image by sochacki_info, edited by Gsorsnoi

Help je Karel weer met het oplossen van onderstaand mysterie?

“Dit is precies de reden waarom ze het tegenwoordig verplicht hebben gemaakt dat puntige tuinhekjes met bogen over de punten moeten worden uitgevoerd,”  vervloekte Lesley Spandabato de eigenaar van het hek bij het onderzoeken van het tuinhek waarin het slachtoffer was beland. Het ironische was dat de man die in het tuinhek gevallen was mogelijk zelf verantwoordelijk was voor deze nalatigheid. Nu stak één van de stalen spiesen door het kraakbeen van zijn neus en door zijn verhemelte naar zijn luchtpijp. Zijn benen hingen over zijn rug en hoofd heen gebogen, zoals een turner een burg ten uitvoer brengt. Het balans van het lichaam werd door zijn armen gehouden. Die waren eveneens doorboord.
“Hoe heeft hij dat in vredesnaam gedaan?” vroeg ik hardop tegen niemand in het bijzonder.
Terwijl mijn collega bezig was met de bloedspatanalyse, trachtte ik een beeld te vormen van het grotere geheel. Het glas in het raam op de eerste etage was gebroken en bijna anderhalve meter verder hing de hoofdbewoner in de tralie. Met mijn armen gespreid stond ik in hun tuin en mat de afstand die het slachtoffer had afgelegd. Op de achtergrond in de slaapkamer wachtte een zenuwachtige zoemer om ‘gesnoozed’ te worden.

Klik hier voor de spelregels.

Oorspronkelijke beloning gouden tip:  ZB 1.250,-.

<WAS HET SLACHTOFFER AL GEWOND?>
“Wat kun je mij over het slachtoffer vertellen Lesley? Enige andere verwondingen gevonden behalve die hem door zijn aanvaring met het hek zijn aangedaan?”
Lesley zette zijn studentikoze brilletje af, streek met zijn hand over zijn rode baardje en wendde zich tot mij.
“Niets chef,” de bril ging weer van het voorhoofd naar de rug van zijn neus.
“…hij kan net zo makkelijk uit een Cessna vliegtuigje gedonderd zijn.”
“Prima. Trek dat na,” ik proestte en keek op naar hoge objecten om mij heen. Deze man was misschien niet uit een vliegtuig gedonderd, de dichtstbijzijnde bomen stonden ook [AANWIJZING] te ver weg.
“… en laat iemand dat takke-ding gaan uitzetten!”

<WAS ER IEMAND ANDERS IN HUIS?>
Met de smaak van peroxide nog in mijn mond van gisterenavond liep ik het huis in om mijn andere mannen te spreken. De dag kon niet beroerder beginnen. Ondanks mijn ziekbed werd ik gebeld voor deze zaak. Mijn kaak was nog steeds niet volledig genezen van een dubbele extractie. Twee verstandskiezen.
“Appie,” ik bracht twee paar vingers naar mijn mond om te gaan fluiten en kwam daar van terug toen ik me bedacht dat het onnodige kracht op mijn kaak zou uitoefenen.  Abdel  Dezertecon Kretonshos had mij gehoord en wierp mij vanaf de master bedroom een blik toe.
“Heb je kunnen constateren of er iemand anders in huis was?”
“Nope. Maar te oordelen aan de slaapkamers verwachten we dat zijn vrouw nog thuis moet komen. Hij moet een zoontje hebben van … ik schat een jaar of acht. Die zal nog op school zitten.”
Tot mijn vreugde had iemand die irritant wekker uitgezet.
“Hoe laat stond die wekker?”
[AANWIJZING]
“Acht uur dertig.”

<EXPLOSIEVEN?>
“En verder,” ik keek de slaapkamer rond en het viel me op hoe keurig het was opgemaakt.
“…is je verder nog iets opgevallen? Je zal vast geen explosieven hebben aangetroffen.”
Abdel bevestigde dat. Het raam mocht aan diggelen liggen, het bed was opgemaakt en behoudens de glasscherven lag ook de rest van de slaapkamer er ogenschijnlijk opgeruimd bij. Ik vroeg mij hardop af:
“Dus als de vrouw en het kind beide buiten de deur waren,” Abdel en ik keken beide naar de klok waarna hij mijn zin afmaakte:
[AANWIJZING]
“…wie stond er dan om half negen op uit zijn bedje?”

{WEKKER}:
Was het de hoofdbewoner die laat opstond? Of was het een inbreker geweest die zich kapot was geschrokken van een late alarmklok? Magere Hein had een foto van een hand achtergelaten bij het lijk. De insluiper zou met zijn grijpgrage handen in de spullen van deze familie opzoek geweest kunnen zijn naar geld of sieraden. ‘Munnik’ was de naam die ik op het bordje bij de deur had gelezen. Dat zou betekenen dat de man aan het hek de heer Munnik moest zijn. Ik liet dit nagaan door het lijk te laten fouilleren op papieren die zijn identiteit konden aantonen. Lesley was mij een stap voor geweest en had een rijbewijs uit de jas gevist: de man die op zijn eigen tuinhek een geslaagde studie deed naar satévlees was de heer Munnik zelf.
“Inspecteur Riemelneel,” Lesley bleek nog meer informatie voor mij te hebben.
“Het is mij eerder niet opgevallen door het akelige tafereel, maar er is nog iets opvallends wat ik heb ontdekt bij het lijk,”
“En dat is?”
[AANWIJZING]
“…Mijnheer Munnik mist een schoen.”

<TWEEDE SCHOEN IN OMGEVING TE VINDEN?>
Dit kon wel eens een interessante aanwijzing zijn. Was mijnheer Munnik nog maar half aangekleed voor zijn werk en had hij daardoor een schoen te weinig aangetrokken of had hij deze ergens verloren? Om te zorgen dat mijn mannen niet te veel tijd kwijt raakten aan het zoeken van een linkerschoen, vroeg ik Koen Voet zich daarmee bezig te houden. Zelf zocht ik ook mee. We zochten buiten op straat, in de tuin, in het schoenenrek in het voorportaal en uiteindelijk op de slaapkamer. Onder het bed vond ik de schoen die we zochten. Nog geen vier centimeter vanaf de bedrand stond hij daar net buiten het zicht, rechtop tussen wat glassplinters. Dit was interessant: hoe kon de schoen van de heer Munnik binnen zijn terwijl hij zelf door het raam naar buiten was gevlogen? [AANWIJZING]
“Hé! Zijn veters zijn los,” prevelde ik.

{ WEKKER IN RELATIE TOT DE HEER MUNNIK ZELF}:
Dit deed mijn terugkomen op mijn eerdere bevinding. Zou deze meneer Munnik dan toch geschrokken zijn van een late wekker terwijl hij zich na het douchen half had aangekleed om naar zijn werk te gaan? Hij kon zijn veters vast hebben zitten maken toen hij zich de pleuris schrok bij het afgaan van zijn wekker. Maar de wekker stond aan de andere kant van het bed, hij moest dan bij het raam hebben gezeten en … zou je dan echt met een noodvaart door het raam springen? Dit leek me wat erg onwaarschijnlijk.
“Wacht even,” ik realiseerde mij niet eens dat ik tegen mezelf aan het praten was.
“…dit glas …” en in gedachte streken mijn handen door de scherven op het bed.
[AANWIJZING]
“…de meeste scherven liggen binnen.”

<IETS VREEMDS AAN DE SLAAPKAMER?>
Afijn. Alle objecten en aanwijzingen we tot nu toe bij deze moord hebben gevonden zijn op plaatsen waar je ze niet verwacht. Nog afgezien van de bijzonder onnatuurlijke positie waarin we het slachtoffer aantroffen.
“Die slaapkamer zit me toch niet lekker hoor inspecteur,” collega Ace die wat later op zijn Acefiets op het plaats delict was gearriveerd had een feitenanalyse opgesteld en de bevindingen verzameld.
“Is er echt niets vreemds te ontdekken aan dit slaaphonk? Zijn er geen objecten gevonden bijvoorbeeld waarmee het raam kapot kon zijn gemaakt?”
Al hoopte ik dat ik het antwoord voor hem had, ik moest het hem schuldig blijven.
“Neen, niets verdachts,” stond Koen Voet mij bij.
“De ruit is naar binnen toe gebroken. Dat mag al bijzonder merkwaardig genoemd worden,” de geur van met speeksel vermengd brood met pindakaas drong door te ruimte toen Koen luid smakkend aan zijn lunch begon. Ik had nog niets gegeten. Dus misschien was het goed om even met mijn mannen te gaan eten.
“…je zou bijna denken dat meneer Munnik als Superman van buitenaf in zijn slaapkamer probeerde te landen.”
Op dat moment had ik iedereen met mijn blik kunnen doorboren als ik diezelfde Clark Kent in zijn rol was zo groot waren mijn ogen toen ik dat hoorde. Koen had ik het eerst vermoord, maar in plaats daarvan bedankte ik hem en zei:
[AANWIJZING]
“Hij moet van hoger zijn gevallen! Dat kan ook verklaren hoe hij anderhalve meter tuin overbrugde.”

<HOEVEEL VERDIEPINGEN HEEFT HET HUIS?>
“Pauze jongens. Scoor ook even een boterham voor mij en laat iemand de jongen opvangen mocht hij tussen de middag thuiskomen,” al gokte ik er eigenlijk op dat hij wel ergens zou overblijven.  Door mijn enthousiasme donderde ik bijna van de trap en voelde het op een zekere plek in mijn hoofd opnieuw naargeestig gonzen. Met de ingeving die ik van Koen had gekregen besloot ik deze scène nog eens van een nieuw perspectief te bekijken. Wat ik al wel wist was dat dit huis bestond uit een beneden en een bovenwoning, vijf verdiepingen totaal. In de twee onderste en een deel van de derde woonde de familie Munnik en als ik het versleten naambordje erboven mocht geloven zou een familie Ruis of Kruis daarboven wonen. Van de voorkant gezien was er rechts vanaf de derde echter een hap uit de constructie waardoor het bouwwerk in de hoogte deels onvolledig bleef. De ontstane ruimte werd ingevuld door een dakterras met twee balkons daarboven.
“Bingo!” wat ik dacht was mogelijk. Vanuit de tuin keek ik naar die rechterkant die mij al eerder was opgevallen, maar eerder nog geen betekenis voor me had. [AANWIJZING] Mijnheer Munnik kon van dat balkon gestuiterd zijn. Hoe was nog even de vraag.

<SPOREN OP HET DAK?>
Vanaf het dak was ook mogelijk. Bob was bij mij blijven staan en had ook zijn interesse getoond in dit inzicht.
“Die ruit is onderweg stuk geslagen. Hij heeft tijdens zijn val gewoon zijn schoen verloren.”
“Precies wat ik ook dacht.”
“Blijft het dan toch niet raar dat het slachtoffer rond half negen op had dak of dakterras gezeten heeft? Het is er ook niet bepaald het weer voor.”
Na de lunch, waarbij ik mij tevreden had gesteld met een bakje yoghurt, offerde Lesley zich op om op het dak op sporenonderzoek uit te gaan. Toen hij terugkwam vroeg hij ons om een handdoek.
“Op het dak niets gevonden. Ik zou alleen die vogelpoep van mijn handen willen wassen. Wat me wel was opgevallen is dat het terrasje er [AANWIJZING] wat verpauperd bijligt, heeft iemand daar al gekeken?”

<GETUIGEN DIE DE HEER MUNNIK OP DAKTERRAS HEBBEN GEZIEN?>
Ace bood Lesley een handdoek aan nadat hij zijn handen had gewassen.
“Ik ga wel even kijken of ik getuigen kan vinden,” sprak deze.
“Goed plan Ace,” stemde ik in.
“…Paap en Koen kunnen het dakterras gaan verkennen. Daar moeten toch sporen te vinden zijn.”
En terwijl zij dat deden waren Bob en ik in de tuin met hetzelfde werk bezig. Eerder doorzocht terrein kreeg een tweede inspectie.
[AANWIJZING]
“We missen een vaas,” klonk het later van boven.
“Gevonden!” riep Bob twee meter naast mij vanuit een struik.
“Dus hoe wisten jullie van die vaas?” riep ik half lachend naar boven. Wat een puik team heb ik toch, bedacht ik mij ineens en vergat de pijn in mijn kaak.
“Heb je al bloemen voor Valentijn?” Paap hield met een brede glimlach een bosje rommelige tulpen omhoog.  Zijn vinding had me weer wat opgevrolijkt, maar Ace kwam daarop met slecht nieuws terug:
“Geen getuigen die meneer Munnik gezien hebben baas.”
Ik met een zuur gezicht:
“Ah, nou ja. Dat geeft niet,” ik zuchtte.
“…maar noem me geen ‘baas’ meer alsjeblieft.”

{KANDELAAR}:
“Mannen maak er geen spelletje van hè?” mopperde ik ten onrechte tegen mijn collega’s, een effect waar we allemaal wel eens mee te kampen hebben wanneer we reden hebben om humeurig te zijn.
“Welnee inspecteur,” reageerde Koen op het dakterras en hield een roestige kandelaar omhoog.
“…het was vast Kolonel Mustard met een kandelaar!”
Ik kon het niet helpen, daar moest ik erg om lachen.
“Ik weet het goed gemaakt,” en deelde een valse lach met Bob.
“…als je bloedsporen of ander DNA-materiaal aan de kandelaar kan ontdekken die de moord oplossen ga je door voor de koelkast.”
Die vond hij natuurlijk niet. Bob echter, [AANWIJZING] vond een grove splinter van een bewerkt stuk hout.

<WAAR HOORDE HET STUK HOUT BIJ?>
De grote splinter had hij uit de grond getrokken en had daar voor de helft ingestoken gezeten. Het houten fragment was bijna vijf centimeter dik en precies één meter lang. De ribbelstructuur aan de bovenkant verried direct waar het toe behoorde.
“Hey!” wierp ik naar boven, verbaal zogezegd.
“…missen jullie een stuk terrastegel?”
Paap reageerde het snelst.
“JA!”
Hij verdween heel even uit beeld. Door de balustrade en de beplanting daarachter konden wij hem niet zien. Later begreep ik dat hij een gebroken terrastegel had ontdekt waar het stuk toe behoorde. Daaronder had hij een witte [AANWIJZING] plastic zak ontdekt.

<ZAT ER EEN CADEAU VERSTOPT IN DE PLASTIC ZAK?>
Met mijn team op het terras en de toeleidende overloop was het best druk.
“Een Valentijnscadeau denk je?” vroeg Koen aan Jolien, die de knul had opgevangen en bij de buurvrouw had ondergebracht.
“Het leek me best een romantische man. Ik bedoel zo lelijk zag hij er volgens mij niet uit voordat hij er zo verschrikkelijk bij kwam te liggen.”
Paap tilde met zijn gehandschoende handen een pakketje uit het witte zakje en vond een rechthoekig voorwerp in cadeauverpakking.
“Ik vrees dat Elly Munnik een wrange verrassing te wachten staat als ze thuis komt.”
“Elly?” vroeg ik aan Paap. Het antwoord kwam van het stickertje waar achter ‘Aan:’ in pen haar naam stond.
“En zo te zien heeft Magere Hein de hulp van een bekende schrijver ingeroepen,” enkele van ons knikte instemmend toen in dikke hoofdletters [AANWIJZING] ‘STEPHEN KING’ bij het verwijderen van het cadeaupapier verscheen.

<VINGERAFDRUKKEN GEVONDEN?>
Abdel onderzocht de vingerafdrukken op de kaft, het cadeaupapier en de zak. Ze matchten allen die van meneer Munnik.
“Ik was altijd fan van Stephen King,” deelde ik met mijn collega’s.
“…maar van dit verhaal lopen de rillingen toch over mijn rug.”
“Fijn. Nu we ontdekt hebben waarom ons slachtoffer hier op het dakterras was en naar beneden kukelde, weten we nog altijd niet wat daar de oorzaak van was.”
Jolien reageerde op wat Bob zei:
[AANWIJZING]
“Misschien heeft, zoals Paap al zei, Stephen King hem daar wel bij geholpen.”

(Opgelet: dit is alles behalve een dubbele aanwijzing!)

<TITEL VAN HET BOEK?>
“Tja, dat zou ik ook zeggen met zo’n titel,” Bob wierp nog eens een blik op de kaft en wist genoeg.
Op de kaft en onder de naam van de auteur was te lezen: ‘Mobiel’.

{TELEFOON}:
Ferry Munnik had het dit keer helemaal uitgedacht. Zijn vrouw Elly was eerdaags jarig en hij zou het cadeautje wat hij voor haar had gekocht nu eindelijk eens een goede verstopplek geven. Eerder had de nieuwsgierigheid van zijn vrouw al eens bijna een breuk in hun relatie veroorzaakt. Elly kon namelijk nooit het geduld opbrengen om een verrassing tot het moment van overhandigen te laten wachten, zodat ze direct in huis op zoek ging zodra ze wist dat Ferry iets voor haar in huis had gehaald. Tot grote ergernis van haar man natuurlijk. Dit jaar zou het niet anders lopen, bedacht hij zich. En terwijl hij de lol er tenslotte van begon in te zien, had hij nu wel zo’n geweldige verstopplek gevonden: een losse tegel op het dakterras. Daar zou ze zijn presentje voor haar nooit vinden.
Ferry had die dag een late dienst en had zijn wekker om half negen gezet. Niet omdat hij anders te laat zou zijn op die late dienst – tegen twaalf uur had hij zeker al wakker geweest – hij zou het cadeautje gaan verstoppen. Normaal zou zijn vrouw Ruben al naar school hebben gebracht en zou hij zonder wekker door dat moment heen slapen om tegen het einde van de ochtend naar zijn werk te gaan. Ferry werkte als verpleger in het ziekenhuis.

Hij sloop naar boven om via de overloop het dakterras te bereiken. Met zijn jas aan stond hij daar in de regen en vond de losse tegel. Onder zijn jas beschermde hij het verpakte boek tegen het slechte weer. Niet dat dit veel toevoegde: hij had de verrassing ook nog eens in een plastic zak gewikkeld.
Net dat hij zijn taak op het terras had voltooid en wilde wegstappen van die ene tegel in de hoek klonk er een ingesproken ringtone:
“Schat… joehoe! Schatje … voor mij neem je toch wel op…?”
Ferry Munnik schrok zich te pletter van de stem van zijn vrouw waarvoor hij angstvallig zijn geheim verborgen wilde houden en had niet direct door dat het geluid van zijn telefoon kwam. Hij maakte een misstap en verloor zijn evenwicht.  Hierdoor kukelde hij over de balustrade en nam in een armbeweging een stenen vaas mee.

In dezelfde struiken waarin Bob eerder een stuk hout vond, trof hij een mobiele telefoon aan. Zijn vrouw had hem 12 keer gebeld … om even te vragen of hij een schone broek naar school kon brengen. Ruben had in zijn broek geplast.

Donker verpakt en beschermd tegen al wat er zich daarbuiten afspeelde glimlachte Stephen King vanaf zijn foto op de achterkant van het boek. Het boek was getiteld: ‘Mobiel’.
 
Beloning gouden tip van ZB 800,- toegewezen aan BoB de Winter.