By gsorsnoi | October 13, 2008 - 12:35 pm - Posted in Gevleugelde Uitspraken, Nederlands

Beste Ben,

Op een taalkundige inzending van jouw kant moet ik wel gehoor geven vind ik. Zij het dat ik reageer via de e-mail en je dat wellicht niet kunt aanhoren. Hierbij lees je mijn reactie:

Deze grappige uitspraak is helaas geen contaminatie. Ik moet je teleurstellen. Een contaminatie betreft namelijk in alle gevallen een ongelukkige versmelting van twee betekenisverwanten. Korter of langer hoef ik de uitleg niet te maken. Om daarom jouw inzending te beantwoorden als “Sorry Ben, dit is geen contaminatie. Volgende keer beter” zou ik wat erg bot vinden en doet een taalgevoelig man als jij geen recht aan. Driftig ben ik daarom bezig geraakt een pleonasme te ontdekken in deze uitspraak. Maar nee, ook dat zat er niet in. Ik heb mezelf zelfs op de vingers moeten tikken voor deze taalonzedige gedachte. Een pleonasme is een uitspraak waarbij het ene woord overvloedig in betekenis volgt op het voorgaande woord. Bijvoorbeeld: “de rond cirkel”, “witte sneeuw”, “een dood lijk” en “de luie ambtenaar” …
Oh pardon, die luie ambtenaar hoort daar natuurlijk niet thuis.

“Spreekwoordelijke gezegdes” is dus geen contaminatie en ook geen pleonasme. Beide categorieën impliceren namelijk een gelijke betekenis. En dat is nou net wat deze twee woorden in deze uitspraak juist missen:

  • Een spreekwoord is een korte, krachtige uitspraak die een waarheid of wijsheid bevat. In tegenstelling tot een gezegde, dat naar het onderwerp wordt vervoegd, wordt in een spreekwoord steeds dezelfde tekst gebruikt. Vaak bestaat een spreekwoord uit twee delen, waarbij het eerste deel een oorzaak of voorwaarde beschrijft en het tweede deel een gevolg of conclusie. Spreekwoorden behoren tot de volkstaal. Om die reden zijn veel Nederlandse spreekwoorden ontleend aan de scheepvaart. Volkstaal is dynamisch, om die reden kunnen oude spreekwoorden gemakkelijk verdwijnen en nieuwe ontstaan.

Bedenk bij het aanhoren van een spreekwoord altijd: “Al is een spreekwoord nog zo raar, als het rijmt dan is het waar.”

  • Een gezegde is net als een spreekwoord een vaste uitdrukking. In tegenstelling tot een spreekwoord is een gezegde een deel van een zin en wordt deze in een lopende en veranderbare zin verwerkt.

bron: Wikipedia

Vergeef mij mijn vrijpostige onbeschaamdheid tot deze uitleg te zijn gekomen. Ik heb je er niet de les mee willen lezen. Als contaminatie had je weliswaar de plank mis, maar naar mijn persoonlijke mening is “spreekwoordelijke gezegdes” …

… een buitengewoon magnifieke uitspraak!

Met vriendelijke groet,
Gsorsnoi

—————————————————————————————–

Van: Ben [http://www.irritaal.nl]
Verzonden: maandag 13 oktober 2008 9:34
Aan: Gsorsnoi
Onderwerp: Grappige uitspraak

Dag Gsorsnoi,

Zojuist hoorde ik een collega van mij zeggen: spreekwoordelijke gezegdes.
Ik dacht dat is iets voor een contaminatieliefhebber, dus wellicht vind je het leuk genoeg voor een post op Tycoon Newspaper.

Groet,
Ben

By gsorsnoi | October 9, 2008 - 1:02 pm - Posted in Retourtje naar hier en terug, Nederlands

Mensen die mij persoonlijk kennen hebben na het lezen van deze titel al direct een relatie gelegd tussen twee grote interesses van mij. Maar omdat ik er niet van uit mag gaan dat iedereen mij persoonlijk kent, laat staan mij überhaupt kent, wil ik best uitleggen waar de relatie op slaat:
Een deel van de titel verwijst naar mijn liefde voor de nog altijd aantrekkelijke actrice Sandra Bullock. Het andere stuk verwijst naar het afbrokkelende popicoon die vaak geheel onterecht wordt afgeschilderd als een mislukte King of Pop. Wat deze critici voor het gemak vergeten, is dat de huidige popidolen het onmogelijk zo ver geschopt hadden kunnen hebben als die Wacko Jacko er nooit geweest was.

Het gebeurde op deze vroege morgen toen ik mij realiseerde dat ik mijn trein alleen nog zou kunnen halen als ik als een Tom Boonen aan mijn stuur zou gaan harken en een flinke sprint in zou zetten. Ik ergerde mij dit weekend zo aan de alsmaar groeiende verzameling oud papier, dat ik in deze krappe ochtenduurtjes vond dat ik daar maar eens wat aan moest doen. Eigenlijk had ik in het weekend tijd zat gehad om deze schone taak in het vieze weer uit te voeren. Maar zoals al vermeld: het was echt té smerig vies weer om het huis hiervoor te verlaten!
Afijn, met nauwelijks marge over op de klok begon ik mijn avontuur om op mijn stalen ros de 4,3 kilometer metende route naar het station te ondernemen. Onderweg die kant op zat eigenlijk weinig tegen. De klinkers vielen goed onder de wielen zodat ik niet uit evenwicht werd gebracht, terwijl er op de stukken asfalt een filmpje water lag van de bui van die nacht waardoor dit mijn snelheid iets deed toenemen. Geen vuiltje aan de lucht zou je zeggen!
Op enig moment parkeerde één of andere halve zool zijn auto recht voor mij op de t-splitsing welke een knooppunt vormde in mijn route. De bestuurder maakte aanstalten het voertuig te verlaten duidelijk met de intentie mij toe te spreken. Ik had dusdanig haast dat ik deze man eerst wilde negeren. Op het moment dat hij mij toch probeerde aan te spreken laveerde ik om zijn persoon en auto heen en wuifde een beleefd doch nors gebaar om aan te geven dat ik geen tijd voor hem had. Enig Russisch gemompel verstomde in het tafereel wat ik juist had gepasseerd.
Niet veel later had ik een volgend kruispunt gekruist toen tot mijn stomme verbazing dezelfde oude bak naast mij opdook. De weg waarop dat gebeurde oogt wellicht geschikt voor 80 kilometer per uur, maar valt toch wel degelijk binnen de bebouwde kom. Het zal je niet verbazen dat ik toch wat zorgen begon te baren over de wetenschap dat er vaak te hard wordt gereden op deze weg terwijl deze vreemdeling uit Moskou suïcide halt hield.
Wat bewoog deze bonte kragendrager om zo wanhopig iemand de weg te willen vragen? Waarom wachtte hij niet even tot hij een voorbijganger kon aanschieten die minder haast had om op zijn of haar werk te verschijnen? Daarbij, hoe groot is de kans dat ik deze taalvreemde man een antwoord op zijn vraag kan geven? De weg naar het Krasnapolsky kon hij van me krijgen!
Hij draaide zijn raampje aan zijn rechterhand omlaag en schreeuwde mij nog altijd in zijn eigen taal toe. Zijn auto stond stil midden op een onoverzichtelijke donkere duinweg. Ik voelde mij niet echt gemakkelijk. Zowel links als rechts van mij golfden er rijen bomen over duinheuvels wat de aanblik gaf van een donker eng bos. En daar fiets je dan. Twee holle wanhopige ogen staren je aan vanaf een langwerpig groezelig gezicht. Op zo’n moment spelen pijn en vermoeidheid niet meer mee, dan zorg je er wel voor dat je je zo snel mogelijk uit de voeten maakt. Daarbij, ik wilde nog altijd mijn trein halen.
Hooguit veertig meter verder hadden wij een derde confrontatie. Ditmaal bond de Rus er geen doekjes om. Waar ik een uitrit zou passeren die rechts naar een parkeerplaats leidde, zag hij zijn kans schoon om mij de pas af te snijden. Met die oude Lada van hem reed de Rus de oprit in en probeerde zo mijn pad te blokkeren.

Onwillekeurig moest ik denken aan een scène uit één van mijn favoriete films. In deze scène verzoek dwingt agent Jack een bestuurder van een luxe sportwagen deze rond een stadsbus te gaan rijden om daarmee contact te kunnen zoeken. Deze chauffeur van deze bus heeft zijn wagen vol geladen en stuurt nietsvermoedend door de asfaltjungle. Jack haalt alle trucen uit de kast om zijn aandacht te krijgen. Er zit namelijk een bom op deze stadsbus gemonteerd die wordt geactiveerd boven de 80 kilometer per uur en af gaat zodra de snelheid van de bus daar weer onder daalt. Inmiddels is de bom al op scherp gezet wanneer er contact met de bus wordt gezocht. De sportwagen is zowat total loss gereden wanneer Jack er eindelijk in is geslaagd de chauffeur duidelijk te maken dat er iets flink loos is. Een A4-tje waait op de voorruit met de tekst: “BOMB ON BUS”.
Van schrik laat de chauffeur het gas los…

Wat wil deze Rus mij duidelijk maken? Ik zal het waarschijnlijk wel nooit te weten komen. Zodra deze roestige bak de oprit op draaide zag ik gelukkig nog net kans voorlangs een aanrijding te vermijden. Zo wanhopig als Jack was om contact te krijgen met de buschauffeur, zo wanhopig was deze man. Is het dan zo’n groot probleem om iemand anders de weg te vragen? Of had deze freak andere plannen met een onschuldige fietser als ik?

Al met al heb ik nog 7 minuten moeten wachten op een verlaten station, badend in het maanlicht onder een paars-zwarte sluier van de wegtrekkende nacht, wachtend op mijn trein.

By bartzweets | October 8, 2008 - 12:55 pm - Posted in Galbakkerij, Nederlands

Afgelopen zondag was het dan eindelijk zo ver. In de plaatselijke sporthal vonden de eerste echte originele kampioenschappen kauwgumdammen plaats. Men was al maanden bezig met de voorbereidingen, en de deelnemers hadden zich helemaal in het zweet gezenuwd voor deze spannende dag.
Het werd dan ook werkelijk waar een hele organisatie om elke week weer de sporthal helemaal kauwgumvrij te krijgen van de trainingen. Vanaf ’s ochtends half 8 tot 12 uur ’s middags hadden alle leden van de jeugdcommissie zich elke week weer volledig een ongeluk gekauwd om het spel speelbaar te krijgen. Tegen de klok van twaalf kwamen alle deelnemers binnen terwijl het laatste pakje kauwgum nog maar net geopend werd voor het voorkauwen. Wij hoeven u niet voor te kauwen dat het een hele kunst is om de damborden goed te voorzien van de kauwgumdamstenen. Het is namelijk zo dat kauwgum gom is met etherische olie en suiker om op te kauwen. Daarbij is het zeer belangrijk dat de kauwgumdamstenen niet tegen elkaar komen te liggen zodat ze niet aan elkaar gaan plakken. Ook moeten de damborden steeds van een dun laagje slaolie zijn voorzien zodat de kauwgumdamstenen ook niet aan het bord blijven plakken.

Bij de kampioenschappen werden de deelnemers gefouilleerd op het bezit van illegaal extra kauwgum. Achmed Liën werd daarom onmiddellijk gediskwalificeerd wegens het bij zich hebben van 3 kilo Stiemer rollen.
In de zaal stond op elk badmintonveld een kauwgumdambordtafel opgesteld. De deelnemers, minus Achmed, namen plaats. En de wedstrijden konden beginnen. Tinus Icket lag er het eerst uit. Zijn haar zat onder het kleverige kauwgum. “Gad ver damme, mij zie je nooit meer dammen!” was zijn uitspraak die al zijn onvrede verduidelijkte.

Doubleyou Kwak, wie gewonnen had van Tinus, moest het opnemen tegen De Moraelridder. Maar deze ronde verloor hij al gauw, omdat De Moraelridder een te hoge dam voor Doubleyou had opgeworpen om zich nog door heen te kunnen slaan. Wel wist Doubleyou een dam te slaan, maar omdat deze dam vastkleefde aan de dam van De Moraelridder, sloeg deze dam nergens meer op. Daarom verloor Doubleyou dus ook. Want als een dam nergens op slaat, dan kun je er moeilijk nog een andere dam mee slaan.
Vier andere spelers werden met één grote brancard opgehaald vanwege het feit dat ze betrokken waren geraakt bij een kauwgumexplosie. Kornelis Oflook had namelijk een enorme kauwgumbel geblazen die tot explosie kwam omdat deze te groot was. Al het kauwgum kwam neer op twee tafels waar de vier kauwgumdammers zaten te kauwgumdammen. Ze raakten in elkaar verwikkeld en werden weggevoerd. Dat werd douchen! En krabben!

Uiteindelijk bleven alleen Wilburt Eerman en Theo Nologie nog over. Met twee uitgekauwde vermoeide gezichten stonden ze tegenover elkaar tussen de acht besmeurde kauwgumdambordtafels in. Deze tafels symboliseerden de saloons terwijl Wilburt en Theo als Gum Eastwood en John Waynegum konden doorgaan. Ze stonden er met gebrede schouders en hun handen hingen strak naast het lichaam, klaar om naar hun Bubble Gum te grijpen. De spanning was te kauwen. Wie o wie trok als eerste zijn revolver? Was het Theo Nologie alias Gum Eastwood? Of ging onze Wilburt Eerman er met de hoofdprijs vandoor als John Waynegum?
John Waynegum trok zijn Bubble Gum als eerste. Als een idioot begon hij aan de verpakking te peuteren om de 33mm Gumeenheden tevoorschijn te halen. Gum Eastwood volgde. Ze stopte hun monden tot hun amandelen vol met de Gumeenheden en begonnen als een wezenloze te kauwen. Hun hoofden werden vuurrood. John Waynegum had de grootste voorsprong en startte daarom ook als eerste met het blazen van de kauwgumbel. Gum lag 2 cm in doorsnede achter op John. De kauwboyhoed van John begon met het randje vast te plakken aan de kauwgumbel, welke nu een doorsnede had bereikt van 4,25 m. De bellen werden groter en groter. Op een gegeven moment waren ze zelfs zo groot dat ze elkaar begonnen te naderen. Ten slotte vond er een gumexplosie plaats waar net zoveel asem uit kwam zetten als er waterstofgas zat in de Lindenburgh zeppelin. In Kiew, Gibraltar, ja zelfs in Reykjavik was deze knal nog hoorbaar.

Gum Eastwood kwam ergens op de Marshmellow-eilanden terecht terwijl John Waynegum met zijn achterwerk in de Alice Bubble Springs in Australië belandde. Aangezien John Waynegum (Wilburt) het had gepresteerd om Gum Eastwood (Theo) het verste weg te knallen werd John als winnaar uitverkoren. Theo lag, zoals reeds vermeld, met zijn gat in het Rode Centrum van Australië. Daar lag hij te creperen van de dorst omdat er op dat moment een enorme droogte heerste. De rivier de Todd, nabij Alice Bubble Springs, ligt vaak droog en door het vele kauwgum eten voelde de mond van Theo aan als een echte Australische woestijn.

En de hoofdprijs?
Wilburt mocht nu eindelijk naar de Kauwgumfabriek van Willy Wodka.