
image by Burning Image, edited by Gsorsnoi
Het kopje van de Reuze Navelpad gonsde flink nadat hij weer een beetje tot zichzelf kwam en zag dat hij zich naast de hefboom op de vloer bevond. Letters van wel honderd bekende Nederlanders dwarrelden door zijn hoofd zodat hij niet langer wist tot wie ze behoorden.
MjikierKWhaRroacdrucaealcd en ceapnsaucksshheserFenDDnoavrtnD schoot in de wirwar van letters voorbij. De logica van de woorden en anagrammen was compleet verdwenen. Voor zover je van logica kon spreken althans.
Met zeer veel moeite kromde hij zijn gedachten en wist flarden van anagrammen als Caramel, Draak, Chakra, Harkje, Mauwde en Ecuador te maken van de eerste letterbrij en Schande, Pekdraden, Afschansen, Schaatsen, Snurf en Dankspeech van de tweede. Het sloeg in zijn gevoel nergens op. Deze anagrammen moesten incompleet zijn en misschien wel tot twee bekende Nederlanders tegelijk konden behoren.
Lang kon hij zich er niet druk om maken. Hoe hard moest hij wel niet tegen die hefboom geknald zijn geweest? Duizelig probeerde hij zich te verplaatsen en had daar grote moeite mee. Hij keek om zich heen en merkte direct hoe stil het in de werkplaats was. Dit zou zo´n moment zijn geweest dat je kon stellen dat de pastoor langs was geweest. Plotselinge stilte in een conversatie. Ook al wilde hij graag geloven in een onderbreking in een gesprek, dit was hem toch te stil. Hij keek om zich heen en kwam tot een schokkende conclusie:
Onderdelen van diverse uitvindingen lagen overal en nergens en hadden hier en daar stil gehouden in de lucht. Onderbroken in hun vliegtocht richting de zakhorloges hadden ze halt gehouden. Maar dat kon toch helemaal niet? Had iemand ze opgehangen aan visdraden?
Op het moment dat hij opzij keek naar de professor en Achmed wist hij het zeker: alles stond stil.
Achmed en Theo bewogen niet, maar toonden beide een wanhopige uitdrukking die met veel stemgeluid “Nee!” leken te roepen naar de Navelpad en spontaan van top tot teen waren bevroren. Achmed’s arm greep in het luchtledige naar de plek waar de pad in één van de zakhorloges was verdwenen.
Niets bewoog.
Paniek sloeg toe. In zijn gelaatsuitdrukking sprak het ongeloof door. De Navelpad wankelde achteruit en voelde zich licht in het hoofd worden. Flauwvallen kon hij zich niet permitteren dus moest hij het gevecht aan zijn verstand erbij te houden.
Toch kreeg hij bij het draaien van zijn hoofd zowat een rolberoerte.
Pal voor zijn neus hing de vlieg in de lucht en zwiepte daar zeer langzaam met zijn vleugels. Net een slow motion opname uit een documentaire. Blijkbaar was er toch nog wel iets wat er behoudens hemzelf in beweging bleef in deze akelige troosteloze setting. Zij het bijzonder langzaam. Het was de vlieg waarin hij eerder zijn interesse had getoond waardoor hij alles om zich heen vergat en in de etmaluur terecht was gekomen.
Met dat besef draaide hij zich opnieuw om, zodat hij binnen de 360 graden praktisch alles heeft kunnen bezien. Zijn hele lijfje bibberde. Woordeloos hakkelde hij wat stemgeluiden en leek volledig gegrepen door de meest beangstigende horrorscene die je je kon voorstellen.
Uit de nog altijd fel verlichtte zakhorloges die in de hefboom zaten vastgedrukt stoken zijn beentjes half uit het uurwerk en bewogen wanneer hij ze aanstuurde vanuit zijn hersenen.
“B-ben ik dood?” stamelde hij en realiseerde zich dat hij de enige was in dit universum dat zich op een gezonde snelheid bewoog. De pad beschouwde zichzelf en schrok zich een ongeluk toen hij zag dat zijn beentjes daar onder aan zijn weke lijfje in een wazige schim verdwenen. Een kille gedachte “Is dit hoe de dood eruit ziet?” klonk in zijn hoofd. Alhoewel ‘dood’ de eerste gedachte was, maakte de omgeving duidelijk dat er iets anders loos was.
Onwillekeurig trachtte hij zijn tenen te bewegen, maar kreeg daar beneden geen antwoord. Het antwoord kwam van zijn tenen die nog uit de etmaluur staken.
De Navelpad bevond zich voor de helft in deze stille wereld en nog voor de helft in de ruimte en tijd waar Achmed en Theo aanwezig waren!
Nu zou een goed moment zijn geweest om compleet gek te worden en een flinke gil te schreeuwen. In een horror zit je altijd op dat moment te wachten zodra het meest afschrikwekkende deel van de film zich presenteert.
En wanneer dat gebeurt ziet de regisseur van de film het liefst dat je dan met je handen over het hoofd diep in de bioscoopstoel naar veiligheid zoekt en kreunt en krijst van afschuw. Ieder normaal mens zou met deze absurditeiten de relatie met de werkelijkheid hebben verloren en hebben willen vluchten.
Maar iets knapte er in de pad.
Zijn gillen bleef uit en werd bijna ‘gemaakt’ kalm. Zijn arm trilde toen hij deze uitstak om naar het vliegje te grijpen. Het hing weerloos naast hem in de lucht, kon fladderen wat het wilde, maar zou altijd langzamer zijn dan zijn belager. Vier bruine vingers bogen zich over de vlieg en sloten zich.
“My precious”
… nee … dit is geen hoofdstuk uit een film met hebberige Hobbits. De Reuze Navelpad was zijn eigen zenuwen aan het tarten terwijl hij een poging deed te begrijpen in wat voor wereld hij zich nu bevond. Zijn hand had zich gesloten en trok de vlieg naar zich toe.
Tenminste … dat dacht hij.
De pad had met zijn handje dwars door de vette vlieg gegrepen. En in plaats van de aanwezigheid van een vlieg in zijn hand, fladderde het traag verder in de lucht en werd door een onbekende kracht uit elkaar getrokken. Pixel voor pixel - zo zou je kunnen zeggen – trok de materie zich uit de vlieg los.
Onze Reuze Navelpad keek om zich heen en zag dat de hele omgeving op die wijze uit zijn verband begon te trekken en in een boog opkrulde.
Hij behoorde niet meer tot deze wereld en bleef zelf half in tact (zonder zijn beentjes).
Hij was de enige.
De hele werkplek om zich heen was bezig om zich als een tortilla op te vouwen!
Wordt vervolgd.
Vorig hoofdstuk: Etmaluren








