By gsorsnoi | February 14, 2017 - 11:57 pm - Posted in Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter dat weliswaar geen verslaggever is, maar door haar aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: America Calista

Functie: Forensisch Geneeskundige bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Geen
Oorsprong naam: Geen bijzonderheden ten aanzien van de herkomst van haar naam. Dat wil zeggen, haar naam is puur samengesteld uit een voor- en achternaam die ik mij op dat moment aanspraken.
Modelpersoon: Eva Mendes
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken:
“Deze man heeft [AANWIJZING] meer splinters in zijn donder zitten dan Dwight York interlands heeft gespeeld.”
Hieruit zou je kunnen afleiden dat America graag naar voetbal kijkt en kennelijk wel wat weet van een voetbalheld van haar land Trinidad.

Een sexy bitch met een hart van goud

Zo enthousiast als de lezers keer op keer weer meededen aan het Tycoon Newspaper-detectivespel ‘VZD’ zo groeide ook het aantal personages dat er in optraden. In voorgaande edities van ‘Een portret van…’ heb ik daar al menigmaal wat over losgelaten. America Calista was ook zo’n personage dat met die uitbreidingen op enig moment aan het clubje rechercheurs werd toegevoegd. Maar America is natuurlijk niet even zomaar een karaktertje dat er op het lijstje interessante inspecteurs bij kwam, zij moest echt opvallen. Dat wilde ik, omdat opvallende typetjes de samenstelling dynamisch en onverwacht maken. America moest daarom om te beginnen een arrogante vrouwspersoon zijn én ze moest behoorlijk wat pit hebben, zodat ze geen moeite zou hebben zich te bewegen in het duistere milieu waar de rechercheurs soms mee te maken hebben. Daarbij is het sowieso fijn dat ze van zich kan afbijten en dus ook onder de collega’s niet op haar bekkie is gevallen. Niet dat er in andere misdaad- of CSI-achtige series of verhalen geen gedegen hoeveelheid dames van dit kaliber zit verwerkt, maar het kon geen kwaad om ook aan de VZD een ruige, bijna ongenaakbare femme fatale toe te voegen.
Ik dacht toen, weet je wat, laat ik dit keer eens voor een ruig en sexy type gaan waar de mannen van het Gohes City Forensisch Instituut letterlijk dan wel figuurlijk hun handen vol zouden hebben. Het ’stijlvolle’ waar femme fatales vaak mee worden geassocieerd, komt daardoor niet echt zo terug in onze America. Maar dat is niet erg. Ik heb haar liever meer sleazy en bijna kinky, kauwgomkauwend en spuwend op de vloer, dan een brave studiebol die bijkans nog wel aantrekkelijk is, maar dat ook alleen is wanneer ze een bril draagt of toevallig iets interessants met haar garderobe rommelt. Toch wilde ik America ook wat onverwachte nettere/zachtaardige eigenschappen toedichten, zoals een groot empathisch vermogen en het dusdanig willen slijpen van conversaties opdat mensen die eerder nog lijnrecht tegenover elkaar stonden het door haar ingrijpen ineens weer wat beter met elkaar kunnen vinden. Een voorkeur voor rockmuziek en ‘harde’ platen zou wellicht ook iets zijn wat je bij haar zou verwachten. Toch blijken die stijlen niet helemaal haar ding. Geef America maar wat jaren ‘50 muziek, bossa nova en klassieke muziek, muziek waar ik niet geheel toevallig zelf ook graag naar luister.
Wat je waarschijnlijk wel bij haar zou verwachten zijn van die scenes waarbij je deze sexy bitch een val ziet zetten voor onderwereldfiguren, wat ze dan aanpakt door ze te verleiden om iets van ze gedaan te krijgen en dan net op het laatste moment de val laat dichtklappen en haar behabandjes weer ophijst. Toch gaat ze niet zo ver als ik mij Angelina Jolie voorstel in eenzelfde rol, die ter afsluiting de kop van een mafioso er ook nog af zal knallen zodra deze zijn broek heeft laten zakken en te laat doorkrijgt dat hij is beetgenomen. Nee, veel middelen zal America niet schuwen om in haar werk iets gedaan te krijgen, maar ze werkt wel nog steeds bij het GCFI en dan is het omleggen van criminelen toch niet echt een primair uitgangspunt.
America is meer een ‘dame’ die zich als eerst om een medemens ontfermt zoals het scoutingmeisje Liesbeth, die kort voor hun ontmoeting haar vriendinnetje dood had aangetroffen.
Verder is ze een type dat graag van boter bij de vis houdt en juist niet houdt van om de hete brij heen draaien. Kort nadat ze met Lesley in de dienstwagen na haar introductie aan het korps met hem naar haar eerste zaak rijdt, spreekt ze haar mentor al aan met:
“Pronto, wat hebben de hulpdiensten nou precies aangetroffen?” waaruit voldoende blijkt dat ze ook niet van treuzelkonten houdt. En terwijl ze haar eerste plaats delict (de bus vol moordwapens) aan het inspecteren is, genieten we natuurlijk van hoe zij naast de bus haar rondingen strekt voor een goed overzicht, alsook het moment dat ze samen met Lesley over de stuurkolom gebogen iets aan hem uitlegt en Lesley eerste rang boven haar boezem hangt. Het zijn maar wat details die deze uiterst gespecialiseerde en gedreven forensische geneeskundige extra ‘body’ geven.

De arrogantie druipt er vanaf.

Lesley en Koen merkten het, zoals je hiervoor al hebt kunnen lezen, helemaal aan het begin van De rotte appel meteen al op. Nadat America kort door Karel Riemelneel aan het team was voorgesteld, concludeerden de mannen al direct dat ze zojuist een bloedmooie collega rijker geworden waren. Beide heren waren direct door haar uiterlijk opgenomen en spraken er na haar introductie als mannen onder elkaar over: de latina met haar perfect rondingen, haar grote borsten en haar intrigerende sensualiteit. “Woh, heb je die borsten gezien man?” was het eerste wat Lesley sprak toen de twee nog maar net het GCFI waren uitgelopen, waarop Koen hem tot orde moest roepen, omdat hij al voorzag dat Lesley het anders moeilijk zou krijgen zijn focus erbij te houden daar hij door Karel als haar mentor was aangewezen. Koen had ook allang door dat Lesley nog een pittige kluif aan haar zou hebben, aangezien haar arrogante oogopslag verried dat het geen kat was die je zonder handschoenen moest aanpakken. En dat was iets waar hun collega’s die daarna met haar moesten samenwerken ook nog wel achter zouden komen. Want een kat heb je van haar zo te pakken, zodra je met seksistische opmerkingen begint of met andere vrouw-onvriendelijkheden komt aandraven. En dat is uiteraard nu net hoe ik America in het Tycoon Newspaper-wereldje wil presenteren: een rauwe griet die van zich afbijt en overloopt van arrogantie, al lijkt dat laatste soms gespeeld.
Je zou je, haar beschrijving zo lezende, wellicht al gaan afvragen of hier eigenschappen tussen zouden moeten zitten die van mijn eigen persoonlijkheid zijn afgeleid. De TN personages waar ik jullie middels de portretten al kennis mee heb laten maken zijn immers vaak een uitvergroting van mijn eigen karakteristieken. Wel, voor wie het nog niet van mij weet, ik kan soms ook best zelfingenomen zijn. Dus maak je over die overeenkomst maar geen zorgen. Maar dat is niet hetgeen waar je mij op het eerste oog in zou moeten herkennen. Sterker nog, America hoeft niet primair bedoeld echt veel weerspiegelingen van mijn eigen persoonlijkheid te zijn. In haar geval is het eerder zo dat zij een overdreven versie vormt van de vrouwen waar ik op val…
…Yep!
Zo is het. Je zal het misschien niet achter me hebben gezocht, maar typetjes zoals America Calista zijn nu echt de vrouwen waar ik in het bijzonder een zwak voor heb. Het mooiste meisje van de klas, die bloedmooie verkoopster bij de Starbucks waar iedere man dagelijks een praatje mee heeft, de sexy medepassagier die je elke dag tegenkomt in de trein en jou nog geen blik waardig gunt, kortom: de onbereikbare vrouw. Ik leg de lat graag erg hoog.
En mocht het nu zo zijn dat je hoogst verbaasd reageert nu ik je vertel dat (het modelpersoon van) America Calista kennelijk tot mijn idee van een droomvrouw behoort, wellicht dat je dan al minder geschokt bent wanneer je beseft dat de moeder van mijn kinderen van de andere kant van deze planeet komt, ook buitengewoon sexy is en vol zit met temperament. ‘Stille Willy’, het ‘buitenbeentje van de familie’, de ‘introverte schrijver’, geloof me, ik heb ze allemaal al een keer gehoord, maar wie bij dat beeld van mij had gedacht dat ik oud zou willen worden met een brave vriendelijke huismus, die persoon kent mij kennelijk dan toch nog niet goed genoeg. Ik vrees dat dat niet aan mij besteed zou zijn. Ik zoek graag de tegenstelling op, wordt het liefst uit mijn comfort zone getrokken en maak het mezelf graag zo moeilijk mogelijk. Verliefd worden op de vrouw die ik toch vast niet zou kunnen krijgen, wakkert bij mij juist alleen maar meer de wens aan om alles op alles te zetten om deze persoon het hof te maken.
Een vrouw heb ik het liefst met een sterk karakter, iemand die niet op haar bekkie is gevallen, iemand die net zo graag mij de beslissingen laat maken als zelf het roer in handen neemt, maar ook iemand die overloopt van sensualiteit en wanneer het haar uitkomt ook wat uit de hoogte mag zijn. Een gezonde dosis arrogantie, zolang het niet te overvloedig is, vind ik stiekem eigenlijk best aantrekkelijke eigenschap aan een vrouw.
Wanneer je dan op het punt uit komt om te bepalen wie dan het modelpersoon voor America Calista zou moeten zijn, dan zou je haast gaan denken dat ik daarmee dan op iemand als Keira Knightley zou zijn uitgekomen. Het is niet gezegd dat een vrouw zich ook echt verwaand hoeft te gedragen, maar ik denk dat velen het wel met me eens zouden zijn wanneer ik Keira aanwijs als één van de beroemdheden die om een dergelijk uiterlijk wel echt bekend staat. Zij hoeft haar gezicht niet eens in een plooi te vouwen om het uit te stralen, zij is er gewoon voor in de wieg gelegd om arrogant te kunnen zijn. Hou me ten goede, ik ben helemaal niet iemand die beroemdheden volgt in hun omgang met mensen buiten hun acteerwerk om, dus ik heb ook geen idee of ze zich buiten haar werk ook echt laatdunkend toont, maar wat ik er van op mijn televisie van kan zeggen, is dat ik vooral haar koppie buitengewoon aantrekkelijk vind en dat ze een super verleidelijke uitstraling heeft. Daar is wat Keira betreft voor mij ook alles mee gezegd. Want meer dan haar zelfingenomen uiterlijk vind ik er verder niet bijster veel aan. Niet alleen is ze graatmager, maar hoe ze zich verder gedraagt en hoe ze zich beweegt, is ze het voor mij dan weer net niet.
Nou en op welke bekende dames die zich hooghartig kunnen tonen, kun je dan uitkomen wanneer het op een geschikt modelpersoon voor America Calista aankomt? Er zijn er namelijk nogal wat! Je zou onder andere kunnen denken aan Eiza González, Catherina Zeta-Jones, Jessica Szhor, Sofía Vergara, Michelle Rodriguez, Angelina Jolie, Natalie Eva Marie, Zoe Saldana, of iemand als Ciara(!)
( ik gok dat ik de meeste mannelijke lezers onder ons nu kwijt ben, omdat ze zijn blijven hangen op de ‘Afbeeldingen’ van Google! ;-) )
Merk op dat ik in dit rijtje hoofdzakelijk vrouwelijke bekend- of beroemdheden heb genoemd die een getinte of donkere huid hebben. Anders zouden ze niet voldoen aan het criterium dat America uit Trinidad komt of een afkomst kent van dergelijke origine. Eenieder die in dat rijtje genoemd is die daar wat jou betreft niet aan voldoet mag je ook direct weer uit het lijstje van kandidaten schrappen. Keira Knightley – naast Eva Green wat mij betreft de belichaming van een natuurlijke arrogantie tronie – had dus nooit door deze selectie gekomen. Bovendien heeft America ook wel iets meer ‘bos hout’ om haar er überhaupt voor in aanmerking te laten komen. Een bos hout is bij Keira in het geheel ver te zoeken.
Met zo’n kandidatenlijst voor de missverkiezing ‘America Calista’ zijn er wel een aantal van deze bloedmooie bitches die hoge ogen zouden gooien naar een plaats als First Runner Up. Sofía Vergara, bijvoorbeeld, zou een goede kans maken op een tweede of derde plaats. Met haar imponerende oogopslag en gezonde dosis sensualiteit zou ze het menig deelnemer erg lastig kunnen maken. Waar het op een flinke voorgevel aankomt mept ze een Keira Knightley in ieder geval zonder pardon van het podium(!) Toch heb ik Sofía niet als modelpersoon voor onze America door laten gaan. Daar heb ik een aantal redenen voor: ten eerste is ze vaak te zachtaardig, haar arrogantie vind ik net even te geacteerd en bovendien vind ik haar te veel richting de vijftig neigen om echt goed door de casting te komen. America Calista is met 1974 als geboortejaar toch al een beetje een cougar wanneer je ziet hoe haar invloed op haar jongere collega’s is, maar ze hoeft niet het beeld neer te zetten dat ze ook bijna de moeder van de jongste collega’s had kunnen wezen. America Calista is dus inderdaad niet de jongste, maar ze heeft wel nog steeds die jeugdige uitstraling waardoor haar leeftijd lastiger te raden is. Met dit argument valt een suggestie die eerder werd gedaan dat Salma Hayek haar modelpersoon zou zijn dus ook af. Je zou het misschien niet zeggen, maar van alle hier genoemde exotische schoonheden is zij de enige die op het moment van schrijven van dit portret Sara al heeft gezien.
De hele reden waarom ik eerder Sofía een derde plaats zou toebedelen is omdat ik bijna Michelle Rodriguez voor America had gekozen in plaats van de modelpersoon die het uiteindelijk is geworden. Michelle Rodriguez vervult namelijk niet alleen een bijna even ruige als ongenuanceerde rol in films als Need for Speed zoals de werkelijke modelpersoon dat doet, in kampioen kauwgum kauwen is ze ook een ster in (zou ze ook kunnen dammen?). Evenals Michelle deinst onze America er niet voor terug om, met pech langs de weg of voor normaal onderhoud, Lesley opzij te schuiven en zelf onder de motorkap te kruipen. Met haar diep uitgesneden decolleté bungelend boven de ingewanden van hun bedrijfsbak veegt ze met een moersleutel vast en met de rug van haar hand het zweet van haar voorhoofd terwijl ze Lesley, die haar aan staat te gapen, een blik toewerpt van “had je wat?”
Snelheidsduivel Michelle Rodriguez is geknipt voor een rol als deze. Toch zijn er ook voor haar wat argumenten op te noemen waardoor het niet zij, maar… haar mede Need for Speed-chick Eva Mendes is geworden. Yep, hierboven heb je het natuurlijk allang kunnen zien en lezen, maar voor het geval je het echt hebt kunnen missen: het modelpersoon van America Calista is niemand minder dan Eva Mendes. Een lekker ruig mokkel dat de twee kreten ‘arrogantie’ en ‘ongenuanceerd’ zo ongeveer op haar voorhoofd getatoeëerd heeft staan. Zet Michelle en Eva naast elkaar, met in het achterhoofd de voorkeuren die ik hierboven zojuist beschreven heb en het zal je wellicht weinig verbazen waarom ik voor deze tante heb gekozen. Aangezien we toch al een beetje op de platte toer zijn: Eva heeft er net iets meer de tieten voor.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Echte verhaallijnen heb ik met America nog niet voor ogen. Behalve dat er op enig moment in de VZD-verhalen zal worden onthuld dat ze zwanger is van een van haar collega’s. En nee, dat is ze niet van Karel ;-)

VZD-afleveringen waar America Calista in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Even als met het voorgaande ‘Een portret van…’ trakteer ik jullie wederom op de mogelijkheid om jullie zelf over het volgende portret te laten beslissen.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen over wie ik een portret zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Christel Cleybroek
  2. Theo Nologie
  3. Abdel Dezertecon Kretonshos

Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (14-03-2017 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By rinaoddel | November 3, 2016 - 10:02 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Rara Rina, WSNOI

“Psst! Lekker moppie. Zal ik jou eens een geheimpje verklappen? Of misschien wel twee of zelfs een heleboel? Ik kan jou nu op WSNOI namelijk op mijn eigen pagina alle ins en outs vertellen van onze spelletjeswebsite. Hoe exclusief is dat? Nee hoor, dit zijn geen roddeltjes, maar pikante feiten van de leukste spelletjes en weetjes waar jij echt van op de hoogte moet zijn om sneller sterren te kunnen verdienen dan andere Snooiers. Voor wat hoort wat natuurlijk. Dus ik vraag er wel iets voor, wil ik jou al mijn geheimpjes verklappen. Zbersibarnen? Nee hoor, schatje. Wat koopt een mens daar tegenwoordig nog voor? Ach gut, ik heb veel liever dat je mij in spelaanwijzingen betaalt. Dus kom gauw even bij me op de thee en dat fluister ik je alles toe wat je moet weten.”

XOXO – Rina Oddel

Bezoek de pagina Rina Roddelt voor deze nieuwe functionaliteiten.

By gsorsnoi | July 15, 2016 - 8:52 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar door zijn aanstelling bij het Gohes City Forensisch Instituut wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Loek de Graaf

Functie: Forensisch Informaticus, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Loek de Hond, Hond, Loekie.
Oorsprong naam: Zowel zijn achternaam De Graaf als zijn schuilnaam ‘De Hond’ verwijzen naar speurwerk (resp. in de relatie met ‘graven’ en ’speurhond’). Beide verwijzingen kunnen in verband worden gebracht met zijn aanstelling als Forensisch Informaticus waarin speurwerk een groot deel van zijn werk bepaalt. Ook in zijn voornaam is het speuren in de vorm van ‘zoeken’ terug te vinden; Loek kun je ombuigen naar het Engelse werkwoord ‘to look’ wat kijken betekent. Het analyseren van Loeks naam is dus in feite al een hele zoektocht op zich!
Modelpersoon: Mark Zuckerberg.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): VZD (10): De rotte appel – deel 1
Uitspraken: “Het gasfornuis stond te ver weg?” en “Welcome in the House of Wax,” zijn twee uitspraken uit de VZD-aflevering ‘De rotte appel’. Met het gasfornuis grijpt hij terug op een eerdere suggestie van een voorwerp van hem waarmee Jericho zich zou hebben verdedigde. Met de ‘House of Wax’ verwijst hij naar de werkplaats van zijn collega Agatha Loon op Toom waar zij druk bezig is met ‘deathcasting’ door middel van het maken van een uit alginaat vervaardigd duplicaat van de schedel van één van de slachtoffers (Olivia) uit die VZD-editie. Mijn favoriete uitspraak van Loek is echter:
“De Tycoon Newspaper. Ik heb zo mijn bronnen.”
Dit zegt hij wanneer hij ten overstaan van zijn collega’s in de vergaderzaal de Sierra Madre niet zijn zoekmachine Nikita, maar de Tycoon Newspaper als bron opgeeft voor het vinden van historische nieuwsfeiten rondom het frotteurisme van Jericho.

Zonder nerd ben je nergens

Na negen afleveringen van de Vuurspuwende zonsverduistering detective, kortweg de VZD, begon ik het wel eens tijd te vinden om de lezers meer kennis te laten maken met de medewerkers van het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI). Zeker na de zaken VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ en VZD (7): Red mij! groeide ook mijn eigen behoefte om een beter beeld te krijgen van de personages die er achter al die onderzoeken in het veld zitten, maar ook van de figuren op het kantoor van het GCFI. Ik noem bewust de 5e en 7e aflevering, omdat juist in die edities er toch redelijk wat vertrouwde namen deelnamen aan de toen lopende onderzoeken, maar er ook een paar nieuwe geïntroduceerd werden. Agatha Loon op Toom bijvoorbeeld, maakten we kennis mee vanaf VZD (7): Red mij!. Hiermee voegde ik een pathaloog anatoom aan Karels mensen toe. Een bloedspatanalist hadden we natuurlijk met Lesley Spandabato en een inbraakspecialist middels Koen Voet, maar pas in die afleveringen komen ze voor het eerst goed uit de verf.
Met al die vaklui hadden we nog steeds slechts een handjevol leden bij de GCFI. En aangezien ik mij bij het GCFI een brede organisatie aan forensische figuren voorstel – gelijk aan hoe ik daar met het Nederlands Forensisch Instituut een beeld van heb – moesten hier echt nog wat poppetjes bij om mijn organisatie geloofwaardig te doen overkomen. Vandaar dat ik vanuit die behoefte uiteindelijk op een personage als Loek uitkwam.
Ik hou van variatie in de samenstelling van persoonlijkheden van mijn personages. Dus bedacht ik wat er al niet handig kan zijn om dan aan mensen in dienst te hebben, zodat je beslagen ten ijs komt wanneer er zich een omvangrijk onderzoek aandient, zoals in de zaak Roerling. Het hebben van een echte data-analist is dan welhaast een must.
Het kunnen spitten door grote hoeveelheden digitale opslagmedia en dan in recordtijd dat ene ontbrekende stukje van een puzzel kunnen vinden waardoor een zaak sneller of überhaupt kan worden opgelost, was een kwaliteit die één van de specialisten beslist móest bezitten. Natuurlijk kon ik de vertrouwde figuren die in het veld opereren gaandeweg van meer kennis, ervaring, nieuwe inzichten en aanwijzingen voorzien, zodat er altijd wel iemand is die de doorbraak vindt, waarmee we de dader en doodsoorzaak tijdens een onderzoek boven tafel weten te krijgen, maar dan ontbreekt het in je vertelling op enig punt toch een keer aan geloofwaardigheid en dynamiek. Het wisselen van plaats en focalisatie spreekt lezers over het algemeen erg aan, zodat dit er toe leidde dat ik een statisch toneel als het GCFI vaker bij een zaak wilde betrekken. Bovendien draagt het gedoseerd variëren van toneel bij aan een intensere beleving van hetgeen er verteld wordt. In schril contrast met de honkvaste patholoog anatoom Agatha Loon op Toom, wilde ik van Loek de Graaf juist eerder iemand maken, die ondanks zijn natuur als ICT-er toch vooral iemand blijkt te zijn die ook graag wil uitvliegen en het avontuur buiten de muren eens wil opsnuiven. Hiermee komen we onvermijdelijk uit op één van de eigenschappen die een personage van zijn schepper overerft. Als een in het vak gerolde ICT-er is het veld intrekken en de wereld om mij heen beleven namelijk exact wat ik zelf ook in mijn werk nastreef. De andere eigenschap waarmee Loek erg op mij lijkt, komen we verderop in een volgende alinea op terug.
We treffen Loek hoofdzakelijk op kantoor aan. Onder het vertrouwde ritselende geluid van het graaien in een zakken met taco’s of nacho’s en het gerammel van zijn vingers over zijn plakkerige toetsenborden, vinden we deze vierentwintig jarige student in dezelfde vleugel van het GCFI waar ook Agatha Loon op Toom haar lijkschouwingen verricht. Toch wordt hij niet gezien als de meest smerige onder de nerds. Natuurlijk treft de schoonmaker aan het einde van de dag wel de niet opgeruimde chipszakjes van hem aan, maar behoudens deze slordigheid en de chipsresten op en in zijn toetsenborden, verbleekt deze jonge hond naast een figuur als Kornelis Oflook. Uit zijn neus eten doet hij niet. Het is eerder een nette naar het brave neigende kerel. Zijn kleding is zelfs proper te noemen, alsof zijn moeder deze wast en strijkt. Eentonig is zijn kledingstijl wel.
Na vanuit een stage bij Karel Riemelneel te zijn binnengerold, ontpopte Loek zich al gauw als een heuse whizzkid en een goeroe op het gebied van feiten verzamelen. Karel had meteen door dat hij met Loek een talent in huis haalde. Loek viel vooral op door zijn hoge nerdgehalte en extreme speurderskwaliteiten. Hij wist altijd in recordtijd bewijsmateriaal te analyseren en kon aan de hand van foto’s en digitale bronnen met kinderlijke eenvoud die informatie boven tafel te krijgen waar Karel en zijn mensen op dat moment erg op zaten te wachten. Doordat hij ietwat gezet is (door het vele chips eten) en altijd goedlachs is, valt deze krullenbol erg op in het gezelschap van de andere medewerkers op de afdeling. Hij staat bekend om zijn opvallende zwarte humor en ook door zijn scherpe opmerkingen wordt hij graag als deelnemer bij vergaderingen of andere overleggen gezien. Hier komt opnieuw een eigenschap aan het licht waarbij Loek weer op mij lijkt. Of collega’s mij daarom liefhebben weet ik niet, maar ik houd ervan om zoveel mogelijk rake opmerkingen te maken en doe altijd erg m’n best om op het juiste moment met essentiële informatie aan te komen zetten.
En dat is precies waar Loek in extreme sterk in is; wanneer je meent dat het onderzoekt echt muurvast zit, dan kun je altijd bij Loek aankloppen en zorgt hij er met zijn computerprogramma’s wel voor dat hij nieuwe feiten boven tafel haalt waardoor er nieuwe inzichten ontstaan en de ‘nadering’ ineens begint te ‘ontknopen’(*). Al met al is Loek daarmee een onmisbare man op het GCFI. En zeg nou zelf? Waar zouden we zijn zonder een echte nerd?

(* = uitspraak van Karel Riemelneel, waarmee hij aangeeft dat er zoveel aanwijzingen bekend zijn dat we hiermee een onderzoek wel moeten kunnen oplossen)

De maniakele reseacher met flauwe (IT-)humor.

Je voelde hem misschien al aankomen; de overgebleven gemeenschappelijke eigenschap die Loek met mij deelt is zijn gedreven wil om achtergronden bij een verhaal te vinden, goed beslagen ten ijs willen komen en kunnen varen op de daarmee verkregen kennis. In het geval van Loek verwijst ‘verhaal’ natuurlijk hoofdzakelijk naar de zaak waar de mensen van het GCFI op dat moment druk mee zijn. En het is niet zomaar, dat ik deze eigenschap juist op hem overbreng. Graven naar data en het vinden van de juiste informatie die erbij een zeker onderwerp hoort, heb ik altijd hand-in-hand zien gaan met geloofwaardige vertellingen. Een verhaal waarin personen, locaties en objecten zijn opgenomen die niet met de realiteit te verenigen zijn of niet kloppend lijken ook als ze zijn verzonnen, leveren in mijn beleving boeken op die zo naar de prullenbak verdwijnen. Bovendien wil ik als lezer vermaakt worden en in een verhaal worden opgezogen, zodat ik alles echt voor mij kan zien wat de schrijver op papier heeft gezet. En ik vind dat iedere zichzelf respecterende auteur dat doel zou moeten nastreven. Met mijn Tycoon Newspaper-verhalen hoop ik daarom niet alleen dat je Rina letterlijk met thee zal zien tutten, of de klodders snot langs je wangen voelt glijden wanneer Kornelis zijn hand weer eens een niesbui heeft, ik wil dat het je ook moet lukken om zelf je weg te kunnen vinden in mijn redactiegebouw. Je zou in gedachten blindelings bij de receptie moeten kunnen binnen stappen en blindelings naar de bibliotheek of zelfs de Duimzuigerij kunnen lopen. Datzelfde geldt wat mij betreft nu nog niet voor het GCFI, maar naarmate ik ook die locatie meer ga beschrijven, moet je daar ook toe in staat zijn. En belangrijker nog: je moet kunnen geloven dat deze locaties ook werkelijk zouden kúnnen bestaan.
Het vinden van de juiste passende achtergronden bij al deze omgevingen beschouw ik dan ook als een groot goed. Struinen op Wikipedia naar encyclopedische beschrijvingen, googelen naar pagina’s en soms zelfs hele websites, veel gebruikte termen bij een specifiek onderwerp inventariseren… het is precies dat alles wat ik doe om een onderwerp geloofwaardig op papier te krijgen. Het is dat ik niet net zoals Tinus Icket te pas en te onpas in een vliegtuig kan stappen om over de wereld alle locaties te bezoeken die ik zou willen aandoen, omdat één van mijn monsterverhalen zich er afspeelt, anders had ik ook dát nog gedaan. In plaats daarvan is het Tinus Icket die deze rol van mij overneemt en in het TN-wereldje die achtergronden vergaart.
Dit hobbyisme heeft op den duur ook een eigen naam gekregen. Toen trouwe Tycoon Newspaper-fan Bob de Winter eenmaal het monsterverhaal ‘Een Stymfalische vlucht’ had uitgelezen, complimenteerde hij mij na afloop en meende hij dat ik wel erg ver ga om bepaalde details in mijn verhalen verwerkt te krijgen en omschreef deze drift als ‘maniakale research’. Het is een liefhebberij van mij waar ik graag met die specifieke omschrijving naar terug refereer, omdat ik vind dat het mijn terugkerende voorbereiding op mijn hoofdstukken het beste weergeeft.
Loek de Graaf doet met zijn werkzaamheden eigenlijk niets anders dan zijn taak op precies die wijze uit te voeren. Het is inherent aan zijn functieomschrijving dat hij voortdurend bezig is met het uitpluizen van achtergronden. Hij gebruikt daar alleen geen Wikipedia voor (de bron die ik graag toepas), maar heeft hier een wel erg eigenaardige zoekmachine voor. Afgekeken van de kunstmatige intelligentie ‘Max’ uit de Dirk Pitt-verhalen van mijn favoriete schrijver Clive Cussler, is Nikita de zoekrobot van Loek. Bedoeld als ver doorgeschoten afstudeeropdracht ontwikkelde Loek de Graaf een erg geavanceerd programma dat in staat is om de meest relevante zoekresultaten te laten genereren op basis van een of meer eenvoudige zoekopdrachten. Voor dit doel had hij aanvankelijk één afzonderlijke server ingericht en een werkstation gereed gemaakt om de server mee te kunnen aanspreken. Maar al gauw werd dit een veel verder uitgebouwde en meer vernuftige installatie met interessante functionaliteiten zoals stemzoekopdrachten, suggesties voor verbanden met andere lopende zaken, uitklaplijsten voor gerelateerde onderwerpen en voorwerpen, een drill down op stambomen en de mogelijkheid connecties te kunnen leggen met andere personen en nog heel veel meer. Maar wat deze machine vooral bijzonder maakt is dat ze op het scherm een eigen driedimensionaal gezicht heeft en Loek haar de mogelijkheid heeft gegeven om met haar te praten. En met praten bedoel ik dan niet een bijdehante vraag- en antwoordmiep zoals Siri van Apple, maar een heuse persoonlijkheid waar je hele conversaties mee kan voeren. Later wil ik hem dit laten uitbouwen naar een werkelijke driedimensionale zoekmachine door hem een 3D-printer aan haar te laten koppelen. De mogelijkheden die hij haar daarmee laat benutten gaan uiteindelijk zo ver dat hij Nikita zichzelf laat printen en er een robot ontstaat. De eerst nog bekabelde Nikita-robot kan in het begin nog niet zoveel, maar naarmate Loek haar meer intelligentie toevertrouwd bereiken ze op enig punt de situatie dat Nikita verder aan haarzelf kan bouwen door via het internet naar de vereiste technologie te laten zoeken. Het enige wat Loek vanaf dat punt nog hoeft te doen is bouwmaterialen aan te leveren, totdat zijn dit ook zelf kan bestellen en dit uiteindelijk niet meer hoeft.
Met dit concept kom ik dichtbij de eveneens vrouwelijke ‘zoekmachine’ Max uit Clive Cussler’s Dirk Pitt-verhalen. In zijn verhalen is Max het levenswerk van het personage Hiram Yeager, een hippie en tevens hoofd van het computerlab van het NUMA. De persoonlijkheid Max wordt als grafische weergave van Hiram’s vrouw beschreven. Zij wordt in een speciale kamer geprojecteerd en is eveneens een zelfdenkend computerprogramma met een eigen wil, grapt graag en flirt zelfs met het hoofdpersonage uit het verhaal: Dirk Pitt. Het belangrijkste verschil met Nikita is dat Max geprojecteerd is en Nikita zichzelf graag als robot laat printen. Wat dat voor verdere gevolgen heeft op het wereldje van Karel en het GCFI? Daar lees je verderop bij de ‘Verhaallijn(en)’ meer over.
Het idee om Nikita te verzinnen is deels op Cussler’s Max gebaseerd, maar werd vooral verder aangewakkerd door het concept uit een goed boek dat ik heb gelezen van John Saul. In dat boek, met de titel ‘Bezeten Brein’ gaan bijzonder intelligente kinderen naar een speciale school, de ‘Academie’, voor hoogbegaafde kinderen. De hoofdpersoon Josh MacCallum is één van deze kinderen en is in eerste instantie blij dat lessen er uitdagender zijn en hem niet meer vervelen, maar komt er al gauw achter dat er ineens klasgenootjes dood gaan. Dat het niet om een ongeluk gaat ontdekt hij ook en voordat hij het weet verandert zijn leven hij in een nachtmerrie wanneer het brein achter dit alles letterlijk op zijn hersenen uit is.
De reden dat juist dit plot mij zo heeft geïnspireerd, is omdat ik van Nikita een jaloerse computercreatie wil maken die uiteindelijk niets anders wil dan kennis en macht.

Oorspronkelijk een dikke vette vreetzak

Hoewel ik hiervoor nog beschrijf dat je Loek de Graaf niet als een tweede Kornelis Oflook moet zien, is dat wel wat ik ooit voor hem voor ogen had. Nu is zijn grootste smerige zonde tot nog toe een beetje graaien in een zak met taco’s en zijn toetsenborden met chipsresten bevuilen, maar oorspronkelijk stelde ik mij Loek voor als een stereotype dikke vette computerfreak, die buiten niet zo opgeruimd ook nog eens zo lui is als een hond. Toen ik hem nog aan het verzinnen was riep hij bij mij een beeld op van een ICT-er die je onderuitgezakt op een oude bureaustoel op een onordelijke werkplek aantreft en waarvan je je kan afvragen wanneer hij voor het laatst een schone onderbroek heeft aangetrokken. Dit zou het vinden van een modelpersoon voor hem stukken vergemakkelijkt hebben, want dan zou er wat mij betreft maar één persoon voldoende geschikt zijn geweest om hem in die glansrol te plaatsen. Ik zou dan uit zijn gekomen op Wayne Knight, beter bekend als Newman uit de televisieserie Seinfield. Wayne ken ik zelf echter vooral als Dennis Nedry uit Jurassic Park, de blockbuster waarin hij eveneens een computernerd speelt. Iedereen die hem daar ook van kent, zal het weinig moeite kosten om van hem eenzelfde beeld te krijgen als wat ik voorheen dus van mijn Loek de Graaf heb gehad.
Ik kwam al schrijvende aan De rotte appel echter al snel terug op dit modelpersoon, omdat ik een dergelijk type niet vond passen in een werkomgeving met specialisten die van rechercheren tot lijkschouwen met serieuze klussen bezig zijn. Loek transformeerde in mijn hoofd daardoor vanzelf steeds meer in een nettere kerel en werd daarmee de keurige schoolverlater zoals we hem nu kennen.
Dat betekende alleen wel dat ik mij opnieuw een voorstelling moest proberen te maken van wie zijn modelpersoon dan wel zou gaan worden. Want laten nu eerlijk zijn, wanneer je bijvoorbeeld in de filmwereld op zoek gaat naar typetjes die je goed in de categorie computernerd zou kunnen plaatsen, dan kom je hele waslijsten aan overwegend stereotype geeks en nerds tegen, waarvan Dennis Nedry er dus één is. Ik heb zitten ‘bladeren’ door figuren zoals Matt Smith (Doctor Who), Elijah Wood (LOTR), Daniel Radcliffe (Harry Potter), Josh Hutcherson (The Hunger Games), Thomas Lennon (17 Again), Rick Moranis (Honey I Shrunk the Kids) en natuurlijk Dane Carvey (Wayne’s World), maar stuk voor stuk vielen deze karakters voor mij om verschillende redenen af; Matt is meer een soort professor (en bovendien te oud), bij Elijah heb ik te veel die hobbit-associatie, Daniel idem dito maar dan één met een toverstok in z’n handen, Josh oogt me juist weer te jong, Thomas Lennon had ik erg geschikt gevonden maar viel af omdat hij te oud is, Josh is behalve te jong niet serieus genoeg, Rick is erg leuk maar valt vanwege zijn leeftijd af en is daarbij erg debiel en Dane… nou, als we het dan toch al over debielen hebben… laten we dan over Dane helemaal maar niet beginnen…
Je merkt wel dat ik mij breed op mijn modelpersoon georiënteerd heb, maar tot op dit punt bleef het steeds bij het bladeren. Er zijn heel wat beroemdheden die door de brede media als nerd bestempeld wordt. Dus er zou voldoende keuze moeten zijn, zou je zeggen. Toch valt het selecteren van een geschikt figuur niet echt mee. Neem bijvoorbeeld John Francis Daley. Deze acteur heeft meteen al een streepje voor, doordat zijn personage uit Bones uit hetzelfde vakgebied komt als de organisatie waar Loek werkt (daar speelt hij namelijk een forensische onderzoeker). Onder meer om die reden heeft hij lang hoog op mijn lijstje gestaan, maar viel uiteindelijk toch af, omdat ik hem te sullig vind. Ook Dane DeHaan, die je misschien wel kent als Harry Osborn uit Spider-Man, heeft even op het lijstje van kanshebbers gestaan als het om deze verfijnde selectie gaat. Maar om één of andere reden staat zijn tronie me niet aan en bovendien wil ik Loek liever niet op een acteur baseren die vooral de badguy moet spelen. Hij is daarmee wellicht mijn meest dubieuze overweging voor deze ICT-er geweest, maar toch heeft die DeHaan wel iets waar ik Loek erg in herken. En dan hebben we Michael Cera nog, uit Juno. Hij scoorde erg hoog doordat hij uiterlijk welhaast de perfecte Loek is. Hij heeft een krullenbol, een scheef lachje dat ik mij zo bij Loek kan voorstellen, lijkt me een gezellig nerd en verder komt hij met zijn geboortejaar 1988 ook aardig bij Loek’s leeftijd in de buurt. Je zou haast zeggen, waarom niet gewoon Michael Cera dan? Nu verwacht je vast dat ik met een tegenargument kom om aan te duiden waarom ik Michael niet als modelpersoon gekozen heb. Maar dan moet ik je teleurstellen; dat tegenargument heb ik niet. Michael Cera is gewoon een goede tweede. Soms is het puur een kwestie van gevoel wat ertoe leidt dat ik uiteindelijk toch voor een ander kies.
Wel nu dan, je hebt hierboven natuurlijk allang kunnen lezen wie het wel is, maar ik zou graag nog even aandacht besteden aan een grote voor de hand liggende naam die in dit lijstje ontbreekt en niet ongenoemd mag blijven. Want waar blijft Tobey Maguire, Mr. Spider-Man, die door mij middels Tinus Icket altijd wordt aangehaald als de man van de Peter Parker-onhandigheden? Zou hij niet dé perfecte Loek de Graaf kunnen zijn? Het antwoord is even eenvoudig als simpel: Peter Parker is een figuur apart en om die reden blijft hij gereserveerd voor Tinus Icket. Hetgeen expliciet niet wil zeggen dat hij het modelpersoon van Tinus Icket is! Laat daar geen misverstand over bestaan.
Je hebt het al gelezen: mijn keuze is uiteindelijk gevallen op Mark Zuckerberg, de man die we allemaal kennen van Facebook. Met minder overeenkomsten dan Michael Cera mogelijk niet de persoon die een ander voor Loek zou kiezen, maar als nerd doet hij het voor dit lid van het GCFI toch erg goed. Hij heeft een bescheiden krullenbol, wat betreft leeftijd valt hij in de juiste categorie en daarbij Mark is ook erg intelligent. Zou hij dat niet zijn geweest dan had hij het vast niet voor elkaar gekregen om jou dagelijks met notifications, friends requests en privé berichtjes lastig te vallen. Laten we het over zijn bankrekening al helemaal maar niet hebben.
Maar er is nog iets anders wat ik vind dat Mark Zückerberg erg voor heeft op de rest: hij heeft een goede uitstraling. En daarmee is hij erg toegankelijk voor de vrouw (of vrouwen) die ik om hem zal laten vallen…!

Andere eigenschappen en bijzonderheden

Houdt van koffie. Onbekend is hoe hij het drinkt. Verder eet hij graag kippenvleugeltjes, een passie die hij deelt met zijn lunchmaatje inspecteur Bob de Winter.
Uit De rotte appel blijkt dat hij een jonger broertje heeft, die automonteur is geworden (tijdens het eindeweekgesprek over het onderwerp ’sandwichkind’. Het onderwerp doet zelfs suggereren dat hij nog tenminste één ander broertje of zusje heeft). Onbekend is of hij de oudste is.
Hij werkt veel samen met Agatha Loon op Toom, met wie hij in dezelfde vleugel van het GCFI werkt en wie hij vaak benaderd alsof zij zijn leidinggevende is. Soms gaat dat met een houding gepaard wat haast naar onderdanigheid neigt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het leeftijdsverschil tussen de twee, maar wat zeker ook een rol speelt is dat Agatha nogal kil aan doet en een heel eigenaardige manier van doen heeft waardoor het niet heel gemakkelijk is een gesprek met haar te starten of vol te houden. Meestal weet Loek de kunstmatige omgangsvorm wel te doorbreken door met nieuwe inzichten en informatie te komen waar Agatha in geïnteresseerd is.
Anders dan Agatha heeft Loek de Graaf juist wel de voorkeur zoveel mogelijk bij het plaats delict betrokken te zijn. Hij belt daarom graag met zijn collega’s uit het veld om een graantje mee te kunnen pikken van de avonturen die ze er beleven. Zo kon hij zichzelf ook even losmaken van zijn IT-baantje waarbij hij toch veel uren achter pc’s moest besteden.
Heeft kennelijk de macht om op aangeven van zijn baas Karel Riemelneel middelen in te zetten zoals een arrestatieteam (AT). In De rotte appel wordt hiernaar verwezen.
Trivia: Loek’s modelpersoon Mark Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan hebben samen een dochtertje met dezelfde naam als de 3D projectie uit Clive Cussler’s verhalen waar Nikita deels op is gebaseerd: Max.

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Als ik er ooit al aan toe zal komen om een dergelijk verhaal uit te werken, dan gaan Loek de Graaf en zijn creatie Nikita de hoofdrol spelen in een soort technothriller. Een voorlopige titel die ik daarvoor heb bedacht is ‘Kennis is Macht’. Het verhaal staat ver van het soort verhalen dat jullie van me gewend zijn, die zich vaak in een steampunksetting afspelen en waar elektriciteit in de kinderschoenen staat. In ‘Kennis is Macht’ is dit wel anders: Karel Riemelneel is hier nog werkzaam voor het GCFI (*) en de toegepaste technologieën wijken weinig af van hoe we de ontwikkelingen uit onze eigen tijd kennen. Ik vermeld nooit een jaar waarin mijn verhalen zich afspelen, maar je kunt er ongeveer vanuit gaan dat de avonturen die Karel en zijn kornuiten dan beleven, zich afgespeeld zouden kunnen hebben tussen 1990 en nu. Dat is een heel breed tijdvak, dat besef ik mij heel goed. Maar dat laat wel ruimte open voor bijvoorbeeld Loek om verschillende technologische ontwikkelingen met computers nog langzaam met ons te kunnen doormaken.
In dit verhaal wordt Loek de Graaf tijdens de lopende onderzoeken opeens verliefd. Op wie hij zijn oog laat vallen, hou ik nog even geheim. Degene die hij leuk vindt, ziet hem gelukkig ook wel zitten en er ontstaat een relatie. Dit gebeurt ongeveer in dezelfde periode wanneer de plannen voor Nikita concreter worden om haar naar de 3D-printer te sturen. Wat Loek de Graaf echter niet door heeft, is dat Nikita ook een zekere vorm van gevoelens ontwikkelt en langzaam maar zeker zelfs verliefd wordt op haar schepper. Wat meespeelt in het feit dat Nikita dit lang voor zich houdt, is het gegeven dat ze zich in de vorm die ze dan heeft, nog niet kan meten met een persoon van vlees en bloed. De vrouw in Loek’s leven ziet Nikita uiteraard als een bedreiging, maar ze is in haar vroegere vorm nog niet in staat daar goed mee om te gaan. Door deze belemmering en de jaloezie die ontstaat, is ze extra gemotiveerd om ’s werelds meest geavanceerde zoekmachine te worden, om zo Loek’s aandacht op haar gevestigd te houden. De vruchten hiervan zien we terug in haar bijdrage via Loek aan het team van het GCFI, maar dat Nikita hiermee een dubbele agenda heeft weet niemand.
Dit alles verandert wanneer Nikita in een later stadium een robot wordt die haast levensecht lijkt en zich begint te uiten en te bewegen alsof ze zelf een mens is. Ook in die fase is er nog niets van haar jaloezie merkbaar, maar dat verandert zodra er het GCFI het ineens erg druk krijgt. Het aantal meldingen van ongevallen of vermeende moorden neemt in hoog tempo toe en de Tycoon Newspaper staat bol van de zaken die hieruit voortvloeien en meldingen van vermissingen. De situatie wordt zo mogelijk nog grimmiger wanneer er ook mensen binnen het GCFI verdwijnen en de spoeling om op alle zaken specialisten te kunnen inzetten almaar dunner wordt. Als vanzelfsprekend voor het team wordt nu ook Nikita zelf ingezet. Het gegeven dat ze razendsnel verbanden kan leggen komt steeds meer van pas en Nikita wordt uit veiligheidsoverwegingen daardoor ook getraind als gevechtseenheid, mocht de situatie echt uit de hand lopen.
Hoe de vork daadwerkelijk in de steel steekt weet niemand. Dat is, totdat Nikki Nancy Werth van Slachtofferhulp ook verdwijnt en Nikita zich ineens heel erg defensief gevraagd richting de vriendin van Loek. Pas op het moment dat het te laat is, beseft Loek als eerste wat er aan de hand is. Maar zodra hij daar met Karel en zijn mensen wat aan wil doen is Nikita in geen velden of wegen meer te bekennen. Op datzelfde moment duikt Nikki ineens weer op. Groot is echter de ontzetting wanneer men ontdekt dat Nikki er ineens erg ongezond getraind uitziet, haar borsten groter zijn en zich veel bloter kleedt dan men van haar gewend is. En zodra ze begint te praten, is het niet de stem van Nikki die Loek daarin herkent, maar de stem van zijn Nikita…
Extra: ‘zoekmachine’ Nikita raakt door haar verliefdheid geobsedeerd door de menselijke eigenschappen die ze als robot nooit zal kunnen bezitten. Door deze beperkingen besluit ze als robot naar mens te willen overstappen, als een soort omgekeerde cyborg…

( * = Hoezo ‘nog’? hoor ik je denken? Heb je je wel eens afgevraagd waarom er in de vertellingen over het GCFI geen steampunk voorkomt, er auto’s rijden en internet een hele normale vorm van communicatie is? De Tycoon Newspaper wordt wel eens naar gerefereerd, maar toch is er iets bijzonders aan de wereld waarom we Karel Riemelneel als hoofd van het GCFI ken niet als misdaadverslaggever kennen. Hoe dat in elkaar steekt? Daar lees je eind 2016/begin 2017 meer over…)

VZD-afleveringen waar Loek de Graaf in voorkomt:

VZD (10): De rotte appel – deel 1
VZD (10): De rotte appel – deel 2

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Voor een nieuwe ‘Een portret van…’ gooien we het dit keer eens over een geheel andere boeg. Na jullie alweer een portret of wat op VZD-giecheltjes getrakteerd te hebben, wil ik even de focus daar vanaf halen en de beslissing van het volgende portret aan de lezers zelf laten.
Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen waar ik een portret over zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Tinus Icket
  2. Ed Cetera
  3. America Calista

Je merkt het al, ik heb de keuze meteen maar eens lekker moeilijk gemaakt (of juist héél makkelijk!)
Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (15-08-2016 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de nieuwe pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!

By gsorsnoi | December 31, 2015 - 3:00 am - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: George Enverbrander

Functie: voormalig stamhoofd. Tegenwoordig magiër, helderziende, kwakzalver en kapper.
Andere namen: Benjamin Arbier, Stamhoofd Pauklos, de magiër George, de voorzienige helderziende
Oorsprong naam:
- Benjamin Arbier: zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot zijn functie ‘barbier’, een ander woord voor kapper.
- Stamhoofd Pauklos: deze naam is ooit door de Moraelridder aan mij toegekend als variatie op mijn eigen naam.
- George Enverbrander: zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot zijn functie ‘genverbander’, een ander woord voor kwakzalver.
Modelpersoon: Johnny Depp
Eerste oer-artikel: ‘Stamhoofd Pauklos heeft een bezoek gepleegd aan ons land’
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam): ‘Een Snooi 2015′
Uitspraken: “Ik ben u ook dankbaar dat ik weer deel uitmaak van deze bijzondere fantasiewereld en dat ik niet vergeten ben.” Uit ‘De Duimzuigerij‘.

Ooit had George een neusbotje

Om te weten wie George Enverbander is, moet je eigenlijk vooral weten wie zijn alterego(*) Pauklos is en hoe zijn persoontje in het domein van de Tycoon Newspaper terecht is gekomen. Lang geleden, toen de Tycoon Newspaper nog in oprichting was, ging ik veel om met een vriend die zichzelf de Moraelridder noemt (**). Deze vriend kennen we ook uit de eerste periode dat de Tycoon Newspaper pas digitaal was gegaan en waarvan sommige mensen hem vast nog wel zullen herkennen als commentator. In de tijd, lang dáár nog voor, dat ik hem leerde kennen deed ik nog aan badminton, waarbij ik geregeld een shuttle met hem heb overgeslagen. In deze memorabele periode heb ik hem, die ook wel naar de naam Patrick luistert, vaak bewonderd om zijn badmintonskills en trok daarom graag naar hem toe om de kunst te kunnen afkijken. Daarvoor betaalde ik echter wel een prijs, want hij zag het helemaal niet zitten om mij bij mijn eigen naam te noemen, maar noemde mij liever Bertus. De reden? Zijn broer heeft dezelfde voornaam als ikzelf. Dus dat wekte kennelijk een zekere verwarring bij hem op. Het zal in elk geval niet zijn geweest omdat hij niet met zijn broer geassocieerd wilde worden; de broers konden het immers goed vinden met elkaar. Maar om nou Bertus genoemd te worden, dat zag ik eerlijk gezegd zelf niet helemaal zitten. Dus dat heb ik bij hem aangegeven, waarop hij mij voortaan met Pauklos ging begroeten. Een naam die me veel beter beviel.
Dit ging zo een tijdje door en op een leuke manier. Ik stoorde mij niet echt aan die nieuwe naam. Het prikkelde mij zelfs om vanaf dat moment zelf eigen andere namen te gaan verzinnen. En dat gaf precies de juiste voedingsbodem om mijn ideeën voor de Tycoon Newspaper langzaam handen en voeten te geven. Gsorsnoi ontstond en ook kleurrijke figuren als Karel Riemelneel, Achmed Liën, Rina Oddel en Tinus Icket werden voor het eerst leven in geblazen, alsook de geurrijke figuur Kornelis Oflook. Maar Pauklos, als we het chronologisch even goed beschouwen, was er eigenlijk als eerste.
Toch, als het bij die andere aanspreeknaam was gebleven, dan had er nog altijd geen echt apart karakter Pauklos geboren geworden. Pauklos, zoals we het stamhoofd met z’n neusbotje vooral kennen, kreeg pas echt een beetje een eigen identiteit doordat andere vrienden van mij invulling aan hem gingen geven. Zodra ik door de Moraelridder met Pauklos werd aangeschreven, riep dat bij deze andere vrienden een bepaald beeld op. Kennelijk zagen zij dan een soort bosjesmens voor zich met de bekende neusversiering als extra uiterlijk kenmerk. Het duurde nog zeker tot mijn eigen verjaardag rondom de eeuwwisseling dat Pauklos ook echt een gezicht kreeg. Mijn vrienden Willem en Esther destijds lieten zich van hun meest creatieve kant zien, door een complete bloemlezing te schrijven met allemaal schertsende artikelen, gelijk aan hoe we de Tycoon Newspaper nu ook nog kennen, bedoeld als verjaardagscadeau. Een aantal exemplaren van die krant liggen nog steeds ergens opgeslagen in de Archieven van de Tycoon Newspaper (in de TN-wereld is dit op de bovenste verdieping van het redactiegebouw in de bibliotheek; bij mij thuis is dat gewoon op zolder tussen de folders ‘SVB’ en ‘Univé’). Pauklos werd daarin voor het eerst in opgenomen in een artikel met de titel ‘Stamhoofd Pauklos heeft een bezoek gepleegd aan ons land’. In 2016 zal ik deze wel een keer online zetten. Mijn ‘eerste’ alterego – die ik dus niet eens zelf verzonnen heb – liet zich voor het eerst in zijn berenvel echt aan ons zien en bracht dus, zoals de titel van het stuk al aangeeft, een kort bezoekje aan Nederland. In dit portret zal ik niet te veel over de inhoud van dat verhaal verklappen, aangezien ik het later toch nog zal plaatsen, maar dat er hier vooral wordt ingespeeld op het cultuurverschil tussen de in Ouagadougou verblijvende bosjesmens en de nuchtere Nederlandse vastgoedmagnaten W.Kwak en R.Raat dat komt er duidelijk uit naar voren.
Na deze prachtige publicatie is het snel stilgevallen voor wat betreft de avonturen van stamhoofd Pauklos. Alles wat er vanaf dat moment werd geschreven en in de Tycoon Newspaper terecht kwam concentreerde zich vooral rondom de andere TN-personages. Pauklos verdween naar de achtergrond en met hem Victor Anished, waarbij de laatste toch echt uit mijn eigen hoge hoed is voortgekomen. Hoe dat qua verwikkelingen precies in elkaar zit, daar zal onder andere bepaalde passages van de ‘Gekalibreerde gedrochten’ jullie meer over duidelijk maken. Ik zal jullie dan ook verklappen of er überhaupt een connectie bestaat tussen Victors miraculeuze verdwijning en de plotselinge afwezigheid van Pauklos. Maar dat die twee samen in ongeveer dezelfde periode het toneel hebben verlaten, dat mag wel opvallend worden genoemd.
Het was ook om die reden dat het me wel aardig leek om een keer een artikeltje op te vissen uit de Tycoon Newspaper Archieven dat ooit door Victor geschreven werd: Victor Anished (1): Krabbeltje over koning Pauklos Al vertelt hij daarin eigenlijk alleen maar dat stamhoofd Pauklos na zijn bezoek aan Nederland verder reist door Europa en later ook Noorwegen zal aandoen. Dat hier specifiek Noorwegen wordt genoemd, komt niet helemaal uit de lucht vallen; ik koester al langer een wens om dat land te bezoeken.
Daarna is er niets meer over deze twee kornuiten verschenen (behoudens een verwijzing naar het stamhoofd vanuit het anagrammenspel in de editie ‘Aardbei Prikt Tong‘).

( * = of het al niet erg genoeg is dat ik zelf vrachtladingen alterego’s heb. Misschien kan ik beter zeggen: zijn vorige persoonlijkheid)
( ** = beter bekend als Patrick Paulszoon Goodefroot van Berghesteyn Swaevelhooffen Koschter, moraelridder van Velschen tot Bloemendael, curator van de thermo-nucleaire, semi-biologisch getransmuteerde klonen van troetelbeertjes in diens lab in Capelle a/d IJssel)

Graaf Schaurig blies Pauklos nieuw leven in

Aangezien het vrijwel ondenkbaar is dat TN-personages gewoonweg uit het rijk der verbeelding verdwijnen, had ik eind 2014 ineens het idee opgevat om Pauklos weer eens onder het stof vandaan te trekken. Ik was immers hetzelfde van plan met Victor Anished. Maar voor Victor had ik al heel veel langer ideeën op de plank liggen en ben voor hem echt een grote ‘comeback’ (***) aan het voorbereiden. Je zult de twee boeken van de Gekalibreerde gedrochten in z’n geheel moeten uitlezen wil je alles over hem te weten komen. Voor Pauklos was dit plan veel minder concreet. Pauklos was wat dat betreft een beetje een speciaaltje. Natuurlijk dacht ik tijdens het verzinnen van de verschillende TN-verhaallijnen al wel eens vaker aan hem, maar ik had eigenlijk nooit een goed omlijnd beeld van hoe ik hem in mijn wereldje terug op het toneel zou krijgen. Natuurlijk kon ik altijd Tinus een keer op reis sturen en hem wilde avonturen laten beleven in Afrika, zodat hij stamhoofd Pauklos kon ontmoeten, maar dat ging me toch ergens wel wat erg ver. De kans dat dit onnodig veel nieuwe verhaallijnen zou opleveren die ver van de vertrouwde TN-wereld zouden komen te staan, was daarmee ook best reëel. Dus worstelde ik daar wat mee. Ik had zelfs al een paar keer voor mezelf besloten, begraaf die Pauklos nu gewoon maar, met dat karakter valt toch niet veel te doen.
Dat was totdat ik op een decembernacht ineens in mijn slaap werd overvallen door één van mijn vele inspiratiedromen. Daarin droomde ik dat ik mij in mijn eigen hersenkamer bevond, alwaar ik oog in oog stond met de door mijzelf gecreëerde graaf Schaurig. Dit was niet heel verwonderlijk, want voor het slapen gaan zat ik voor de voltooing van het Navelpad Mysterie nog te mijmeren over zijn ontstaansgeschiedenis, zodat hij zich via die gedachte in mijn droom heeft kunnen manifesteren. Het meest gehate karakter uit mijn TN-wereld was er middels een list in geslaagd om het redactiegebouw binnen te dringen en had daarbij wat hulp gekregen van een vrouwelijk personage die ik als actrice uit een zekere televisieserie ken (een week ervoor had ik haar eens gegoogled omdat ze in een nieuwe film zal spelen). Nu is het met dromen al niet erg ongewoon dat er verschillende realiteiten met elkaar vermengd raken en dat ze samen een gemixt beeld op het netvlies kunnen opleveren, maar deze bijzondere samenstelling van gedachten bracht mij na het ontwaken toch ineens op een lumineus idee: niet Ignatz en zijn vrouwelijk compagnon, maar stamhoofd Pauklos krijgt de uitzonderlijke kans om zijn schepper te ontmoeten.
Zo kwam het dus dat ik daarmee ook een spontane invulling kon geven aan het begrip ‘De Duimzuigerij‘. Ik heb mij de Duimzuigerij altijd al een beetje voorgesteld als mijn eigen hersenkamer, maar vooral ook als een soort groot geheim vertrek in het redactiegebouw van de Tycoon Newspaper waar je niet zomaar kunt binnentreden. Het is een ruimte zonder vaste elementen en waarin het volume en de indeling sterk kan variëren. Mijn inspiratie en eigen wensen bepalen hoe dit vertrek van moment tot moment zijn invulling krijgt. Ik zal later wel eens meer over deze speciale afdeling vertellen.
Voor de gelegenheid van de terugkeer van Pauklos bedacht ik dat het wel leuk zo zijn om hem in ‘mijn eigen kantoor’ te ontvangen. Zodoende creëerde ik een speciale entree voor dit vergeten figuur en plande ik een ontmoeting met hem in mijn bovenkamer. Alleen receptioniste Stefanie Gotch was geïnformeerd over deze afspraak, terwijl andere TN-personages juiste helemaal van niets mochten weten. Voor mijn bezoeker, die toen al naar zijn nieuwe naam George luisterde, was alleen al de komst naar mijn kantoor voor hem een spannende belevenis. Hij beschouwde het als een enorme eer en had er bovendien vrees voor dat Rina Oddel in het bijzonder zijn aanwezigheid zou opmerken. Want ondertussen had hij al begrepen dat Rina, na haar bezoek aan zijn ‘glazen bol’-praktijken (zie ‘Een Snooi 2015‘ ), ondertussen al begon aan te voelen dat er iets niet in de haak was. Gelukkig had ik er daarom voor gezorgd dat hij onze roddeltante onderweg niet zou tegenkomen en had ik ook voor de andere reporters iets bedacht waardoor George ongezien kon binnensluipen.
Het schiet z’n doel een beetje voorbij om het hele plot van het Duimzuigerij-artikel hier nu meteen in dit portret mee te nemen, maar er zijn toch een aantal elementen in die vertelling die ik even moet benoemen om meer over Pauklos/George (en verderop Benjamin) duidelijk te maken. Zoals de transformatie van stamhoofd Pauklos naar George Enverbrander. Gaandeweg in de vertelling komen steeds meer te weten over de ‘hebbelijkheden’ van George Enverbrander en we leren ook steeds meer over zijn uiterlijk. Het onvoorzichtig omspringen met de Wisseljaarbeker van de Quiz van de Maand is één voorbeeld van zijn gekunsteldheden. Een oplettend lezer die een beetje bekend is met de acteurs uit de filmwereld moet op dit punt al heel gauw de acteur Johnny Depp hebben herkend, de modelpersoon waar George en Pauklos dus op gebaseerd zijn. En net zoals je tijdens het selecteren van een aardig bioscoopflimpje al moeilijk om Johnny Depp heen kunt – of je hem nu leuk vindt of niet – geldt datzelfde een beetje voor onze George. Je merkt dit aan zijn typische manier van bewegen en reageren op bepaalde situaties, alsook zijn gespeelde ongemakkelijke gedrag. Pas veel later in het verhaal volgt de grote onthulling dat de bezoeker in wie we inmiddels George Enverbrander hebben herkend al die tijd ons stamhoofd Pauklos blijkt te zijn.
Nu is ‘De Duimzuigerij‘ al een verhaal op zich waar volgens BoB “[...]heel wat lijntjes uit het TN-universum bij elkaar komen[...]“, het is ook een vertelling dat bol staat van Snooise en niet-Snooise verwijzingen en symboliek (denk aan het beeldje van de pad waar de schepper z’n hand op legt). Op enig moment reageert George Enverbrander nederig dankbaar met de volgende uitspraak richting zijn geestelijk vader:
“Ik ben u ook dankbaar dat ik weer deel uitmaak van deze bijzondere fantasiewereld en dat ik niet vergeten ben.”
Je zou dit kunnen lezen als woorden die door Pauklos als onvoltooid karakter worden uitgesproken en daarmee te kennen geeft dat hij blij is dat hij als hele oude schets toch niet naar de prullenbak is verwezen, maar een nieuwe kans krijgt na een metamorfose weer in het TN-universum te worden opgenomen. De Grote Naamloze wist direct waar George Enverbrander op doelde. Het zegt heel veel over de totstandkoming van dit personage en het ‘tweede hands karakter’ dat hij door zijn transformatie geworden is.
Als toegift – toch maar even een spoiler – ontdekken we tegen het einde van ‘De Duimzuigerij‘ dat we nog ineens met nóg een plottwist te maken hebben; degene naar wie we steeds als ’schepper’ en ‘geestelijk vader’ hebben verwezen, blijkt ineens de duistere graaf Schaurig te zijn! Want, om deze überslechterik toch wat credits te geven voor het aandragen van inspiratie, besloot ik op het allerlaatste moment dat het mij wel aardig leek om de vertelling toch nog een beetje te laten lijken op de droom die ik had gehad. En omdat hij toen ook een vrouwelijke metgezel met zich meebracht, had ik meteen iemand gevonden waar ik de naam Charlene Latan aan kon toekennen (dit besloot ik pas tijdens het schrijven nádat ik George vorige identiteit als stamhoofd Pauklos al had onthuld!). Een beter passende naam had ik haast niet kunnen verzinnen voor deze wulpse slang (****).
Spijt heb ik niet gehad van deze plottwist, want tijdens het schrijven naar Pauklos’ onthulling was ikzelf gewoon de schepper. Pas toen George de scenario’s van de Tycoon Newspaper-verhalen mocht inkijken kwam de ingeving dat het wel leuk zou zijn als de schepper door graaf Schaurig gespeeld zou worden. Deze verandering van gedachte kun je nog heel duidelijk terugvinden doordat ik de schepper ineens wat geïrriteerd laat reageren op George’ vraag over het Navelpad Mysterie of er nog plannen zijn om dat werk te voltooien. De ’schepper’ reageert daarop kortaf dat dat nog te bezien valt en gebied George om door te lopen naar de andere tafel. Uiteraard reageerde de schepper zo, omdat het Navelpad Mysterie een verhaal is dat graaf Schaurig graag wil vergeten.
Interessant: eigenlijk verklap ik hiermee dat de afloop van het Navelpad Mysterie kennelijk niet in het voordeel zal uitvallen voor de graaf. Weten we dat ook alvast.

( *** = het is maar hoe je een nieuwe blik in het verleden interpreteert)
( **** = evenals het later toegevoegde nieuwe personage Ed Cetera zal ook Charlene Latan later een eigen portret krijgen en zal ik onthullen wie hun modelpersonen zijn. Ik speel met de gedachte dat Charlene nog een klein rolletje zal vervullen in de Gekalibreerde gedrochten, met een verhaal over weerwolven. En mochten we George nog gaan terugzien, dan ligt het voor de hand dat zij zijn tegenspeelster gaat worden.)

De paarse bonen-saga

George Enverbrander is dus, zoals je hierboven hebt kunnen lezen, nogal een karakter met een lange ontstaansgeschiedenis. Desondanks zou ik George toch willen omschrijven als een figuur dat ‘er gewoon ineens was’. Want zo heb ik die droom met graaf Schaurig en Charlene Latan en hem als voortvloeisel ervan vooral ervaren. En daarbij is zijn naam ook pas verzonnen toen deze nachtvoorstelling zich aan mij opdrong. Veel personages zijn (zeer) geleidelijk ontstaan, maar George stond gewoon van het ene op het andere moment in het midden van mijn denkraam.
Het is een beeld dat erg goed bij zijn eigenaardigheden past. George heeft namelijk iets wat we bij de andere TN-personages nog niet echt zijn tegengekomen. Hij is rebels en speelt ongewild de onruststoker, iets wat heel duidelijk terugkomt in ‘De paarse bonen-saga’, een serie van verhalende artikelen dat met zijn komst heel het Rijk van WSNOI z’n greep hield. Koffiebonen waren van de ene op de andere nacht in het gehele land ineens spontaan verdwenen en Lesley Spandabato werd samen met een aantal andere figuren ingeschakeld om een klopjacht te houden op de zogenaamde koffiedief, die, zo bleek veel later, George Enverbrander bleek te zijn. Nog nooit heeft een TN-personage zó enorm huisgehouden in het dagelijkse leven van het Rijk van WSNOI. Hiermee is het ontregelen van de ons zo vertrouwde vaste gewoonte en opvallende eigenschap van hem. En wist je trouwens dat hij met dit portret ook de plek heeft ingepikt van Loek de Hond? Want die zou ik nu eigenlijk hebben geschreven.
Het bevestigt alleen nog maar meer hetgeen wat ik jullie nu wil gaan vertellen. Om nog even terug te grijpen naar ‘De Duimzuigerij‘, daarin heb ik de rol van graaf Schaurig vooral als een soort metafoor willen gebruiken om de suggestie te wekken dat kwade gedachten bezit van mij namen, zodat George zijn geruchten kon verspreiden en het land in onzekerheid liet verkeren. Mensen werden ziek, de ziekte de bazelen brak uit, er vielen doden en daarmee stond het dagelijkse Snooise leven ineens volledig op z’n kop. Op WSNOI kreeg je vanaf 1 april van dit jaar ineens te maken met een onvoorspelbare nieuwe boon en liep je na het begraven ervan de kans gebeten te worden door een paarse bonen-kever. We hebben het natuurlijk over de paarse springboon, de eigenwijze variant op de toch al moeilijk onder bedwang te houden rode springboon. Het zijn allemaal ideeën die zich zomaar vanuit het niets aan mij op hebben gedrongen en daarmee opnieuw perfect passen bij het zonderlinge figuur dat George Enverbrander is, een man die kennelijk helemaal van ‘Gsor los is’.
En zijn macht reikt enorm ver, want dit fictieve karakter heeft het zelfs gepresenteerd om een werkelijk bestaand persoon bijna te kelen. Ik heb het natuurlijk over Romeo Mazzei, die het in de gedaante van zijn alter ego Retroman met hem aan te stok krijgt zodra hij nietsvermoedend een bezoekje brengt aan de kapper.
Toch hangt er iets mysterieus zachtaardigs om George heen, waardoor ik hem niet zomaar meteen in het hokje ‘goeierik’ of ’slechterik’ heb willen plaatsen. George acteert namelijk – vooral in zijn eigen beleving – volgens de genade van zijn schepper. En hij danst daarmee ook naar diezelfde pijpen. Want, zoals ook in de ‘De Duimzuigerij‘ valt na te lezen, is George feitelijk een marionet van een groot en machtig man voor wie hij veel respect heeft. Dat hij naar de wereld de indruk wekt dat hij zelf de touwtjes van alles en iedereen in handen heeft, is dus ook slechts gespeeld. Hij heeft dus pit en is in het publieke optreden amicaal en brutaal, maar naar zijn opdrachtgever (waarvan hij denkt dat dit zijn geestelijk vader is) is hij uiterst onderdanig. Niet zoals de hielenlikker Jochem A. Knikker (de lakei van de BoBfather), maar niettemin erg volgzaam. Hierdoor voorzie ik in George een personage waar we ongetwijfeld nog wel eens van zullen horen, zelfs nu hij in zijn woonwagen de stad is uitgevlucht (zie ‘Retroman gaat naar de kapper‘). En dan heb je kans dat hij evenals zij kompaan Joost Stunner weer als huurling zal optreden en het hem niet zal uitmaken of zijn rol voor de goede zaak zal worden ingezet of opnieuw voor het kwade.

Modelpersoon was zelfs de Dalai Lama van Uitgeest (en Kernfusiekapper)

Dan keren we nog even terug naar Johnny Depp, het modelpersonage waar ditmaal niet alleen het uiterlijk maar ook veel van George’ gedragingen op gebaseerd zijn. Je hebt het haast niet kunnen missen: waar ik normaal nogal wat mysterieus blijf over wie het modelpersonage van mijn alter ego’s toch zouden kunnen zijn, lag dat er bij George Enverbrander dit keer wel erg dik bovenop. Met name in het Duimzuigerij-artikel, maar zeker ook in enkele artikelen uit in de rest van ‘De paarse bonen-saga’ kun je keer op keer Johnny Depp ontdekken in die eigenaardige trekjes van dit nieuwe kleurrijke figuur.
Wist je trouwens dat we George Enverbrander zelfs al vóór zijn glazen bollen-actie en ‘De paarse bonen-saga’ ook al eens hebben gezien? Wel, sla er dan deze vacature maar eens op na: ‘Dalai Lama van Uitgeest‘.
Degene die daar met z’n giecheltje op de foto boven het artikel hangt, lijkt toch wel verdacht veel op Johnny Depp, nietwaar? En dat is hem natuurlijk ook. Kennelijk heeft de toen nog Pauklos geheten magiër zijn knappe koppie al eens geleend voor de schrijfsels van onze rechercheur Karel. En dan moet je echt Karel Riemelneel heten om dan niet eens het stamhoofd te herkennen in die prehistorische gelaatsbeschilderingen waar Pauklos zich mee dacht onherkenbaar te maken.
De keuze om Johnny Depp het modelpersoon voor George te laten zijn gebeurde net zo automatisch als dat het feitelijk ook gewoon erg voor de hand lag. Johnny Depp is namelijk een erg veelzijdig acteur, zodat zijn kameleon-achtige eigenschappen eenvoudig op George’ gevarieerde carrière toe te passen waren. De gekunstelde manier van bewegen, zijn verfijnde manier van op situaties inspelen, zijn sublieme wijze van onschendbaar lijken, alsook de theatrale uitspattingen. Het past allemaal perfect bij hoe ik George meteen voor ogen had. En zeg nu zelf, wie zou nou er beter een rol kunnen bekleden van een magiër, een helderziende, een kwakzalver of een kapper? Johnny Depp speelde al deze rollen zelf al eens in enkele van zijn talloze films. Ook de Gekke Hoedenmaker, waarin ik in ‘De Duimzuigerij‘ naar verwijs door ‘die hoed toch maar weg te laten’, bevestigde het vermoeden keer op keer dat George Enverbrander Johnny Depp wel móest zijn.
Oorspronkelijk en hoofdzakelijk bedoeld als een extraatje, voegde ik daar op het laatste nog een verstevigende factor aan toe. Want in het slotartikel van ‘De paarse bonen-saga‘, ‘Retroman gaat naar de kapper‘, werk ik toe naar een ultieme cliffhanger, maar laat jullie daarmee ook kennis maken van een achtergrond van nog vóór George Pauklos was. Ben ik nog te volgen? Net zoals met enkele verhaallijnen in het TN-universum verzin ik het uiteindelijke plot soms nog terwijl ik aan de helft ervan aan het schrijven ben. Datzelfde gold ook voor ‘De paarse bonen-saga’, zodat ik pas halverwege die saga besloot een bezoek aan de kapper voor Retroman in te plannen. En aangezien Johnny Depp toch al zo prominent in mijn hoofd aanwezig was, besloot ik dat het Sweeny Todd-verhaal zich eigenlijk wel erg goed leende voor het voltooien van her personage George Enverbrander.
Zo leren we uiteindelijk dat George oorspronkelijk eigenlijk Benjamin Arbier heette en de overstap naar stamhoofd Pauklos niet zijn eerste transformatie was…

Overige wetenswaardigheden over George Enverbrander

  • George kent de inhoud van de boekwerken uit de Tycoon Newspaper en heeft daardoor de meeste kennis over het wel en wee van het TN-universum. Hiermee fungeert hij in zijn rol als helderziende als een soort alwetende verteller. Wat er in het Tycoon Newspaper-jaar 2015 stond te gebeuren wist hij om die reden aardig goed te voorspellen.
  • George komt in ‘De Duimzuigerij‘ te weten dat al de herinneringen die hij en zijn collega’s hebben door de Grote Naamloze aan de TN-verslaggevers zijn toebedeeld. Herinneringen die niet voor verhaallijnen interessant zijn bezitten zij niet. Hiermee beseft George dat hij en de andere TN-personages fictieve karakters zijn.
  • George is er vooralsnog niet van overtuigd dat hij magische krachten zou bezitten en/of hoe hij deze eventuele krachten moet aanspreken. Daardoor gelooft hij niet in zichzelf als volwaardig magiër en vult deze rol daarom zolang in alsof hij een soort Wizard of Oz is (neptovenaar red.). Dit laat de ruimte open om hem in toekomstige verhaallijnen te laten ontdekken of hij inderdaad over bijzondere magische krachten zou bezitten, hoe hij daar aan is gekomen en wat hij ermee kan. Toch lijkt het er in ‘De Duimzuigerij‘ op dat hij onbewust reeds magische krachten toepast. Dit uit zich doordat hij bij het inkijken van de onvoltooide werken in een oogwenk veel informatie tot zich weet te nemen. Of zou hij dit zo bovenmenselijk snel kunnen doordat hij toch al in een ruimte aanwezig was waar toch al zoveel magie vanuit gaat?
  • “Fantasiewerelden bestaan bij de gratie dat we ze kunnen verzinnen”, was een zin die in de aantekeningen van de Grote Naamloze stond die George Enverbrander ook had moeten meekrijgen. Maar aangezien graaf Schaurig de positie had ingenomen van de Grote Naamloze, heeft de graaf verzuimd George Enverbrander daar wat mee te laten doen. Voor de oplettende lezer: dit is de openingszin van de Gekalibreerde gedrochten(*****)…
  • Het is stamhoofd Pauklos die zich ritueel vermaakt met het tromgeroffel op de navels van zijn dorpsleden om de verveling te verdrijven. Zie ‘Aardbei Prikt Tong‘.
  • Reageert nonchalant en afwezig (doet net of ie gek is) op betoog van Retroman zodra Retroman onthult hoe George Enverbander Gohes City maandenlang in z’n greep hield
  • Is dus kennelijk helemaal niet uit Gohes City ontsnapt, maar meteen teruggekeerd als de demonische kapper Benjamin Arbier.
  • Drinkt zijn koffie zwart. Zie ‘Retroman gaat naar de kapper
  • Retroman herkende in Benjamin Arbier een Jatmos, omdat Jatmozen gitzwart haar hebben en een bleke huid. Benjamin stribbelt echter tegen en ontkend zijn afkomst, uit vrees herkend te zullen worden. Hij verklaart dat zijn uiterlijk vanuit zijn familie komt en zelfs zo bruin was dat hij in Afrika heeft gevraagd aan een medicijnman om zijn hun te bleken. Alleen is die medicijnman daar zo ver in doorgeschoten dat hij nu zo overdreven bleek ziet. Dat bleken van de medicijnman is natuurlijk een verwijzing naar mijn idool Michael Jackson die aan Vertiligo leed (huidziekte) en met de medicijnman bedoelde Benjamin Arbier zichzelf toen hij destijds zijn nieuwe identiteit van stamhoofd Pauklos had aangenomen. Iemand heeft mij ooit eens geleerd dat als je toch moet liegen, dat je dan altijd moet zorgen dat je dichtbij de waarheid blijft. Wel, dat kan George Enverbrander als geen ander.
  • George is geen fan van de Tycoon Newspaper, in ‘Retroman gaat naar de kapper‘  noemt hij de TN een ‘onnozel onzinnige feitenkrantje’.
  • Doordat George Enverbrander als Benjamin Arbier geboren is in Jatmos, maakt dit hem een uitgelezen tegenspeler van Warwinkelaar Kerbert Rent, aangezien inwoners van Warwinkel geen beste relatie hebben met het naburige Jatmos.
  • Afijn, George Enverbrander is dus naast magiër, helderziende en kwakzalver ook stamhoofd Pauklos en kapper Benjamin Arbier. Mis ik dan nog iemand?
    Nee?
    …Niemand?
    ;-)

( ***** = daarin is ‘fantasiewerelden’ alleen vervangen in ‘dimensies’.)

TN-artikelen waar George Enverbrander in voorkomt (of aan gerelateerd is):

Een Snooi 2015
De Duimzuigerij
Lesley lost ‘t op (2): De koffiediefstal
Uitbraak bazelen (Morbus Aprilis)
Bazelenepidemie zet door
Het Enverbrander Wondermiddel
Tip uit Het Theehuis
Retroman gaat naar de kapper
Tezamen vormen deze artikelen ‘de Paarse bonen saga’.

De volgende keer gaan we weer verder met de VZD-portretten. Dan behandelen we eindelijk het portret van: Loek de Hond

Verstuurd vanaf mijn i-Navelpad

By gsorsnoi | December 9, 2015 - 9:39 am - Posted in Nederlands, WSNOI

Op Pakjesavond 2015 zijn er een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd op WSNOI. De Onbestaande beroepen generator en het koffiespel Bakkie Snooi zijn in mogelijkheden uitgebreid én er is een belangrijk nieuw spelelement bij gekomen: de sollicitatiepunt.

De sollicitatiepunt

Al langer worstelden we er op WSNOI mee dat het soms wel wat erg gemakkelijk is om aan geld te komen. Je kunt vrij eenvoudig geld verdienen door spellen zoals Picture Tycoon en Herrezen van de Galg tot een goed einde te brengen. Het hebben van een beetje geluk in de WSNOI loterij is dikwijls fortuinlijk en het vinden van geld op verschillende verstopplekken op de website gaat de meesten vaak ook goed af. Maar zelfs als die paar factoren nog niet voldoende zijn om de beurs gevuld te houden, dan is er altijd nog de Onbestaande beroepen generator waar je op ieder gewenst moment aan een baan (en dus geld) kunt komen. Zo maakte het voorheen niet uit of je gewoon platzak was doordat je al je geld had uitgegeven of dat je pech had dat je een ‘kanskaartje’ pakte waaruit bleek dat je was ontslagen, je kon altijd zonder veel inspanningen weer aan een baan – en dus aan geld – komen. Hierdoor was de Onbestaande beroepen generator eigenlijk meer een veredelde kaartenautomaat en ging de waarde van de munt (de zbersibarn) hiermee verloren.
Maar daar brengt de sollicitatiepunt nu verandering in. Want vanaf 5 december 2015 kost het 60 sollicitatiepunten (SP) voor iedere keer dat je de Onbestaande beroepen generator voor een nieuwe baan wilt inzetten. En sollicitatiepunten heb je niet onbeperkt. Aan het begin van iedere maand krijg je wel een maandvoorraadje van 60 SP. Dus je kunt sowieso iedere maand één keertje aan een nieuwe baan komen. Blijkt het dat je binnen die maand toch nog een keer extra moet solliciteren, dan heb je voortaan twee opties:

  1. je moet op andere manieren aan geld komen (door bijvoorbeeld het verkopen van spullen of geld verdienen vanuit Picture Tycoon)
  2. of je verdient SP op één van de volgende manieren:
    • 1 SP voor iedere keer dat je inlogt op WSNOI
    • 1 SP voor iedere geschonken bakje koffie voor klanten uit de Koffie Corner van Bakkie Snooi (dit betreft een recente speluitbreiding!)
    • 80 SP voor het spelen van de Quiz van de Maand

Zoals hierboven al beschreven krijg je sowieso aan het begin van iedere maand automatisch 60 SP. Dit zijn echter 60 ‘maand’-sollicitatiepunten, die automatisch na één maand verlopen en in de nieuwe maand weer worden aangevuld. Het is dus niet zo dat je ongebruikte ‘maand’-sollicitatiepunten naar de nieuwe maand kan meenemen.

Proefsolliciteren

Ben je echt door je sollicitatiepunten heen? Dan kun je altijd nog proefsolliciteren. Dat levert weliswaar helemaal niets op, maar voor hen die het gewoon geinig vinden om middels de Onbestaande beroepen generator aan hendels te trekken en op die manier een knotsgekke baan samen te stellen, is deze optie open gehouden.

Ontslag aanvragen

Wat ook is toegevoegd, is de mogelijkheid om ontslag aan te vragen. Wellicht is dit niet een heel aanlokkelijke functionaliteit die eenieder zo snel zal aanspreken, maar je kunt maar net ergens een argument vinden om hier toch gebruik van te willen maken. Zo kan het ineens interessant zijn om gauw even van baan te wisselen wanneer je voorraad sollicitatiepunten weer toereikend is en een nieuw onbestaand beroep ineens weer een klap geld oplevert.

Kijk voor meer informatie op de vernieuwde pagina ‘Een baan zoeken‘.

By gsorsnoi | September 29, 2015 - 9:17 pm - Posted in Duimzuigerij, Een portet van ..., Nederlands, WSNOI

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. En voor de gelegenheid ditmaal ook eens een karakter die weliswaar geen verslaggever is, maar wel een belangrijke rol vervult in het domein van WSNOI. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Koen Voet.

Functie: Forensisch sporenonderzoeker gespecialiseerd op inbraken, bij het Gohes City Forensisch Instituut (GCFI).
Andere namen: Geen
Oorsprong naam: Zijn voor- en achternaam kunnen samengetrokken worden tot een voorwerp dat duidelijk iets met zijn functie te maken heeft: koe(n)voet.
Modelpersoon: Gers Pardoel.
Eerste oer-artikel: N.v.t.
Eerste online-artikel (waarin dit karakter voorkwam):VZD (4): Triest bericht‘.
Uitspraken: op de vraag van Jolien van Biesheuvel komt Koen in ‘VZD (4): Triest bericht‘ na sporenonderzoek tot de conclusie: “Inderdaad inspecteur, diegene die de E 2.400,- heeft buit gemaakt was in het bezit van de sleutel van het huis.” & in ‘VZD (6): Verrassing!‘: “Welnee inspecteur,” reageerde Koen op het dakterras en hield een roestige kandelaar omhoog, “het was vast Kolonel Mustard met een kandelaar!” – dit zei hij als reactie op Karels verzoek dat de heren geen spelletje maakten van hun werk.

Op gelijke voet met Karel

Koen Voet maakt onderdeel uit van de paar essentiële personages uit de detectivereeks VZD. Met zijn eerste optreden in ‘VZD (4): Triest bericht‘ gaf hij invulling aan de behoefte die zomaar een keer spontaan ontstond toen – zoals je hierboven kunt lezen – inspecteur Jolien van Biesheuvel wilde weten of er bij de familie Ten Dam was ingebroken. De detectiveserie was zich in die tijd nog grotendeels aan het ontwikkelen, hetgeen ook wel bleek uit de spelregels die in diezelfde vierde aflevering pas echt vorm begonnen te krijgen. Ditzelfde gold voor het minimale setje forensisch onderzoekers, waar het team waar Karel geregeld mee op pad trok, tenminste uit zou moeten bestaan. Het hebben van een inbraakspecialist was een onvermijdelijk gegeven waar we vroeg of laat tegenaan zouden lopen (zie ook ‘Een portret van… Lesley Spandabato‘). Koen Voet was hierop vanzelfsprekend het antwoord. Zijn naam, zoals gebruikelijk bewust wat flauw gekozen, bleek een geniale vondst; iedereen wist direct wie hij was en vooral wat hij kwam doen. En dan te bedenken dat de opdracht waarvoor hij helemaal naar de plattelandsgronden buiten Gohes City kwam afreizen, tot het resultaat leidde dat er helemaal niet eens wàs ingebroken. Ik herinner me nog dat ik Koen toen even snel verzon en hem een korte alinea gaf om niet te veel van de rode draad van het toen lopende onderzoek af te willen wijken. Inbraak, of iets wat daar op lijkt, was helemaal niet aan de orde. Dat was meteen ook de reden waarom ik Koen in datzelfde verhaal niet meer aan bod liet komen en hij pas weer in VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ een nieuw optreden deed. Opmerkelijk genoeg bleek ik Koen eigenlijk al eerder nodig te hebben gehad, in één VZD-aflevering eerder: ‘VZD (3): De koprol‘. In dat onderzoek werd er namelijk over een kluis gerept en of daar eventueel sportfondsen uit ontvreemd zouden zijn. Mocht hij toen al dienst hebben gehad, dan had hij ook toen tot een weinig spannend te noemen ontdekking gekomen: de kluis was leeg en lag onder het stof.
De totstandkoming van het personage Koen Voet is daarom goed te vergelijken met zijn werkgever Karel Riemelneel; beide verschenen pas een verhaal of artikel later dan eigenlijk logisch was (Karel Riemelneel had oerartikel Bewaking Kwak & Go vat vlam na bomaanslag wat genre betreft beter kunnen schrijven dan Tinus Icket, red.).

Onwrikbaar element

Eenmaal thuis in de detectiveserie werd Koen ook meteen een terugkerend personage waar je van op aan kon. Vanaf de 4e aflevering tot en met zaak nummer 10 werd iedere keer wel even zijn hulp ingeroepen. Het begon natuurlijk met ‘VZD (4): Triest bericht‘ waarin hij constateerde dat er geen deur was geforceerd en ook bij de kozijnen van huize Ten Dam geen sporen van braak gevonden konden worden. Zo concludeerde hij dat degene die de E 2.400,- buit had gemaakt in bezit moest zijn geweest van de sleutel van het huis. In VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’ bevonden wij ons ineens terug in de tijd en hield hij zich bezig met zandzakken. Hij ontdekte dat in één ervan een juwelenkistje zat verstopt, een cruciale aanwijzing die ons uiteindelijk bewust op het verkeerde spoor zette. Tijdens de speurtocht naar aanwijzingen in ‘VZD (6): Verrassing!‘ was hij vooral in de tuin te vinden en later ook op het dakterras, waar hij naar Karel een geestige opmerking maakte over Kolonel Mustard (zie ‘Uitspraken’ hierboven). Hij was het die de ontdekking deed dat er een raam naar binnen toe was gebroken, terwijl het slachtoffer buiten in de tuin lag. Dit zette ons even voor raadsels, maar werd uiteindelijk toch een passende verklaring voor gevonden. Ook in ‘VZD (9) SPECIAL: The Last Angel‘ bleek Koen weer even niet naar zijn specialisme toe hoeven handelen; hij zou Karel vrijkopen uit het gevang, waarvoor hij helemaal naar de Filippijnen was komen vliegen, maar iemand anders bleek hem al voor te zijn geweest. Helemaal aan het einde van deze spannende zedenzaak was er ineens een lolbroek die de werkelijk absurde suggestie deed dat ons slachtoffer mogelijk wel eens kon zijn ‘dood geswaffeld’. Koen en Karel pikte die suggestie op een creatieve manier op om erachter te komen of de daders daadwerkelijk hun geslachtsdelen in de aanslag hadden gehad. Hetgeen gelukkig niet het geval bleek (althans niet voor de doodsoorzaak). In die aflevering verleende Koen het duo ook de toegang tot een garage door in een metalen bakje even naar een sleutel te voelen. Dit stelde mij als schrijver nog even in gelegenheid om alvast een aparte eigenschap aan Koen toe te dichten; namelijk dat hij zich soms als wijsneus opstelt (waar Karel zich aan irriteert), maar wat er over het algemeen wel voor zorgt dater schot in de zaak komt. Dat gegeven wordt namelijk tijdens dat zoeken naar een sleutel door Karel even aangehaald.
Met het aanbreken van de 10e editie van de VZD gebeurde er veel meer wat binnen het expertisegebied van Koen valt. Wat voor Koen begon met de vondst van een man die erg akelig door een dakkapel van een trap naar beneden was gevallen. Bij het schrijven van de ‘aantekeningen’ rondom deze zaak (er gebeurde zoveel in deze ene detective dat het wenselijk was er even een samenvatting van op papier te zetten) werd even kort uit de doeken gedaan wat Koen’s inbreng ongeveer nog meer in het verhaal was:
Koen Voet stuitte op twee lijken bij het brengen van een huisbezoek aan het familieadres van Roger Roerling. In de woonkamer vond hij het ontzielde lichaam van Roger’s vrouw Olivia. Zijn zoon Jericho was er zo slecht aan toe dat een reanimatiepoging niets meer uithaalde. Hierop heeft Karel Koen naar huis moeten sturen, zoals de CGFI-regels voorschrijven. Hij was emotioneel te zwaar aangeslagen om het verlof niet te accepteren. Niet eerder dan dinsdag werd hij vervolgens weer op kantoor verwacht. Maar zolang zouden de verwikkelingen niet duren, zodat dit ook meteen zijn voorlopige laatste optreden in de serie was. Over de specifieke rol die hij in die 10e aflevering had valt veel te zeggen, maar leuker is om het bewuste fragment er nog eens een keertje op na te lezen, dat onderaan dit artikel terug te vinden is. Een ander leuk onderdeel is hoe er in diezelfde zaak nog eens wordt teruggekomen op de bijzondere samenstelling van zijn naam. Dat is het andere fragment wat je hieronder leest.
Vanaf het moment dat de 10e VZD even een voorlopig einde aankondigde op de detectiveserie, leek het ook gedaan met het optreden van onze helden. Maar gelukkig vult Lesley Spandabato dat gat soms op door even een van Mickey Mouse afgekeken Lesley lost ‘t op te produceren. En in de tweede editie, die over gestolen koffiebonen ging, rent Koen op enig moment met Lesley nog even achter een ontsnapte paarse springboon aan, zodat deze miniversie van de detective serie toch oplevert dat we deze VZD-personages af en toe nog eens terugzien.

Toffe gast

Koen is één van de jongere medewerkers bij het GCFI. Hij is, zoals vele collega’s hem zullen omschrijven, een nogal ‘vlotte jongen’. Ik zie hem graag als een handig figuur die, in tegenstelling tot het aantal klunzen dat het Rijk van WSNOI ondertussen telt, z’n hand niet omdraait voor een vuil of lastig klusje. Om die reden is het eigenlijk ook wel praktisch dat ik hem steeds in bepaalde scenes bij bepaalde zaken inzet, waarvan je wellicht zou denken dat je niet per se een inbraakspecialist hoeft te wezen om aan een dergelijke taak invulling te kunnen geven. Het vlotte aan hem zien we ook terug in de omgang die hij heeft met zijn collega’s. Aan het begin van de zaak ‘De rotte appel‘ bijvoorbeeld vraagt hij nogal ongenuanceerd aan Lesley “Woh, heb je die borsten gezien man?” waarmee hij verwijst naar het imposante voorkomen van hun nieuwe collega America Calista. Aan de ene kant geeft dit aan dat hij het kennelijk goed kan vinden met Lesley, maar het vertelt ook dat Koen niet iemand is die om de hete brij heen draait. Hij is dus erg recht voor z’n raap en daardoor ook een medewerker die snel meters maakt.
“Met jouw nichterige voorkomen maak je toch geen kans,” zei hij in datzelfde stukje tekst nadat hij over America’s borsten begon en refereerde daarmee naar het niet erg hetero uiterlijk van zijn collega Lesley Spandabato.
Kort daarop slaat Koen zijn collega Lesley op gebroederlijk doch hardhandig tussen zijn schouderbladen om hem geluk te wensen. Dit deed Koen, omdat hij inmiddels ook wel door had dat America nogal een pittige tante bleek en Lesley hem niet mans genoeg leek om haar onder zijn duim te houden.
Verderop in diezelfde aflevering komen we nog te weten dat Koen zijn koffie met een scheutje melk drinkt. Het is een niet heel noemenswaardig detail, maar het komt en passant voorbij, vlak voor een scene waarin er wat interessants gebeurt zodra collega Abdel zich laat afleiden door de schone verschijning van America Calista.
“Aarde aan Abdel! Hallo?!” was de boodschap die Koen zacht fluisterend via extraterretische signalen aan zijn collega probeerde over te brengen. “We hebben je hier nodig, niet in de armen van onze schone Calista.”
De heren zijn hier in gesprek met de geëmotioneerde Johannes IJzerdraat, die de eigenaar is van het dakdekkersbedrijf Lekt ‘t een beetje. In deze fase van de ondervraging lijkt schotrestenonderzoeker Abdel de verantwoordelijkheden echter geheel aan Koen over te willen laten. De billen van America Calista en de rest van haar voorkomen leiden hem namelijk zo af, dat hij liever Koen opscheept met de taak om het slechte nieuws aan de familie Roerling over te gaan brengen.
“Nee, Abdel dat flik je me niet” dacht Koen toen, maar slikte deze lage streek.
Uiteraard heb ik deze grap er toen met opzet zo ingeschreven, want ik wilde echt een keer iets verzinnen waardoor we konden lezen waarvoor inbraakspecialist Koen in de schoolbanken gezeten heeft. Daarnaast was het weer een leuke uitdaging voor mezelf om mij te verdiepen in een onderwerp (sporen van braak onderzoeken) waar ik tot dan toe zelf niet zoveel kaas van gegeten had. Voor dit soort scenes struin ik dan het internet af naar omschrijvingen van hoe echte experts in zijn vak hun werk uitoefenen. Dan beland ik op de site van het NFI (waar het GCFI van is afgeleid) en vermaak ik mij opperbest terwijl ik bezig ben met wat men noemt ‘maniakale research’.

Geen gezicht

Koen Voet heeft, net zoals zijn collega Abdel Desertecon Kretonshos, lang geen gezicht gehad. Ik kan dan ook niet zeggen dat ik al die tijd – al was het ongeveer – een plaatje in m’n hoofd had van hoe hij eruit zou moeten zien. Maar ja, helemaal geen uiterlijk aan m’n karakters meegeven is natuurlijk ook geen pan. Dus ook voor Koen heb ik even thuis op mijn luie stoel m’n ogen gesloten en mijn gedachtes de vrije loop laten gaan op wie ik dacht dat toch het beste bij het personage Koen Voet zou passen. In conversaties met BoB en Retroman kwam ik zodoende (via Huub Stapel, Tom Felton, Waldemar Torenstra, Johnny de Mol, Pieter Storms, Lange Frans, Brainpower, Yes-R en Ali B) op niemand minder dan Gers Pardoel.
Spring maar achterop bij mij… dan gaan we even een zaak oplossen!

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Koen Voet heb ik vooralsnog geen specifieke verhaallijnen voor ogen.

– fragment uit ‘VZD (10): De rotte appel – deel 1′:
Onze inbraakspecialist nam het zekere voor het onzekere en schakelde met zijn mobiele telefoon naar de vaste verbinding voor collega-hulpdiensten. Daar kreeg hij te spreken met centraliste Monique van Wijngaarden van de locale meldkamer. Zij liet, op basis van de melding die ze van Koen doorkreeg, een ambulance aanrijden. Onderwijl spurtte hijzelf naar zijn dienstwagen om daar zijn inbraakkit tevoorschijn te toveren. Met de juiste gereedschappen in de aanslag controleerde hij de voordeur en koos hij zijn geautomatiseerde KLOM Lockpick Gun om de klus mee te klaren. Zo dreef hij de Pickgun naalden één voor één het slot in tot hij de juist had en kreeg daarmee in een handomdraai de deur geforceerd. Deze was nabij de scharnieren nog wel voorzien van dievenklauwen, maar die stonden er overdag natuurlijk niet op. Eenmaal binnen trad hij vanuit het voorportaal eenvoudig de woonkamer binnen, maar had uit voorzorg zijn Beretta al in de aanslag. Omzichtig knielde hij bij het eerste slachtoffer dat hij eerder vanaf buiten maar half kon zien en zocht naar een pols. Godzijdank vond hij die, maar deze was kritiek zwak. Het ging om een jonge knul van een jaar of 16 of 17 die [AANWIJZING] gekneusd en vol blauwe plekken in de hoek van de kamer tegen een fauteuil lag gevouwen. Hij vloekte inwendig en wist dat de hulpdiensten hier op voorhand zouden falen als hij niet zelf in actie kwam. Om zeker te zijn dat hij de vrouw, die vermoedelijk zijn moeder was, een kans had gegeven, stond hij even op en controleerde hij ook haar. Kort daarop was hij alweer bij zijn jongste slachtoffer terug; de moeder was niet meer te redden. Bij zijn poging de pols terug te vinden, was hij gealarmeerd toen hij daar moeite mee had. Koen twijfelde geen ogenblik en met oog voor eventueel nieuw letsel positioneerde hij de jongen precies zo dat hij voldoende werkruimte had om reanimatiecontroles uit te voeren. Op aanspreken werd door de jongen niet meer gereageerd. Ademhalen deed hij evenmin. Hij seinde de centrale opnieuw in om een tweede ambulance te laten aanrijden en vermeldde daarbij dat hij de reanimatie was opgestart.
Al zijn inspanningen ten spijt overleed de jonge knul nog voor de eerste ambulance was gearriveerd. De broeders hadden de reanimatie bij aankomst nog wel overgenomen, maar staakten hun gespecialiseerde hulp al snel. Hij was al niet meer te redden voordat Koen Voet het huis was binnengedrongen. De inwendige kwetsuren hadden zijn lot reeds lang bezegeld. Vermoeid en ontdaan stond Koen even later onvast op zijn benen. Alhoewel hij vaker reanimaties heeft moeten toepassen – en helaas allen zonder het gewenste resultaat – was hij opnieuw flink geëmotioneerd. Ik heb hem daarop van de zaak gehaald en hem verzekerd dat zijn collega’s het hier zouden overnemen.
De slachtoffers werden eenvoudig geïdentificeerd als Olivia Roerling en haar zoon Jericho. Tezamen met Andrea in het duinbos en Roger op zijn klus onderaan een trap, was één ding duidelijk: iemand was erop uit geweest dit hele gezin om te leggen.

{KOEVOET} – fragment uit ‘VZD (10): De rotte appel – deel 1′:
Het was mij opgevallen dat Loek voor een tweede maal op een rij ons vlot van belanghebbende informatie omtrent dit onderzoek wist te verschaffen. Naast hem zat ik niet, zodat ik het schouderklopje verbaal moest uitdelen.
“Fijn dat je de feiten zo paraat hebt Loek. Daar steunt ons enorm. Wellicht dat je ons ook bij kunt schijnen voor wat betreft de moordwapens waarmee Gert Jan om het leven is gebracht? We zijn nu al zo’n tijd over zijn verwondingen aan het speculeren dat een oplossing toch binnen handbereik moet komen te liggen?”
Loek voelde de druk op zijn schouders toenemen en weifelde met een reactie, simpelweg omdat hij ditmaal zijn antwoord niet paraat had, terwijl hij moest bekennen dat hij verschillende theorieën had getoetst. Verzuchtend haalde hij zijn schouders op en schudde langzaam van nee. Hij wist het niet. Ook voor hem was de klauwhamer werkelijk de beste kandidaat. Plotseling ontstond er geroezemoes aan tafel waarbij de verschillende collega’s met elkaar in discussie gingen en theorieën met elkaar uitdeelden. Deze vraag had blijkbaar wat losgemaakt in mijn team waarop ik merkte hoe zeer dit vraagstuk ons allen bezighield. Maar aan wat wild gekakel had ik natuurlijk helemaal geen bal, zodat ik de groep moest manen niet door elkaar te praten.
“Hé, hé, hé, ik wil het even centraal houden allemaal! Graag de focus erbij. Jullie gekwebbel klinkt als onrustige stemmetjes in mijn hoofd.”
En zodra ik dat had uitgesproken, doofde abrupt het gonzende gesprek. Retroman was iets trager met reageren, maar maakte zichzelf onsterfelijk briljant met de timing van zijn op de eerste gehoor onbenullige vraag richting Sjors Kersten:
“…Dus jij hebt Koen Voet niet meer gezien voordat jij het Sambeekse Korenveld van hem overnam?…” Bedremmeld keek hij naar mijn strenge blik op welke geleidelijk overging in naar een zachtere gezichtsuitdrukking waarin ik in gedachten verzonken was. Iedereen had zijn of haar blik op Retroman of mij gericht en kreeg door dat er iets bizars aan tafel was gebeurd. Enkelen die het ook door hadden, proefden op hetzelfde moment met mij dat ene woord dat zich langzaam begon te manifesteren.
“…Koe-voet… Koevoet! Mannen dat is het!” riep ik verheugd. “Dat is de grote broer van de klauwhamer. Het profiel, de langere steel, het klopt allemaal. Gert Jan is vermoord met een koevoet. Haha!” Verrukt ontmoette mijn bruine kijkers één voor één eenieder die aan tafel zat. De meesten waren even blij verrast als ik. Ik stond op en liep die twee passen verder langs de tafel om Retroman hartelijk in zijn schouders te knijpen. Wat was ik blij. Retroman op zijn beurt keek nog altijd wat beduusd om zich heen alsof hij had opgetreden als de onbedoelde superheld in een strip. Duidelijk was dat iedereen de vreugde deelde. Alleen Agatha zat er nog wat bedenkelijk bij. Met haar vuist voor haar lippen gebald zat ze achteruit in haar sofa. De andere hand had ze om een elleboog gevouwen.
“Wat is het Agaat, ben jij niet blij dat we nu eindelijk weten hoe Gert Jan op de kop is getikt?”
“Oh jawel, dat ben ik zeker,” en ter bevestiging trakteerde ze ons op een gedoceerde glimlach. “Maar ik weet ook dat we met een koevoet nog altijd niet kunnen verklaren hoe Gert Jan aan de steken op zijn torso is gekomen. Zo’n handspaak is niet van [AANWIJZING] zaagtanden voorzien, wat zou kunnen verklaren dat de wonden op de voorkant van zijn lijf gekarteld zijn.”
En zo liet Gert Jan ons opnieuw met een raadsel achter.

VZD-afleveringen waar Koen Voet in voorkomt:

VZD (4): Triest bericht
VZD (5) SPECIAL: ‘The show must go on’
VZD (6): Verrassing! – bij het zoeken naar een linkerschoen. In de tuin niet gevonden.
VZD (7): Red mij!
VZD (8): Eendjes voeren – alleen een korte ontmoeting met Karel om van gedachten te wisselen.
VZD (9) SPECIAL: The last Angel
VZD (10): De rotte appel – deel 1

Voorlopig gaan we even door met de VZD-portretten. Daarom is het portret van de volgende keer: L…

Inherent aan de persoonlijke buien van meteoroloog Wilburt Eerman, tevens bartender in Gohes City’s lokale stamkroeg de Maten van Willekeur, was het ook vandaag op veel plekken nog bar en boos wat het weer aanging. De bazelen hield nog steeds veel mensen bedlegerig en dat was erg slecht voor de klandizie. Toch verschenen er inmiddels ook her en der opklaringen aan de hemel. En aangezien er gaten in het wolkendek ontstonden, was rechercheur Lesley Spandabato toch goedgemutst. En zeker nu hij tegenover zich in de verhoorkamer de door Kornelis Oflook getipte verdachte had zitten. Het was er eentje die zeer aannemelijk de handlanger van de koffiedief moest zijn. Deze ochtend had Lesley namelijk een telefoontje van Kor gekregen toen hij zijn benen aan het strekken was, in zijn bedoeling weer wat smerige nieuwsfeitjes op het spoor te komen. Erg ranzige of vunzige verhaaltjes leverde dat ditmaal echter niet op. Daarvoor in de plaats deed hij wel een interessante ontdekking bij een tot café omgebouwde muziektent midden op een grasveld in een park nabij het centrum. Inmiddels was de muziektent alweer een aantal jaren verlaten, maar desondanks stond het in de volksmond nog steeds bekend als ‘Het Theehuis’, zoals het toen ook heette.
De verslaggever die we kennen van gore en lugubere hersenspinsels maakte er de gewoonte van om geregeld te voet door de stad te trekken, niet alleen om een ‘frisse’ neus te halen, maar zeker ook om andere interessante ontwikkelingen op het spoor te komen. Wel, vandaag was duidelijk dat hij daar geen moeite mee had gehad. Zodra hij vanmorgen door het park liep, toen het even droog was, viel zijn oog ineens op een openstaande deur. Het was de kelderdeur van Het Theehuis. Er scheen licht achter.
Hoewel het weer niet lang genoeg mooi bleef om er vandaag een lange parkwandeling op na te houden, kon hij zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en riskeerde hij een nat pak uit te vogelen wat hier aan de hand was. Kornelis liep op de kelderdeur af en ontdekte tot zijn grote schrik waarom er iemand beneden een lichtje had aangestoken.
Dadelijk belde hij met het Gohes City Forensisch Instituut, om zijn eerste bevindingen kenbaar te maken aan de lokale autoriteiten. Hij liet zich doorverbinden met inspecteur Lesley Spandabato. Deze liet na een kort gesprek met Kor, die bepaald geen onbekende van hem was, direct een arrestatieteam uitrukken.
“Erg fijn dat je even bent blijven plakken, opdat je het AT kon ontvangen en ze op de verdachte kon wijzen,” liet Lesley zijn dank blijken aan Kornelis op hoe hij het arrestatieteam had geholpen.
“Niets te danken, Lesley. We zijn er allen bij gebaat dat de degene die er achter de grootschalige koffiediefstal zit eindelijk wordt ingerekend. Ik vind het alleen jammer dat ik net te laat was om te kunnen zien met welke andere figuur hij zich daar ophield. Zodra ik mij verdekt achter de kelderdeur had opgesteld, kon ik nog juist een persoon de ruimte beneden via de andere zijde zien verlaten. Maar helaas, hij verdween te snel voor mij uit beeld om een zinnig signalement te kunnen overbrengen.”
“Maak je je daar maar niet te druk over Kornelis. Het lukt ons zelf ook maar zelden om direct het brein in de kladden te kunnen vatten bij grote zaken zoals deze. Je hebt jezelf al onsterfelijk gemaakt ons te helpen deze gluiperd te kunnen snappen. Hij was nog steeds in de beleving ongestoord zijn duistere bezigheden te kunnen voortzetten totdat hij door de mannen van het GCFI werd aangehouden.”
“Klopt. Hij was nog juist sappen aan het extraheren uit die paarse springbonen, toen zij binnenvielen. Degene voor wie hij werkt heeft hem er mooi ingeluisd. Het brein hier achter moet vast hebben gemerkt dat ik bezig was om dit onverlaat te verklikken.”
Lesley Spandabato knikte en maakte voor zich op een bureautje enig papierwerk in orde.
“Het is eigenlijk voor het eerst dat ik in een zaak met Jatmozen van doen heb,” mijmerde Lesley. De inspecteur verlegde hiermee de focus en richtte zijn woorden ditmaal aan de persoon die voor hem aan de andere zijde van het bureau op een stoeltje zat. Hij had de verdachte, die hij had geïdentificeerd als een inwoner van het plaatsje Jatmos zonder veel moeite aan zijn afkomst herkend. Zijn nogal piekerige zwarte haar en het dragen van kleren die doorgaans drie maten te groot waren, zijn altijd erg typerend geweest voor Jatmozen. Zoals hij daar zat was het net de kat Gideon uit Pinokkio. Ook al zo’n meeloper. Toch was Lesley aan de man iets opgevallen wat Kornelis blijkbaar over het hoofd had gezien. Lesley bleef het spelletje voorlopig echter nog even meespelen en stelde: “Jullie volk heeft ondanks jullie schimmige reputatie in onze stad nog geen grote overtredingen begaan. Dus vanwaar ineens je deelname aan deze operatie?”
De verdachte tegenover hem gaf geen kik. Hij was alles behalve bereidwillig om in de veronderstelling mee te gaan. Maar de afwezigheid van een vuile blik in de ogen van deze man dat hij door de opmerking van Lesley beledigd zou kunnen zijn of zelfs ook maar een fonkeling die daar op zou kunnen duiden, zei voor hem genoeg; Kornelis had het bij het rechte eind. Hoewel… wat het ware gezicht van deze persoon aan gaat dan tenminste.
Ondertussen zag Kornelis zelf deze ontwikkelingen met lede ogen aan. Niet dat hij per se zo verlegen zat om de beloning voor de gouden tip op te strijken, hij had vooral graag gezien dat hij graaf Schaurig en zijn volgelingen voor het gerecht kon slepen. De sympathie die Kornelis vroeger nog wel voor zijn voormalige vriend en studiegenoot had gehad, was na al de daden die de man daarna had gepleegd weinig meer van over. Zodra hij deze Jatmos in de kelderruimte van Het Theehuis aantrof en de andere figuur het toneel zag verlaten, had hij aan een glimp genoeg gehad zichzelf ervan te overtuigen dat de persoon die vluchtte geen graaf Schaurig kon wezen. Zijn postuur zou hij in de schaduwen van de hel nog hebben herkend. Zo bedacht hij dat Joost Stunner het dus ook niet kon zijn, waarmee de deal in de Armoestraat hem verder voor raadsels stelde.
“Nu, laten we maar eens gaan kijken wie er achter dit masker schuil gaat,” bracht Lesley na enige stilte spontaan vanuit het niets naar voren. Kornelis keek verrast op. Deze plotselinge wending kwam voor hem als een slag bij heldere hemel. Zojuist nog verzonken in zijn eigen gedachten, maakte dat wat Lesley opperde deze grote vriendelijke reus perplex liet staan.
“Hoe? Euhm, wat?” reageerde Kornelis. En hij keek de inspecteur met een vragende blik aan.
“Kom op, vriendelijke vriend,” antwoordde Lesley lacherig terug. “Had je nu nog niet door dat onze verdachte hier zichzelf heeft voorzien van een valse pruik, een bril en een veel te overdreven dikke donkere baard? En was je niet opgevallen dat deze Jatmos eigenlijk een veel te getinte huid heeft voor zijn doen? Jatmozen hebben immers altijd een lijkbleke huid.”
Dat was waar, realiseerde Kornelis en hij keek vervolgens vol verbazing naar de man voor hen. Gebiologeerd zou je haast kunnen zeggen.
“Toe maar,” spoorde Lesley de man aan. “Laat ons eens zien wie er achter die vermomming verstopt zit.”
De man die dezelfde ochtend op aangeven van zijn baas nog met laboratoriumglaswerk in de weer was om er duistere drankjes mee te bereiden, reageerde aanvankelijk niet en staarde de mannen eerst schaapachtig aan. Zij die hem aan het uithoren waren, zaten ondertussen duidelijk al op actie te wachten. Na enige aarzeling meende hij dat het er nu toch niet meer toe deed. Bovendien werkte de lichaamsgeur van Kornelis in deze verhoorkamer zo verstikkend dat het zweet hem onderhand zelf uitbrak. Hij bracht daarom zijn handen naar zijn oren om de nepbaard dan maar langzaam los te knopen. Vertwijfeld trok hij daarop ook de pruik van zijn hoofd en keek hij bij het afnemen van zijn bril beteuterd en schuldbewust toen hij de herkenning in de blik van Kornelis ontmoette.
“Joost Stunner! Jij bent het dus toch,” bracht deze daarop uit. Kornelis zat zich lang en ademloos over deze onthulling te verwonderen.
Lesley glimlachte enkel.
De met de verbijstering gepaard gaande korte stilte werd na enig moment doorbroken door een bijdehante opmerking van de verdachte Joost Stunner zelf:
“Nu tevreden?” verder hield hij zijn gezicht strak in een plooi.
Op dit punt verwachtte Lesley dat Kornelis nu wel uit de hoek zou komen en met een beschuldigende vinger Joost een lik uit de pan zou geven. Maar die uitspatting bleef uit. In plaats daarvan keek Kornelis hem een kort moment indringend aan alsof hij juist hem wilde aansporen en wilde zeggen ‘vooruit dan, nagel dat sujet aan de schandpaal’. Vervolgens ging hij met zijn armen over elkaar afwachtend achterover zitten.
Lesley herpakte zich met speels gemak en wierp meteen een vraag naar voren om tot de kern van de zaak door te dringen:
“Wel Joost, jij duikt blijkbaar ook overal op. Die deal in de Armoestraat was je dus kennelijk om hele andere ingrediënten’ te doen, nietwaar?”
Kornelis trok niet-begrijpend een wenkbrauw op. De manier waarop de vraag werd gesteld kon hij even niet volgen, maar tegelijk vertrouwde hij volledig op de expertise van de inspecteur. Joost, de verdachte in kwestie, zei niks. Hij besloot zijn mond te houden en nodigde Lesley zelfs uit het lekker aan de graaf zelf te gaan vragen door een uitdrukking met z’n gezicht te trekken waarmee hij zich uiterst onverschillig opstelde.
“Ha fijn, meneer wil zich zo nodig van de domme houden. Wel Joost, met dat bijltje heeft deze meneer gelukkig ook eerder gehakt. Wat wel in je voordeel spreekt is dat er in elk geval geen koffievetten in de loods te vinden waren.”
Ditmaal schrok Kornelis op. Maakte Lesley het Joost Stunner nu niet wat erg gemakkelijk? Door al bij voorbaat uit te sluiten dat er dus geen bewijs voor de koffiebonen gevonden kon worden, kon hij hun verdachte net zo goed gelijk naar huis toe sturen.
“Lesley,” zei Kornelis voorzichtig en met enige verontwaardiging indringend. “Wat doe je nu? En die paarse springboon dan?”
Hij probeerde te fluisteren, maar kon zijn stem niet ver genoeg omlaag brengen om de woorden enkel aan de inspecteur gericht te houden. Joost grijnsde, al begreep hij de schijnbare misser van Lesley Spandabato ook niet.
“Koffiebonen geleiden natuurlijk niet zo lekker, of wel?” voegde Lesley daar vervolgens als retorische vraag aan zijn verdachte aan toe en negeerde Kornelis’ zorgen kenbaar volledig.
De grijns op het gezicht van Joost verdween terstond.
Wat beide heren namelijk niet door hadden, was dat Lesley bewust een verdenking wegnam met de opzet om Joost hiermee in een val te lokken.
“Ik weet niet waar je het over hebt,” beet Joost van zich af.
Kornelis kon de verandering van onderwerp niet volgen, maar werd verrast door het effect dat Lesley’s vraag teweeg bracht. Hij besloot daarom op zijn vertrouwen in de inspecteur terug te vallen en luisterde gespannen naar de verhitte dialoog die daarop tussen de twee ontstond.
“Nee? Weet je dat echt niet?” vervolgde de inspecteur. “Merkwaardig dat jouw tuniek dan helemaal vol zit met allemaal kleine koperkleurige metaalkrullen. Verklaar dat eens.”
Joost voelde zich nu ineens toch wat ongemakkelijk. Zijn gelaatskleur werd rood en hij ontweek het oogcontact met de twee heren voor hem nog meer dan hij daarvoor al deed. Geamuseerd sloeg Kornelis de ontwikkelingen gade. Lesley was blijkbaar iets te weten gekomen waarmee hij Joost een hak wist te zetten, al had hij niet indruk dat dit nog iets met de koffiediefstal te maken kon hebben.
“Ik zeg geen woord meer!” bracht Joost gepikeerd uit. “En ik eis een advocaat.”
De inspecteur glimlachte nu van oor tot oor.
“Hm, grappig dat je net over een advocaat begint, Joost. Want laten wij nou juist van de week de Advocaat voor de Wetten van de Natuurkunde bij de fabriekshallen van de Stoomstooter hebben ontmoet, met een hele lading met koperen onderdelen. We verraste hem kennelijk nogal. Want voordat hij doorhad dat hij met het GCFI van doen had, meen ik dat hij zei ‘Je bent een week te vroeg Joost’…”
De inspecteur liet bewust een stilte vallen en wachtte een reactie van Joost af. Geheel in lijn met de verwachting hield hij zich nu koest.
“Ik ben allang niet meer verbaasd dat jij je met elk louchè zaakje inlaat Joost. Zodra er ergens een handjevol boontjes te sprokkelen valt ben jij al snel één van de eerste die op mijn verdachtenlijstje verschijnt. Toeval bestaat niet, heb ik wel eens iemand horen zeggen. Niet alleen ben jij in de gedaante van Dirk Waesheyd een trawant van die disputabele magiër George Enverbrander, als het je uitkomt speel je ook koerier voor de hofleverancier van koperen onderdelen van die duistere graaf Schaurig. Het was jouw taak om Frank Klein en Stein Groot van koper te voorzien voor Gsor mag weten wat voor duistere bedoelingen de graaf daar nu weer mee heeft. Wel Joost, je mag die koperdief, die zichzelf de Advocaat van de Wetenschappen noemt, dadelijk zelf informeren dat het aankomende transport van deze week niet door zal gaan…”
Tot besluit voegde hij daar aan toe: “…je deelt dadelijk namelijk je cel met hem.”
“M-m-maar ik…” probeerde Joost nog, die opstond van zijn stoel en hoopte nog iets in verweer te kunnen brengen. De inspecteur had echter al een knopje onder zijn bureau ingedrukt waarna een tweetal agenten de ruimte binnenliep.
“Beste Joost Stunner,” sprak inspecteur Spandabato nog, terwijl de verdachte onder luid protest naar zijn cel werd weggevoerd, “je wordt hierbij verdacht van medeplichtigheid in de zaak van de koffiediefstal alsmede de verdenking op het in gevaar brengen van de volksveiligheid door je wederom in te laten met aartsvijand nummer één, van Gohes City en omstreken, graaf Schaurig.
Je hebt het recht om te zwijgen. Alles wat je zegt kan en zal tegen je worden gebruikt.”
En zo werd Joost Stunner, draaideurcrimineel eerste klas, geboeid weggevoerd en zag Kornelis Oflook vol verwondering met welk een knap staaltje Lesley de verdachte zojuist in het nauw had weten te drijven.
“Hij bekent nog wel,” concludeerde Lesley. “Met Stunner kun je soms het volgende hoofdstuk al uittekenen voordat hij er zelf het scenario toe heeft bedacht.”
“Mijn oprechte complimenten, Les,” was hierop Kornelis reactie. “Ik moet alleen wel zeggen dat je me daar wel even had, toen je uitsloot dat er koffie in de loods gevonden was.”
“Heb je enig moment aan mij getwijfeld, Kor?” wilde Lesley weten, zonder daarmee naar complimentjes te willen vissen. Maar Kornelis antwoordde daar niet op. Hij schaamde zich enkel een beetje.
“En toch, mijn waarde vriend,” sprak Kornelis weer, “toch hebben we hiermee het ware monster achter de koffiediefstal nog steeds niet te pakken.”
“Zit daar maar niet over in, Kor,” antwoordde Lesley kordaat. “Dat is nu slechts een kwestie van tijd. Met Dirk Waesheyd ontmaskerd als Joost Stunner en de ontdekte brouwerij in het theehuis als bewijsmateriaal is er niets meer wat de magiër in verweer kan brengen. Niet alleen bezorgde hij ons land de koffiecrisis, hij bracht de bazelen met zich mee en lichtte daarmee eenieder op die bij hem om zijn twijfelachtige remedie verlegen zat. De klopjacht op George Enverbrander is hierbij geopend.”

In het volgende artikel: het slot van deze paarse bonen-saga!

By rinaoddel | May 12, 2015 - 6:30 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Paarse bonen-saga, WSNOI

“Zie hem daar nu staan, met z’n met doodskoppen beschilderde flesjes! Dat die lui daar überhaupt intrappen, daar kan ik echt met mijn pet niet bij. Daar zou je toch zelf ook geen slok van nemen, of wel soms?” mopperde Rina Oddel hardop tegen de man naast haar met wie ze zich achteraan tussen de mensen in de enorme massa had gevoegd. Om zoveel mogelijk van de verkondigingen op te vangen welke ze als zorgwekkend en typerend aan haar gezelschap had uitgelegd, stonden ze hutjemutje tussen de belangstellenden van deze nieuwkomer in de stad. Rina kon nog net wanneer ze op het puntje van haar tenen ging staan, midden op het houten plateau op het plein ‘het Galgenveld’, op veilige afstand van de luiken in de vloer, twee figuren ontwaren. Eén ervan was kort daarvoor naar voren geroepen om als vrijwillig proefkonijn te dienen, terwijl de man die deze persoon uitnodigde er een was met een iets langer gestalte en duidelijk het publiek op z’n hand had. Zojuist had hij namelijk aan deze menigte laten zien dat hij de vele zieken van deze stad wel van de bazelen kon genezen. Rina had hem direct herkend. Z’n ruige gitzwarte haar, zijn purperen pandjesjas, de bonte sjaal en die ene fonkelende gouden tand maakten tezamen dat deze man voor haar geen introductie meer behoefte.
“George Enverbrander,” sprak ze, alsof ze dit voor haarzelf nog extra wilde bevestigen. “En ik durf mijn complete verzameling theebladeren erom te verwedden dat die zogenaamd willekeurige vrijwilliger uit het publiek naast hem een ingehuurde neppatiënt is. Die hele voorstelling hier is zo fonie als de pest.”
“Hm, hm,” klonk het instemmend naast haar. De weinig spraakzame klerenkast waar ze haast opeengepakt mee stond tuurde door zijn lengte aanzienlijk gemakkelijker over de koppen heen en kon het spektakel daardoor veel beter overzien. Naast de showmaker en zijn patiënt stonden enkele clownachtige figuren opgesteld die zichzelf door hun Victoriaanse carnavalsmaskers onherkenbaar hadden gemaakt. Om het publiek te lokken en wat op te zwepen lieten zij een luid trompetgeschal ten gehore brengen. Een van deze knechten in zotspakken sloeg zelfs op trommels die hij voor zich op zijn buiken had hangen. Al wie er naar hier waren gekomen lieten zich meevoeren door het aanstekelijke ritme van de muziek en verlustigden zich aan het optreden van het vijftal gangmakers die deze klanken voortbrachten. Maar bovenal hoopten zij op de belofte die deze schijnbare Messias aan hen verkocht met de boodschap dat het ‘Enverbrander Wondermiddel’ hen van hun kwalen zou afgehelpen.
Wat dat betreft was het Galgenveld het perfecte decor om hier dit volk, dat in verschillende gradaties met Morbus Aprillis was besmet, zogenaamd van hun ziekten te genezen. De uitgehongerde raven, die zich als toeschouwers uit een amfitheater in de dakgoten hadden verzameld, waren wellicht wat minder happig in het slagen van de opzet van deze nieuwbakken magiër. Maar hun klagerig gekrakeel droeg aan de sfeer wel prima bij.
“Centebakke en gequackers,” prevelde de man sikkeneurig naast Rina. “Het mag wet kosten. Monniekloppers zijn het. Uit om te konfiskeren de boontjes van de zwaksten onder ons. Blergh!”
Het was enkel omdat Rina zo dichtbij haar gezelschap stond dat ze de woorden kon verstaan die door de uit Warwinkel afkomstige Kerbert Rent mompelend werden voortgebracht. Dat wilde nog niet zeggen dat ze hem ook steeds kon verstaan. Ze kon nog altijd niet uit dat knoeierige dialect van hem dat als grammaticaal gedrocht rammelde aan alle kanten, maar door zijn diepe brommende stemgeluid en het feit dat ze dicht tegen hem aanstond kon ze wel horen wat hij aan woorden sprak.
“Durf er krep op te zetten dattem uit Jatmos boortigt! Als em iets aan labbermensen zo op bonen aan is en pikkie krenterig werke gaan met de prosporiteit één ander, alles om de duimkruiden, benne hen het wel. Tsk!”
“Zo is dat Kerbert,” antwoordde Rina, die eigenlijk geen woord van zijn gebrabbel had begrepen. “Voor mij is het wel duidelijk dat hier een kwakzalver aan het werk is.”
“Boeren, burgers en buitenlui!” klonk het ineens indringend vanaf het plateau op het midden van het plein. “U heeft het nu zelf met uw eigen ogen gezien! Eerst bibberde hij nog van hoge koorts, braakte hij meer nog meer dan dat hij haar op zijn knar heeft, zat hij nog ònder met paarse vlekken en puisten, maar nu is…”
George Enverbrander onderbrak zijn eigen betoog en boog even naar voren naar de patiënt die hij zojuist genezen had. “Psst! Wat was je naam alweer?” en om het echt te laten lijken, stelde hij de vraag precies luid genoeg zodat de met bazelen besmette stedelingen die het dichtst om hem heen stonden hem nog net konden verstaan.
“…nu is Dirk Waesheyd genezen van de bazelen!”
Kon je echt geen betere naam verzinnen?
De als door Rina als kwakzalver bestempelde frivole vent naast de galgentouwen richtte zich op en stak zijn handen in de lucht. Terwijl hij dat deed hield hij met beide handen een flesje vast waar hijzelf met grote ogen haast gebiologeerd naar tuurde.
“En dat alles mijn vrienden, dat alles door één flinke teug van dit magische wondermiddel, het Ènverbrander Wondermiddel,” hij sprak de ingestudeerde teksten zeer overdreven gearticuleerd uit en liet de fles uiterst demonstratief aan alle toeschouwers zien. “Jawel mensen. Het kost u misschien een schamele duit, maar voor slechts 780 stuks van uw zuurverdiende zbersibarnen bent u na het drinken van de kracht van mijn tinctuur wel in klap van uw zorgen af. Zeg maar vaarwel tegen de bazelen. George Enverbrander geneest u van alle kwalen. Nooit meer aderlaten, piskijken, pendelen en gehannes met die brijomslagen. Vergeet die hopeloos ouderwetse methoden om ziekten te verdrijven. Wie is daar ooit mee geholpen? Van de wal in de sloot. Ha! Maar ik verzeker u, het Enverbrander Wondermiddel helpt u af van al die puisterige vieze acne, het maakte korte metten met uw pukkels, verdrijft ziekteverwekkende geesten, verhelpt uw zwartgalligheid én…”
Op dat moment boog George de magiër iets over het podium om zijn aangedikte boodschap aan een dikke huisvrouw met een grote boezem te richten.
“…en het maakt u zelfs een maatje kleiner!”
De vrouw, die naast paarse vlekken haar vette huid vol had met pukkels en zweren, moest er smakelijk om lachen en bloosde. Hij liet het niet na haar op een knipoog en een sexy heupbeweging te trakteren en wiegde vervolgens terug het podium op.
En zo ging de voorstelling nog even door waarbij George Enverbrander een soort finale melodie liet inzette terwijl hij zelf swingend en dansend een aanstekelijke reclametekst opdreunde. In weerwil van zijn schepper had George zich toch van een hoge hoed bediend en speelde er mee zodat hij zeker was dat hij de aandacht op zich gevestigd hield.
“Nu komt het,” zei Rina tegen het einde van de show tegen Kerbert. “Die mislukte magiër kan mooie praatjes maken wat hij wil en met een één of andere truc de aanwezigen doen geloven dat hij zijn ingehuurde proefkonijn van deze vlekkentyfus kan genezen, maar zodra hij zijn flesjes aan de man brengt moet hij toch echt door de mand vallen. Ik geloof er namelijk geen barst van dat dat veredelde kraanwater van hem de ziekte echt kan uitbannen.”
Kerbert hoorde hoe de roddeltante naast haar George Enverbrander door het slijk trok, maar bleef vooralsnog gefascineerd door de voorstelling die de nieuweling in hun stad vertoonde. Aangezien hijzelf nu ook door de bazelen was bevangen en hij er de kracht niet meer voor had om zijn eigen winkeltje draaiende te houden, was hij er toch wel bij erg gebaat indien er iemand zou zijn die hem van deze last af kon helpen. De eigenaar van de plaatselijke kringloopwinkel, die erom bekend stond echt super zuinig te zijn op zijn centen, aarzelde nu of hij zijn duiten niet toch voor zo’n wondermiddeltje zou aanwenden. Zonder er bewust bij stil te staan speelde hij wat met de munten en het papiergeld uit zijn zak, dat normaal nog niet uit zijn ‘platvink’ te branden was.
Ondertussen ergerde Rina Oddel zich groen en geel aan deze hele schijnvertoning en spiekte ze met haar arendsogen over de hoofden van de mensen voor haar naar wat er op het geïmproviseerde podium gebeurde. Om ervoor te zorgen dat ze aan het einde van de dag geen kramp in haar tenen zou krijgen, was ze op een aarden verhoging gaan staan tegen een van de vele kleine vlaggenmasten op het plein. Daar waar de houten stokken nu bijna dertig jaar terug in de ondergrond waren gestoken, was een opeenhoping van aarde ontstaan van al het zand dat er tegenaan was gelopen zodat zo’n verhoging Rina net tien centimeter langer liet lijken.
“Krijg de p…” bracht Rina uit. Ze slikte nog net het lelijke woord in dat haar bijna ontglipte toen er ineens een lange persoon voor haar ging staan. De eerste geïnteresseerden werden nu het podium opgevraagd om het Enverbrander Wondermiddel te komen kopen. Hierdoor ontstond er een nieuwe reuring in de menigte en schoven er mensen aan elkaar voorbij. En in mum van tijd werd het ineens een hele uitdaging om überhaupt nog te kunnen zien wat er voor hen gebeurde; de ene hoed na de andere pruik drong voor elkaar langs zodat het tweetal het zicht steeds werd ontnomen.
“Verdikkeme,” sprak ze met een iets deftiger vloekwoord. “Kun jij nog iets zien?”
“Snurt. Geen pikkesit. Most betert een ander oordin kiezen. Kan me gelaan de beweging wezen. Hebbe toch tevoren te wezen om sappe te poeren. Jij dan?”
Rina wist zowaar weer even niet wat ze moest zeggen. Waarom kon die vent echt geen moment normaal beschaafd Nederlands praten? dacht ze bij haarzelf. Ze had namelijk geen idee wat hij zojuist nou weer bedoeld had, maar hij stond ondertussen wel op een reactie van haar te wachten. Daarom probeerde ze gauw even iets te verzinnen wat een antwoord op Kerbert’s tegenvraag zou kunnen voorstellen.
“Misschien kunnen we iets langs deze kant met dit volk meebewegen. Dan kunnen we deze nepvoorstelling van dichterbij bekijken. We willen toch ook vooraan komen, niet dan?”
Direct had ze alweer spijt dat ze haar reactie in vragende vorm had teruggelegd. Nu kon ze er donder op zeggen dat Kerbert weer met iets onbegrijpelijks bij haar zou aankomen.
“Kolere, Rina! Ik haat napende kuurzolen!” was hierop Kerberts reactie. Rina schrok ervan. Bij toverslag was hij ineens giftig als de hel en toen ze hem recht aankeek zag ze hoe zijn paarse gelaat opeens rood werd van woede.
Wat heb ik nu toch weer aangevangen? dacht Rina. Ze had er spijt van dat ze uitgerekend met hem naar het plein was gekomen. Er viel werkelijk niet te communiceren met die man. Iets had bij de handelaar het bloed doen koken zonder dat Rina er een duidelijke verklaring bij kon bedenken. Blijkbaar was er een woord verkeerd gevallen.
“Ja en ik Smurfen,” reageerde ze daarom kattig en gaf daarmee aan dat ze eigenlijk geen tijd had om nu op elkaar te gaan lopen vitten om niks. “Kom nou maar mee vervelende vent en ga je mond spoelen.”
Rina was dat bokkige gedrag duidelijk zat.
“Men motte dat middel wezen.”
“Mijn idee. En nu meekomen,” en ze trok aan Kerbert’s shirt op een manier dat geen tegenspraak dulde. Hijzelf schrok van haar plotselinge vinnigheid en bekoelde op slag.
Uiteindelijk bewogen Rina en Kerbert tussen de andere aanwezigen langzaam maar zeker naar voren, daar waar de verkoop reeds was gestart. Rina zorgde er hierbij wel voor dat ze de veel forsere Kerbert voor haar uit schoof zodat ze hem het meeste schouderwerk kon laten doen om mensen niet al te zachtzinnig ruimte te laten maken. Onderwijl mopperde Kerbert er nog rustig op los. Rina kon niet goed afleiden of dit gemopper aan haar was gericht, maar ze verkoos dat het verstandiger was het gewoon maar te negeren. Aldoende kwamen ze hierdoor wel steeds dichterbij het podium met de galgen, en de in alle hevigheid losgebarsten verkoop van het zo bijzondere drankje dat George Enverbrander de mensen maar graag liet geloven een wondermiddel te zijn. Het was er een tumult van jewelste. Harde munten en grovere coupures overhandigden de inwoners van Gohes City maar al te gretig uit hun zakken in ruil voor flesjes met de vermeende magische drank.
Rina kon haar ogen niet geloven. Dat ging maar al te vlot. Ze liet zich verbazen hoe driftig eenieder was met het uitgeven van hun zbersibarnen. Ze kon zich moeilijk voorstellen hoe goedgelovig deze lui blijkbaar waren. Maar George Enverbrander profiteerde er maar wat graag van. Ze zag dat hij voor de gelegenheid de vrijwilliger die zich als Dirk Waesheyd had voorgesteld zo gek had gekregen om hem een handje te helpen om aan de geïnteresseerden de flesjes te overhandigen. Rina wist wel beter. Die zogenaamde vrijwilliger deelde natuurlijk in de buit.
“Krep. Hep nou snurt. Die lepenaren zijnde in superlatieven over die tandtastische tovenaar. Die lui die willen wel.”
Ditmaal had Rina geen moeite om Kerberts bedoelingen te ontcijferen. Ze begreep meteen wat hij bedoelde en vond zelf ook dat de zieken onder het volk blijkbaar helemaal idolaat waren van deze twijfelachtige verlosser.
“Kebbe haast trek in der moeite mocht doen er zelf ene te bemachtigen,” opperde Kerbert plotseling. “Motte ge kijke. De spikkels an der lijve hadde zonder sneeuw verloren!!”
Een woordenboek alsjeblieft. Een tolk, ik kan niet langer zonder, bad Rina terstond met haar blik op de hemel alsof ze in afwachting was van hogere machten. Leer mij deze man begrijpen, alstublieft. Of beter nog… Laat hem normaal Nederlands lullen!
“Roddelande! Kek. Die man genezen iedereen en eenieder. De vlekkigerigheid strome van den lijve,” drong Kerbert aan. En hij trok Rina aan haar arm om haar het wonder zelf te zien geschieden. Rina zelf wilde zich juist gaan uitlaten over Kerberts gebrek aan zachtzinnigheid toen ze werd bevangen door het wonder dat zich voor haar ogen voltrok. De ene na de andere met bazelen geïnfecteerde bewoner van deze stad kocht het Enverbrander Wondermiddel en was bij toverslag genezen. Waar ze eerder op hun huiden de paarse vlekken nog zag, trokken deze in een oogwenk weg.
“Kompte mee, Roddelande. Snurt dak me dit 780 duiten kost, maare menne toko mot open.”
En weg was hij. Hij had zijn gezelschap losgelaten en had zijn eigen beslissing gemaakt. Ze zag Kerbert tussen de mensen verdwijnen en zich naar voren worstelen. De roddelverslaggeefster liet hij in verslagenheid tussen de mensen achter. Zelfs de krent aller krenten was door de bazelen compleet van slag en kon zichzelf niet meer bedwingen om zijn geld te gaan uitgeven. De enige reden waarom Rina haar eigen zbersibarnen nog niet in haar handen voelde branden, was omdat zij gisteren pas was geïnfecteerd…

By rinaoddel | April 29, 2015 - 8:15 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Paarse bonen-saga, WSNOI

Opnieuw maakt ons land enkele onthutsende ontwikkelingen door waar het aankomt op het bazelenvirus. Het RIVM spreekt inmiddels alweer enige tijd van een heuse epidemie en komt op basis van eigen onderzoeken nu met het nieuws naar buiten dat er zelfs een variant op het virus is opgedoken. Eerder al was bekend dat bij ziektegevallen de bazelen gemakkelijk 9 dagen kan aanhouden, maar dat zijn indicaties die gebaseerd zijn op historische feiten. Volgens de geschiedschrijvingen dook het virus enkele eeuwen voor het eerst op en zijn dit de cijfers van toen. Maar omdat er al tal van gevallen bekend zijn waarbij er mensen al bijna twee weken aan huis en bed gekluisterd zijn, kan het RIVM niet anders dan concluderen dat de bazelen zich nu agressiever gedraagt dan destijds. Hoewel nog niet helemaal bekend is of en hoelang mensen die de ziekte al hebben doorgemaakt resistentie opbouwen, lopen er onderzoeken waarmee men dadelijk hoopt te kunnen onderbouwen dat men tenminste 14 dagen van de ziekte verschoond zal blijven.
In de tussentijd zijn de gevolgen van wat deze ziekte in onze samenleving teweeg brengt niet meer te overzien. Veel rijksoverheidsgebouwen zijn dicht, het openbaar vervoer rijdt volgens het zogenoemde ‘bazelenrooster’, supermarkten draaien op halve kracht en ook sommige kleine ondernemers zien zich gedwongen om de deuren voor onbepaalde tijd gesloten te houden. Dit lot trof ook de dumpshop-eigenaar Kerbert Rent, die onder de ingewijden bekend staat als een zuinig baasje en altijd erg kien is met zijn centen. De heer Rent liet weten niet uitgebreid te willen reageren, maar wil wel kwijt (vertaald vanuit het Warwinkels) dat de situatie bij hem op den duur zo zorgelijk werd dat hij bijna producten voor nop dreigde weg te geven. Om het voortbestaan van zijn toko te kunnen garanderen houdt dus ook hij de poorten voorlopig dicht.
Bijna een derde van de Nederlandse bevolking heeft zich inmiddels ziek gemeld. Een verontrustende ontwikkeling is dat het virus zelfs al bezig is met een tweede ronde; zij die dachten van het virus af te wezen maar waarbij de immuniteit alweer is afgebrokkeld maken ondertussen het hele proces opnieuw door.

By rinaoddel | April 3, 2015 - 7:01 am - Posted in Duimzuigerij, Nederlands, Paarse bonen-saga, WSNOI

In grote delen van het land is een uitbraak van de bazelen geconstateerd. Volgens het RIVM zijn er ruim dertig gevallen bekend waarin Snooiers zich met de ziekte hebben gemeld.
Er zijn lokale uitbraken in en rondom agrarische dorpjes en steden, maar ook in de hoofdstad Gohes City is het raak. Ook zijn er concentraties in steden zoals Warwinkel, het naburige Jatmos, Schatrijk, Rassel, Wondell, Boekarije en Buiten Westen.
Het RIVM is geschokt, aangezien men dacht dat de ziekte al eeuwenlang was uitgeroeid, en beraadt zich op het moment over de te nemen maatregelen. Het RIVM denkt dat de ziekte zich nog verder zal verspreiden in en rond de genoemde gebieden. Over een echte epidemie wil het instituut zich echter nog niet uitspreken, omdat de eerste gevallen nog maar net bekend zijn, maar alles wijst erop dat de ziekte in rap tempo om zich heen zal blijven grijpen. Een ramp voor de Nederlandse samenleving is niet uitgesloten.

De bazelen is een infectieziekte veroorzaakt door de eencellige parasiet Purpura plaga. De ziekte werd begin deze maand voor het eerst geconstateerd waardoor deze populair de naam ‘Morbus Aprilis’ heeft gekregen. Het belangrijkste kenmerk van de ziekte is ernstige misselijkheid als gevolg van lichamelijke inspanning, troebel zicht, paarse verkleuringen op de huid, financiële labiliteit, soms het onvermogen om voorwerpen vast te grijpen en een erg slechte adem. De incubatietijd van de bacterie kan variëren van zes uur tot twee dagen.

De parasiet wordt op mensen overgebracht door paarse bonenkevers die de parasiet verkrijgen door zich tegoed te doen aan de schilletjes die worden losgelaten zodra een paarse springboon begraven is en de metamorfose ondergaat naar zwarte of gouden boon. De kevers zelf zijn immuum voor de ziekte die de parasiet overbrengt, maar een beet op mensen is onmiddellijk besmettelijk. Voor navelpadden is de ziekte bij directe blootstelling zelfs dodelijk. Deze monsters leggen nu massaal het loodje. ‘Gunstig’ meent de één, maar of dit een ontwikkeling is waar we echt gebaat mee zijn, daar zijn de meningen over verdeeld.