image by Burning Image, edited by Gsorsnoi

Het kopje van de Reuze Navelpad gonsde flink nadat hij weer een beetje tot zichzelf kwam en zag dat hij zich naast de hefboom op de vloer bevond. Letters van wel honderd bekende Nederlanders dwarrelden door zijn hoofd zodat hij niet langer wist tot wie ze behoorden.
MjikierKWhaRroacdrucaealcd en ceapnsaucksshheserFenDDnoavrtnD schoot in de wirwar van letters voorbij. De logica van de woorden en anagrammen was compleet verdwenen. Voor zover je van logica kon spreken althans.
Met zeer veel moeite kromde hij zijn gedachten en wist flarden van anagrammen als Caramel, Draak, Chakra, Harkje, Mauwde en Ecuador te maken van de eerste letterbrij en Schande, Pekdraden, Afschansen, Schaatsen, Snurf en Dankspeech van de tweede. Het sloeg in zijn gevoel nergens op. Deze anagrammen moesten incompleet zijn en misschien wel tot twee bekende Nederlanders tegelijk konden behoren.

Lang kon hij zich er niet druk om maken. Hoe hard moest hij wel niet tegen die hefboom geknald zijn geweest? Duizelig probeerde hij zich te verplaatsen en had daar grote moeite mee. Hij keek om zich heen en merkte direct hoe stil het in de werkplaats was. Dit zou zo´n moment zijn geweest dat je kon stellen dat de pastoor langs was geweest. Plotselinge stilte in een conversatie. Ook al wilde hij graag geloven in een onderbreking in een gesprek, dit was hem toch te stil. Hij keek om zich heen en kwam tot een schokkende conclusie:
Onderdelen van diverse uitvindingen lagen overal en nergens en hadden hier en daar stil gehouden in de lucht. Onderbroken in hun vliegtocht richting de zakhorloges hadden ze halt gehouden. Maar dat kon toch helemaal niet? Had iemand ze opgehangen aan visdraden?
Op het moment dat hij opzij keek naar de professor en Achmed wist hij het zeker: alles stond stil.

Achmed en Theo bewogen niet, maar toonden beide een wanhopige uitdrukking die met veel stemgeluid “Nee!” leken te roepen naar de Navelpad en spontaan van top tot teen waren bevroren. Achmed’s arm greep in het luchtledige naar de plek waar de pad in één van de zakhorloges was verdwenen.
Niets bewoog.

Paniek sloeg toe. In zijn gelaatsuitdrukking sprak het ongeloof door. De Navelpad wankelde achteruit en voelde zich licht in het hoofd worden. Flauwvallen kon hij zich niet permitteren dus moest hij het gevecht aan zijn verstand erbij te houden.
Toch kreeg hij bij het draaien van zijn hoofd zowat een rolberoerte.
Pal voor zijn neus hing de vlieg in de lucht en zwiepte daar zeer langzaam met zijn vleugels. Net een slow motion opname uit een documentaire. Blijkbaar was er toch nog wel iets wat er behoudens hemzelf in beweging bleef in deze akelige troosteloze setting. Zij het bijzonder langzaam. Het was de vlieg waarin hij eerder zijn interesse had getoond waardoor hij alles om zich heen vergat en in de etmaluur terecht was gekomen.

Met dat besef draaide hij zich opnieuw om, zodat hij binnen de 360 graden praktisch alles heeft kunnen bezien. Zijn hele lijfje bibberde. Woordeloos hakkelde hij wat stemgeluiden en leek volledig gegrepen door de meest beangstigende horrorscene die je je kon voorstellen.
Uit de nog altijd fel verlichtte zakhorloges die in de hefboom zaten vastgedrukt stoken zijn beentjes half uit het uurwerk en bewogen wanneer hij ze aanstuurde vanuit zijn hersenen.

“B-ben ik dood?” stamelde hij en realiseerde zich dat hij de enige was in dit universum dat zich op een gezonde snelheid bewoog. De pad beschouwde zichzelf en schrok zich een ongeluk toen hij zag dat zijn beentjes daar onder aan zijn weke lijfje in een wazige schim verdwenen. Een kille gedachte “Is dit hoe de dood eruit ziet?” klonk in zijn hoofd. Alhoewel ‘dood’ de eerste gedachte was, maakte de omgeving duidelijk dat er iets anders loos was.
Onwillekeurig trachtte hij zijn tenen te bewegen, maar kreeg daar beneden geen antwoord. Het antwoord kwam van zijn tenen die nog uit de etmaluur staken.

De Navelpad bevond zich voor de helft in deze stille wereld en nog voor de helft in de ruimte en tijd waar Achmed en Theo aanwezig waren!

Nu zou een goed moment zijn geweest om compleet gek te worden en een flinke gil te schreeuwen. In een horror zit je altijd op dat moment te wachten zodra het meest afschrikwekkende deel van de film zich presenteert.
En wanneer dat gebeurt ziet de regisseur van de film het liefst dat je dan met je handen over het hoofd diep in de bioscoopstoel naar veiligheid zoekt en kreunt en krijst van afschuw. Ieder normaal mens zou met deze absurditeiten de relatie met de werkelijkheid hebben verloren en hebben willen vluchten.

Maar iets knapte er in de pad.
Zijn gillen bleef uit en werd bijna ‘gemaakt’ kalm. Zijn arm trilde toen hij deze uitstak om naar het vliegje te grijpen. Het hing weerloos naast hem in de lucht, kon fladderen wat het wilde, maar zou altijd langzamer zijn dan zijn belager. Vier bruine vingers bogen zich over de vlieg en sloten zich.

“My precious”
… nee … dit is geen hoofdstuk uit een film met hebberige Hobbits. De Reuze Navelpad was zijn eigen zenuwen aan het tarten terwijl hij een poging deed te begrijpen in wat voor wereld hij zich nu bevond. Zijn hand had zich gesloten en trok de vlieg naar zich toe.
Tenminste … dat dacht hij.

De pad had met zijn handje dwars door de vette vlieg gegrepen. En in plaats van de aanwezigheid van een vlieg in zijn hand, fladderde het traag verder in de lucht en werd door een onbekende kracht uit elkaar getrokken. Pixel voor pixel - zo zou je kunnen zeggen – trok de materie zich uit de vlieg los.
Onze Reuze Navelpad keek om zich heen en zag dat de hele omgeving op die wijze uit zijn verband begon te trekken en in een boog opkrulde.
Hij behoorde niet meer tot deze wereld en bleef zelf half in tact (zonder zijn beentjes).

Hij was de enige.
De hele werkplek om zich heen was bezig om zich als een tortilla op te vouwen!

Wordt vervolgd.

Vorig hoofdstuk: Etmaluren

By reuzenavelpad | September 4, 2010 - 2:00 pm - Posted in De anagrammen, Verbaal Genot, Reuze Navelpad, Nederlands

image by Emergency Photography, Robert McDon and jfpickard, edited by Gsorsnoi

Op de televisie word je ermee dood gegooid. En het zijn geen reclames!
Had je dit jaar geen vakantie gepland naar een verre reisbestemming of heb je met dat pokkenweer in Drenthe in je caravan niet naar studio sport wezen kijken? Dan kun je ze in elk geval niet gemist hebben.

Wat me wel bij sommige anagramverzamelingen is opgevallen is dat er soms een stukje verhaallijn in lijkt te zitten. Alsof het ene woord iets probeert te vertellen over het voorgaande woord.
Wat ook gebeurt is, zoals ik de vorige keer al eens heb gezegd, dat de anagram zo mooi bij het thema past, dat het bijna lijkt of die anagrammen ervoor geboren zijn. Bij de landelijke verkiezingen stuitten we ineens op Oh Belastingen Vreten, Onbetaalbare Roemers Sint en Stem Iets Frisa. Bij het zoeken naar 50-plussers vonden we de Maxi Zerk Zuil. En bij de dames met de grote borsten dreigde een beha in te storten!
Maar de meest treffende anagram vind ik nog altijd Der Witregels (naast de Loeiende Kegels).

Het spel is nog even vertrouwd als elke maand: ontdekt welke bekende Nederlanders er zitten verstopt in de anagrammen en zorg ervoor dat jij de navelklopper wordt! 

Succes met ontanagrammaniseren!

  • Kelners In Bamibal (geraden door BoB)
  • Belastbaar Nasi Ei (geraden door BoB)
  • Hijzelf Jonkheer Afdansen (geraden door BoB)
  • Vet Soldeerhars In (geraden door BoB)
  • Soldering Stofje (geraden door BoB)
  • Nagelaten Minirok (geraden door BoB)
  • Ongeklede Elise (geraden door BoB)
  • Verlam Nuances (geraden door BoB)
  • Ukelele Bad Wriemel (geraden door BoB)
  • Anglicisme Gromt (geraden door BoB)
  • Verwarrend Qua Liefde (geraden door BoB)
  • Gierig Villa (geraden door BoB)
  • Halve Poen Revu (geraden door BoB)
  • Iemand Vult Hosqu In (geraden door BoB)
  • Verwoei Tentdak (geraden door BoB)
  • Korst Orkanen (geraden door BoB)
  • Veegde Gorilla Aan (geraden door BoB)
  • Bruinvis Hangwanglel (geraden door BoB)
  • Geriater Hijsmus (geraden door BoB)
  • Gespamd Brinken (geraden door BoB)
  • Mavo Queen Vrinden (geraden door BoB)

Met vriendelijke reuzel,

Navelpad

PS: Er zitten geen bewuste pluisjes in de opgave van deze maand, maar er is wel een anagram van een vreemde eend tussen beland die zo op haar eigen manier iets met het thema te maken heeft. Liefhebbers zullen haar zo herkennen.

Mijn stalen ros is ook als een veulentje begonnen.  Je weet wel, zo’n fietsje met zijwieltjes.

Wat weet jij zelf nog van het moment dat je voor het eerst ging fietsen zonder die zijwieltjes? Voor een hoop mensen is dat alweer een hele tijd geleden. Kun jij je die dag nog herinneren? Is het lang geleden? Weet je nog waar je toen woonde? Heb je er leuke herinneringen aan? Of was het vooral pijnlijk?

Ik had mij toen bezeerd, dat weet ik nog wel.
Toch wel groot hoor, zo’n kleine jongensfiets. Voor een kleine jongen dan.
Geen steuntjes meer aan de zijkanten. Tijd om je eigen evenwicht te vinden. Je staat (of zit) er nu alleen voor. Laat jij maar zien dat je het kunt: die fiets beheersen en vaart maken.

Op een veilig warm plekje.

Het was een zonnige dag in Hoorn. Een plaatsje in West Friesland (Noord Holland!).  Wij woonden in de rechter oksel van een t-splitsing in een hoekhuis.  Wat zou ik zijn geweest? Een jaar of vijf misschien? Ik kan niet jonger dan vier zijn geweest, omdat ik toen simpelweg nog niet in die Kersenboogerd in  Hoorn woonde.
Het was op het voetpad voor het huis van mijn klasgenootje Pepijn en ik fietste daar een paar keer terug in de richting van ons huis. Want je eigen huis is de veiligste plek. Dus als ik val, dan kan ik in elk geval snel terug naar de plek waar ik me prettig voelde. Zo dacht je.

Na regen …

Ik viel.
Een schaafwond op mijn rechter knie.
Zo gaan die dingen. De tijd van “Kijk mama. Bloed!” op een nauwelijks zichtbaar beschadigde huid had ik al wel achter mij gelaten. Maar meer dan een oppervlakkige schaafwond was het zeker niet. Ik zocht hulp bij mijn vader of bij de moeder van Pepijn. Wie het was die me hielp weet ik inmiddels niet meer. Maar iemand hielp mij terug op mijn fiets.

Mijn broek moet ook wat vies zijn geworden of misschien was hij wel wat beschadigd. Welke kleur de kleding was die ik die dag droeg, weet ik allang niet meer.  Laat staan dat ik nog weet of mijn kleding bedrukt was of niet. Stond er een afbeelding op, was het tekst, of gewoon een saaie kleur?
Ik weet alleen dat de zon scheen. Maar dat was logisch. Met een regenbui zou ik niet op mijn fiets zijn gestapt.

De tweede keer ging het al beter. Ik stapte met mijn geschaafde knie opnieuw op mijn fiets en had ontdekt dat ik fietsen leuk vond. Die plek op mijn knie was ik alweer vergeten.
Een paar dagen later fietste ik vrolijk achter mijn vriendinnetje aan door de steegjes van de nieuwbouwwijk, alsof het één groot raceparcours was. Sandra fietste voor mij uit en we fietsten precies door het steegje achter ons huis richting de straat. We wilden deze straat over steken, om zo uit te komen bij het volgende steegje. De aansluiting van het ene op het andere steegje is precies was ons het gevoel van een parcours gaf.

De noodrem.

Alleen was zo’n parcours niet zonder gevaren.
Sandra slipte door de ene steeg over de weg naar de andere steeg en verdween vrolijk verder fietsende uit het zicht. Maar ik, ik fietste door het oog van de naald. Een automobilist moest vol in zijn remmen trappen om ervoor te zorgen dat ik nog in staat zou worden gesteld om zelf een keer mijn rijbewijs te halen, gelukkig met mijn vrouw te trouwen en deze Tycoon Newspaper te kunnen bedenken.
Huilend stopte ik in de steeg aan de overkant en de bestuurder, die was uitgestapt, ving me op en droogde mijn tranen.

Oefening baart kunst.

Het repeteren van deze informatie en het vermogen om al die details terug te halen die je wel en niet herinner, stellen je in staat de fijne en minder fijne moment van toen te kunnen terughalen.  Ik heb nooit getwijfeld aan mijn lange termijn geheugen. Die werkt als een gieter … euh … maak daar maar een trein van!
Het is mijn korte termijn geheugen waar ik moeite mee heb. Hoe ik soms überhaupt in staat ben om dingen te onthouden is echt een raadsel! Je kunt wel stellen dat mijn korte termijn geheugen een zeef is, terwijl herinneringen in mijn lange termijn echt wel safe zijn.

Toch is het niet bijster knap dat ik al deze informatie nog weet. Geheugen is net zoals leren fietsen: je moet het herhalen. Denk eraan terug. Speel dat filmpje nog eens af en schrijf het zonnodig op. Zoals ik nu doe.
Alleen dan kun je zeker zijn dat je het allemaal nog weet wanneer jij dadelijk jouw auto inruilt voor een scootmobiel.
 

By karelriemelneel | September 2, 2010 - 1:48 pm - Posted in Verbaal Genot, Contaminaties, Nederlands

Bestaat uit: “weten hoe de vork in de steel steekt” & “kennis van zaken hebben”

Uitgesproken door: Peter

Datum: donderdag 2 september 2010

image by Dave Bleasdale, edited by Gsorsnoi

Fietsen naar je werk is niet zonder gevaren. Dat geldt voor automobilisten, maar net zo makkelijk voor alle andere weggebruikers. Heb je geen last van plotseling overstekende  rollators, vliegende wandelende takken en andere gevaren op de weg, dan  zijn er altijd nog wel die andere gevaren die voor jou op de loer liggen.
Eerdaags ben je er ongewild toch een keer het slachtoffer van.

Aandacht graag.

Zo heb je die wegopbrekingen die wat slecht staan aangegeven en je dwingen vol in je remmen te knijpen. Een minirokje, volle boezem of flirterige glimlach fietst je voorbij of een gevaarlijke blote billboard eist al die essentiële aandacht van je op die je aan de weg had moeten besteden.
Kinderen fietsen door rood en steken zonder op of om te kijken de weg over. Dat doen ze al vanaf het moment dat ze net de driewieler voor de echte meisjes- of jongensfiets hebben verruild, maar ze doen het ook wanneer het reeds lang volwassen kinderen zijn.

Weer geen appeltaart?

Nee, een lelijk avontuur zoals ik jaren geleden mee heb gemaakt zal ik nooit vergeten. Ik fietste zoals ik gewoon was in mijn dagelijkse routine langs mijn dagelijkse route over een onschuldig ogend  en vertrouwd fietspad. Met nog ruim 10 kilometer voor de wielen mocht ik nog opschieten ook, anders zou ik te laat op mijn werk zijn gearriveerd.
Over dat lange rechte stuk fietspad zou je me voorbij hebben zien razen. Je kon wachten op het moment dat een vrouwtje in haar keuken een versgebakken appeltaart uit haar handen zou laten glijden van de schrik, omdat ze mij daar buiten door  haar keukenraam voorbij zou zien flitsen. Waren het niet dat een plat gereden colablikje van het fietspad omhoog geschoten werd door de krachten die mijn voorband er op uitoefende. Een lelijk aluminium schijfje werd tegen mijn voorvork getorpedeerd en blokkeerde de gehele voorwaartse beweging.

Yeehaa!

Het stalen ros was abrupt tot staan gebracht en trilde in zijn constructie. Met nog heel wat vaart in de achterwielen zocht de kinetische energie een uitweg om in te ontsnappen. Deze ontsnapping werd niet langer mogelijk geacht in de richting van de materie in het voorste deel van de fiets, zodat het frame vanachter werd opgeworpen en het stalen ros leek te willen bokken, maar er de bedoeling mee had de berijder van zich af te werpen.
Ik vloog met zoveel snelheid van mijn zadel dat ik niet eens de kans had om te letten op hoe charmant ik dat wel niet deed. Charmant was de landing zeker niet.Nog voor ik had kunnen verwerken dat ik zojuist een fietspadrode zoen had gemaakt met het fietspadasfalt hoorde ik reeds achter mij roepen: “Heb je niets gebroken?”

Ik voel me super man.

Volk begon zich rond mij te verzamelen om zich te buigen over mijn conditie en wellicht over die van mijn fiets.  Voor zij de kans hadden mij in het gips te laten tillen, stond ik eigenlijk alweer overeind en poogde te verwerken wat er nou precies was gebeurd.
Ik vervloekte het blikje, bedankte de mensen voor de geboden hulp, maar maakte duidelijk dat het juist wel goed met me leek te gaan. Superman dat ik was, stapte ik weer vrolijk op het ongeschonden ros waar ik reeds het blik bij uit de vork had verwijderd en fietste gewoon weer verder naar mijn werk.

Nog geen honderd meter verder stapte ik toch maar weer af en moest toegeven dat ik toch niet zo’n Superman was. Ik heb er nog een paar weken kreupel van rondgelopen, waarvan ik de eerste twee dagen niet op mijn benen heb kunnen staan.

Hoe het met de appeltaart is afgelopen zullen we alleen nooit weten.

By karelriemelneel | August 31, 2010 - 12:10 pm - Posted in Verbaal Genot, Contaminaties, Nederlands

Bestaat uit:  ”overhoop halen” & “op de schop gooien”

Uitgesproken door: Budy

Datum: vrijdag 13 augustus 2010

By achmedlien | August 27, 2010 - 10:03 am - Posted in Gekalibreerde Gedrochten, Galbakkerij, Nederlands

image by MFS, edited by Gsorsnoi 

De Gobiwoestijn was veranderd in een hete oven. Geen plek waar je onvoorbereid op pad moest gaan of het ook maar in je hoofd moest halen om te weinig vocht met je mee te brengen. Menigeen heeft de barre droge tochten door deze zandbakken  die onze planeet kent niet overleefd. Toch kun je het slechter treffen: de Gobiwoestijn is naast één van de grootste woestijnen ook de koudste.

Of het niet erg genoeg is om een langzaam afbladderende huid, een droge tong en gezwollen ogen door een zee van zand te moeten struinen, liggen er de Gobiwoestijn nog meer kwellingen op je te wachten dan het gevecht tegen de hitte. De Gobiwoestijn is er één van extremen.  Het kan er op zijn heetst tegen de 40 °C zijn terwijl het in januari gemakkelijk onder de min 40°C kan dalen. Sneeuwstormen nemen de diensten van de zandstormen dus over wanneer de winter valt.

Maar niet op die noodlottige hete dag. Een woestijnnomade, alleen op pad, heeft onlangs afscheid moeten nemen van zijn kameel die onderweg met hem naar huis een lelijke val had gemaakt. Zijn berijder, die er vanaf toen alleen voor stond, zag zichzelf genoodzaakt om het laatste stuk naar huis zonder behulp van het schip van de woestijn te moeten afleggen. Hij kon moeilijk met een stervende kameel op zijn rug door de woestijn slenteren.
Feitelijk was hij gewoon een woestijnschipbreukeling.

Kies jouw dood.

Hij zou niet worden overreden door een jeep, zichzelf van kant maken door een verslechterende psychische toestand of gedood worden door woestijnrovers. Vocht en eten had hij ook niet veel meer, maar ook dat zou niet de reden zijn waarom hij de man met de zeis tegen het lijf zou lopen.

Het was ergens bij een willekeurige zandheuvel. Op de top van deze heuvel kon je om je heen kijken en nog altijd niets anders zien dan zand, zand en nog meer zand. Voorbij de horizon lag zijn huis. Dat hij zo dicht tot zijn huis was genaderd zou hij alleen nooit weten.
De grond begon te trillen en te beven. Het zand kwam op een aantal plekken losser te liggen. Was dit een woestijnbeving? Of misschien een grote zandverschuiving waarin hij werd opgeslokt?

Zand happen.

Nee. De man verloor zijn evenwichtig door al het verplaatsende zand en nam er een hap van toen hij tegen de grond werd gesmeten. Met een bulderend gegier rees een grote kolom uit het zand omhoog. Meer zand verplaatste zich, zodat hij moeite moest doen om er niet in begraven te worden. De kolom die uit het zand tevoorschijn was gekomen moest een omtrek hebben gehad die niet onderdeed voor de gemiddelde woudreus.  Maar het moge duidelijk zijn dat hij die hier niet hoefde te verwachten.

De woestijnnomade keek de dood in ogen. Een gigantische rode worm had zich uit het zand opgetrokken en kronkelde wiegend in de droge lucht. Zij had borstelachtige poten die uiterlijk sterk overeenkwamen met die van een duizendpoot. En misschien had ze er wel zoveel! Lange gelige tanden hingen er uit haar bek. Zij kwijlde en jeukte inwendig van de honger.
De beste vergelijking die er nog was te maken met deze afstotelijke verschijning was er een met een darm die zich tot een monster had gemuteerd.

Aan tafel!

Lang kon dit monster daar niet blijven. De dodelijke woestijnhitte zou haar glibberige huid doen opdrogen. Zij kwam om haar kinderen te voeden en zou weer in het zand verdwijnen. Op dit moment zou de nomade hebben gedacht dat hij nu zo ver heen was dat hij aan het hallucineren was geslagen. In werkelijkheid echter bevond hij zich boven op het nest van de Mongoolse Doodsworm.

We laten de arme nomade maar in de veronderstelling dat hij gestorven was door uitdroging en deze hallucinatie hem kwam halen. Aan weerzijde van de man verschenen twee Mongoolse doodswormen die niet groter waren dan een schoothondje. Zij elektrocuteerden hem onder het toeziend oog van hun grote moeder en schrokten reeds zijn ledenmaten naar binnen. 

image by Christopher Craig, edited by Gsorsnoi 

Dat ik destijds in de artikelen Links of rechtsom? en Baduy grapte over mijn Peter Parker-onhandigheden was het natuurlijk wachten op het moment dat ik er weer eentje zou beleven. Dit weekend gebeurde dat … terwijl ik op een zonnige zaterdag besloot om in een naburig stadje het winkelcentrum eens te gaan verkennen.

In plaats van de fiets te pakken en in eigen stad die paar boodschapjes in te slaan, besloot ik voor de variatie eens de andere kant op te fietsen. De stad die vergroeid ligt aan de onze heeft een eigen winkelcentrum die qua grootte niet voor die van de onze onderdoet. Daarbij is dat winkelcentrum een lekkere compacte stervorm, zodat je zonder al te veel moeite van winkel A naar winkel B kunt lopen, maar tussendoor ook best de winkels M en Q eens kan aandoen.

Deze compacte vorm deed mij ertoe besluiten om mijn fiets op een willekeurige plek te parkeren in een fietsenstalling, zonder daar enig logistiek plan achter te hangen. Normaal wil ik mijn fiets nog wel eens op één specifiek doordacht punt stallen waarvan ik weet dat ik daar aan het einde van mijn boodschappen weer redelijk bij in de buurt zou eindigen. Wel zo handig!

Dat dit achteraf toch niet zo’n handig punt was om mijn fiets te stallen bleek al vrij rap.
Stel je een kort straatje voor met aan weerszijde wat winkels dat aan de ene kant uitkomt op een redelijk groot plein met nog meer winkels en aan de andere kant in een schattig bochtje afbuigt. De buitenkant van dit bochtje werd gekenmerkt door winkeltjes met huizen erboven. Niet heel verrassend zou je zo zeggen. Praktisch 80% van de winkels in Nederland zijn zo gesitueerd. Wat deze huizen erboven echter specifieker maakten, was het feit dat het seniorenwoningen bleken te zijn die waren voorzien van overhangende balkonnetjes die vrij riant van oppervlakte waren en zo de indruk van een tuintje boden.

Die zon ging beste vel - correctie - fel te keer, maar er stond genoeg wind om toch even een jas mee te nemen. Echt zo’n jasje-aan-jasje-uit-dag! Ik parkeerde mijn stalen ros en trok mijn jas over mijn schouder. Wel zo handig. Zo kon ik mijn sleutels en portemonaie eenvoudig in mijn jaszakken kwijt.
Even denken: ik moest twee dingen hebben, wat was het ook alweer? Oh ja, ik herinnerde het me en liep vervolgens bij mijn fiets weg. (Ja die stond wel op slot).

De soundtrack “Raindrops Keep Falling on My Head” mag nu wel aangezet worden!

Met een Tobey Maguire-pret-glimlach stapte ik demonstratief over de winkelpromenade en  … (dit is het moment voor een filmische slowmotion) … SPLASH!
Raindrops. Maar dan wel regendruppels die werden gevormd door zo’n vriendelijk oud mannetje dat met zijn duim op het uiteinde van een tuinslang wat slecht gericht zijn geraniums stond te bewateren. Weet je nog? Die riante balkonnetjes boven de winkels?

Afijn: mijn winkelmiddagje begon die zaterdag in een nat pak.
Mag ik nog blij zijn dat hij zich niet in de tuinslang had vergist.

By karelriemelneel | August 20, 2010 - 9:07 am - Posted in Scherpe Blik, Nederlands

Las ik vandaag in de krant:

“Wespenvanger vangt bot”

Dan heb je het toch ook niet helemaal begrepen met je beroepskeuze. Ga dan vissen! 

“Haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan ziet u pas scherp genoeg om die splinter uit het oog van de ander te halen” (Mattheüs 7:3-5).
Dat zal ik vast nog vaker horen wanneer ik op de schrijffouten van een ander let en zelf schreivouten bij het leven maak. Contamineren doe ik ook zonder schaamte.

Maar de schreivout die ik heb gevonden in het artikel “Grote mensen verkeer” van mijn collega reporter Johan  vond ik wel zo leuk, dat ik het niet kan laten er een artikeltje aan te wijden. Dus zondig ik maar weer. Overigens gaat het me hier niet zozeer om een letter die abuis was op een velletje. Het is het velletje plastic dat ik fel begeerde.

“Wat bedoel je eigenlijk met: ‘vel begeren’?” werd hem terecht gevraagd. Of bedoel je misschien toch ‘fel begeren’? En dan die comment die ene Blik op de weg maakte op hetzelfde artikel: “een vel roze stukje plastic”. Weten we misschien wat daar de achterliggende gedachte van was?

Het antwoord is betrekkelijk eenvoudig:
Mijnheer Veenhof leefde waarschijnlijk nog in de veronderstelling dat ik mij bij de gemeente kon melden om vervolgens weer naar buiten te lopen met het ‘roze papiertje’. Een vel papier van een welbekende kleur waarmee je naast jezelf ermee legitimeren ook in een vehikel van een zeker type mag stappen, om er de weg mee op te gaan. Of zo je wilt: om je ermee te begeven in het Grote mensen verkeer. Oeeeehhhh!!!
De ambtelijke molen is er sinds het verdwijnen van berenvelletjes niet sneller op gaan draaien. Tegenwoordig moet je vijf werkdagen wachten tot het plastic is gefabriceerd (als ze open zijn!).

Beste Johan, de tijden zijn inmiddels iets veranderd.
Eén Blik op de weg maakt duidelijk dat ze die roze bewijsjes tegenwoordig soms uitdelen aan mensen, waarvan je kunt afvragen of je ze al op een (bak)fiets aan het verkeer kunt toevertrouwen. Dat terwijl nog relatief jonge honden, maar ervaren, zoals ikzelf er jaren voor hebben moeten zwoegen om de instanties duidelijk te maken dat ik best voorzichtig en netjes kan rijden.
Was 70 lessen niet genoeg?

Wat ‘plastic’ nou toevoegt aan dit felbegeerde bewijsje, is mij nooit helemaal duidelijk geweest. Kan ik mijn onlangs verkregen rijbewijs er straks misschien mee opwaarderen tot BE als ik hem langs een automaat houd?