By theonologie | July 12, 2016 - 3:08 pm - Posted in Games, Nederlands

Dat Pokémon Go begint meteen al extreme vormen aan te nemen. Gisteren maakte ik kennis met deze hype van Nintendo … correctie… The Pokémon Company. En ja, ook ik heb mij laten overtuigen om de ‘apk’ te downloaden en alvast op jacht te gaan. Toegegeven, het zogenaamd vinden van deze welbespraakte wezentjes uit de wereld van Satoshi Tajiri en te doen alsof jijzelf een ware Pokémon Trainer bent, werkt erg aanstekelijk. Toch ken ook ik, als iemand die wel als redelijk sensatiebelust en als fanatiek gamer bekend staat, z’n grenzen. Op je werk ben je om te werken (hoewel…), naar school ga je om te studeren, in de supermarkt sta je om boodschappen te doen en thuis ben je er of voor je gezien of om – behalve je huishouden – ook wel iets anders te doen dan alleen maar op Pokémon te jagen. Euh… toch? Of heb ik hier iets gemist?

Vanmiddag rond de klok van 12:00 uur liep ik van mijn werkplek naar buiten om op het station van Haarlem m’n lunch naar binnen te werken en even aan mijn verhalen te schrijven. Nietsvermoedend zat ik daar in de tweedeklas wachtruimte en maakte ik mij juist op om mijn lunch alweer af te ronden toen er een stel de wachtruimte kwam binnen stappen van zeg voor het gemak twee generaties ouder dan mij. We praten over een leeftijdscategorie dat aardig overeenkomt van de geestelijk vader van dit spel zelf. Dus misschien verklaart dat iets.
De vrouw van het stel liep in elk geval direct met haar telefoontoestel omhoog in haar handen naar binnen en sprak prompt tegen haar man:
“Ik heb hem! Daar is ie…”
(hier deed ik mijn best dit stel niet aan te staren!)
De man ging hier in mee, hoewel ietwat aarzelend en ging reeds voor de vrouw staan.
“Ja, zo. Of nee, je linkerhand moet nog iets omlaag,” instrueerde de vrouw haar man om de perfecte foto te kunnen schieten van haar echtgenoot met het denkbeeldige wezentje dat alleen zijzelf op de camera van haar telefoon kon zien. Het was om je kapot te schamen, zo voelde ik het althans.
Afijn, ik stond toch op het punt om terug te lopen naar mijn werkplek, zodat ik de wachtruimte gauw verliet en kort daarna liep ik alweer op het stationsplein, het voorval van zojuist was ik alweer vergeten.
“JA! Daar links, ik heb hem hoor!” hoorde ik opeens iemand uit de Starbucks schreeuwen.
Ik dacht, nee echt? Niet hier ook al, hè?
Verderop op het stationsplein bij het standbeeld van Kenau en Ripperda herhaalde het fenomeen zich opnieuw:
“Daar,” En wat ik zag, was een man die op zijn telefoon een bal omhoog veegde om een Pokémon te vangen die hij kennelijk bij het beeld op zijn camera had zien verschijnen.
Het was een stralend zonnig moment op de dag, op straat liepen de meeste mensen met korte mouwtjes of korte rokjes, maar waar hield iedereen zich mee bezig?
Juist;
Pokémons vangen…