werden gebouwd. En dan heeft hij het op de publieke versie van deze webkrant toch nog behoorlijk beschaafd gehouden.

Een fragment uit ‘De Walgelijke Waarheid’ (het minst schunnige stukje):
[…] God zal mij het recht niet ontnemen vuur te spugen over hoe in sommige eetcafés, snackbars, eethuizen of restaurants het voedsel wordt bereid. Het vet droop uit je bakje uit als je een ‘patatje met’ had besteld, de schimmel puste uit de te grof gesneden augurkenschijfjes vandaan omdat ze er toch vanaf moesten en insecten zoals malariamuggen en tuinkevers werden moeiteloos en onbeschaamd meegefrituurd omdat ze toch de huur niet konden betalen. Een volle bittere smaak woelde er om mijn tong toen ik onbehouwen een dikke friet met pindaroom in mijn mond schoof. Had ik maar geweten hoe dit ranzige maaksel tot stand was gekomen, dan had ik bij deze Chinees nog niet eens mijn stoel durven aanschuiven. De laatste keer dat ik daar een patatje pinda bestelde was afgelopen zaterdagavond. Toen ik opnieuw de harde pitten uit de saus op mijn bordje in het geelgerookte bakje uitbraakte, kreeg ik de onbedwingbare drang uit te vinden wat de saus zo misselijkmakend smeuïg maakte. Ik besloot daarom om maar eens een kijkje achter de schermen te gaan nemen. Op een onbewaakt moment spurtte ik naar het bestelraampje achter de balie waar al deze verdrietelijk gerechten dit eethonk werden binnengeschoven en aan de slachtoffers werd uitgedeeld.
Wat ik daar aanschouwde overtrof al mijn evocatieve vermogens! Aan een lopende band stonden daar zeven Chinezen en een Nederlands meid met de benen gestrekt boven een lopende band. Aan het begin van de lopende band stond een overjarige geelhuid patatbakjes neer te leggen op een bruin geworden strook […].

Iedere hierna geschreven letter uit dit prille scabreuze schrijfwerk van Kornelis Oflook is wel zó revoltant en ordinair dat dit het daglicht niet langer verdragen kan. Ik weet daarom ook niet of ik het wel zo spijtig moet vinden, dat we zo’n meesterlijk rotte pennenvrucht niet weer hebben gezien op de Tycoon Newspaper. Maar wat niet is, kan misschien nog komen…

Zware rol in het Navelpad Mysterie

De Galbakkerij is één onderdeel van de Tycoon Newspaper waar we Kor van kennen, maar zijn optreden in het Navelpad Mysterie mogen we daar zeker niet bij vergeten. En opnieuw komen we Graaf Schaurig daar weer tegen. Het eerste fragment waarin hij het verhaal binnenstapt, staart hij samen met Retroman vanuit het atrium van de redactie over het eens zo rustige plein dat voor het kantoor van de Tycoon Newspaper ligt . Daar aanschouwen zij hoe de reuze navelpadden van Graaf Schaurig zich tegoed doen aan de hulpeloze inwoners van Gohes City door ze te transformeren in ondode wezens. Retroman merkt daar nog bij op:

“Nou, ik geef het je te doen om daar een verhaal op te schrijven,” en verwijst hiermee naar de horror waarin een klein meisje verkeert terwijl ze door een zombie wordt verorberd. Kornelis is, zoals je hierboven hebt kunnen lezen, helemaal niet vies van walgelijke vertelsels met plastische omschrijvingen, maar de rampspoed waarmee Gohes City die dag getroffen wordt is zelfs voor hem te veel.
Even later doen zij nog een poging om hun collega Tinus Icket te redden uit de klauwen van deze merkwaardige gedrochten. Tevergeefs. Tinus wordt roemloos verzwolgen. En terwijl die genadeloze ondergang zich voltrekt, kijkt Kornelis van zijn stervende collega op naar het boosaardige figuur dat dit alles op zijn geweten heeft. Een onzichtbare kracht houdt Kornelis’ aandacht op hem gevestigd en wisselt met hem een denkbeeldige bliksemflits uit die een oude vete lijkt te repeteren. Kornelis kent deze man duidelijk al veel langer en is allerminst op zijn gemak met het weerzien.
Gelukkig is dit slechts een toekomstig verleden waar Retroman en de Reuze Navelpad op terug kijken terwijl ze zelf in een tijd aanwezig zijn die nog moet komen en waarvan we mogen hopen dat deze door de personages in het Navelpad Mysterie nog eens teniet zal worden gedaan. Maar dit stukje maakt heel mooi duidelijk dat Kornelis Oflook en Graaf Schaurig een akelig verleden delen die ver terug gaat en grote zwerende wonden kent. Wat eraan vooraf is gegaan waardoor de graaf en Kornelis zo lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan, blijft nog even een geheim. Zeker is wel dat de graaf zich zo gekrenkt heeft gevoeld door Kor en het uitgekotst zijn door de maatschappij dat hij koste wat kost wraak wil nemen op Kornelis Oflook en Gohes City.

De Grote Vriendelijke Reus

Het is heel zielig, maar Kornelis is ondanks zijn schrijfwerk dat magen doet omdraaien, eigenlijk gewoon een bijzonder aimabele man. Hij is altijd behulpzaam en een vriendelijke en rustige gesprekspartner. Toch wordt hij, in hetzelfde Navelpad-hoofdstuk waarin hij zijn collega Tinus verliest aan de zombies en padden, omschreven als iemand met een laag knuffelgehalte. Omdat Kor het door zijn waspoederallergie niet zo nauw neemt met zijn persoonlijke hygiëne en lijdt aan hyperhidrosis (overmatig transpireren), ruikt hij een uur in de wind en wordt je al misselijk als je je in dezelfde ruimte begeeft waarin hij staat. Daarnaast is hij met zijn lengte van 2 meter 36 weliswaar nog niet de langste man ter wereld, maar hij doet je behoorlijk nietig voelen als je naast hem staat. In de Oudheid zouden ze hem waarschijnlijk opzettelijk aan één oog hebben verminkt om hem te doen doorgaan aan als een verschrikkelijke cycloop. Echt dik is hij niet, maar met zijn armen als kolenschoppen en omvangrijke bouw, is het moeilijk om zijn verschijning te negeren.
Deze goedzak heeft lang geen gezicht gehad en is in mijn fantasie gewoon een grote vriendelijke reus gebleven die toevallig niet zo’n prettig odeur bij zich draagt. Dus om zijn portret hier compleet te krijgen, moest ik op zoek naar een bestaand figuur die zijn karikatuur het best zou benaderen. Om vervolgens niet gelijk weer in de fantasieserie Harry Potter uit te komen door Kornelis met de drieënhalve meter lange Hagrid te vergelijken, heb ik nog eens zitten mediteren op iemand die meer geschikt zou zijn.
Een hele serie spuuglelijke acteurs passeerde hierdoor onvermijdelijk de revue. Steve Buscemi, Ron Perlman, Phillip Seymour Hoffman, Richard Kiel en ja zelfs Mickey Rourke en Willem Dafoe, ze kwamen allemaal aan mij voorbij. En van geen van alle kon ik nou echt zeggen dat ik ze op mijn Kornelis Oflook vond lijken. De één maakte Kor onredelijk lelijk, de ander was de grof of te flamboyant. Van Kornelis Oflook wilde ik juist een ietwat introvert figuur maken. Maar uiteindelijk kwam ik toch een geschikte acteur tegen die welhaast een combinatie leek te zijn van al deze prachtige griezels. En zo werd Pete Posthlewaite het modelpersoon achter Kornelis Oflook.

Ander bekende werk van Kornelis Oflook:

Portret van de volgende maand: Graaf Schaurig.

By Morwen Oronar | November 17, 2011 - 6:59 pm - Posted in Astronomisch gedachtegoed, Duimzuigerij, Nederlands

Vanuit een sterrenstelsel ver van de Aarde werd onze planeet al geruime tijd bestudeerd door wetenschappers vanaf een gelijkwaardig hemellichaam. Hoe kon het dat die blauwe planeet zo overvloedig was en hun wereld niet? Op een gegeven moment werd besloten de mensen zelf te bestuderen. En zo begint dit verhaal.

In een drukke natte straat in Haarlem stonden vier mensen te kijken naar iets wat ze opviel. Om hen heen liep iedereen te doen wat ze doen moesten en hadden geen erg in hetgeen de vier naar aan het kijken waren. De natte straat weerspiegelde dit viertal.
Plotseling werd het stil. Op vreemde wijze was er buiten henzelf plotseling niemand meer in de straat. Een straal licht omhulde de vier mensen gedurende een paar seconden, de straal doofde en de vier waren weg. Zo snel gebeurde het dat niemand het merkte. Toen ze eenmaal weg waren bleek niemand gemerkt te hebben dat ze er ooit hadden gestaan. Alleen de straat weerspiegelde nog de herinnering aan hun lichamen boven de schoenen die achtergebleven waren…

By tinusicket | November 15, 2011 - 12:14 pm - Posted in Nederlands, Tycoon Newspaper Archieven

Karel Riemelneel behoeft eigenlijk allang geen introductie meer. Toch kwam ik onlangs in de Tycoon Newspaper Archieven het volgende artikel tegen waarin hij tijdens één van de eerste papieren versies van de Tycoon Newspaper door mij aan ons werd voorgesteld:

Gekleed in een donker driedelig pak kwam er gisteren een besnorde figuur de redactie van de Tycoon Newspaper binnenstappen. De grof gebouwde man maakte zich bekend als Karel Riemelneel en beweerde alle kennis te hebben over zaken die zich in de ondergrondse wereld afspelen. Criminelen zoals Tony Vijzeldoorn en Ibrahim Alaskha werden reeds door hem ontmaskerd. Johan Bestebuurtje stond bekend als een goede vriend, maar Karel Riemelneel weet inmiddels wel beter. Volgens hem zou het een schuilnaam zijn van de Japanner Shoko Asahara Harakiri die aan zijn geelhuidige schuldeisers probeerde te ontkomen, maar kwam door een ongeluk om het leven toen hij een appeltje probeerde te schillen en zijn buik open sneed.
Of Riemelneel inderdaad een aanwinst is voor onze redactie zal nog moeten blijken. Als het zelf maar geen crimineel is, want die gaan over lijken!

We gaan de touwtjes in handen nemen, de eindjes aan elkaar knopen om tenslotte de knopen door te hakken.

By tinusicket | November 10, 2011 - 5:50 am - Posted in English, Rijmende kunsten, Verbaal Genot

image by Thomas Tolkien, edited by Gsorsnoi
This poem I should have published way earlier, because it’s closer to 11 years now.

A house, a garden, three cats, a place to be.
To be together, as one great family.

It started right now, ten years ago.
Right from the start I wanted you so.
We chatted, we emailed and then came that song.
We emailed, we chatted all weekend long.

Right after one year, yes that’s when we met,
we wanted all this what we have, just then not yet.

Now it’s been almost five years, your first steps on Dutch ground,
the land of the tulips,
have I showed you around?

To say goodbye to your roots and spend life here with me.
You took me my coffee and fed me with tea.
Yes, we stepped on one road and made it our way
and for that I’m grateful each day.

Dit is een wijze les die ik mezelf al bijna een jaar als denkbeeldig ‘tegeltje’ voorhoud. En ik moet zeggen, rustig aan begint het aardig ontspannend te werken!

Hierbij de aanzet van de tweede ronde van ‘De consistente cijfercode’. Lees even de spelregels als je mee wilt doen.

Weinig op zijn gemak, studeerde Joost op een antwoord. Niemand van het gezelschap, waar hij momenteel in verkeerde, mocht ook maar het kleinste vermoeden krijgen waarom hij in de eerste plaats naar de Deep Joule Cannon was gekomen. De fabriek, die haast volledig automatisch functioneerde door mechanische robotica, herbergde een geheim waarvan tot voor kort alleen hij het bestaan kende. Maar nu ze met behulp van het Hoofd van de Mysteriewetenschappen erin waren geslaagd om tot de krochten van dit complex door te dringen, raakte ook Kornelis overtuigd van de magische werking die er vanuit ging. Dat moest wel. Nu ze samen hadden getracht om een nieuwe ruimte binnen te treden en dichter bij de Kern te geraken, was hij zo hard in aanraking gekomen met een rondzwiepende object, dat hem dit normaal het leven moest hebben gekost. Wonder boven wonder overleefde hij deze dreun echter. Hij had de aan een ketting bevestigde kogel van ruim twee ton, niet meer zien aankomen toen ze in gevecht waren met de robots, waardoor Kornelis het moest ontgelden. Spottend lachend aanschouwden twee robots het tafereel vanaf een hoger gelegen plateau in de Ketelkamer. Zij waren ervoor verantwoordelijk dat de aan een kraanarm bevestigde kogel deze route door de fabriekshal had beschreven. Kornelis werd op die manier van de rand van de ketel gebeukt. De klap was zo hard dat hij zelf geen invloed meer had op hoe hij terecht zou komen, daarop kon het menselijk lichaam niet langer anticiperen. Maar doordat deze vuile aanval in de rug zo slecht gemikt was, had hij het geluk dat hij niet met zijn gehele lijf in de ketel donderde. In plaats daarvan kwam hij slechts met zijn arm in de vloeistof en was deze door zijn huid zijn lichaam binnen gedrongen. De gelige substantie verteerde zijn mouwen en vrat aan zijn vlees.  Joost lag op dat moment nog samen met Tinus in de clinch met twee andere robots. Tinus werd zo bevangen door wat hij met zijn vriend en tevens collega had zien gebeuren, dat hij zich door een vijftal robots liet overrompelen. Hierdoor werd hij hardhandig de zaal uit geknikkerd en sloot een massieve deur die verticaal neerkwam hem af van wat hierbinnen verder zou gebeuren. Joost kwam er daardoor alleen voor te staan en liet zijn lijdzame oog schuin afglijden, omdat ook hij nog met robots in de weer was. Kornelis had inmiddels het bewustzijn verloren en bleef als een slappe vaatdoek op de ketelrand hangen. Hij herinnerde zich nog hoe de grootste man van de Tycoon Newspaper zich even later oprichtte en volledig was getransformeerd in een mechanisch gedrocht. Uit zijn arm stak nog steeds de pijp die erin was gekomen door de valpartij van eerder die dag. Achter hem verschenen Frank Groot en Graaf Schaurig, die als twee schimmen uit de mist leken te komen. Tezamen stapten zijn op Joost af en hij zag hoe de robots uiteen weken.
Vanaf dat moment was alles blanco bij Joost. Hoe hij die ruimte weer heeft kunnen verlaten en hoe hij vervolgens zowat in de armen terecht was gekomen van de man die hem vroeger altijd verafschuwde, ging zijn verstand te boven. En het meest bizarre van dit alles was nog, dat die man zich niets van zijn gedaanteverwisseling bleek te herinneren.

Uiterst onopvallend, tastte Joost Stunner in de broekzak van zijn gestreepte broek. Hij controleerde of het Gulden Moertje, dat hij op clandestiene wijze had verkregen er nog was. Tevreden, maar tegelijkertijd schuldbewust keek hij van Tinus naar het duo Kornelis en het Hoofd van de Mysteriewetenschappen. Zij waren als twee handen op één buik. En dat had Joost moeten weten toen hij eerder Zydrich over de penibele situatie van de stad informeerde. Wanneer je Zydrich Zonderland om een gunst vroeg, moest je weten dat je Kornelis er gratis bij kreeg. Het Hoofd van de Mysteriewetenschappen en hij hadden samen op dezelfde school gezeten en waren sindsdien dikke vrienden gebleven. Alleen had hij er nu eveneens een team andere experts bij gekregen, iets wat hij zeker niet had ingecalculeerd. Nu moest hij ten overstaan van al deze mensen zijn dubbele agenda geheim zien te houden. Maar gezegd moest worden, zonder hen waren ze nooit zover gekomen. Zonderland, het Hoofd van de Mysteriewetenschappen, was een kei in het oplossen van de ingewikkelde puzzels waarmee deze fabriek vol mee zat. Heel verwonderlijk was dit niet, daar hij al jarenlang voor rechercheur Karel Riemelneel werkt. Cijfersloten kon hij zelf wel aan, maar de domme kracht van Kornelis was ook zeker welkom. Obstakels tilde hij van hun pad en klemmende deuren, mits niet te zwaar, beukte hij open met zijn schouders. Van Maxwell Blaylock, de Advocaat voor de Wetten van de Natuurkunde, was hij niet zo zeker wat hij precies aan die man had. Irritant was het wel dat erbij was, want zo voelde hij zich juist nog meer op zijn vingers gekeken. In het afgelopen jaar had Joost flink aan zijn reputatie gewerkt, om in elk geval Zonderland aan zijn zijde te krijgen. Maar Blaylock had hem al eens eerder in de weg gezeten en Joost bijna aan de galg gekregen. Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Er was dus een gerede kans dat met name Blaylock de list zou doorzien en hem alsnog aan rechercheur Riemelneel zou uitleveren.
Desalniettemin stonden ze nu hier, ergens middenin dit reusachtige complex. En ze waren een goed stuk op weg om bij de Kern uit te komen. Deep Joule Cannon was met recht een meesterlijk bouwwerk waar je je als mens nietig in zou voelen. Niet alleen draaiden alle mechanieken zelfstandig, ze waren ook in staat om zichzelf te repareren en nieuwe constructies te produceren. Op die manier was de fabriek zelfonderhoudend en kwam deze langzaam maar zeker tot leven. Componenten voedden elkaar in ieders werking en maakten dat de onderlinge verbanden elkaar versterkten. Niet langer was het een statisch orgaan dat grondstoffen omvormende tot essentiële producten om in de behoefte van de metropool te voorzien. Graaf Schaurig had het hele bouwwerk zo weten te manipuleren dat het groeide en in dat groeiproces alleen hem gedienstig was. En door te luistervinken was Joost aan deze kennis gekomen. Niet alleen wist hij nu hoe de graaf opnieuw een aanvalsstrategie op Gohes City aan het beramen was, hem was ook duidelijk geworden dat de fabriek van een instrument was voorzien die voor Joost van onschatbare waarde kon zijn.

Vertwijfeld keek Joost van Kornelis naar Tinus en kwam nog net met een antwoord voor de heren hun geduld begonnen te verliezen.
“Tinus, ik ben heel zeker dat hij hier in Deep Joule Cannon moet zijn. Daarnet in de Ketelkamer, toen jij net uit de ketel was gekropen, heb ik hem achter jou zien staan met Frank Groot.” – Vervolg: minimum 16 woorden, maximum 1.128.

Set van de te raden letters van deze ronde:
Wordt steeds per letter bekend gemaakt. Er zijn 15 letters waaraan een waarde is toegekend. Het is dus aan jou te ontdekken welke letters er in de eerste plaats geraden moeten worden en wat daar de bijbehorende waarden van gaat zijn. Succes met schrijven en raden!

Nieuwe geïntroduceerde spelregels:
– Het niet voor je beurt mogen spreken gaat zowel op voor het schrijven van een vervolgtekst als voor het raden van letters.

Een paar aanvullende regels voor het verloop van het verhaal:
– Het ‘dubbele’ aan Joost’ agenda moet nog even geheim blijven.
– Verder mogen de karakters die nu in de fabriek zijn in deze ronde de fabriek nog niet verlaten.

By kornelisoflook | November 1, 2011 - 11:23 pm - Posted in Duimzuigerij, Galbakkerij, Nederlands, Scherpe Blik

image by Gsorsnoi

Iedere week is het opnieuw raak. Dan ben ik bezig om mijn ondergoed en andere kleren in te ruimen, nadat mijn vrouw zo lief is geweest om even de hete strijkbout erover te laten glijden. Een paar dagen terug vond ik mezelf, zittende op mijn bed, bezig met het ordenen van mijn sokken. Onder ons bed hebben we dan een lade, die ik opengeschoven heb staan, zodat ik de opgerolde sokken er zo van mijn schoot in kan kieperen als ik de paren compleet heb gemaakt. Weet ik een setje bij elkaar te krijgen dan leg ik ze op elkaar en rol ik de ene verticaal over de andere, zodat ze zich automatisch samenvoegen. De prop die het paartje dan is geworden werp ik dan van mij af in de bak onder mij en zoek ik de volgende twee bij elkaar. Dit gaat zo even door tot ik onvermijdelijk een aantal sokken overhoud waar geen wederhelft van is. Dit zijn de halve paren, die mij iedere week opnieuw dwingen mij af te vragen hoe het toch kan dat alle wassen gedraaid zijn en er toch niet combineerbare exemplaren overblijven. Hoe doe ik dat toch? Of hoe doet mijn vrouw dit?

Hoe dan ook, het is een terugkerend fenomeen dat zichzelf niet alleen blijft herhalen, maar zich ook blijft uitbreiden. De verloren gegane andere helften zullen wellicht achter de wasmachinetrommel zijn beland of door één van mijn kat aan stukken zijn gescheurd of iets dergelijks.

Maar deze keer had ik zoiets, laat ik nou eens van die nood een deugd maken. Spontaan kreeg ik last van de onbedwingbare neiging de score van dit aantal halve paren in kaart te brengen. Ik pakte er de sociale media bij en typte iets in de zin van: “Mijn Halve Paren Sokken-score van vandaag: 11.”

Een orgie van reacties volgde. De eerste angst was meteen dat ik er een Tycoon-spel van zou maken. Maar dat wilde ik jullie besparen.
“Het is een nieuwe hobby van me…” riep ik. En vervolgens ging het er al snel op over dat men sokken met mij ruilen wilden.
“Ik heb er ook een paar over, kijken of we kunnen ruilen?”
“Je mag mijn gatenkaas wel hebben hoor!”
“Welke kleur sokken heb je?”

Alleen dan kom ik toch voor een nieuwe vraag te staan: hoe kun je dubbelen hebben van halve paren sokken? Echt een vraag voor een halve gare zoals ik!
Het wachten is nu alleen nog op de eerste Halve Paren Sokken-ruilbeurs…

By rinaoddel | October 23, 2011 - 10:13 pm - Posted in Nederlands, Rara Rina

Als ik gevuld ben, wijs ik de weg.
Als ik leeg ben, wordt ik door niets bewogen.
Ik heb twee huiden. Eén van buiten en één van binnen.
Wat ben ik?

image by Darn_Mesh, edited by Gsorsnoi

STYMFALIA – KORINTHE:  Het bergachtige gebied met veel ravijnen, ruige rotsen, vruchtbare vlakten, groene rivierdalen en prachtige bossen strekt zich uit over Korinthe, één van de Griekse departementen van de regio Peloponnesos. Hoog boven deze ongerepte natuur en eeuwenoude dorpjes met haar archeologisch bijzondere vondsten zette Dus Brenner zijn landing in. Met zijn kaken opeengeklemd staarde hij verwachtingsvol voor zich uit en hield zijn blik gefocust op zijn doel. Hij wreef de condens van zijn bril en luisterde naar de prachtige schone klank van de 75 kilowatt Gnome Monosoupape rotatiemotor waarop zijn Sopwith Camel voortjakkerde. Een constante wind dreef haast door zijn vliegeniersvest en masseerde zijn armen die hij voor zich uit gestrekt had om het vliegtuigje te kunnen bedienen. Zijn zicht werd deels geblokkeerd door de 7.7 mm mitrailleurs die onder de kap vóór de cockpit waren gemonteerd en zo een bult vormden waaraan de Camel haar naam ontleende. Het vergde talent om een Sopwith van dit type in de lucht te kunnen houden. Veel van deze Camels, waar er naar schatting ongeveer 5500 van zijn gemaakt, crashten al meteen bij het opstijgen. Dit viel te wijten aan het verschoven zwaartepunt in geval van volle brandstoftanks, waar menig piloot niet mee om wist te gaan. Alleen in handen van behendige piloten kon een vliegtuig als dit tijdens de Eerste Wereldoorlog effectief worden ingezet om het op te nemen tegen de Duitse Albatros scouts. 1294 vijandelijke toestellen werden ermee neergehaald. En dat is meer dan alle andere geallieerde jagers voor elkaar kregen. Brenner mocht dan wel niet zo succesvol zijn geweest als Majoor William Barker – recordhouder met het neerhalen van 46 vliegtuigen en zeppelins – hij wist de bak minstens zo soepel te manoeuvreren als de Canadese jachtvlieger.
Brenners greep op de stuurknuppel werd geleidelijk iets intenser toen hij weerstand moest bieden aan een stukje turbulentie waarmee hij even te maken kreeg. Zaag-getande bergen marcheerden vanaf de horizon langs hem voorbij. Miniatuurdorpjes klampten zich als decoraties uit een Märklin landschap vast aan de paarsgroene glooiingen in de valleien onder hem. Het enige wat er aan ontbrak was dat Korinthe lang niet zo rijk bezaaid was met spoorrails zoals het geval in de Alpenlanden. Grove gaten in het pluizige wolkendek legden vlakten bloot die met groene dennenbossen en moeraslanden waren afgezet. Een nat voorjaar was juist ten einde, wat maakte dat de landerijen er niet zo kurkdroog bijlagen als in andere jaren. Welig tierden de klaprozen in de graslanden als ware het penseelstreken die er door een impressionistische schilder op waren aangebracht. Voor Brenner leken ze echter een bloederige markering te zijn voor wat komen ging.

Nog iets minder dan een uur en Brenners laatste missie zou erop zitten. Voldaan rechtte hij zijn stijf geworden schouders en bedacht wat hij zou gaan zeggen tegen de kardinaal. Nabij Akrata, ergens voorbij de bergruggen, lag de geïmproviseerde luchthaven waar hij zijn beloning tegemoet kon zien voor het afleveren van een uiterst geheime lading. In ruil voor het tot een goed einde brengen van deze bijzondere taak zou hij worden ontslagen van verdere militaire verplichtingen en kon hij genieten van zijn vervroegd pensioen. Allereerst wenste hij een uitgebreid bad te kunnen nemen. De open kuip waarin hij zat bood hem weinig bewegingsruimte. Zijn lichaam was ingepakt in een met bont gevoerde leren jas om weerstand te kunnen bieden tegen de koudere luchtlagen in de atmosfeer. Handschoenen en een wollen sjaal gaven hem nog wat extra warmte. Ironisch genoeg zweette hij hierdoor wel als een otter, zodat zijn lichaam in temperatuur kon compenseren wanneer dat nodig was.

De lagere pieken vooruit gaven aan dat het einde van zijn lange reis naderde. Brenner liet zijn tweedekker langzaam door het wolkendek glijden. Hij dwong zijn verdoofde gelaat om in beweging te komen en nam een slok uit zijn flacon. Als warme gesmolten chocola gulpte de jenever zijn mond in. Maar halverwege de tweede teug liet hij de slanke zilverkleurige fles ineens uit zijn handen klappen. Over de fles zelf hoefde hij zich geen zorgen te maken, die was in de kuip beland. De inhoud, daar viel nog veel over te zeggen. Onderweg in de daling door de wolkenpluim had iets de stuurboordvleugel van zijn vliegtuig geraakt. Stof was losgekomen en weggerukt. Flarden van het weefsel waren afgepeld en wapperden in de luchtstroom. Dit was een gevaarlijke ontwikkeling. Het rafelige gat van enkele centimeters kwam de aërodynamica van zijn toestel niet ten goede, wist Brenner. Hij boog zich even over de multiplex panelen rondom de cockpit, niet alleen om de schade te kunnen opnemen, maar ook om langs de watergekoelde Vicker mitrailleurs te kijken naar waar het onbekende object vandaan moest zijn gekomen. Omzichtig liet hij het toestel naar rechts hellen om meer van de horizon te kunnen zien en speurde het af op de aanwezigheid van eventuele belagers. Hier kon maar één verklaring voor zijn: zijn vleugel was geraakt door geweervuur.
Uit respect voor het knap geloste schot op een door de wolken vrijwel onzichtbaar gemaakt object, bleef hij dicht in de buurt van de witte pluimen. Het zou hem nog van pas kunnen komen erbij in de buurt te blijven als vijandig vuur inderdaad op de loer lag. Op deze hoogte was het in horizontale vlucht nog mogelijk om in “hands off”-modus te vliegen, dit in tegenstelling tot lagere hoogtes waarbij het noodzakelijk was een constante voorwaartse druk op de stuurknuppel uit te oefenen om te verhinderen dat het staartvlak een eigen koers zou kiezen. Desondanks koos hij ervoor om zijn handen om het richtingsroer geklemd te houden, om te kunnen anticiperen op het onbekende. En dat was maar goed ook. Kort daarop was het raak. In plaats van beschutting te zoeken voor de Duitse gevechtsvliegtuigen, waarop hij zich had voorbereid, dook er een omvangrijke zwerm vogels voor hem op. Honderden kleine zwarte vlekken blokkeerden van het één op het andere moment compleet het zicht. Brenner had geen idee waar ze zo plotseling vandaan kwamen. Nog maar net wist hij ervoor uit te wijken, maar dit leverde wel op dat hij zich in een schroefdraai om de groep vogels heen moest buigen om het er levend vanaf te brengen. Het gevreesde gyroscopische effect door de rotatiemotor lag in het vooruitzicht toen hij zich in deze halsbrekende toer stortte. Als een punt die zich over de lijn van een touw beweegt, waarmee wordt touwtje gesprongen, boog Brenner de Sopwith onder de kolossale groep vogels door. Terwijl hij dat deed zeilde er een regen van vogelpoep uit de lucht, waar zijn vliegtuig her en der mee werd besmeurd.  Perplex van het volume en de onwaarschijnlijk hoogte waarop deze zwerm zich ophield, wist hij het toestel in bedwang te houden. Ondersteboven hangende om zich vanuit de tweede schroefbeweging te kunnen herstellen in een normale vlucht dook hij noodgedwongen naar rechts tussen twee bergen een vallei in. Eenmaal terug in een gezonde vliegorde waarbij de hemel weer boven en de grond weer beneden hem was, trachtte hij te bevatten wat hem zojuist was overkomen. Met open mond nam hij de conditie van de dubbele rij vleugels op. Zijn blik bleef daarbij rusten op de kleine putjes die hij ontdekte in de stoffen bespanning. Kleine beschadigingen die aan de randen waren afgezet door een soort oxidatie gaven hem de indruk dat hij door een bijtende regen was gevlogen. Dezelfde putjes hadden de wind vrij spel gegeven en meer stof losgetrokken. Er was zoveel bekleding losgescheurd dat de houten ribben van de vleugel werden blootgesteld. De romp was er al even slecht aan toe. Brenner vloekte vanonder zijn sjaal. Hij had gehoopt dat hij bij het achter zich laten van de vogels, dit  superieure vliegtuig nu eindelijk aan de grond kon zetten. Dus Brenner was een nauwgezet man. Achter raken op schema kwam onder normale omstandigheden niet in zijn vocabulaire voor. Zijn zakhorloge waarschuwde hem echter, dat als hij een man wilde blijven van zijn woord, hij nu direct zijn koers moest bijstellen. Maar toen hij opkeek van zijn kompas ontdekte hij een nieuwe formatie vogels die uit een mist te voorschijn kwam die tussen de bergen hing. Het waren er minstens zoveel als daarnet, zo niet meer. Nu hij er schuin boven hing, kon hij zich er een betere voorstelling van maken. En al gauw zag hij dat het niet bij dit aantal bleef. Nadere beschouwing maakte duidelijk dat wat hij eerder had aangezien voor donkere accenten aan de berghellingen, eveneens groepen vogels waren. De donkere vlekken werden zwarter naarmate zij compacter waren. Vielen ze uiteen dan verwaterde dat en werden de vogels slechter zichtbaar. De situatie voor Brenner zag er nu bijzonder akelig uit, want hij ontdekte door het effect van deze superorganismen nu ook meer vogels boven hem. Had hij nu nog maar hoger gevlogen, dan had hij er uit kunnen opstijgen en eraan kunnen ontsnappen. De enige uitweg die hem op dit ogenblik werd geboden was omdraaien en via dezelfde weg terug tussen de bergen door. Onvermijdelijk was daarbij wel, dat hij in een deel van zijn te nemen bocht een route moest kiezen tussen de vogels door of doorvliegen in de hoop op betere omstandigheden. Het perspectief te laat op zijn afspraak te arriveren scheen hem ineens veel behaaglijker, helemaal toen hij besloot voor het laatste te kiezen en door de muur van mist af te zakken om een beter totaalbeeld te krijgen van de vallei; in het dal van Stymfalia werd Brenner verwelkomd door een massa vogels van apocalyptische omvang.  Je kon met geen mogelijkheid bevatten om hoeveel vogels het hier ging.

De Stymfalische vallei is omringd door de berg Trachi op het zuiden, Pharmakás naar het oosten en torenhoge berg Kyllini op het westelijke deel. Brenner en zijn vogels werden door het massief omringd. Meer naar het noorden was het opener, daar waar een reeks van gecultiveerde velden afbogen en allen naar het rietomringde ondiepe meer leken te wijzen. Culminerende naar het westen, waar we de dorpjes Láfka en Karteri vinden, meet de vallei ongeveer twee bij zes kilometer, met op het andere uiterste de plaats Stymfalia.
Laatstgenoemde was getuige van één van de twaalf werken van Heracles. Stinkende mensetende vogels, zo talrijk dat zij het zicht op de lucht blokkeerden wanneer zij oprezen uit hun moerassige oorsprong, terroriseerden de bewoners ongenadig met hun monsterlijke snavels, klauwen en veren welke uit brons vervaardigd. De één meter hoge vogels hadden de afmeting van een kraanvogel en het uiterlijk van een ibis. Vermoedelijk waren ze afkomstig uit de Arabische woestijnen. Ze vervuilden het land met hun giftige uitwerpselen, verwoestten het gewas en doodden het vee. Alleen Heracles was ze te slim af door met een ratel te schudden die door Hephaestos was gemaakt. Hij schoot ze daarna uit de lucht, totdat de overblijvende vogels op vlucht sloegen en later neerstreken op het eiland Ares in de Zwarte Zee.
Jason en de Argonauten zouden ze later nog zijn tegengekomen toen zij op zoek gingen naar het Gulden Vlies. Zij waren gedwongen om op weg naar Colchis langs het eiland te varen. Door vlug hun helmen op te zetten en luidkeels naar de vogels te schreeuwen, bleven zij beschermd tegen de vallende veren. Hiermee werden ze van het eiland verjaagd en is er sindsdien nooit meer iets van ze vernomen.

Onbekend met deze geschiedenis vloog Dus Brenner dieper de nauwe vallei in. Veel keuze had hij niet. De Stymphalische vogels verplaatsten zich en kozen voor een frontale aanpak. Dit liet hem weinig ruimte over om te manoeuvreren zodat hij de flanken van het dal opzocht. Hiermee zag hij zijn kans schoon en liet de Sopwith Camel dwarshellen om aan een klim rechtsom te beginnen. Zo kon hij de neus in een richting duwen waarin hij meende een doorgang tussen de bergtoppen te vinden. Al snel kwam hij erachter dat hij te hoog had ingezet en moest zijn actie staken. Voor hem hadden de vogels zich alweer verzameld. De afstand tussen het gat in de bergen en zijn vliegmachine was simpelweg te groot. Nog verder naar rechts afbuigen zou er nu toe leiden dat hij te dicht op een majestueuze uitstulping uitkwam en een gerede kans maakte te pletter te slaan. Aan zijn andere zijde was meer bewegingsruimte, maar daar bevonden zich ook de vogels. Zijn munitie hamsterend als een vrek vuurde Brenner met zijn Vickers in korte uitbarstingen. De Sopwith rolde naar links en naar rechts en de Stymphalische vogels gingen aan beide zijden aan hem voorbij. Zijn gedurfde aanval werd beantwoord met een regen van bronzen veren die door de vogels over het toestel werden uitgeworpen. Maar aan de kant van deze mythische monsters vielen ook slachtoffers. Onsterfelijk waren ze niet. Alleen waren zij met zoveel meer. En vlogen zij lager, om te proberen onder het schootsbereik van Brenner te blijven met zijn dodelijke machine geweer, dan liet hij zijn kist weer zakken en maakte hij nieuwe slachtoffers. Wat dat betreft was het vliegen met een Sopwith Camel geen sinecure. Daar de mitrailleurs boven bevestigd zaten, was hij voortdurend in het voordeel wanneer hij als jager onder zijn prooi vloog, maar zodra de kaarten gekeerd werden, had hij niets om zich mee te verdedigen. Dit ging om begrijpelijk redenen overigens ook op voor de vogels, alleen dan contra. Zij hadden de kracht niet om de veren naar boven te smijten, laat staan hun uitwerpselen.

Zo ging het kat en muis spelletje nog even door, totdat Brenner zich noodgedwongen uit deze groep vogels moest losmaken. Nog eenmaal probeerde hij een line-up shot in dezelfde groep, maar aan het hoge schelle gebrul van de motor te horen moest hij zichzelf dwingen tot ander maatregelen. Het lawaai dat uit de aluminium behuizing van zijn rotatiemotor kwam, duidde erop dat hij spoedig zonder brandstof zou raken. Hierdoor moest hij lager afdalen in de vallei om de motor niet te veel te laten slurpen. Daarbij zorgde het vliegen in de eerdere omstandigheden ervoor dat zijn romp en vleugels te veel bloot stonden en daardoor het risico liepen op nog meer schade op te lopen. Vliegen op de maximale snelheid van 115 kilometer per uur, waar de Britse tweedekker op gemaakt was, lag ondertussen ver buiten het bereik wat hij normaal zou kunnen trekken. Nog even en hij dreigde door de geleden schade zelfs onder de overtreksnelheid te raken, waardoor beklimmingen haast niet meer mogelijk werden. Met een snelheid van een magere negentig kilometer per uur scheerde hij amper vijftig meter boven de grond en over de landerijen. Onderweg haalde hij de ene na de andere vogel neer. Hier had hij verwacht vee in doodsangst verspreid te zien uitwaaieren als bladeren de door de lucht werden gegrepen. In plaats daarvan werd hij verrast met het morbide plaatje van tientallen karkassen van dezelfde dieren. In sommige gevallen was er van de koeien en geiten enkel nog een geraamte overgebleven. De vogels hadden ze onder gescheten waardoor ze ziek werden of ze hadden ze direct afgeslacht door ze met hun puntige snavels te doorboren en op te vreten. De Stymphalische vogels hadden de achtervolging op Brenner ingezet en kronkelden als één onheilspellende massa door de lucht. Ook voor hem waren diverse zwermen aanwezig die hij maar al te graag als schietschijven uit elkaar schoot. Het mocht een wonder heten dat Brenner hier überhaupt nog vloog. Enkele bronzen veren hadden reeds gaten geslagen in zijn vleugels en het was overduidelijk dat hij de afgesproken landingsplaats niet meer halen zou. De rollende contouren van de grond die onder hem voorbij raasde bemoeilijkten hem tot het maken van een zuiver schot.
Het landschap was een waas van glooiende weiden die snel overging in het moerasland van het Stymfalische Meer. De boerderijen en hun gronden waren verdwenen en hadden plaatsgemaakt voor het gifgroene water dat rijkelijk met algen was begroeid. Brenner moest zich concentreren op het heelhuids tot een goed einde brengen van deze doodsvlucht. Hij was aan de oversteek van het meer begonnen en zag dat dit het uiterlijk had van een hele dikke erwtensoep. De piloot vloog zo laag dat zijn wielen bijna het water raakten. Voor hem uit, stak een schilderachtige veldstenen ruïne van een brug uit het water alsof het een lang vergaan tijdperk wilde markeren. Het meer besloeg amper een kilometer in lengte, maar voor Brenner leek het alsof iedere druppel waaruit het was samengesteld onder hem voorbij kroop. Hij keek omhoog en zag hoe een dikke geconcentreerde wolk van Stymphalische vogels boven hem vlogen. Op een afstand van minder dan vijftig meter leken ze dadelijk een verenregen op hem te willen loslaten. En zouden ze daarin slagen, dan zou het brons hem niet alleen een kopje kleiner maken, het gewicht van de veren zou hem ook doen zinken. Hij omklemde daarom te trekker van zijn enige geautomatiseerde vuurwapen en bedacht zich hoe hij de vogels in zijn vizier kon krijgen. De verenregen begon reeds. Brenner ontspande daarop de greep op de trekker en veranderde terstond zijn tactiek nadat hij de omgeving goed in zich had opgenomen. Links van hem verscheen de brug en het was duidelijk dat de vogels hem vanuit de rechterzijde er tegenaan wilde laten vliegen. Hij hoefde geen geleerde te zijn om te weten dat hij met zijn spanwijdte van 8,5 meter onmogelijk de doorgang van de oude kleine brug als vluchtweg kon gebruiken. Wel liet hij zich verleiden om die richting uit te vliegen en trok in diezelfde beweging een groot volume van de donkerbronzen vogels mee. Het oude bruggetje had de verbinding met de kade eeuwen geleden verloren, zodat er een uitsparing was ontstaan die Brenner benutte om er zijn vliegtuig tussen de kantelen. De kunstige toeren die hij met zijn tweedekker uithaalde zou nog dikke punten hebben gescoord op een vliegshow. Achter de ruimte die hij tussen de kade en de brug had ontdekt, had hij een leegte in een rij hoge dennenbomen gezien, waar hij zijn geluk maar al te graag op beproefde. Het resulteerde erin dat hij tussen de stammen door kon vliegen met een marge van nog geen tien centimeter aan beide uiteinden van de vleugels. Achter hem stortte een flink groep veren en vogels neer in het water en tegen het stenen bruggetje. Zij konden niet meer tijdig reageren op deze voortreffelijke kunstgreep. Enkele raakten daarbij bedolven onder de stenen die onder deze onnoemelijke kracht werden losgerukt.
Dus Brenner zelf bleef even uit het zicht. Eventuele toeschouwers zouden verbijsterd zijn geweest waarom een crash uitbleef en zouden vol ontzag de vliegende kist hebben staan nastaren met oh’s en ah’s toen deze even later weer relatief ongeschonden tussen de kruinen van de dennen opsteeg. Tevreden gluurde deze over zijn schouder naar achter om zich te overtuigen van het staaltje dat hij had laten zien.

Veel tijd om te kunnen genieten van deze schamele overwinning was er echter niet. Brenner had de noordoostelijke opening in de vallei eindelijk bereikt, maar werd opnieuw door vogels gehinderd. Daarbij, hij was in zijn dijbeen getroffen door een bronzen veer. Zijn broek zag donkerrood van het bloed. En een nog grotere wolk met Stymphalische vogels stond hem inmiddels alweer op te wachten tussen de bergwanden en ontnamen hem de enige mogelijkheid om rechtuit de vallei uit te vliegen. Zijn nederlaag accepterende, deed hij daarom het enige mogelijke wat hij nog kon doen. In plaats van nu opnieuw naar rechts af te buigen om nieuwe confrontaties aan te gaan, zocht hij de hellingen op van de imposante bergketen Kyllini. Hierbij vloog hij recht over het plaatsje Stymfalia heen, waaraan de vogels hun naam hadden te danken. Warm bloed gutste uit zijn bovenbeen en droop over zijn stoel. Ook in zijn mond was een bronzen smaak aanwezig, omdat er bloed in terecht was gekomen. Met een vroege klim trachtte hij zoveel mogelijk terrein te winnen op de berghelling, omdat hij wist dat hij het uiterste van zijn rotatiemotor vroeg. Het was net genoeg om op het steiler wordend stuk boven een dichtbegroeid bos uit te komen. Hier gespte hij zijn veiligheidsgordel los. Daar had hij wat moeite mee door zijn dikke handschoenen. Maar toen dat eenmaal lukte opende hij zijn cabine en trapte er een pakketje uit. Een voorwerp ter grootte van een flink rugzak buitelde naar beneden en kwam in een bos met loofbomen terecht nog voordat de Stymphalische vogels in de buurt waren en het konden onderscheppen. Voor Dus Brenner had het alle belang dat zijn geheime lading niet zouden worden terug gevonden door enig individu die er kwade bedoelingen mee had. Liever nog, hij hoopte dat niemand het Gulden Vlies hier ooit nog terug zou vinden.
Gealarmeerd door de nu bijna lege tank zocht hij driftig naar een geschikte plaats voor een noodlanding, wetende dat dit in een onmogelijke opgaaf zou blijken te zijn. Het voortdurend van hoogte veranderende bergterrein stond geen landing toe dat een normaal mens zou overleven.
Tot grote vreugde echter, vond hij toch een recht stuk terrein waar hij een poging tot landen zou kunnen ondernemen.
Maar op dat moment sloeg het noodlot toe. De zure uitwerpselen hadden zich zo ver door de stof van de vleugels gebeten, dat het gewichtsverschil tussen de vleugels en de rest van het vliegtuig een maximum had bereikt. Hierdoor dreigde de Sopwith Camel scherp naar rechts te draaien en door het sterke gyroscopische effect van de rotatiemotor zou dit onvermijdelijk resulteren in een heftige dodelijke spin. Brenner stond hiermee voor een onmogelijk dilemma: in de ten dode opgeschreven kist blijven zitten of zichzelf overgeven aan de Stymphalische vogels door uit het vliegtuig te springen.

Had hij nou maar in het vliegtuig blijven zitten. Maar zijn woede jegens de vogels was zo ver opgelopen dat hij een even suïcidale keuze maakte door uit de Sopwith te springen. Na even te hebben moeten worstelen met onder en boven trok hij aan een koordje en opende hij zijn parachute. Achter hem klonk een luide explosie ten teken dat zijn trouwe Sopwith Camel in een vuurbal uiteen was gespat. Ook dit was een wanhoopsdaad, want hij wist dat hij nu een vrij hangende schietschijf was geworden. Nog even slaagde Dus Brenner er in om zijn karabijn tevoorschijn te halen en een tiental Stymphalische vogels uit de lucht te knallen, maar nog voordat Brenners lijf met de parachute tussen de bomen haakte, werd het in een tijdsbestek van enkele seconden tot het bot toe afgekloven.