By rinaoddel | October 21, 2013 - 9:03 am - Posted in Duimzuigerij, Games, Nederlands, WSNOI

Vanaf vandaag is er een nieuw spel gelanceerd op WSNOI: Bakkie Snooi, een verfrissend zoekspel waarbij je bonen moet zoeken en koffie bereidt om sterren te verdienen.

In dit spel maak je iedere dag kans vele sterren te verdienen simpelweg door het bereiden van bakjes koffie (de ‘Bakkies Snooi’). Zodra de dag begint wordt er voor jou steeds een nieuwe smaak / recept klaargezet welke je kan klaarmaken door er de juiste bonen voor te gebruiken. Deze bonen moet je echter wel eerst zien te bemachtigen. Dit doe je bijvoorbeeld door spellen op WSNOI te spelen die onder bepaalde voorwaarden deze bonen opleveren of door ze te kopen of door ze te zoeken op de site.
Op het hoofdscherm van het spel zelf zie je rechts welke bonen er benodigd zijn voor het huidige recept.

Heb jij op een goed moment alle bonen gevonden, dan kun op de knop ‘Bereiden’ klikken en wordt de koffie vanzelf gezet. De bonen gaan dan door de bonenmaler en levert behalve goeie koffie ook een hele berg sterren op.
Als dat geen heerlijk spel is…
(Ja of je moet geen koffie lusten natuurlijk)

Probeer Bakkie Snooi vandaag nog uit door te gaan naar Bakkie Snooi.
Heb je nog geen account op WSNOI? Meld je dan eerst aan via Onze aanmeldpagina.

Even voorstellen:



Speciale functionaliteiten die Bakkie Snooi bijzonder maken:

Op het ‘Bonen’-tabblad wordt keurig bijgehouden welke bonen je al bezit en welke je nog moet zoeken. Heb je een boon op voorraad, dan verschijnt hierbij een vinkje. De knop ‘Bereiden’ om je koffie mee te kunnen zetten wordt actief op het moment dat jij je voorraad compleet hebt.

Bevalt een smaak je niet, omdat je het lastig vindt hiervoor alle bonen bij elkaar te krijgen, dan kun je een recept opblazen dan wel vernieuwen door hiervoor bommen te gebruiken.

Om wat extra dimensie toe te voegen aan dit smaakvolle spel, kun je je koffie nog lekkerder maken door ‘Extra Pit’ te gebruiken. Dit is het tabblad waar je kunt gaan raden welke geheime bonen jouw koffie nog meer sterren doen opleveren.

De ‘plusjes’ bij de bonen geven aan welke bonen je kunt inzetten om te raden. Maar opgepast! Als je de koffie bereidt met de verkeerde extra bonen, dan zet je een slappe bak en gaan al je ingezette bonen verloren!

Door middel van een speciale receptenlijst wordt bijgehouden welke recepten op dit moment binnen jouw kennisgebied liggen om te kunnen bereiden. Per recept kun je daar zien wat de ingrediënten zijn, welke bonen je nodig hebt voor Extra Pit, welke Extra Pit je al hebt vrijgespeeld en wat het huidige recept is. Door het koffie-icoontje en de kleurmarkering wordt ook visueel gemaakt voor welke andere recepten je op dit moment de juiste bonen op voorraad hebt.

Prettige bijkomstigheid: als je op WSNOI een level omhoog gaat: krijg je er nieuwe recepten bij!

Er is nog veel meer te vertellen over dit spel om je mee te verlekkeren, maar ik mag een boon zijn als dat hier nog gaat passen. Het is vast nog leuker om het zelf te gaan ontdekken. Ben je al dorstig geworden, speel dan nu Bakkie Snooi!

Oh ja, en opgepast nog met deze glibberige gluiperd!

By karelriemelneel | October 17, 2013 - 6:22 pm - Posted in Duimzuigerij, English, Nederlands, Uit het dagboek van een programmeur

Programmeurs die, al dan niet actief in strings en andere integere rommel, de dag vullen met het doorgronden van code die door anderen is geschreven zullen dit herkennen: een warboel van code zonder toelichtend commentaar is de nachtmerrie waar je voor je vak niet aan wilt. Helaas is het voor vele van hen een bittere realiteit. Want wanneer programmeurs hun programma’s schrijven dan willen ze meestal gewoon dat het werkt en willen ze niet bezig hoeven zijn met voor iedere regel code die ze schrijven commentaar te moeten uitwerken (uitgezonderd hen die per regel code betaald krijgen natuurlijk).

De ijverige programmeur, die onderstaande commentaar bij zijn programma heeft geplaatst heeft daar wellicht anders over gedacht. Dit fragment kreeg ik vandaag door een collega van mij op een verloren momentje (voor de baas) doorgestuurd. Ik hou inderdaad wel van dit soort vermakelijke ‘agressie epistels’ die zwaarmoedige programmeurs vol geestdrift oppennen vaak onbewust van het feit dat er geen hond is die deze informatie, doorgaans, ooit tot zich zal nemen. Om vervolgens te ontdekken dat het op het web wemelt van de fora waar al even zotte programmeurs hun verloren tijd kolderiek zinnig proberen te maken met het naar elkaar uitwisselen van deze onnozele ‘codecrap’.

// At this point, I’d like to take a moment to speak to you about the Adobe PSD
// format. PSD is not a good format. PSD is not even a bad format. Calling it
// such would be an insult to other bad formats, such as PCX or JPEG. No, PSD
// is an abysmal format. Having worked on this code for several weeks now, my
// hate for PSD has grown to a raging fire that burns with the fierce passion
// of a million suns.
//
// If there are two different ways of doing something, PSD will do both, in
// different places. It will then make up three more ways no sane human would
// think of, and do those too. PSD makes inconsistency an art form. Why, for
// instance, did it suddenly decide that *these* particular chunks should be
// aligned to four bytes, and that this alignement should *not* be included in
// the size? Other chunks in other places are either unaligned, or aligned with
// the alignment included in the size. Here, though, it is not included. Either
// one of these three behaviours would be fine. A sane format would pick one.
// PSD, of course, uses all three, and more.
//
// Trying to get data out of a PSD file is like trying to find something in the
// attic of your eccentric old uncle who died in a freak freshwater shark
// attack on his 58th birthday. That last detail may not be important for the
// purposes of the simile, but at this point I am spending a lot of time
// imagining amusing fates for the people responsible for this Rube Goldberg of
// a file format.
//
// Earlier, I tried to get a hold of the latest specs for the PSD file format.
// To do this, I had to apply to them for permission to apply to them to have
// them consider sending me this sacred tome. This would have involved faxing
// them a copy of some document or other, probably signed in blood. I can only
// imagine that they make this process so difficult because they are intensely
// ashamed of having created this abomination. I was naturally not gullible
// enough to go through with this procedure, but if I had done so, I would have
// printed out every single page of the spec, and set them all on fire. Were it
// within my power, I would gather every single copy of those specs, and launch
// them on a spaceship directly into the sun.
//
// PSD is not my favourite file format.

By Gijs | October 13, 2013 - 4:49 pm - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Scherpe Blik

Heeft u dat ook wel eens? Sta je bij de kassa in de supermarkt, ben je nog lang niet klaar met alles in je tas te doen en dan zegt de caissière:
“Dat is dan 24,95 alstublieft”
Wat doe je dan? Ga je dan eerst afrekenen om vervolgens degene na jou in de weg te staan met jouw inpakwerk of ga je stug door met inpakken tot je klaar bent en dan afrekenen waarbij iedereen weer na je kijkt van ‘Wat een eikel. Kan ie niet eerst effe betalen dan gaat alles veel sneller’ (terwijl het echt niet zo is)?
Ik heb er het volgende op verzonnen: vertragingsbananen. Uitleg: je moet ze wegen en je krijgt een bonnetje dat je er zelf op moet plakken. Als je hem maar krom genoeg plakt kan de scanner hem niet lezen en dan moet de caissière het nummer handmatig invoeren. Dit geeft jou tijd om je boodschappen in te pakken.
NB: dit kun je met andere artikelen ook doen en als je veel boodschappen hebt doe je er mee waarbij je ze verdeelt over de totale hoeveelheid.
Vanmiddag vroeg de caissière aan mij:
“Meneer, kunt u zeggen wat dat is?”
Mijn antwoord: “Rode kool.”
Zij: “Oh, is dat nu rode kool? Ja sorry hoor, ik lust geen rode kool dus ik heb het ook nog nooit gezien.”
Ik wist niet goed wat ik hier nu van moest denken. Het is een beetje dom, maar ook wel weer schattig.
Ik ga volgende keer artisjokken halen. Eens kijken of ze die kent.

By tinusicket | October 7, 2013 - 8:34 am - Posted in Duimzuigerij, Mabuhay, Nederlands, Retourtje naar hier en terug

image by thehenk, edited by Gsorsnoi

Voor het vertrek naar de werkgevers heden ochtend legde mijn echtgenote Jenny mij nog een vraag over haar kleding voor. Mijn vrouw wil er graag verzorgd uitzien, zodat ieder detail, hoe minutieus ook, onverdeelde aandacht behoeft. Menig man zal deze situatie herkennen en wordt hier zelfs misschien wel dagelijks door zijn eega mee geconfronteerd. Een precaire zaak dus, waar zorgvuldig met het te geven antwoord moet worden omgesprongen. Gelukkig laat ik mij door dit soort vragen niet verrassen en ben ik altijd met mijn ongezouten mening hierop voorbereid, hetgeen door haar wordt gewaardeerd.
Er moet worden aangetekend dat mijn vrouw Filippijnse van afkomst is, inmiddels prima Nederlands spreekt, maar toch af en toe met de uitspraak van bepaalde woorden en grammatica nog wat worstelt. En ik moet haar beslist nageven, sinds ze in Nederland is, schroomt ze niet om, bij twijfel aan het juiste zins- of woordgebruik, het gewoon te proberen. Angst om iets verkeerds uit te spreken komt niet bij haar op. Deze kranige instelling rondom het taalgebruik leverde vanmorgen daarom dan ook weer een allerschattigste verspreking op.
Terwijl ik nog wat voorbereidingen trof om kort daarop onze jongste dochter uit haar bedje te halen, had Jenny zich al in haar jas gehesen om spoedig naar haar werk te vertrekken. Tas en alles was ingepakt of in gereedheid gebracht om na een zoentje elkaar een fijne dag te wensen. Het enige wat ze wel nog even wilde weten was of ze voor de dag er wel presentabel genoeg uit zag. Want tja, die zilver- met zalmkleurige instappers van Louise Vuitton… zou dat wel gaan bij die nette donkere pantalon?
“Schat,” begon ze, toen ze zelf de conclusie al had getrokken dat de schoenen vloekten, “ik denk ik heb nieuwe vrije loop-, euh… vrije-… hoe noem je dat? Vrij lopende…?”
Nog niet helemaal ingeschakeld keek ik van mijn ontbijtje en andere handelingen op en repeteerde niet-begrijpend een deel van de vraag:
“Vrije-…schoen? Huh?”
Totdat ze ten slotte zelf probeerde:
“Vrije uitloopschoenen?”
Op dat moment moesten we allebei lachen. Terwijl bij Jenny het schaamrood inmiddels op de kaken verscheen, zag ik mijn ‘kippetje’ al voor me en moest ik hierbij onwillekeurig aan gelaarsd pluimvee denken dat, bij het leiden van een gelukzalig leven, ons reeds van ons dagelijks ontbijt aan het voorzien was. Het was maar goed dat Jenny mijn scharrel niet is, anders zou je er nog andere gedachten aan kunnen linken. Gelukkig moest ze er zelf ook hard om lachen, maar drong wel bij mij aan om haar eindelijk te verlossen met de juiste term:
“Vrijetijdsschoenen zul je wel bedoelen, schat, of niet?”

Heerlijk vind ik dat soort versprekingen altijd. En, clown van het huis dat ik ben, voer ik het ongemak vaak nog even ietsjes op tot net onder de grens dat het irritant begint te worden.
Laatst moest ik ook zo lachen toen ze mij per e-mail een vraag stelde, omdat we een klusjesman in huis hadden voor een verbouwing, of we nog ergens nieuwe ’stofzuiker tasjes’ hadden. Haha, prachtig! Om over de ’stoelpadden’ nog maar niet te spreken. Meestal als ze dit soort fantastische uitspraken maakt, plaag ik haar dat ze weer ‘Jenny-taal’ gebruikt, waar ze dan toch vaak weer iets minder om kan lachen…

By tinusicket | October 1, 2013 - 3:02 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands

image by craft, edited by Gsorsnoi

Logica. Als het aan iets ontbreekt is het dat nu wel. Er zijn soms woorden die zich in rust aan mij opdringen en een uur of twee bij mij blijven. Flarden inspiratie wellicht, maar wel erg prominent aanwezig. Vruchteloos tracht ik het te negeren en draai mij nog eens om. Een volgevreten gevoel houdt huis in mijn lijf en links in mijn dikke darm zit een baksteen. Het is typerend voor mijn ziekte. Losgewoeld ben ik, uit mijn slaap. Ik kronkel in mijn nest. Met geen besef van tijd vermoed ik dat het een uur of drie moet zijn. Zo oud is de nacht alleen nog niet. De avond ervoor ben ik de Man met de Hamer tegengekomen. De lul. Negen uur had hij mij reeds mijn bed in geschopt, gewoon omdat ik het nodig had, blijkbaar. Maar hier lig ik nu, veel te vroeg ontwaakt en met een nare sensatie in mijn onderlijf. God, ik lijk wel twee meter lang. Mijn middel zit zo laag. In trance nog van een droom tracht ik het van mij af te zetten, maar hier begint het juist. Allang bekend inmiddels hoe laat het is vervloekt reeds hetgeen nu gebeuren gaat. Geen pijn, gelukkig niet, nog niet. Al weet ik dat dat ook komen gaat. Wel het gevoel van onrust, het niet meer kunnen vatten van de slaap en een opkomende zweem van koorts. Woelen doe ik, nog eens. Naast het hoofdeind sper ik mijn ogen wijd open en staar ik binnensmonds vloekend naar mijn nachtkastje. Zien doe ik alleen niets, want ik ben volkomen nachtblind. Of toch; knipperend als de ruis op een verkeerd afgestelde frequentie van een CRT beeldscherm begin ik langzaam de contouren van ons aflopend dak te ontwaren. Mijn gedachten verplaatsen zich weer naar mijn darmen. Ik voel me niet goed. In mijn schedel teken ik de map uit waar het begint te zeuren. Daar draait het nu ook. Rondom de plaats waar eerder in mijn bovenkaak eens een verstandskies heeft gezeten bouwt zich langzaam een pijn op die zich moeilijk laat definiëren. Het spookt er. Kiespijn is het niet, maar zo voelt het wel, vergelijkbaar met de vreemde krachten die zich nu naar lager in mijn lijf verplaatsen. Steunend als een fabriek in een verborgen onderaardse stad produceren mijn darmen gassen die zich moeizaam door mijn gestel verplaatsen en de opstopping alleen nog maar groter maken. In een martelgang probeer ik mij tegen deze processen te verzetten door een andere positie aan te nemen, maar niets helpt. Ik draai, ik woel en ik zucht, tot mijn vrouw, die veel later dan ik het bed in is gegaan, er wakker van wordt en mij vraagt:
“Wat is er schat?”
Het antwoord reeds kennende wrijft ze zorgzaam over mijn bovenlijf en ik ben al dankbaar dat ze dat niet lager heeft gedaan. Daar, lager, neemt de druk verder toe en manifesteert zich een pijn waar geen beschrijving tegenop kan. Ten einde raad maak ik aanstalten het bed te verlaten en na veel aarzeling doe ik dat ook. Liever had ik blijven liggen, wachtend tot het over was en gehoopt zo weer in slaap te vallen.
Ik sta op en denk aan mieren. Kleine wezens die zich verplaatsen door mijn schedel. Krioelend door mijn hoofd van mijn bovenkaak tot naar mijn oorschelp. Steun zoekend aan de rand van het bed en de muren van onze zolderkamer baan ik mij een weg naar mijn bureau, dat naast ons bed staat. Ik vind er de bureaustoel die altijd zo prettig zit en plaats er ferm twee handen op de leuning neer. Kotsen wil ik. Maar ik weet dat ik dat niet kan. Het licht is nog uit en in mijn geval, met mijn nachtblindheid, betekent dat aardedonker zonder enige tastbare diepte. Op de tast verplaats ik mij daarom naar de vensterbank van onze dakkapel en buig ik er mijn hoofd naar de holte van mijn arm. Pijn. Helse pijn. Eén die woedt door mijn lichaam als een opstekende storm. Dit is waar mijn evenwichtsorgaan het moeilijk begint te krijgen, maar ik houdt mij steeds staande. Sterker nog, na enig moment besluit ik mij weer naar een andere plaats op onze zolder te begeven, maar grijp in het voorbijgaan wel een zaklamp mee. Nu zo net na een verbouwing ontbreekt het nog aan een vaste lichtbron aan één zijde van onze zolder waar zich ook het nieuwe trappengat bevindt. Ik zwalk er naar toe, maar ben wel zo verstandig eerst mijn draagbare lichtbron aan te knippen. Een straal gelig doch in mijn eigen beleving kleurloos licht stelt mij nu enigszins in staat om überhaupt nog iets te zien.
Mijn wereld draait weer. Ik aanschouw de traptreden in het afdalen alsof het een schaars verlichte mijngang is waar wat stof door dwarrelt. Achter me en boven mij hoor ik het geluid van de branding. Het schuivende, bijna mechanische aanzwellen van water beweegt zich ritmisch achter mij aan. En ik voel weer pijn. Mieren hebben plaats gemaakt voor meeuwen, de vliegende ratten. Ik hoor ze op de achtergrond, alsof ze achter de golven aan vliegen en een onmisbaar geheel vormen, samen met de branding. Klotsen. Klotsen doet ook mijn hoofd en ik zie mijn wereld in de lichtbundel die zich voor mij uit verplaatst wegdraaien. Zwalkend daal ik over de traptreden naar onze eerste etage. Ik dreun tegen de muur opzij van mij en rol mijn ogen weg alsof ik stomdronken ben. Eén wijntje slechts. Ik heb het gisteren netjes gehouden. Alleen wie weet wat één wijntje in een toestand als deze met een mens doen kan.
De verdere afdaling naar de woonkamer gaat alleszins redelijk, wat oriëntatie en richtinggevoel betreft. Onderweg heb ik reeds Ibuprofen gescoord en, omdat ik geen zin heb in een tandpastasmaak, beweeg ik mij naar de keuken voor een schoon glas. Eenmaal gevonden ben ik nog altijd in gevecht met de zwerend pijn in mijn darmstreek en klok ik het water achter mijn pil aan naar binnen. Zweven doe ik, door de keuken terug naar de woonkamer. En daar gaat het helemaal fout. Ik tol op mijn benen en aanschouw hoe de woonkamer zich omvormt tot de ingewanden van een schip. Meubels transformeren tot zoals die je vroeger aantrof op houten zeilschepen en het parket onder mij verweert en kantelt zich. Ik ook. Door het deinen van de zee onder mij, verlies ik mijn evenwicht en beleef ik hoe onze inboedel aan mij voorbij schuift. Met het laatste restje gevoel voor realiteit weet ik te voorkomen dat ik onze tv-meubel omver trek en kies er liever voor zelf midden op de woonkamer neer te knallen. Of dat pijn heeft gedaan weet ik al niet meer. Ondertussen ben ik namelijk al aan de beklimming terug naar onze cabine begonnen en terwijl ik dat doe zie ik langzaam hoe ons huis zich van een schijnbaar schip zich terug omvormt naar de eigenlijke vormgeving. Alleen lijkt het interieur nog geen vaste plaats hervonden te hebben. Of ben ik dat zelf?
Worstelend met de grip op de werkelijkheid en de krampen in mijn buik, zoek ik mij een weg terug naar boven. Op de achtergrond komt de branding terug en het ritmische geschuif van zeewater. Rustgevend is het echter allerminst en met het gejank van de meeuwen als toppunt van irritatie bouwen de klanken zich langzaam op tot een nerveuze kakofonie. Woedend als een orkaan gaan de steken van pijn impressionistisch in mijn darmstreek tekeer waardoor ik al bijna stuiterend en wanhopig terug naar mijn tweemeterbak toe vlieg.
Hoewel dankbaar dat ik dat heb gehaald, geraak ik er nu echt in gevecht met mijzelf. Koude rillingen trekken zich vanaf mijn stuitje langs mijn ruggengraat omhoog en pijn maakt in de rest van mijn lijf de dienst uit. Liefdevol vleit gepolijst ivoor zich naast mij neer en dekt mijn vrouw mij zo de warmte toe waar ik juist zo behoeftig om ben. Ik dank haar voor de goede zorg en nestel mij iets dichter tegen haar aan. Toch dringen zich juist nu de tranen aan mij op, terwijl op de achtergrond ‘Het Geluid van de Branding’ door de babyfoon duidelijk maakt dat onze dochter rustig slaapt. De pijn ebt nu wel weg, maar in feite voel ik mij doodongelukkig.
Ik woel en schok en jank nog wat.
Verlangend naar een teug met zuivere zuurstof zuig ik nu mijn longen vol vers gebrouwen kattenstront en vat ik eindelijk de slaap.